15/1/2008 - Typisch Apeldoorns
Ik kom eigenlijk nooit in Apeldoorn op zondag (ik kom überhaupt nooit in Apeldoorn). Ik zou niet weten wat ik in Apeldoorn moet doen. Er schijnen in deze alsmaar groeiende moderne stad wel veel westerlingen zoals ik te wonen. Vanwege de rust, de ruimte (denk ook eens aan de kinderen!), de Veluwezoom en waarschijnlijk in verband met de alleszins christelijke huizenprijzen. Vandaag ben ik een zondagmiddag in Apeldoorn. Voor een optreden in De Gigant, het Paradiso van de stad. Altijd als ik in oorden kom die mij vreemd zijn probeer ik er achter te komen welk type burger er de dienst uitmaakt. 'Wat voor een stad is Apeldoorn eigenlijk?' is een vraag die mij op een regenachtige zondag in januari mateloos kan bezighouden. De vraag is moeilijk te beantwoorden. Mijn vorige bezoeken aan Apeldoorn hebben mij evenmin veel wijzer gemaakt. In het centrum kun je op zondag gratis parkeren, maar mag je alleen in de parkeervakken staan en bovendien bijna nergens in rijden. Maar dat lijkt mij niet typisch Apeldoorns. De talloze shoarma-eetgelegenheden zouden kunnen duiden op een groeiend aantal allochtonen uit het nabije oosten, maar de twee Ghanezen die ik wiebelend op een degelijke Hollandse herenfiets zie stuntelen spreken dit vermoeden weer tegen. Er zijn ook blanke (?) jongeren, maar die hebben vooral helmen op hun hoofden. Ze rijden met 70 km per uur door de winkelstraat, waar ook Mitra, Blokker, Xenos, Gall & Gall, D-Reizen en Intertoys van de partij zijn. Daar word ik niet veel wijzer van, want dat gebeurt in Assen en Hengelo ook.
Wel wordt mij duidelijk dat Apeldoorners graag (uit verveling of culturele interesse?) naar de film gaan op zondagmiddag. De Gigant lijkt daartoe de perfecte hang-out. Het interieur van het café ziet er picobello uit, al hebben de architecten geen rekening gehouden met de optredende artiest. Pal voor ons podium vormt er zich namelijk een lange rij mensen in gekleurde regenjassen. Die mensen komen niet voor ons concert, maar staan in de rij voor een bioscoopkaartje. De haag Apeldoorners belet ons om het podium te betreden. Surrealisme in Apeldoorn! Schichtig wordt er opzij gekeken naar ons instrumentarium. Anderhalf uur later, tijdens ons 'akoestisch verantwoorde' optreden, loopt de bioscoop weer uit. De bezoekers blijven niet even hangen, maar lopen linea recta richting uitgang. Een liedje lang spelen wij voor een zeer beweeglijk doch nauwelijks bewogen publiek. Het geeft mij tijdens het zingen de mogelijkheid mijn grote vraag 'wie is de Apeldoorner?' te beantwoorden. Eén voor eén moeten de bioscoopgangers en -gangsters zich door een smalle sleuf begeven richting deur. Ik zie de uitdrukkingen op hun gelaat op een meter afstand van het mijne. Een oude meneer met wollen pet stopt de wijsvingers in zijn oren. Hij kijkt recht vooruit. Een andere bejaarde die als twee druppels water op hem lijkt maakt een handgebaar alsof onze koplampen nog aanstaan. Uit zijn blik spreekt afgrijzen. 'Ophouwe met die herrie', lijkt hij te willen zeggen. De vrouwen in hun bijzijn kijken steevast naar de grond. Toevallig ben ik net bij het zinnetje "o, kon ik je maar haten" aanbeland. Ik probeer contact te maken en priem recht in hun ogen. Tevergeefs. De Apeldoorner is op zondag in Apeldoorn voor zijn rust. Hij geeft zich niet gauw bloot. Maar ooit kom ik hier weer terug. En zal ik mij dezelfde vraag stellen.
|