27/10/2008 - Uienbuis
Zeeuwen zijn dan misschien stug, zuinig en gereformeerd, ze zijn ook vaak oprecht trots op hun unieke provincie van drijvende lappen grond. Als wij vooraf aan ons optreden en ver na etenstijd in een authentiek Vlissings vispaleis plaatsnemen, zijn alle ogen van de familie die de tent runt op ons gericht. Wij zijn gasten uit het westen. En wij zijn in Zeeland. Dat mag niet onopgemerkt blijven. De zoon des huizes loopt vastberaden onze kant uit. Hij lijkt uitverkoren ons te bedienen, draagt een bril met jampotglazen en heeft een loopje dat duidt op misvorming en/of -handeling. Het bebrilde obertje doet heel vriendelijk. Met de nadruk op 'doet'. Het is een dwingend soort vriendelijkheid. Eén die er thuis waarschijnlijk ingeramd is. Wij moeten het niet in onze hoofden halen hem niet minstens zo vriendelijk te bejegenen, dat voelen wij aan ons water. Het gezinshoofd werpt af en toe een zeer nieuwsgierige blik vanuit de keuken om te zien of zoonlief wel voldoet aan de verwachtingen. Om het ventje ter wille te zijn en onnodige moeilijkheden te omzeilen vragen wij hem alvast naar een typisch Zeeuws woord of gezegde. Het joch aarzelt geen moment en zegt: 'juunbuuse'. Als wij hem vragen wat dat betekent lacht hij triomfantelijk. 'Dat ga ik jullie natuurlijk niet zomaar vertellen'.
De zoon heeft beet. 1-0 voor Zeeland. In sommige landen staat patriottisme voor het openlijk willen delen van gevoelens van liefde voor de thuishaven. Maar in Zeeland moet je er eerst iets voor doen. Voor wat, hoort wat. De geheime pracht van de provincie wordt niet zomaar prijsgegeven. Tijdens het verorberen van mosselen, garnalen en klodders mayonaise wisselen wij gedachten uit. Zou Juunbuuse misschien een mythische zeeheld zijn? Een exquise gerecht dat wij als toetje opgediend zullen krijgen? Welk woord maakt een Zeeuw zo trots dat hij bezoekers uitdaagt te raden naar de betekenis ervan?
Aanbeland bij de koffie komt de gemankeerde zoon die zo zijn best doet weer bij de tafel staan om ons het familiegeheim te ontsluieren. Vol verwachting klopt ons hart. Hij opent alvast zijn mond en probeert de spanning een beetje op te bouwen. Hij is er zeker van dat deze vangst hem niet meer kan ontgaan. Een seconde voordat hij zijn strottenhoofd in werking stelt, roept onze gitarist Theo echter resoluut: 'frikandel speciaal!'.
Alle ledematen van de zoon beginnen te trillen. Hij deinst achteruit en kijkt verschrikt om zich heen. Zijn jampotglazen beslaan in een oogwenk. Een doelpunt in een uitwedstrijd telt dubbel en Theo uit het westen heeft hem met precisie afgetroefd: 1-2. In blessuretijd. De zoon stamelt nog: 'Een juunbuuse is inderdaad een frikandel speciaal. Het woord betekent uienbuis in het Nederlands.'
Met de staart tussen de benen druipt hij dan af. Even later horen wij een verschrikkelijk kabaal in de keuken dat het midden houdt tussen collectief neerkletterende serviezen en het in de grond meppen van haringen in de stroeve klei. Wij laten een niet zuinige fooi op de bar achter en nemen gauw de benen. Even later, bij ons optreden, is er weinig tot geen publiek in de zaal. Wij grappen dat al het volk waarschijnlijk in de snackbar zit om uienbuis na uienbuis naar binnen te laten glijden, als waren het haringen van gemalen koeienuiers. Het incident ligt nog vers in ons geheugen. Onze gedachten dwalen voortdurend af naar het arme joch en zijn verloren strijd. Als wij midden in de nacht uit de concertzaal vertrekken krijgen wij als troost voor het geleden leed een opblaasbare Hema-worst mee van de bedrijfsleidster. Ik ben niet helemaal scherp meer en vraag haar of daar toevallig een typisch Zeeuws woord voor is. De bedrijfsleidster kijkt mij aan alsof zij water ziet branden.
|