5/9/2008 - De soep is uit
Nu ik een serieuze carrière als topsporter definitief op mijn buik kan schrijven, maar als artiest nog altijd groeimogelijkheden vermoed, heb ik mij onlangs opgegeven voor de zevenkamp voor singer-songwriters te Deventer. Het betreft de Tour de Terrasse, een soort steeple chase met een gitaar om je nek langs horecagelegenheden in de open lucht, waar de weekendvierders op het achterwerk zitten en meters bier laten aanrukken en waar de serveersters af en aan lopen met vlammetjes, gehaktballen en schalen verse patat.
Tot mijn blijdschap ben ik voor dit druk bezochte evenement geselecteerd. Mijn vriend H., nationale topper en gedoodverfde favoriet, is ook van de partij. Ook collega M. uit het oosten van het land is er. Hij heeft tegen de regels in een heel ensemble bij zich.
Bij binnenkomst in de grote stoel- en tafelloze ontvangstzaal verplaatsen mijn gedachten zich meteen naar de voetbalkantine uit mijn jeugd. In die kantine stonden wel stoelen en tafels (bingo!), maar voor het jaarlijkse weer-geen-kampioensfeest in mei moesten de voeten van de spelers, hun vrouwen en de vele amateurbobo’s natuurlijk van de vloer. Stoelen en tafels zijn dan een sta-in-de-weg en de stoelendans - waar is díe eigenlijk gebleven? - deed je bovendien alleen op suffe, door ouders georganiseerde verjaardagsfeestjes, niet bij de club.
Als ambitieus C-pupilletje hielp ik op die laatste zaterdagmiddag van het seizoen met het opstapelen van de stoelen en het minutieus schoonvegen van de houten vloer. Wij werden na de gedane arbeid beloond met een Glacé en een flesje Seven-up (soms ook Cassis: gadverdamme). De volwassenen die meehielpen kregen van de kantinejuffrouw een koppie kippensoep met een slap wit droog kadetje er bij.
Ook voor aanvang van deze Deventer zevenkamp is er soep in een lege ruimte, gedistribueerd door een gedrongen moedertje op overgangsleeftijd met een rode kleurspoeling en een schort voor. Wij mogen kleffe witte bolletjes met wat vage ham pakken. Het zonder morsen in de mond krijgen van de soep vereist enige creativiteit vanwege de afwezigheid van tafels of stoelen. Maar daar ben ik natuurlijk kunstenaar voor. Tijdens dit door de horeca gesponsorde festijn staan er buiten op de terrassen stoelen en tafels in overvloed. Ook is er een uitgebreid menu. De mensen mogen niet klagen vanavond.
Als de soep lauw geworden is sla ik hem in één teug achterover. Er is werk aan de winkel.
Na het klinken van de gong – het publiek klinkt met volle glazen – ga ik samen met elf andere uitverkorenen van start. De maag knort, het bloed klopt. Elk terrasoptreden mag maximaal een kwartier duren. Een ieder krijgt een technisch assistent mee op pad. De mijne heet Klaas. Klaas heeft er niet veel zin in en zegt: ‘Er is niet zo veel aan, hoor, zo’n terrassentour. Het publiek is meestal heel duf.’ Ik vind dit geen motiverende opmerking van Klaas. Ik tracht mijn rug echter recht te houden. Ook Klaas houdt de moed er in, want hij mag vanavond onbeperkt gratis bier drinken.
Ik begin op Terras F. Het publiek heeft duidelijk geen kaartje hoeven kopen. Zodra ik mijn eerste A-mineur-akkoord aansla, keren de mensen direct de rug naar mij toe, alsof zij oren in hun achterhoofd hebben. Sommigen buigen zich samenzweerderig over tafel, als ware het een voortijdig juryberaad. Die herrie ook! Na mijn derde nummer roept een onverlaat (H. noemt hem tijdens de terugreis ‘ongelikte beer’) keihard: ‘Tijhijd!’. En dat terwijl ik toch in goede vorm ben vandaag. De vrienden van de boerenpummel brullen het uit. Het verkooppraatje over mijn afgeprijsde cd slik ik maar even in. Geen energie verspillen. Langzaam opbouwen die race.
Na mijn eerste kwartier pak ik snel mijn gitaar en spulletjes in teneinde tijdig op mijn tweede plaats van bestemming te arriveren: terras J.
Om van het podium af te komen moet ik echter eerst onder een rood-wit lint door kruipen. Daar gaat het mis. Klaas staat net naar zijn derde blikje bier in de koeling te graaien als ik met mijn gitaarhoes op mijn rug en een tas vol cd’s in de hand verstrikt raak in het lint. Ik wankel hevig en zie de terrassen hellen in mijn ooghoeken. Yoga met apparaten. Ik probeer mijn evenwicht te bewaren en strek mijn linkerarm diagonaal in de lucht. In de hand die aan die arm vast zit heb ik een vol blikje bronwater geklemd. Het stille water gutst uit het blikje, recht naar beneden mijn hals in, onder mijn witte overhemd. Daar gaat mijn smetteloze uitstraling.
‘Gaat het wel?’ vraagt Klaas quasi-bezorgd. Ik knik koelbloedig. Ik laat mij niet inpakken door een lint. Ik ben pas net begonnen. Van binnen bibber en huiver ik. Ik verlang stiekem naar een kopje warme soep. En een stoel. En een elastische serveerster van achter in de twintig met een stralende lach en knoeperds van tieten.
Terras J hoort deels bij een Grand Café en deels bij de Turkse Grillroom Marmaris. Om beide terrassen te markeren is er een enorme citrusplant neergezet. Deze groene joekel staat recht voor mijn neus, als mijn enige trouwe fan die niet van wijken weet. Als artiest kom je soms voor hete vuren te staan. Maar wat doe je als je voor een plant moet optreden? Hem tot stilte manen hoeft in ieder geval niet. Maar van enige vorm van aanmoediging zal evenmin sprake zijn.
Als ik tijdens het spelen langs de hals van mijn gitaar kijk, zie ik het imposante gebouw van De Waag. Ik voel een sterk verlangen even een anonieme toerist te zijn en dit monument te gaan bezoeken.
Ook moet ik eigenlijk heel erg poepen. Maar voor de stoelgang is er geen tijd tijdens deze terrassenstrijd. Ik moet dóór.
Als H. en ik na zeven krachtsinspanningen moegestreden finishen in het fel verlichte, stoelloze ontvangstkot, krijgen wij plotsklaps de hongerklap. Verlangend kijken wij naar het bezige moedertje met het inmiddels door soep bevlekte schort. ‘Kunnen wij misschien nog een kopje soep krijgen, mevrouw?’. Haar antwoord is onverbiddelijk: ‘Het spijt me, heren. Het beleg is op. De soep is uit’.
Buiten gonst het na op de terrassen. Tevreden buiken de weekendvierders uit op hun stoel. Servetten worden aangerukt om hun van frituurvet en olijfolie druipende kinnen droog te deppen. Onze collega M. - de uiteindelijke winnaar van de zevenkamp - speelt een loeiharde versie van Motörhead’s klassieker Ace of Spades. De mensen doen gezellig en gaan nog niet naar huis.
In het holst rijden H. en ik terug naar de hoofdstad. In een tankstation nabij Apeldoorn nuttigen wij in ijltempo twee bamischijven, een gehaktbal, een pikanto en twee huzarenslaatjes.
|
|
Post A Comment!
|
|
About Me
Hoi, ik ben Rick Treffers. Op 23 oktober 2007 ben ik teruggekeerd naar mijn Nederlandse wortels, met de plaat 'Het heeft niets met jou te maken' in de hand.
Friends
|