Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Dubbeltjes en dwarsigheid

This world was never meant for one as beautiful as you

{ 13:36, 18/3/2013 } { 0 comments } { Link }
God looked around his garden and found an empty space. He then looked down upon the earth, and saw your tired face. He put his arms around you and lifted you to rest. God's garden must be beautiful He only takes the best J. Vandaag zou je 24 geworden zijn.. Ik mis je nog altijd

Dwarsbomen en eikels

{ 16:06, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Af en toe krijgen we subtiele seintjes binnen om iets niet of wel te doen. Een soort voorgevoel. De meeste mensen zullen het intuïtie noemen, ik noem het karma. De laatste keer dat ik op de hielen werd gezeten door karma, heeft het me ook genadeloos onderuit gehaald. Het begon allemaal in de vakantie. Een tijd van feestjes, geheugenverlies, custardcake en boze goden scheen glorieus aan de horizon. Zo had ik vier dagen gefeest, een dag geslapen, weer drie dagen feesten en de vierde feestdag werd mij duidelijk gemaakt dat ik even een pauze moest nemen. Die ochtend had ik al een voorgevoel dat ik mijn dag in bed moest spenderen. Ik voelde me rot, eenzaam en nuchter. Die avond was er een festival waar ik naartoe zou gaan. Halverwege de dag liet ik al weten dat er een kans was dat mijn dag vroeg zou eindigen, in bed. Als ik niet ging zou ik alleen zijn, en daar had ik ook geen behoefte aan. Aangezien ik misselijkmakend moe was, besloot ik mijn geklaag weg te drinken op het festival. Het ging me goed af, ik voelde me minder moe en minder eenzaam. Rond twee uur hielden we het voor gezien, omdat de meeste het aanzien van hun bed verleidelijker vonden dan ons aanzien. Mijn ogen waren inmiddels twee kilo aangedikt en hield ze met moeite staande. Op de fiets richting huis, bij de uitgang van het terrein had karma me te pakken. Of ik maakte gewoon een inschattingsfout. Mijn ogen vielen dicht, het duurde me twee seconden langer om ze weer te openen, maar voordat die voorbij waren lag ik al op de grond. Het was ruim drie jaar geleden dat ik van mijn fiets ben gesodemieterd. Ik was in shock, dat karma zo genadeloos kon zijn. Ik had geen idee hoe ik eraan toe was. De meeste pijn werd gelijk verdoofd door de alcohol, alleen wel het probleem dat het verdunde bloed de spuigaten uitspoot. Ik krabbelde overeind met hulp van toeschouwers. Proberend te ontdekken wat de schade was. Gat in kin; check. Kapotte handen, elleboog en neus; check. Ontwrichte kaak; check. Zij naar de klote: check. Het maakte me allemaal niet zoveel uit, want mijn mooie, rechte, nieuwe tanden die ik nog maar een paar weken had, waren nog heel. Een omstandiger in auto reed me naar de eerste hulp. Bij aankomst sleepte ik mezelf naar binnen, stiekem nog steeds iets onder de invloed waardoor deze situatie alleen als lachwekkend en onrealistisch kon worden beschouwd. De artsen vonden mij blijkbaar ook lachwekkend. Ze zijn niet arts geworden om mensen te helpen die van hun fiets vallen in dronken toestand. Ze keken niet naar me om. Later kreeg ik te horen dat ze, alle vijf koffie leutende en roddelende artsen, in spoedgeval verwikkeld waren waar ze het oh zo druk mee hadden. Ze waren nog wel zo vrijgevig geweest om een afspraak voor me te maken in het ziekenhuis een dorp verder. Het was half drie. ‘Kan je daar om drie uur zijn?’. Nou nee, lopend met een zij die me met elke beweging kwelde omdat ik langzamerhand nuchter werd, naar een dorp dat 50 kilometer verderop ligt was geen optie. Ik besloot naar mijn moeder te gaan, nog altijd vergezeld met mijn mede karmaslachtoffer en partner in crime and party’s. Zo eindigde ik dus de dag zoals ik die ongeveer al voelde aankomen. De nacht heb ik gespendeerd op de bank, tv kijkend, me de zaligheid inrokend, koffie drinkend en creperend van de pijn omdat ik nuchter geworden was. Ik hield dit vol tot negen uur ’s ochtends toen ik een afspraak bij de dokter had. Als een zombie strompelde ik de praktijk binnen, met allemaal brandende ogen in mijn rug van voorbijgangers. Na wat minuten wachten, een twee minuten gesprek met de arts, stond ik weer buiten zonder enige wijsheid rijker. ‘Goed schoonmaken’ was het wijze advies. Oke. Ik zette mijn dag voort met een slaperig hoofd, sodabadjes, korte dutjes, reinigingen en nog meer reine ongein.

Gratis, maar zeker niet goedkoop

{ 16:06, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Naast de dagelijkse vanzelfsprekende bezigheden, ben ik freelance fotografe voor de VPRO. Dit betekend dat ik voor elk ‘gratis’ festival in de regio met onbekende of opkomende bandjes gevraagd kan worden om een aantal plaatjes te schieten. Die, eventueel als ze goed genoeg zijn, een kans verdienen om gepubliceerd te worden. Dit is mij twee keer overkomen. Mijn tweede keer van erkenning was in een lokaal krantje (die de volgende in alle recycle bakken zijn beland). Maar liefst vijf hele foto’s waren gepost van een regionaal meerder-daags blues festival. De eerste keer dat er een foto die ik had geschoten op de website in volle glorie verscheen, straalde en fluoriseerde ik van trots. Het was een best aardig kiekje van de gitarist van the new shining die vol verbazing mijn lens in tuurde. Beter kon het niet worden. Die dag was voor mij sowieso de eerste ‘shootdag’ als persfotografe. Ik herinner het me nog al te goed. Vol goede moed, gewapend met camera, een telelens, 3voor12 shirt en persbandje als versterking liep ik apentrots mijn slagveld te binnen. Na enkele woorden te hebben gewisseld met het team, trokken we erop uit als krijgers met een missie. Mijn eerste missie was ‘the opposites’. Met opgeheven hoofd en een machtig gevoel liep ik van backstage richting het podium. Niet in de gatenhebbende dat er inmiddels kuddes met fans en ander aanhangsels het veld terroriseerde. Ai, de moed zakte ver diep in mijn modderige schoenen. Met knikkende knieën, een galopperend hart en bevende handen haalde ik mijn camera tevoorschijn, en begaf me voor het podium, waar inmiddels de gasten van ‘the opposites’ in de stemming kwamen. Eveneens het publiek, die opeens (dat leek echt zo) veel meer interesse hadden in het angstige meisje met een te grote camera ipv hun idolen op podium. Ik voelde hun ogen door mijn crewshirt heen branden en voelde me poedelnaakt. ‘Oke, niks van aantrekken, ogen richten op het podium en vergeet hen’. Makkelijker gezegd dan gedaan. In de aanslag met mijn camera, wachtend op een sappig paparazzo moment, merkte ik op dat ik mijn handen niet in bedwang kon houden. Ik schaamde me kapot, als fotograaf ken je geen angst voor je slachtoffers. Na wat ellendige en bibberige klakjes, kreeg ik er zin in en vergat de roede alpaca’s achter me. Als een ongecontroleerde ballerina danste ik van de ene kant naar de andere om zoveel mogelijk foto’s te schieten. Na dertig minuten en een inmiddels uitbarstend vol geheugen (die van mij en die van de camera), verliet ik het podium en zei gedag tegen de spotlights. De triomf die ik daarna ervaarde was het allemaal nog eens dubbelop waard. Sindsdien maak ik me niet meer druk om mijn gestuntel.

Schrappen voor tegemoetkomingen

{ 16:05, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Na enige tijd werd de lege lijst der impulsiviteit toch rijkelijk gevuld door stupiditeiten. We hebben het onze ‘bucketlist’ genoemd, voor mensen die de film hebben gezien moet het duidelijk zijn. Wij doen dit alleen voorbarig, op jonge leeftijd, onze begin-life-crisis. Een van de, tot nu toe volbrachte, ondernemingen van onze lijst, is de avond dat we besloten om de taak ‘een graancirkel creëren’ van onze lijst te schrappen. Dit was absoluut een memorabele avond. Het begon allemaal in mijn huisje, zonder nog enig idee te hebben wat ons te wachten stond. Zoals gewoonlijk, na een aantal genotdrankjes besloten we de bucketlist tevoorschijn te halen. Het was een perfecte avond om graancirkels te maken. Karma was akelig gewillig deze avond. We besloten dat als het ons lukte zonder opgepakt te worden, moesten we onszelf belonen met het leeggieten van een glas wijn, in de mond wel te verstaan en natuurlijk het aanschouwen van ons toekomstige meesterwerk. De rit daarnaar toe overleven was al een hele prestatie. Alle bosjes en bomen waren perfecte schuilplaatsen voor verkrachters, moordenaars, potloodventers, kwallen en andere zeegedrochten. Het was al donker en dit pad leek oneindig. Toen we bij de velden aankwamen stond er ook nog eens een gedrocht van een hek, met aan beide zijden een sloot, ons belachelijk te maken. Er overheen of erlangs? Aangezien we beiden ontoepasselijke gekleed waren in onze jurkjes en panty’s, besloten we eromheen te gaan, over de sloot, slingerend langs het hek. We kwamen er verbazingwekkend zonder kleerscheuren en zonder uit onze panty te waaien aan de overkant. Schouderkloppend liepen we richten het veld. Inmiddels stond het graan, de blubber en de adrenaline al tot aan de heupen waardoor lopen nog een hele opgave werd. Na vijf vermoeiende minuten stonden we eindelijk te midden van een graancirkel die iemand voor ons al had gemaakt. Vanuit de trein was deze altijd al zichtbaar en verleidelijk, maar van zo dichtbij was de verleidelijke verleiding nog verleidelijker. Zittend in de graancirkel werd het wijntje naar binnen gewerkt, en begonnen technieken te verzinnen hoe we dit, in onze girly outfits, sierlijk en elegant konden doen. Dit ging niet gepaard, dus dan maar lomp, maar effectief. We stampten erop los, zodat het graan gelijk werd gemaakt met de grond en een cirkel ontstond. Vergeleken bij de grote cirkel ernaast was dit maar een graankorrel in een hooiberg. Maar het was absoluut ooglust, en onze overwinning, en mogelijke toekomstige overwinningen, was ook een lust geworden. Bij thuiskomst haalde we onze bucketlist tevoorschijn en schrapte vol trots en voldoening de opgave weg, verlangend naar een nieuw avontuur.

Avondjes vertier

{ 16:03, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Ik was jong (21 jaren), dus ik mag domme dingen doen, dat wordt min of meer toch wel van me verwacht. Daarom hebben een vriendin en ik ook een dubbel D(domme dingen)-doen lijst. Hoewel er niks op die lijst te vinden is, hebben we toch een gouden regel; een avondje doorhalen en kijken op wat voor impulsieve daden we stuiten. Laat ik zo’n avondje even voorleggen, hoewel dit meer om de impulsiviteit ging, niet de domme dingen. Het was mijn vaders verjaardag. Een verjaardag zoals alle andere. Gekakel, vreetpartijen, alcohol dat rijkelijk vloeide en last-minute kado’s. Ter verandering had ik die vriendin uitgenodigd in enige hoop dat er wat stupiditeiten uit deze avond konden opbloeien. Na het nuttigen van wat dorstlessende/creërende wijn, besloten wij de goldstrike eigen te maken. Twee goldstrike verder en een aantal brandwonden rijker, werd ons bewust dat ons gratis vervoersbewijs nog geldig was(het was immers een doordeweekse dag). ‘Laten we naar Rotterdam gaan!’ zei ze tegen mij met stoute oogjes. Ons besluit stond snoeihard aan de grond genageld en gingen onze (zons)ondergang tegemoet. Na wat vluchtige telefoontjes met het vriendje van, of hij ook zin had om naar Rotterdam te gaan, trokken we erop uit met een glorieus uitzicht op een glorieuze avond. Na aankomst (22:00) kregen we gelijk al een engerd onder onze neus gedrukt. Of we zijn boek wilden lezen en onze uitgesproken en eerlijke mening wilden geven. ‘Nee dankje, we hebben het te druk met school’ was ons antwoord. ‘Koffie drinken dan?’. Hij was een volhouder, dat moet ik wel toegeven. Twee sigaretten en menig geroddel verder, kwam haar liefje aangedwarreld en steeg ze op naar haar roze wolk. Aandoenlijk stel. Jaloezie borrelt af en toe boven, ik was vrijgezel en zij hebben het leuk samen. Waar is mijn eigenwijze, excentrieke charmeur? Afijn. We baande ons een weg door de drukke straten van Rotterdam richting cafeetjes. Maar drie glaasjes wijn verder (de twee wijn en vier goldstrike niet meegerekend) en het aanzien van een misselijkmakend gelukkig stelletje, stortte ik in een moment van zwakte (of sterkte?). Ik moest en zou mijn ex sms’en dat ik hem nog mis. Alcohol stimuleert absoluut je impulsiviteit en je diepe gevoelens. Na wat heen-en-weer gesmst te hebben, was ik tevreden met de antwoorden en de opschudding die ik wellicht teweeg heb gebracht. Een aantal cafeetjes, bezatterijen, parades en ijsjes verder, gaven we er de brui aan. Die laatste trein moest gehaald worden. De tortelduifjes namen een mierzoet, waarbij je kaak verkrampt en je kiezen afbrokkelen, afscheid. Na wat genante en plakkerige momenten strompelde we aangeschoten onze (snel)trein in. Jammer genoeg stopte die trein niet op ons station. En na aankomst werd ons duidelijk dat er geen trein meer die kant op ging. Dat werd een loopfestijn. En zo liepen we dus alsnog gezamenlijk onze zonsondergang tegemoet.

Vrucht(baar)vlees

{ 16:01, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Dit hebben waarschijnlijk heel veel mensen mogen ervaren, of je het nu wilt of niet. Dit geldt voor beide sekses. Je hebt je geliefde in hart en ziel gevonden en in hart en ziel weer verloren. Na lang worstelen in een modderpoel van allerlei emoties zweer je liefde (tijdelijk) af. De belangrijkste redenen zijn toch meestal ongeloof voor wat gebeurt is, haat of verdriet wegens de ander of gewoon omdat je dat vrijgezelle leven wat verder wilt betasten, ontdekken en mee avonturieren. Maar juist dan, als je uiteindelijk je draai hebt gevonden zonder partner, zijn ze (mogelijke scharrels) niet bij je weg te slaan. Alsof ze kunnen ruiken dat je deze vleeskeuring opzettelijk overslaat. Stel, ik heb trek in stroopwafels, dan worden mijn hersenen plakkerig van de stroopwafelgedachtes. Als ik er dan achter kom dat er geen in huis zijn, alle supermarkten ze niet meer in de schappen hebben liggen of ik moet heel wat kanten op buigen, wringen of kantelen om eentje in m’n stroopwafelgrage handjes te krijgen, wordt mijn lust alleen maar verergerd. Met bitterkoekjes, roze koeken of koekjes van eigen deeg neem je dan geen genoegen. Zo werkt het, volgens mijn theorie, ook in de liefde. Zodra je een tsunami aan stroopwafels hebt, neem de trek snel af en krijg je zin in iets anders. Zoiets heb ik ook ervaren. Er was eens een knappe, lieve, zachtaardige, meegaande prins, die toevallig mijn vriendje was. Hij had/heeft alles wat een vrouw in een man zoekt. En ik was gek op hem en hij was van mij. Mijn romantische, kookgrage, alles goed vindende man. We waren nog niet zo gek lang bij elkaar, maar we hadden bouwplannen in de maak voor een toekomst. Dat eerste laagje fundering werd al weer vroegtijdig afgebroken. Ik was ‘iemand’ tegengekomen. Hij zat sinds kort op dezelfde school, en was in de verste verte niet te vergelijken met mijn huidige vriend. Hij was de vise en de ander de versa. Deze jongen was ook knap, maar leek in eerste instantie niet zo’n lieverd. Elk meisje bleek te vallen voor zijn asshole-attitude maar charmeren kon hij als geen ander. Ik viel voor deze badboy en hoe! Het blijft me nog altijd een mysterie hoe hij aan mijn e-mailadres is gekomen, terwijl een goede vriendin van te voren mij zijn email gaf, zodat ik mezelf kon ‘behoeden’ op een mogelijke toevoeging. We zagen elkaar geregeld op school. Na wat eerste ontmoetingen, afspraakjes en onderonsjes sloeg de vlam in de pan. Ik was vurig verliefd op deze jongen. Maar het lef was nooit aanwezig om dit in het open te gooien. Kort samengevat: ik maakte het uit met mijn prins-charming, en volgde mijn James Dean blind door een zee van vuur, passie, vlinders, roze wolken en brillen, geleid door de liefde. Ook hier onderging ik een tsunami, waarop alles werd meegesleurd en kwijt raakte. Ik was hem kwijt geraakt. Na maandenlang elkaar te hebben genegeerd, twintig taarten dikker, oude geliefden uit de sloot gehaald, besloot ik de sloot in te duiken met prins-charming, proberend er deze keer een happy end aan te breien. Deze keer zou ik geen last hebben van terugkerende exen waar ik nog gevoelens voor heb of natte voeten angst. Onze date stond muurvast in de grond genageld, alleen nog wachtend op goedkeuring van de bouwmeesters. Ze hadden blijkbaar een uitstel in gedachten. Die ochtend kwam ik mijn James weer tegen. Deze keer was het geen ijskoude verkrampende groet, maar een warm welkom. “Of ik binnenkort nog tijd had om af te spreken”. Had hij dit niet twee dagen geleden kunnen melden! Ik verdronk in mijn eigen dilemma met veel tegenstrijdige opties. Een lang en zeker leven met m’n prins of een waarschijnlijk kortstondige, avontuurlijke relatie met de badguy.. Ik was jong en speels als een wulpse puppy en zag mezelf nog lange niet als huisvrouwtje met drie welpjes aan m’n voeten. Daarom koos ik voor het avontuur. Wat het ook zeker was!

Tofu en dierenliefde

{ 16:00, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Mijn moeders tante is overtuigd vegetariër. Na mijn operatie had ik contact met haar omdat ze een psycholoog is en ik hulp nodig had. Ik keek tegen haar op en wilde zoals haar zijn. Als ze op bezoek kwam bij mijn oma nam ze altijd vegetarische balletjes mee. Ik ben altijd een makkelijke eter geweest en vind iets nieuws proberen altijd reuze spannend. Die balletjes waren best lekker, bijna niet te onderscheiden van echt vlees (ojeej ik hoor al veel meningen, die het hier niet mee eens zijn). Vegetariër zijn is blijkbaar mijn roeping geweest want nog geen week erna, na wat minutenlang doelloos zappen op de tv omdat ik niks beters te doen had, stuitte ik op een documentaire over dierenmishandeling, ophok-kwesties en andere misselijkmakende brutaliteiten. Nu wist ik het zeker, ik eet geen dieren meer! Die uitspraak deed ik ruim drie jaar geleden, en heb nooit, en zal ook nooit meer, de behoefte krijgen om vlees te eten. In het begin werd het me wel lastig gemaakt met een familie die niet vies is van een lap vlees, waarvan je moet raden van welk dier het eigenlijk afkomstig is. Na heel wat gekeuvel over de negatieve kanten van het vegetarisme, een hamburger die onder mn neus werd gepord en de meest mooie overhaalkunsten van broers en oma, werd de McDonald’s mijn ondergang. Mijn ouders stonden volledig achter mijn besluit om het nogmaals te proberen of ik vlees echt niet lekker vond. Na het bestellen van een verlept broodje met verlepte sla en een verlept onherkenbaar stuk dier, de mcChicken zogenaamd (het was echt mcSmerig!), wat hapjes verder eindige mijn burger in de afvalbak. Toen was mijn keuze definitief. Ik ben en blijf vegetariër. Als de McDonald’s al niet over die overtuigingskracht beschikt, wie of wat dan wel? Ik walg van mensen die zich parttime vegetariër noemen. Er is niks parttime aan! Het is uitzonderlijk makkelijk om die uitspraak te maken. Vlees eten als je er trek in hebt en zodra er een dag voorbij is gegaan zonder, jezelf een vegetariër noemen. Laf! Als je het doet, doe het dan ook goed, of helemaal niet. Ik heb mezelf inmiddels ontfermd over het zwerfkatje Herman (die inmiddels zichzelf tonnetje rond en alle andere rondtes en maten heeft gegeten) en heeft een goed en volledig leven bij mij. Laatst heeft een oud vrouwtje bij mij in de buurt de dierenambulance gebeld omdat hij zo mager was. Toen ik dit vertelde aan vrienden volgde het schaterorkest. Vrienden zien en noemen mij een ‘feeder’. Dit omdat ik een hond, een kat en een hamster heb die kunnen voldoen als plus-size models. Die dagen dat Herman was vermist waren ellendig. Zaterdagmiddag had ik hem naar buiten gelaten, zoals ik elke dag doe. Mijn ouders zette wat boodschappen af, meldde even dat ze een dierenambulance hadden gespot aan het einde van de straat, vroegen of Herman veilig thuis zat, ik zei ‘ja’ om ze niet onnodig ongerust te maken en ze keerde huiswaarts. ’s Avonds voor het stappen was hij nog steeds niet terug. Katten zijn nu eenmaal eigenwijs en beschikken over een eigenzinnig eigenwilletje. Na thuiskomst, 6 uur ’s ochtends, nog geen spoor of geur te bekennen van m’n zwerfkatje. Dagenlang bleef ik de hoop hoog houden, ‘hij leeft nog, hij pest me alleen maar’, waarna ik elke keer in tranen uitbarstte. Dinsdag, mijn roostervrije dag die ik nodig had om mijn kater weg te douchen na het verdrinken van mijn verdriet, was ik het wachten helemaal zat, frustraties stegen de (hersen)pan uit en alle hoop die ik had verzameld raakte ik beetje bij beetje kwijt. Ik dook het telefoonboek in en snuffelde ijverig naar het nummer van de dierenambulance. ‘Shit, hoe ga ik dit verklaren, het is nog geen eens mijn kat, officieel dan’. Zenuwachtig en bang voor het komende antwoord vroeg ik aan de mevrouw aan de andere kant van de hoorn of er laatst een rode kater was opgehaald. ‘Een rode, Europese, kortharige cypres mevrouw? Over zoveel kattenkennis beschikte ik nou ook weer niet. ‘Uh ja’. Zei ik maar in de hoop dat het Herman was en nog leefde. ‘Na een telefoontje van een oude mevrouw hebben wij het verzoek gekregen om de kat op te halen vanwege verwaarlozing’. Mijn woede reikte een ongekende hoogte maar de vrouw aan de telefoon kon er ook niks aan doen dus de woede ebde weg en maakte plaats voor enkele vraagtekens. ‘Dus hij leeft nog?’ Bleek dat ze mijn mannetje in een asiel hadden geplaatst! Dit nieuws had ik mijn moeder laten weten, niet lang nadat de vrouw ophing. Bij aankomst in het asiel, vreesde we even dat hij ons niet zou herkennen en ons de kat niet werd meegegeven. Daar zat hij, in een stalen hok, terwijl mijn prins gewend is aan slapen in bedden en andere comfortabele plekjes. Toen begon de luidruchtige symfonie van kattengejank (van blijdschap wel te verstaan). Later die dag, nadat er heel wat (martel)werk was verricht (castratie en het aanbrengen van een chip) kropen we in ons nestje en vierde zijn thuiskomst. Diezelfde ochtend had ik nog flyers opgehangen met foto en telefoonnummer. Ik werd zowaar gebeld door het vrouwtje. Ze wou even melden dat ik een dieren-mishandelaar ben. Mijn kokende bloed spoot alle spuigaten uit en vuurde er hevig op los. Inmiddels sta ik bekend als oudenvrouwtjes hater. Liever dat dan dierenmishandelaar.

Dubbeltjes en dwarsigheid

{ 15:59, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Mijn moeder zei altijd tegen me: ‘jij bent in de verkeerde tijd geboren’. Daarop fantaseerde wij verder, hoe het zou geweest zijn als ik in het zelfde jaartal (1958) geboren was. We zouden beste vriendinnen zijn, desondanks we dat nu al zijn. Ik heb een liefde voor ouderwetse, nostalgische, afgedankte, nutteloze (in mijn ogen waardevol) vintage hebbedingetjes. Ook qua kleding zie je mij meestal graven en snuffelen in tweedehands winkeltjes als een roofdier op zoek naar een smakelijk hapje. Mijn bezittingen stammen allemaal af uit de sixties of seventies. Een aantal kostbaarheden (een leren stoel in een vies bruin tintje, kastjes met meerdere koffiekringen en randen als splinterige stompjes en mijn vintage schooltassen collectie) heb ik te danken aan mijn oma. Mijn twee dierbaarste bezitten uit de gehele verstofte en verstoten-maar-door-mij-geaccepteerde collectie zijn veruit mijn platenspeler en de mahoniekleurige boekenkast die ik kreeg voor mijn 21ste verjaardag. Inmiddels zijn mijn platen-en boekencollectie verdriedubbeld en ik geniet van de aanzienlijk groter wordende verzameling. Mijn boekenkast is van boven tot onder gevuld met boeken van alle soorten, kleuren, geuren en smaken. Spijtig genoeg heeft de helft ervan nog niet de aandacht gekregen die ze verdienen en die ik ze zo graag vol overgave wil geven. Een van de redenen dat ik voor vintage ben gegaan is geld (het gebrek eraan om het juist te zeggen). Kringloopwinkels, oh wat een stukje paradijsbeleving is dat voor mij! Mooie nutteloze prulletjes voor een dubbeltje. Zalig! Ik blijf immers een Nederlander. Ook ik als jonge vrouwzijnde heb een shoptik(leuk dat dit woord gewoon te vinden is in de spellingscontrole). Mijn minuscule probleempje is altijd al geweest dat ik niet wil hebben wat andere mensen hebben. Zo begon ik mijn glansrijke middelbare leven op afgetrapte maar oh zo geliefde zwarte all-stars. Na twee jaren rondbanjeren op mijn vertrouwde en inmiddels bruin geworden voetenvriendjes, maakte de schoen zijn debuut op school en pareerde iedereen(zelf de tutjes ontdeden hun voeten van hun porseleinen muiltjes) rond op die schoenen. Toen was de schoenmaat vol. Na lang afscheid nemen en meerdere gefaalde pogingen heb ik er uiteindelijk afstand van gedaan en heb ik zonder terugkijken ze gedeponeerd in de afvalbak. Zonde, nu ik eraan terug denk. Dit is me (te) vaak overkomen. Waarom moet ik zo dwars doen en wil ik uniek zijn? Dit ben ik, en ik heb mezelf er gelukkig mee geprezen. Ik ben gelukkig geen kuddezombie die hersenloos met de ‘it-massa’ mee kruipt.

Vrijheid blijheid

{ 15:59, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Het heugelijke nieuws was aangebroken. ‘Ja Romy, het huis is van jou’. Natuurlijk ging dat niet zo gemakkelijk, er moest een hoop geregeld worden. Gelukkig ben ik een hardnekkige regeltante in dit soort situaties en genoot van elke regeling die getroffen moest worden. Zelfstandigheid, wat een gelukzaligmakend gevoel was dat. Op nieuwjaarsdag trok ik voortijdig, katerig maar gelukkig in mijn nieuwe nestje. Voordat alles officieel geregeld was, besloten we eerst mijn ‘hele’ inboedel te verplaatsen uit het ouderlijk huis naar mijn eigen stulpje. Heel wat weken, blauwe plekken en het creëren van onontdekte spieren, verder, begon ik me echt thuis te voelen. Er waren momenten dat angstzweet de vloer bevochtigde en de haren op m’n armen naar het plafond reikte. Ik woonde in een rasechte volksbuurt. Politiebusjes waren inmiddels de orde van de dag, fietsendieven hadden deze straat gepland als vluchtroute, waar een aantal politie agenten achteraan hobbelde en burenruzies waar je u tegen zegt. Er is een gebeurtenis die me het meest is bijgebleven. Dit was twee maanden nadat ik langzamerhand mn huisje volledig had ingewijd, toen ik ’s ochtends rond half tien geschreeuw hoorde. Nieuwsgierig dat ik was, gluurde ik door mijn gordijnen heen, met de radar op alert, zoekend naar de ruzie. Precies aan de overkant zag ik twee vrouwen schreeuwen tegen elkaar. De ene naakt, de ander stomend. De pitbull blafte richting de naakthond wat onverstaanbare uitspraken. Na een duwtje in de rug landde ze in het glas van de deur, waarna ze nog even stevig in het nekvel werd gegrepen. De pitbull ging er vandoor en de naakthond bleef onderdanig achter. Hierna volgde de hele politie fasade. Lintje hier, ondervraginkje daar. Dit was later nog in de krant te vinden; 1 februari: vrouw vast na steekpartij. Probleem overduidelijk opgelost. Als ik weer eens te horen krijg van m’n buurman dat er weer criminele activiteiten heersen, ga ik gerust met een kopje thee op de bank voor het raam zitten, genietend van de show.

Kerstengeltjes en duiveltjes op je schouder

{ 15:58, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Voor een aantal maanden had mijn moeder mijn vader (tijdelijk) verlaten en begon een leven voor haarzelf. Huisje, onkruidje, zwerfkatje. Ze had een eengezinswoning midden in het centrum waar ik na verloop van tijd verliefd op werd. Dit huis was zorgeloos, kende nog geen bevuilde herinneringen (alleen maar gezellige giebel momenten) en er heerste een serene rust. Grotendeels, aan het begin van de breuk, woonde ik bij mijn vader. Ik kon hem niet in de steek laten, want ik voelde me verplicht om hem te (onder)steunen. De vriendschappelijke band tussen mijn ouders verslapte langzaam maar zeker in zwaarbelaste lucht en zocht naar een uitweg. Doordeweeks was ik vaker bij mijn moeder te vinden, dit omdat ze op vijf minuten loopafstand van het station woonde en omdat ik mijn vriendin mistte. En nadat er een vermagerd en verschrompeld zwerfkatje was binnen komen lopen, die wij vervolgende in ons nest verwelkomde en doopte tot Herman (Brood), was ik daar niet weg te slaan. Het was allemaal spannend en nieuw zo’n leven vanaf het begin aan opbouwen met z’n drieën. Maar met tweede kerstdag nam het een hele andere wending aan dan ik ooit had mogen dromen. Ons gezinnetje was compleet die dag, mijn twee broers, moeder-en vaderlief en de hele beestenbende en stiekem begon het typische kerstgevoel te kriebelen. Na 10 centimeter te zijn uitgedijd, lichtjes in ons hoofd van de borrels en wat nutteloos gekeuvel over on(sge)zin, kwam moeders met een mededeling (waarvan blijkbaar nog niemand afwist, zelfs vader niet). ‘Ik wil graag terugkomen, en het opnieuw proberen met jullie vader’. Alsof onze tanden na dat laatste woord uit onze mond werden geslagen. We konden niks zinnigs uitbrengen dan wat gemompel door ons tandvlees door. Mijn vader trok een bedenkelijk gezicht en antwoordde met meerdere vragen. ‘Waar komt dit opeens vandaan?’ ‘Waarom nu?’ ‘Weet je het zeker?’. Ja, ze wist het zeker hoewel mijn broers haar twijfelachtig en afkeurend aankeken. Ik hoorde hun gedachtes door de kamer zweven. “Dit kan je hem en ons geen tweede keer aandoen” “Als je terug komt, blijf je, voorgoed”. Langzamerhand verdween de onzekerheid en ongeloof en een ontlading van vreugde nam de plek in. Nu zijn we weer compleet. Ook ik voelde het van binnen opwarmen als een vreugdevuur. Dit was waarschijnlijk de mooiste kerst ooit met het allerbeste cadeau wat een kind (want zo voelde ik me) zich kan wensen. Een gelukkig en compleet gezin. Deze hereniging ging wel hand in hand met een groot nadeel. Mijn moeders huisje moest verbannen en ritueel verbrand worden. In mijn hart werd het vreugdevuur langzamerhand gedoofd met ijskoude plensbuien. Op dat moment nam mijn egoïsme de macht en regeerde mijn gedachtegang en vocabulaire. Mijn ego gaf me nog wel het laatste beetje kracht om een gepast moment af te wachten om dit te bespreken met mams, zonder paps. Dit zou te snel en te hard aankomen. “Mam, ik ben superblij voor jullie, maar is er een mogelijkheid dat ik in jouw huis kan gaan wonen?” Te vroeg! Te egoïstisch! galmde door mijn hoofd. “Dat bespreken we nog wel”. Dat kleine sprankje hoop bloeide uit tot een euforie van hoopvolle gedachtes. In mijn hoofd waren de verhuisdozen al ingepakt, was ik het huis al aan het inrichten met mijn spullen en ik stapte ferm zonder omkijken in een nieuw volwassen leven!

Maskers en facades

{ 15:57, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Ik was in de tijd van ziekte altijd het aandoenlijke, liefdevolle, meisje dat in niemand z’n ogen iets kwaad of fout kon doen. De zin ‘ach laat dat arme kind toch, ze heeft zoveel meegemaakt’ bracht me tot waanzin. Ik had zin om me te misdragen maar alles wat ik deed was schattig en begrijpelijk vanwege mijn situatie. Na de operatie, toen ik epilepsieloos en gewoontjes was, sloeg ik vastberaden de ruige weg in. Ik begon met de meest voor de hand liggende zondes. Roken en drinken. ‘Kijk nu maar eens hoe schattig ik kan zijn!’ Mijn imago als lieflijk (wonder)kind had blijkbaar veel tijd nodig om te vervagen. “Logisch dat ze zo doet, ze heeft het moeilijk gehad en dit is waarschijnlijk toch maar een fase”. Om er een duivels schepje bovenop te doen, liet ik een tatoeage zetten. En nog een, totdat er uiteindelijk drie permanent op mijn armen waren gebrandmerkt. Ik voelde me stoer en onoverwinnelijk. Mijn gebrek aan woordenschat(of het gewoon niet willen praten), waarover ik een aantal jaren bezat, werd rijkelijk gevuld met nieuwe dialogen en toneelstukjes. Ik werd extrovert maar ingetogen. De angst voor mensen (aanspreken) begon, na er meer tijd verstreek, weg te ebben. Af en toe kon het nog vloed worden en vluchtte ik naar het droge om mijn tijd uit te zitten tot het weer eb werd. Mijn badass-attitude was inderdaad een fase, hoewel ik nog steeds drink, rook, zo nu en dan een stout woordje mn mond ontglippen wil, met de dag amicaler wordt en aan de tatoeages zit ik vast voor leven. Na de operatie was ik mijn haren verloren, en ik mag dan ook wel een sloddervosje zijn, maar mijn streken was ik zeker niet verleerd! Ik ben liefdevol, behulpzaam en een beetje ondeugend (moeders-gen) geboren en zo ben ik gebleven, achter wat voor masker of biker-image ik ook wil verschuilen.

Intro(vert)

{ 15:56, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Na het lezen van diverse soorten biografische boeken, wakkerde het vuur aan om mijn eigen biografie te willen schrijven. Maar ik ben en blijf een vrouw en raak onmenselijk snel verveeld en ga op zoek naar nieuwe uitdagingen, vandaar dat die intentie om een eigen boek te schrijven snel uitgeblust raakte (ik wou immers alle denkbare beroepen eerst uitproberen voordat ik een keuze wilde maken). Meerdere malen als ik weer eens mijn kladversies voor m’n snufferd haalde om ze eens aandachtig door te lezen en openstond voor mijn eigen ijskoude maar rechtvaardige kritiek, realiseerde ik me dat er zeker talent aanwezig was voor het schrijven. Zelfs mijn moeder, na het lezen van een (den) Engelse(n) kladversie, zette zij de waterkranen open en vertelde ze hoe trots ze wel niet was. Hoewel moeders zoiets horen te zeggen, voelde ik eveneens trots namens mezelf (belachelijk eigenlijk dat we toch altijd maar erkenning en iemands aanmoedigende kritiek of mening nodig hebben om onszelf beter te voelen, in de weet dat we het toch goed hebben gedaan). Ik was gewoon te snel afgeleid en genoot juist op de meeste momenten meer van een goed glas wijn in plaats van mijn hoofd legen en neer planten op een velletje papier (laptop), waarna, dankzij de wijn, de inspiratie als heet water stevig begon op te borrelen. Dat kokende water koelde snel af en kreeg alweer trek in het onbekende. Jaren terug had ik al een poging gewaagd na eindeloze onderzoeken in tunnelbuizen, diep gewroet in mijn hersenen door smetteloze handen en na het bereiken van diepe dalen, waardoor opstaan moedeloos leek. Dit omdat er aan het begin van een spannend nieuw leven op de middelbare school was geconstateerd dat ik ongeneselijk leed aan epilepsie oftewel ‘de vallende ziekte’. Na de diagnose ben ik ook vaak te pletter gevallen (letterlijk en figuurlijk) en moest mezelf tevergeefs bij elkaar schrapen en aan elkaar lijmen. Uiteindelijk na jaren experimenteren met allerlei mixjes van medicijnenshots, die desondanks nooit op lange termijn bleven werken, werd mij een (on)mogelijke hersenoperatie voorgeschoteld. Dat hersenspinsel smaakte naar meer. Alleen dit vergde nog veel onderzoekjes en tijd, volgens de artsen. Hoewel ik toch al dagen geïsoleerd op mijn kamer zat en me had vervreemd van de mensenwereld, was ik niet van plan om ergens heen te gaan en had zeeën, zwarte gaten en andere universa aan tijd. Om een (5 jaren)lang verhaal samen te vatten; de hersenoperatie(s) bleken een succes en ik stond op. Maanden na de operatie, met een hersenskwab/kronkel minder, voelde ik de drang om mijn eigen Grey’s Anatomy versie op te schrijven. Elke keer als ik terug denk aan die vallende tijd, lach ik me elke keer weer een scheurbuik vanwege mijn ‘altijd’ goedgezinde karma. Ik ben een tevreden, dankbaar en zeer gelukkig meisje. Ik ben tumorloos, niet humorloos.

Voorwoord

{ 15:53, 12/3/2013 } { 0 comments } { Link }
Na vijf jaar lang te hebben gezwegen door een depressie gepaard met een lijdensweg ivm ziekte had ik geen redenen meer om me stil te houden. Ik was genezen van alle (kwaadaardige) aandoeningen die ik had. Het praten was me ontgaan en ik had geen woorden meer voor deze onverklaarbare inkeer. Ik moest opnieuw me leren verwoorden. Dit ging me aanzienlijk beter af op papier. Ik was mezelf kwijtgeraakt maar dankzij liefhebbende ouders en vrienden ben ik mezelf aan het hervinden, maar ben elke dag nog op zoek. Langzamerhand komt, net als een kruiswoordpuzzel, de oplossing in zicht. Na jarenlang besluiteloos te zijn, veel wikken, wegen en me in elke hoeken draaien op zoek naar mijn roeping, heb ik nu toch echt mijn draai en passie gevonden in schrijven. Daarom deze blog, om enkele gebeurtenissen in mijn leven van me af te schrijven en waardoor ik ben gaan groeien in ontwikkeling en zelfkennis met een vleugje sarcasme.

About Me

Home
My Profile
Archives
Friends
My Photo Album

«  December 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

Links

Gezonde dierenvoeding Molenwaard

Categories


Recent Entries

This world was never meant for one as beautiful as you
Dwarsbomen en eikels
Gratis, maar zeker niet goedkoop
Schrappen voor tegemoetkomingen
Avondjes vertier

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer