Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Passievrucht

Tragisch

12:15, 13/2/2010 .. 0 comments .. Link

Het is 12 februari 2010. Over enkele uren zal de Olympische vlam ontstoken worden en gaan de 21e Winterspelen in Vancouver van start. In Whistler, op 2 uur rijden van Vancouver, zijn de rodelaars bezig met hun laatste training als het noodlot toeslaat. In de laatste bocht van zijn tweede run maakt het 21-jarige Georgische rodeltalent Nodar Koemaritasjvili een stuurfout. Hij vliegt met ruim 140 kilometer per uur de baan uit en knalt tegen een metalen paal van de dakcontructie. Reanimatie mag niet baten. Hij bezwijkt in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.

Vancouver rouwt. De vlaggen gaan halfstok. Het Georgische team besluit toch door te gaan, voor Nodar.

 

Ik herinner me de voorgaande Olympische Spelen altijd in een serie beelden. Memorabele momenten in de sportgeschiedenis die voor altijd op het netvlies gebrand staan. Ellen van Langen die met wijd opengesperde ogen en mond over de streep komt in Barcelona (1992), nog niet beseffend dat ze gewonnen heeft. Inge de Bruijn die haar gemanicuurde handen voor zich uit strekt na de winst op de 100 meter vlinderslag in Sydney (2000). Marianne Timmer die na haar gouden 1500 meter in de armen van Peter Mueller valt in Nagano (1998). Diezelfde Marianne Timmer die acht jaar later (Turijn 2006) met open mond naar het scorebord kijkt en ziet dat ze de 1000 meter gewonnen heeft.

Meestal mooie momenten, maar soms ook tragische zoals Mohammed Ali die, trillend van de Parkinson, de Olympische vlam ontsteekt in Atlanta (1996). Of de val van Erben Wennemars in Nagano, waarna hij kermend van de pijn over het ijs kronkelt. Ook dat is topsport. Vandaag komt er nog zon tragisch beeld bij dat niet meer van het netvlies zal verdwijnen: de binnenkomst van de Georgische atleten tijdens de openingsceremonie. Aan de roodwitte Georgische vlag hangt een zwarte wimpel. Alle deelnemers hebben een zwarte rouwband om hun rechter arm en een zwarte sjaal om hun nek. Direct na binnenkomst, als het publiek gaat staan, nemen ze hun muts af en buigen ze het hoofd. Met tranen in hun ogen lopen ze verder het stadion in. Georgi rouwt, Vancouver rouwt, de wereld rouwt.

 

Hoe tragisch het dodelijke ongeluk van Koemaritasjvili ook is, the Games must go on. Deze legendarische woorden werden na het bloedbad in Mnchen in 1972 voor het eerst gesproken en werden daarna nog een aantal malen, in minder dramatische omstandigheden, gebruikt. In Whistler wordt de laatste bocht aangepast. Er komt een muur vr de fatale paal waar Nodar zijn leven liet. Het bloed wordt opgeveegd. De rodeltrainingen worden hervat. Nederland gaat weer praten over Sven, de loting, de baan, het ijs.

Nodar Koemaritasjvili is dood, the Games must go on.



Twitterende reskaters

09:45, 30/10/2009 .. Posted in Sport .. 0 comments .. Link

Hè heerlijk, de winter is officieus begonnen. De wintertijd is ingegaan, ik heb de eerste snotkikkers en boerenkool al achter de kiezen (niet tegelijkertijd overigens) en best of all: er is weer schaatsen op tv! Vandaag zijn de Nederlandse afstandskampioenschappen van start gegaan in de heilige Thialf tempel. En een nieuw seizoen betekent altijd weer een hoop stof tot schrijven!

 

Een aantal schaatsers is deze zomer van ploeg gewisseld. Belangrijkste verschuivingen zijn Beorn Nijenhuis en Jan Smeekens die TVM hebben verlaten en onderdak gevonden hebben bij respectievelijk Hofmeier en DSB. Alhoewel… sinds de DSB-bank twee weken geleden letterlijk bank-roet is gegaan, heeft de rode brigade geen sponsor meer en heet het team dus ook geen DSB-ploeg meer. Dus eigenlijk zit Smeekens bij gebrek aan een betere naam gewoon in “team rood”. Klinkt als iets uit een spelletjesquiz. Ach, Jan zit er overduidelijk niet mee. Sponsornaam op z’n strakke pak of niet, hij heeft z’n titel op de 500 meter geprolongeerd.

 

Over pakken gesproken, een nieuw seizoen is voor fabrikanten ook een mooi moment om weer een nieuwe collectie lycra op de markt te brengen. En Nederland zou Nederland niet zijn als we niet iets over de pakken te zeiken hebben. En dus ligt de KNSB weer in de clinch met Nike, ditmaal over de kleuren van de pakken. Nike doet alleen aan zwart en grijs, maar Nederland wil rood, wit, blauw en vooruit, een vleugje oranje. Of eigenlijk, sponsor AEGON* wil de nationale driekleur in spandex zien. Omdat Nike dit niet kan of wil leveren, zijn ze in Nederland zelf maar achter de naaimachine gekropen om een alternatief te maken. Vooralsnog zonder succes: Erben Wennemars twitterde dat hij zijn eerste 500 meter in een pak van Nederlandse makelij heeft geschaatst en de tweede omloop het pak van Nike droeg. Het verschil? Eenenveertighonderdste in het voordeel van Nike…

 

Over twitteren gesproken, een behoorlijk aantal schaatsers hebben de digitale weg naar het nieuwe medium inmiddels gevonden. Erben, Simon, Mark, Annette en Margot houden ons in 140 karakters per keer op de hoogte van hun reilen en zeilen. En voor wie meer gecharmeerd is van schaatsers van buiten onze landsgrenzen: ook Chad, Denny en Håvard twitteren er lustig op los.

Het is nu wachten op het onvermijdelijke twitterverbod. In de tennistregelementen is het gebod “gij zult niet twitteren tijdens een wedstrijd” al officieel vastgelegd. Grote kans dus dat de schaatsers (en mogelijk alle Olympische sporters) vòòr de Winterspelen in februari 2010 een twitterverbod aan hun stretchbroek hebben hangen. Bij vorige Olympische Spelen mocht men al geen blog, vlog of column bijhouden dus twitteren zal zeker uit den boze zijn in Vancouver…

 

De laatste noviteit van het schaatseizoen 2009-2010 die het vermelden meer dan waar is, is de reskate. Ja, want wat is een nieuw schaatsseizoen zonder nieuw vakjargon nietwaar?

De reskate is een variant op de skate-off, ook al zo’n KNSB-uitvinding die inmiddels zijn weg naar de Dikke Van Dale gevonden heeft. Schaatsers met een beschermde status die op de 1.000 of 1.500 meter vallen of gediskwalificeerd worden krijgen een reskate om zich toch nog te kunnen plaatsen voor de wereldbekercyclus. Deze reskate is ongetwijfeld een reactie op de vorig seizoen ingevoerde strengere diskwalificatieregels bij het aansnijden van bochten…

 

Ach, sponsorperikelen, schaatspakkengate, twitterende schaatsers en reskates of niet, het zal ongetwijfeld weer een leuk schaatsseizoen worden. Alleen al de Spelen in Vancouver staan garant voor vuurwerk. De Canadezen willen schitteren in eigen land en de Amerikanen kunnen altijd net wat meer in het zicht van de vijf magische ringen. En dan zijn er nog de gevaarlijke outsiders zoals Fabris, Bøkko en een handjevol Koreanen genaamd Lee.

Ik zit in ieder geval de komende wintermaanden weer gekluisterd aan de buis. Oh en achter de pc om al die tweets te volgen…

 

 

* Overigens stopt AEGON na dit seizoen met de sponsoring van het Nederlandse schaatsen. Dus waarom ze nu nog moeilijk doen over de kleur van een pak… kwestie van Oud-Hollandsch mierenneuken!



Onbereikbaar

19:38, 1/10/2009 .. Posted in Everyday life .. 0 comments .. Link

Ik heb de, volgens velen onbegrijpelijke, behoefte regelmatig onbereikbaar te willen zijn. Ik voel mij niet geroepen 24 uur per dag, zeven dagen per week voor alles en iedereen stand-by te staan. Ik wil niet bereikbaar zijn als ik in een pashokje sta, in de supermarkt loop of op vakantie ben. En heel vaak wil ik niet eens bereikbaar zijn als ik gewoon thuis op de bank tv zit te kijken.

Ik ben een van die mensen die zijn mobiele telefoon dus vaak uit, stil of ergens onderin een (liefst geluidsdichte) tas heeft. Maar daarin lijk ik een bedreigde menssoort te worden. Waar je tegenwoordig ook gaat of staat, de mobiele telefoon gaat met je mee.

 

Ik kan me nog herinneren dat ik voor het eerst iets las over het opkomende fenomeen “mobiele telefoons”. Ik moest, halverwege de jaren ’90, op de middelbare school een Franse tekst lezen over een nieuwe rage in Italië: de telefonino. Iedere zichzelf respecterende zakenman had in de binnenzak van zijn maatpak tegenwoordig een draadloze telefoon waarmee hij altijd bereikbaar was!

Tegen de tijd dat ik de middelbare school had afgerond, had het mobieltje inmiddels ook Noord-Europa weten te bereiken. Liep je een aantal jaren eerder nog te pronken met je discman en je pokemon, nu hoorde je er pas bij als je een gsm had. Liefst met abonnement, niet met zo’n suffe prepaid kaart.

 

Tien jaar later is het primitieve, draagbare telefoontoestel geëvolueerd tot een multimedia apparaat. Je kunt tegelijkertijd bellen, sms’en, fotograferen, muziek luisteren, internetten, mailen, je agenda checken, spelletjes spelen en weet ik wat nog meer. Bovendien kun je deze activiteiten, door het handzame formaat van de gsm, altijd en overal doen. En dat doet iedereen dus ook. Er wordt gebeld op de fiets (hands on), telefonisch vergaderd in de auto (handsfree), gesms’t in de supermarkt, gefotografeerd in pashokjes, getwitterd in de bioscoop en gegamed op openbare toiletten.

Waar de mens is, is zijn mobiel. Er is sprake van een totale afhankelijkheid van een stukje elektronica. 80% van de Nederlanders classificeert het verlies van zijn mobiel als “een drama”. Ruim 8% van de mobiele bellers heeft zijn kostbare gsm wel eens in de wc laten vallen. Kun je nagaan hoeveel mensen het ding meenemen om zelfs tijdens number one of number two nog bereikbaar te zijn!

 

Ik schaar mijzelf onder de 20% telefoonbezitters die het verlies van zijn mobiel helemaal niet als een drama ziet. Eerder als een zegen. Ik heb mijn mobieltje ook aangeschaft voor datgene waarvoor hij van origine bedoeld is: bellen. Ik zou niet weten hoe ik een foto moest maken met dat ding, want voor foto’s heb ik (heel gek misschien) een digitale fotocamera. En de enige muziek die ik op mijn samsungetje heb gezet, is mijn beltoon omdat ik hyperchagrijnig wordt van de standaard ingestelde piepjes en deuntjes.

Ook heb ik altijd wel een of meer gemiste oproepen omdat ik het kleine kreng vergeten ben op te laden en de batterij inmiddels leeg is. Ik zit er niet mee. Ik vind het wel lekker rustig.

De rest van de wereld heeft er alleen zoveel moeite mee. Ik krijg regelmatig het verwijt “je was niet bereikbaar” naar mijn hoofd geslingerd. Als ik daarop reageer met de opmerking “ik wilde nou eenmaal niet bereikbaar zijn”, krijg ik een blik van pure onbegrip terug. Alsof ik zojuist Chinees sprak zeg maar.

 

Al die mobiele fixatie kan nooit gezond zijn. En dan heb ik het niet eens over het wel of niet krijgen van hersentumoren door zendmasten en teveel met een telefoon tegen je oor geplakt zitten. Nee, die complete afhankelijkheid van een stukje techniek, dat vind ik ongezond. De deur niet meer uit durven zonder telefoon. Niet eens naar de wc gaan zonder mobieltje. Zelfs op je welverdiende jaarlijkse vakantie de gsm in de zwembroek stoppen omdat de baas kan bellen.

Mensen laat het los! Laten we alsjeblieft terug gaan naar het tijdperk dat we niet continue bereikbaar waren voor elkaar. Naar die goede oude tijd waar je ’s avonds rustig op de bank tv kunt kijken zonder om de haverklap gebeld of gesms’t te worden. Of die fijne tijd dat je de tijd in de trein doodde met het lezen van een boek in plaats van het updaten van je Hyves-pagina met je Blackberry. En laat de volgende keer als je op vakantie gaat die telefoon eens thuis. Dan weet je zeker dat je een heerlijk, ongestoorde, rustige vakantie hebt. Ik kan het van harte aanbevelen!



Whats in a name?

16:29, 14/9/2009 .. Posted in Sport .. 0 comments .. Link

We kunnen in ons leven veel uitkiezen, maar onze naam is daar over het algemeen niet een van. Bij onze geboorte geven onze ouders ons een door hun gekozen naam mee en daar doen we het in de meeste gevallen de rest van ons leven mee.

Iedere naam, familienaam of voornaam, heeft een betekenis. Het is grappig om te zien hoe vaak een naam passend is bij de persoon die ‘m draagt. Op het journaal zie je regelmatig voorbeelden van treffende achternamen, zoals boeren die Spruit heten of boswachters die Kieviet als achternaam hebben. Maar ook voornamen kunnen treffend zijn, zoals de vrouwelijke Famke Janssen laat zien.

Dat een naam ook wel eens fout gekozen kan zijn, bleek afgelopen weekend toen Serena Williams een memorabel einde maakte aan haar halve finale tegen Kim Clijsters op de US Open. De naam Serena betekent “rust, sereniteit”, maar sereniteit was heel ver te zoeken op het centre court van Flushing Meadows…

 

In de halve eindstrijd had Serena met 4-6 de eerste set verloren. Uit frustratie verwoestte ze in twee harde klappen op het hardcourt van Flushing Meadows haar Wilson-racket. Dit racket abuse leverde haar een officiële waarschuwing van de umpire op.

De tweede set ging lang gelijk op en bij 5-6 moest Serena serveren om in de wedstrijd te blijven. Bij een stand van 15-30 sloeg ze haar eerste service uit. Bij de tweede service werd door een van de lijnrechters een voetfout geconstateerd. Dit betekende een dubbele fout en een punt erbij voor Clijsters, die hiermee op dubbel matchpunt komt. Op dat moment verloor Serena haar sereniteit.

Ze vroeg om een nieuwe bal, liep hiermee naar de bewuste lijnrechter en uitte de woorden "If I could, I would take this ... ball and shove it down your ... throat", gevolgd door nog een aantal onverstaanbare woorden. Ook zwaaide ze heftig met haar racket naar de vrouw in de stoel.

De umpire vraagt de lijnrechter vervolgens om een reactie en besluit de hoofdscheidsrechter erbij te halen. Serena is ondertussen nog steeds aan het tieren en zwaaien met armen en racket en Clijsters probeert zich aan de andere kant van het net te blijven concentreren op haar matchpunten.

In de discussie met de hoofdscheidsrechter horen we de nog steeds niet rustige Serena “I didn’t say I would kill you! Are you serious?” zeggen. De rest van de conversatie is onverstaanbaar door het boe-geroep vanaf de tribunes.

Het eind van de discussie tussen Serena en de hoofdumpire betekent het einde van de wedstrijd. Serena krijgt haar tweede officiële waarschuwing (ditmaal voor onsportief gedrag) en twee waarschuwingen betekenen één punt erbij voor de tegenstander. Game, set & match miss Clijsters.

 

Bij de persconferentie na afloop doet Serena haar naam weer eer aan, of misschien zelfs iets teveel. Laconiek en ontspannen verklaart ze: "I used to have a real temper, and I've gotten a lot better. So I know you don't believe me, but I used to be worse. Yes, yes, indeed." Oftewel, onze serene Serena is nooit zo sereen geweest en vandaag viel nog reuze mee.

 

Had Shakespeare het in 1594 al door toen hij schreef: “What's in a name? That which we call a rose by any other name would smell as sweet”? Vrij vertaald: het gaat om de inhoud, niet om de naam die we ergens aan geven. Een roos ruikt nog steeds even lekker als je ‘m anders noemt en de jongste Williams-zus is een driftkikkertje, ookal noem je haar Serena.



Ritueel tijdrekken

20:25, 12/9/2009 .. Posted in Sport .. 0 comments .. Link

De afgelopen twee weken heb ik me weer uitstekend vermaakt met het kijken naar de US Open. Ik ben dit jaar zelf twee dagen op Flushing Meadows geweest en heb daarnaast veel partijen op tv kunnen zien. Ik speel zelf al jaren tennis, ben nu op twee Grand Slams geweest en durf mijzelf een grote liefhebben van de nobele “lawn tennis” sport te noemen. Toch is er iets waar ik mij als fan lichtelijk aan erger en dat zijn de rituelen voorafgaand aan bijna ieder punt. Vooral in het mannentennis is men inmiddels uitermate bedreven in het uitvoeren van rituele handelingen om de tijd te rekken en de tegenstander uit de concentratie te brengen.

 

Zodra een punt is afgelopen loopt de serverende tennisspeler terug naar de baseline. Met een open hand voor zijn gezicht maakt hij aan de ballenjongen duidelijk dat hij z’n handdoek wil. Hij veegt het zweet van z’n gezicht, de beide armen en de handgreep van het racket af. De handdoek wordt achteloos naar achter gegooid, in de hoop en veronderstelling dat dezelfde ballenjongen daar staat om ‘m op te vangen en tot het volgende punt voor je te bewaken.

Met een hoofdknik vraagt de tennisser een aantal, maar minimaal drie ballen. De eventuele bal die nog in de broekzak zit van het vorige punt wordt ook tevoorschijn gehaald. Hij bestudeert ze op slijtage en gooit er een of meer weg tot er twee overblijven. Een (dezelfde?) verdwijnt er weer terug in de broekzak.

De speler neemt zijn positie aan de baseline in. Als de speler in kwestie Rafael Nadal is, volgt er nu een gepluk aan de onderbroek en het achter de oren strijken van het haar (eerst links, dan rechts).

Dan wordt de bal gestuiterd. Dit kan drie keer zijn, maar als je Novak Djokovic heet, moet dit minstens tien keer. Pas dan wordt de bal de lucht in gegooid en in het spel gebracht.

Na afloop van het punt herhaalt dit ritueel zich weer van voren af aan. En aan het einde van een game? Ach, dan gaat de tegenstander zijn ritueeltje opvoeren.

 

Sommige handelingen zijn nog wel te rechtvaardigen. Als je met 30º in de volle zon staat te tennissen, dan ga je ook wel zoveel zweten dat je glibberige handen krijgt. Maar die kun je ook aan je broek, rok of jurkje afvegen. En voor een druipend voorhoofd is het zweetbandje (een draagbare handdoek) uitgevonden, die eventueel tussen de games in verwisseld kan worden.

De andere handelingen zijn echter pure nonsens. De “harigheid” of slijtage van de afdruk van een bal bepalen echt niet of je wel of geen ace slaat. En een goed geplaatste service hangt ook echt niet af van het vijf of tien keer stuiteren van de bal voor je ‘m in de lucht gooit. Die rituelen zijn puur tijdrekken of het creëren van een rustmoment voor de serverende speler.

 

Is al dit tijdrekken eigenlijk wel geoorloofd? De ATP hanteert een maximum van 25 seconden tussen het moment dat de bal uit het spel gaat en het moment dat een bal opnieuw geslagen en dus in het spel gebracht wordt. Overschrijd je de tijdslimiet, dan kun je daarvoor een waarschuwing krijgen. Twee overtredingen betekent een punt voor de tegenstander en bij drie overtredingen krijgt je opponent een game erbij*.

 

In de praktijk gebeurt het echter zelden tot nooit dat een speler wordt aangesproken op zijn of haar gedrag tussen twee punten in. Spelers zorgen dat ze altijd net op het randje van de 25 seconden zitten. Ook is het maar de vraag of umpires na ieder punt de stopwatch indrukken om de tijd te meten, zoals officieel wel hoort.

Misschien moet er tijdens een van de grotere toernooien, een Masters of Grand Slam, aandacht aan besteed worden. Net zoals een aantal jaren geleden is gebeurd met het racketgooien. Dat werd zo’n trend, dat de ATP daar waarschuwingen en boetes voor is gaan uitdelen. Er worden nu (in ieder geval gevoelsmatig) beduidend minder rackets kapot gegooid dan pakweg vijf jaar geleden.

Als de ATP in 2010 nou eens een “25 seconden-campagne” gaat voeren, dan zijn we hopelijk over een jaar of vijf af van al dat gewrijf, gepluk, gefrunnik en gestuiter en kunnen we als fan weer genieten van datgene waar het echt om gaat: tennis!

 

 

* Dit een-twee-drietje heet Point Penalty Schedule en daar valt ook ander “wangedrag” onder zoals racketsmijten, uitschelden van lijnrechters, onsportief gedrag, etc.



Verslaving

18:15, 30/7/2009 .. Posted in Sport .. 0 comments .. Link

Ik heb een verslaving. Een verslaving waar ik regelmatig noodgedwongen cold turkey van af moet kicken. Ik heb ontwenningsverschijnselen zoals rusteloosheid en het gevoel dat er iets mist als ik thuiskom. Bovendien moet ik mijn bioritme regelmatig omgooien, omdat deze zich volledig aan mijn verslaving aanpast.

Gelukkig heb ik geen ernstige verslaving. Ik zit niet aan de pillen, poeders of drank en van de sigaretten ben ik ook al tien jaar af. Nee, mijn verslaving is wat onschuldiger: sport kijken.

 

Mijn verslaving kent zijn ups en downs, afhankelijk van de sportkalender. In de eerste maanden van het jaar zit ik ieder weekend gekluisterd aan de buis om vooral geen wereldbeker, EK of WK schaatsen te missen. Extra fijn zijn de jaren dat er ook Olympische Winterspelen gehouden worden. Twee weken lang, iedere dag nòg meer sportplezier. Ik kan haast niet wachten tot volgend jaar!

Na de piek in januari-februari, volgt er in maart altijd een dal. Ineens heb ik in de weekends weer tijd om een boek te lezen of om met vrienden af te spreken. Activiteiten waar ik tijdens mijn sportverslaving natuurlijk absoluut geen tijd voor heb!

De voorjaarsdip duurt uiterlijk tot eind mei. Zodra het gemalen baksteen van Roland Garros op tv verschijnt, krijgt de verslaving weer de overhand. Op mijn werk check ik via internet regelmatig de tussenstanden. Zodra ik thuiskom van mijn werk, zet ik de tv aan, nog voor ik mijn jas uittrek. En in de weekends maak ik alleen afspraken in de ochtenden of op dagen dat mijn favoriete spelers niet spelen.

Dit gedrag gaat wekenlang door, gedurende Roland Garros, Queens, Wimbledon en de Tour de France. Om het jaar komen daar ook nog EK’s of WK’s voetbal bij en eens in de vier jaar heb ik echt een topzomer als ook de Zomerspelen gehouden worden. Maar ook die zomers zijn eindig.

In magere jaren, zoals 2009, volgt er al na de Tour een flink zwart gat. Na drie weken lang intensief meegeleefd te hebben met de wielerprofs en iedere col mentaal met hen samen beklommen te hebben, voelt het alsof ik Laurens-ten-Dam-style in de afdaling van de Tourmalet tegen het asfalt smak. Ineens sta ik stil. Als een geslagen hond lik ik mijn wonden en stap uit wanhoop dan maar zelf op de fiets. Als ik anderen dan niet meer kan zien fietsen, nou dan doe ik het zelf maar!

 

De superzomerdip duurt over het algemeen wel lang. Natuurlijk krijgen we nog wel een San-Sebastian, een (Hollandse) Vuelta en een WK wielrennen voorgeschoteld, maar dat is toch meer whisky-cola dan scotch straight-up. Ook de Formule 1 is eerlijk gezegd niet bijster interessant om te volgen en de nationale voetbalcompetitie kan me ook al jaren niet meer boeien.

Nee, kriebels in de buik houden zich koest tot november, als het schaatsseizoen zich weer aandient. Langzaamaan raakt het sociale leven weer naar de achtergrond en komt de verslaving in alle hevigheid naar voren. Tussen de feestdagen door zit ik met het bord boerenkool op schoot de verrichtingen van onze nationale schaatshelden te volgen. Week in, week uit, tot ver na het nieuwe jaar.

En als in maart de spreekwoordelijke sneeuw begint te smelten en het schaatsseizoen te einde loopt, is de cirkel weer rond. Als de meeste mensen uit hun winterdepressie raken, schiet ik in de voorjaarsdip.

 

Al dertig jaar doorloop ik deze cyclus. Al dertig jaar vormt mijn leven zich rondom mijn verslaving. Gelukkig heb ik één groot voordeel ten opzichte van drugs- en alcoholverslaafden: mijn verslaving kost geen geld. Hooguit de prijs voor de kabeltelevisie of een kaartje voor een sportevenement. Ach, als je het zo bekijkt is deze verslaving eigenlijk zo gek nog niet.



Respect

10:30, 27/7/2009 .. Posted in Sport .. 0 comments .. Link

Alberto Contador is de terechte en niet geheel onverwachte winnaar van de Tour de France 2009 geworden. Na drie weken heroïek en dramatiek mocht de Spanjaard op zondag 26 juli op de Champs Elysees de trofee in ontvangst nemen en luisteren naar het verkeerde volkslied. Helaas krijgt de nieuwe tourwinnaar niet het respect dat hij eigenlijk wel verdient op basis van zijn prestaties.

 

Contador heeft als één van slechts vijf renners de drie grote rondes gewonnen. Bovendien was dit al de tweede keer dat hij Le Grande Boucle wist te winnen, alhoewel hij de eerste keer een beetje hulp kreeg van de Rabobank-ploeg die hun toenmalige gele truidrager Rasmussen na twee weken naar huis stuurde. En tot slot heeft ook Alberto Contador ook een heroïsch comeback verhaal na een ernstige toeval als gevolg van bloedklonters in de hersenen, waarbij dokters hem zelfs afscheid van zijn familie lieten nemen omdat hij zijn hersenoperatie mogelijk niet zou overleven.

Waarom wordt hij dan toch niet met alle egards behandeld? Waarom gaat het bij zijn persconferenties over alles behalve fietsen? Het antwoord op die vraag heet Lance.

 

De Tour 2009 zal niet alleen de geschiedenis ingaan als de eerste schone tour in jaren*, maar ook als de tour waarin Lance Armstrong na drie jaar zijn rentree maakte. De zevenvoudig tourwinnaar besloot nogmaals op de fiets te stappen om aandacht te vragen voor zijn kankerstichting Livestrong.

Dankzij zijn oude ploegleider Johan Bruyneel kwam hij terecht in de Astana-ploeg. Kopman in deze Kazachstaanse formatie was echter Alberto Contador. Alberto liet zich echter niet zo makkelijk de kaas van zijn brood eten en Lance was niet van plan zomaar knecht te spelen voor een ander. Al snel ontstonden er spanningen die ook voor de buitenwereld duidelijk zichtbaar waren.

Vanaf de eerste tourdag in Monaco werd er door de media volop gespeculeerd wie de enige, echte kopman van Astana was. Was dat de Spanjaard met nummer 21 of toch de Amerikaan met nummer 22 die al jaren dikke maatjes is met ploegleider Bruyneel? Er werden hele theorieën op losgelaten en zelfs uit de positie van de reservefietsen op het dak van de ploegleiderswagen werden conclusies getrokken.

Ondertussen twitterde Lance er lustig op los en schroomde niet om via dit medium de geruchtenstroom over hemzelf en “AC” aan te wakkeren. Alberto daarentegen hield zich rustig en ging niet op vragen over zijn relatie met Lance in. El Pistolero pakte het wat subtieler aan en liet zijn benen spreken. Op Arcalis sprintte hij weg van de rest en liet Lance in een onmogelijke postitie achter. De Texaan kon en mocht niet achter zijn eigen kopman aanjagen en werd zo door Contador gedwongen te blijven zitten en zijn nederlaag te erkennen.

Hiermee zou de kous toch af zijn geweest, ware het niet dat Lance een slecht verliezer is. Voor het oog van de camera deed Lance alsof hij zich zou schikken naar kopman Contador, maar via twitter en de momenten dat Lance niet doorheeft dat er een camera op hem gericht staat, kregen we toch een glimp te zien van een mokkende kleuter die zijn zin niet krijgt.

Om voor eens en voor altijd duidelijk te maken dat hij echt de verdiende winnaar van de tour is, liet Contador nog eenmaal van zich spreken. Hij presteerde wat voorheen als onmogelijk werd geacht: hij won de tijdrit in Annecy.

 

Iedereen is het er over eens dat Alberto Contador op dit moment de allerbeste coureur in het peloton is. Hij is de beste klimmer van allemaal en hij is niet voor niets de kampioen tijdrijden van Spanje. Hij wint alle grote rondes achter elkaar. Maar als hij voor de tweede keer op het hoogste podium in Parijs staat ligt de focus op “het slappe handje dat Lance hem geeft”. Dit verdient Contador niet. Deze grote kampioen verdient het respect dat hem toekomt en niet het respect dat Armstrong hem toedicht.

 

 

* Tijdens de tour is er in ieder geval niemand betrapt, maar het zal nog minstens acht weken duren voor alle stalen uit deze tour onderzocht zijn. Het is dus een “schone tour” met een slag om de arm!



Haute couTOUR

19:45, 22/7/2009 .. Posted in Sport .. 0 comments .. Link

Wielrennen en mode is lange tijd een contradictio in terminis geweest. De wielrenners van weleer deden aan hard fietsen (al dan niet onder invloed van prestatieverhogende middelen) maar zeker niet aan couture. Uiteraard zijn er wel uitzonderingen geweest, maar over het algemeen gold dat echte mannen niet aan mode deden.

 

De laatste jaren is er echter een nieuw fenomeen zichtbaar in de Tour: matching outfits & accessories. De trotse bezitter van een klassementstrui completeert zijn tricot met een bijpassende wielerbroek. Op zich niets vreemds. In het dagelijks leven worden truien, bloezen, broeken en rokken per slot van rekening ook op elkaar afgestemd.

Het wordt wel wat vreemder als ook helm, brilmontuur, schoenen en handschoentjes worden afgestemd op de kleur van de klassementstrui. De leider in het sprintersklassement verschijnt als een soort Kermit aan de start en een epilepticus krijgt haast een aanval bij het zien van de leider in het bergklassement.

Maar de geel-groen-witte bolletjesgekte kan zelfs nóg verder worden doorgevoerd. De echte modebewuste kampioen laat zijn fiets zelfs overspuiten in de kleur van zijn trui. Michael Rasmussen kwam in 2006 aan op de Champs Elysees in een bolletjestrui en bolletjesbroek, met bolletjeshandschoenen, bolletjesbril en bolletjeshelm en rijdend op een bolletjesfiets. Rasmussen staat bekend als een extreme perfectionist (behalve als het gaat om het invullen van zijn whereabouts), dus het zal me niets verbazen als hij ook bolletjessokken en bolletjesonderbroeken in zijn koffer had zitten.

 

De Tour van 2009 wordt, na tweeënhalve week koersen aangeduid als “saai”. Toevallig of niet, ook de modebewustheid van de renners heeft dit jaar iets aan enthousiasme ingeboet. Alberto Contador vliegt weliswaar als een gele kanarie door de bergen en Marc Cavendish had zijn groene bril al op voor hij de bijbehorende trui in zijn bezit had, maar bergkoning Pellizotti moet het “maar” met een bolletjesfietscomputer doen in plaats van een complete bolletjesfiets. En als het eens regent in de Tour komen er onbestemde zwarte regenjackjes tevoorschijn waar niet eens de sponsornaam op te lezen is. Vrolijke uitzondering tussen al dat zwart was trouwens Astana-renner Andreas Klöden die als enige van zijn ploeg rondfietste in een wit-geel-turkooizen regenjas.

 

De Tour is soberder, schoner (hopen we) en voorspelbaarder en ogenschijnlijk volgt het modebeeld dezelfde weg. De renners gaan niet meer volledig over the top met hun kleurgebruik, maar letten er nog wel op dat de trui bij de broek past. Of de kleurcrisis in het peloton een tijdelijke trend is zal de tijd leren, maar het blijft in ieder geval een leuk fenomeen om te volgen!



Kenny

19:45, 21/7/2009 .. Posted in Sport .. 0 comments .. Link

Nederland heeft een nieuwe held en zijn naam is Kenny. Kenny is geen held omdat hij een leven gered heeft. Kenny is ook niet beste, snelste of sterkste in zijn discipline. In tegendeel zelfs. Kenny is juist de aller- allerlaatste. Kenny sterft iedere dag acht keer, maar heeft gelukkig negen levens. Kenny draagt al twee weken de rode lantaarn. Kenny is de laatste man in de Tour.

 

In de Tour de France gaat het in de eerste plaats om de man in het geel. Wie neemt le maillot jaune mee naar Parijs en houdt ‘m in de geschiedenisboekjes ook vast (denk aan Floyd Landis die een dag na aankomst in Parijs genadeloos door de dopingmand viel en uit de uitslag geschrapt werd).

Naast de gele trui kijken we voor de aardigheid ook nog even naar de groene trui en, vooruit, ook de strijd om de bolletjestrui kan onze goedkeuring nog wel wegdragen. De witte trui volgen we alleen als “we” jong fris bloed naar de Tour sturen (helaas viel Neerlands hoop Robert Gesink dit jaar al na vijf dagen uit met een onfortuinlijke polsbreuk).

Maar de rode lantaarndrager? Nee, die volgen we niet.

 

Tot de Tour van 2009, toen de kleine Nederlandse wielerploeg Skil-Shimano zijn opwachting maakte in de grote ronde van Frankrijk. Het hoogste rugnummer (199) werd toegewezen aan Skil-sprinter Kenny van Hummel. Hem viel de eer te beurt het spreekwoordelijke bal op 4 juli te mogen openen door als eerste te vertrekken tijdens de proloog. Kenny vertelde vol trots aan de media dat hij naast prins Albert van Monaco mocht staan op het podium! Toen wist Kenny nog niet dat dit pas het begin van alle media-aandacht rondom zijn persoon zou zijn…

 

Al na een paar dagen koersen in de Tour werd duidelijk dat Kenny leuk kan sprinten, maar niet kan klimmen. Kenny bungelde al bij de lichtste glooiing van het landschap als laatste achter het peloton, maar verloor zijn medefietsers ook even vaak helemaal uit het oog en moest solo verder.

De achterstand op de nummer een-na-laatst in het peloton groeide gestaag. Kenny profileerde zich steeds duidelijker als rode lantaarndrager in de koers.

En toen kwamen de Pyreneeën. Sprinter Kenny moest de bergen over. Iedere dag leverde Kenny een gevecht. Een gevecht tegen de benen, tegen de bergen, tegen de man met de hamer en vooral tegen zichzelf. Iedere dag moest Kenny al na enkele tientallen kilometers lossen uit het peloton en ruim honderd kilometer solo berg op en berg af. Iedere dag sprak zijn ploegleider Merijn hem bemoedigend toe in zijn elektronisch oortje. Op de helling van de Verbier beloofde Merijn Kenny zelfs een Big Mac als hij maar op tijd binnen zou zijn. En Kenny kwam op tijd binnen, zelfs met 9 minuten over!

 

Dankzij zijn heroïsche optredens, dag in en dag uit, is Kenny in Nederland een fenomeen geworden. Als de Tour-uitzending op Nederland 1 is afgelopen is Kenny vaak nog niet binnen. Nederland schakelt daarom massaal om half acht naar het Tourjournaal om van Henri of Dionne de verlossende woorden te horen: “Kenny was op tijd binnen”. Zestien miljoen mensen vrezen de dag dat deze woorden anders zullen zijn. “We” moeten er niet aan denken dat onze Kenny strandt op de een na laatste dag, op de hellingen van de Mont Ventoux. Dat Kenny langs het standbeeld van Tommy Simpson rijdt en in zijn oortje Merijn hoort zeggen “Kenny, je bent te laat”.

 

Onze held moet Parijs halen. Al moeten we Kenny met zijn allen onregelementair de Mont Ventoux opduwen. Skil-Shimano heeft toch al meer verdiend deze Tour dan de Raboploeg, dus die boete kan er vast wel af.

Nederland heeft eindelijk weer een echte held. Een vechter die de pijn verbijt door aan zijn pas overleden oma te denken in plaats van een lijntje coke te snuiven of zich aan een bloedcentrifuge te koppelen voor een cera-cocktail. Een klasbak die na de tweede Alpenrit, waarin hij zelfs even moest afstappen van de maagpijn, nog met een grote glimlach in de camera zegt dat hij de Tour “nog steeds heel leuk” vindt.

 

Holland heeft een nieuwe held en zijn naam is Kenny, Kenny van Hummel.

 

 

N.B. Een dag na het schrijven van dit verhaal moest Kenny de Tour verlaten na een valpartij. Parijs mocht niet zo zijn.



About Me

Home
My Profile
Archives
Friends
My Photo Album

Links


Categories

Everyday life
Sport

Recent Entries

Tragisch
Twitterende reskaters
Onbereikbaar
Whats in a name?
Ritueel tijdrekken

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer