Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

nochtans

BEIJAARD 001:

 

“Maar laten ze mij in ’s hemelsnaam eens zeggen welke levensfase niet treurig, saai, vervelend, flauw en lastig zou zijn zonder de lust, dat wil zeggen de specerij der zotheid?" – Desiderius Erasmus, Lof der Zotheid

 

 IS THERE LIFE ON MARS?

 

Als de matten netjes in een kring rond zijn troon liggen, heeft Thomas nog een half uur om zich voor te bereiden. In de toilet van wijkcentrum de Pol kijkt hij aandachtig in de spiegel. Zorgvuldig gaat hij zijn grote bos krullen na op onregelmatigheden en kneedt hij zijn brede, grijze baard. Hij kijkt zichzelf in de ogen, ja een grootse, bijna goddelijke uitstraling heeft hij, waar hij zelf ook gevoelig voor is. Hij is waarlijk heel bijzonder, geen wonder dat anderen dat ook vinden, er is een belangrijke rol voor hem weggelegd in het leven. Hij knipoogt naar zichzelf, lacht, steekt zijn tong uit. Dan strijkt hij de plooien in zijn witte robe glad, hij voelt zijn lichaamswarmte door de zachte dunne stof heen.

Als hij er van overtuigd is dat zijn uiterlijk in orde is, gaat Thomas terug naar het zaaltje dat hij gehuurd heeft voor de sessie van die middag. Op zijn troon, een soort podium in het midden van het zaaltje, heeft hij een fluwelen kussen en een bloemenkrans klaar gelegd. De krans hangt hij zorgvuldig om zijn nek, dan gaat hij op het kussen zitten. Straks zullen zijn leerlingen hier om hem heen zitten, om te proeven van zijn verlichtende aanwezigheid. Om te baden in de goddelijke genade die hen ten deel valt. Hij vouwt zijn benen onder zich, in de lotushouding, met de ogen dicht wacht hij tot iedereen binnen is. De energie van de kosmos stroomt nu al zijn kruin in, via het kussen het muf ruikende lokaal in, stuit tegen de muren en omarmt de brandende kaarsen en wierrook.

Met eerbiedige stilte komen de cursisten binnen geschuifeld. Ze zullen voor hem buigen, maar dat kan Thomas zich alleen inbeelden, aangezien hij zijn ogen nog dicht heeft. Zou hij hebben gekeken dan had hij in het decolleté van Moria kunnen kijken, de mollige vriendin van zijn vrouw met de grote borsten. Dan luidt een klap van Hans op de klankschaal het begin van de dwaze meditatie in. Thomas opent de ogen en ziet dat ze alle drie aanwezig zijn. Zoals altijd begint de oude Gerrit enthousiast te schreeuwen dat hij van iedereen houdt. Als hij nou eens zijn bek houdt, denkt Thomas, dan zou ik misschien ook van hem kunnen houden. Dan gaat hij  dansen als John Travolta en zingen, met hoge, geknepen stem als de Bee Gees “Ah, ah, ah, staying alive”. Moria kruipt op handen en voeten over het zwarte tapijt luid loeiend als een koe de kamer rond. Hans is op zijn plek blijven zitten, heeft zijn ogen nog dicht en zeurderig zoemt hij terwijl zijn bovenlichaam heen en weer wiegt. Met z’n vieren maken ze meer herrie dan een kleuterklas die Sinterklaas begroet.

“Het ego huist in het verstand!” roept Thomas, waarop het groepje in stille gekte toeluistert. “Doorbreek de heerschappij van de ratio en geef je over aan de goddelijke dwaas in je hart.” Met gespreide armen en rood hoofd, op zijn tenen staand kijkt Thomas iedereen even aan. Stuk voor stuk stralen ze van geluk, de anders zo beheerste en beschaafde vaders Hans en Gerrit, de verleidelijke Moria, die ondanks haar leeftijd nog altijd heel aantrekkelijk is. Ze kijkt hem intens aan, haar blonde haren plakken van het zweet op haar voorhoofd. “Laat alle gêne varen en wees je ware heilige zelf!” Thomas springt van het podium af, van opwinding heeft hij een stijve pik gekregen die voor iedereen duidelijk zichtbaar in zijn robe staat. Moria kruipt, nu mekkerend als een schaap, op hem af; het geile varken. Thomas laat zich ook op zijn knieën vallen. Vliegensvlug zit hij achter haar dikke kont. De aanwezige mannen weten wat hij van plan is, maar kijken hem bewonderend toe. De altijd zo vrome goeroe kan zich werkelijk laten gaan! Terwijl Thomas zijn grote pik tegen de billen van Moria wrijft, zingt hij uit volle borst “Is there life on Mars?” Nu ben ik de verlichting nabij, ik word aangeraakt door God zelf! denkt Thomas, en ik ga een boek schrijven over deze revolutionaire methode, iedereen zal me aanbidden en ik word schatrijk! Dan geeft Hans opnieuw een klap op de schaal.

“Wie denk je wel dat je bent?” Moria kijkt hem woest aan. “Jij zal me hier nooit meer zien viezerik, en reken maar dat je vrouw hiervan te horen krijgt!” Met grote stappen stampt ze het lokaal uit, en zonder iets te zeggen vertrekken ook de mannen. Hijgend ligt Thomas op de vloer zichzelf in te prenten “Het is een illusie, allemaal illusie, God houdt van alle mensen.”

 

REITSMA afb003:

Liselotte Hegt (DIAL) - Headway festival 2007

REITSMA afb002:

Kristoffer Gildenlöw (DIAL) - Headway festival 2007

REITSMA afb001:

Kristoffer Gildenlöw (DIAL) - Headway festival 2007

BEIJAARD 002:

Mijn lieve moeder waardig

 

Toen ik een jaar of vijf was, ik zat nog in de kleuterklas, heb ik een keer een hele middag zitten zweten op een schilderij. In mijn hoofd was het kristalhelder hoe mijn straat eruit zag, welke kleur de boom voor mijn huis had, hoe mijn moeder in de tuin stond te lachen, hoe de zonnestralen op de dakpannen vielen. Met de tong uit de mond kneep ik in de kwast tot mijn vingers pijn deden in een poging om mijn kinderlijke motoriek onder controle te krijgen. Hoewel ik het leuk vond om te doen, schilderde ik niet voor de lol. De ambitie om zo mooi mogelijk te schilderen had me geheel in z’n greep. Het resultaat moet zoiets als dit geweest zijn:

  

 

De kleuterleidster was vanzelfsprekend enthousiast, maar ik niet. Hevig teleurgesteld constateerde ik dat het in niets leek op mijn straat, mijn huis, mijn moeder, onze boom, de zon, de hemel. Vertederd zei ze dat ik het maar aan mijn moeder moest geven, de schat, moet ze gedacht hebben, zo zijn best gedaan op een tekening voor zijn moeder. Maar mijn moeder was zo lief, dit was haar helemaal niet waardig. Juf had natuurlijk geen verstand van kunst, dat kon ik zo wel zien, en om dat er nog even in te wrijven is ook niet aardig, dus ik zei maar niets.

Tussen de middag, toen ik naar huis liep door de regen, heb ik de tekening in de bosjes gegooid. Bij de lunch was ik nog wat stilletjes, maar toch ook wel opgelucht dat ik niet meer met dat gedrocht geconfronteerd zou worden en toen ik daarna weer terugkwam op school dacht ik er al niet meer aan. Toen ik op mijn plaats zat kwam juf naar me toe, met mijn drijfnatte schilderij in de hand. De moeder van Maarten had mijn tekening gevonden, en gelukkig was de verf niet uitgelopen. Ze zou ‘m voor mij te drogen hangen, dan kon ik er ’s middags mijn moeder alsnog blij mee maken. Ik had de tranen in mijn ogen staan. Juf dacht dat het vreugdetranen waren en gaf me een aai over de bol, ook zij moest even slikken, de puurheid van mijn kinderhart, mijn onschuld, het gaf haar pardoes weer vertrouwen in de mensheid. Natuurlijk durfde ik het schilderij niet nog een keer weg te gooien, dus toen ik thuis kwam gaf ik het schilderij dat iets gebobbeld was door de regen aan mijn moeder. Beschaamd keek ik naar mijn voeten terwijl ze het in ontvangst nam. Ze zei dat ze het prachtig vond en hing het meteen op de koelkast. Ik zou er nog wekenlang tegen aan moeten kijken, en elke keer zou het me confronteren met de wetenschap dat zelfs mijn moeder niet te vertrouwen was. Wat een ode aan haar moest zijn, werd de eerste smet op mijn beeld van haar.

Dit perfectionisme, dat nooit leidt tot bevredigend resultaat, achtervolgt me tot de dag van vandaag. Deze site is deels bedoeld om dat te overwinnen. Ik wil mezelf oefenen in schrijven, maar ik heb nog nooit iets geschreven dat aan mijn eigen standaard voldoet. Toch zal ik vanaf nu mijn verhalen, columns en gedichten op deze site zetten. Ik zal nog steeds zweten op elk stukje dat hier op komt, maar ook als ik het eigenlijk niet goed genoeg vind, zal ik het plaatsen. Ik hoop dat ik er beter van wordt, en wie weet kan ik dan op een dag zeggen dat ik iets heb gemaakt dat mijn lieve moeder waardig is.

 

Werktitel

 

Werktitel

 

Dit is het begin van een verhaal waar ik de laatste dagen mee bezig ben geweest. Helemaal tevreden ben ik er niet over, maar ik heb mezelf voorgenomen er de komende tijd verder aan te schrijven. Omdat ik nog niet weet hoe het zich zal ontwikkelen, bombardeer ik het bij deze tot een vervolgverhaal. U kunt terwijl ik schrijf met me mee lezen.

 

Daarom; Deel 1: Boodschappen, van het verhaal met de werktitel Werktitel.

 

Deel 1: Boodschappen

 

Al bij de groenteafdeling is Pieter weer eens vergeten dat er anderen bij zijn. “Wat kan mij die mensen nou schelen? Je weet toch dat jij de enige bent die ervoor mij toe doet.”, daagt hij haar uit, terwijl hij vier tomaten in een zakje liet vallen. Zijn zwarte ogen lichten op in het witte schijnsel van de tl-buizen. Om hen heen cirkelt de zaterdagdrukte van volle karren en boodschappenlijstjes. Talloze mensen die zielloos hun routine uitvoeren van de consumptie die van hun verwacht wordt.

            “En wat heb je weer een heerlijke manier om dat te laten merken.”

            “Het is maar goed dat ik geen eerlijk mens ben, je zou de liefde die ik voor je voel niet kunnen verdragen als ik die zou uiten.” Nadat hij de tomaten afgewogen heeft, doet hij er nog één bij, alvorens hij ze in het wagentje gooit.

“Jij weet niet wat liefde is, je hebt me nog niet eens gefeliciteerd.” Aletta legt haar hand op zijn rug, vragend om een kus, maar Pieter keurt de ijsbergsla. Met z’n tweeën wanen ze zich een eiland van bewustzijn in een zee van comapatiënten. 

“Ik moet blij zijn dat je bij me weggaat? En ik ga trouwens toch niet voor niets voor je koken?” Het enige dat ze krijgt is een tik op haar billen. Een klein meisje krijst omdat ze geen snoep van haar moeder krijgt, haar reprimande verstoord voor even de concentratie van het winkelend publiek.

“Wie zegt dat ik bij je wegga? We kunnen elkaar toch in het weekend zien?”

“En door de weeks maar masturberen?” Hij grijnst in het gezicht van een oude vrouw die naast hem staat. “Mas-tur-be-ren.” herhaalt hij, maar ze doet alsof ze het niet hoort.

“Alles is bij jou alleen maar seks, je weet niet wat liefde is. Zullen we krieltjes nemen?” Ze pakt het zakje en legt het in de wagen.

“Prima, de liefde, nee ik weet niet wat dat is. Vertel het mij maar, wat is de liefde als je straks nieuwe mannen ontmoet en ik aan de andere kant van het land woon? Als ze doen alsof ze geïnteresseerd zijn in de schilderijen van Gerard ter Borch en je daarbij diep in de ogen kijken?”

“Zoals je mij ooit versierd hebt, bedoel je? Kan ik jou wel alleen laten hier, als jij de trucs zo goed kent?”

“Nee, dat kun je inderdaad niet. Maar ik kijk er naar uit hoor, ik zal al die vrouwen vertellen dat ik een vriendin heb. Niks windt een vrouw zo op, als te horen dat je al bezet bent. Eén voor één zal ik ze laten voelen dat ik niet weet wat liefde is.”

“En dan maar klagen, volgens mij vind jij het helemaal niet erg dat ik die baan heb gekregen. Eindelijk kan je je gang gaan. Heb je nog brood in huis, ik ga niet zonder ontbijt de deur uit nadat je mij de hele nacht liefde hebt gegeven.”

“Goed dat je het zegt, en we hebben ook nog vlees en melk nodig. Zullen we biefstuk eten omdat we vieren dat het voorbij is?” Plagerig knijpt Pieter Aletta in haar zij, ze beantwoord het met de kus die ze toch al wou.

 

“Zag je die caissière kijken? Je had haar zo kunnen pakken op de boodschappenband, midden tussen al die mensen. Je had je alleen geïnteresseerd hoeven tonen in de wondere wereld der zegeltjes. Maar nee hoor, jij bent één en al zelfbeheersing.”, zegt Aletta terwijl ze een arm om de middel van Pieter slaat op de parkeerplaats. “En zij, moet je haar zien kijken, ze kleed je uit met de ogen.” Met haar kin wijst ze naar een vrouw van een jaar of veertig die helemaal niet kijkt, maar gewoon haar boodschappen achter in de auto laadt.

“Inderdaad, pure zelfbeheersing. Het is dat jij er bij bent, anders had ik haar zo de achterbank op gedrukt. Of zal ik haar vragen of ze vanavond meedoet?”

“Is goed, dan vraag ik meteen of ze nog een geile kunsthistoricus kent die wel in is voor een orgie. Oh nee, dat is waar ook, je bent te onzeker over je kleine pikkie om er een andere lul naast te dulden hè?” Met haar vrije hand reikt ze naar zijn kruis, maar hij wringt zich los.

“Zeg, doe even normaal, iedereen kijkt.”

“Ja, nu ga je in één keer preuts doen, ik dacht dat jij zo’n schaamteloos neukmonster was?”

“We houden er over op. Laten we er nog een gezellige avond van maken.”

Aletta’s lach schalt over de parkeerplaats. “Zou jij dit weekend eigenlijk niet naar je ouders gaan?”

“Ik heb ze afgezegd, ik had een goed excuus nu jij die baan gekregen hebt.”

“Je moet er binnenkort wel heen gaan hoor, je bent nog niet bij ze geweest sinds de operatie van je pa.” Ze kijkt hier heel ernstig bij.

 “Jaja, binnenkort.” Pieter denkt aan het telefoongesprek met zijn moeder de dag ervoor, ze moest huilen toen hij vertelde dat hij niet op bezoek zou komen. “Je zus komt ook nooit meer. Wat hebben we jullie misdaan? Zeker nu je vader zo zwak is kunnen jullie toch wel even komen? Het zou hem goed doen Pieter. Jullie zijn zo ondankbaar.” “We zijn niet ondankbaar, we hebben het gewoon druk. En ik moet nu even voor Aletta klaar staan, en Ellen heeft het druk met haar nieuwe huis. Zijn jullie daar trouwens al geweest?” “Hoe durf je ons verwijten te maken? Je weet toch dat je vader nog niet kan lopen, als je nu eens bij ons op bezoek zou komen, dan zou je zoiets niet durven zeggen.” “Ik zeg helemaal niks, ik vraag alleen of jullie al naar het nieuwe huis hebben gekeken, ik was gewoon benieuwd of ze nu leuk woont.” “Ik ken dat toontje van jou wel hoor, wat hebben we je toch misdaan dat je zo’n toon tegen me aan slaat?”

“Weet je wat het is,“ zegt Pieter terwijl hij de boodschappen achter in de auto, een oude bruine volvo, zet “mijn ouders halen hun energie niet uit hun eten en drinken, maar uit de mensen met wie ze omgaan. Het zijn parasieten op andermans levensvreugde.”

Aletta lacht, “Dan valt er bij jou niet veel te halen. Je stelt je aan, je vader is toch wel lief?”

“Tegen jou ja, omdat hij jou mooi vindt, de redding van zijn wereldvreemde zoon, mij negeert hij gewoon. Al zo lang als ik me kan herinneren communiceert mijn vader met me via mijn moeder.” Pieter imiteert met hoge stem zijn moeder: “Je vader maakt zich zorgen over je. Je verkoopt nooit schilderijen, moet je niet eens een vak gaan leren?”

 

De vader van Pieter is dat voorjaar geopereerd aan zijn hart. Al een maand lang heeft Pieter een bezoek aan zijn ouders voor zich uit kunnen schuiven met smoesjes. Natuurlijk heeft hij het druk, maar het is echt niet zo dat hij niet even vrij had kunnen nemen bij de drukker, of een dag schilderen had kunnen laten voor wat het is. Veel van die dagen wacht hij op een ingeving, een flits van inspiratie die nooit komt, en er is niemand die op zijn werken wacht. Geen geïnteresseerde koper of galeriehouder die druk op hem uitoefent. Hij is een onbeduidende kunstenaar die door niemand is opgemerkt als groot talent. Vaak heeft Pieter hier van gedroomd, maar hij komt steeds vaker tot de conclusie, peinzend in zijn bed, dat zijn ouders uiteindelijk gelijk zullen krijgen. Hij had een vak moeten leren.

Waarom Pieter zijn vader niet onder ogen komt, moet dus een andere reden hebben dan het drukke schema. Wellicht dat Pieter zich schaamt voor zijn gebrek aan succes. Zijn ouders zagen geen grote rol voor hem weggelegd in het leven, maar wel een zeker bestaan met een degelijke baan (misschien zoals zijn vader bij de belasting), een degelijke vrouw en een stel degelijke kinderen in een degelijk huis. Pieter daarentegen heeft nooit gedroomd van een degelijk leven, het moest groots en meeslepend, met erkenning voor een briljante prestatie, om het even welke. Met de keuze voor de kunst had hij al afscheid genomen van zijn ouders toekomstvisie, nu is het aan hem om te bewijzen dat deze keuze de goede was. En Pieter is er blijkbaar de man niet naar om de eeuwige focus op zichzelf even te verschuiven naar zijn vader. Het is de vloek van de jeugd die Pieter met zijn 25 jaren nog altijd niet heeft weten te bezweren.

Of Pieter dan niet geschrokken was toen hij hoorde dat zijn vader een bypass nodig had? Hij had vroeg of laat zoiets wel verwacht, dat is alles. Meer kwam er niet bij hem op dan een soort “zie je wel”. Pas toen hij het gezicht van Aletta zag betrekken bij het horen van het nieuws, begreep dat hij dat dat niet gepast was. Hij nam zich voor zelf te bellen om naar de afloop te informeren, maar toen het moment daar was, belde zijn moeder en was hij dronken.

 

Moet een mens cynisch worden als hij ziet hoe zelfingenomen een jongeman kan zijn die nooit bewezen heeft dat hij meer kan dan interessant kletsen over zaken die in wezen niet interessant zijn? Aletta is het in ieder geval nooit geworden, met als grootste wapen tegen onverschilligheid de nuchterheid. Geen grote woorden voor de weltschmerz van een puberale geest. Zij lacht vriendelijk om de grillen van haar vriend, zij weet dat zijn diepe gedachten even oppervlakkig zijn als de praatjes die anderen over de tv-programma’s van de avond ervoor maken. En juist op die manier kan ze zijn aanwezigheid waarderen, al vermoedt Pieter, die dit alles wel doorziet, dat er een superioriteitsgevoel achter schuilt. Juist haar zelfbewuste weerstand tegen zelfingenomenheid, maakt haar zelfingenomen, dat heeft zij immers niet nodig om zich goed te voelen.

Toen ze elkaar een jaar daarvoor leerden kennen, ging Aletta regelmatig met studievriendinnen naar toneelvoorstellingen, poëzieavonden, jazzconcerten, musea en exposities van kunstacademiestudenten. In deze kringen van snobistische en idealistische jongeren, die allen dachten dat de wereld aan hun voeten lag, kwam ze ook Pieter vaak tegen. Hij was daar dan met zijn stoere vrienden met baarden en colbertjes, waar hij opviel omdat hij geen excentriek kapsel had. Haar vriendinnen waren alleen maar bezig zoveel  mogelijk van deze intrigerende jongens te verleiden, zijn vrienden waren alleen maar bezig zo hard mogelijk deze knappe meisjes te imponeren. En Pieter en Aletta hadden gemeen dat ze allebei teveel dronken en altijd alleen overbleven. Er kwam helemaal geen interesse in Gerard ter Borch bij kijken voor Pieter om de kunstgeschiedenisstudente te versieren, zoals zij het zich graag herinneren. Hij had haar al voor zich gewonnen toen hij haar iets te drinken aanbood.

 

Wordt vervolgd en ongetwijfeld herzien…

 

de grillen van mijn fantasie - FLARD # 01

Kolossaal, een ander woord vind ik er niet voor. Hij zit in een tobbe, formaat tractorband. Zijn spekarmen hangen lui over de randen. Schuim parelt tussen zijn vingers. Zijn vetrollen liggen over elkaar als schubben. Zijn borsten zijn imposanter dan die van haar, terwijl zij toch zeker geen kleine borsten heeft. Ze staat achter hem en schrobt zijn rug met een grote borstel. Hij is een attractie, een levende berg vet. Hij heeft de lachers op zijn hand wanneer hij toont zo’n omvangrijke pens te hebben dat hij zijn handen niet bijeen te kunnen krijgen. Hij veroorzaakt kreetjes op de tribune wanneer hij uit zijn troon opstaat. Zijn benen trillend en zuchtend onder het gewicht. Hij moet straks weer op. Hij wordt de piste ingereden door een zestal gespierde mannen. Hij zou zijn meelijwekkende kunstjes weer doen. Ik ga niet kijken. Ik heb het al een keer gezien. In tegenstelling tot de bedoeling gniffelde ik niet, van leedvermaak, ontzag of ongeloof. Nee, ik werd zeer, zéér, droevig van deze man. Deze berg spek die niets anders meer kan dan zich laten uitlachen door het publiek.

Ik ga wel naar haar kijken. Zij met het perfecte lichaam, haar onbeschrijfelijke lenigheid. Maar ook haar bekijk ik met een dubbel gevoel. Enerzijds ben ik net als al de andere aanwezige mannen. In no time opgegeild wanneer deze perfect geproportioneerde slangenvrouw haar benen in haar nek legt en hitsig tussen haar knieën door naar het publiek glimlacht. Het bedroeft me dat ik ook een van die mannen ben; dat ik me ook laat vangen door dergelijke platheid.

Anderzijds door oprechte interesse. Haar show ís mooi. Haar acrobatische capriolen zijn een wonderlijk ballet en kleuren het behang van viool- en sitarklanken.

De twee zijn een attractie op zich zoals ze hier nu bezig zijn. Zeug tegenover gazelle. Afstotelijk tegen aantrekkelijk. Ze schrobt zijn rug met liefde. Liefde tussen twee goede vrienden. Minnaars zijn ze niet. Ik wil de borstel van haar overnemen, om haar te ontlasten.

Wanneer ik dicht genoeg genaderd ben om een zachte kuch verstaanbaar te laten zijn kuch ik. Ze kijken me verbaast aan. Ik zie ze zoeken naar woorden om me uit te leggen dat gasten hier niet horen te komen. Ik smoor hun woorden door haar de borstel uit de hand te nemen. Ik duw het kluwen van paardenhaar in het water en plaats hem terug op zijn rug. Met enige kracht schrob ik zijn rug. Ik moet denken aan mijn moeder. Zoals zij me liefdevol afschrobde na het buitenspelen. In een kleine teil, in de badkamer. Een ouderwets bad welke ‘net zo goed functioneerde als een modern bad’.

We zwijgen. Ik schrob. Zij rookt. Hij wordt geschrobd. Het is een vreemde situatie maar ik begin langzaam steeds meer gewend te raken aan vreemde situaties. Ik lééf in vreemde situaties. Zoals dat kan gaan na lange stiltes starten we alledrie tegelijk het gesprek waardoor onze eerste woorden verdwijnen in de moes van de samenvallende klanken. We excuseren ons hiervoor, tegelijk. Dáár lachen we om, tegelijk. Om vervolgens elkaar het eerste woord te gunnen, wederom tegelijk.

Uiteindelijk ben ik degene die de uitnodiging aanneemt.

(Ik voel een drang om de wereld te verbeteren. Hun de les te lezen over de situatie hier. Dat ze zich niet moeten laten misbruiken om hun uiterlijk en hun trucjes. Dat er een wereld buiten deze kermis is. Dat zij populair is om de eindeloze mogelijkheden tot bizarre standjes; om haar borsten; om haar geile glimlach. Dat zij in een illusie leeft dat mensen naar haar show kijken vanwege het theatrale en acrobatische aspect. Ze verkopen hun lichaam, allebei. Zij zijn hun lichaam gewórden. En de feiten liggen zo: zij is geil, aantrekkelijk, heet. Hij is moddervet, afzichtelijk, de schrik voor iedereen die aanleg heeft voor een maatje meer. Hij wordt gebruikt als schrikmiddel. Snoep niet teveel want je wordt net zo vet als hem. Zoals sommigen de hemel als schrikbeeld gebruiken. Je moet zoet zijn anders kan je het schudden met naar de hemel gaan. Hij is de belichaming van leedvermaak. Groot leedvermaak.)

‘Het zit zo…’, zeg ik.

 

Hosting door HQ ICT Systeembeheer