Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Leonardo

1/1/2013 - Dom Dagboek 4: Over plonstoiletten, lavalampen en voornemens

Deze ochtend, toen ik op het toilet zat, keek ik eens naar beneden. Niet om mijn pik of mijn ballen te bewonderen, want die zie ik sowieso al meerdere malen per dag. Maar meer omdat ik al jarenlang gefascineerd ben door dat vreemde plateau in het toilet. Dat is iets Nederlands. Nog niet zo lang geleden zat ik in de Verenigde Staten. Daar hebben ze wat wij ‘plonstoiletten’ noemen. Dat is gewoon een pot met flink wat water. Als je daar je drollen in laat vallen dan worden je billen automatisch gewassen.

 

Die plonstoiletten zijn overigens fantastisch als je een beetje lichtgewicht drollen weet te produceren. Die drijven dan zo mooi als boomstammetjes rond en als je dan ook nog eens dennegeur gebruikt tegen alle nare luchtjes, dan waan je jezelf zo ergens in de binnenlanden van Canada, waar men nog zonder gewetensbezwaren de longen van de wereld om kan zagen. Als je vaak midden in de nacht op moet, omdat je interne vuilverbrander wat afval wil lozen, dan zijn die plonstoiletten niet bepaald mensvriendelijk te noemen. Kan me herinneren dat er nachten zijn geweest in de Verenigde Staten dat ik bijkans van schrik door het systeemplafond van de badkamer gesprongen ben.

 

De Nederlandse plateautoiletten zijn daarentegen spatvrij. Wij hebben daarnaast ook nog eens het immense voordeel dat, mocht je last van je maag hebben, je de drollen eerst nog eens vermanend aan kunt staren, voordat je ze het riool in stuurt. Dat is, natuurlijk, als je op zo’n moment nog drollen kunt produceren. Mocht je diarree hebben, dan is een plateau beduidend minder handig.

 

Toen ik nog jong en idealistisch was dacht ik altijd dat het plateautje in het toilet onderdeel was van een mystiek ritueel dat mijn ouders mij ongetwijfeld op mijn 21ste verjaardag zouden gaan vertellen. Later rekte ik die leeftijdsgrens nog een paar keer op. Maar nu ik 37 ben heb ik het idee dat die dag nooit zal komen. Persoonlijk dacht ik dat het juist de bedoeling was om iedere ochtend je eigen drollen eens goed te bekijken. Aan de vorm kon je dan zien wat de dag zou gaan brengen. Toen ik daar eenmaal van overtuigd was heb ik nog wel een tijdje geprobeerd zo artistiek mogelijk te poepen, maar dat is een kunst die ik me nooit helemaal eigen heb weten te maken.

 

Inmiddels heb ik het plateautje plus het drollenkijken in de ochtend verwezen naar mijn lijstje met totaal zinloze dingen. Op die lijst staan wel meer dingen, waaronder de lijst zelf uiteraard. Mijn ex bijvoorbeeld heeft altijd de neiging om talloze kussens op het bed te leggen, want dat staat mooi. Of beter gezegd, ze had het ooit eens in een blad zien staan en dacht dat ze dat dus ook absoluut stante pede moest hebben. Daarbij volkomen aan het feit voorbij schietende dat zij met regelmaat zelf zonder kussen slaapt. En daarnaast kan ik me ook niet herinneren dat we ooit met de visite een hele middag in de slaapkamer hebben doorgebracht om de kussens te bewonderen.

 

Zij was trouwens ook degene die vroeger absoluut een lavalamp moest hebben. Die waren toen helemaal in de mode en zij vond dat fantastisch. Ze beweerde dat ze er zeker hele avonden naar zou gaan zitten staren. En ik moet zeggen, eigenlijk alleen maar omdat ik dat nog wel eens mee wilde maken kocht ik zo’n onding. Ik was er persoonlijk na 3 seconden volledig op uitgekeken. Het was net een gigantische zetpil, gevuld met smurfensnot dat een beetje doelloos rondzweefde. Mijn ex heeft het nochtans zo’n 5 minuten volgehouden. Daarna werd het een prachtig stukje design waar je iedere week trouw de stofdoek overheen haalde. De term lamp overigens was ook erg optimistisch.

 

Vandaag ben ik naar mijn werk gegaan. Een daad die wellicht eveneens op het lijst van nutteloze dingen had gekund. Echter, ik had me een paar weken geleden opgegeven om ook in de vakantieperiode te komen werken. Dat om mijn gedachten zoveel mogelijk te kunnen verstrooien, niet om nog meer verlofdagen op te sparen. Daarvan heb ik er geloof ik al een stuk of 80. Op elke normale werkdag zouden mijn gedachten zonder enig probleem verspreid zijn geraakt over tal van uitdagingen. Jammer genoeg valt 27 december niet onder de normale werkdagen.

 

Ik zat in mijn tamelijk grote kantoor (er is ruimte voor 8 mensen, maar we zitten er hooguit met maar 4) en probeerde mij door mijn mailbox heen te worstelen. Nog zo’n zinloze uitvinding is de ‘out-of-office-assistent’. Je zet zo’n ding aan, maar als je dan na een weekje terugkeert zit je mailbox nog net zo vol als dat je niks aan had gezet. In die van mij zaten 81 mails. Ook nog zoiets wat mensen zo graag doen: mailen.

 

Heel eerlijk gezegd ben ik iemand die graag gewoon contact heeft met mensen. Liefst in een ontmoeting of anders bel me of stuur even een sms. Mailen is meer een vorm van ‘ik durf je niet persoonlijk te spreken, dus pleur ik het maar op het internet als jij even niet kijkt'. Mensen durven dan ook meer te zeggen. Immers, de tegenpartij kan niet meteen reageren. Nu moet ik wel toegeven dat het meeste contact dat ik heb met mensen jammer genoeg via mails gaat. Slechts met een enkeling doe ik wel eens chatten, ontmoetingen zijn schaars. Maar dat volledig terzijde, dat is mijn euvel.

 

Zo ergens rond mail nummer 25 kwam ineens Michael aanlopen. Dit is een collega die feitelijk altijd wel een keer of wat per week semi-per ongeluk langskomt om een praatje te maken. Sinds hij vader is geworden zijn de gesprekken bij hem thuis waarschijnlijk wat één-onderwerperig geworden, dus zoekt hij zijn heil elders.

 

“Héé, jij ook hier?”, was zijn briljante openingszin. Of zoiets nu cultuur- of regiogebonden is, weet ik niet. Maar het is wel zeker dat ik het totaal zinloze opmerkingen vindt. Je komt ergens binnen, je ziet iemand zitten en dan ga je hem als eerste vragen of hij er ook echt is. Het zijn die kleine dingetjes die me doen beseffen dat ik waarschijnlijk één van de laatste zinnige mensen op aarde ben. Misschien is de mensheid wel getroffen door een heel eng virus, maar weet niemand dat nog, want het verspreid zich zo geniepig.

 

“Geen antwoord?”, vroeg Michael. Kennelijk had ik hem gewoon aan zitten staren. Soms schijn ik dat wel eens te doen. Dan reageer ik niet, maar kijk de ander alleen maar aan. Op zich geen misdaad natuurlijk. Iedereen mag gewoon kijken. Daar heb je die ogen voor gekregen.

 

“Ik had niet de indruk dat je een antwoord op je vraag wilde hebben”, zei ik.

 

Michael liet in een grijns zijn tandjes zien en keek even om zich heen. “Het is niet druk vandaag”, merkte hij op. Wederom zo’n zinloos pakketje woorden. Hij was nota bene door een tweetal fabriekshallen gelopen zonder ook maar enig menselijk wezen te zien. Daarnaast is het de dag na Kerst, dus had hij al van tevoren kunnen beredeneren dat er weinig mensen zouden zijn.

 

Om hem tegemoet te komen haalde ik mijn schouders op. Daarna keek ik even snel naar mail nummer 26. Een of ander knullig ogend schema van iemand die nodig een cursus Excel voor digibeten nodig was.

 

“Nou, jij bent ook niet erg spraakzaam zeg. Heb je niks gehad met de Kerst?”

 

“Ja hoor”, antwoordde ik, zonder op te kijken van het beeldscherm.

 

Michael keek even verwachtingsvol naar mij en vervolgens naar het grote planbord dat we aan één kant van het kantoor hebben hangen. De eerste weken van het komende jaar had ik daarop zoveel mogelijk in detail ingepland.

 

“Het is nog niet zo druk”, zei Michael.

 

Ik zuchtte. Zelfs een kind had aan het aantal plankaartjes op het muurvullend planbord kunnen afleiden dat het momenteel niet bepaald overloopt van het werk, laat staan iemand die er met grote regelmaat op kijkt. Ik moet hier opmerken dat als ik zeg dat ik graag echt contact heb met mensen, ik daar dus geen nietszeggende woordenruil mee bedoel. Ik overlegde met mezelf of ik hem met een paar norse opmerkingen het kantoor uit zou moeten bonjouren of dat ik hem gewoon moest blijven negeren.

 

“En?”

 

Nu keek ik op. Alleen maar het woorden ‘en’ met een vraagteken de ruimte in slingeren is zoiets als ‘bom’ roepen op de Dam. Het verwart, het brengt paniek, het is suggestief en je kunt werkelijk alle kanten mee op. Daarnaast, vragen waar ik geen antwoord op weet, die haat ik.

 

“Heb je al goede voornemens gemaakt voor het nieuwe jaar?”

 

Die zin vond ik dus een anticlimax. Na het woordje ‘en’ met vraagteken had Michael de meest fantastische dingen kunnen vragen. Hij had mijn geest tot op het geestelijke bot kunnen raken. Hij mijn ziel kunnen beroeren. Hij had wellicht iets kunnen vragen wat ik op had moeten zoeken op het internet. Maar nee, hij kwam met waarschijnlijk het meest nutteloze ding ter wereld, te weten: goede voornemens voor het nieuwe jaar.

 

Een plateau in je toilet, een dozijn kussens op je bed of een lavalamp, niets van dat kan tegen de goede voornemens op. Goed, het schijnt een traditie te zijn. Maar dat wil niet meteen zeggen dat het ook zinnig is. Hoeveel mensen hebben er goede voornemens en hoeveel leggen die weer terzijde in het nieuwe jaar? Een goed voornemen hoeft toch niet persé op 1 januari in te gaan? Die hele datum is gewoon willekeurig gekozen.

 

Frank, een collega die iedere dag naast me zit en afwisselend naar nicotine of old spice ruikt alsof hij zich in die dingen wast, is ook al zo’n goede-voornemens-type. Ook hij zweert bij de almachtige, heilige 1 januari. Al diverse malen heb ik uit zijn mond mogen vernemen dat hij met roken zou gaan stoppen. Beloftes die bij hem een paar weken duren en hem meestal niet meer opleveren dan weer een extra 5 kilo bij het reeds aanwezige overgewicht. Tevens zou hij meer gaan bewegen en gezonder gaan eten.

 

“Nee, ik heb geen goede voornemens”, antwoordde ik de vraag.

 

“Oh”, reageerde Michael. Hij zei het op zo’n manier dat er een beetje terleurstelling in zat.

 

Dat deed mij fronsen. Want kennelijk kennen mijn collega’s mij niet zo goed. Anders hadden ze toch heus geweten dat ik persoonlijk goede voornemens het liefst in laat gaan op het moment dat je daar ook zelf klaar voor bent. Het beste kun je dat gewoon op de dag zelf doen. Een datum in de toekomst prikken is zo totaal zinloos. Rokers zie je zichzelf ook bijkans doodpaffen op 31 december om maar het hele pakje leeg te krijgen voor het vuurwerk. Wat daar nu precies het gezonde aan is ontgaat mij al jaren.

 

“Nou”, zei Michael. “Ik wel heb ze wel hoor.”

 

“Fantastisch”, kreeg ik er met moeite uit. Mailtje nummer 27 opende zich voor mijn ogen. Daarin zit de vraag of ik voor de Kerst nog iets wilde doen. Weer zo’n nutteloos gebruik van het internet. Mijn virtuele prullenbak was zich al aardig aan het vullen.

 

“Wil je ze horen?”, vroeg Michael.

 

“Gaat dat iets bijdragen aan het algemeen welzijn van deze planeet?”, vroeg ik, terwijl ik meteen de mailtjes 28 en 29 in de prullenbak kieperde.

 

“Eh, nee”, antwoordde Michael aarzelend. Hij keek me even aan, er volgde een stilte. “Nou, dan ga ik maar vast aan het werk”, zei hij vervolgens.

 

“Doe dat.”

 

En hij ging. Niet dat ik iets tegen Michael heb of mijn collega’s in het algemeen hoor. Heus, op andere dagen zou ik zeker een wat langer gesprek met hem hebben gehad. Maar het brengt me allemaal niet zo heel veel. Michael is daarnaast ook nog eens het type dat met gemak een compleet kwartier van je tijd opsnoept als je hem daartoe de gelegenheid geeft. Dus hield ik het kort.

 

Bij mailtje 38 stopte ik, omdat ik me bedacht dat ik wel degelijk een goed voornemen had. Niet voor 1 januari, maar wel eentje voor zo spoedig mogelijk. Gewoon vakantie nemen. Al het werk dat ik zou moeten doen er even in een hogesnelheidstreinvaart afwerken. Alle mails in de virtuele prullenbak flikkeren en gewoon genieten van het vrij zijn. Ik kraakte even mijn vingers, control-A en Delete, voila, mailboxje leeg. De Dom in mij werd weer wakker. Tijd om plezier te maken.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

1/1/2013 - Dom Dagboek 3: Over gazellen, hanen en boeren

Al jaar en dag fiets ik door hetzelfde park. Ik heb een heuse Praxisfiets met twee fietstassen en vier lampjes, waarvan het er op ieder gewenst moment altijd wel eentje doet waarvoor het bestemd is. Gelukkig is dat vaak de voorlamp, zodat ik nog een klein beetje zie wat ik eventueel in het donker zou kunnen raken. Er zijn mensen die veel liever een fiets hebben die Gazelle heet. Maar ja, dat is natuurlijk wel heel vreemd.

 

Gazelle komt namelijk uit het Arabisch (ghâzal) en betekent onder andere ‘raszuiver’. Ik zie mijzelf niet zo snel naar mijn werk peddelen op een fiets die raszuiver heet. Hoe kan een fiets ook überhaupt raszuiver genoemd worden? Die dingen worden toch niet ergens in de Betuwe gefokt? Zou Geert Wilders eigenlijk thuis in zijn schuurtje een fiets hebben staan die Gazelle heet? Zou er ‘raszuiver’ op staan, dan zou hij er waarschijnlijk geen probleem mee hebben. Maar ik zie hem niet in een kluwen van meerennende bodyguards naar het Binnenhof fietsen met op het frame een Arabisch woord.

 

Maak me er ook niet zo heel erg druk over of iemand nu wel of niet raszuiver zou zijn. Iedereen behoort immers tot het menselijke ras en om daarvan af te wijken moet je het wel heel bont maken. Ik maak doorgaans vieze gezichten als ik daaraan denk. Zeker als ik in de ochtend op mijn Praxisfietsje door het park heen ga. Dan hoor en zie ik het dierenleven overal om mij heen.

 

Zo is er sowieso altijd die haan die ’s ochtends kraait, terwijl er in velden of wegen geen zon te vinden is. Of dat beest weet meer dan wij of het is ook een psychologe nodig die hem anderhalf uur in de week komt begeleiden. Soms word ik in de ochtend verwelkomt door een werkelijk prachtige volle maan. Echt zo’n joekel van een glanzend ding daar in de verder volkomen zwarte lucht. Daar geniet ik dan van als ik zo al fietsende omhoog kijk. En dan kom ik in de buurt van de kinderboerderij en dan begint die haan.

 

“Het is verdomme de maan, gek!”, roep ik dan wel eens, ten overstaan van allerlei verschrikte mensen die in het donker hun hond uitlaten. Vermoedelijk omdat die honden niet zo heel goed luisteren naar hun baasjes. En die laatste willen natuurlijk niet volkomen voor lul lopen met zo’n beest.

 

Ik heb niks tegen honden hoor. Vind het hele lieve beesten die alleen soms een beetje teveel kwijlen. Voor de rest is er niks leuker dan een beest te hebben dat iedere keer dat je van de plee komt je begroet alsof zojuist de wereld is vergaan en jij God almachtig bent die de lammetjes op komt halen voor een enkeltje naar het paradijs. Wij als mensen kunnen onnoemlijk veel van hun leren. Vroeger waren de honden namelijk wolven. En toen mochten wij ze niet zo heel erg. Wolven houden er immers helemaal niet van om pootje te geven of een stok te gaan halen die een mens zo nodig weg moet smijten. Neuh, wolven houden van jagen en doden en verscheuren. En toen de wolven in de gaten hadden dat de mensen net zo waren, bedachten ze dat ze beter samen kunnen gaan werken. Dus toen werden ze maar hond. Om te overleven. Inmiddels zijn er dus veel meer honden dan mensen.

 

Honden zie je trouwens nooit in een kinderboerderij. Ze worden er soms zelfs geweerd, omdat ze poepen. Wat zou impliceren dat die dieren in een kinderboerderij niet poepen. Raar natuurlijk, want die beesten schijten het hele gras onder. Overigens ook zo’n totaal mislukt woord: kinderboerderij. Dat je op een varkensboerderij varkens hebt, dat snap ik. En dat je bij een kaasboerderij kaas kunt krijgen, snap ik ook. Maar als je bij een kinderboerderij een stel kinderen meeneemt, dan wordt er ineens moord en brand geschreeuwd en word je met pek en veren op een grote spoorbiels de wijk uitgedragen.

 

De facto hebben we het over een diverse-dierenboerderij. Vaak dieren die je op een ‘normale’ boerderij helemaal niet terugvindt. Ik woon in Noord-Brabant en wij staan hier geloof ik wel bekend om een enorme veestapel. Niet dat je die veel ziet hoor. Het meeste vee staat opgestapeld in verborgen stallen, ver weg van spiedende blikken. Dat doen ze, omdat er allerlei eng uitziende virussen rondlopen over de talloze polderweggetjes van Brabant.

 

Als er ook maar ergens een dier is dat zomaar ineens spontaan een scheet laat, dan raakt ineens de hele provincie overstuur. Van heinde en verre komen dan grote shovels en vrachtwagens aangereden met een compleet leger aan in witte vuilniszakken gestoken mannen. Het zou overigens best zo kunnen zijn dat er ook vrouwen zijn die zich zo nu en dan in witte vuilniszakken hullen, maar volgens mij zijn het toch echt overwegend mannen. Afijn, die hele ploeg komt dan om alle dieren in een straal van honderd kilometer zogenaamd humaan te vergassen en dan in grote stapels te verbranden.

 

Ik heb iets met geschiedenis en voor mijn ogen glijden dan allerlei dia’s van eng magere mensjes in gestreepte pyjama’s die ook humaan vergast werden om vervolgens in grote stapels te worden verbrand. Maar toen had je nog geen witte vuilniszakken, dus dat is dan wel een wezenlijk verschil. Dat vergassen doen ze volgens eigen zeggen uit dierenliefde. Ze hadden ze ook levend kunnen verbranden natuurlijk. Vraag me dan weer af of we de nazi’s volmondig hadden gesteund als ze hadden geroepen dat ze handelden uit pure liefde. Natuurlijk niet.

 

Nee, als je het allemaal zo bekijkt, nazi's, het massaal vernietigen van dieren, dan staan wij wel heel erg laag op de morele ladder. We noemen iets liefde, proberen krampachtig het te definiëren, maar ten uitvoer brengen dat lukt ons niet. Liefde is ook gewoon een raar begrip. Als we de dierentaal naar mensentaal zouden omzetten, dan zouden we waarschijnlijk ontdekken dat de dieren helemaal geen woord hebben voor liefde. Dieren mogen elkaar. En dat ‘mogen’ dat heeft een specifieke tijdsduur. Liefde bij mensen is op zich volkomen nietszeggend. Nog minder zeggen zaken als iemand mogen of iemand leuk vinden. Het zijn allemaal slechts woorden. Vandaar dan ook dat dieren ze zeker niet hebben. Dieren zetten hun liefde om in daden.

 

Dus, zo al peddelende op mijn Praxisfietsje in het donker kwam ik tot allerlei grootse plannen. Wat als ik nou eens minder vlees zou gaan eten? Helemaal cold turkey stoppen leek me op dat moment namelijk nog niets. Na 37 jaar vlees eten kun je ook niet zomaar eventjes in ene keer afkicken. Zoiets dient geleidelijk aan te gebeuren.

 

Volgens allerlei superintelligente koppen zou het vegetarisme ongelooflijk gezond moeten zijn. Zo’n 5% van de wereldbevolking eet namelijk geen vlees en dat deel gaat veel later dood dan die 95% anderen. Persoonlijk zie ik dat dan wel weer als een uitermate goedkope verkooptruc. Hoe weet je namelijk zeker dat een vegetariër langer leeft dan een carnivoor? In mijn beleving leeft de tweede toch altijd langer dan de eerste? Ik zie de vegetariër niet zo snel de carnivoor opvreten, maar andersom wel.

 

Ik bedacht me wat er nu zou gaan gebeuren als ik minder vlees zou gaan eten. Zou er ergens een boer in Brabant zijn die op een dag zijn bankrekening bekijkt en vervolgens in paniek door de stallen rent? Krijgt Yvon Jaspers ineens te maken met boeren die wanhopig hun stukje vlees aan de man proberen te brengen? Wat ze uiteraard eigenlijk al die tijd al doen natuurlijk. Dat het een en ander uitgesmeerd dient te worden over een tig aantal afleveringen is leuk, maar feitelijk willen al die boeren gewoon een leuke meid even aan de haren de hooiberg in zeulen. Niet meer niet minder.

 

Overigens, dat zou wellicht wel een aardig vervolg op de serie kunnen zijn: ‘boer neukt vrouw’. Dan ziet de trouwe kijker toch nog een beetje iets van wat er daarna allemaal loos is op het platteland. Een boer een beetje in zichzelf mompelend een vrouw zien aanspreken, tsja, dat trekt uiteraard maar tot op een bepaald punt kijkcijfers. Als er daarna na tien uur ’s avonds de ongecensureerde versie komt van een stel neukende boeren, dan moet dat toch gewoon een hit zijn.

 

Maar goed, die boeren hebben het ongetwijfeld keimoeilijk als een rascarnivoor als ik zelf ineens stopt met vleesconsumptie. Wat moet er dan gaan gebeuren met al die dieren die anders ‘humaan’ vermoord worden? Men moge roepen op de kinderboerderij wat men wil, die dieren schijten een complete bergketen bij elkaar. Als je dat vijf jaar lang niet opruimt en het gewoon laat drogen, dan kunnen we hier in de winter hele skipistes aanleggen. Dan hebben we dan toch die Dutch Mountains waar die gasten van Nits zo onbegrijpelijk over hebben staan zingen.

 

Wat zou zo’n boer dan moeten gaan doen als zijn beesten heel Brabant onderschijten en ik ze niet meer op wil vreten? Zo’n man die gaat natuurlijk ineens failliet. Die raakt noch het vlees, noch het stront aan de straatstenen kwijt. Die man moet met zijn hele gezinnetje weg. En dan bedoel ik natuurlijk ook echt een boerengezin zoals ze die vroeger nog hadden. Eentje met een melkkoe als vrouw en een dozijn blozende blonde kindertjes op klompen. Meteen zie ik dan ook wel weer meteen potentie voor de zoveelste soapserie, bijvoorbeeld ‘De boertjes’.

 

Yvon Jaspers die dan met zo’n gezinnetje op stap gaat, van brug tot brug zwervende. De dochters natuurlijk allemaal aan de heroïne en in de prostitutie. En de jongens zonder uitzondering op het dievenpad. Met ma die uiteraard voortdurend zwanger blijft, ongeacht hoeveel kinderen eruit ploppen. En pa die dan voor de camera blijft klagen en vloeken op de samenleving die er voor gezorgd heeft dat ik vegetariër geworden ben. Het moet natuurlijk ook allemaal zeer dramatisch aangezet worden met eventueel een hond en een kat die niet met elkaar overweg kunnen. Oh, en dan nog een of ander beest dat ze illegaal van de boerderij mee hebben genomen en dat dan halverwege de serie aan kanker overlijdt, terwijl het hele gezinnetje zo stoned als garnalen er om heen zit te treuren.

 

In de laatste aflevering kom ik dan ook in beeld in het kader van de grote confrontatie. Dan gaan die mensen natuurlijk eerst lekker in het plat Brabants lopen schelden met gigantisch veel vleeswaren in de woorden, wat geheel in stijl met hun oude beroep is, dus wordt er niks gecensureerd bij de publieke omroep. Maar uiteindelijk weet Yvon ons dan allemaal te verzoenen. We kussen en knuffelen elkaar zo heftig dat de kijkers al beginnen te denken dat ‘boer neukt vrouw’ begonnen is. En dan als laatste houden we nog een vegetarische barbecue.

 

Ja, zo heb ik wel even zitten denken toen ik door het park heen reed op mijn Praxisfietsje. Het idee voor de programma’s liet ik varen, de publieke omroepen hebben het al moeilijk zat, maar het idee om minder vlees te gaan eten niet. Hoe triest soms de dieren ook mogen lijken in de kinderboerderij, ik hou nu eenmaal van dieren. Dieren stellen nooit teleur. Dus waarom zou ik hun teleur stellen? Nee, als ik de wereld kan helpen, dan help ik!

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

1/1/2013 - Dom Dagboek 2: Over Kerst, inzicht en tijgerprintslipjes

In ’s-Hertogenbosch loopt een oud mannetje rond. Niet zo heel bijzonder gezien de vergrijzing van het land. Maar dit specifieke mannetje, dat loopt een klein beetje anders dan de doorsnee bejaarde. Hij struint, hij loopt met de kin op de borst en de handen op de rug gevouwen. Het oude mannetje is als een eeuwige centenzoeker. Zo eentje die hoopt zijn eerste miljoen letterlijk op straat te vinden en die luidkeels juicht bij weer een muntje van twee eurocent.

 

Ik daarentegen heb het mannelijk allang door. Dat is vanwege mijn scherpe blik. Dat is geen gekheid hoor, dat heb ik heus. Ik heb allang door dat dit hele specifieke oude mannetje iets weet. Hij is helemaal geen centenzoeker, welnee. Dit mannetje heeft iets ontdekt wat niemand anders schijnt te weten. En de meesten hebben dat niet in de gaten.

 

Dat laatste is ook wel zijn geluk. Als de mensen zouden weten dat er iemand met een uniek inzicht door de Bossche binnenstad zwerft, dan zouden ze hem vast en zeker opjagen. Ze zouden hem aan zijn laatste grijze haren naar de Markt slepen en hem daar publiekelijk martelen om maar achter zijn geheim te komen.

 

Inzicht, ja, dat is toch wel waar we met zijn allen naar streven. Ik persoonlijk in ieder geval wel. De wereld om mij heen begrijp ik graag, anders is er slechts chaos. Zo ben ik deze ochtend tot de conclusie gekomen dat ik twee verschillende sokken aan heb. Een dergelijke onvolmaaktheid aan mijn voeten zou ik uiteraard kunnen negeren, maar dat zit dat weer net niet in het aard van het beestje. Heb meteen een grootschalig onderzoek gestart naar mijn hele sokkenmand.

 

Er zijn mensen die zweren bij het gebruik van een sokkenla, doch men mag gerust een beetje met de tijd mee gaan. Lades zijn uit, manden zijn weer in. Zo niet, dan nog beter, dan loop ik alvast vooruit op de mode. Hoe dan ook, ik heb al mijn sokken nagelopen en ben tot het inzicht gekomen dat je sokken het beste samen kunt voegen op die tijdsmomenten dat je het meest wakker bent. Ben zelf meer een ochtendmens, dus heb ik mij alvast voor 2013 voorgenomen voortaan mijn sokken in de ochtenden uit de mand met schone was te plukken.

 

Mijn inzichten zijn uiteraard bij lange na niet in dezelfde categorie te plaatsen als die van het oude mannetje met de kin op de borst en de handen op de rug. Hij weet iets wat iedereen zou moeten weten. Dat zou namelijk immens veel schelen. Het zou zomaar zelfs de hele economie ten goede kunnen veranderen, het zou een impact hebben op de wereld die ongekend is. En hij heeft het mij verteld, gisteren.

 

Ik was die dag, een zaterdag, op de fiets naar de binnenstad gereden. Er zijn mensen die dat in het verleden geprobeerd hebben met de auto, maar van hun is nooit meer iets vernomen. Ik stalde mijn trouwe tweewieler te midden van een grote kudde fietsen. Daarna liep ik door een zijstraatje de binnenstad in. Daar ging ik zo volslagen op in de drukte dat ik meteen een volgend zijstraatje binnenglipte. Grote mensenmassa’s probeer ik altijd te vermijden.

 

Het was daar dat ik het oude mannetje tegenkwam. Hij stond met de kin op de borst en de handen op de rug naar de mensen te kijken. Of hij fronste kon ik niet zien. Zijn gezicht was al zo erg gerimpeld dat er geen plek meer was voor nieuwe.

 

“Druk he?”, merkte hij totaal overbodig op.

 

Ik keek hem even nadenkend aan. Ben nogal een eenling, dus mensen die mij vanuit zijstraatjes zomaar aanspreken moet ik eerst eventjes bekijken. Niet dat ik zo bang aangelegd ben hoor. Mijn eigen angsten treed ik met regelmaat tegemoet, wat al moge blijken uit het feit dat ik me ongewapend in een drukke binnenstad begeven heb. En oude mannetjes met de handen op de rug gevouwen, die moet ik ook nog wel makkelijk kunnen hebben.

 

“Zouden die mensen niet weten dat Kerst ieder jaar op dezelfde datum valt?”, vroeg hij. En hij keek vervolgens naar de straatstenen, hoofdschuddend.

 

Mijn blik was inmiddels veranderd. Van het kijken naar iemand die ik waarschijnlijk met een goed gemikt knietje en een elleboogstoot in zijn rug het nieuwe ziekenhuis in kon werken, veranderde het in het kijken naar iemand die iets heel erg intelligents gezegd had. En dat laatste was sowieso al verrassend. Mensen zeggen doorgaans niks slims in de weekenden. Dat schijnen ze te reserveren voor de doordeweekse dagen. Dan staan de hersencellen ook aan. Vandaar dat het journaal in de weekenden altijd zo verrekte kort is. Een onbenullig nieuwsitem en het weer voor de komende dagen is al wat de mensen dan kunnen bevatten.

 

Kerst valt ieder jaar op dezelfde datum. Dat spookte even door mijn hoofd. Lang genoeg voor het oude mannetje om hoofdschuddend weg te struinen. De ultieme wijsheid was mij daar, die zaterdagmiddag, dan toch zomaar eventjes ten deel gevallen. Nu kon ik ineens een paria gaan worden in mijn eigen stad. Zo eentje die ze graag even aan de haren naar de Markt zouden willen slepen om daar in mijn hoofd te gaan zitten wroeten, om mijn geheimen te ontfutselen.

 

Zouden al die mensen die zo vlak voor de Kerst massaal hun bankrekeningen leeg komen kieperen nu echt niet in de gaten hebben dat dit een jaarlijks terugkerend feest is? Is dit het ultieme bewijs dat de mens in collectief verband dom is? Waarom niet de Kerstinkopen spreiden over het jaar? Waarom niet gewoon in januari vast wat gaan kopen voor december? Dat is toch veel logischer? Wie is er nu zo gek om te wachten totdat de prijzen verdubbeld zijn om dan toe te slaan?

 

Nu weet ik toevallig dat er een internationaal georganiseerd winkelierssyndicaat bestaat. En dat syndicaat heeft ooit eens afgesproken om een half jaar van te voren alle prijzen langzaam maar zeker te laten stijgen, zodat ze tijdens de Kerst net kunnen doen alsof ze gigantische kortingen geven. Rond die tijd zorgen ze ervoor dat alle media volgestouwd worden met Kerstgerelateerde boodschappen. Dat syndicaat hersenspoelt ieder jaar weer de massa. Iedereen moet een kerstboom neerzetten en iedereen moet zich totaal ongans eten en iedereen moet talloze cadeaus kopen.

 

Goed, mijn ouders hebben een kerstboom. Maar zij zijn dan ook van de oude stempel. Zij komen nog uit de tijd dat vader met een bijl het bos in liep om een onschulige boom te slachten. Toen hadden de bomen nog geen gevoel. En die boom die hebben ze volgestouwd met zo’n beetje alles wat er aan de plastic takken wil blijven hangen, want tegenwoordig bestaan er geen echte bomen meer. Hun koelkast puilt uit en het is ook nog eens de bedoeling dat er cadeaus onder de boom komen te liggen, want anders is het niet gezellig.

 

Op zich is het woord gezellig een behoorijk mysterieus iets. Iedereen heeft het er over, maar niemand schijnt het te kunnen definiëren. Wel wordt er altijd heel trots geroepen dat dit een typisch Nederlands iets is. Met andere woorden, in andere landen is het helemaal niet gezellig. Ze hebben er niet eens woorden voor. Dat is natuurlijk ook weer heel erg sneu. Want al die anderen mensen in de wereld die doen echt ontzettend hun best om het een beetje gezellig te maken, maar ze slagen er nooit in . Want alleen in dit koude kikkerlandje (en de regen valt met bakken naar beneden als ik dit schrijf) weten we hoe we het gezellig moeten maken.

 

In alle eerlijkheid kan ik haast niet wachten tot de dag dat mijn ex slaagt voor haar examens. Dan is immers de dag dat ze weer terug zal gaan naar haar vaderland. En dan vervalt het huis weer terug aan mij. Wij staan beiden op het huurcontract. Dan zal er geen boom staan, geen uitpuilende koelkast en zeker geen cadeaus. Dan zal ik samen met mijn poezen gewoon heerlijk genieten van een boek, samen op de bank. Ik hoef geen cadeaus. Wat moet ik ermee? Als ik iets wil hebben dan haal ik het wel. Daar hoef ik niet een heel jaar voor te wachten.

 

De mensen in de binnenstad die zich met vele tienduizenden door de winkelstraten wurmden hadden duidelijk een andere mening. Zij willen wel rond een boom gaan zitten die straks dood zal zijn. Kijken naar een van de talloze kerstfilms die de televisie uitbraakt. Zij malen er niet om dat er nog een paar miljard extra dieren geslacht zijn om die koelkast te vullen. Zij willen cadeaus, cadeaus, cadeaus.

 

Je ziet iedereen ook heel gestrest zijn in die dagen. Terwijl ze dus het hele jaar hadden om dingen te kopen. De meeste mensen kijken helemaal niet blij in de drukke winkelstraten. Overal staan rokende kerels buiten met aan hun lichaam tig plastic zakjes, wachtende totdat er nog meer bij komt om hun status als muilezel te bevestigen. Dat geluk heb ik dan weer als dominant. Ik ben geen ezel. En daarnaast hoef ik ook op niemand te wachten met een sigaret in mijn mond.

 

Sigaretten zijn trouwens ook alleen maar voor mensen met een oraal zuigcomplex. Zouden die kerels die daarbuiten staan weten dat hun sigaretje eigenlijk onbewust een penis is waaraan ze lopen te lurken? En zouden ze het dan nog zo fijn vinden? Vroeger heb ik wel gerookt, maar tegenwoordig dus niet meer. Roken is vies. Ervaringsdeskundige als ik ben weet ik dat ook ik ooit eens als een bezetene kauwgom liep te kauwen, denkende dat ik daarmee alle stank weg kon krijgen. Voel ik me nu soms best stom onder.

 

De kinderen zijn wat ondervertegenwoordigt in het grote koopgeweld. Zij die er wel zijn worden als kleine poppetjes aan hun armen voortgesleurd. Een enkele protesteert heftig om de rebellie met een tik of een vermaning te moeten bekopen. Ook zij kijken niet gelukkig. En dan zijn er nog de jaagsters. Het hele jaar door zijn het brave moedertjes en lieve echtgenotes, vriendinnen, dochters, minnaressen, hoeren, verpleegsters, leraressen, conductrices, whatever. In dit deel van het jaar zijn het onverbiddelijke amazones. De mannen zijn gedegradeerd tot pakezels en flappentappers.

 

Wanneer er een groepje vrouwen zich rond een paar objecten heeft verzameld in een winkel, dan loop ik daar met een boog omheen. Vrouwen met de Kerst kennen geen genade. Zij hebben een lijst met doelwitten bij zich. En ze zullen over lijken gaan om het juiste pasteitje te scoren, dat specifieke spelletje voor de computer van de kinderen, die onderbroek met ‘pas op dames’ voor de man. Vrouwen moeten trouwens ook geen mannenonderbroeken kopen. Dan komen ze immers te vaak thuis met van die ballen afknijpende, eng uitziende, zwembadslipachtige, tijgerprint onderbroekgevallen thuis. Een echte vent heeft ruimte nodig. En die vind je in een boxer, niet in een twee maten te kleine slip.

 

Kerst valt ieder jaar weer op dezelfde dagen en niemand heeft dat door. Ik stond in mijn veilige zijstraatje en bekeek de mensen zoals een wetenschapper zijn object. Ook dit jaar was mij weer eens gevraagd wat ik voor de Kerst wilde hebben en ook dit jaar heb ik keurig netjes geantwoord: niets. En dat wil ik dan wel heel graag in een mooi doosje verpakt hebben, met een kleurig papiertje en een grote strik. Als ik bomen wil zien, dan ga ik wel naar het bos. En eten, ja, dat doe ik toch al elke dag. Daar hoef ik geen uitpuilende koelkast voor te hebben. Ik verliet mijn zijstraatje en liep tegen de mensenstroom in terug naar mijn trouwe tweewieler.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

1/1/2013 - Dom Dagboek 1: Over Dusters, banken en een dagboek

Gisteravond heb ik besloten om maar eens wat minder over mezelf te gaan lullen. Een beslissing waarmee ik behoorlijk content was. In die extreme mate zelfs dat ik er toch minstens drie uur lang heel fier mee op de bank heb gezeten. Het is heel belangrijk om ergens trots op te zijn. Dat is goed voor je zelfvertrouwen, zeker als je daar niet zo heel veel van hebt. Op de vooravond van een wereldwijd verwachte Apocalyps zijn dit uiteraard geen rare gevoelens.

 

Sinds een paar weken ben ik in het bezit van een heuse psychologe. Nou ja, deels in het bezit. De ziekenkostenverzekering betaald anderhalf uur van haar kostbare tijd. Dat betekent dat ik haar met zo ongeveer zesentwintig anderen moet delen. Is trouwens ook een hele klus hoor. Niet dat delen, want delen doe ik graag. Ben in die zin netjes opgevoed. Nee, ik bedoel dat je maar anderhalf uur per week iemand hebt die je zegt dat je niet gek bent. De rest van de tijd dien ik dat tegen mezelf te herhalen tot de volgende afspraak.

 

In die anderhalf uur krijg ik standaard allerlei rare vragen naar mijn hoofd geslingerd door Anne. Want zo heet ze: Anne. Wel een beetje rare naam voor een psychologe, bedacht ik me toen ik haar voor het eerst ontmoette. Ik had altijd in gedachten dat iemand die graag in andermans gedachten wroet op zijn minst een naam moest hebben als Sigmund. Dat is Duits voor Zeikmond, geloof ik.

 

Ik hoef haar geen dokter te noemen. “Ik ben helemaal geen dokter”, zegt ze als ik dat toch doe. “Wat zit je dan professioneel in mijn hoofd te peuteren”, denk ik dan. Hardop zoiets zeggen doe ik natuurlijk niet. Nee,want ik ben zoals gezegd netjes opgevoed. Zit je iets dwars, dan moet je dat keurig netjes wegslikken.

 

“Waar zit je zelfvertrouwen?”, vroeg Anne de laatste keer.

 

“Kutvraag!”, dacht ik. Ik haat vragen waar ik geen antwoord op kan geven. In deze ben ik een behoorlijk strebertje. Zo’n nerd die het liefst gewoon alles wil weten, zodat je niet meer rond hoeft te slenteren met een anderhalf triljoen vragen in je kop. Ben er ook vrij zeker van dat als je meer dan anderhalf triljoen vragen in je hoofd hebt je hele schedeldak uit elkaar klapt. Ik zit er dus een beetje tegenaan te hikken en daar wordt een mens behoorlijk nerveus van.

 

“Zit je zelfvertrouwen dáár?”, vroeg Anne, toen ik weifelend naar mijn ballen wees.

 

Zulke reacties maken me doorgaans nog onzekerder en dan denk ik dat anderhalf uur met Anne, die geen dokter genoemd mag worden, ook wel weer genoeg is. Het moet allemaal niet gekker gaan worden. Ze rijdt nota bene in een Dacia Duster. Wie gaat er nu in godsnaam rondrijden in een Dacia Duster? Was ik er net een beetje aan gewend dat we in dit land voortaan de Roemenen gaan zitten afzeiken (omdat die met honderdduizenden tegelijk achter mijn baan aan zitten, welke ze van mij met gerust hart mogen hebben), gaat Anne in een Dacia rondkarren. Wie is er hier nu gek?

 

Nee, dan kun je beter heel fier op de bank zitten, trots omdat je een keertje een goede beslissing genomen hebt. Niet meer zoveel over jezelf lullen. Daar is domweg niemand in geïnteresseerd. zelfs Anne in haar Dacia niet. Die rijdt gewoon in haar veel te grote auto naar huis, nadat de een of andere gestoorde idioot heeft zitten stotteren op haar kutvragen. Ze heeft ook nooit meer bij haar dan dat kleine frutkoffertje. Gloednieuwe, joekel van een auto, maar een frutkoffertje waar de bagagemotten aan hebben gevreten.

 

Dat is ook al zoiets waar ik geen antwoorden op kan vinden. Waarom moeten al die mensen die wel eens op de weg zitten een grote auto hebben? Op zich maakt het toch geen flikker uit hoe je in de file zit? Als ik bij de dokter kom, waar ik altijd moet wachten, dan staan daar van die kleine plastic stoeltjes. De laatste keer dat ik daar was heb ik die stoeltjes ook een keertje heel intelligent staan observeren. Dat heb ik wel eens mensen zien doen in een kunstgalerie. Zo heel erg superdeluxe slim uit je ogen staren.

 

Als het werkelijk moet dan kan ik behoorlijk intellectueel doen over zo’n beetje van alles wat. Dat heeft te maken met mijn achtergrond. Ooit in een grijs verleden heb ik mij gewaagd aan een geschiedenisopleiding, waarbij het ultieme doel erin scheen te bestaan om later bij gelegenheid over van alles en nog wat te kunnen ouwehoeren. Dat je eventueel ook les zou kunnen gaan geven leek een soort van bijzaak te zijn.

 

Het hele woord intellectueel is ook al zoiets. Zeg dat maar eens een keer of twintig snel achterelkaar. Dan klinkt het al net alsof je iets lekkers zegt. Maar intellectuelen zijn helemaal niet lekker. Als je ze boven een vuurtje roostert en ze opvreet, dan smaken ze net als een bouwvakker. De mens schijnt overigens naar kip te smaken. Waaruit we meteen mogen concluderen dat de mens een soort van kannibaal is gezien de onvoorstelbare hoeveelheden kip we verorberen per hoofd van de bevolking.

 

Intellectueel over mezelf gaan lullen, dat zou wat zijn geweest. Maar ja, gisteravond, nadat ik een paar uur lang alleen maar over mezelf had zitten mijmeren, kwam ik tot dat briljante voornemen om juist niet meer over mezelf te gaan lullen. Overigens, in je eentje op de bank over jezelf gaan zitten mijmeren is eveneens levensgevaarlijk. Voor je boe of bah kunt zeggen zitten er doodleuk anderhalf triljoen vragen in je kop en klapt je complete schedeldak uiteen. En dat geeft niet alleen een akelige troep op de bank, het is ook geen fijne manier om het nieuwe jaar in te gaan.

 

Ik dwaal geloof ik af, want ergens had ik het over plastic stoeltjes bij de dokter. Dat afdwalen is iets waar Anne graag haar perfect witte tandjes in zou willen zetten. Dat had ik niet gedacht, dat psychologen hagelwitte tandjes zouden hebben. Je zou mogen verwachten dat ze zo ongelooflijk veel hebben moeten studeren dat ze nooit tijd hebben gehad om hun tandjes te poetsen. Dat zou dan de naam Zeikmond weer perfect kunnen verklaren. En dan heb ik weer eens een prachtig antwoord gekregen op een van die brandende vragen.

 

Soms als ik eens een keertje in een joviale bui tegenover iemand ga zitten en ik laat me verleiden tot iets wat op een gesprek lijkt, dan wil ik wel eens afdwalen. Dat doe ik niet expres. Het is niet zo dat ik diep in de ogen van de ander kijk en ga zitten zoeken naar middelen om deze of gene volkomen in de war te brengen. Daar heb ik deze of gene ook helemaal niet voor nodig. Soms wil ik er een prachtige zin uitpersen die zo halverwege een korte voetnoot nodig is en waarbij ik tegen het einde dat magnifieke begin alweer vergeten ben.

 

Ja, plastic stoeltjes bij de dokter dus. Dat zijn van die tamelijk ongemakkelijke, supergladde ondingen. Als je daar met een synthetische broek op gaat zitten glijd je er zo vanaf. Nu weet iedereen onderhand wel dat je nooit of te nimmer een synthetische broek aan moet trekken, omdat zoiets gewoon afschuwelijk is. Maar terzijde van dat is het ook nog eens erg onpraktisch voor als je naar de dokter gaat en daar moet wachten.

 

Persoonlijk draag ik katoenen of spijkerbroeken. Die laatste benaming is tamelijk slecht gekozen, want ik heb die dingen bij verschillende gelegenheden eens goed bekeken en van echte spijkers is absoluut geen sprake. Hooguit van metalen pinnetjes. Dus feitelijk dienen we te spreken van pinnetjesbroeken. Maar ik ben wel bereid om toe te geven dat dit laatste commercieel gezien wat minder succesvol zou kunnen uitpakken. Ik ben immers netjes opgevoed, toegeven dat je verkeerd zit is sjiek.

 

Zou het wachten bij de dokter aangenamer zijn als die vervelende, veel te bont gekleurde, plastic stoeltjes twee keer zo groot waren? Feitelijk ga je er met een synthetische broek nog steeds vanaf glijden. En het wachten op je beurt wordt er niet korter op. Mensen die vaak op de weg zitten schijnen dat wel te denken. Totale onzin, dat begrijpt iedereen. Als elke forens een joekel van een auto heeft, dan worden de files uiteraard alleen maar langer.

 

De bank waarop ik besloten had om voortaan eens wat minder over mezelf te gaan lullen is best groot. Het is hemelsblauw en geschikt voor drie personen. Daar ik er in mijn eentje op zat was het zeker voldoende. Ergens gaan zitten waar je nauwelijks plek hebt trekt mij niet zo. Ik ben zo’n persoon die wel geniet van zijn vierkante meter. Die zouden ze alle mensen bij wet moeten aanbevelen. Een persoonlijke ruimte van exact één vierkante meter.

 

Ik zie het trouwens ook wel voor me dat er de een of andere blèrende politicus achter de microfoon staat en eist dat iedereen in Nederland zijn of haar persoonlijke vierkante meter krijgt. Die partij die krijgt meteen mijn stem hoor. Daarvoor wil ik dan nog wel mijn comfortabele hemelsblauwe bank verlaten.

 

Daar droom ik even terzijde van dit alles regelmatig over. Dat ik die bank verlaat en ga. Waarheen, dat weet ik dan niet. Eigenlijk gaat het er dan alleen maar over dat ik van mijn luie reet afkom en weer iets ga doen. Misschien moet ik wel gewoon naar buiten toe gaan. Mijn gezicht weer eens laten zien aan de gemeenteplantsoenen, de stoplichten, de eenden in de vieze sloot en het bushokje dat opvallend genoeg nog steeds niet gesloopt is.

 

“Neem het initiatief in je leven”, zei Anne de voorgaande keer.

 

En ik mij maar afvragenof zij zelf het initiatief genomen had om een Dacia Duster aan te schaffen. Of zou ze wellicht gedwongen was door die honderdduizend Roemenen die ongetwijfeld ook achter haar baantje aanzitten. Dan zou ik voortaan iedere week anderhalf uur tegen een Roemeen zitten lullen. Zo eentje die misschien niet eens behoorlijk Nederlands spreekt en die wel wil dat ik hem of haar dokter noem. Wat deze of gene dan eigenlijk niet is.

 

Ja, dan kan ik maar beter inderdaad op zoek gaan naar dat initiatief. Mezelf verheffen van de hemelsblauwe bank, hoe comfortabel deze dan ook moge zitten. En op zoek gaan naar god-weet-wat. Op de momenten dat ik zulke openbaringen heb in mijzelf dan ben ik uiteraard nog niet eens in de buurt van Anne. Wat weer heel typisch is.

 

De kans dat ik een persoonlijk openbaringsmomentje heb is feitelijk al vrij klein. Dat deze zich afspeelt in het kantoortje van mijn psychologe is nog veel kleiner. En daar ik voor de rest eigenlijk helemaal niemand heb om dit soort zaken te delen schrijf ik het op. En als ik het opschrijf dan veranderen die schrijfsels al gauw in een soortement van dagboek. En als ik een dagboek aan het pennen ben, dan ben ik dus behoorlijk over mezelf aan het lullen. Ja, ik weet het, het is weer tijd om Dom te zijn. Ik neem de controle in mijn leven in eigen handen en ga gewoon weer lekker doen wat ik zelf wil. En dit is mijn Dom dagboek.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

About Me



«  December 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

Links

Home
View my profile
Archives
Friends
Email Me

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer