10/11/2007 - Stijve wortels
Ik werd geboren in Heemstede. Een middelgroot dorp met veel VVD-stemmers. Er was nooit iets aan de hand. Van een diep ongelukkige jeugd was geen sprake. Ik zat op een christelijke middelbare school in Haarlem-Zuid, net als bijvoorbeeld mijn zus, Harry Mulisch, Erik van Muiswinkel, acteur Dirk Zeelenberg, netcoördinator van de publieke omroep Ton van Dijk en nog een rijtje lieden die in de media zijn beland. Veel van mijn schoolgenoten hadden de Aerdenhoutse, Heemsteedse of Bloemendaalse aardappel in de keel. De echte schoffies spraken plat Haarlems en zaten op andere scholengemeenschappen in Haarlem-Noord. Ik hoorde bij geen van beide groeperingen, al werd mijn achternaam regelmatig geassocieerd met die van een bekende autoslopersfamilie. Ik sprak gewoon Algemeen Beschaafd Nederlands. Net als mijn dorpsgenoten Boudewijn de Groot, Mies Bouwman, Rick de Leeuw, Pim Jacobs en Kees Prins. Vandaag ben ik terug op eigen bodem. Haarlem is een mooie stad. Haarlemmers zijn doorgaans echter niet het toonbeeld van hartelijkheid. Ze pretenderen mondain te zijn, maar hebben dikwijls iets betweterigs en zelfingenomens. En ook iets stijfs en behoudends. De kroegbaas van vanavond lijkt gelukkig ruim van geest. En hij houdt echt van muziek. Maar als ik mijn optreden open met Heet Mokkel zie ik veel van mijn toehoorders al snel wegduiken tussen hun kragen. Ze kijken de andere kant op. Ik zing weliswaar in Algemeen Beschaafd Nederlands, maar de teksten blijven kennelijk niet binnen de lijnen der Haarlemsche beschaving en opgelegde gezelligheid. De geschrokken aanwezigen beginnen tijdens mijn tweede liedje op gedempte toon met elkaar te praten en vormen zo een constante stoorzender. Ik speel mijn liedjes zo goed en kwaad als het gaat voor het verliefde toegewijde koppeltje dat vlak voor mij staat, voor mijn voormalig gitaarleraar die vandaag een glaasje of twee te veel op heeft en voor nog een aantal lieve vrienden. Na afloop valt het mij op hoeveel mensen discussies voeren over muziek. Ik beschouw het als een typisch Nederlands fenomeen: naar een concert gaan en tijdens en na dat concert je mening ventileren over het gebodene en over muziek in het algemeen. Genieten van je eigen mening in plaats van automatische overgave aan de podiumkunstenaar. Heb ik dan toch misschien een ongelukkige jeugd gehad?
|