Soms heb je zo’n dag: dat je het liefst even alleen bent. Gelukkig had ik nog niet aan iedereen kenbaar gemaakt dat ik weer terug van vakantie was. Als nog niet iedereen weet dat je thuis bent, voelt het bijna alsof je ook nog niet echt thuis bent. Niemand die iets van je wil, heerlijk de dag aan jezelf. Het is fijn om je vakantie zo nog even te rekken.

(Herman Koch schreef hierover een leuke column in de Esta. Ja, ik lees soms de Esta. Ik bedoel: als hier vrouwen van ongeveertig nog die- hard Viva- lezeressen blijken, dan mag ik als ongetweeentwintig toch wel de Esta lezen? Toen ik acht was las ik elke Libelle van kaft tot kaft, en wist ik alles over het leven van Wieke Biesheuvel, haar Frank en haar doldwaze donderstenen Maartje, Mark en Paul. Dus wat dat betreft ga ik er op vooruit.)

ANYWAY.

Ik had de hele avond voor mezelf. En ik verheugde me erop. Maar toen ik in de Albert Heijn stond bekoelde die lol al een beetje. Want door al die idiote afspraken die ik met Dirts had gemaakt kon ik bijna alles van mijn boodschappenlijstje schrappen. Geen lekker glaasje wijn, niet mijn favoriete chocola voor bij de huiselijke kop thee.

Dan maar sinaasappels en ontbijtkoek.

Vol goede moed nestelde ik me op de bank, met de afstandsbediening, en een boek dat ik moest recenseren.

Maar ineens vond ik die hele avond alleen eigenlijk helemaal niet zo leuk. Ik voelde me een beetje allennig. Waarom belde er niemand? Stonden ze allemaal met elkaar in de kroeg een polonaise te vormen zonder mij? Werd ik vergeten door mijn vrienden? Hád ik eigenlijk nog wel vrienden?

(Dat is het ook altijd bij mij: als ik dan in die negatieve denkspiraal zit dan is het meteen ook helemaal mis. Voel ik me niet lekker: heb ik vast kanker en ga ik vast en zeker dood, met een lang en slepend ziekbed voor de boeg. Als er niemand belt: mijn vrienden haten mij waarschijnlijk opeens allemaal en ik zal eenzaam en verlaten sterven, bij voorkeur in de goot. Ik weet dat ik het overdrijf, maar ik kan er niets aan doen.)

En het was allemaal mijn eigen schuld. Want ík belde ook niemand. Ik zat daar maar op de bank, met mijn handsinaasappels en mijn kop ontslakthee een beetje zen en gezond te doen.

Ik ben maar gaan slapen. Blijkbaar was het niet mijn avond. De volgende dag bleek dat Dirts exact dezelfde avond had gehad. Hadden we elkaar tóch moeten bellen.