Lezingen over het werk van Richard Lee Barton

Lezing Fernand Haerden, Belgisch kunstcriticus, 14.03.2010

Kunst kan altijd beschouwd worden als een vorm van verovering, van heersen over. In die zin sluit ze wonderwel aan bij de westerse levensopvatting, die er eveneens in bestond de wereld te veroveren.
Dat heersen over had/heeft in de kunst altijd te maken gehad met de beheersing van de vorm. Je moest – wilde je kunstenaar genoemd worden – de vorm onder de knie hebben. Kunst had/heeft nl. met  kunnen te maken. Dat was zo in de klassieke oudheid, waarin de uitbeelding naar perfecte nabootsing streefde, zelfs naar perfecte heroïsering. Dat was zo in de renaissance. Dat was zo in de 17 de eeuw met haar interieurs en landschappen; in de 19 de eeuw met haar rijkelijke burgersalons enz. Maar met het einde van die 19 de eeuw en het impressionisme en het begin van de 20 ste eeuw en de verhakkeling van de realiteit, leek die vorm definitief afgedaan te hebben. Te meer daar op dat moment de kunstscene zich ging verplaatsen van Europa naar Amerika en ze ons daar confronteerde met het abstract expressionisme, waardoor in de ogen van velen – met het verdwijnen van de afbeelding – ook de vorm ophield te bestaan.
Iedere verstaander beseft echter dat „vorm” losstaat van figuratie of abstractie, met andere woorden in beide werkwijzen even sterk aan bod komt: in de figuratie als beschermer van de contouren, in de abstractie als behoeder van de compositie.
Omdat nu geen enkele evolutie (ook in de kunst) definitief rechtlijnig verloopt, maar eerder concentrisch, verwijdert zij zich ook niet definitief in de tijd, maar keert zij – in een andere baan evenwel – terug,  getekend door de tijd en de afstand/beweging die er is afgelegd. Niets van wat voorbij is, komt dus ooit in de zelfde vorm terug, maar tegelijk heeft alles ook een verleden. Zeker als het aan de mens gerelateerd is.
Waarom ik dit zeg, g.a.? Omdat ook Richard Lee Barton in zijn evolutie als kunstenaar niet alleen schatplichtig is aan zijn verleden, maar dat verleden ook een plaats gunt in zijn werk van nu.
Ik heb het al vaker gezegd: Richard Lee Barton (1952-Arkansas/USA) is met schilderen begonnen in een postimpressionistische sfeer, gestuurd/geholpen door o.m. Staf van Elzen, zelf een gevoelig kunstenaar, die in zijn expressiviteit duidelijke affiniteiten had met zowel impressionisme, het expressionisme als het animisme.
Ook R.L. Barton schilderde in zijn beginperiode gelijkaardige landschappen, figuren, stillevens. Pasteus dat wel en toch toen al met non-figuratieve neigingen. Sindsdien is veel gebeurd: zijn 20 jaar verblijf in Europa voorbij, onderbroken door 10 jaar Amerika en staan we hier vandaag voor dit coloristisch rijkelijk feest. Moeten toch vragen beantwoord (worden).
Beweegt dit werk zich naar buiten en wordt het een soort impressionistische abstractie, die haar vorm inruilt voor de kleur, waardoor het geheel een eerder amorf gebeuren wordt ? Of beweegt het zich naar binnen en verwijst het naar een kern binnenin, waarin de kracht van de expressie het hoge woord voert ? Ik opteer voor het tweede. R.L. Barton helpt ons daarbij, want niet zelden brengt hij zelf ankerpunten aan in zijn werk, hoewel die – net zoals in de fotografie – niet in het meetkundige midden moeten staan. Niet zelden is dat een vaas met of zonder bloemen, een andere maal is het een vrouwenfiguur, een boom, een zon. We stellen visueel een daadwerkelijke aanwezigheid vast, maar toch wordt dan weer dat wat we „figuur” zullen noemen, losgemaakt van „de beperkingen van het figuratieve”. De „figuur” heeft immers niet de taak iets voor te stellen, is er gewoon als ijkpunt in een sterk abstracte compositie.
Naast hun aanwezigheid op doek tout court zorgen deze figurale elementen voor diepgang,  een klassiek perspectief, dat we in de zuivere abstractie niet meer kennen of niet meer gewoon zijn. Als plastische elementen voeren ze ons binnen in een wereld, waarvan we  de inhoud niet kunnen bevroeden. Zorgen ze voor openingen in het werk en in onze geest.
Is het geen landschap, dan lijkt het een universum. Maar zowel landschap als universum hebben in het werk van R.L. Barton een unieke/een specifieke betekenis, omdat ze verwijzen naar iets dat we kennen, maar waar ze zelf geen afbeelding, geen afschaduwing van willen zijn.
Ik zou dan ook Jacques Derrida, Frans filosoof, een van de vertegenwoordigers van het deconstructivisme, willen citeren, maar waar hij het woord „talig” gebruikt, dit vervangen door „beeldende taal”.
„Talige uitingen blijven begrijpelijk, ook als het onderwerp waarover de uiting handelt, afwezig is, ook als we de auteur niet kennen, ook als de luisteraar voor wie we de uiting bestemd is, onbekend is. Elke talige uiting bewaart ook buiten de context waarin ze voor het eerst werd gebruikt, haar betekenis. Geen enkele talige uiting is aan een welomschreven context gebonden, geen enkele context is toereikend om een talige uiting te verduidelijken. „ Il n´y a pas de hors-texte”.
Er wordt wel herinnerd aan een buitenwereld, maar die (buitenwereld) hoeft niet herkend te worden om het beeldend werk, het kunstwerk, zijn volledige gewicht, zijn volle da sein te verlenen, het m.a.w. autonoom te verklaren.
Deze opvatting die – lijk gezegd- kadert in het deconstructivisme, maakt duidelijk ook een eind aan onze eeuwenlange opvatting van de onlosmakelijke eenheid van alles, waarin het zgn. zijnde en het ene en het ware en het goede verwisselbaar zijn. Het ware en het goede zijn sowieso geen gelijke delen meer van eenzelfde medaille, want waar het ware (rationaliteit/technologie)bovenmate  gegroeid is, is het goede (menselijkheid) niet gevolgd. Met het contradictorische gevolg dat hoe groter de territoriale eenheid lijkt te groeien, hoe scherper de behoefte aan specificiteit (om het woord identiteit niet te willen gebruiken.)
Deze versplintering heeft ook in de beeldende kunsten huisgehouden, heeft daar voor chaos/ontbinding/deformatie/distorsie gezorgd, maar tegelijk is daaruit met bv. een Jackson Pollock, een Willem De Kooning, een Francis Bacon een nieuwe schoonheid gegroeid.
Ook Richard Lee Barton is in deze evolutie meegevoerd. Is door dat abstract expressionisme betoverd, maar is daar – lijk eerder gesuggereerd – niet in gestort, naartoe gegroeid. Het is dan ook een lust voor het oog om naar dit werk te kijken. Hij maakt daarbij gebruik van de olieverf, wat in deze tijd al niet meer zo evident is, en brengt deze erg genereus op doek aan. Ze wordt nl. vanuit de tube op het doek – niet geknepen – maar gekwakt, om ze dan met mes en andere  middelen tot een vrij vertaalde compositie te dwingen.
Een compositie waarin alles beweegt (behalve de vaas/de figuur/ de boom), maar hoe schijnbaar vrij/toevallig/losstaand ook, toch getuigt die compositie van onloochenbare consistentie.
Dit kan maar het gevolg zijn van een geduldig proces, geduldig (al was het maar om de diverse lagen olieverf te lagen drogen) en bewust van de – door de materie zelf opgelegde – wetmatigheden: vele lagen op elkaar leggen, deze niet als vulling gebruiken, maar ze (zowel) als eerste laag en als bovenlaag hun werk laten doen. Dragen en bevruchten. Basis zijn en inspireren. Rusten en dwingen. Want net zoals bij vermelde kunstenaars is verf geen middel tot wat ik schrijven noem, met andere woorden contouren aanbrengen, maar is ze een materie die op zich een vorm wordt. Een in eerste instantie amorfe massa, die – net zoals zuivere klei – gekneed moet worden om substantie te verkrijgen. De verf die Richard Lee Barton aanbrengt, hoeft in feite niet hard te worden, mag/moet haar malsheid behouden, als ze haar vormelijke aanwezigheid maar bevestigt. Ze doet dat dan ook.
Dit werk van Richard Lee Barton is boeiend/beeldend plastisch en roept een wereld op die ontroert, bevredigt, een rijkdom aan weke en tegelijk krachtige viscositeit bevat.
Het is bovendien niet zwaar op de hand, niet zwaarwichtig of pessimistisch. Integendeel, getuigt van een ingebakken, natuurlijke frisheid en een joyeuze levensblijheid en naturel.
Dat dit werk momenteel erg goed in de markt ligt, het bijzonder goed doet op buitenlandse tentoonstellingen, mag ons dan ook niet verwonderen.

11:28 - 12/6/2010 - comments {0} - post comment

Explosion of color

Richard Lee Barton
Explosion of color
100 x 120 cm
Olie op linnen
2009

 

10:07 - 29/9/2009 - comments {0} - post comment

Lezing Fernand Haerden, Belgisch kunstcriticus, 27.09.2009

Elk werk heeft behoefte aan ruimte of is die ruimte.

In het eerste geval hebben we het over een schilderwijze, een schilderkunst die - hoe sterk van kwaliteit ook – toch aan de buitenwereld – waaruit ze ontstaan is, waaraan ze zich gelaafd heeft, - toebehoort en refereert. We bedoelen daar dan ook de hele schilderkunst mee tot begin twintigste eeuw.

In het tweede geval vertrekken we bij het kubisme en bereiken we doorheen de abstracte kunst  de eenentwintigste eeuw.

Welnu, ook Richard Lee Barton, die als beloftevolle jonge Amerikaanse schilder begin 1970 naar Europa kwam, zich in België vestigde, vervolgens tien jaar later naar Amerika terugreisde om zich begin jaren ’90 – waarschijnlijk definitief – in Nederland te vestigen, heeft in zijn eentje, heel individueel dus, die ruimtelijke evolutie meegemaakt. De uitspraak van Willem de Kooning ”Ík moet veranderen om mezelf te zijn,”geldt dus ook voor Richard Lee Barton.

Ook hij zit met een ongedurigheid,  een wil tot voortgang, waarbij hij echter op geen enkel moment zichzelf verloochent. Zijn werk van begin dit jaar niet, dat van vijf jaar geleden niet, dat van veertig jaar geleden niet. Was hij toen geboeid door het impressionisme, zoals velen van zijn generatiegenoten, maar toch ook reeds gebruik makend van een pasteuze verfaanbrenging, die naar het expressionisme neigde, met als thema’s figuren, portretten, interieurs, landschappen, – en er dus nog een ruimte buiten het doek bestond, omdat ook het geschilderde daarvandaan kwam, – dan voelde je, voorvoelde je dat die buitenwereld steeds zwakker werd, (hoewel nog aanwezig natuurlijk), dat de idee van buitenruimte steeds meer gekortwiekt werd door het gebeuren op het doek zelf. In die zin dat mettertijd – en nu dus zeker – zelfs figuren en voorwerpen (bloemen/vazen) of landschappelijke elementen niet aan de buitenwereld toebehoren, maar aan de schildering (op doek) tout court.

Als we dan de vraag stellen, welke ruimte er bedoeld of ingenomen wordt, is het antwoord reeds overbodig. Er is bij deze kunstenaar géén ruimte buiten het schilderij. De binnenruimte is bovendien een mentaal gebeuren, omdat het werk met andere woorden een emanatie/een openvouwen is van het innerlijke van Richard Lee Barton. Psychisch dus, niet zozeer in verstandelijke dan wel in emotieve zin. Individualistisch ook, want zijn bestaan is afhankelijk van zijn creatieve daden. Een zekere anarchie predikend. Want wars van enig voorbeeld.

Interessant daarbij is dat de Amerikaan die naar Europa is gekomen om de Europese schilderkunst via het impressionisme te leren kennen en daardoor Europeaan werd, geleidelijk geëvolueerd is naar de typisch Amerikaanse roots van het abstract expressionisme en daardoor opnieuw Amerikaan werd. Abstract expressionisme dat evenwel door hem tot een volkomen eigen variant omgebogen werd.

Richard Lee Barton heeft zich daarbij volledig overgegeven aan het koloriet, dat zich telkens in een gulp, in gutsende golfbewegingen aan het doek overlevert. Dat men bijwijlen nog figuratieve relicten en landschappelijke elementen meent te ontdekken, is niet ongewoon. We zouden kunnen spreken van zogenaamde ‘depaysages’, met andere woorden landschappelijke gegevens zonder verwijzing naar een zichtbare natuur.

In gestuele gebaren worden de lagen verf zo dik op elkaar geplaatst, zijn de penseelstreken zo kort en gedreven, dat we haast kunnen beweren dat ze niet door de kunstenaar geplaatst lijken, maar door de innerlijke dynamiek van het werk zelf gedwongen. Het is een emulsief gevecht. Een zich een weg banen door de dikke, vettige smurrie van de verf heen, die aan je ziel, aan je gemoed blijft plakken. Met een orgiastisch kleurgebruik. Letterlijk uit de tube gewrongen. In klonterige slierten, in smeuïge pasteuze kronkels, zodat de bewegingen tegen elkaar botsen, onder of boven elkaar schuiven. Het werk van begin 2009 was al krachtig en expressief, maar dit heeft nog  aan intensiteit gewonnen.

We werden getroffen door een diepblauw. Een schijnbaar onpeilbare diepte.

De diepte van een gemoed opzoekend en blootleggend, want het heet wel, “Life in a moment”, maar we krijgen als toeschouwer toch een emotieve inkijk in wat onder het oppervlak ligt. En dan niet zomaar voor een “moment”.

Richard Lee Barton schildert zonder reserves. Voelt zich namelijk door niets of niemand geborneerd. Spontaniteit en artistieke creativiteit zijn de drijfveren, de motorische krachten die – hoewel mateloos ongebonden – toch steeds leiden tot structuren, door de impact van het koloriet bepaald. In feite zou ik moeten spreken van de verf als materie, want zij laat zich niet wegdrukken, is er als ding op zich. Er is meer sprake van materiekunst, die behoefte heeft aan materialiteit en getuigt van bezetenheid en passie.

Richard Lee Barton vecht dus constant met dat dualisme. Enerzijds de drang naar, de behoefte aan ongeremde vrijheid, die hij zich op het doek wil bevechten. Anderzijds het gegeven, het weten dat ook het geschilderde, de schildering op doek behoefte heeft aan ordening en evenwicht, aan harmonie, hoe heftig het gevoel in de schilderkundige taal ook is.

Materialiteit kan anderzijds een log vehikel worden, dat te veel met zichzelf bezig is, niet uit zichzelf loskomt en dus ballast dreigt te worden.

Bij Richard Lee Barton sta je echter telkens voor een wereld die als het ware voor je ogen explodeert. Maar dan binnen de contouren/binnen de lijst van het werk. En hoewel het je sprakeloos maakt, ga je toch – je nieuwsgierigheid volgend – op zoek naar herkenbare, dus figuratieve gegevens, waardoor je de bewegingen van de verf – de groeven die ze getrokken heeft, de sporen die ze achtergelaten heeft, - met het oog heel aandachtig, haast detectisch volgt. Want ik spreek wel van explosie, maar je wil als toeschouwer toch meester blijven – zoniet worden – over wat zich voor je ogen afspeelt.

En dat lijkt mij in die explosie van kleur, “Explosion of color”, zoals een werk zich noemt, niet weinig te zijn.

Een explosie die vanuit het midden haar kleurpartikels wegschiet, uitspuwt en zo over het hele oppervlak verspreidt.

Van oppervlakkige beleving onzerzijds kan geen sprake zijn, omdat het werk zelf niets oppervlakkigs bevat en vanuit een diepe onderlaag gestuwd wordt. Alles hier is in beweging. Zet in beweging. “Niets bestaat dat niet iets anders aanraakt”, aldus Jeroen Brouwers in de inleiding van zijn boek “Bezonken rood”. Alles vertrekt vanuit een bedding die niet platgewalst egaal is, maar eerder opgebouwd uit ongelijk ruw bouwmateriaal, waardoor de kolking in de bovenlaag/op het oppervlak voor een stuk verklaard is.

Richard Lee Barton is veertig jaar geleden als kunstenaar door het Europese impressionisme gepakt. Heeft dit als gevolg van zijn temperament, zijn dynamiek, zijn persoonlijke groei versterkt tot een expressionistisch eigen idioom. Is ten slotte doorgegroeid naar dit eruptief coloristisch feest/gebeuren, waarin de abstractie zich manifesteert dankzij het dominante koloriet en de al dan niet aanwezige lijn de ondergeschikte figuratieve contouren trekt. Hoewel de lijn op zich dan toch weer kleur is en alles in alles versmelt.

De lijst van Richard Lee Bartons individuele tentoonstellingen is indrukwekkend, die van de eigenaars van zijn werk eveneens. Werk van hem is in het bezit van koningin Beatrix, President Bill Clinton, Rabobank, Centre Pompidou, universiteiten, banken en particulieren op vele plaatsen in Europa en Amerika. Hij was deelnemer aan diverse kunstbeurzen. Was bovendien medestichter van de internationale kunstgroep “Asikan 2240”.

Werk en uitstraling zijn dus duidelijk respectabel.

 

20:50 - 28/9/2009 - comments {0} - post comment

Arboretum

Richard Lee Barton
Arboretum
120 x 100 cm
Olie op linnen
2008

 

 

10:12 - 27/9/2009 - comments {0} - post comment

Sunrise XX

Richard Lee Barton
Sunrise II
75 x 75 cm
Olie op linnen
2007

 

13:10 - 25/9/2009 - comments {0} - post comment

Complex

Richard Lee Barton
Complex
120 x 100 cm
Olie op linnen
2004

 

11:32 - 17/9/2009 - comments {0} - post comment

Openingsrede Fernand Haerden, Belgisch kunstcriticus, 17.03.2009

Richard Lee Barton, geboren in 1952 te Arkansas (VS), is een Amerikaans kunstenaar, die reeds vele jaren in Europa verblijft. Nu is dat Europa heel lang de artistieke spil van de westerse wereld geweest. Ik wil met u geen historische hordeloop aanvangen om dat te illustreren en te bewijzen. Wie musea voor beeldende kunst over de hele wereld bezoekt, kan zichzelf ervan vergewissen dat Italië de bakermat van de renaissance is. Dat Spanje en Frankrijk het classicisme vertegenwoordigen. Dat de Nederlanden en Engeland het landschap ontdekken. Dat vanaf de negentiende eeuw romantiek/impressionisme/expressionisme enzovoorts tot de verworvenheden van kunstenaars uit diverse Europese landen behoren.

De artistieke centra verplaatsen zich daarbij vanzelfsprekend geregeld. Dat heeft – zoals u weet -  te maken met economische rijkdom, politieke en sociale vrijheden.

Nu eens zal dat Rome of Venetië zijn, dan Parijs/Londen/Dresden/München/Berlijn/Brussel. Opnieuw Parijs in de eerste helft van de twintigste eeuw. En het zal pas na de Tweede Wereldoorlog zijn, in het midden van de twintigste eeuw, dat Parijs én New York als het ware zullen strijden om de sleutelpositie en dat deze naar New York zal gaan, waardoor voor de eerste maal in de geschiedenis van de beeldende kunst de VS belangrijker worden dan Europa.

De invloed evenwel van wat toen reeds het Avondland werd genoemd, Europa dus, óp de kunst en de kunstenaars, bleef enorm groot. Vooral het impressionisme had op het doorsnee Amerikaanse publiek een grote impact. En waar kan je die richting/die stijl/ die schilder- en denkwijze beter bestuderen en ontwikkelen dan in Europa zelf?

Welnu, ook Richard Lee Barton, die toch reeds op zeventienjarige leeftijd in Amerika een niet-onbelangrijke prijs had gewonnen, reisde begin jaren zeventig naar Europa en vestigde zich meer bepaald in België, waar hij schilderlessen ging volgen bij achtereenvolgens Camerlinckx, Opsomer en Staf van Elzen. Hij ging landschappen en portretten schilderen volgens een impressionistisch coloristische visie, maar met de vaste en kordate hand van de expressionist.

In 1980 verliet hij Europa om in Arkansas een kunstschool op te richten, waar hij veel waardering mee oogstte. Bovendien bouwde hij zélf een artistieke carrière uit via groeps- en individuele tentoonstellingen, zodat zijn werk in vele particuliere én publieke verzamelingen belandde.

Begin jaren negentig kwam hij naar Europa terug (blijkbaar voorgoed) en vestigde zich ditmaal in Nederland.

Ik heb het genoegen gehad deze kunstenaar en zijn werk van relatief dichtbij te kunnen volgen en ben dan ook van zijn gestage evolutie getuige geweest.

Constante in dit werk is de liefde/de passie voor het medium, voor de verf. Ik bedoel daarmee de gulheid van het gebruik ervan, de voorkeur voor de pasteuze massa. Ik kon vaststellen hoe hij het impressionisme inruilde voor een gedreven kubistisch-expressionisme in de verwerkelijking van zijn figuren, zijn personages op doek.

Hierbij geleid/gestuurd/beïnvloed door Henry Moore en Bram van Velde, waarbij intermenselijke relaties, individuele dualiteit, desoriëntatie als lot van de

twintigste-eeuwse mens in zijn werk in de jaren negentig aan bod kwamen. Het werd met andere woorden geëngageerd werk, waarin het getormenteerde van het menszijn een toevlucht vond in een complex, dynamisch, maar toch evenwichtig werk.

Ik heb vastgesteld hoe hij steeds meer in de ban kwam van het Amerikaans abstract expressionisme (Jackson Pollock, Willem De Kooning), daar evenwel een eigen variant op creëerde. Hoe hij een typisch eigen Richard Lee Barton-stijl ontwikkeld heeft en  - zoals we vandaag kunnen vaststellen -  zijn zogenaamde landschappen en bloemen omgetoverd heeft in een lyrisch gedreven bewogenheid, waar de vorm, de lijn meerbepaald, opgelost wordt in een zuiver schilderkundige opbouw van uitbundige kleurenvelden. “Art is an expression of love”, heeft hij ooit zelf gezegd. En dat blijkt dus.

 

Toch zullen figuratieve elementen niet geheel verdwijnen (boomstammen, vazen), zullen het evenzovele relicten zijn van een breed cultureel én plastisch individueel verleden, dat hij niet wil verloochenen, maar dat als vormgegeven op dit moment voor hem niet meer relevant en voldoende genoeg is.

Vroeger was er een duidelijke scheiding tussen figuratie en abstractie, werden ze als tegenpolen en zelfs opponenten beschouwd. In de beginfase – honderd jaar geleden – (1910 dus!) stond figuratie voor realisme, voor afbeelding van een object, voor de zekerheid van wat geweest was of bestond; abstractie daarentegen voor vlucht uit die werkelijkheid, voor de twijfel van wat nog moet komen, voor de wereld van de geest. Mettertijd is er een vervaging opgetreden tussen beide strekkingen. Niet alleen een vervaging, ook een mix. Glijden kunstenaars van figuratie naar abstractie of omgekeerd. Zijn deze begrippen geen aanduiding van kwaliteit meer, maar verwijzen ze gewoon naar een manier van werken. Wie ons dat in uiterste vorm duidelijk maakt is Gerhard Richter,  die laatst abstracte werken in Keulen tentoonstelde (oktober 2008-februari 2009), die achteraf figuratieve portretten toonde in de National Gallery te Londen. Werken die alle de laatste twintig jaar geschilderd zijn.

 

Ook bij Richard Lee Barton is dus de abstractie an sich gematigd/gemodereerd, zoals gezegd. Wordt evenwel de kracht van het koloriet geactiveerd/verstevigd/versterkt.

In plaats van de klemtoon dus te leggen op de abstractie, kunnen we ons beter focussen op de expressiviteit/de kracht van het beeld/het overhellen naar een eigentijds expressionisme. In dit verband voel je wel eens de affiniteit met Van Gogh. Zoals in “Sunset”, waarin het landschap met zijn vier bomen op de voorgrond duidelijk zichtbaar is. “Sunset” is echter eveneens een allegorie, verklaart een euforisch moment in de beleving van een landschap dat danst als was het een golvende zee. De beweging zit dus uitdrukkelijk niet zozeer in het landschap, als wel in de belevende ziel, de schilderende hand van de kunstenaar.

Nu is Van Gogh de vertolker van het lijden/het torment/de obsessie en ontstaan daaruit de gedrevenheid/de werveling/de onnavolgbare natuurlijkheid van zijn werk.

Zijn daarentegen bij Richard Lee Barton die verheviging/beweging/die soms haast naïeve verbeelding een resultaat van een schilderkundige bezetenheid en passie (lijk eerder reeds aangehaald), dus in eerste instantie van een psychische toestand, een natuurlijke geaardheid, die niet direct moet gecorreleerd worden aan kwelling of verbijstering, maar wel aan een plezier, een joie de peindre, een joie de vivre. Aan liefde en aan noodzaak. Aan beide tegelijk. De liefde zou het werk kunnen doen kantelen in oppervlakkigheid en vlotheid, de noodzaak zorgt er echter voor dat authenticiteit door durf gewaarborgd blijft.

Het werk lijkt soms ruw geborsteld, met kleurpartijen die nu eens elkaar overlappen, waarbij de lichtere bovenpartijen voldoende ruimte en licht laten aan de onderliggende lagen om zich te manifesteren; dan weer lijken van dichtbij de verschillende partijen hun eigen territorium te beveiligen in heel kordate afbakeningen, die van een afstand een indrukwekkend rijkgeschakeerd woud van kleuren scheppen, waarbinnen zwevende, zwervende kleurenvlekken als kleurlichten dansen.

Het is oogverblindend. Maar niet misleidend. Want niet alleen in de breedte ontwikkelt zich dit werk, maar ook en vooral in de diepte. Hoeveel lagen zijn niet bewust op elkaar gelegd? In gestuele gebaren. Het lijkt soms op een voorwereldlijke schepping. Een nog ongeschapen landschap, dat door de kunstenaar bedacht is en dus nog niet de naam van “landschap” kan dragen, maar er toch een is. In verf, op doek en als innerlijke beleving. Niet als afschaduwing van een reeds bestaand. Een voorplatonische wereld dus.

Het is een emulsief gevecht. Een zich een weg banen doorheen de dikke, vettige smurrie van de verf, die aan je ziel en aan je gemoed plakken blijft. Met een orgiastisch kleurgebruik. Letterlijk uit de tube gewrongen. In klonterige slierten, in smeuïge pasteuze kronkels. Zodat de bewegingen tegen elkaar botsen, onder of boven elkaar schuiven, elkaar meenemen op een risicovolle tocht met veel valkuilen en hindernissen. Vandaar dat we ook niet kunnen spreken van wat ik zou noemen: bewust toeval. Aleatoriek, zoals die in de tweede helft van de twintigste eeuw in de beeldende kunst een ingeburgerd gegeven is geworden.

In het werk van Richard Lee Barton is immers de spontaniteit geen rechtstreekse aanleiding tot willekeurige manuele handelingen, is ze wel drijvende kracht die uiteindelijk telkens leidt tot structuur leidt. Tot evenwicht.

Dit werk heeft niets meer te maken met wat men gezien heeft. Dit overstijgt het geziene in hoge mate. De titel zegt ons dat het om bloemen gaat, maar in wezen zien we ze niet, maar voelen we ze, ondergaan we ze als het ware. Ze worden een individuele belevenis. 

Je kan spreken van lyriek, maar dan ver verwijderd van sentimentaliteit. Vol van kracht immers. Zoals “Summertime” ons dat toont: een kolking van kleuren, van verf in brede vegen, in feite één grote beweging die alles draaiende houdt, zoals een ingenieus raderwerk van Jean Tinguely.

De vraag naar het begin en het einde van deze werken lijkt me erg relevant en plaatst deze vrij van elke tragiek zijnde creaties in een metaforische context. Oorsprong en afloop en daarin de rol van de schepper. Verloopt de beweging lineair (nog buiten het doek) of herhaalt ze zich (binnen de bestaande ruimte van het doek)?

Kortom, een werk dat niet zo gemakkelijk in woorden te vatten is, omdat het op elke vierkante centimeter zingt en daarbij vooral muzikale klanken produceert.

Geachte aanwezigen, daarstraks had ik het over individuele tentoonstellingen van Richard Lee Barton. De lijst is indrukwekkend. En vandaag is zijn werk dus hier aanwezig op de tentoonstelling van Galerie Mia Joosten

Richard, heel hartelijk gefeliciteerd. Veel succes gewenst. 

 

14:19 - 17/3/2009 - comments {0} - post comment

Sunrise IX


Richard Lee Barton
Sunrise IX
100 x 120 cm
Olie op linnen
2007

12:05 - 17/3/2009 - comments {0} - post comment

The Carnaval

Richard Lee Barton
The Carnaval
100 x 120 cm
Olie op linnen
2008

 

20:10 - 16/3/2009 - comments {0} - post comment

Expositie Paterskerk Weert Galerie Mia Joosten

18:26 - 16/3/2009 - comments {1} - post comment

Description


«  February 2012  »
MonTueWedThuFriSatSun
 12345
6789101112
13141516171819
20212223242526
272829 

Home
User Profile
Archives
Friends

Richard Lee Barton
Exhibitions
Gastenboek
Barton Collection
Contact
Weblog
Culturele arrangementen
Chalet Collini

Recent Entries
- Lezing Fernand Haerden, Belgisch kunstcriticus, 14.03.2010
- Explosion of color
- Lezing Fernand Haerden, Belgisch kunstcriticus, 27.09.2009
- Arboretum
- Sunrise XX

Friends
- kunst
- composer