Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Hoe de jeugdzorg een kind verpest door hun macht te misbruiken

Home :: Profile :: Archives :: Friends

kleutertijd

Op 4 jarige leeftijd ging Saskia naar de basisschool. De juf was/is streng maar kon Saskia goed handelen.

Saskia vond het geweldig om naar school te gaan, was er ook echt aan toe. Haar spraak was inmiddels gewoon goed en ze vermaakte zich prima op school. Alleen het samenspel met andere kinderen was niet geweldig. Ze speelde veel alleen in de klas of met de wat oudere kleuters.

Wel maakte ze daar wat vriendjes van haar eigen leeftijd. Dat zijn eigenlijk nog steeds vriendjes van haar.

 

Omdat we thuis toch wel tegen wat problemen aanliepen werd het advies vanuit de jeugdzorg gegeven om haar naar het medisch kleuterdagverblijf (MKD) te laten gaan.

De juf van de basisschool was het er niet mee eens. Maar de jeugdzorg vertelde dat dit veel beter voor haar zou zijn. Tot op de dag van vandaag heb ik spijt dat ik niet naar de juf van de basisschool heb geluisterd.

Saskia heeft op school nooit last gehad van pesten of gepest worden. Ze kon wel fel uit de hoek komen, maar de juf kon haar goed corrigeren. Ook als ze met een vriendje thuis speelde kon ik haar corrigeren als ze te ‘bazig’ werd in haar spel en haar goed uitleggen dat je samen speelt.

Met de vriendjes van de basisschool heeft ze nu nog contact. Ze speelt, ook nu nog regelmatig met hen. Ik neem die vriendjes dan uit school mee naar huis. Daar spelen ze met Martijn tot Saskia thuis komt.  

Saskia heeft altijd heel sterk naar één leerkracht getrokken, zowel op de peuterspeelzaal als op de basisschool. Op de basisschool had ze ook maar één juf, waar ze echt dol op was. Die  relatie was ontzettend goed.

Op het MKD had ze meerdere leerkrachten en de een ging beter als de ander.

Terwijl ze op de basisschool altijd heel graag naar school ging werd dat op het MKD een stuk minder. Ze was dol op de taxichauffeur, maar ze wilde regelmatig niet naar school. Een reden kon ze niet altijd geven. Maar er was zelden iemand lief tegen haar, daar kwam het een beetje op neer. Op een gegeven moment heeft ze zich overgegeven en ging het beter op het MKD.

Naar mijn mening is ze met het MKD weinig opgeschoten. We hadden in het begin aangegeven dat ze erg heftig kon zijn. Daar werd heel laconiek op gereageerd en aangegeven dat ze wel wat gewend waren.

Achteraf gaven ze toe het toch wel onderschat te hebben, vaak ook niet wisten wat ze met haar aanmoesten. Ik heb niet het idee dat ze er veel aan gehad heeft dat ze op het MKD heeft gezeten. Er was misschien iets meer structuur dan op de basisschool. Maar aan de andere kant was er op de basisschool maar één juf, die haar heel goed kon motiveren. Ik vind het dus erg jammer dat we die overstap gemaakt hebben.

 

In de kleuterklas is Saskia echt gaan spelen: vrij spel. Vrij kort na haar plaatsing op het MKD begon ze thuis rampscenario’s uit te spelen (zie onder speltherapie). 

Haar interesses lagen vooral bij poppen. Ze kon af en toe best een lief poppenmoedertje zijn maar het moest altijd fout eindigen. De pop was stout en kreeg klappen, of de pop ging dood. Ze was ook dol op knutselen, dat is ze nog steeds.

 

Vanaf het MKD gaat ze naar de een cluster 4 school. Ik ben nog op de basisschool gaan praten om te kijken of ze daar niet terug kon. Maar de leerkrachten waren bang dat ze toch wel een hele grote druk op de klas zou leggen. We besloten haar naar de cluster 4 school te laten gaan.

In het begin was ze op school heel rustig, goed aan te spreken op haar gedrag. Thuis vertelde  ze weinig. Op de vraag hoe het op school was kreeg ik als antwoord ‘goed’ en dat was het.

Het contact met school was goed en uiteraard hoorde ik via de leerkrachten wel een en ander. Het ging gewoon goed in de eerste periode.

 

Na verloop van tijd begon ze toch wat te vertellen over vriendjes op school.

Ze zat in een taxi met allemaal oudere kinderen. Dat was erg indrukwekkend voor haar. Het duurde niet lang of ze nam de gewoontes en vooral het taalgebruik over van de kinderen  

In de taxi leert ze veel en hoort meer dan ze gewend is. Vanaf die tijd gaat ze zich voor seks interesseren. Als kleuter is ze niet echt geïnteresseerd in haar eigen lichaam, noch in het lichaam van anderen. Dat verandert dan snel.

Ze bekijkt zichzelf met andere ogen en ook andere mensen. Zij mag dingen benoemen, maar als wij dat doen moeten we stoppen en zachtjes praten. Het wordt ook meteen geheimzinnig, terwijl wij daarover nooit geheimzinnig gedaan hebben.

Zoals bij andere dingen is dat een tijdje versterkt geweest. Ze zocht dingen op, op  de computer (you tube). Niet de meest realistische dingen maar echt de harde porno (dat hoorde ze ook in de taxi en dat sloeg ze allemaal op en als ze de kans kreeg keek ze dat). Ik heb haar gezegd dat dit niet meer mocht, omdat het zo niet was en hoorde. Op haar nivo heb ik haar (geprobeerd) voorlichting te geven. Alleen wilde ze het van mij eigenlijk niet horen (en nog steeds niet). Af en toe maakt ze er wel eens een opmerking over en dan antwoordt ik haar gewoon.

Als peuter en kleuter heb ik nooit gemerkt dat ze met zichzelf speelde. Maar toen ze er zo mee bezig was, op school, wel eens aangaf dat het pijn deed tussen haar benen, heb ik haar verteld dat ze dat ook zachtjes moet behandelen. Ze reageerde in eerste instantie een beetje verlegen. Maar ik denk dat ze ook dit, wat later dan andere kinderen, is gaan ontdekken.

Inmiddels is het soms een hot item en soms ook een hele tijd niet, zoals bij de meeste kinderen van die leeftijd.

Afgelopen zomer had ze wat irritatie tussen haar benen en haar moeder heeft haar toen laten onderzoeken bij de dokter (ze gaven aan dat het door de slechte hygiënische omstandigheden kwam), Ze vertelde dat een jongetje tussen haar benen had gezeten. Ons werd dat verhaal verteld door de Jeugdzorg. Die vonden dat we dat verder niet aan Saskia mochten vragen en er verder niet op mochten terugkomen. We hebben dat uiteraard wel gedaan, omdat ik dat vrij ernstig vond. Ik ben ook met haar naar de dokter geweest. Die concludeerde wat irritatie maar niets wat wees op iets tegen haar zin. Ik heb het haar toen toch gevraagd en ze gaf  aan dat dit inderdaad niet gebeurt was. Ik heb voor de zekerheid de school ingeschakeld, omdat ze ook een naam gaf van het jongetje. Die hadden ook niets gezien maar ze zouden het wel in de gaten houden

Ik vond het overigens heel vreemd dat dit verder niet werd uitgezocht, want ik vond de beschuldiging en zeer zeker ook het idee toch behoorlijk ernstig. Dus dat ik daar niet met haar over mocht praten vond ik wel vreemd.

 

Verder is het op school heel wisselend gegaan. In de periodes van rust ging het goed. In de periodes van onrust was ze soms in de klas niet te hanteren.

Na de uitspraak van het Hoger Gerechtshof, in juli 2009, hebben we haar verteld dat ze niet naar het internaat hoeft, niet wordt opgenomen en bij ons mag blijven wonen. Er was rust, ze sliep goed en ontspande. In september ging ze weer naar school. Ze deed het uitstekend, kon zich beter concentreren en haalde krul na krul. Ze werd trots op zich zelf.

Tot ze na 2 gouden weken school over haar toeren thuis kwam en me zei dat ik had gelogen. Hortend vertelde ze dat de gezinsvoogd haar uit de klas had laten halen en met haar apart was geen zitten. Hij had haar gezegd dat hij bezig was haar op het internaat te krijgen.

Alle stoppen sloegen door, ze was niet meer te hanteren. Ze kon niet meer in de klas blijven omdat de rest van de klas geen rust kreeg. Ze kwam niet meer tot leren, sloeg medeleerlingen, mocht niet meer mee met de leuke dingen omdat ze alles verpestte. We konden haar ook moeilijk geruststellen ‘want de gezinsvoogd was de baas’. Dat hebben we haar ook altijd verteld, maar nu eiste het zijn tol. We hebben het aangekeken tot december 2009 en zijn bij de huisarts te rade gegaan. Met medicatie werd ze gelukkig rustiger.

Op zich gaat ze graag naar school.

 

Op school had ze ook een aantal vriendjes waar ze regelmatig mee speelde.

In haar vrije tijd kwam er twee keer per week een vriendje spelen van haar oude school of soms ook van haar nieuwe school, en heel soms ging ze ook wel eens bij iemand anders spelen maar omdat ze vaak later uit was dan haar vriendjes (of later thuis) lukte dat niet altijd. Ze was lid van een dansclubje en ging twee keer per week naar dansles. Ze zat op judo, deed mee aan wedstrijden trainde ze iedere week.

In het seizoen had ze zwemles in het buitenbad. Dingen die ze verder graag doet zijn trampoline springen, met de dieren knuffelen. Omdat we in een kleine gemeenschap wonen wordt er voor kinderen veel georganiseerd. Saskia is daar altijd bij (spooktocht, disco, huttenbouw, halloweenoptocht).

 

We zijn verhuist  van het dorp naar een boerderij. Saskia heeft hier alle vrijheid, zelf haar kamer mogen inrichten en qua kleuren aangegeven wat ze mooi vond.

Ze vindt het geweldig dat ze kan knuffelen met dieren wanneer zij daar zin in heeft, vindt het wel lastig dat ze af en toe moet helpen met voeren. We proberen haar zo een beetje te leren dat dieren afhankelijk van je zijn.

Verder heeft ze de ruimte om te fietsen, te rennen, te spelen. Wat ze ook maar wil. De overgang is geleidelijk gegaan. We zijn bijna een jaar bezig geweest het huis op te knappen. Zo lang heeft ze kunnen wennen aan haar kamer, het huis en de omgeving. En was de overgang heel natuurlijk voor haar.


Posted on 30/7/2011 at 00:18

Peutertijd van Saskia

In sommige dingen liep Saskia, wat betreft leeftijd, gewoon in de pas. In andere dingen had ik soms het gevoel dat ze wat achterbleef, hoewel het consultatiebureau dat vergoelijkte door te stellen dat ‘het ene kind het andere niet was’.

 

Saskia liep op de leeftijd van 14 maanden ongeveer en ze wilde heel veel lopen maar het heeft heel lang geduurd voordat ze echt op ontdekking ging. Ze wilde lopen binnen het veilige kader maar een trap bijvoorbeeld is heel lang geen gevaar geweest: ze durfde er niet op.

 

Eten was een drama vanaf  een jaar of twee. Ze lustte niets en nieuwe dingen of een nieuwe smaak in haar mond spuugde ze meteen uit. Het liefst had ze de babypotjes. De potjes met zo weinig mogelijk brokjes erin: die voor ongeveer vier maanden. Brood lustte ze alleen met zoet beleg en dan nog niet eens altijd. Soms hield ze uren een stukje brood in haar mond zitten. Je kon haar op dat moment ook niet verleiden om het in te slikken. Een toetje of snoepje beloven of iets anders, niets hielp.

Dat is een vervelend periode geweest omdat het een aantal keren per dag terugkwam. Het vervelende was dat ze het wel in haar mond stopte, maar het niet doorslikte. Ik heb het op advies van het consultatiebureau lang genegeerd. Volgens hen was het een machtsstrijd. Ik ben er ook nog mee naar de dokter gegaan om te kijken of het niets medisch was. Maar omdat ze fruit en snoep onder probleem opat, leek het inderdaad iets psychisch.

Het gekke was ook dat ze helemaal hysterisch werd, als ik haar vroeg het uit te spugen.

Ik ben in de eerste instantie begonnen met haar fruit te geven voor het eten en een bakje vla of yoghurt, en pas daarna gewoon eten omdat ik dan zeker wist dat ze iets binnen had. Het zal inderdaad best een machtsstrijd van haar geweest zijn want toen ik daar eenmaal een ritme in had gevonden ging het beter en waren in ieder geval de flauwtes weg. Nu gaat ze soms nog wel de strijd aan over het eten, maar niet meer zo heftig als toen.

 

Het slapen was als peuter ook een drama. Deden we het licht uit dan raakte ze in paniek, lieten we het licht aan dan ging ze spelen. Ze kon bij het kleinste schijnsel van een lichtje spelen. Overdag kwam ze er niet toe, omdat ze alles in de gaten probeerde te houden. Eenmaal in bed ging ze spelen.

Ik heb op een gegeven moment een mandje gemaakt en dat bij haar bed gezet.  Ik heb haar eerder naar bed gedaan. Ze kon dan in haar bed nog een poosje spelen, zodat ze toch een aantal momenten op een dag tot spelen kwam. Op de tijd dat ze moest gaan slapen liet ik de deur op een kiertje en haalde het mandje weg. In het begin lukte dat wel en ging ze op den duur wel slapen. Later ging ze spoken.

Ik heb van alles gedaan, op mijn eigen bed gaan liggen lezen zodat ik dicht bij haar was. De was opvouwen en regelmatig de kamer binnenlopen om die weg te leggen, zodat ze wist dat ik nog in de buurt was. Uren heb ik naast haar gezeten, gelezen, haar rug gewreven.

Ik heb haar geprobeerd in slaap te praten: zij moest doen wat ik vertelde of (op latere leeftijd)zich voorstellen wat ik vertelde. Ze heeft zelfs van de huisarts nog een tijdje melatonine gehad. Zelfs daar werd ze niet slaperig van. De slaapthee vond ze vies. We hebben ontspanningsoefeningen gedaan (dat draaide alleen maar uit op de slappe lach van ons tweetjes)

Ze leek (en lijkt nog steeds) heel bang om te gaan slapen, om de controle te verliezen.

En (misschien gelukkig voor haar) ik herken dat. Ik ben ook een hele moeilijke slaper,  eveneens bang om de controle te verliezen. Alleen ik kan me bewust overgeven aan slapen, maar weet niet hoe ik haar dat moet leren.

 

Het contact met leeftijdsgenootjes was op de peuterspeelzaal redelijk. Ze verschool zich veel achter Martijn, toen die ook eenmaal op de peut zat. Zij speelde met wie hij dat deed. Ze maakte moeilijk contact. Soms als een kindje naar haar toe kwam om te spelen dan speelde ze mee. Op een gegeven moment domineerde ze dan het spel. Dat deed ze al heel jong. Ze vertelde het kind precies wat hij of zij moest doen.

Dat ging een stuk beter als de kinderen ouder waren. Zij liet zich dan door hen leiden.

 

Saskia heeft, als de meeste kinderen, ook de nee- en de koppigheidsfase doorgemaakt. Die  kwam wat later en bleef langer aanhouden dan bij mijn eigen kinderen en leeftijdsgenootjes. Daarbij was hij veel sterker dan dat ik kende. De enorme driftbuien die Saskia had kende ik niet. Het was in het begin ook moeilijk om te weten hoe er mee om te gaan. Ook was bij Saskia ‘nee, nee’ en werd nooit ja. Saskia was niet om te kopen. Als je toch door ging dan kon ze enorm boos worden: gillen en continu herhalen wat ze wilde of juist niet wilde. Je kon honderd keer zeggen dat je haar gehoord had, maar dat je toch ‘dat of dat’ gewoon wilde.

‘Wil niet’ was een veelgehoorde kreet in ons huis en ‘wil niet’ was ook echt niet willen.

‘Wil niet schoenen aan’ was een gevecht om de schoenen aan te krijgen en te houden. ‘Wil niet lopen’ was echt ‘niet lopen’. Ik kon kiezen óf de wagen meenemen, zodat ze in de wandelwagen kon, óf haar dragen. Want ‘wil niet lopen’ is gewoon op straat gaan zitten. En dat kon ze uren volhouden. Ik heb een keer twee uur met haar op de stoep gezeten omdat zij niet wilde lopen en ik niet wilde tillen.

 

Op de peuterspeelzaal kreeg ze ook een fase van eenkennigheid. Ze zat al een tijdje op de peuterspeelzaal, op een ochtend wilde ik weggaan. Ze ging ze huilen: ik mocht niet weg. Dat  kende ik niet van haar en ik ben gebleven. Iedere keer als ik weg wilde gaan ging ze huilen. Ik heb haar meegenomen omdat ik echt dacht dat ze niet lekker was of dat er iets anders was. Ik  kende dat niet van haar. Normaliter kreeg ik een dikke knuffel en ging ze spelen. Wel werden,  achteraf bekeken, de knuffels langer en moest ik soms twee keer terugkomen voor nog een kusje. Maar het hysterische van die ochtend, dat kende ik niet.

En zoals veel dingen bij Saskia versterkt waren, was ook dit op het hysterische af.

De rest van die dag was er niets aan de hand. De volgende keer dat ik haar bracht hetzelfde verhaal.

Normaliter als de ouders weg zijn stopt het vrij snel. Niet bij Saskia, die heeft twee uur gekrijst, tot ik haar op kwam halen.

Dat wilde ik niet meer dus andere aanpak. Eerste ochtend erbij gebleven. Tweede ochtend even een blokje alleen rond gelopen en de rest van de ochtend erbij gebleven. Derde ochtend boodschappen doen en weer terug. Zo heb ik het opgebouwd met haar en na een week of 6 was het goed.

 

Het was keer op keer zoeken naar de juiste manier om met sommige dingen om te gaan. ‘Een kind wat huilt heeft je nodig’ is altijd mijn motto geweest, ook bij haar. Ik heb de kinderen nooit laten huilen, ze altijd geprobeerd het vertrouwen te geven dat ik er was als ze me nodig hadden.

Bij Saskia had ik af en toe het gevoel dat ze het ‘uitspeelt’. Echter mijn zus heeft me bij de les gehouden, gezegd ‘er is iets niet helemaal goed met haar, ze speelt het niet uit, ze kan niet anders’. En ik weet niet hoe het om te draaien:  dus zijn we misschien wel in een kringetje rond blijven draaien, met veel dingen.


Posted on 28/7/2011 at 19:58

Eerste tijd van saskia

Als Saskia bij ons komt, ruim 10 maanden oud, is ze niet in staat vast voedsel te eten. We beginnen met broodpap, verminderen geleidelijk aan  de melk. Op den duur eet ze slap brood met beleg, fruithapjes, warme maaltijden voor kinderen van 4 maanden. Langzaam bouwen we dat uit.  

Het eten is altijd een drama geweest. Op het consultatiebureau zeiden ze ‘versterkte peuterpubertijd’. Ze vonden dat we er teveel de nadruk op legden.  Deed ik dat niet dan kon ze soms drie dagen niets eten, vond ik haar volledig slap op haar kamer, soms helemaal flauw van de honger. Het enige waar ze gek van was, nog is, is snoep.

Gelukkig lust ze graag fruit en melk, dat hield haar net op gewicht. Ze is lang klein en magertjes gebleven.

Tot op de dag van vandaag kan ze het eten als een strijdpunt gebruiken. Ze heeft op dit moment voldoende reserve. Dus ik ga de strijd niet met haar aan over het eten.

Het eten gaat nu als volgt: ik schep eten op haar bord (als ze het wel lust doet ze dat zelf). Ze krijgt de tijd om te eten tot wij klaar zijn. Als zij niet klaar is krijgt ze geen toetje.

 

Saskia loopt met 14 maanden. Ze kruipt zelden. Schuift met haar billen om ergens te komen.

Eenmaal lopend zoekt ze lang steun: aan van een tafel, een hand, een been of iets anders. Zodra ze het onder de knie heeft is ze, als de meeste kinderen, niet meer te stoppen.

Ze snapt snel dat ze me kan sturen. Pakt doodleuk mijn hand en brengt me naar wat ze me wil laten zien of wil hebben.

Ik heb dat even aangekeken. Het benoemt. Toen ze niet ging praten, geen poging deed, ben ik gestopt met mee te lopen. Ik probeerde ‘een gesprekje’ met haar aan te gaan. Dat heeft gewerkt. Ze gaat benoemen. Ze groeit van de complimenten, dat versnelt het proces.    

Saskia ontwikkelt zich uiteindelijk als een peuter, zoals mijn andere kinderen. Wel lijkt ze wat stijf in haar bewegingen. Ze vindt veel dingen eng. Dat hebben mijn biologische kinderen niet. Die klimmen, zodra ze kunnen lopen, overal in. Saskia is wat stijf gebleven. Overdenkt alles vóór ze er aan toe komt. Daar is ze overheen gegroeid: het is ja of nee (zie verderop).

Ze is een temperamentvolle peuter. Wordt snel boos, als ze haar zin niet krijgt. Gilt enorm. Dat weten we een beetje aan de cultuur waar ze uitkomt. . Zodra ze het lopen machtig is, gaat ze vol overgave dansen. Ook dat komt uit hun cultuur. Ze is er nog steeds goed in.

Haar motorische ontwikkeling verloopt, zoals ik dat ken van mijn andere kinderen en zie bij Martijn. Martijn is wat sneller. Maar het ene kind is voor op het andere. Dus weinig zorgen over gemaakt.

Wel heeft struikelt ze een tijdje snel. Ik denk ‘haar voeten’. Het blijken haar  voetspieren, aan de onderkant, die zich niet snel ontwikkelen. Het advies is haar veel op blote voeten laten lopen, zodat die spieren zich aanspannen. Dat werkt. Haar fijne motoriek loopt de eerste tijd gelijk op met die van Martijn. Ze heeft een hekel aan puzzelen. We hebben het veel gedaan omdat ik het belangrijk vindt. Veel  met blokjes gespeeld, torens gebouwd (en weer omgegooid). Dat is altijd goed gegaan.

Op latere leeftijd ging het met de strijkkraaltjes en de kleinere puzzeltjes prima. Opvallend is wel dat patroonlezen bij strijkkraaltjes en later ook bij ministeck haar niet goed wil. Als ik vakjes afteken lukt het haar wel. Ik denk dat het, zonder afdekken, snel chaotisch voor haar wordt. 

Saskia is direct al een druk meiske. Tijd om op schoot te zitten overdag heeft ze niet (mijn eigen kinderen ook niet). Als ze eenmaal loopt, moet ze de wereld ontdekken en heeft ze helemaal geen tijd (rust) meer.

Wat ze heerlijk vindt, is 's avonds met z'n allen in ons bed. Pappa die een verhaaltje voorleest. Ze ligt dan tegen hem aan, nestelt zich. Totdat haar ogen zwaar worden. Dan springt ze op, wordt weer druk. Als we zeggen ‘dan moet je naar je eigen bed’ gaat ze liggen. Totdat ze weer dreigt in slaap te vallen.

Op momenten vind ik haar erg onrustig. Dan ga ik , als ze in haar eigen bed ligt, naast haar liggen of zitten en wrijf over haar rug. Daar wordt ze rustig van. Ook nu nog. Vaak valt ze dan in slaap. Hoewel het soms uren kan duren. Ze steeds probeert zichzelf wakker te houden.

 

Ze vindt het prima als je haar optilt als we ergens zijn of als ze een eind moet lopen. Aan wandelen heeft ze vanaf het begin een hekel. Ze staat altijd snel met haar armpjes in de lucht "tillen" en vindt het geweldig om op je nek of je arm te zitten en zo overal mee naar toe te gaan.

 

Nieuwe dingen heeft ze altijd heel eng gevonden.

Ik heb uren met haar door een kinderbadje gewandeld omdat ze de spuitapparaten zo eng vond. We waren op vakantie in Griekenland. Daar waren de mieren iets groter als in Nederland. Ze is erg geschrokken van die mieren. Ze durfde niet meer over dat paadje. Wij moesten steeds omlopen. Dat ging van kwaad tot erger. Op een gegeven moment hebben we doorgezet met haar:  samen naar de mieren kijken, samen door een bad lopen met  spuitapparaten. Alles stuk voor stuk bekijken werkte het beste. De volledige werking van een apparaat bekijken, dat ze eng vond. Daar heb ik uren mee doorgebracht. Het varieerde van een prullenbak die automatisch openging tot een schuifdeur, die zich opeens opende. Ook bussen en treinen. Veel was eng toen ze klein was, we hebben het echt moeten ontdekken.

Als ze het doorhad, wilde ze er vaak niet meer weg, was het een attractie geworden.

 

Ze kon ontzettend boos worden om gewone dingen en daar ging ze zover in dat ze soms niet meer bereikbaar was. Omdat ik dat verontrustend vond en ik nergens hulp kreeg heb ik de huisarts gevraagd of hij iets kon doen. Hij heeft me doorgestuurd naar een kinderarts, omstreeks februari 2004. Die adviseerde psychiatrisch onderzoek. Jeugdzorg heeft  toestemming gegeven om daarvoor naar een gespecialiseerde kliniek te gaan.

 

Het contact met Saskiai en de andere kinderen was zoals je van broertjes en zusjes mag verwachten. Myrthe zat in de fase dat ze dacht dat alles van haar was en beschermde haar spullen. Martijn en Saskia spanden lekker samen om Myrthe te ‘pesten’ en te proberen die spullen te bemachtigen. Joaquim was wat ouder, ging spelen met een vriendje, bij hem thuis of bij ons. Heel af en toe speelde Joaquim met Saskia en Martijn. Meestal vond Joaquim ze lastig en maakten ze kapot wat hij gemaakt had (zoals dat gaat bij kleine kinderen).

Joaquim vond het wel leuk om de kleintjes eten te geven. In het begin pakte Saskia ook beter de dingen van hem op dan van ons. Het was dus prettig dat Joaquim af en toe vroeg of hij haar eten mocht geven.

 

Saskia was een schatje om te zien (en is nog steeds een schatje overigens) dus iedereen was dol op haar. Zij genoot van al die aandacht. Tot op de dag van vandaag zie je nog regelmatig dat, vooral oudere, kinderen haar bemoederen. Dat vindt ze geweldig.

 

Saskia is tot op heden niet zindelijk ’s nachts. Overdag was ze dat met anderhalf jaar. Veel sneller dan mijn eigen kinderen. Ik ben nog met haar naar de dokter geweest omdat ik dacht dat ze ziek was: ze plaste niet zo vaak. De dokter stelde me gerust, vertelde dat kinderen ook heel vroeg zindelijk kunnen zijn.

Na een jaar of twee begon ze opeens weer onzindelijk te worden, overdag. Niet altijd, maar af en toe. Een ongelukje naar onze mening. Weer naar de dokter ‘want eerst twee jaar niet en dan opeens een paar keer per week’ vond ik gek. Volgens de dokter was het een tijdelijke terugval. Gerustgesteld zijn we huiswaarts gekeerd. Echter het heeft tot haar zevende jaar geduurd. Het gebeurde vooral als ze boos was. Ook kon ze op de bank gaan zitten, haar broek uittrekken en doelbewust het meubelstuk onderplassen. Op School wordt ze er op aangekeken door haar klasgenootjes. Ze schaamt zich en ineens is het over. Het komt nu nog sporadisch voor, meestal als ze zich geen tijd gunt of ver weg, achter in de tuin, speelt.  


Posted on 27/7/2011 at 10:26

ons gezin (samenstelling toen Saskia kwam)

  • Ons gezin

Op het moment dat Saskia bij ons in huis kwam bestond het gezin uit: vader, moeder, zoontje  van 4, dochtertje  van 2 en zoontje  van 4 maanden.

Pleegdochter Sylvia van 18 woonde bij ons. Pleegdochter Bowie van 13 bracht regelmatig de weekenden bij ons door.

Saskia''s komst

 

Saskia was vanaf het begin een vrolijk kind, die weinig last leek te hebben van de verplaatsing naar een pleeggezin.

Sylvia heeft heel veel geholpen met de verzorging van Saskia. Ook Bowie vond het geweldig nog een kleintje erbij en trok veel op met Saskia.

 Beide pleegdochters proberen nu nog over haar te moederen, alleen pikt ze het niet altijd meer (en dat is logisch natuurlijk gezien haar leeftijd).

Zowel voor Sylvia als voor Bowie is Saskia altijd ‘het speciale kleintje’ gebleven. Martijn was op dat moment net geboren. Daar konden ze nog niet veel mee. Maar Saskia was al echt een peutertje aan het worden, die brabbelde en het ook leuk vond bemoederd te worden.

Voor Joaquim was het gewoon gezellig: nog een zusje erbij, waar hij een beetje voor kon zorgen. Myrthe weet  niet  beter: Saskia was er gewoon altijd al.

 

De eerste weken sliep Saskia veel. Daarna werd ze vooral een slechte slaper. Martijn was juist een goede slaper. Het was voor ons, vooral voor mij als moeder, even zoeken naar het juiste ritme. Dat vonden we snel. En meestal leek het er op dat de twee jongste, qua verzorging en aandacht, een tweeling waren.

Zo voelden ze dat zelf ook. Ze hebben een tijdje een eigen brabbeltaaltje gehad. Dat verstond en begreep ik wel, maar de buitenwereld niet. Het consultatiebureau en mijn moeder maakten me er op attent: dat ze zo slecht praatten, allebei. Ik ben daarna actief met ze aan de slag gegaan. Snel maakten ze zich de taal eigen, verbeterden elkaar als een van hen  wat fout zei.

 

Voor de beide opa's en oma's en de tantes en ooms is Saskia vanaf het begin een kind van ons geweest. Ze kenden inmiddels het fenomeen pleegzorg en stonden daar allemaal achter. Sylvia was er al en vaak in de weekenden Bowie. Zij hoorden er bij, zoals hun kleinkinderen. Tot op de dag van vandaag is Sylvia voor mijn moeder nog een beetje een kleinkind, waar ze graag voor zorgt. Met Saskia ging het niet anders.

De families, van beide kanten, kunnen het goed met elkaar  vinden. Vaak hadden en hebben we groepsuitjes.Saskia hoort er vanaf het begin bij. Ze is gewoon een volledig kind van ons, maakt deel uit van het gezin.

 

De omgeving wist dat we pleegkinderen hadden. We waren niet de enige op het dorp, dat  scheelt. De school, peuterspeelzaal, sportverenigingen, buren en alle anderen vonden het heel gewoon dat er weer een kindje bij was. Op den duur wisten ze niet beter of Saskia woonde bij ons en was ons kind.


Posted on 26/7/2011 at 19:01

Hoe Saskia bij ons kwam

De dag dat we gebeld zijn, 5 maart 2002, is ze gebracht. Ze hadden in een huis in de randstad 4 kinderen verwaarloosd aangetroffen. Moeder bleek in detentie te zitten en het oudste broertje toen 8 jaar voerde het huishouden, ze vroegen of het jongste kindje naar ons kon komen. In eerste instantie ging het om een crisisplaatsing.

We hebben na twee maanden aangegeven dat er, voor haar, een definitieve oplossing moest komen. Omdat ze zich anders aan ons zou gaan hechten en dan weer weg moest. We hebben aangeboden het om te zetten in langdurige pleegzorg. Dat hebben ze overgenomen.

De plaatsende instantie was op dat moment de Raad van de Kinderbescherming.

Toen de OTS(onder toezicht stelling) is uitgesproken en de MUP (machtiging uit huis plaatsing) bij ons was geregeld begon het eerste gedoe. Er mochten geen kinderen meer in een andere provincie geplaatst worden en Saskia moest terug naar de provincie Zuid Holland. We hebben bezwaar gemaakt. Omdat het niet in het belang van het kind was haar over te plaatsen, hebben we dispensatie gekregen.


Posted on 25/7/2011 at 14:03

de cursus van de pleegzorg

Op het moment dat we ons opgaven voor de cursus van de pleegzorg nu de stappencursus of iets dergelijks genoemd werkte ik nog fulltime.

In principe werden we afgekeurd, als pleegouders, omdat we beiden full time werkten. We hebben daarop een gesprek gehad en aangegeven dat een kind beter bij ons kan zitten, met een vaste oppas, als ik werk. Dat een vast gezin beter is als een tehuis. Dat we er begrip voor hebben als een kind naar een pleegmoeder toe kan, die hele dagen thuis is. Dat dit prima is, maar dat we niet willen dat een tehuis boven ons wordt verkozen. Op die manier zijn we alsnog geaccepteerd.  We hebben de cursus met goed resultaat afgesloten.


Posted on 23/7/2011 at 10:33

Waarom zijn we pleegouders geworden

 Alle namen die in de tekst worden gebruikt zijn schuilnamen omdat ivm de privacy de echte namen niet genoemd mogen worden. 

Ikzelf (Mishou) wilde in principe geen eigen kinderen. Ik vond dat er genoeg kinderen op de wereld waren, die een vader en moeder nodig hadden. Dus daar hoefde dan geen van ons aan toegevoegd.

We zaten al in het traject, de cursus, toen ik voor het eerst zwanger raakte. Vanaf dat moment gingen mijn hormonen raar doen. Ik heb 5 miskramen gehad omdat ik niet tegen foliumzuur kon en daarna is onze oudste zoon  geboren.

Als eerste kregen we een pleegdochter van 14, een netwerkplaatsing, Zij is twee jaar bij ons geweest. Daarna een jongen van 11, die is tijdelijk bij ons geweest. Daarna een pleegdochter van 15 jaar, die is tot haar 23-ste bij ons gebleven, In die tussentijd,  vóórdat Saskia kwam, nog twee meisjes van twee en een half jaar, omdat moeder in de psychiatrie was opgenomen. Die zijn een aantal weken bij ons geweest. Toen kon moeder niet meer zonder ze. Intussen  vingen we in het weekend een meisje op van 13, een netwerkplaatsing via de pleegzorg.

De motivatie is dus echt om kinderen, die het nodig hebben, te helpen.

Met alle pleegkinderen, behalve de twee kleintjes (hun moeder was illegaal en die zijn in de illegaliteit verdwenen) heb ik nog contact. Van eentje ben ik zelfs al een aantal jaren pleegoma  De  oudere kinderen zie ik minimaal eens per week. De oudste gaat regelmatig met ons mee op vakantie en is voor Saskia een echte pleegzus. Saskia  slaapt wel eens bij haar, als wij weg moeten.


Posted on 22/7/2011 at 20:10
Hosting door HQ ICT Systeembeheer