Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

ricktreffers.nl

14/2/2009 - Born to be a Slut

Vandaag speel ik in een donker hol in Arnhem. Vroeger, in mijn tijd als jongere, heette zo’n hol officieel ‘jongerencentrum’. In mijn puberjaren en ook daarna nog bracht ik vele uren door in deze centra, door sommige annalisten ook wel ‘jeugdhonk’ genoemd (‘hangplek’ werd pas later uitgevonden). Het waren spannende vrijdagavonden. Ik lurkte er nonstop bier, keek naar rock- en wavebandjes die vooral hard en enthousiast konden spelen en bewoog - meestal na de derde halve liter bier - heel wild en onnavolgbaar acrobatisch op de dansvloer, teneinde in het vizier te geraken van stoere vrouwelijke medejongeren die stukken volwassener leken dan ik.
Dat was toen. Dit is nu. Ik speel zelf in een hol. Ik ben enthousiast, maar geen rock- of wavebandje. Ik speel niet zulke stoere liedjes op een akoestische gitaar en zing daarbij teksten over verloren gegane liefdes en het probleem van de vergankelijkheid. Er zijn geen stoere vrouwen. Ik probeer mijzelf te vermannen en de vraag ‘waarom doe ik dit?’ terug te duwen in mijn binnenste, want ik moet over vijf minuten op. 
  
De kleedkamer is behalve mijzelf leeg. Er staan drie afgedankte lederen bankstellen in kleuren die met elkaar vloeken. Ontwaar ik daar wat stokoude spermavlekken op het gescheurde leer? Misschien. Lurkende groupies zijn echter in geen velden en wegen te bekennen. De koelkast is gelukkig netjes en volgens protocol bevoorraad met groene flesjes bier. Maar ik drink geen bier meer. Daar moet ik heftig van boeren tijdens het zingen. De fles Ribera de Duero (reserva) die ik op de rider had gezet is zoals gewoonlijk in dit soort oorden niet geleverd. Ik onthoofd een Spaatje blauw en kijk naar het plafond om mijzelf wat moed in te spreken. Op een steunbalk ontdek ik een sticker met de tekst ‘Born to be a Slut’. Onder deze naam staat een 06-nummer. Ik probeer mij een voorstelling te maken van de muziek van Born to be a Slut, maar verder dan ‘futloze derrie’ of ‘bloedeloze takkeherrie’ kom ik niet, omdat ik mijzelf aan het vermannen ben.
Als ik even later zo opgewekt mogelijk het podium bestijg is het zaallicht nog aan. De dj draait plaatjes en heeft mij niet in de gaten. Ik zwaai driftig met twee armen naar de geluidsman om aan te geven dat mijn concert gaat beginnen. Ik zie zo’n vijftien mensen helemaal achterin het donkere vertrek staan. Zij ogen enigszins christelijk, met dichtgeknoopte overhemden, pullovers en corduroy broeken inclusief vouw. Barneveldse eitjes misschien. Zij lijken hier in het donkere hol van de duivel niet helemaal op hun plaats, maar wie ben ik om hier over te oordelen? Tegenwoordig kan alles. Kruisbestuivingen zijn aan de orde van de dag, geile baardapen worden EO-presentator en relnichten gaan naar het songfestival. Het jongerencentrum gaat blijkbaar mee in die stroom. Laat ik mijzelf maar vermannen. Relativeren die boel. Ik mag blij zijn dat er überhaupt volk is.
De christenen in kwestie lurken gewoon ordinair bier. Zodra ik mijn eerste liedje inzet keren zij mij stante pede de rug toe. Ze lurken niet alleen bier, ze praten tussen het lurken door onchristelijk luid met elkaar. Het is hun avondje uit. Zij overstemmen mijn gevoelige liefdesliedjes volledig. Waar zij het over hebben ontgaat mij. Ik concentreer mijzelf op de monitors en kijk gekweld richting geluidsman. Die staat ook bier te lurken, maar helaas niet achter zijn geluidstafel.
Als ik uit arren moede dan maar extra stevig begin te harken op mijn gitaar gaan de vijftien christenen nog volumineuzer praten. Er is geen beginnen aan voor mij en ik probeer mijzelf te vermannen, al begin ik steeds minder goed te begrijpen wat dat in deze situatie eigenlijk voor een zin heeft, jezelf vermannen. Het liefst zou ik deze kakelende schijnheiligen met een bijl doorklieven op de klanken van Born to be a Slut.
Na afloop stevent één van de christenen op mij af. Hij zegt: ‘Wij vonden het een erg mooi concert. Dank u wel. Wat kost de cd?’ Ik verman mijzelf zonder moeite en antwoordt hem: ‘Voor jou slechts 10 euro, goede vrind’.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

27/10/2008 - Uienbuis

Zeeuwen zijn dan misschien stug, zuinig en gereformeerd, ze zijn ook vaak oprecht trots op hun unieke provincie van drijvende lappen grond. Als wij vooraf aan ons optreden en ver na etenstijd in een authentiek Vlissings vispaleis plaatsnemen, zijn alle ogen van de familie die de tent runt op ons gericht. Wij zijn gasten uit het westen. En wij zijn in Zeeland. Dat mag niet onopgemerkt blijven. De zoon des huizes loopt vastberaden onze kant uit. Hij lijkt uitverkoren ons te bedienen, draagt een bril met jampotglazen en heeft een loopje dat duidt op misvorming en/of -handeling. Het bebrilde obertje doet heel vriendelijk. Met de nadruk op 'doet'. Het is een dwingend soort vriendelijkheid. Eén die er thuis waarschijnlijk ingeramd is. Wij moeten het niet in onze hoofden halen hem niet minstens zo vriendelijk te bejegenen, dat voelen wij aan ons water. Het gezinshoofd werpt af en toe een zeer nieuwsgierige blik vanuit de keuken om te zien of zoonlief wel voldoet aan de verwachtingen. Om het ventje ter wille te zijn en onnodige moeilijkheden te omzeilen vragen wij hem alvast naar een typisch Zeeuws woord of gezegde. Het joch aarzelt geen moment en zegt: 'juunbuuse'. Als wij hem vragen wat dat betekent lacht hij triomfantelijk. 'Dat ga ik jullie natuurlijk niet zomaar vertellen'.
De zoon heeft beet. 1-0 voor Zeeland. In sommige landen staat patriottisme voor het openlijk willen delen van gevoelens van liefde voor de thuishaven. Maar in Zeeland moet je er eerst iets voor doen. Voor wat, hoort wat. De geheime pracht van de provincie wordt niet zomaar prijsgegeven. Tijdens het verorberen van mosselen, garnalen en klodders mayonaise wisselen wij gedachten uit. Zou Juunbuuse misschien een mythische zeeheld zijn? Een exquise gerecht dat wij als toetje opgediend zullen krijgen? Welk woord maakt een Zeeuw zo trots dat hij bezoekers uitdaagt te raden naar de betekenis ervan?
Aanbeland bij de koffie komt de gemankeerde zoon die zo zijn best doet weer bij de tafel staan om ons het familiegeheim te ontsluieren. Vol verwachting klopt ons hart. Hij opent alvast zijn mond en probeert de spanning een beetje op te bouwen. Hij is er zeker van dat deze vangst hem niet meer kan ontgaan. Een seconde voordat hij zijn strottenhoofd in werking stelt, roept onze gitarist Theo echter resoluut: 'frikandel speciaal!'.
Alle ledematen van de zoon beginnen te trillen. Hij deinst achteruit en kijkt verschrikt om zich heen. Zijn jampotglazen beslaan in een oogwenk. Een doelpunt in een uitwedstrijd telt dubbel en Theo uit het westen heeft hem met precisie afgetroefd: 1-2. In blessuretijd. De zoon stamelt nog: 'Een juunbuuse is inderdaad een frikandel speciaal. Het woord betekent uienbuis in het Nederlands.'
Met de staart tussen de benen druipt hij dan af. Even later horen wij een verschrikkelijk kabaal in de keuken dat het midden houdt tussen collectief neerkletterende serviezen en het in de grond meppen van haringen in de stroeve klei.  Wij laten een niet zuinige fooi op de bar achter en nemen gauw de benen. Even later, bij ons optreden, is er weinig tot geen publiek in de zaal. Wij grappen dat al het volk waarschijnlijk in de snackbar zit om uienbuis na uienbuis naar binnen te laten glijden, als waren het haringen van gemalen koeienuiers. Het incident ligt nog vers in ons geheugen. Onze gedachten dwalen voortdurend af naar het arme joch en zijn verloren strijd. Als wij midden in de nacht uit de concertzaal vertrekken krijgen wij als troost voor het geleden leed een opblaasbare Hema-worst mee van de bedrijfsleidster. Ik ben niet helemaal scherp meer en vraag haar of daar toevallig een typisch Zeeuws woord voor is. De bedrijfsleidster kijkt mij aan alsof zij water ziet branden.

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

5/9/2008 - De soep is uit

Nu ik een serieuze carrire als topsporter definitief op mijn buik kan schrijven, maar als artiest nog altijd groeimogelijkheden vermoed, heb ik mij onlangs opgegeven voor de zevenkamp voor singer-songwriters te Deventer. Het betreft de Tour de Terrasse, een soort steeple chase met een gitaar om je nek langs horecagelegenheden in de open lucht, waar de weekendvierders op het achterwerk zitten en meters bier laten aanrukken en waar de serveersters af en aan lopen met vlammetjes, gehaktballen en schalen verse patat. Tot mijn blijdschap ben ik voor dit druk bezochte evenement geselecteerd. Mijn vriend H., nationale topper en gedoodverfde favoriet, is ook van de partij. Ook collega M. uit het oosten van het land is er. Hij heeft tegen de regels in een heel ensemble bij zich. Bij binnenkomst in de grote stoel- en tafelloze ontvangstzaal verplaatsen mijn gedachten zich meteen naar de voetbalkantine uit mijn jeugd. In die kantine stonden wel stoelen en tafels (bingo!), maar voor het jaarlijkse weer-geen-kampioensfeest in mei moesten de voeten van de spelers, hun vrouwen en de vele amateurbobos natuurlijk van de vloer. Stoelen en tafels zijn dan een sta-in-de-weg en de stoelendans - waar is de eigenlijk gebleven? - deed je bovendien alleen op suffe, door ouders georganiseerde verjaardagsfeestjes, niet bij de club. Als ambitieus C-pupilletje hielp ik op die laatste zaterdagmiddag van het seizoen met het opstapelen van de stoelen en het minutieus schoonvegen van de houten vloer. Wij werden na de gedane arbeid beloond met een Glac en een flesje Seven-up (soms ook Cassis: gadverdamme). De volwassenen die meehielpen kregen van de kantinejuffrouw een koppie kippensoep met een slap wit droog kadetje er bij. Ook voor aanvang van deze Deventer zevenkamp is er soep in een lege ruimte, gedistribueerd door een gedrongen moedertje op overgangsleeftijd met een rode kleurspoeling en een schort voor. Wij mogen kleffe witte bolletjes met wat vage ham pakken. Het zonder morsen in de mond krijgen van de soep vereist enige creativiteit vanwege de afwezigheid van tafels of stoelen. Maar daar ben ik natuurlijk kunstenaar voor. Tijdens dit door de horeca gesponsorde festijn staan er buiten op de terrassen stoelen en tafels in overvloed. Ook is er een uitgebreid menu. De mensen mogen niet klagen vanavond. Als de soep lauw geworden is sla ik hem in n teug achterover. Er is werk aan de winkel. Na het klinken van de gong het publiek klinkt met volle glazen ga ik samen met elf andere uitverkorenen van start. De maag knort, het bloed klopt. Elk terrasoptreden mag maximaal een kwartier duren. Een ieder krijgt een technisch assistent mee op pad. De mijne heet Klaas. Klaas heeft er niet veel zin in en zegt: Er is niet zo veel aan, hoor, zon terrassentour. Het publiek is meestal heel duf. Ik vind dit geen motiverende opmerking van Klaas. Ik tracht mijn rug echter recht te houden. Ook Klaas houdt de moed er in, want hij mag vanavond onbeperkt gratis bier drinken. Ik begin op Terras F. Het publiek heeft duidelijk geen kaartje hoeven kopen. Zodra ik mijn eerste A-mineur-akkoord aansla, keren de mensen direct de rug naar mij toe, alsof zij oren in hun achterhoofd hebben. Sommigen buigen zich samenzweerderig over tafel, als ware het een voortijdig juryberaad. Die herrie ook! Na mijn derde nummer roept een onverlaat (H. noemt hem tijdens de terugreis ongelikte beer) keihard: Tijhijd!. En dat terwijl ik toch in goede vorm ben vandaag. De vrienden van de boerenpummel brullen het uit. Het verkooppraatje over mijn afgeprijsde cd slik ik maar even in. Geen energie verspillen. Langzaam opbouwen die race. Na mijn eerste kwartier pak ik snel mijn gitaar en spulletjes in teneinde tijdig op mijn tweede plaats van bestemming te arriveren: terras J. Om van het podium af te komen moet ik echter eerst onder een rood-wit lint door kruipen. Daar gaat het mis. Klaas staat net naar zijn derde blikje bier in de koeling te graaien als ik met mijn gitaarhoes op mijn rug en een tas vol cds in de hand verstrikt raak in het lint. Ik wankel hevig en zie de terrassen hellen in mijn ooghoeken. Yoga met apparaten. Ik probeer mijn evenwicht te bewaren en strek mijn linkerarm diagonaal in de lucht. In de hand die aan die arm vast zit heb ik een vol blikje bronwater geklemd. Het stille water gutst uit het blikje, recht naar beneden mijn hals in, onder mijn witte overhemd. Daar gaat mijn smetteloze uitstraling. Gaat het wel? vraagt Klaas quasi-bezorgd. Ik knik koelbloedig. Ik laat mij niet inpakken door een lint. Ik ben pas net begonnen. Van binnen bibber en huiver ik. Ik verlang stiekem naar een kopje warme soep. En een stoel. En een elastische serveerster van achter in de twintig met een stralende lach en knoeperds van tieten. Terras J hoort deels bij een Grand Caf en deels bij de Turkse Grillroom Marmaris. Om beide terrassen te markeren is er een enorme citrusplant neergezet. Deze groene joekel staat recht voor mijn neus, als mijn enige trouwe fan die niet van wijken weet. Als artiest kom je soms voor hete vuren te staan. Maar wat doe je als je voor een plant moet optreden? Hem tot stilte manen hoeft in ieder geval niet. Maar van enige vorm van aanmoediging zal evenmin sprake zijn. Als ik tijdens het spelen langs de hals van mijn gitaar kijk, zie ik het imposante gebouw van De Waag. Ik voel een sterk verlangen even een anonieme toerist te zijn en dit monument te gaan bezoeken. Ook moet ik eigenlijk heel erg poepen. Maar voor de stoelgang is er geen tijd tijdens deze terrassenstrijd. Ik moet dr. Als H. en ik na zeven krachtsinspanningen moegestreden finishen in het fel verlichte, stoelloze ontvangstkot, krijgen wij plotsklaps de hongerklap. Verlangend kijken wij naar het bezige moedertje met het inmiddels door soep bevlekte schort. Kunnen wij misschien nog een kopje soep krijgen, mevrouw?. Haar antwoord is onverbiddelijk: Het spijt me, heren. Het beleg is op. De soep is uit. Buiten gonst het na op de terrassen. Tevreden buiken de weekendvierders uit op hun stoel. Servetten worden aangerukt om hun van frituurvet en olijfolie druipende kinnen droog te deppen. Onze collega M. - de uiteindelijke winnaar van de zevenkamp - speelt een loeiharde versie van Motrheads klassieker Ace of Spades. De mensen doen gezellig en gaan nog niet naar huis. In het holst rijden H. en ik terug naar de hoofdstad. In een tankstation nabij Apeldoorn nuttigen wij in ijltempo twee bamischijven, een gehaktbal, een pikanto en twee huzarenslaatjes.
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

25/4/2008 - Schoon beleid

Schoon beleid. Het schijnt een inmiddels ingeburgerde term in onze Nederlandse maatschappij te zijn. Maar het verschijnsel is aan mij pas sinds gisteren openbaard. In Breda.
Een uurtje voor het optreden dat ik in de plaatselijke poptempel ga verzorgen laat ik een stapeltje Rick Treffers-stickers achter op de bar. Het concert van vanavond is uitverkocht en een modern popmuzikant moet zichzelf op strategische plekken (laten) promoten, zo lees ik steeds in alle handleidingen die moeten leiden tot een moderne, succesvolle en uiteindelijk winstgevende popmuziekonderneming.
Als ik amper twee minuutjes later echter langs diezelfde bar loop, zijn de stickers alweer verdwenen, terwijl de zaal nog volledig leeg is. Verbaasd vraag ik aan de van enthousiasme trappelende barmedewerksters waar mijn stickers zijn gebleven. Hun naam is helaas haas (met een zachte h), maar in mijn ooghoeken zie ik de directeur van dit popmuziekwalhalla ondertussen een beetje ongemakkelijk frummelen in de binnenzak van zijn colbert. Ik loop op hem toe en vraag hem of hij soms mijn stickers….
Op dat moment haalt hij de stickers onmiddellijk uit zijn binnenzak. Een vuist vol. Het lijkt mij sterk dat deze zaalbaas zo idolaat is van mij dat hij alle voorwerpen waar mijn naam op staat direct tot zijn bezit rekent.
‘Waarom heb je die stickers weggehaald?’ vraag ik hem daarom op vriendelijke, maar verbaasde toon.
‘Maar je wéét toch wat mensen met stickers doen?, antwoordt hij een beetje verongelijkt.
Tsja. Wat doen mensen zoal met stickers? Ze weggrissen van de bar? Hun kont er mee afvegen? Er hun jengelende kinderen de mond mee snoeren? Hm… Ja, ze plakken stickers ook wel eens ergens op. Maar daar zíjn stickers voor. Ze heten niet voor niets stickers. Toch vat ik niet meteen wat de directeur bedoelt met de vraag ‘je weet toch wat mensen met stickers doen?’. Het klinkt zo vermanend. Alsof Sinterklaas zegt: ‘je weet toch wat de Sint met kinderen doet die stout zijn geweest?’. Mijn lieve stickertjes zijn echter heel onschuldig. Klein en zonder aanstootgevende teksten of beelden. Dan mengt de kittige assistente van de directeur zich in het gesprek. Zij heeft van die glimmende permanentkrulletjes die de hele tijd bewegen als zij praat.
‘Stickers worden natuurlijk overal opgeplakt! Ga jij ons helpen die stickers er weer van af te peuteren dan? Wij voeren hier sinds een paar jaar schoon beleid, en dat geldt ook voor vriendelijke singersongwriters.’
Zo. Die zit. Na deze opmerking rest mij eigenlijk niets dan perplex en niet zo bijster vriendelijk meer terug te staren, hoe singersongwriter ik ook ben. Ik moet me gedeisd houden. Het is niet mijn terrein. Ik moet mijn manager het vuile werk laten opknappen en mij niet de oren laten wassen. Op het podium geef ik ze wel een koekje van eigen deeg.
Maar de assistente lijkt het op mij gemunt te hebben en neemt geen blad voor de mond: ‘Waarom ga je na afloop van het concert niet bij de deur staan en geef je iedereen een sticker om mee naar huis te nemen?’,  zegt zij. Zij lijkt het echt te menen en wil blijkbaar graag aan de directeur laten zien dat Brabant ondanks die hardnekkige zachte g geen plek is voor doetjes. Ik wil nog iets roepen met het woord ‘respect’ er in, maar stamel slechts: ‘Prima’.  
Schoon beleid dus. Zou er ergens ter wereld dan ook vies beleid bestaan? Beleidsnota’s die voorschrijven dat bedrijven of culturele instellingen een beloning krijgen als de wc-borstel slechts éen keer per maand uit de wc-borstelhouder gehaald wordt? Of dat er een prijs uitgereikt wordt aan de vertegenwoordiger die het vaakst over zijn eigen klanten heen kotst? Of dat bedienend personeel de opdracht krijgt alle klanten zo onbeschoft mogelijk uit te kafferen?
Als ik even later het podium betreed, klinkt er in de volle zaal zenuwachtig gelach (met een zachte ch). Ik heb al mijn smerige kleren in de kleedkamer gelaten en ga slechts getooid in 200, met zorgvuldig beleid opgeplakte Rick Treffers-stickers. Alleen mijn lippen, ogen en vingers zijn nog onbeplakt. Een popmuzikant anno 2008 moet nu eenmaal creatief te werk gaan om de aandacht te trekken.
‘Goedenavond, Breda! Sinds vandaag voeren wij bij Rick Treffers schoon beleid. Na afloop sta ik bij de uitgang en mogen jullie de stickers los komen peuteren.’

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

15/1/2008 - Typisch Apeldoorns

Ik kom eigenlijk nooit in Apeldoorn op zondag (ik kom überhaupt nooit in Apeldoorn). Ik zou niet weten wat ik in Apeldoorn moet doen. Er schijnen in deze alsmaar groeiende moderne stad wel veel westerlingen zoals ik te wonen. Vanwege de rust, de ruimte (denk ook eens aan de kinderen!), de Veluwezoom en waarschijnlijk in verband met de alleszins christelijke huizenprijzen. Vandaag ben ik een zondagmiddag in Apeldoorn. Voor een optreden in De Gigant, het Paradiso van de stad. Altijd als ik in oorden kom die mij vreemd zijn probeer ik er achter te komen welk type burger er de dienst uitmaakt. 'Wat voor een stad is Apeldoorn eigenlijk?' is een vraag die mij op een regenachtige zondag in januari mateloos kan bezighouden. De vraag is moeilijk te beantwoorden. Mijn vorige bezoeken aan Apeldoorn hebben mij evenmin veel wijzer gemaakt. In het centrum kun je op zondag gratis parkeren, maar mag je alleen in de parkeervakken staan en bovendien bijna nergens in rijden. Maar dat lijkt mij niet typisch Apeldoorns. De talloze shoarma-eetgelegenheden zouden kunnen duiden op een groeiend aantal allochtonen uit het nabije oosten, maar de twee Ghanezen die ik wiebelend op een degelijke Hollandse herenfiets zie stuntelen spreken dit vermoeden weer tegen. Er zijn ook blanke (?)  jongeren, maar die hebben vooral helmen op hun hoofden. Ze rijden met 70 km per uur door de winkelstraat, waar ook Mitra, Blokker, Xenos, Gall & Gall, D-Reizen en Intertoys van de partij zijn. Daar word ik niet veel wijzer van, want dat gebeurt in Assen en Hengelo ook.  
Wel wordt mij duidelijk dat Apeldoorners graag (uit verveling of culturele interesse?) naar de film gaan op zondagmiddag. De Gigant lijkt daartoe de perfecte hang-out. Het interieur van het café ziet er picobello uit, al hebben de architecten geen rekening gehouden met de optredende artiest. Pal voor ons podium vormt er zich namelijk een lange rij mensen in gekleurde regenjassen. Die mensen komen niet voor ons concert, maar staan in de rij voor een bioscoopkaartje. De haag Apeldoorners belet ons om het podium te betreden. Surrealisme in Apeldoorn! Schichtig wordt er opzij gekeken naar ons instrumentarium. Anderhalf uur later, tijdens ons 'akoestisch verantwoorde' optreden, loopt de bioscoop weer uit. De bezoekers blijven niet even hangen, maar lopen linea recta richting uitgang. Een liedje lang spelen wij voor een zeer beweeglijk doch nauwelijks bewogen publiek. Het geeft mij tijdens het zingen de mogelijkheid mijn grote vraag 'wie is de Apeldoorner?' te beantwoorden. Eén voor eén moeten de bioscoopgangers  en -gangsters zich door een smalle sleuf begeven richting deur. Ik zie de uitdrukkingen op hun gelaat op een meter afstand van het mijne. Een oude meneer met wollen pet stopt de wijsvingers in zijn oren. Hij kijkt recht vooruit. Een andere bejaarde die als twee druppels water op hem lijkt maakt een handgebaar alsof onze koplampen nog aanstaan. Uit zijn blik spreekt afgrijzen. 'Ophouwe met die herrie', lijkt hij te willen zeggen. De vrouwen in hun bijzijn kijken steevast naar de grond. Toevallig ben ik net bij het zinnetje "o, kon ik je maar haten" aanbeland. Ik probeer contact te maken en priem recht in hun ogen. Tevergeefs. De Apeldoorner is op zondag in Apeldoorn voor zijn rust. Hij geeft zich niet gauw bloot. Maar ooit kom ik hier weer terug. En zal ik mij dezelfde vraag stellen. 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

29/12/2007 - Thuiskomen

Zoon: ‘Kijk, ik heb nieuwe schoenen gekocht. Ze kostten maar 43 euro.’

Vader: ‘Duur, hoor.’

Moeder: ‘Ik ben vanmiddag lekker een flink stuk gaan wandelen. Heerlijk!’

Dochter: ‘Gewoon op eerste kerstdag?’

Moeder: ‘Heerlijk! Moeten we al aan het voorgerecht beginnen?’

Schoonzoon: ‘Yoram, niet doen, niet met je vieze schoenen op het parket.’

Moeder: ‘Ach, laat dat kind toch even lekker darren.’

Dochter: ‘Dat maken Hans en ik zelf wel uit, mam.’

Vader: ‘Moest Ajax vandaag niet spelen?’

Moeder: ‘Moeten we al aan het voorgerecht beginnen, denk je?’

Kleinkind: ‘Ik wil patat!’
Dochter: ‘Houd je mond. Het is kerst. Patat is ongezond.’

Kleinkind: ‘Patat! Patat! PATAAAHAT!’

Schoonzoon: ‘I’m dreaming of a white christmas. Lalalalala. Lekker deuntje toch. Is dat de versie van Froger soms?’

Dochter: ‘Hoe is het op je werk?’

Vader: ‘Gezellig zo allemaal bij elkaar, hè? Eindelijk weer eens.’

Zoon: ‘Goed, hoor. En bij jou? Fijne collega’s?’

Dochter: ‘Ja, prima. Echt toppie eigenlijk. Yoram!’

Schoonzoon: ‘Yoram, kom eens bij papa. Gedraag je, ja? En was even je handen voor we gaan eten.‘

Moeder: ‘Zullen we het voorgerecht op tafel zetten?’

Kleinkind: ‘Ik wil televisie aan’

Vader: ‘Waar is poes eigenlijk?’

Dochter: ‘Pas op. Hete soep! Allemaal aan tafel!’

Moeder: ‘Zet jij nog even een leuk, gezellig achtergrond-cd’tje op?’

Zoon: ‘De Allergrootste Instrumentale Accordeonhits, The Best of Lee Towers of die Warm Aanbevolen-cd uit het kerstpakket van pap?’

Schoonzoon: ‘Of doe anders die laatste van Bløf, met die wereldmuziek. Over thuiskomen en zo. Ik zag het vorige week op tv. Het is heel knap. Maxima was er ook.’

Zoon: ‘Iedereen wijn?’

Dochter: ‘Graag. Hans is de Bob vandaag. Morgen gaan we naar zijn ouders. Dan rijd ik’.

Poes: ‘Enzovoort’

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

3/12/2007 - Een half knip

Maandagochtend. Het ruikt naar warme regen en ongewassen oksels in de luxe bakkerij. De drie dames achter de toonbank dragen olijke Zwarte Piet-petten. Paars, rood en groen. En een veertje. Die petten staan voor geen meter op hun pafferige bleekscheetkoppen, maar het is feest. Dus zetten de bakkerijmedewerksters gezellig een Zwarte Piet-pet op hun knar. Voor de toonbank staat een ongeordende kluit hongerige wezens van het menselijke ras niets tegen elkaar te zeggen. Aan nummertjes trekken doet de bakkerij alleen op zaterdag. Het waarom daarvan is mij een raadsel. Het is dus zes dagen lang oppassen geblazen dat er niemand voordringt.
"Een half knip", zegt een onooglijk oud mannetje met pet (niet van Zwarte Piet) als een duveltje uit een doosje, en in onvervalst Amsterdams accent. Het bejaarde schoffie probeert het gewoon. Ik dien de vlegel terstond van repliek: "Jij bent nog helemaal niet aan de beurt, man!".
Ik bemerk dat ik het woord "man" een voor mijn doen zeer Amsterdams accent heb meegegeven. Waarom doe ik dat? Waarschijnlijk om mijn eerlijkheid te rechtvaardigen en het mannetje te laten merken, dat ik uit zijn kamp kom, zodat ik hem niet te veel tegen mij in het harnas jaag. Het heeft effect: het onooglijke mannetje deinst subiet terug.
Als ik even later met mijn halfje zonnebloem in de hand de straat oversteek word ik bijna geschept door een auto met twee van kaak tot kaak lachende Surinamers erin. Mijn Surinaams is niet om over naar huis te schrijven, dus ik houd mij maar even koest. Van binnen voel ik een bekend gevoel van irritatie opborrelen. Bij de sigarenboer kun je ook geen nummertje trekken. Ik wil alleen een krant kopen. En snel weer weg. Voor mij staat een vrouw inclusief jengelend kind over de toonbank gebogen. De vrouw wil niet alleen een waaier aan strippenkaarten aanschaffen, maar is ook bezig met een stapel loten die zij kriskras over de toonbank heeft uitgespreid. Ik heb geen geluk vandaag. En begin te koken van ongeduld. Zijn er hier geen snelkassa's? Even later stap ik op mijn fiets om zo snel mogelijk van deze ongewenste gevoelens af te zijn. Maar de goden zijn mij vandaag niet goed gezind. "Steek je poot uit, lul!", zegt een onverlaat op een hippe scooter die uit een richting komt die volgens de verkeersvoorschriften niet logisch is. Het woord 'lul' wordt door de roekeloze chauffeur in algemeen beschaafd Nederlands uitgesproken. Voordat ik in het plat Marokkaans 'je bent zelf een lul' kan roepen, is de scooter alweer foetsie. Hoog tijd voor een potje yoga.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

25/11/2007 - Jezus, mongool

Ik fiets op mijn fiets. Een zaterdagmiddag in november. Sinterklaastijd. Een voorbode van het tijdperk van het grote filerijden voor fietsers hangt in de lucht. Het is doortrappen om niet vertrapt te worden. Chinese toestanden. Niet slingeren of weggeslingerd worden. Geen plaats voor twijfel of bezichtiging van Amsterdamse trapgevels. Twee meter voor mij doet een vrouw van rond de vijfendertig met half lang blond steil haar, glimmend bruine laarzen over haar strakke donkerblauwe spijkerbroek getrokken, een niet synthetisch ogende diep rood gekleurde das en een luxe, degelijke zwarte winterjas precies hetzelfde: de pedalen het werk laten doen. Zo doeltreffend mogelijk van A naar B geraken. Ik zie alleen de achterkant van haar persoon, maar dat lijkt mij genoeg om zeker te weten dat deze dame succesvol tracht mee te deinen in de stroom van welvaart en moderniteit.

Dan naderen wij een kruispunt dat qua hachelijkheid berucht is onder collega-fietsers. Een geestelijk gehandicapte steekt ogenschijnlijk voorzichtig de weg over, maar kijkt eerst naar rechts in plaats van naar links. De blonde vrouw wordt hierdoor duidelijk uit haar ritme gehaald, maar erge ongelukken lijken niet in het verschiet te liggen. Ze trapt gewoon op haar achteruittraprem. En roept dan vol irritatie, en met een uiterst welvarend accent: “Jééézus! Mongóól!!” Ik schrik. Niet van de verkeerssituatie, maar van de taal die mijn voorgangster hier bezigt. Blijkbaar kun je mensen tegenwoordig niet meer zo eenvoudig op hun uiterlijk en lichaamstaal beoordelen! De arme geestelijke gehandicapte wordt hier dan wel juist getypeerd, maar de vraag rijst of de blonde vrouw dit persoonlijk bedoeld heeft, of dat dit haar stopwoordjes zijn in gevallen van ergernis. Ik vraag mij af hoe dit zit. Ondertussen vergeet ik mijn hand uit te steken en word ik overreden door een razende BMW met een minderjarig petje achter het stuur. Bah. Nu maar eens even checken of jezus misschien een mongool is.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

10/11/2007 - Stijve wortels

Dit is het eindeIk werd geboren in Heemstede. Een middelgroot dorp met veel VVD-stemmers. Er was nooit iets aan de hand. Van een diep ongelukkige jeugd was geen sprake. Ik zat op een christelijke middelbare school in Haarlem-Zuid, net als bijvoorbeeld mijn zus, Harry Mulisch, Erik van Muiswinkel, acteur Dirk Zeelenberg, netcoördinator van de publieke omroep Ton van Dijk en nog een rijtje lieden die in de media zijn beland. Veel van mijn schoolgenoten hadden de Aerdenhoutse, Heemsteedse of Bloemendaalse aardappel in de keel. De echte schoffies spraken plat Haarlems en zaten op andere scholengemeenschappen in Haarlem-Noord. Ik hoorde bij geen van beide groeperingen, al werd mijn achternaam regelmatig geassocieerd met die van een bekende autoslopersfamilie. Ik sprak gewoon Algemeen Beschaafd Nederlands. Net als mijn dorpsgenoten Boudewijn de Groot, Mies Bouwman, Rick de Leeuw, Pim Jacobs en Kees Prins. Vandaag ben ik terug op eigen bodem. Haarlem is een mooie stad. Haarlemmers zijn doorgaans echter niet het toonbeeld van hartelijkheid. Ze pretenderen mondain te zijn, maar hebben dikwijls iets betweterigs en zelfingenomens. En ook iets stijfs en behoudends. De kroegbaas van vanavond lijkt gelukkig ruim van geest. En hij houdt echt van muziek. Maar als ik mijn optreden open met Heet Mokkel zie ik veel van mijn toehoorders al snel wegduiken tussen hun kragen. Ze kijken de andere kant op. Ik zing weliswaar in Algemeen Beschaafd Nederlands, maar de teksten blijven kennelijk niet binnen de lijnen der Haarlemsche beschaving en opgelegde gezelligheid. De geschrokken aanwezigen beginnen tijdens mijn tweede liedje op gedempte toon met elkaar te praten en vormen zo een constante stoorzender. Ik speel mijn liedjes zo goed en kwaad als het gaat voor het verliefde toegewijde koppeltje dat vlak voor mij staat, voor mijn voormalig gitaarleraar die vandaag een glaasje of twee te veel op heeft en voor nog een aantal lieve vrienden. Na afloop valt het mij op hoeveel mensen discussies voeren over muziek. Ik beschouw het als een typisch Nederlands fenomeen: naar een concert gaan en tijdens en na dat concert je mening ventileren over het gebodene en over muziek in het algemeen. Genieten van je eigen mening in plaats van automatische overgave aan de podiumkunstenaar. Heb ik dan toch misschien een ongelukkige jeugd gehad?

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

9/11/2007 - Gordijnen dicht!

Mijn Spaanse vrienden vragen zich wel eens af waarom de Nederlanders de gordijnen van hun woonkamers ook 's avonds vaak wagenwijd open hebben staan. Ik vertel ze dan dat het waarschijnlijk is omdat mijn landgenoten graag aan de buitenwereld willen laten zien dat zij niets te verbergen hebben en dat er aan welvaart geen gebrek is in hun doorzonwereld. Ik vind het maar verdacht, al die persoonlijke showrooms op straat. Ik zeg er dan ook vaak met nadruk bij dat dit niet automatisch betekent dat de voordeur bij de Nederlanders ook altijd wagenwijd open staat. Schijngastvrijheid is een onderbelicht verschijnsel in dit land. Zo niet bij de Haagse familie Suijkerbuijk. Daar zijn de gordijnen gewoon potdicht. Binnen huist een mooi gezinnetje. Vanavond kom ik met mijn gehele crew bij de Suijkerbuijkjes kaasfonduen en de vaat doen. Er is geen vuiltje aan de lucht, er worden geanimeerde gesprekken gevoerd, de wolken van kinderen stelen zelfs als ze een beetje vervelend doen nog de show, het toetje is goed gekozen, er wordt een cd afgenomen, ik speel een paar liedjes en wij doen zoals beloofd de afwas. Hier kan geen Sinterklaasavond tegenop. Morgen eten wij bij de heer Velthuis te Haarlem. Ik hoop dat de gordijnen ook bij hem dicht zijn.
Verplicht afwassen in Den Haag
Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

8/11/2007 - Stille nacht

Verdomme. Juist nu ik mijn eerste Nederlandstalige cd op de markt breng, brengt René Froger een cd met de onsterfelijke titel Doe Maar Gewoon uit. Het verhaal gaat dat het zijn eerste Nederlandstalige plaat is. En hoe zat het dan met de knoeperd van een nummer 1-hit Alles Kan Een Mens Gelukkig Maken? Stond dat niet stiekem op de eveneens onsterfelijk getitelde cd's Walls of Emotion, The Power of Passion of Are you ready for loving me? Waren die cd's wel Engelstalig? Wat albumtitels en verkoopcijfers betreft steekt Reneetje mij - in ieder geval op dit moment nog - naar de kroon. Ook jammer voor mijn PR-team is het dat twee uur nadat wij de vaderlandse pers kond doen van de panne aan de camper, de overdwars gescheurde stembanden van Jantje Smit dit nieuws op overdonderende wijze overschaduwen en het land in rep en roer raakt. Ik rouw om het gemiste bezoek aan Lelystad en Utrecht. Nederland rouwt om de bandenpech van de nieuwe ideale schoonzoon wiens gezicht het afgelopen jaar niet weg te slaan was van televisie. De amusementsindustrie draait ook zonder Chiel Montagne op volle toeren. Het wachten is op de volgende publiciteitsstunt in Nederland Muziekland. Jantje's playback-versie van Stille Nacht wordt een geheide kaskraker, let op mijn woorden. En wie is die KNO-arts eigenlijk? Mij lijkt het een toffe peer. Maar ik ga er niet heen. Laat hem maar schuiven en zijn werk doen. Laat hem de heren maar als een soort undercover-Mengele aan een nader onderzoek onderwerpen. Reneetje voorop. En dan Fransje nog een keer scherp controleren. Gerard onder het mes, Gordonnetje in de tang, de blonde Thomas even herstemmen, Nick opnieuw uitlijnen, experimenteren met Simon's neustussenschotje, Wolter uitspuiten, Jamai in de wachtkamer opsluiten, Jeroen een oor aannaaien en Peter's stembanden doorverkopen aan het beursgenoteerde Ajax. Uiteindelijk zal ik eenzaam aan de top staan in Nederland. En vervolgens eens met Henk Westbroek gaan praten hoe ik dat nou in België moet aanpakken.
Doe maar gewoon?

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

7/11/2007 - Averij

Het enige dat ik mij van Lelystad herinner is dat ik er ooit in een slip ben beland. Ik meen dat het ter hoogte was van bedrijvenpark H-7 Oost. Ik moest er een doos drukwerk ophalen.  Ik had ongelofelijke haast. Maak plaats, maak plaats, maak plaats. Het asfalt glom van het water, alle straathoeken leken op elkaar, het sterk verouderde 80.000 stratenboek lag tevergeefs op mijn schoot en ik gaf plank gas. Het drukwerk moest diezelfde dag nog verspreid worden over de andere elf Nederlandse provincies. En daar was die spin. Slipcursus voor gevorderden. Het was een bezoek om met hoge snelheid te vergeten. En voorlopig zal het bij dit slippartijtje blijven. De campertour doet Lelystad namelijk niet aan. FLEVOLAND CANCELED. Reden: averij. Op de A6 bij Almeerderzand doen de mensen 's zomers aan partnerruil in de bosjes. Op 7 november 2007 is een naar beneden tuimelende buitenspiegel van de camper van de Nederlandstalige artiest Rick T. de enige bezienswaardigheid. Namens het gehele Rick Treffers.nl-team bied ik mijn oprechte verontschuldigingen aan aan het voltallige Lelysteedse volk, en in het bijzonder aan de zo gastvrije familie De Boer, die mij hadden uitgenodigd voor een warm troostrijk hapje avondeten.  
Rukken aan het stuur

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

6/11/2007 - Volg de pijltjes

De tocht van Groningen naar Leeuwarden is niet zomaar een tochtje, maar een traject vol rukwinden en slagregens. De camper heeft een hoog opstaand alkoofje, nog stammend uit de tijd dat niet alle auto's goed gestroomlijnd waren. Mijn arme armen moeten continu rukbewegingen naar rechts maken. De ruitenwissers piepen van ouderdom. Vrachtwagens passeren mij pijlsnel. Ik vraag mij af waar ik toch in godesnaam mee bezig ben en verlang naar mijn badhanddoek op het strand van de Costa Blanca. Ik kan echter niet anders dan de pijlen blijven volgen.
Duimen omhoog in Wolweze

De camper en ik arriveren even later heelhuids in de Friese hoofdstad. De wind giert door de straten. Er is weinig volk op de been. Binnen in de kroegen wijdt men zich op dinsdagen vooral aan het dartspel. Tijdens mijn bezoek aan de regionale Omroep Friesland mag ik zelf ook pijltjes gooien, al ben ik geen Fries. De kaart van de wereld is hier mijn dartbord. Wonen er in de door mijn pijltjes getroffen gebieden ook Friezen? Het is een vraag voor alle lieve en niet lieve Friese luisteraars ter wereld. Ik richt mijn pijlen op mijn geliefde Spanje en Zuid-Amerika. Mijn armspieren trillen echter nog na van de helse autorit, dus ik tref per ongeluk Wladiwostok, Noord-Zweden en de Bahama's. Die Nederlandstalige plaat van mij heeft heel wat voeten in de aarde.

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

5/11/2007 - Horecabowlen

Ik had nog nooit van horecabowlen gehoord, laat staan wat voor een types deze sport aantrekt. Inmiddels ben ik, geloof ik, beter op de hoogte. Horecabowlers zijn voornamelijk van het mannelijke ras. En meestentijds betreft het ballen die niet van gisteren zijn (op hun kegel na). Ze tikken nog sneller Amsterdammertjes - in Amsterdam 'vaasjes' genoemd - achterover dan hun bowlingbal over de baan rolt. Ze stoten daarbij kreten uit die meer decibellen bevatten dan een heel optreden van Rick Treffers bij elkaar. Vanavond speel ik in de kroeg waar de horecabowlers het horecagedeelte nog even voortzetten. Als ik binnenkom klinkt er een luid applaus. Toch heb ik niet direct een thuisgevoel. Ik deel het podium met mijn Groningse gastheer Tiedo. Hij speelt een 'opwarmsetje' voor mij. Al na tien seconden brult een sigaar rokende horecabal in een felgroene sweater en lichtbruine ribbroek keihard 'dank je wel!'. Om de haverklap vallen er zonder pardon barkrukken om, wordt er heel hard gebulderd van het lachen en geroepen om De Dievenwagen. Of gewoon iets van Nick & Simon. Ik begin mij steeds meer te realiseren dat "Nederlandstalig" als een echt genre beschouwd wordt. De acht uitgebowlde horecabowlers blijven ondertussen tanken aan de bar alsof het hun laatste avond is. Er is verder geen publiek. Ik zing op mijn stoerst over een heet mokkel en kijk ondertussen enkel naar de ruggen en reten van de horecaballen. Pas als ik een akoestische speedmetal-versie van Doe Niet Zo Vrolijk speel en daar spontaan het zinnetje 'jij ligt te neuken' in improviseer, stijgt er gejuich op en word ik zelfs om een toegift gevraagd. Het leven kan heel simpel zijn. De barman smeekt mij na afloop om vergiffenis.  
Gezellig!

 

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

4/11/2007 - Kaaiman

Zondag. Geen kip op straat in Assen. En even verderop in Drenthe, in Hoogeveen, schijnt er zojuist een kaaiman gestorven te zijn.
Ook de Mitra was dicht
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

3/11/2007 - Een zekere Rick Treffers

Ze hebben hier heel ingewikkelde parkeerautomaten, maar verder komt Zwolle op mij over als een doorsnee Nederlandse plaats. De Xenos zit vlakbij de Postbank, en de Blokker, de Mitra, de Gall & Gall, Bart Smit, Intertoys, Van Leest en de Free Record Shop bevinden zich binnen een straal van 500 meter. De zwarte kousen van weleer hebben plaatsgemaakt voor zogenaamd hoerige zwarte laarzen om ietwat gezwollen benen in glimmende zwarte panties, hetgeen niet meteen wil zeggen dat er niets gereformeerds meer is aan de mensen in deze kontreien. Op zaterdagmiddag is er sprake van langzaamrijdend mensenverkeer in de autovrije winkelstraten. De galmende tenor van Marco Borsato altijd binnen oorbereik. Een paar net uitgewinkelde stelletjes op leeftijd verlaten het Grand Café waar ik vanavond op mag treden. Er was geen plek meer om te zitten, behalve op het podium. Maar dat was al gereserveerd voor de artiest van de avond. De naam van deze artiest staat in schoonschrift aangekondigd op het sandwichbord bij de ingang. De welvarend ogende man in de rode Tenson-jas moppert: "Geen plaats, geen plaats, en dat voor een zekere - hij zet zijn leesbril op - Rick Treffers." Ik sla het tafereel gade vanuit de camper. Dat belooft wat vanavond. Zwolle ligt aan mijn voeten.
Een zekere Rick T
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

2/11/2007 - Rampestampen

Een attente redacteur van de Arnhemse editie van De Gelderlander verontschuldigt zich: "Graag waren wij een foto komen maken van jouw optreden van vanmiddag in de camper in de Parkstraat, maar wij hadden vandaag een grote uitslaande brand hier in de stad en op de A12 is er net een vrachtwagen gekanteld. Er is dus gewoon geen ruimte meer in de krant van morgen."
2 november is sinds 2004 kennelijk een risicovolle datum geworden om een (niet eens zo doodgewoon) concert in Nederland te organiseren. Tot overmaat van ramp begint het 's middags ook nog vet te miezeren in het doorgaans zo levendige Spijkerkwartier. Het wat-doe-ik-hier-en-waarom?-gevoel begint weer op te steken. Het Ricktreffers.nl-team doet zijn uiterste best om de schaarse voorbijgangers een muzikale schuilplek aan te bieden in de camper. Het lukt bij vlagen. Een studikentoze rechtse bal met volle AH-tas is het eerste slachtoffer. "Waarom moet ik drie minuten lang luisteren? Kan het niet sneller?", sputtert hij eerst wat tegen. Eenmaal in de camper komt hij volledig tot inkeer, hoewel hij wel eerst zijn bril afzet om mij minder goed te kunnen zien. Het extreem intieme concertje is hoogstwaarschijnlijk het hoogtepunt van zijn dag. Hulde aan de moedige rechtse bal. Even later nemen drie jonge hippe hiphoppertjes plaats, gewapend met natgeregende jointjes. Mijn hart begint sneller te kloppen. Ze willen graag Heet Mokkel horen. Ik speel het op mijn funkiest. Ze knikken, klappen mee en geven mij na afloop van het mini-concert een hand: "Respect!" klinkt het eensluidend. Respect

Buiten begint het steeds harder te regenen. Een Arnhemse mevrouw in regenpak laat haar hond uit. Als haar gevraagd wordt of zij misschien een gratis nummertje in de camper wil, snauwt zij ons uitermate onvriendelijk af met de mededeling: "Rampestampen? Ja, dahag". Tijd om ons boeltje op te pakken en te koersen richting Barok, een droog en aangenaam muziekcafé op een steenworp afstand van de brandhaard.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

1/11/2007 - Geen lichte muziek

Camperoptreden Maastricht

Maastricht is natuurlijk een internationaal getinte stad. Niet alleen vanwege Het Verdrag, maar vooral vanwege de strategische ligging, de slimme winkels en de koffiewinkels. Het is een beetje Vlaanderen (lekker Bourgondisch peuzelen), een beetje Duitsland (je kunt relatief rustig een zebra oversteken) en een beetje Holland (patatje oorlog en de appelpunt doen het hier prima). Er is ook een internationaal getint conservatorium. Klassieke en lichte muziek. Studenten uit alle windstreken oefenen hier hun toonladders, scoren contrapunten en jongleren gretig met intervallen. In de kroeg waar ik vanavond mijn Nederlandstalige deuntjes ten gehore mag brengen zet jazz overduidelijk de toon. De jonge, frêle zangstudente die zich keurig staande houdt in standards als Body and Soul en Girl from Ipanema reageert wat schichtig als de joviale café-eigenaar haar vertelt dat er vandaag een entr'acte is: een kalende meneer uit het westen met Nederlandstalig repertoire. Pop. Geen jazz. "Nou, ik ben zeer benieuwd", zegt de studente zonder al te veel overtuiging. Haar mede-muzikanten zijn dat niet. Tijdens mijn korte set staan zij vlak voor het podium luidkeels en virtuoos te converseren over hun geliefde instrument, over timing, drumvellen, Art Blakey en de psychische toonladder (of zoiets). Ik speel veel akkoorden in de eerste ligging, dus voor hen heb ik geen interessante omkeringen of ander kek studiemateriaal in de aanbieding. En liedteksten zijn aan jazz-studenten doorgaans niet besteed. Helemaal achterin zitten een paar niet-muzikanten geboeid te luisteren. Meerdere malen schieten zij in de lach tijdens Heet Mokkel en mijn nieuwe aanwinst Doe Niet Zo Vrolijk. Kijk, daar doe je het voor. De studente zang (lichte muziek) kijkt mij tijdens Doe Niet Zo Vrolijk niet zo vrolijk aan. Ik zit in mijn vijfde nummer en begin net op gang te komen. Maar zij vindt het de hoogste tijd voor serieuze jazz-standards, waarbij elke noot cool en verantwoord is en eigen werk sowieso inferieur is aan dat van de oude meesters. Weet je wat? Ik geef de schat gelijk. Dit is haar plekje. Ik ben een infiltrant. Een half uur later loop ik met mijn gitaar op de rug over de Sint-Servaesbrug. In de Maas springen dan maar? O nee. Morgen staat Arnhem voor de deur.

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

31/10/2007 - Allemaal angst

In 's-Hertogenbosch schijnen nogal wat moord- en brandbuurten te bestaan, maar in het knusse, opgepimpte centrum is daar niets van te merken. De afgeragde camper detoneert sterk bij het schone plaveisel, de opgepoetste gevels en de werkelijk tiptop geklede Bosschenaren. Als het Rick Treffers.nl-team op voorbijgangers afstapt en vraagt of zij zin hebben in een gratis nummertje van mij in een oude camper, wordt er vaak met een schuin oog mijn richting uit gekeken. "Het zijn zeker zigeuners die op mijn geld uit zijn", zie ik een mevrouw die net haar goed geklede hondje uitlaat denken. Uit haar lichaamsbewegingen spreekt angst. En gêne. Jammer dat deze Bossche madame niet dichterbij komt. Want hoe zou die angst, wellicht vermengd met een peperduur parfum, ruiken? Anders dan de lucht die bij rock 'n' roll hoort, vermoed ik. Het is wel spannend misschien. Griezelig ook. Mijn liedjes varen wel bij intimiteit. Een privé-concert in een camper past daarbij als een te dure jas bij een rijke mevrouw, dus laat ik mijzelf geen mietje noemen: ik speel voor een ieder die dat maar wil. Tijdens deze vreemde toer speel ik de hoer. Gratis. Ik kleed mijzelf uit en wie wil kijken wordt nog beloond ook. Met een singletje, een flyertje en een bumperstickertje met de geruststellende frase: "Het heeft niets met jou te maken".
Goeiemorgen, Den Bosch

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

30/10/2007 - Blauwe zone

De Volkswagencamper staat momenteel gratis geparkeerd in donkergrijs Amsterdam-West. Als uit Slotervaart overwaaiende autobranden vannacht uitblijven, rijd ik morgen met dit donkergroene mobiel alweer zuidwaarts, richting 's Hertogenbosch, om kriskras door Nederland te gaan rijden met mijn Hollandse liedjes als bagage. Eergisteren uit het plaatsje Zuid-Franse dorpje Cellule vertrokken. Inspirerende omgeving. Dito plaatsnaam, die me herinnert aan een oerhollands wandtegeltje dat ik ooit in een Nederlands toilet zag hangen. De spreuk op het tegeltje luidde iets van "Het maakt niet uit wat je zegt, ze lullen toch wel". 
De meneer die mij aanspreekt op de parkeerplaats in Amsterdam-West lult in een plat, oer-Amsterdams accent: "Je mag hier niet staan, hè? Dit is de blauwe zone. Vergunninghouders, weet je wel? Ieder die een auto hep moet toch weten wat een blauwe zone is?". Ik trek mijn onschuldigste Manolo-yo-no-sé-nada-gezicht en bedank hem nederig voor zijn opmerkzaamheid. “Erg attent van u, wij zijn er zo weer vandoor, hoor, meneer.”
"Je hep mazzel dat ze niet zijn wezen controleren. Kost je 50 euro's. Want dit is de blauwe zone", stelt hij me gerust. Met een donkergroene camper in de blauwe zone parkeren is misschien niet consequent in een land waar alles goed geregeld is, besef ik. Gelukkig is de polder donkergroen (en mijn strafblad blanco).   
Groen bakbeest, blauwe zone
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

<- Last Page :: Next Page ->

About Me

Hoi, ik ben Rick Treffers. Op 23 oktober 2007 ben ik teruggekeerd naar mijn Nederlandse wortels, met de plaat 'Het heeft niets met jou te maken' in de hand.

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer