3/12/2007 - Een half knip
Maandagochtend. Het ruikt naar warme regen en ongewassen oksels in de luxe bakkerij. De drie dames achter de toonbank dragen olijke Zwarte Piet-petten. Paars, rood en groen. En een veertje. Die petten staan voor geen meter op hun pafferige bleekscheetkoppen, maar het is feest. Dus zetten de bakkerijmedewerksters gezellig een Zwarte Piet-pet op hun knar. Voor de toonbank staat een ongeordende kluit hongerige wezens van het menselijke ras niets tegen elkaar te zeggen. Aan nummertjes trekken doet de bakkerij alleen op zaterdag. Het waarom daarvan is mij een raadsel. Het is dus zes dagen lang oppassen geblazen dat er niemand voordringt.
"Een half knip", zegt een onooglijk oud mannetje met pet (niet van Zwarte Piet) als een duveltje uit een doosje, en in onvervalst Amsterdams accent. Het bejaarde schoffie probeert het gewoon. Ik dien de vlegel terstond van repliek: "Jij bent nog helemaal niet aan de beurt, man!".
Ik bemerk dat ik het woord "man" een voor mijn doen zeer Amsterdams accent heb meegegeven. Waarom doe ik dat? Waarschijnlijk om mijn eerlijkheid te rechtvaardigen en het mannetje te laten merken, dat ik uit zijn kamp kom, zodat ik hem niet te veel tegen mij in het harnas jaag. Het heeft effect: het onooglijke mannetje deinst subiet terug.
Als ik even later met mijn halfje zonnebloem in de hand de straat oversteek word ik bijna geschept door een auto met twee van kaak tot kaak lachende Surinamers erin. Mijn Surinaams is niet om over naar huis te schrijven, dus ik houd mij maar even koest. Van binnen voel ik een bekend gevoel van irritatie opborrelen. Bij de sigarenboer kun je ook geen nummertje trekken. Ik wil alleen een krant kopen. En snel weer weg. Voor mij staat een vrouw inclusief jengelend kind over de toonbank gebogen. De vrouw wil niet alleen een waaier aan strippenkaarten aanschaffen, maar is ook bezig met een stapel loten die zij kriskras over de toonbank heeft uitgespreid. Ik heb geen geluk vandaag. En begin te koken van ongeduld. Zijn er hier geen snelkassa's? Even later stap ik op mijn fiets om zo snel mogelijk van deze ongewenste gevoelens af te zijn. Maar de goden zijn mij vandaag niet goed gezind. "Steek je poot uit, lul!", zegt een onverlaat op een hippe scooter die uit een richting komt die volgens de verkeersvoorschriften niet logisch is. Het woord 'lul' wordt door de roekeloze chauffeur in algemeen beschaafd Nederlands uitgesproken. Voordat ik in het plat Marokkaans 'je bent zelf een lul' kan roepen, is de scooter alweer foetsie. Hoog tijd voor een potje yoga.
|