Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

duurzame samenenleving en economie

• 2/10/2015 - Zijn onze toekomstige samenleving en economie nog houdbaar?

Het internationale bankensysteem dat zich afhankelijk heeft gemaakt van oliedollars en het monopolie heeft op oneindige geldcreatie uit het niets stuurt onze mondiale economie en samenleving aan.  We leven nu in een 'global village' waarin de C(l)ash of civilizations steeds sterker aanwezig is en samenlevingen verscheurd worden door steeds meer tegengestelde economische, politieke en religieuze belangen gebaseerd op dogma's en mythes. J

Je kunt je afvragen hoelang dit systeem nog houdbaar is en waarom verschillende culturen en opvattingen zo met elkaar botsen? De effecten van grote mondiale conflicten worden steeds meer zichtbaar in grote vluchtelingenstromen. Politieke, economische en ecologische vluchtelingen die vertrekken uit gebieden die leeggeplunderd worden door het huidige systeem gebaseerd op economische groei en een ideologische machtsstrijd tussen verschillende partijen op vooral nog steeds sociaal-darwinistische gronden: wie heeft de macht over de grondstoffen. Ideologie, economie, de bancaire sector, politiek en religie zijn de middelen die ons daar toe aanzetten.

 

https://www.youtube.com/watch?v=iG0u4CT1P6k

 

De eerste en tweede industriële revolutie zijn volledig gebaseerd op deze fossiele grondstoffen die we nodig hebben voor onze industriële westerse welvaart. We moeten ons afvragen of we dat nu steeds zo willen en wat de alternatieven zijn van een derde industriële revolutie die meer gebaseerd is op ecologie, kwaliteiten (bio-based economy), decentrale energiebronnen (wind, zon, biomassa, geothermie) en onderlinge samenwerking (smart grids). Wellicht breekt er dan een tijdperk aan van distributieve kapitalisme (betere verdeling van rijkdommen) ipv het hiërarchische top down kapitalisme dat we nu kennen. De vraag is alleen hoelang we nog in het oude paradigma blijven hangen? Internet, open communicatie, nieuwe netwerken, alternatieve media, de vernietigende kracht van het fossiele kapitalisme en de eindigheid van fossiele grondstoffen ondermijnen nu al het huidige paradigma.

We doen nl. net of we met schaalvergroting een hele efficiënte energievoorziening hebben opgezet. Dat is een mythe. Zeker als je energie en economie met elkaar combineert. Energie is eigenlijk alles wat je om je heen ziet. Datgene wat processen in beweging zet, de omzet van de ene energievorm in de andere, maar ook alles wat je consumeert is energie (2de wet thermodynamica). Vooral fossiele brandstoffen zijn daar een goed voorbeeld van. In het huidige paradigma zien wij die omzetting van fossiele brandstoffen in producten als een vermeerdering van de welvaart. Maar eigenlijk zetten wij op zeer korte termijn een zeer geconcentreerde energievorm om in een veel minder nuttige energievorm (vaak uitstoot van warmte). Naast de fossiele industrie is de vleesindustrie een goed voorbeeld van enorme verspilling van energie. Niet alleen het voeren van vee kost enorm veel energie (graan en mais), maar ook elke tak binnen het productieproces verbruikt enorm veel energie (koeling, transport, slachten, productie, gebruik plastics etc.), daarbij stoot de veestapel ook nog enorme hoeveelheden lachgas en methaan uit (negatieve bijproduct van de vleesindustrie). Terwijl elke tak binnen het productieproces economische waarde produceert wordt er enorm veel energie verspilt binnen het productieproces of geconcentreerde energie gestopt in een product dat niet tot nauwelijks in energetische waarde toeneemt.

Economen zagen jarenlang de wetmatigheden van de onzichtbare hand uit de natuurkunde terug in de economie (Newton, Adam Smith). Marktwerking zou uiteindelijk altijd voor herstel zorgen zolang je maar niet te veel ingrijpt in de economie. Maar economen keken niet verder naar het begrip tijd en de thermodynamica uit dezelfde natuurkundige wetmatigheden. Ze zagen een alsmaar toenemende BBP en productie als parameter voor welvaart en vooruitgang, waarbij de wetten van vraag en aanbod de prijs en het welvaartspeil bepaalden. Maar thermodynamisch gezien is productie een graadmeter voor verlies van energie en een toenemende entropische afvalberg (uitstoot van CO2, NOx, lachgas etc.) . Een welvarende samenleving onttrekt meer uit het milieu dat het aan positieve energie erin stopt. Welvaart en rijkdom gemeten in productie en BBP is dan altijd negatief. Op korte termijn lijkt de waarde die wij uit productie toevoegen vooruitgang, op lange termijn raakt de levensduur van de totale basisvoorraad op. Economische groei (het omzetten van energie in nuttige producten en diensten) zal dan ook niet gaan over de hoeveelheid energie die we in een product stoppen, maar over hoe efficiënt we omgaan met de energie die we in een product stoppen. Hoe minder energie in een product, hoe meer economische groei.: de thermodynamische efficiency. De thermodynamische efficiency is dan wel weer grotendeels afhankelijk van de hoogte van de olieprijs en de hoeveelheid fossiele reserves (piekoil). Momenteel worden de entropische effecten oftewel de exrernaliteiten nog nauwelijks in de prijs vereffend. Waardoor de schadelijke effecten afgewenteld worden op de mensen die zich dat het minst kunnen veroorloven. Als we deze werkelijke prijs meenamen zou dit het einde betekenen  van het huidige kapitalistische westerse  hiërarchische model. Dat is dan ook de reden dat veel neoliberale westerse denktanks niks willen weten van deze entropische schuld op klimaat, energetische en materiële reserves. Het vergt een andere kijk op consumptie en productie.


Deze uiteenzetting begint bij het stellen van vragen over onze eigen westerse cultuur en het mensbeeld van onze eigen opvattingen. Werkt ons huidige paradigma van grote centrale systemen, logge fossiele industrieën en top-down gestuurde overheden nog wel of zien we dit paradigma kantelen naar decentrale systemen gebaseerd op onderlinge solidariteit, synergie en nieuwe ondernemende ideeën van onderaf? En zorgt deze kanteling ook voor meer begrip tussen verschillende culturen of botsen decentrale groepjes juist nog harder met elkaar?

Kunnen en willen wij als mens leven in een westerse samenleving waarin economische neoliberale doelen (neokolonialisme en individuele zelfverrijking) steeds meer botsen met zeer orthodoxe religieuze opvattingen. Blijven we dogmatisch geloven in de oneindige heilige welvaartsstaat van het westen, waarin economische groei en de optimalisatie van het individu het neoliberale paradigma vertegenwoordigd. Of zijn er buiten het neoliberale paradigma alternatieven voor een samenleving die minder gebaseerd zijn op economische groei, economisme, economisch reductionisme,  rendement, egocentrisme, welvaart en kwantiteiten.

De westerse samenleving kijkt vaak en misschien terecht zeer kritisch naar orthodoxe religieuze stromingen. Maar hoe dogmatisch en kritisch zijn wij zelf over onze eigen opvattingen en samenleving. Is oneindige economische groei voor het individu na de 'dood' van God (secularisatie) niet de westerse moraal geworden binnen onze westerse samenleving (Sartre). Is economische groei niet onze of 'mijn individuele' heilige graal naar geluk. Doen wij als westerse mens en samenleving niet precies hetzelfde als orthodoxe gelovigen.  Maar verrijken wij ons individuele leven met welvaart en economische groei binnen ons eindige leven en streven religieus gelovigen naar geluk, welvaart en welzijn vooral na het tijdige leven in het hiernamaals? Als westerse maatschappij vinden we onszelf wel heel verlicht, maar zijn we eigenlijk niet allemaal gelovigen. Het geloof in de heilige marktwerking van de economie en oneindige welvaart voor iedereen binnen de westerse maatschappij en het geloof in het hiernamaals binnen de orthodoxe religieuze samenlevingen.

Wat dat betreft streeft ieder mens een vergelijkbaar doel na: geluk. Mensen in westerse samenlevingen consumeren dat geluk meer in het hier en nu en in meer individuele materiële consumptie en welvaart. Orthodoxe religieuze mensen stellen dat directe geluksgevoel uit met de verwachting het geluk te vinden in het hiernamaals (die opvattingen kunnen ook een bepaald geluksgevoel met zich meebrengen in het hier en nu). De meest extreme hedonist wil nu meteen de welvaart op elk moment van de dag voor zichzelf kunnen consumeren. Het idee van: 'Na ons/mij de zondvloed. Pluk de dag. Ik leef maar 1 keer'. De meest extreme orthodox gelovige is bereid zijn eigen leven en zoveel mogelijk andere levens van ongelovigen op te geven voor een grote hoeveelheid maagden of andere vormen van beloningen in het hiernamaals. Binnen dat spectrum heersen allerlei tussenliggende opvattingen van extreem tot zeer gematigd, tot neutraal. De meeste mensen volgen de massa en doen wat de buurman doet of wat normatief gewenst is binnen de dominante cultuur (mensen zijn adaptief en de massa zijn volgers, geen aanjagers/vormers).

https://www.youtube.com/watch?v=pMgOTQ7D_lk

In deze uiteenzetting ligt de focus op de westerse samenleving. Begeven wij ons nog steeds in het neoliberale paradigma van consumentisme, economisme, materialisme en individualisme of zien we een kanteling van dit paradigma met andere opvattingen, waarin mensen de wantoestanden van het huidige paradigma niet meer accepteren.

http://www.duurzaamnieuws.nl/het-mensbeeld-in-de-economie-kantelt/#comment-12029

Ik beschrijf de achtergronden van onze westerse economie en samenleving. Net als Piketty stap ik af van de neoklassieke benadering op de economie. Ik schrijf niet over wiskundige modellen, omdat ik vind dat economie meer is dan economisme. Ik geef slechts de maatschappelijke duiding aan historische politiek-economische gebeurtenissen die niet alleen bestaan uit historische feiten, maar ook gebaseerd zijn op vermoedens en bepaalde ideologische opvattingen. In tegenstelling tot Piketty gebruik ik weinig direct wetenschappelijke bronnen. Iedereen moet zelf een mening kunnen vormen. Ik beschrijf slechts de historische context op een meer holistische integrale multidisciplinaire wijze. Geschiedenis wordt altijd beschreven vanuit een bepaalde context en kan in zekere mate betwist worden. Wat wij nu 'feiten' vinden kan over een aantal jaar door nieuwe feiten of inzichten gefalsifieerd worden. In een postmoderne samenleving bestaat een definitieve claim op de permanente waarheid niet. Zeker niet binnen de economische discipline. Economen zijn het vaker oneens met elkaar dan dat ze elkaar gelijk geven. Toch geloven de meeste economen nog heilig in economische modellen, econometrie en de 'wetmatigheden' van economische data. Alles komt goed zolang we deze mathematische modellen maar volgen. Wij moeten de markt volgen en vooral niet te veel ethische, morele en filosofische vragen stellen. Dat de bekendste 'econoom' en grondlegger van de klassieke liberale economie eigenlijk een moraalfilosoof was (Adam Smith) zijn we maar even vergeten.

De neoklassieke school doet naar mijn mening te weinig recht aan de echte maatschappelijke economische problemen van deze tijd en beschouwt de economie als dood amoreel object van onderzoek, terwijl de echte economie gaat over behoeftes van mensen, de strijd om economische en politieke machtsstructuren, hoe gaan we om met schaarste, hoe richten we onze omgeving in, hoe gaan we om met externe effecten, eindige bronnen, vrijheidsbeleving, arbeidsomstandigheden, wie betaalt uiteindelijk de echte rekening, toegang tot middelen, ongelijkheidsproblemen en afhankelijkheidsrelaties tussen mensen, instellingen, bedrijven en overheden en waar willen we moreel wel en niet geld aan uit geven, waarom hebben we slavenhandel en kinderarbeid wettelijk afgeschaft (maar bestaat slavenhandel en kinderarbeid nog wel, alleen zien we dat niet in onze economische modellen).

Economie is niet alleen een systeem. Economie is een relaterend (met politiek, ethiek, filosofie, psychologie, rechten, sociologie, biologie) systeem dat de bewegingsvrijheid van mensen, bedrijven, overheden en instellingen grotendeels bepaalt. Economie is dan ook geen wetenschap van de wetmatigheden, misschien is economie wel helemaal geen wetenschap (hoogstens sociaal-maatschappelijke duiding aan gebeurtenissen). Op basis van economische modellen kun je nauwelijks exacte voorspellingen doen. Ik doe dan ook geen objectief onderzoek. Ik stel slechts vragen over de manier waarop wij onze samenleving inrichten. De wetenschap richt zich daarbij vaak heel specifiek op 1 aspect buiten het al onderzochte terrein van onderzoek. Wetenschap richt zich op nieuwe kennis en nieuwe inzichten. Ik richt mij meer op de integrale interdisciplinariteit van al bestaande kennis.  Op basis van al bestaande kennis kunnen wij ook tot een paradigma shift komen. Het perspectief is meer holistisch dan specialistisch gericht.

Links op de pagina kunt u op de titels van de artikelen klikken. Als u daarop klikt kan u de volgende artikelen lezen:

Op deze blog stel ik de vraag in welke mate onze economie en samenleving houdbaar is voor onze generaties nu en al onze toekomstige generaties. Zorgt de drang naar groei en welvaart voor een ongelijke samenleving en een uitputting van onze natuurlijke hulpbronnen? (1).

Is een economisch financieel systeem gebaseerd op fractional reserve banking toekomstbestendig? (2).

Hoe is onze westerse samenleving en economie ontstaan. Waar komen onze westerse waarden vandaan. In welke mate hebben wij ons ontwikkeld. Hoe zijn we vanuit de prehistorie naar een postmodernistische wereld gekomen? In welke mate bepaalt het kolonialisme (VOC-mentaliteit) en het neokolonialisme (seven sisters/oliemaatschappijen) het westerse en het niet-westerse beeld (clash of civilizations) in de wereld?. (3-9).

Hoe zijn we na de WOII van een periode van wederopbouw, groei en welvaart in een periode van neoliberalisme, vrije markt en individualisering terecht gekomen? (10).

In welke westerse dogma's, mythes en mantra's geloven we nu nog heilig. Hebben we eigenlijk nog wel door dat we in dogma's geloven of nemen we ze kritiekloos aan als voldongen feit? Wat zijn eigenlijk de alternatieven en zijn er alternatieven? (11).

In welke mate is de rol van het westen dominant in een postmodernistisch wereldbeeld (end of history, Fukuyama)? Kunnen wij nog met een helikopter view naar onszelf terugkijken of nemen we alles van de westerse media als absolute waarheid over? Plegen we nog genoeg retrospectie en is  de westerse media eigenlijk wel objectief genoeg. We vinden onszelf wel verlicht, maar zijn we dat ook? (12).

Kunnen we naast het neoliberale paradigma nog alternatieve ideeën aandragen. Ideeën, opvattingen en concrete plannen die wel direct bijdragen aan een houdbare economie en samenleving voor iedereen. Draagt een circulaire resourced-based economy bij aan een houdbare samenleving? Of gaan we niet duurzame problemen een halt toe roepen met niet duurzame oplossingen? Amerika probeert bijvoorbeeld al jaren obesitas aan te pakken door het aanschaffen met meer gezondheidsproducten, meer fitnessapparaten, meer dieten, meer afslankpillen. Men pakt niet de oorzaken aan maar dempt de effecten met de verkoop van meer producten. Typisch Amerikaans en het geloof in de 'heilige' markt. (13)

Vinden we de kenmerken van het neoliberalisme en het commercieel-darwinisme terug in sociaal-biologische eigenschappen van de mens zelf. Is het eten of gegeten worden. Is het een voortdurende strijd om status  (man) en schoonheid/uiterlijk (vrouw) om maar tot de best aangepaste soort te komen. Is het neoliberalisme niet gewoon een verkapte vorm van economisch sociaal darwinisme? Het recht van de sterkste (best aangepaste). (14)

Onze westerse cultuur ligt geborgen in de overgang van de historische Hellenistische Grieks-Latijnse cultuur naar een mythische westerse christelijke cultuur. De iconografie beschrijft deze overgang en geeft mogelijke verklaringen hoe wij door middel van macht, politiek, vervalsingen, misvattingen, onjuiste kopieen tot deze christelijke westerse cultuur zijn gekomen. Grote dictatoriale wereldrijken vervallen tot religieuze verheerlijking van mythische goden, symbolen en rituelen. De van boven opgelegde leer, wet en regelgeving geeft een kleine elite (paus en bisschoppen) de volmacht over de aanhangers (publieke domein): de pauselijke encycliek. De kans dat de westerse cultuur 2 millennia lang gebaseerd is op geschiedvervalsing en persoonsverwisseling is zeer aanwezig. De verheerlijking van de historische Iulius Caesar heeft plaats gemaakt voor de mythische Jezus Christus. (15)

Wat beweegt mij om een blog te schrijven over de economie en samenleving. Waarom denk ik dat we in een onhoudbare samenleving leven waar verschillen vergroot worden, individualisme heilig verklaard is en status, macht en welvaart (mannen) en uiterlijk (vrouwen) belangrijke kernfactoren zijn geworden voor de westerse samenleving? Persoonlijk vind ik dat we korte termijn belangen voortdurend bevredigen ten koste van economisch sociaal zwakkeren en al onze opkomende generaties. Er zijn alternatieven, maar die worden op dit moment nog vooral weggelachen of genegeerd door de huidige opvattingen. Duurzaamheid is leuk, maar als het ten koste gaat van onze welvaart liever niet. Keer op keer krijgen we achteraf een deksel op onze westerse neus. Zouden we nu niet eens van te voren kunnen nadenken over duurzame oplossingen? Zou dat  niet eens een idee zijn? Gaan we nu zelf eens onderzoeken of de dogma's en mythes van de economische modellen kloppen of volgen we deze dogma's en mythes rücksichtslos, zoals we dat in de middeleeuwen deden? (16)

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Het tijdperk van ongeremde groei

Het tijdperk van ongeremde groei

 

Tot hoever kunnen we economisch nog doorgroeien. Kunnen we oneindig veel groeien of zitten er economische, ecologische en maatschappelijke grenzen aan groei?

In de economische modellen en brede politieke opvattingen van nu gaan bedrijven overheden en burgers (samenlevingen) vooral voor economische kwantitatieve groei. De economie, het Bruto Nationaal Product en het inkomen moeten groter worden en vooral niet krimpen. Als bedrijf moet je groeien om mee te doen om de concurrentie voor te blijven (fusies, schaalvergrotingen etc.). Overheden en bijna alle politieke partijen (Partij voor de Dieren en Groenlinks uitgezonderd) streven naar meer kwantitatieve economische groei. Het geloof dat economische groei zorgt voor meer werkgelegenheid is heel sterk. Door kwantitatieve groei krimpt de schuldenlast van de Staat en komt er meer inkomstenbelasting en vennootschapsbelastingen binnen van salarissen en winsten, bovendien gelooft men dat de werkgelegenheid toeneemt. Vanuit dit oogpunt heeft een groeiende economie alleen maar pluspunten. Het is dus niet raar dat mensen geloven in de 'heilige' werking van economische groei. Het wordt ons namelijk dagelijks ingeprent (media, onderwijs, politiek, bedrijfsleven). Het mantra: economische groei is altijd goed behoort tot onze westerse neoliberale cultuur. Daar hoeven we eigenlijk niet meer over na te denken en dat doen we dan ook bijna niet meer. Politieke partijen wijzen graag op deze dogma's: we moeten alleen maar zorgen voor economische groei en dan komt alles goed. Economische groei als heilstaat en grondlegger voor het individuele geluk binnen de nationale staat.

Momenteel zitten we nog steeds in het (neoliberale) paradigma van groei, schaalvergroting, deregulering, privatisering en concurrentie op kwantiteit waarbij het uitgangspunt ‘greed is good’ gehandhaafd blijft. We leven in het tijdperk van het commercieel-darwinisme: alleen de bedrijven en organisaties die zoveel mogelijk klanten of leden aan zich weten te binden blijven over. Het verkopen van zoveel mogelijk producten, diensten of lidmaatschappen (ledenorganisaties) staat centraal. Aanpassing aan de klant is cruciaal, maar ook reclame en marketing zijn zeer belangrijke sturende instrumenten voor hyperconsumptie (consumentisme) of binge-shopping. Tegenwoordig verkopen en kopen we niet alleen onze persoonsgegevens (google, facebook etc.), maar ook andermans leed. Goede doelen doen het vooral goed als er een goed marketingconcept achter zit (ice bucket challenge, Alpes d’HuZes, Glazen Huis etc.). We belonen liever bankiers die niks bijdragen aan de reele economie dan mensen die bij u het vuil komen ophalen. Sterker nog de bankiers doen de maatschappij meer kwaad dan goed en toch denken ze (maar wij ook, wij laten het toe) recht te hebben op meer salaris.

'De wereld zit in een mad rush: het gaat om steeds meer ongelimiteerde behoeftebevrediging en steeds minder om het verkrijgen van kennis en nieuwe inzichten. Er komt een tijd dat we ons gaan afvragen waar we mee bezig zijn. De een na de andere beschaving kwam op, bloeide, stortte in en verdween. Ondanks al de menselijke vooruitgang kun je je afvragen wat het doel hiervan is. Zijn we er moreel op vooruit gegaan' (Mohatma Ghandi).

Status en sociale druk spelen een belangrijke rol. Het veroorloven van zoveel mogelijk luxe producten (auto, huis, computer, mobieltjes, vakanties) bepaalt nog steeds grotendeels je status. Mensen denken steeds vaker dat je geluk kunt kopen in artikelen of diensten of leed kan afkopen.

Shop-a-holics, shop till you drop zijn bekende spreuken geworden, momenteel zijn zelfs de shop en beauty-blogs vooral onder jonge vrouwen heel populair, waarbij het vooral gaat om de aanschaf van zoveel mogelijk spullen.

https://www.youtube.com/watch?v=Buozvfa-4fc#t=20

Bij mannen is vaak de status heel belangrijk. Wat voor auto je rijdt bepaalt grotendeels je identiteit. Maar ook het werk wat je doet  en hoe groot je inkomen is, is bepalend voor je imago en zelfbeeld. Als man is het nog best not-done als je vrouw of vriendin een groter inkomen heeft of als jezelf niet de kostwinnaar bent. Bovendien vallen vrouwen niet op mannen die thuis alleen het huishouden doen. Spullen, werk en inkomen beheersen je leven en identiteit. In Nederland werken dan ook de meeste mannen full time en de meeste vrouwen part time. De mogelijkheid om veel producten of diensten te kunnen kopen geeft ook een gevoel van vrijheid en geluk.

Voel je je ongelukkig dan koop je dat ongelukkige gevoel op korte termijn af met producten of diensten tot dat je weer ongelukkig bent en weer nieuwe spullen of diensten nodig hebt. Marketing en reclame advertenties laten mensen ook weten dat ze met hun unieke spullen en diensten beter en gelukkiger worden. Je bent een echt beter mens als je van een bepaald merk een dienst of een goed afneemt (de Apple marketing is specifiek gericht op design en het individu, zeker met I-phone, I-tunes, I-pod reeks). Dat merk voldoet aan een bepaalde status en identiteit. Mannen zweren bij een bepaald biermerk tot dat ze hun biermerk zonder etiket geblindeerd uit een aantal biertjes moeten halen. Dan is het ineens een stuk moeilijker om jouw 'speciale' biermerk te herkennen. Biermerken zijn gelieerd aan een bepaalde status, regio en voldoen aan een bepaald imago, terwijl de smaak van een pilsje weinig van elkaar verschilt. Bij een biertest zullen de meeste mensen hun favoriete biermerk niet herkennen. Imago, binding en marketing speelt bij bier (pils) een grote rol. Reclame en marketing is een grotere kostenpost dan investeringen in smaak, kwaliteit en ontwikkeling. Smaak doet er eigenlijk niet zo toe. Het gaat om imago en marketing. Een flesje pils bevat meer marketing dan bier. In de wereld van de reclame en marketing word je voortdurend misleid. Marketing is niks anders dan structurele misleiding van consumenten om maar zoveel mogelijk producten te verkopen. Onze westerse samenleving wordt overstelpt met reclame en imago is steeds belangrijker geworden. Welkom in de imago-economie. De wereld van succes, het grote geld, weinig toegevoegde waarde en de misleiding. Via imago en binding aan merken profileren wij ons en geven we onszelf identiteit. Dure merken staan niet per se voor kwaliteit, maar voor het imago - ik kan dit betalen, dus ik ben succesvol -.

Maar kun je niet in je eigen inkomen voorzien dan sta je aan de zijlijn, economisch doe je niet mee en op de sociale ladder sta je helemaal onderaan de trede. Mensen in de bijstand en langdurige werklozen worden nog door velen gezien als niksnutten. Mensen waar iets mis mee is, paria’s van de maatschappij. Het hebben van werk en de aard van het werk bepaald daarnaast ook grotendeels je status en identiteit, waarbij hard werken in het neoliberale paradigma de norm is. Mocht je volledig mislukt zijn dan heb je blijkbaar niet hard genoeg aan jezelf gewerkt. Hard werken staat daarnaast gelijk aan een ‘goed mens’. Wat dat harde werken nu precies is weet niemand (hoog inkomen hebben, veel uren maken of veel fysieke arbeid leveren). Laat staan dat mensen daar verder over nadenken.

Binnen verschillende samenlevingen treedt een versterkende sociaal-economische stratificatie op. Een verdeling in sociale klassen op basis van sociaal-economische eigenschappen (in westerse samenlevingen vaak ingedeeld in een onderklasse, middenklasse en bovenklasse). Deze klassen groeien steeds meer uit elkaar door toenemende economische ongelijkheid. De middenklasse profiteert nauwelijks van de vooruitgang, de onderklasse groeit in het aantal mensen maar verdient steeds minder en de bovenklasse verdient een steeds groter gedeelte van het nationaal inkomen (1% van de bevolking verdient 20% van het nationale inkomen in de VS). Volgens de OECD (Organisation for Economic Cooperation and Development) denktank leidt groeiende economische ongelijkheid niet tot economische groei, maar juist tot minder economische groei.

Vanaf de jaren ’80 blijkt trickle-down economics (Margareth Thatcher) en Reaganomics (laissez faire aanbod economie) economische groei over een langere periode helemaal niet te bevorderen. Het is veel verstandiger om te investeren in de middle class. Daarmee stimuleer je stabiele economische groei voor een grotere groep mensen in plaats van economische groei van de elite ten koste van de grootste groep mensen.

https://www.youtube.com/watch?v=UxADtyzvjJk

https://www.youtube.com/watch?v=k71DYM20WRM

Het verminderen van economische ongelijkheid zou volgens de OECD over een periode van 25 jaar wel zorgen voor stabiele economische groei. Het voorkomen van economische ongelijkheid zou centraal moeten staan binnen het politieke debat om stabiele groei en welvaart na te streven, aldus de denktank van de OECD.

De occupy-beweging en de ‘wij zijn de 99 procent’ zijn voorbeelden van bewegingen die streven naar meer gelijke inkomensverdelingen, meer democratie en transparantie. Maar ook in de politiek is er aandacht voor de toenemende verschillen in sociaal-economische ongelijkheid. Obama noemt in de State of the Union-rede van 2014 de extreme ongelijkheid als datgene wat de kiezers het meest bezighoudt en het World Economic Forum noemt in het rapport ‘Outlook of the Global Agenda 2014’ de toenemende inkomensverschillen als het tweede grootste wereldwijde risico van de komende tijd.

Het Boek: Le Capital van Thomas Piketty werd in november 2014 uitvoerig in de Tweede Kamer besproken.  Piketty concludeert dat vermogen gemiddeld sneller groeit (4-5%) dan de economie (2%) en dat mensen meer inkomen halen uit vermogen dan uit arbeid. Hierdoor nemen de verschillen in arm (arbeiders) en rijk (vermogende mensen) toe. Voor de wereldoorlogen waren deze verschillen sterk aanwezig. Na de wereldoorlogen namen de verschillen eerst af door kapitaalvernietiging. Vanaf de jaren '70 namen de verschillen weer toe door opbouw van vermogen uit o.a. de wederopbouw en toename van welvaart. De verdeling van vermogens binnen landen groeit steeds meer uit elkaar. Arbeid levert steeds minder inkomen op in vergelijking met vermogen.

De ontwikkelingen verschillen sterk tussen de continenten VS en Europa. Voor 1900 kende Europa een veel grotere ongelijkheid dan de VS. Terwijl de 10% rijken van de VS nu goed is voor 50% van het totale inkomen. In de begintijd van Amerika was vermogensgelijkheid nog zeer groot. De kolonisten brachten niet veel meer mee dan een paar kisten met bezittingen. Terwijl de inkomensverdeling in Europa door o.a. het feodale stelsel en het begin van de industriële revolutie (kapitalisten vs. arbeiders) enorm was. Daarbij was het gelijkheidsideaal van de founding farthers erg groot.

Het staat zelfs in de grondwet. Na de Tweede Wereldoorlog begon Amerika samen met Europa een steeds ongelijkere verdeling van inkomen te krijgen. Maar pas in de jaren '80 begon de ongelijkheidstrend echt drastisch toe te nemen, met name op ongelijke loonverschillen. Op zich was dat een trendbreuk met het verleden. Want je kon 'vroeger' veel beter inkomen halen uit vermogen dan uit arbeid. Je kon stijgen op de sociale ladder als je een vermogend (adel, aristocratie, koninklijke huize) iemand aan trouwde, arbeid speelde niet echt een grote rol. Inkomen uit arbeid had ook geen status, superinkomens bestonden vroeger ook niet. Rijkdom vergaar je met vermogen.

Momenteel kun je rijk worden door zeer hoge salarissen te cashen (topmanagers, CEO's, bestuurders, mensen werkzaam in de financiële sector, voetballers, acteurs). Vanaf de jaren '80 tot en met nu stegen de topsalarissen met 725 procent, terwijl de lage en middeninkomens in dezelfde periode maar met een paar procent stegen. Zo konden de topinkomens vanaf de jaren '80 vermogen opbouwen door te sparen of te investeren. De lage inkomens konden dit niet (gaven het grootste gedeelte van het inkomen uit aan consumptie). De afgelopen jaar is de discrepantie tussen lage inkomens en hoge inkomens steeds meer toegenomen. Dit leidt tot grote maatschappelijke verontwaardiging. Met name de grote verschillen tussen bestuurders en werknemers leidt tot massale maatschappelijke frustratie.

In de jaren '80 ontstond een cultuur van super meritocratie. Iedereen wordt beloond voor zijn toegevoegde waarde. Supermanagers worden beloond omdat zij een topprestatie denken te leveren. De CEO van Goldman Sachs voelde zich dan ook bijna een God: 'I'm doing God's work' aldus Lloyd Blankfein. De super meritocratie maakt deel uit van de Amerikaanse droom dat iedereen door hard werken rijk kan worden. Deze droom blijkt volgens Piketty een illusie te zijn.

Ook zijn de belastingtarieven vanaf de jaren '80 op de hoogste inkomens drastisch omlaag gebracht (in de VS van 90 procent naar 30 procent). Daarnaast bepaalt het management meestal hun eigen salarisniveau en wordt het salaris van werknemers vastgesteld door datzelfde management. De bonussen van topmanagers staan momenteel geregeld ter discussie, terwijl de werknemers fors moeten inleveren of worden ontslagen. Bonussen worden bovendien vaak uitgegeven op basis wat haalbaar is en niet op basis wat rechtvaardig is. De perverse prikkels in de financiële sector is hier een bekend voorbeeld van.

Een andere factor voor groeiende ongelijkheid is dat grote vermogens grotere rendementen halen dan kleine vermogens. Grotere rendementen uit grotere vermogens kun je weer makkelijker herinvesteren om wederom grotere rendementen te halen en meer vermogen op te bouwen. Bovendien kunnen grotere vermogensbeheerders hun vermogens laten beheren door ervaren professionals met meer kennis dan kleine vaak private vermogende mensen. De kosten van deze professionals (vermogensbeheerders) wegen vaak niet op tegen de baten (rendementen). Er vindt dus concentratie van vermogen en inkomen uit vermogen plaats bij een kleine groep grote vermogende mensen. Een laatste factor die volgens Piketty een grote rol speelt is overerving. Wie vermogen overerft uit het verleden heeft meer kans op een sterkere toename van inkomen uit vermogen dan een persoon die zijn inkomen haalt uit arbeid (omdat vermogen harder groeit dan economische groei). Vermogen dat opgebouwd is uit het verleden (overerving) gaat een steeds belangrijke rol spelen in de ongelijke verdeling van inkomens en vermogens (zeker bij een lage bevolkingsgroei wordt het inkomen en vermogen steeds verdeeld over een minder grote groep nakomelingen). Een kleine groep rijke mensen kan nu makkelijker schenkingen en hele huizen doorgeven aan relatief minder nakomelingen (minder deling van kapitaal). Een relatief kleine rijke generatie beschikt dus meteen over kapitaal (kunnen bijna meteen rentenieren en arbeid is voor paupers). Terwijl een grote groep mensen nu bijna gratis arbeid verricht via participatiebanen, vrijwilligerswerk, zogenaamde stageplaatsen, traineeships, werkervaringsplaatsen.

Na de crises in 2008 zijn vele bedrijven failliet gegaan en zijn veel mensen ontslagen. Piketty stelt dan ook voor om een mondiaal progressief belastingstelsel in te voeren op vermogen en een lager belastingtarief op arbeid (al zal de uitwerking hiervan waarschijnlijk niet lukken, door het free-riders effect en de mobiliteit van vermogen).

Meer transparantie over vermogens en vermogensspreiding is nodig om belastingontduiking en belastingparadijzen tegen te gaan. In Nederland zijn de inkomens uit arbeid relatief gelijk verdeeld door een progressief belastingstelsel en relatief veel toeslagen (laag Gini-coefficient van 0,3), de verdeling van vermogens zijn daarentegen zeer ongelijk verdeeld. 10 procent van de Nederlanders heeft 60 procent van het vermogen (hoog Gini-coeficient van 0,8).

Met name de rijkste 2 procent bezit een derde van al het vermogen in Nederland. Het Dutch Wealth Report concludeert dat 1 procent van de bevolking 40 procent van het private vermogen bezit. De helft van Nederland bezit geen nettovermogen en 10 procent van de bevolking bezit een negatief vermogen (schuld).

Het gaat dan vooral om hypotheken die onder water staan en mensen met kortlopende dure kredieten (creditcards). Nederland kende vanaf de 17e eeuw tot aan de 19e eeuw een zeer ongelijke vermogensverdeling (koloniale periode). Na de WO II nivelleerde de vermogensverdeling (nationalisatie kapitaal en vernietiging kapitaal). Na de jaren '70 groeiden de vermogens sterk uit elkaar door de hypotheekrente aftrek (villasubsidies). Daarnaast gingen veel huishoudens in de jaren 80 maar vooral in de jaren 90 hun overwaarde consumeren in plaats van sparen. Nederland is wel een uitzondering op veel andere landen wat betreft de pensioenregeling: het omslagstelsel (basispensioen) en het kapitaaldekkingsstelsel (aanvullend pensioen werkzame leven) bouwt het vermogen op door premies en stelt het inkomen uit na de pensioengerechtigde leeftijd.  Nederland kent hierdoor een van de grootste pensioenfondsen ter wereld. Een enorme pot van ongeveer 1000 miljard euro uitgesteld inkomen/vermogen. Nederland is vrij uniek wat betreft dit pensioensysteem. Het pensioenstelsel heeft enigszins een nivellerend effect.

Opvallend is dat voorheen bijna alle crises leiden tot nivelleringen en een meer gelijke verdeling van vermogen, behalve de laatste crises van 2008. Dat komt omdat de belastingbetaler bijna alle banken gered hebben (op een paar uitzondering na zoals de DSB bank). Nu bleven bijna alle grote spaarvermogens (boven de 100.000 euro) gespaard door het het depositogarantiestelsel.

Wereldwijd kunnen een toenemend aantal  mensen  niet of nauwelijks rondkomen of deelnemen aan de maatschappij. Terwijl de ‘1%’ maximaal profiteert of nauwelijks inteert. De crisis van 2008 heeft deze verschillen wereldwijd alleen maar versterkt en steeds meer mensen, organisaties en bedrijven wensen niet meer aan zo’n maatschappij en economie deel te nemen.

Naast sociale-economische verdringing aan de vraagkant (consumenten) heb je ook economische verdringing aan de aanbodkant. Kleine bedrijven verdwijnen uit de samenleving en grote gefuseerde multinationals vertrekken naar de lage lonen landen waarbij gestreefd wordt naar maximale kostenreductie en massaproductie. Kleine bedrijven die niet mee kunnen in de ratrace gaan failliet of worden overgenomen (sterven uit) omdat ze niet mee kunnen doen met deze kosten minimalisatie. Bovendien krijgen kleine ondernemers minder makkelijk een lening van banken dan grote multinationals. Leningen tot 250.000 euro zijn voor banken risicovol en leveren banken te weinig rendement op. Ook hebben multinationals en grote bedrijven meer onderpand en lopen ze minder risico (risicospreiding) waardoor ze minder rente hoeven te betalen en hogere winsten overhouden. Winstmaximalisatie door kostenreductie, lagere rentes en schaalvergroting (massaproductie) van de productie is de heilige graal. Wie zich niet kan aanpassen gaat failliet.

De kruidenier, de slager, de buurtsuper is veelal uit het straatbeeld verdwenen en vervangen door de grote winkelketens als Albert Heijn, Jumbo of C1000. In de stadscentra maar ook daarbuiten wordt het beeld gedomineerd door grote winkelketens op de A-locaties. In elke grote stad zijn er meerdere McDonald restaurants te vinden. Het proces van globalisering en de overweldigende macht van grote winkelketens wordt daarom ook wel McDonaldisering genoemd. Het verwijst naar het standaardiseren van productie en distributieprocessen en het rationaliseren van samenlevingen. In de agrarische industrie blijven bedrijven alleen rendabel bij de productie van grote hoeveelheden kippen, varkens en runderen op een steeds kleinere oppervlakte. De megastallen en de kiloknallers zijn hier een goed voorbeeld van.

Waar vroeger het straatbeeld gedomineerd werd door het MKB, kleinere bedrijven, is er momenteel een grote mate van corporatisering, globalisering, digitalisering (online marketing) en multinationalisering gaande.

https://www.youtube.com/watch?v=5sWecRfLov4

Kleine bedrijven worden verstoten of opgekocht door grote multinationals en durfkapitalisten. De detailhandel wordt gedomineerd door grote winkelketens en grootschalige multinationals en fysieke winkels maken plaats voor online webwinkels die de marketing doen via het verkrijgen online privacy gegevens van miljarden individuele internetgebruikers (IP-adressen, cookies, verzamelen gegevens door google, facebook, twitter etc.).

Ook de Amerikaanse geheime diensten maken gebruik van de privacy gegevens (PRISM, Tempora) van burgers wereldwijd om mogelijke terroristische aanslagen te voorkomen. Onlangs onthulde Edward Snowden dat google en facebook privacy gegevens verkoopt aan de NSA en dat de NSA privacy gegevens verkoopt aan bedrijven voor marketing doeleinden via de tracking technologie.
De verruiming van de patriotact na de 9/11 aanslagen via de 'program' maakte vergaande controle op privacy gegevens van burgers mogelijk.

Bedrijven betalen miljarden voor zoekgegevens en voorkeuren van individuele internetgebruikers. Momenteel word je zonder adblocker dood gegooid met online advertenties, of mogelijke producten en diensten die je wellicht ook kunt kopen. ICT'ers bouwen via algoritmes een hele productgroep op basis van je persoonlijke voorkeuren. Momenteel moet je nog steeds op bijna elke site cookies accepteren. Met deze cookies kunnen overheden, inlichtingendiensten (NSA) en bedrijven individuele burgers en huishoudens controleren en gegevens verzamelen over koopvoorkeuren en daar strategisch specifieke marketing op los laten. ICT, facebook, google, de inlichtingendiensten kunnen met BIG DATA nu zo goed als alles te weten komen over burgers. De privacy belangen van burgers is vergaand in diskrediet gebracht.

De westerse economie wordt  gedomineerd door marketingbedrijven, financiële instellingen (frontoffice), multinationale corporaties en de dienstverlenende sector.

https://www.youtube.com/watch?v=Z4ou9rOssPg

Daarnaast is de maakindustrie (kledingindustrie, elektronica, plastics, auto-industrie etc. ) grotendeels vertrokken naar de lage lonen landen (vanaf de jaren '70) of vervangen door robots (vanaf de jaren '80).

https://www.youtube.com/watch?v=0SuGRgdJA_c

In de komende 40 jaar zal het meeste werk verdwenen zijn door automatisering en robots. Nu zie je al dat de menselijke postsorteerder vervanger wordt door de geautomatiseerde postmachine. In de toekomst zal dat in bijna alle sectoren voorkomen. Het tweede machinetijdperk zal een andere kijk op werk en andere invulling van banen nodig hebben. Mensen zullen werk gaan doen waar meer empathie en invoelingsvermogen voor nodig is. Al zal zelfs dat werk in de toekomst vervangen kunnen worden door robots. Aan de ene kant zullen mensen nieuwe banen uitvinden, aan de andere kant zullen veel oude banen de concurrentie van robots verliezen. Bedrijven zullen in ieder geval steeds meer gebruik gaan maken van robots. Robots zijn goedkoop, zeuren niet, gaan langer mee en maken minder fouten. In Europa en de VS zullen we de concurrentie aan kunnen gaan met arbeidsintensieve landen (China) door robotisering en automatisering.

Japan is de absolute koploper van de robot technologie. Japan heeft een hele andere cultuur ten opzichte van robots. Robots worden gezien als een soort medemens en knuffeldier. Binnen Japan is er ook geen angst voor robots zoals die in andere westerse landen wel is voor het verlies van banen en het overnemen van de wereld (matrix, terminator etc.). Japan is ook een van de meest vergrijsde samenlevingen ter wereld. Robots zullen mensen ook moeten vervangen omdat er te weinig jongere werknemers zijn. In Japan wordt volop geëxperimenteerd met menselijke zorgrobots, menselijke emoties en robots die menselijk gedrag zelf aanleren.

http://www.npo.nl/vpro-tegenlicht/22-03-2015/VPWON_1232880

Wel zie je een kleine opleving van bedrijven die terugkomen uit o.a. China (resourcing) en in Nederland vaak een Leantech industrie opzetten (zoveel mogelijk besparen op kosten en inzet van zoveel mogelijk robots en digitalisering).

https://www.youtube.com/watch?v=7Pq-S557XQU

Grootschalig productie werk kon goedkoop ingezet worden door landen met lage lonen. Hierdoor verdween eenvoudig handwerk (ambachten), maar ook de textiel- (Twente) en auto-industrie (productie) grotendeels uit Nederland en veel westerse landen naar de Aziatische landen, BRIC-landen en de Oost-Europese landen. In Nederland zelf wordt laagbetaald werk ook vaak gedaan door (tijdelijke) immigranten of mensen uit een ander land van herkomst (allochtonen). Vooral in de tuinbouw, logistiek (distributie) en bouw vindt er veel verdringing van arbeid plaats door werknemers uit vooral Oost-Europese landen.

Er is dus sprake van zowel economische als sociale verdringing van bepaalde groepen, bewoners, bedrijven en organisaties op het gebied van status en materialisme (massaconsumptie) aan de consumentenkant en schaalvergroting en kostenreductie aan de producentenkant. Alleen de kleine bedrijven die niet concurreren op kwantiteit, schaalvergroting en prijs blijven over. Deze bedrijven ontlopen de concurrentie door te streven naar kwaliteit. Ze bieden een ander product of dienst aan die uniek is waar niet tegen te concurreren valt op prijs.

Momenteel proberen de corporate partijen in de  VS en Europa de massaconsumptie en massaproductie verder te stimuleren via de Transatlantic Trade and Investment partnership: de TTIP. Het komt neer op minder regulering, meer vrije markt, minder democratie, minder transparantie, minder macht naar de burgers en meer macht naar de grote multinationals. Wederom staat winst centraal en derft het burgerbelang het onderspit.

https://www.youtube.com/watch?v=AAp6cD5i8O0

De vraag die ik stel in deze uiteenzetting is of het maatschappelijk verantwoord is om mee te gaan in de concurrentie op kwantiteit. En is de hang naar kwantitatieve groei en materialisme niet alleen van nu maar van alle tijden en wat is het mondiale effect van deze ideologie van marktfundamentalisme op niet-westerse culturen?

Kwantiteit versus kwaliteit

Om deze vraag te beantwoorden moeten we weten wat ‘de economie’ en wat de betekenis van ‘de maatschappij’ is, maar ook waarom we in eerste instantie een economie en een samenleving hebben. Wat is het nut van een economie, waarom heeft de maatschappij een economie nodig en waarom moet een bedrijf, samenleving of economie in zijn geheel per se groeien? Wat is groei en is groei een noodzakelijke basisvoorwaarde voor geluk, welvaart en welzijn of heeft groei ook aantoonbare nadelen? Zou het misschien verstandig zijn om niet deel te nemen aan kwantitatieve groei van de economie, grootschaligheid en de continue groei van bedrijven door fusies en overnames.

Welke richting willen we op met de economie? Moet de economie vooral kwantitatief groeien of kunnen we ook streven naar kwalitatieve waarden als zekerheid, duurzaamheid, vrije tijd, keuzevrijheid, groene initiatieven, kennisvermeerdering, maatschappelijke waarden en betrokkenheid?

Zien we na 35 jaar neoliberaal beleid en 35 jaar neoliberaal denken, waarbij een economie van steeds meer en steeds sneller centraal staat een kanteling? Of gaan we na een kleine opleving van de economie na de crisis van 2008 door op hetzelfde pad van meer, sneller en een sterke focus op kwantitatieve groei? In 2015 zien we in Nederland kleine speldenprikken binnen het neoliberale paradigma.

Afbeeldingsresultaat voor maagdenhuis

Er komen steeds meer groepen, activisten, economen, bewegingen, studenten, docenten die zeggen dat een economie gebaseerd op rendementsdenken, kwantiteiten en oneindige groei niet langer meer houdbaar is. Het mensbeeld in de economie kantelt. Het zijn bewegingen die niet langer een amoreel karakter op de economie tolereren. Ze wensen aan een mensen economie deel te nemen en niet in een alleen kwantificeerbaar modelmatige economie waarin alleen cijfers en financiële groei tellen. Economie is veel meer dan alleen cijfers, modellen en financieel rendement. Economie gaat over de samenleving als geheel en is

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Een nieuw monetair bank- en geldsysteem vanaf de 17de eeuw gebaseerd op geldcreatie: fractional-reserve banking

Een nieuw monetair bank- en geldsysteem vanaf de 17de eeuw: van geldwisselaars naar centrale banken

In Nederland werd in 1609 de eerste 'centrale bank' opgericht: De Amsterdamse Wisselbank. Holland was het centrum van de wereldhandel. Amsterdam de hoofdstad van goudsmeden en geldwisselaars. De Amsterdamse Wisselbank was de 'toezichthouder' van de waarde en kwaliteit van de verschillende gouden en zilveren munten. De voornaamste taak was het garanderen van een stabiele munt en het voorkomen van valse munten in de geldcirculatie. Wanneer klanten munten inwisselden voor waardebewijzen kregen ze een premie van 5%. Er was veel vertrouwen in de bank en in het geld, omdat burgers en de stad Amsterdam garant stond voor de spaartegoeden. Gedeponeerde gelden konden niet in beslag genomen. Ook bracht de bank geen bankpapier uit. Tegenover elk gestort bedrag stond een giraal tegoed: een girobank. In eerste instantie was het een wisselbank en geen grootschalige kredietverstrekker. Winst ontstond door het wisselen van edelmetalen.

Tussen 1634 en 1637 brak de tulpenmanie in Nederland uit (Utrecht). Een ongekende hausse in tulpenhandel waar het vooral om de speculatie in prijs en opties in tulpen ging en niet meer de tulpen zelf als product. In 1637 steeg de prijs tot 10 keer het jaarsalaris van een ervaren vakman. Iedereen werd rijk door de stijgende prijzen. Daarna stortte de eerst geregistreerde speculatiebubbel in. Men bleef met waardeloze papieren zitten.

In 1794 kwam naar buiten dat de Nederlandse Wisselbank massaal blanco kredieten had verstrekt aan de VOC. Het was het begin van de val van de bank. In 1820 sloot de bank voorgoed de deuren.

In 1644 werd de tweede wereldwijde centrale bank opgericht: de Zweedse Riksbank (rijksbank). Centrale banken werden opgericht door vermogende ondernemers (inbreng van startkapitaal en aandelen). Het monopolie van geldcreatie kwam te liggen bij de centrale private bankiers. Het gecreëerde geld (verstrekte kredieten) werd gedekt door de belastingbetaler met nationale belastingen. De rendementen waren voor de bankiers, de risico's waren voor de burgers (belastingbetalers).

Vanaf 1689 regeerde Stadhouder Willem III van Oranje  over de republiek der zeven verenigde Nederlanden, Ierland en Engeland. In Schotland stond hij bekend als Willem II. In 1694 richtte Willem III de Bank of England op en verzekerde hij zijn steun aan de bankiers. Eigenlijk was het een wederzijdse deal waarbij Stadhouder Willem III recht op de Engelse Kroon kreeg (glorious revolution) in ruil voor het geldscheppende recht voor een aantal private bankiers binnen de Bank of England (centrale bank). Hierdoor kwam het monetaire systeem grotendeels in handen van een aantal (veelal joods-Duitse) private bankiers. Met name de Rothschild familie (voormalige Bauer familie) kreeg een enorme sterke positie binnen het economisch en financiële systeem. Willem I richtte De Nederlandse Bank op. Is dat alleen maar geschiedenis? Nee bij de ABN AMRO (vanaf 1999) en Rabobank (joint venture, 2008) is David de Rothschild commissaris en heeft dus nog steeds een belangrijke positie in de bankensector in Nederland. Hoor je de massamedia natuurlijk nooit over.

https://www.youtube.com/watch?v=XRVPUIBdE5E

http://www.ninefornews.nl/de-ijzeren-greep-van-bankiershuis-rothschild/

Historisch gezien was een groot deel van de joodse gemeenschap aangewezen op banen in o.a. de financiële sector, bankiers, diamanthandel, goudwisselaars etc. Het heffen van rente was een lange tijd verboden binnen de christelijke  (katholicisme) en islamitische leer (nog steeds). Van Rome mochten de joden heel veel dingen niet (gildes, overheidsfuncties, militaire dienst). Hierdoor bleef de handel en het woekeren (woekerrente) over als bron van inkomsten. Joden hebben binnen de leer minder problemen met woekeren (voortdurend groeien ten koste van iets anders), want de rijkdom zal via god de mens dienen. Het nieuwe testament beschrijft al het wegsturen van joodse geldwisselaars (elite) in de tempel van god door Jezus. Het verhaal staat symbool voor het conflict tussen verschillende religieuze opvattingen over geld, hebzucht en soberheid. Ook de kruisiging van Jezus door de joden wordt vaak gebruikt om het antisemitisme goed te praten. Als ik een zeer anti-Israël stuk had willen schrijven, deels gebaseerd op de Khazaarse joodse historie, deels op geldcreatie en deels op occulte gruwelheden, waarin de Khazaarse joden en de Rothschild familie bij uitstek als kwaadaardige maffia wordt afgeschilderd dan zou het er zo uitgezien hebben (zie onderstaande linkje):

http://bit.ly/1AJLbHH

Wat we zeker weten is dat het Khazaarse Rijk bestaan heeft. Dat een deel van het Rijk zich bekeerd heeft tot het jodendom, in oorlog was met het Russische Rijk, verslagen werd bij Kiev en zich in ghetto's in Europa verspreidde. De diaspora (verspreiding van joden in Europa en Azië, later in Amerika) van de joden zorgde voor een verspreiding van de joden over de hele wereld. De joden assimileerden zich vaak niet, omdat ze trouw bleven aan hun eigen tradities. De 'inheemse' bevolking accepteerde dit 'eigenaardige' gedrag vaak niet. Hierdoor werden joden vaak als zondebok weggezet. De pogroms richten zich dan ook op deze joodse ghetto's. Binnen deze ghetto's gingen de joden zichzelf ontwikkelen binnen de vaak beperkte banen in de 'lugubere/dubieuze' financiële sector. Via geldcreatie kregen een aantal elitaire joden zoals de Rothschild (Bauer) familie enorme invloed in de financiële sector. Binnen deze families en connecties met koningshuizen werd de financiële macht omgezet in geopolitieke macht. Met later ook veel invloed in de media en tal van andere terreinen. Deze invloed konden ze ook aanwenden om de Staat Israël te financieren (Knesset) gebaseerd op het Zionisme (terug verlangen naar een joods huis). Geopolitieke belangen speelden hier een grote rol met name het vinden van olie in het Midden-Oosten. Religieuze belangen (het beloofde land) speelt wellicht een bijrol, maar kon goed gebruikt worden als motief, net als de slachtofferrol na de Tweede Wereldoorlog.

Dit soort links beschrijven complotten die gebaseerd zijn op een deel van de waarheid. Fictie en facts worden met elkaar verbonden tot een geopolitieke visie. Naast politieke en financiële belangen speelt religie en levensovertuiging hierin een grote rol. Het leidt ook tot complot theorieën, die niet allemaal bij voorbaat 100% waar of onwaar zijn. De waarschijnlijkheid ligt in het midden en dient eigenlijk onderzocht te worden. Politieke, financiële en religieuze belangen spelen hierin een grote rol.

Binnen de christelijke en islamitische traditie is armoede eerder een deugd en zal de rijkdom via de kerk of moskee verdeeld worden. Deze cultureel religieus maatschappelijke opvattingen hebben ervoor gezorgd dat enkele joodse families enorme rijkdommen konden vergaren in o.a. de financiële sector. Deze families acteerden vaak in het geheim, trouwden met eigen familieleden en leefden in joodse ghetto's. Zo bleef het verdiende kapitaal binnen de joodse families. Deze uiteenzetting geeft slechts een verklaring waarom er antisemitisme is. Antisemitisme is eigenlijk een onduidelijk containerbegrip. Momenteel heb je vele joodse identiteiten die verbonden zijn met het land, het volk, seculiere en religieuze identiteiten, orthodoxe, liberale joden, de joodse geschiedenis, zionistische joden, joods mysticisme, kabbalah, anti zionistische joden, joden van Marokkaanse, Palestijnse, Ethiopische afkomst, socialistische joden, marxistische joden, communistische joden (kibboets), kapitalistische joden, joodse haviken, joden met een ander geluid en nog vele vele andere joodse identiteiten. De joodse identiteit is allang niet meer alleen verbonden met religie of het terugverlangen naar een joodse staat of eigen joods huis. Momenteel zie je wel nog veel mensen met een joodse identiteit die werkzaam zijn in de financiële sector en grote joodse enclaves in belangrijke financiële metropolen zoals New York. Deze kapitaalkrachtige joodse gemeenschap heeft nog steeds veel invloed in de politiek, media en de financiële sector. Religie speelt een marginale rol.

Na de oprichting van de Staat Israël (1948) overheerst een zionistische meerderheid gesteund door de Amerikaanse Staat in Israël. Dat levert veel conflicten op in het omliggende gebied waarin de meerderheid anti-zionistisch is. Niettemin hebben deze joodse ultra rijke families grote invloed gehad binnen de financiële sector en de bancaire sector in het bijzonder. De combinatie met de kapitalistische (neo)liberale stroming (na 1848) en het koningshuis (voor en na 1848) heeft gezorgd voor elitaire clustering van kapitaal- en machtsposities, waarin de centrale private bank een centrale rol in de economie en de maatschappij heeft gekregen. De Rothschild hegemonie, de FED, de Wallstreet bankiers en het zionisme staan symbool voor deze joodse elitaire rijkdom.

Naast deze rijkdom leefden vele joden in extreme armoede, in ghetto's en zijn vaak slachtoffer van discriminatie, uitbuiting en segregatie. Joden worden vaak als zondebok beschouwd omdat bepaalde joden vasthouden aan tradities en dus 'anders' zijn. Vaak orthodoxe joden stellen zich hierdoor buiten de maatschappij en trekken zich terug binnen de joodse gemeenschap. Deze uiteenzetting gaat nadrukkelijk niet over antisemitisme, maar over het ontstaan van de financiële sector en het ontstaan van de machtige positie van banken binnen onze samenlevingen.

https://moneycrisis.wordpress.com/tag/joden/

Parasiteren banken op de samenleving of hebben wij banken heel hard nodig voor onze economie en samenleving? En waar zijn de eerste centrale banken ontstaan en waarom?

https://www.youtube.com/watch?v=-WfqdcnjvlA

Na de Amsterdamse Wisselbank werden de commerciele banken  en centrale bank opgericht door Koning Willem I in de 19de eeuw (Nederlandsche Handel-Maatschappij in 1824, later de ABN in 1964 en ABN AMRO in 1991). In 1814 stichtte Koning Willem I De Nederlandse bank als centraal geleide toezichthoudende bank voor de verstrekking van kredieten en het circuleren van munten en bankbiljetten. Hierdoor kreeg De Nederlandse Bank het monopolie op het uitgeven van geld.

Door de oorlogen tussen Holland en Engeland en Frankrijk na de 17e, -eeuw ontstond er een tekort aan belastinggeld en onvoldoende aanvoer van goud en zilver. Er werden andere wegen gezocht voor het invullen van het geldsysteem voor de financiering van oorlogen en grote handelsprojecten. Stadhouder Willem III kon de Engelse troon bestijgen indien hij de heersende bankiers het recht gaf om geld uit te geven via leningen (geldcreatie) via de Bank of England. Deze private bankiers (William Paterson) hadden het alleenrecht om de koning geld te lenen voor het bekostigen van o.a. oorlogen tegen 8% rente. Hierdoor kwam de Engelse Schatkist in handen van een prive-onderneming. Een eerste vorm van privatisering. Omdat er rente geheven werd kon nu vanuit niets geld gecreëerd worden “The Bank hath benefit on the interest on all monies which it creates out of nothing”. Geld kreeg een breder begrip dan alleen goud en zilver. De samenleving en bankiers vertrouwden nu op meer dan alleen goud. Door rente nam de geldhoeveelheid alsmaar toe. Totdat het systeem instortte en men weer opnieuw kon beginnen.

http://www.groene.nl/artikel/geld-uit-het-niets

Op basis van leningen en rente kon de staat nu haar activiteiten financieren en werd het verschijnsel staatsschuld geïnstitutionaliseerd. Het volk (de staat) werd hierdoor schuldenaar aan een klein groepje elitaire bankiers. Momenteel is Londen (the city) nog steeds (wel samen met Wallstreet) het financiële hart van de wereld en het voorbeeld van hoe financiële markten wereldwijd gerund worden.

https://www.youtube.com/watch?v=Z6NcAzqAd6M

De financiële markt is enorm gegroeid doordat monopolistische private partijen nu buiten het volk en de staat om extra geld konden creëren. Door de invoering van het private recht (de Royal charter) ontstond een financieel kartel met het monopolie van centrale banken om geld te creëren door leningen en rente.

Voor het verlenen van de Royal Charter voor de Bank of England stemde Willem III in met:

  • Het alleenrecht van de bank om geld te drukken voor de overheid
  • Het recht over het gecreëerde geld rente in rekening te brengen aan de staat
  • Het papiergeld van de te vestigen Bank of England moet legal tender zijn (het papiergeld hoeft niet de werkelijke waarde te dekken)
  • Het onafgebroken handhaven van schuld
  • De geldcreatie van de Bank of England is in privé handen
  • De geheimhouding van aandeelhouders

rothschild piramide

Bekende (vaak joodse) familienamen binnen het financiële kartel zijn Rothschild, Warburg, J.P. Morgan, Schiff en Rockefeller.

https://www.youtube.com/watch?v=7OU9AGUv4lk

https://www.youtube.com/watch?v=kadN7bzBGnQ

https://www.youtube.com/watch?v=izg1T5aKQT8

Deze namen staan bekend om het uitlokken van of speculeren op grote oorlogen. De Joodse Nathan Rothschild werd bijvoorbeeld zeer vermogend doordat hij een dag eerder dan de officiële overheidsberichten informatie had over de overwinning van Wellington in de slag bij Waterloo. Als private bankier in 1818 werd zijn invloed in de Bank of England in 1825 zo groot dat hij een liquiditeitscrisis van de bank kon voorkomen. Een bekende uitspraak van Amschel Rotschild was bijvoorbeeld: ‘geef me al het geld van een land, dan maakt het mij niet uit wie de verdere regels en wetten maakt.’. Het financiële systeem in Londen en Amsterdam werd grotendeels gedomineerd door de Sefardische (Spaans-Portugese) joodse elite. Deze joden stonden hoog in aanzien en waren volop aanwezig binnen het bankensysteem in Londen, Amsterdam en later in New York (Wallstreet).

Het centrale bankensysteem in Londen kreeg wereldwijde navolging, waarbij de city of London met Wallstreet nog steeds het financiële centrum van de wereld is. De city of London Corporation wordt nu nog steeds gerund door het old boys network. Rothschild krijgt begin 19de eeuw veel macht door het verstrekken van leningen aan staatsprojecten en als adviseur bij overheidsprivatiseringen. Rothschild financiert de slag bij Waterloo, het Suezkanaal en later de staat Israël.

https://www.youtube.com/watch?v=J8kTa9UkpXo

Ook voorkomt hij de ineenstorting van het Britse Bankensysteem en blijft hij 20 jaar directeur van de Bank of England. Rothschild is de drijvende kracht achter het centraliseren van de bancaire macht en de corporate sector door het grootschalig opkopen van bedrijven.

"I care not what puppet is placed upon the throne of England to rule the Empire on which the sun never sets. The man who controls the British money supply controls the British Empire, and I control the British money supply."  (Nathan Mayer Rothschild, 1815)

In 1980 neemt de corporatie Rothschild het voortouw bij de internationale privatiseringen. Corporaties krijgen wereldwijd het monopolie op de voorzieningen van essentiële basisbehoeften als water (Nestle, Veolia), voedsel (Monsanto), energie (Shell, Exxon, BP, GDF Suez), gezondheid (farmaceutische industrie) en informatie (grote telecom bedrijven, Reuters, Bertelmann, Murdoch, Google, Microsoft, Apple Samsung, postbedrijven etc.).

http://www.ninefornews.nl/de-ijzeren-greep-van-bankiershuis-rothschild/

Momenteel is niet alleen de financiële macht in handen van een aantal elitaire groepen, maar bijvoorbeeld ook de media, de politiek, entertainment, ICT etc. Met name New York en Los Angelos herbergen veel joodse gemeenschappen met vaak grote machtige financiële instellingen en joodse families die veel invloed kunnen uitoefenen op de economie en de samenleving in het geheel. Voorbeelden van invloedrijke joodse families en organisaties zijn: Spielberg (entertainment, Hollywood), Pro-Israëlisch lobby organisatie AIPAC (4,5 mln leden), 7 belangrijke joodse CEO’s runnen ABC, NBC, CBS, CNN, MTV en Reuters verzorgd wereldwijd het nieuws aan vele persbureus. Wereldwijd wordt de financiële sector enorm beïnvloed door joodse bankiers en economen. De Lehman Brothers (Henry Lehman, New York) en de Goldman Sachs waren joods, de Rothschilds, Oppenheim, Greenspan (voorzitter Federal Reserve), Milton Friedman, Schacht, Bernanke (opvolger Greenspan) zijn joods of hebben joodse roots.

De Warburg familie bestond uit vroeg joods-Duitse investment bankiers. De eerste banken werden in Hamburg rond 1798 opgericht. De Warburg bankiers hadden zowel handelsrelaties met de Federal Reserve System (1913 centrale banken systeem in de VS) en zaten in het bestuur van de Nazi Reichsbank in 1933 (Max Warburg) en in het bestuur van het grote chemische bedrijf I.G. Farben (Prins Bernard werkte hier als stagiaire), verantwoordelijk voor de productie van het gas Zyklon B voor de vernietigingskampen. Paul Warburg vertrok naar de VS en was grote voorstander van een centrale bank: The Federal Reserve. Republikeinen en rijke bankiers J.P. Morgan en Rockefeller Jr. waren groot voorstander van de Aldrich Bill (Rockefeller’s schoonzoon): Een grote centrale staatsbank in Washington zonder politieke inmenging. De wet kreeg eerst veel tegenstand van de democraten, maar door meer invloed van de regering op de centrale bank en federal reserve act, werden de eerste fundamenten voor een centrale bank gelegd in 1913. Ook zijn er vermoedens dat Max Warburg Lenin en de bolsjewieken financierde (o.a. in een persbureau).

https://www.youtube.com/watch?v=iP9H5fADC0E

Ook Jacob Stiff (senior partner, Koen, Loeb & company) migreerde van Duitsland naar de VS. Hij was een van de joodse leiders die zich vestigde op Wallstreet tussen 1880 en 1920 (Schiff Era) en zich bezig hield met het toenemende antisemitisme in Rusland, opvang joodse immigranten en het zionisme (terugverlangen naar een Joodse staat in Kanaan). Schiff werd ook bekend door de enorme leningen (bonds) aan Japan en financierde hiermee het grootste gedeelte van de Japans-Russische oorlog en verzette zich indirect tegen het Russische antisemitisme. Hij financierde en steunde veel joodse instellingen in de VS, met name in New York. Maar financierde ook de reis van Trotski van New York naar Rusland. De financiering van Trotski en indirect het communisme leidde onder andere de val van het Russische anti-semitische Tsarendom in (Tsaar Nicolaas II). De Russische revolutie (1917) werd voornamelijk gefinancierd door investeerders uit de VS, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Schiff was een groot voorstander van de Federal reserve act in 1913.

J.P. Morgan was een Amerikaanse financier en bankier. Morgan domineerde de corporate sector in de 20ste eeuw. Zijn kapitaal nam vooral toe door te investeren in elektriciteit (Edison General Electric), staal (fusie Carnegie Steel Company met Federal Steel) en ijzer. Morgan was de meest invloedrijke financier van zijn tijd en industrialiseerde en moderniseerde Amerika aan het begin van de 20ste eeuw. Morgan leende veel goud uit aan de Federal Reserve. Het was een tijd waarin een paar hele grote financiers controle hadden over de grootste industrieën.

https://www.youtube.com/watch?v=7XFKsjjPs7E

John D Rockefeller (1839-1937) wordt door velen beschouwd als rijkste man ter wereld van zijn tijd. Rockefeller investeerde in een olieraffinaderij. Samen met zijn zakelijk partner en broer (investeerder in spoorwegmaatschappijen) richtte hij de Standard Oil Company op. Door schaalvergroting en het monopolie op transport kon hij goedkoop veel olie aan de man brengen en transporteren. Door prijsafspraken en goede biedingen met de spoorwegmaatschappijen kon Rockefeller de concurrentie uitschakelen en opkopen waardoor Standard Oil steeds groter en goedkoper werd en uitgroeide tot een monopolie.

https://www.youtube.com/watch?v=9vuqR3e0uKU

Rockefeller is voor velen de verpersoonlijking van het meedogenloze kapitalisme. In de VS is het verboden om een monopoliestatus te handhaven. Standard Oil werd in 1911 opgedeeld in een zestal nieuwe bedrijven die nu overgenomen zijn door Exxon Mobile (Esso), BP, Chevron, Texaco en Gulf Oil. In de periode na de Tweede Wereldoorlog werd de olie-industrie gedomineerd door de seven sisters. Een olie kartel van 7 westerse oliemaatschappijen die vanaf de WOII tot de oliecrisis (1973) en de oprichting van de OPEC de wereldhandel in olie domineerden. De seven sisters omvatten de bedrijven: Esso (later Exxon Mobile), Royal Dutch Shell, Anglo-Persian Company (nu BP), Socony (later Mobile en Exxon Mobile), Socal (later Chevron), Gulf Oil (Chevron) en Texaco (later Chevron). Op dit moment zijn er dus nog vier oliemaatschappijen over (BP, Shell, Chevron en Exxon Mobile) met een verminderde dominantie over de wereldhandel door opkomende olieproducten in Saoedi-Arabie,  Verenigde Emiraten (Dubai, Abu Dhabi), China, Venezuela, Rusland, Kazachstan, Azerbadzjan, Oezbekistan, Brazilië en Maleisië.

https://www.youtube.com/watch?v=XtYOjMmEMeg

Na de WOII werden de eerste trans-Atlantische super elite overleggen gevormd. Het eerste overleg werd geïnitieerd door Prins Bernard (voorzitter) en David Rockefeller. In 1954 werd de eerste Bilderbergconferentie gehouden in Nederland. Een conferentie waarbij vooral de financiële wereldelite wordt uitgenodigd o.a. bankiers, investeerders, multinationals, Koningen, presidenten, topeconomen, ministers van economische en buitenlandse zaken etc.

Het Bilderberg netwerk is een netwerk van de joods-christelijke elite die met name pleit voor het grootkapitaal en totale vrijhandel. Deze Bilderberg conferenties stonden onder meer aan de wieg van de EGKS en EEG. De Bilderberg conferenties leidde vele politici in op vooraanstaande plekken: Van Rompuy (Europese Raad), Bill Clinton (VS), maar schoof ook vele prominente mensen door naar belangrijke posities binnen het IMF, Wereldbank, Bank of International Settlements, universiteiten, banken, vastgoedorganisaties, pensioenfondsen accountants (KPMG, Deloitte), etc. Bekende Nederlandse namen van dit super internationale nepotistische systeem zijn: Ruud Lubbers, Koningin Beatrix, Joseph Luns, Nout Welling, Balkenende, Elco Brinkman, Wouter Bos, Herman Wijffels, Onno Ruding. De Bilderberg groep heeft grote overeenkomsten met de VOC-gedachte: totale vrijhandel ten koste van het proletariaat, concentratie en behoud van de elitaire internationale machtsposities. De bankensector is zeer sterk gekoppeld aan dit super internationale nepotistische systeem. Met name de BIS, FED, IMF, Worldbank en ECB.

https://www.youtube.com/watch?v=HBypAFQ3ZCk

Momenteel moeten bijna alle westerse (Europese) centrale banken voldoen aan de regels van het Basel-III akkoord (2013) en hebben bijna alle westerse centrale banken connecties of een rekening bij de BIS (Bank for International Settlements) in Bazel (neutrale Zwitserland). Na de crisis van 2008 moeten banken hogere liquiditeiten en meer eigen vermogen aanhouden (kapitalisering). Maar van verdere transparantie over de wetgeving is niet tot nauwelijks sprake. De BIS werd in 1930 opgericht om de internationale handelsbetrekkingen en het betalingsverkeer te versoepelen en toezicht te houden op de Duitse herstelbetalingen aan andere landen volgens het Verdrag van Versailles. De BIS kende geen enkele vorm van overheidscontrole en werd geleid door de centrale banken (FED, Bank of England, Reichsbank). In oorlogstijd was de bank immuun voor in beslaglegging en gerechtelijke vervolging. De BIS trad op als Wereldbank maar werd louter ten bate van zijn eigen leden gerund. De leden van de raad van bestuur werden geleid door de voormalige president van de Reichsbank, de Duitse minister van economische zaken en de gouverneur van de Bank of England. De voorzitter van de raad was een New Yorkse bankier-advocaat die sympathieën had voor de nazi's. Het vermogen van de BIS en het aantal transacties steeg enorm in de periode voor en de Tweede Wereldoorlog. De SS-leiding deed via fondsen grote stortingen via de BIS, omdat verdere internationale handelsbetrekkingen tussen Duitsland en de geallieerden stop gezet werd. Maar het vermogen en de reserves stegen ook doordat joden hun rijkdom uit Duitsland weg wilden halen. Zowel joden als nazi's konden terecht bij de 'neutrale' banken in Zwitserland. Vanwege het bekende bankgeheim werd de identiteit van rekeninghouders gewaarborgd. De joden zochten een vluchtroute, de nazi's zochten een 'neutrale' banken om veroverd goud om te zetten in goederen en diensten voor de oorlogsindustrie. Het Zwitserse bankgeheim zorgt voor een enorm ondoorzichtig financiele constructie voor belastingparadijzen waarbij de elite nauwelijks belastingen hoeven af te dragen. Criminele financiele activiteiten kunnen nauwelijks opgespoord worden. Het bankgeheim kan ook vergeleken worden met de zwijgplicht binnen de Maffia: de Omerta. Historisch geografisch gezien is Zwitserland een goed te beschermen regio (Alpen) die veiligheid boodt aan vluchtende groeperingen. Dat gold niet alleen voor mensen maar ook voor kapitaal. Vermogende tempeliers (belastinginners en de eerste bankiers) vluchten in de 14e eeuw voor de Katholieke kerk mogelijkerwijs naar Zwitserland om o.a. hun rijkdom veilig te stellen. Zwitserland profiteert enorm van deze toevlucht van vermogen. Niet voor niets altijd neutraal in oorlogen, met het bankgeheim een uitermate geschikte lokatie voor vluchtkapitaal.

http://www.mo.be/nieuws/icij-onthult-zwitserse-bankgeheimen-van-internationale-topfiguren

De BIS deed dan ook zaken met dubieuze oorlogsindustrieën die baat hadden bij toenemende conflicten en oorlog (Standard Oil, I.G. Farben, Ford en General Motors, General Electric, Royal Dutch Shell, BP, IBM, Hugo Boss, Dunlop, ITT, Alcoa). Deze bedrijven profiteerden van de toenemende vraag naar oorlogsmateriaal voor zowel de geallieerden als de Duitsers.

De meest invloedrijke personen binnen deze multinationals hadden zelfs innige banden met hooggeplaatste personen uit het nazi-rijk. Al voor de Tweede Wereldoorlog waren de internationale banden tussen met name Amerikaanse, Duitse en Engelse bankiers, investeerders en kopstukken van multinationals alom aanwezig. Daarnaast zat de angst voor een Beurskrach er goed in na 1929. De depressie van de Amerikaanse economie en het ineenstorten van het financiële systeem had wereldwijde diepe sporen achtergelaten en betere internationale samenwerking zou zo'n zware depressie moeten voorkomen. Door het bankgeheim bleven de internationale financiële stromen via de BIS zelfs tijdens de Tweede Wereldoorlog doorgaan. Zo konden de nazi's hun oorlogsbuit via de BIS financieren voor de oorlogsindustrie met medeweten van de Bank of England (Sir Montagu Norman). Sterker nog de BIS hielp het nazi-regime bij de speurtocht naar hulpbronnen en grondstoffen (rubber) in het bijvoorbeeld bezette Malakka (bezet door Japan).  De BIS regelde deze transacties. De Europese landen die zich enigszins neutraal of afzijdig opstelden hadden dan ook grote belangen in de Duitse oorlogsindustrie: Zweden (ijzererts), Turkije (chroom), Spanje en Portugal (wolfraam). De betalingen werden vooral gedaan met goud of Zwitserse franken. De 'neutrale' landen hadden aan Duitsland een goede zakenpartner en leverde noodzakelijke grondstoffen, Duitsland kon de oorlogsindustrie financieren en de Zwitserse banken konden een commissie van 5% rekenen bij elke transactie.

De belangrijkste taak van het Basel-III akkoord is het voorkomen van bank runs: dat klanten hun geld terughalen bij banken waardoor banken hun bestaansrecht verliezen en niet meer tot geldcreatie kunnen komen. Door een bankrun komt een bank enorm in de problemen omdat de uitstaande leningen velen malen hoger zijn dan het eigen vermogen van banken (leverage). Geen enkele bank kan al haar uitstaande schulden per direct terugbetalen aan de klanten (lage liquiditeit). Als je een bank zou vergelijken met een individueel huishouden zou elke bank failliet zijn. Het eigen vermogen ten opzichte van het vreemd vermogen ligt gemiddeld tussen de 3 en 5 procent (zeer lage solvabiliteit).

Grote systeembanken kunnen alleen niet failliet gaan. Ze zijn too big to fail. Als een grote systeem bank failliet zou gaan, zou dit een te grote impact hebben op de totale economie. Overheden kunnen dan geen geld meer lenen (staatsschuld) voor infrastructuur, sociale doelstellingen, onderwijs etc. Ondernemingen kunnen nauwelijks meer investeren en consumenten kunnen geen kredieten opnemen, hypotheken aangaan en raken hun spaargeld kwijt. Banken staan centraal in de economie en dat is precies de reden waarom banken een grote machtspositie hebben. Als een bank valt worden ze veelal geholpen door de overheid (nationalisatie van banken). De belastingbetaler draaft eigenlijk op voor de schulden van de banken.

The Wealth Pyramid

Ons hele financiële systeem is gebaseerd op vertrouwen. Nl. het vertrouwen in banken, het vertrouwen in de waarde van geld, het vertrouwen dat de waarde op het geld de waarde van een product of dienst vertegenwoordigd. Maar ook het vertrouwen in een gezond financieel systeem waarin banken ons geld of vermogen veilig bewaren. Dit vertrouwen is gebaseerd op de illusie dat banken voldoende buffers (goud of representatieve tegenwaarde) hebben om de werkelijke waarde van geld of waardepapier terug te kunnen geven. Met andere woorden: dat het eigen vermogen gelijk is aan het vreemd vermogen van een bank (kapitaalratio van 100 procent, norm van het Basel-III akkoord is in 2015 6% en in 2019 8,5%). Goud was voorheen altijd het meest geaccepteerd geld. Door de internationale bankiers is het begrip geld verruimd tot allerlei waardepapieren die staan voor een bepaald geloof en vertrouwen in een inwisselbare waarde. Goud wordt nog steeds als belangrijkste reserve van banken aangehouden. De vraag is hoe groot die reserves bij banken zijn (eigen buffer vermogen). Goud wordt ook wel gezien als het enige geld. De rest is krediet/schuld.

https://www.youtube.com/watch?v=I_x626joik0

https://www.youtube.com/watch?v=l_IgcmsqnVM

https://www.youtube.com/watch?v=ogqZ6pnWM7o

https://www.youtube.com/watch?v=aNWuqHA13uQ

De realiteit is anders. Geen enkele bank heeft genoeg eigen vermogen om al het uitstaande vreemde vermogen terug te betalen. Dit komt door het geldscheppende vermogen van systeembanken.

Super_Simple_resized_Fractional-reserve-banking-infographic-HORIZONTAL_550x361

Elke euro of dollar die de bank leent van overheden, consumenten, ondernemers of andere banken kunnen ze 10 tot 30 keer uitlenen aan overheden, consumenten, ondernemers en andere banken. De banken maken grote winsten door het verschil in rente tussen de verstrekte leningen en het aangetrokken vreemd vermogen min alle overige kosten zoals personeel (bonussen), vastgoed (kantoren), ICT, opslag/transport geld, veiligheid, acquisitie en onderhoud klanten en personeel etc. Banken zullen niet snel verlies maken door de grote marges in rente tussen dure verstrekte kredieten en zeer lage rente voor bijvoorbeeld spaarders. In Nederland is dit verschil helemaal groot door de lage (spaar)rente in een economische crisis en een hoge hypotheekrente door te weinig concurrentie op de hypotheekmarkt. Het proces van verstrekken van leningen (vreemd vermogen) op basis van een veel kleinere reserve (eigen reserve) heet Fractional-reserve banking. Het vergroot op een kunstmatige wijze de geldhoeveelheid en kan leiden tot enorme geldcreatie, geldvernietiging,  inflatie en deflatie van geld.

https://www.youtube.com/watch?v=Ov2Sd-QRi_g

https://www.youtube.com/watch?v=5D9bFGokDa4

Naast winst op rentemarges hebben banken een tweede instrument om grote invloed uit te oefenen op consumenten en ondernemers. Banken vragen voor verstrekte leningen een onderpand. Als een consument of onderneming niet in staat is om de lening met interest terug te betalen, mogen banken door middel van executie het onderpand verkopen of in bezit nemen. Op deze wijze kunnen banken zich bezit toe eigenen op basis van gebakken lucht en geldcreatie.

Geld dat gecreëerd is uit schuld is in de loop van tijd alleen maar toegenomen. Banken kopen in tijden van crisis het onderpand op tegen een zeer lage prijs (executie verkoop) en verkopen het onderpand weer als de prijs stijgt. Als er veel vraag is naar vastgoed (de business cycle). De banken kunnen op dit vastgoed enorme winsten boeken. Banken hebben dus belang bij een instabiele economie. Ze kopen vastgoed op als het slecht gaat in de economie. Ze verkopen vastgoed als het weer goed gaat met de economie. Door het geldscheppende vermogen kunnen banken ook nog eens een crisis of hausse initiëren. Door veel geld in de economie te pompen of geld uit de economie te halen beïnvloeden ze de reële economie. De bank heeft tegengestelde belangen aan de maatschappij (reële economie). De bank maakt meer winst bij een instabiele economie. De maatschappij en ondernemers hebben juist belang bij stabiele prijzen. De meeste mensen zijn niet bewust van dit tegengestelde belang, maar weten inmiddels wel dat de meeste bankiers streven naar winstmaximalisatie en niet naar maatschappelijke dienstverlening.

https://www.youtube.com/watch?v=bx_LWm6_6tA

De geschiedenis van goudwisselaars en internationale bankiers

https://www.youtube.com/watch?v=GsGeESUbunA

In het verleden kon men goud inwisselen voor papieren biljetten. De nominale waarde van het biljet stond voor een bepaalde hoeveelheid goud in de bank. Voor elke ounce goud kreeg je 35 dollar (op dit moment 1300 dollar). In de periode van de gouden standaard heeft de totale geldhoeveelheid van een land de waarde van de totale hoeveelheid goud bij een centrale bank van een land. Papiergeld dat werd uitgegeven kon je per direct altijd inwisselen voor een bepaalde hoeveelheid goud. Men spreekt van een papierstandaard als er meer papiergeld uitgegeven is dan dat er goud in voorraad is. Papiergeld is dan beperkt inwisselbaar voor goud.

De geschiedenis van geldwisselaars gaat verder terug in de tijd dan de Bank of England en de gouden standaard. In de verhalen uit de bijbel gooide Jezus Christus al de joodse geldwisselaars de tempel uit vanwege de monopolie positie op de shekel (joodse munt zonder het beeld van de Romeinse Keizer). De tempelbelasting voor joden kon je alleen betalen met de joodse munt. De joodse geldwisselaars maakten daar gretig gebruik van en wisselden tegen exorbitante tarieven.

Twee honderd jaar terug probeerden twee Romeinse keizers de macht van geldwisselaars in te perken (wetten op woekerrente en privaat grondbezit beperken tot 500ha). Deze keizers werden vermoord. Ook Julius Caesar beperkte de macht van geldwisselaars en sloeg een eigen munt voor het het hele volk en bouwde van dit geld publieke voorzieningen voor het hele volk. Hij werd geliefd bij het eigen volk en gehaat door de geldwisselaars. Het zou zelfs de moord op Julius Caesar kunnen verklaren. Na de dood op Caesar rammelde het Romeinse Rijk. De belastingen gingen omhoog en de corruptie nam toe. De geldhoeveelheid nam sterk af en de gewone mensen verloren land en huizen. De massa verloor het vertrouwen in de Romeinse overheid en weigerde deze te ondersteunen. Uiteindelijk viel het hele Romeinse Rijk uit elkaar en braken de 'donkere' tijden van de middeleeuwen aan.

In de middeleeuwen was de geldhoeveelheid grotendeels in handen van de goudsmeden. De goudsmeden waren de eerste bankiers. Ze hielden het goud van de mensen veilig in kluizen. De goudsmeden gaven het eerste papiergeld uit in ruil voor goud. Het waren eigenlijk ontvangstbevestigingen voor goud in de kluizen. Deze papieren bevestigingen waren makkelijker mee te nemen dan het zware goud. Pas toen de goudsmeden door hadden dat mensen maar een klein gedeelte van het goud weer terugvroegen ontstond er handel in het papiergeld en drukten ze meer papiergeld bij dan dat er goud in de kluizen lagen. Omdat maar een klein gedeelte mensen hun goud terugvroegen konden de goudsmeden (bankiers) rente gaan heffen en meer papiergeld uitlenen dan dat er goud in de kluis zat. Op deze wijze ontstond fracti

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Van Prehistorie tot de industriele revolutie

Prehistorie

Het begin van de mensheid (rondom 200.000-150.000 v. Chr.) begint bij de prehistorie in Oost-Afrika. De prehistorie is een tijdperk dat zich kenmerkt door de afwezigheid van geschreven bronnen en een samenlevingsvorm gebaseerd op jagers en verzamelen.

De mens (homo sapiens sapiens) leefde in kleine groepen als nomaden of binnen kleine nederzettingen. Binnen deze kleine nederzettingen ontstonden de eerste vormen van ruilhandel. Een economie op basis van wat men nodig had. Tin en vuursteen werden bijvoorbeeld verruild voor voedsel. Ook vond arbeidsspecialisatie plaats zoals metaalbewerking. De jachtsamenlevingen kenmerkt zich door lage bevolkingsdichtheid met een geringe omvang, geringe sociale differentiatie (grote homogeniteit), onafhankelijkheid van andere groepen (stammen), economische autarkie (zelfvoorzienend), een geringe arbeidsverdeling, laag niveau van productie en materieel bezit.

Protohistorie (neolithische tijdperk)

In de periode van de protohistorie (overgangsperiode van de prehistorie naar de oudheid) ontstaat de eerste landbouwrevolutie (11.000 v. Chr.) ook wel de neolithische revolutie genoemd, waarbij mensen hun bestaan opbouwen door het produceren van voedsel, de introductie van geld, handel en het geschreven woord. De handel, socialisatie (aanleren van normen en waarden), hiërarchie, administratie, bevolkingstoename, dichtheid, surplusproductie, arbeidsspecialisatie beheer, het recht op vermogen, privaat eigendom, toename van bezit en een meer geavanceerde economie kregen vorm in dit tijdperk.

Het neolithische tijdperk voltrok zich op verschillende plekken rondom de Middellandse zee en het Midden-Oosten (de vruchtbare sikkel) tijdens het einde van de laatste ijstijd. De ontwikkeling verliepen zeer geleidelijk en het tempo van ontwikkeling verschilde per locatie en tijdsperiode. De domesticatie en het ontstaan van de landbouw begon in dit gebied door de regelmatige regenval, de aanwezigheid van verschillende grassoorten (graan) en later irrigatie vanuit de Eufraat, Tigris in het Midden-Oosten en de Nijl in Egypte. Europa kende veel bos waardoor landbouwgronden in die periode minder voorradig waren. De eerste landbouwrevolutie(s) kenmerken zich door een toename in handel, markten, geld, stratificatie (toename in ongelijkheid tussen verschillende maatschappelijke groeperingen), staatsvorming, steden, schrift, grotere afhankelijkheidsrelaties tussen mensen en arbeidsspecialisatie t.o.v. jachtsamenlevingen.

Het oude Egyptische Rijk

Het oude Egyptische Rijk is langs de Nijl(vallei) ontstaan rond 3300 v. Chr. en ging onder in 332 v. Chr. door de verovering van Alexander de Grote. Het Egyptische Rijk ontwikkelde zich sneller door irrigatie technieken en de landbouw langs de Nijl. Dat was noodzakelijk door de verwoestijning in het omliggende gebied (8000 – 6000 v. Chr.). Hierdoor trokken vele volkeren naar de Nijl en kon het Egyptische Rijk uitgroeien tot een groot Rijk met geavanceerde technieken, wetgeving, architectuur (piramides), kunst, taal en schrift, een religie met eigen goden en een eigen ideologie.

De economie in het oude Egypte was sterk van bovenaf gereguleerd door de farao. De landbouw vormde de basis voor de economie en maakte een voorraadeconomie mogelijk. De Farao had al het grond in bezit. Later kwamen meer stukken grond in bezit van aanzienlijke families of verdienstelijke ambtenaren. Door de ontwikkeling van nieuwe technieken, ontwikkeling van het Rijk ontstonden ook nieuwe beroepen en werd arbeidsdeling en arbeidsspecialisatie mogelijk (bouw van piramides, irrigatiesystemen, infrastructuur etc.). Geld als ruilmiddel bleef nog lang uit en werd pas overgenomen uit de periode van de Grieken.

Mesopotamische Rijk

Mesopotamië (tweestromenland tussen de Tigris en Eufraat) is het gebied dat na 6000 v. Chr. sterk in bevolking groeit door handel, infrastructuur (irrigatie en wegen) nieuwe uitvindingen (het wiel) wetgeving, mathematiek en het spijkerschrift.

Het gebied kent verschillende opvolgende rijken waaronder het (oude) Babylonische Rijk met de hangende tuinen en Toren van Babel dat rond 900 v. Chr. veroverd werd door het Assyrische Rijk (wat later weer veroverd werd door de Nieuw babyloniers onder Nebukadnezar). Het kerngebied ligt om het huidige Irak, Syrië en Iran. Door plundering en veroveringen (539 v. Chr.) vanuit naburige volkeren zoals Perzië (onder Koning Cyrus en Darius) en de Meden (het huidige Iran en het Midden-Oosten) valt het Rijk uiteen, waarna uiteindelijk het gebied in handen van Alexander de Grote kwam (331 v. Chr.)

Macedonische Rijk (Alexander de Grote)

Alexander de Grote (Koning van Macedonië en opgeleid door Aristoteles) stichtte een groot rijk door de verovering op Anatolië (Turkije), Egypte (Alexandrië) en het Perzische Rijk rond 334 v. Chr.

Het Macedonische Rijk van Alexander de Grote strekte uit van de Adriatische zee tot de Indus. Zijn rijk werd later opgedeeld in kleinere staten door verschillende burgeroorlogen en muiterij binnen het Macedonische Rijk. Griekenland ontstond uit een van deze staten.

Griekse cultuur

De Griekse cultuur (Hellenistische beschaving met Pella als hoofdstad) ontstond uit dit Rijk (334-30 v. Chr.). De Griekse cultuur staat aan de basis van onze hedendaagse westerse beschaving dat nog ver doorliep tot in de late oudheid, Perzië (slag bij Marathon en Salamis) en het Byzantijnse Rijk (Oost Romeinse Rijk) met Constantinopel het hedendaagse Istanbul als hoofdstad.

Na de politieke overname van het Romeinse Rijk in 146 v. Chr. en de volledige verovering van Griekenland en Egypte in 30 v. Chr. bleef de Griekse (Hellenistische) cultuur dominant in het Oostelijke gedeelte van het Romeinse Rijk en het voormalige hellenistische Perzië.

Dat uit zich in de eerste tekenen van de westerse beschaving waarin democratie, rechtspraak, burgerschap, filosofie, kunst, literatuur, architectuur en wetenschap werden gevormd. Daarnaast waren internationale handel en verkeer, systematisering en realisme belangrijke kenmerken van het hellenisme. Bekende filosofen en wiskundigen zijn Pythagoras, Plato, Aristoteles, Socrates en Democritus.

Het Romeinse Rijk

Het begin van het Romeinse Rijk is gebaseerd op een sage over de bloederige broedertwist van Romulus en Remus (753-715 v. Chr). Uit de archeologische bevindingen blijkt dat het Romeinse Rijk vanaf 1000 v. Chr. een koningstijd kende waarin Rome zich ontwikkelde tot een stad onder Latijnse, Sabijnse en Etruskische invloeden.

Vanuit de mythen weten we dat Romulus zijn broer Remus vermoorde, koning werd en de sennex instelde (een groep wijze adviserende mannen). Dat was het begin van de Romeinse Senaat. Door de slechte ervaringen met de koningen werd de senaat het belangrijkste politieke orgaan binnen de Romeinse staat (500 v. Chr.). De staat veranderde van een koninkrijk in een republiek (res publica) onder leiding van magistraten en geadviseerd door de Senaat. Ook binnen het Romeinse Rijk werd er een tweedeling gemaakt tussen rijken (de patriciërs) en de armen (de plebejers).

Door een interne burgeroorlog en een strijd tussen bondgenoten, plebs en patriciërs, de strijd tussen generaals (legionairs) en de republiek verloor de republiek zijn macht en werd Rome een dictatuur (generaal Sulla, 82 v. Chr.). Sulla werd opgevolgd door Pompejus die Syria en Judea veroverde. Pompejus moest in 60 v. Chr. de macht delen met Gaius Julius Caesar. Julius Caesar werd uitgeroepen tot eeuwige dictator van het Romeinse Rijk maar werd vermoord door zijn adoptiezoon Brutus. Hierdoor werd het Rijk verdeeld over Marcus Antonius (Syrië en Egypte), Gaius Octavianus (Hispanje Gallië en Rome) en Marcus Lepidus (Africa). In 31 v. Chr. versloeg Octavianus Marcus Antonius bij de slag van Actium, werd alleenheerser van het Romeinse Rijk en kreeg de titel Augustus (verhevene). In 27 v. Chr. werd Augustus (Octavianus) de eerste keizer van het Romeinse Rijk.

Het Romeinse Rijk bereikte zijn grootste omvang om de Middellandse Zee met Keizer Trajanus (98 tot 114 n. Chr.). Keizer Constantijn kwam na een zeer onrustige periode in 324 n. Chr. aan de macht. Hij bekeerde zich tot het Christendom en richtte een nieuwe hoofdstad op dat hij Nova Roma noemde en later Constantinopel heette, het huidige Istanbul. Het Christendom werd de officiële staatsgodsdienst binnen het Romeinse Rijk.

Het uit zijn kluiten gegroeide Romeinse Rijk (ca. 753 v Chr. tot 476 n. Chr.) viel in twee stukken uitelkaar door de Grote volksverhuizing (476 n. Chr.) en de interne instabiliteit binnen het Romeinse Rijk. Aan de ene kant het westerse deel met Rome als hoofdstad en de Katholieke religie, aan de andere kant het oostelijke deel met Constantinopel als hoofdstad en de Oost orthodoxe kerk als religie. Beide delen verloren veel macht door zwak en incompetent bestuur. Het westen verloor de macht door onder andere de plunderingen van de Vandalen (Oost-Germanen) en de veroveringen van de Germanen in 476 n. Chr. binnen het Romeinse rijk.

Het begin van het Romeinse periode (Koninkrijk) werd gekenmerkt door een overwegend agrarische economie. Handel werd gedreven via de rivier Tiber. Tijdens de vorming van de republiek ontstond er meer handel door import uit Sicilië, Griekenland en Spanje. De industrie specialiseerde zich steeds meer en er trad en grote mate van arbeidsverdeling en arbeidsspecialisatie op. Kleine bedrijfjes waar Romeinen alles zelf moesten doen maakten plaats voor grotere concerns. Rome werd het economische centrum van de oude wereld.

In het Keizerrijk bloeide de economie helemaal op. De Romeinen haalden meer producten uit de veroverde provincies en kolonies. In de bloeiperiode konden de Romeinen beschikken over verschillende monopolies op grondstoffen en luxe materialen. Door politieke chaos en decadentie stortte het rijk en de economie weer in. Veel migranten uit het platteland werden werkloos in Rome. Om revoluties tegen te gaan moesten werklozen aan het werk gehouden worden wat betaald werd uit de staatskas. Keizer Augustus kon het tij nog wel keren door de werkloze massa te laten werken op het platteland en door het heffen van efficiëntere belastingen. Ook verbeterde Augustus vrij verkeer van mensen en goederen, de infrastructuur (aquaducten, wegen, de verbindingen tussen de Middellandse Zee en de provincies) en voerde een eenheidsmunt (de sestertie in). Uiteindelijk viel het Romeinse Rijk toch weer uit elkaar door incompetent bestuur, decadentie van de elite (brood en spelen) en onderlinge twisten. Het Rijk brak uit elkaar in twee stukken. Bovendien verloor het Romeinse Rijk het meest rijke Afrikaanse gedeelte aan de Vandalen, waardoor het Romeinse Rijk het leger niet meer kon betalen. Het (west) Romeinse rijk kon voorgoed geen bescherming meer bieden en de soldaten betalen uit de rijke voormalige wingewesten. Voor veiligheid kon men beter bij de Goten, Vandalen en Franken zijn. Het bieden van veiligheid stond altijd aan de basis van economische groei.

Nu het Romeinse Rijk geen veiligheid meer kon bieden voor vrijhandel en veilige goedkope handelsroutes stortte de economie ook in. De prijzen liepen op, de kwaliteit daalde, de landbouwproductie liep terug en men verviel in een primitieve ruileconomie. In plaats van stenen dakpannen bouwde men weer strooien hutten. Tussen 500 en 1000 leefde men weer meer in lokale nederzettingen, behoorde lezen en schrijven toe aan de elite (adel en geestelijken) droogde de massaproductie op en leidde enkele misoogsten tot hongersnood en ziekten. Na de val van Rome (476 n. Chr.) was men in de middeleeuwen meer aangewezen op hechte familiebanden ipv. rechtspraak gebaseerd op de handelingsbekwaamheid van het individu.

Byzantijnse Rijk

Het oostelijke deel veranderende in een Grieks Rijk (Byzantijnse Rijk) en behield zijn macht tot 1453. Het Byzantijnse Rijk groeide verder uit en kenmerkt zich in sterke mate door de vele veldslagen (kruistochten) in Perzië en Anatolië tegen de Arabieren, maar versterkte ook de handelsrelaties waaronder de Zijde route tussen Europa en Azië. De gebiedsuitbreidingen en de nieuwe grenzen waren niet houdbaar, waardoor het Byzantijnse Rijk in 636 n. Chr. grote delen aan de Arabieren moesten afstaan.

In 1071 vroeg de Byzantijnse keizer de hulp in van westerse christenen om te vechten tegen de Turken in Anatolië en Syrië. Het Byzantijnse Rijk kwam in verval door de vele kruistochten die de verbinding tussen Azië en Europa belemmerde. Door de terugvallende handel en de afnemende economische activiteiten kon het Byzantijnse Rijk niet meer de huurlingen betalen om Anatolië te verdedigen, waardoor het Rijk verder uit elkaar viel.

De elite vertrok vanuit Constantinopel naar de westerse steden die aan het eind van de middeleeuwen opleven, met de wedergeboorte (renaissance) van de westerse cultuur in de Noord Italiaanse steden (Florence, Milaan en Genua). Constantinopel viel in handen van het Ottomaanse Rijk in 1453 wat nu het huidige Turkije is.

Middeleeuwen (west Europese deel)

Na de splitsing en het ineenstorten van het Romeinse Rijk was de economie in de middeleeuwen (ca. 500 tot ca. 1500) vooral gebaseerd op ruilhandel en muntgeld binnen een feodaal systeem en een dominante rol van de kerk binnen de samenleving.

Het Noordwestelijke Europese deel was verdeeld in 1) Franken (onder leiding van Karel Martel, Karolingen) en de assimilatie met Gallo-Romaanse talen, wat nu het huidige Frankrijk is, 2) Saksen, Goten, Vandalen en Friezen (Duitsland, Nederland), 3) Noormannen (Scandinavië), 4) Angelen en Kelten (huidige Groot-Brittannië).

 Verdeling van het Frankische Rijk bij het Verdrag van Verdun (843):██ Karel de Kale (West-Francië)██ Lotharius I (Midden-Francië)██ Lodewijk de Duitser (Oost-Francië)

Karel de Grote erfde uiteindelijk het grootste deel van het Frankische Rijk dat inmiddels het grootste gedeelte van West Europa besloeg. Na de dood viel het grote Rijk uiteen in verschillende kleine feodale staatjes. Tijdens het verdrag van Verdun (843) werd het Rijk opgedeeld in drie delen en daarna verder opgedeeld.

De grond was in handen van de aristocratie en de landarbeiders (horigen) leveren arbeid voor de leenheer in ruil voor voedsel van het land en onderdak.

Na de inval van de Moren in Spanje (Andalusia, 711-1492) en de invasie van de Noormannen (10e eeuw) keerde een relatief stabiele periode aan waarbij het Westen hulp bood aan het Byzantijnse leger tegen de invallen van de Turken, uitbreiding van invloed in het oosten, hulp aan christelijke pelgrimages in Jeruzalem en het voorkomen van gebiedsuitbreiding van de islamieten.

Dit leidde tot de kruistochten (1096-1271) in Palestina om de heilige plaats Jeruzalem te bevrijden. De ontwikkeling van de dogmatiek (beschrijving hoe je moest geloven) en de bestrijding van ketterij speelde een grote rol in de middeleeuwen.

Tijdens de renaissance verdween het feodale systeem deels (afhankelijk van de periode 14e, 15e en 16e eeuw) en kreeg de bourgeoisie meer macht en grond (productiefactoren) in handen.

Renaissance (wedergeboorte) vanaf de 14e eeuw

De renaissance verwijst naar de verworvenheden van de klassieke oudheid die ontstond in Italië (oude Rome). De renaissance is een laat middeleeuwse culturele beweging herontdekt door Italiaanse humanisten gericht op architectuur, kunst en literatuur geïnspireerd op de verworvenheden uit de klassieke oudheid.

De renaissance is een duidelijke breuk met de donkere middeleeuwen waarbij de nadruk ligt op de ontdekking van nieuwe continenten, moderne uitvindingen (drukpers, Copernicaanse stelsel in de astronomie, papier, buskruit en het kompas) en het einde van het feodale systeem.

Het wordt ook wel de nieuwe wereld genoemd. De renaissance is het begin van het einde van de middeleeuwen waarbij er meer ruimte is voor individualisme, realisme, rationalisme, secularisatie, waarbij de intellectuele elite zich onttrok van de dominante christelijke stromingen (Katholicisme, protestantisme en de orthodox oosterse kerk) en de absolute macht van de koning of keizer. De renaissance ontstond o.a. in Italië omdat de macht van de keizer veel kleiner werd en de macht van edelen, kooplieden en de stedelijke burgerij groter werd (ontstaan van standen of statenvergaderingen). Florence werd daardoor de eerste en belangrijkste stad van de Renaissance, later verplaatste het culturele leven zich naar Venetië en Rome. Tot 1450 beperkte de renaissance zich tot Italië.

Ondanks de groei van de steden verkeerde Europa in een economische depressie, met de uitbraak van epidemieën, oorlogen en hoge graanprijzen. Wel verbeterde de handel rondom de Oostzee met de oprichting van Hanzesteden en de verzwakking van de Vikingen. In de 17e eeuw breidde de renaissance zich uit in heel West Europa wat o.a. leidde tot de Gouden Eeuw in Nederland (soevereiniteit statenvergaderingen Noordelijke Nederlanden en de afscheiding van de absolute vorst van Spanje, Filips II).

De renaissance kende aan de ene kant de humanisten die meer seculier georiënteerd waren, gericht op de rede, vrijheid, het nastreven van geluk en tolerantie en aan de andere kant de reformatie waarbij andersdenkende christenen kritisch waren ten opzichte van de katholieke leer (Luther, protestanten, hervormden). Na de val van het Byzantijnse Rijk trokken de geleerden naar Italië die de cultuur uit de Griekse oudheid meenamen.

Einde middeleeuwen, tijdperk van de dynastieke staten

Het eind van de middeleeuwen wordt ook wel gekenmerkt door de permanente onbesliste strijd tussen Duitsland, Nederland, België, Spanje, Oostenrijk (Keizer Karel V) en Frankrijk (Koning Frans I). Ook wel bekend als de Italiaanse oorlogen (1494-1559) met Italië als inzet in de strijd tussen Frans I en Karel V.

Karel V (Keizer Karel) droeg bij aan de staatsvorming van de vele Europese landen zoals wij die nu kennen. Landen werden los gemaakt van de Duitse en Franse rijksverbanden. In 1543 werden 17 provincies (Nederlandse en Belgische) samengevoegd tot de Habsburgse Nederlanden. Ook voerde Karel V de gulden (gouden carolus, 1521) in om de handel te stimuleren. Karel V voerde daarnaast centrale bestuursorganen in. Nederland werd vanuit Brussel bestuurd. In 1548 kwam het Habsburgse Nederland bijna ‘volledig onafhankelijk’ van Karel V onder het bewind van Maria van Hongarije (zus van Karel V). In 1555 deed Karel V afstand van de Troon en volgde zijn zoon Filips II hem op. Karel V droeg de Spaanse Koninkrijken over aan Filips II.

 De Nederlandse opstand en de 80-jarige oorlog en de reformatie

Filips II voerde veel godsdienst twisten waaronder de Nederlandse opstand (tegen het protestantisme) en de strijd tegen de Ottomanen. De Nederlandse opstand ontstond door de te hoge belastingdruk op de edelen en de strijd tegen het groeiende protestantisme in Nederland (calvinisme, hagenpreken en de beeldenstorm).

King PhilipII of Spain.jpg

Filips II stuurde Hertog van Alva naar Nederland om de ongeregeldheden met harde hand op te lossen. De militaire en godsdienstige repressie en de zware belastingen leidde in 1568 (Nederlandse Opstand) uiteindelijk de 80-jarige oorlog in. Willem van Oranje leidde de opstand van de protestanten maar werd in 1584 door Balthasar Gerards vermoord.

In 1585 scheidde de Protestantse Noordelijke Nederlanden van de Katholieke Zuidelijke Nederlanden (De val van Antwerpen) en werd Nederland onafhankelijk van Engeland en de buitenlandse vorsten en kwam de macht in handen van de Staten-Generaal. In 1588 trok de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden gezamenlijk op onder een calvinistische eenheid.

Johan van Oldenbarnevelt volgde Willem van Oranje politiek op (in de Staten-Generaal), Prins Maurits (tweede zoon van Willem van Oranje) werd de militaire leider van de opstand. Door versnippering van het Spaanse bewind, samenwerking met Hugenoten en het drievoudig verbond (met Engeland en Frankrijk in 1596) kon de Spaanse macht verdreven worden uit de Nederlanden.

In 1602 richtte Van Oldenbarnevelt de Vereenigde Oost-Indische Compagnie (de eerste naamloze vennootschap met vrij verhandelbare aandelen en multinational) op, waardoor de Republiek kon uitgroeien tot een (economische) wereldmacht. Door de afscheiding van Spanje en de absolute macht van Filips II ontstond een basis voor een enigszins pluralistisch staatsbestel waar veel later een parlementaire democratie uit kon groeien. Wel kende de Nederlanden veel onderlinge strijd tussen de politieke (Oldenbarnevelt) en militaire macht (Maurits).

In 1600 bij de slag bij Nieuwpoort traden de eerste scheuren op in de relatie tussen Van Oldenbarnevelt en Maurits. In 1609 nam de kloof toe door de onenigheid over de wapenstilstand met Spanje (Twaalfjarige Bestand 1609-1621). Van Oldenbarnevelt was voor de wapenstilstand door de hoge kosten van de oorlogen met Spanje en Maurits was tegen omdat het Spaanse leger dusdanig verzwakt was en een overwinning nabij was. De breuk escaleerde definitief door het verschil in geloofskwestie. Van Oldenbarnevelt vond dat er ruimte was voor verschillende geloofsopvattingen en Maurits stond de Calvinistische eenheidsleer voor, waardoor er ook een politiek-religieus conflict ontstond. Van Oldenbarnevelt ondermijnde het militaire gezag van Maurits verder met de oprichting van stedelijke milities (zelfstandige huurtroepen). Maurits liet daarop Van Oldenbarnevelt arresteren op hoogverraad en uiteindelijk onthoofden op het binnenhof, ook wel gezien als een Staatsgreep omdat Van Oldenbarnevelt het politieke gezag had.

De Gouden eeuw (17e eeuw) en de Franse overheersing (18e eeuw)

De Gouden eeuw gaat gepaard met de bloeiperiode op het gebied van wereldhandel (zeevaart en wereld koloniën), wetenschap, kunst en de oprichting van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de 17e eeuw waarin Amsterdam een belangrijke rol ging spelen. De politieke en militaire macht nam een vooraanstaande positie in op het wereldtoneel met onder andere de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (1602) gericht op handel (specerijen) en de West-Indische Compagnie (1629) gericht op militaire dominantie en slavenhandel.

De samenleving werd minder gekenmerkt door het feodale stelsel, er kwam een meer vrijere arbeidsmarkt en burgers kregen toegang tot leningen en aandelen, waardoor het makkelijker werd om te investeren in bedrijven waardoor ook de eerste financiële markten ontstonden.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Van industrile revolutie naar nieuwe machtsverhoudingen en nieuwe stromingen

Industriële revolutie (vanaf 1750)

De industriële revolutie begon in Groot Brittannië met de uitvinding en verbetering van de stoommachine voor verschillende toepassingen. De aanwezigheid van veel grondstoffen op eigen bodem (steenkool), vele nieuwe arbeidskrachten (oude landarbeiders die hun baan verloren), grote afzet uniforme producten (textiel) voor een grote afzetmarkt (groeiende steden en koloniën). Ambachtelijk werk, windmolens, paarden, menskracht konden deels vervangen worden door machines en grote fabrieken.

Door producten grootschaliger te produceren daalde de prijs en kregen steeds meer mensen toegang tot de economie en groeiende welvaart. Innovatieve productiemethoden waren ook nodig om de groeiende Europese bevolking van voedsel, kleding (textielindustrie) en andere producten te voorzien. Wel verloren grote groepen mensen banen in de ambachtelijke sectoren.

In de 18e en 19e eeuw was er sprake van zowel een politieke als economische democratisering. Meer mensen konden meedoen aan de samenleving en kregen toegang tot verschillende producten en diensten. Wel ontstond er een klassenmaatschappij. Arbeiders werkten tegen zeer lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden in de fabrieken en de houders van de kapitaalgoederen (kapitalisten) streken de winsten op. De industriële revolutie creëerde een maatschappelijke ongelijkheid die er ook al was tijdens het feodale systeem. Horigen (loonwerkers en landarbeiders uit de periode van voor de industriële revolutie) maken plaats voor arbeiders die op grootschalige wijze uitgebuit werden. Groot grond bezitters maken plaats voor machtige ondernemers (kapitalisten) die de economische en politieke macht hadden. Aan de andere kant steeg de behoefte naar betere voorzieningen en ontstond er meer welvaart voor iedereen. De arbeidsomstandigheden verbeterde via de sociale wetgeving. Er kwamen kinderwetten zoals het kinderwetje Van Houten (1874), arbeidswetten (1919) en woningwetten (1901).

De industriële revolutie kent drie grote fasen:

De opschaling van de productie door de komst van de stoommachine en stoomturbine (1e industriële revolutie, rond 1850)

De verbrandingsmotor, aardolie, steenkolen, transistor, stoomturbines, elektriciteit (gelijk- en wisselstroom), staal (2e industriële revolutie, eind 19e eeuw)

en met nieuwe communicatiemiddelen, globalisering, automatisering en digitalisering (3e industriële revolutie) nam wereldwijd de productie van goederen en diensten enorm toe, waardoor de economie en de wereldwijde samenleving drastisch veranderde.

Demografische transitie, het driefasen model.

De industriële revolutie is grotendeels ook verantwoordelijk voor de demografische transitie die per land in verschillende fasen op verschillende momenten optrad. De industrialisatie zorgde voor een verbetering van de gezondheidszorg, betere hygiëne, (o.a. een werkend rioleringssysteem en betere huisvesting), beter voedsel, drinkwater en meer overheidscontrole. In het tijdperk voor de demografische transitie was het sterftecijfer relatief hoog en haalden veel kinderen hun vijfde levensjaar vaak niet. Ook stierven mensen op een lagere leeftijd. De eerste fase van de transitie kenmerkt zich door nog hoge geboortecijfers van voor de transitie in combinatie met dalende sterftecijfers door sterk verbeterde gezondheidszorg.

In de tweede fase (de transitiefase) is het geboortecijfer nog erg hoog, maar is het sterftecijfer enorm gedaald. Hierdoor ontstaat een enorme bevolkingsgroei door grote geboorteoverschotten. In de derde fase is zowel het geboortecijfer als het sterftecijfer enorm gedaald door anticonceptie en nieuwe normen over het gezin en de samenleving. De bevolkingsgroei neemt in deze fase nauwelijks toe of kan zelfs afnemen door vergrijzing en ontgroening en minder mensen in de reproductieve levensfase. De natuurlijke aanwas is dan negatief.

Nederland kent een relatief lange tweede fase (een eeuw) in vergelijking met andere West-Europese landen (o.a. door de invloed van de katholieke kerk en het hanteren van strikte opvattingen over anticonceptie). Door de late industrialisatie in Nederland trad de demografische transitie ook later op. Hierdoor heeft Nederland momenteel nog redelijk wat jongeren in de bevolkingspiramide zitten en treedt de vergrijzing enigszins wat uitgesteld op in vergelijking met de rest van Europa. Ook kende Nederland een zeer snel oplopende bevolkingsgroei door een snel dalend sterftecijfer, een langzaam dalend geboortecijfer en de relatief lange tweede transitiefase. Het gevolg is dat Nederland hierdoor een relatief hoge bevolkingsdichtheid kent. Op dit moment zit Nederland in de derde fase (post-transitie) wat zich kenmerkt door een zeer lage bevolkingsgroei, lage vruchtbaarheidscijfers en lage sterftecijfers, een lage natuurlijke aanwas en immigratie. Op termijn zal de bevolking steeds meer ontgroenen en vergrijzen.

In de niet-westerse landen zie je een hele andere ontwikkeling. In met name de Afrikaanse landen (Derde Wereldlanden) zie je wel een daling van de sterftecijfers door ontwikkelingshulp en de export van medische expertise naar de arme landen (HIV-bestrijding, UNICEF en World Health Organisation), maar bleef het geboortecijfer ongekend hoog. Door verbeterende medische voorzieningen steeg het geboortecijfer zelfs. Veel Afrikaanse landen kennen hierdoor een zeer hoge bevolkingsgroei en een zeer jonge bevolkingsopbouw. Van een overgang van de tweede naar de derde fase is soms nauwelijks sprake. Ook China en Indonesië en India hebben een snel stijgende bevolkingsgroei gekend. De bevolking stijgt in deze landen nog steeds, maar wel steeds minder hard door geboortebeperking en overheidsbeleid. China hanteert al jaren een gezinspolitiek waarbij elk gezin maar recht heeft op 1 kind.

Een ander verschil met betrekking tot geboortebeperking heeft te maken met gezinsplanning. In de westerse geïndustrialiseerde landen liep de welvaart op waardoor kinderen niet meer direct gerelateerd zijn aan economische bijdrage van het huishouden. Het economisch voordeel hebben van kinderen in agrarische samenlevingen is weggevallen waardoor gezinnen meer aandacht konden geven aan 1 of 2 kinderen. De technologische mogelijkheden van anticonceptie en andere normen en waarden (status, secularisering, emancipatie, hoge huwelijksleeftijd) maakte het mogelijk om aan gezinsplanning te doen. In westers geïndustrialiseerde samenlevingen werd het hebben van kinderen minder toebedeeld aan economische motieven en werden affectieve bindingen met kinderen steeds belangrijker. In Derde Wereldlanden blijven economische motieven voor het hebben van kinderen nog steeds belangrijk, een hogere kindersterfte betekent dat je meer kinderen moet verwekken om je familie economisch in stand te houden (status, vruchtbaarheid, lage huwelijksleeftijd, gearrangeerde huwelijken). Daarnaast kunnen gezinnen in Derde Wereldlanden niet terugvallen op wetten (kinderwet) voorzieningen (oude dag voorzieningen) uit de verzorgingsstaat.

Overbevolking heeft grote effecten op samenleving en de leefomgeving. Zowel de directe leefomgeving als de globale leefomgeving. Verschillende overheden proberen het effect van overbevolking in te perken. Wel verschilt dit per land en per politicus. De bezorgdheid voor een dalende bevolking zit er nog diep in (minder groot leger, minder belastingbetalers en dus minder macht) en de gevaren van overbevolking wordt nog niet door iedereen gezien. In de Derde Wereldlanden wordt een hoge bevolkingsgroei juist toegejuicht. Al werken de meeste politieke leiders wel mee aan programma’s van de Verenigde Naties om bevolkingsgroei af te remmen.

In de westerse landen en Nederland zal de komende tijd de vergrijzing en ontgroening een grote rol spelen. Dat heeft economisch invloed op het aantal actieven (20-67 jarigen) die inkomen moet genereren voor o.a. de niet-actieven (0-15, 67+ jarigen). Daarnaast stijgt de leeftijdsverwachting van de ouderen, waardoor er niet alleen meer ouderen in de bevolking komen, maar de periode van ouder worden ook langer wordt (dubbele vergrijzing). Dit betekent een extra demografische druk op de sociale voorzieningen.

Wereldwijd zie je een toenemende bevolkingsgroei in de Derde Wereldlanden, een stabiele groei in de Tweede Wereldlanden (BRIC-landen) en een daling van de bevolking in de westerse landen. De toenemende groei van de bevolking heeft vooral een grote impact op het milieu. Ook omdat deze groei gepaard gaat met economische groei wat een extra belasting voor het milieu betekent. Deze extra belasting op het milieu zal vooral in de tweede en derde landen (Afrikaanse landen, Latijns-Amerika en de BRIC-landen) aan de orde zijn, omdat hier de economische groei per hoofd van de bevolking het snelste zal gaan.

Een grote bevolkingsgroei gepaard gaande met een stijgende welvaart kan de grenzen van wat natuurlijk houdbaar is overschrijden. Overbevolking heeft te maken met de verhouding tussen middelen van bestaan en de bevolkingsomvang. De omvang van groei van die middelen is afhankelijk van de economische en politieke verhoudingen in een land of regio en de mogelijkheid om de effecten van groei op te vangen (weerbaarheid/opname capaciteit van een land).

Bevolkingsgroei en aantasting van het milieu.

Als een gebied zo dichtbevolkt wordt door een groeiend aantal mensen kan het milieu ernstig aangetast worden. Het natuurschoon wordt langzamerhand teruggedrongen, de groeiende stroom afvalproducten wordt opgeslagen op stortplaatsen of binnen de leefgebieden zelf, die een gevaar opleveren voor de volksgezondheid. De stijgende behoefte aan energie leidt tot de bouw van steeds grotere centrales die de atmosfeer en het water (koelwater) vervuilen en verwarmen en de biodiversiteit verarmen.

In een globaliserende wereld worden de externe factoren van milieuvervuiling vaak over de grens gegooid (dumping in de rivieren en oceanen, afbraak schepen in India en Bangladesh). Of het probleem wordt vooruitgeschoven naar volgende generaties (de jeugd zal wel een technologie verzinnen die alle problemen oplost).

De vooral westerse landen zijn door de ontwikkeling van transport, voedselconserveringsmiddelen en kunststoffen minder afhankelijk geworden van de directe omgeving. Zo is het mogelijk om de effecten van roofbouw en vervuiling naar plaats en in de tijd te schuiven en op anderen af te wentelen. Het afschuiven van de negatieve externe factoren komt o.a. doordat de externe factoren niet meegerekend wordt in de prijs van een product of dienst. Niemand betaalt direct voor de vervuiling van de lucht, of de ziektekosten van iemand die jaren in een mijn gewerkt heeft. Hierdoor kunnen producenten goedkoop en veel blijven produceren, waardoor de negatieve externe effecten alleen maar toenemen. Zolang de externe factoren van productie niet meegenomen worden zal de maatschappij uiteindelijk op termijn de kosten achteraf betalen. De sociaal en economisch zwakkeren zullen deze prijs het eerst gaan betalen, omdat de politiek en economische sterke macht de externe kosten voor zich uit kunnen schuiven of de kosten kunnen afwentelen op landen met lage lonen en gebrekkige wetgeving. De westerse landen betalen bijv. niet voor de smog in China en India, maar importeren wel de goederen uit vervuilende productie. De westerse landen kunnen goedkoop kleren inkopen uit Bangladesh omdat deze door kinderen en werknemers met zeer lage lonen gemaakt worden en omdat ze met veel goedkope chemicaliën bewerkt zijn ipv meer dure duurzame bewerkingen. De grote kledingindustrieën betalen nauwelijks tot geen winstbelasting in het land van productie. Bangladesh betaalt zowel economisch als maatschappelijk de externe kosten van goedkope producten die de westerse landen tegen zeer lage prijzen inkopen en profiteren niet van de baten (belastingen). Op deze manier blijven de sociale en economische verschillen bestaan en worden de externe kosten voor vervuiling niet meegenomen in de prijs.

Op dit moment (december 2014) proberen een aantal bedrijven wel de externe kosten (onzichtbare kosten) in kaart te brengen. Er wordt een prijskaartje gehangen aan ontbossing, CO2 of vervuilende gronden en lucht. Het bedrijf true price helpt bedrijven de ware totale onzichtbare prijs (de waarde van het natuurlijke kapitaal) in kaart te brengen, waardoor het milieu minder belast wordt omdat consumenten en producenten ook betalen voor uitputting en milieuaantasting en vervuiling. Een goede rekenmethode zorgt ervoor dat de schade aan basisgrondstoffen en het milieu in kaart gebracht wordt waardoor recycling beter betaalbaar wordt.

Het gaat om de ecological return of investment. Transparantie hierin is erg belangrijk. Het systeem wordt waarschijnlijk nog wel sterk ondermijnd door een grote hoeveelheid free-riders. Producenten die de externe kosten van vervuiling, aantasting en uitputting niet doorberekenen aan de consument.

Een groeiende vraag naar welvaart en een toenemende bevolking uit de eerste en tweede wereldlanden zorgt voor zowel een aantasting van het fysieke als het sociale milieu. Zeker met de opkomende BRIC-landen.

De laatste 100 jaar is de aantasting van het fysieke milieu in een stroomversnelling terecht gekomen. Bevolkingsgroei, technologische ontwikkelingen en groei van de productie per hoofd zijn de voornaamste oorzaken van de aantasting op het milieu. De effecten van milieuaantasting manifesteren zich in vele gevallen op de langere termijn.

De giftbelten van de jaren ’80 zijn ontstaan in de jaren ’50 en ’60 en vervolgens afgedekt met grond, waarop een recreatiepark of woonwijk is aangelegd. Van sommige geloosde stoffen ontdekken we pas na jaren dat ze kankerverwekkend zijn. Uitstoot van raffinaderijen, energiecentrales, motoren en bio-industrie veroorzaakt zure regen en in de laatste jaren van nu ontdekken we ook dat ze een aandeel hebben in het broeikaseffect.

Bij elke transitie (landbouw en industriële) zien we een toename van de aantasting op het milieu. Waarbij de landbouw een grote rol speelt in erosie en overstromingen van het grondgebied en de industriële revolutie door winning van delfstoffen een grote impact heeft op de lucht, water- en bodemvervuiling. Met andere woorden, de landbouwrevolutie en de industriële revolutie tasten de ecologische grenzen van het menselijk en dierlijk  (biodiversiteit) bestaan aan. De grenzen staan nog extra onder druk door de toename van de welvaart na de jaren ’50. Hierdoor worden uitputtende grondstoffen, water, fosfaten en energie schaars en op termijn steeds duurder. Tijdens de productie van grondstoffen, halffabricaten en eindproducten zijn er veel giftige stoffen in de bodem, oceanen en atmosfeer terecht gekomen met lange na-ijleffecten (o.a. lood, plastics, CFK’s CO2 en andere broeikasgassen).

Na het rapport ‘grenzen aan de groei’ zijn er nieuwe wetten gekomen op het milieubeheer. Wel is sluitende controle op het milieubeheer lastig. Zeker op mondiaal niveau is er weinig bereikt omdat de collectieve actie op mondiale milieuproblemen ontbreekt. Milieu en klimaat beheer vergt grote samenwerking en afstemming tussen staten. Het gevaar van free riders gedrag speelt hierin een grote rol. Een staat of organisatie die afhaakt profiteert ten opzichte van alle andere staten die wel meedoen.

Daarnaast bestaat er nog veel niet-wetenschappelijke discussie over de ernst van het klimaat en milieuprobleem. Met name aangewakkerd door neoliberale conservatieve instituten/platformen (Heartland Institute, Daily Standard, groene rekenkamer, telegraaf etc.) die pleiten voor een zo’n vrij mogelijke markt zonder beperkingen.

Na 1970 is er in Nederland wel degelijk wat gebeurt ten goede van het milieu. De waterkwaliteit is enorm verbeterd, CFK’s zijn verboden, het gat in de ozonlaag is minder groot geworden en de normeringen op ammoniak, meststoffen, NOx, SO2, stikstof, zware metalen etc. zijn verhoogd. Collectieve actie kan dus wel degelijk invloed hebben op het milieu. Maar worden aan de andere kant teniet gedaan door een zeer sterk stijgende behoefte aan welvaart en de lange na-ijleffecten van chemische bewerkte producten. Zowel nationaal als internationaal.

Geen enkel land streeft naar krimp van de economie en minder welvaart. De discussie in welke mate groei nu duurzaam is loopt nog niet van harte. De moderne maatschappij is steeds meer georiënteerd op welvaart en consumptie. Dat hangt mede samen met status en imago. Je doet pas mee als je een goed inkomen, auto, mobieltje, vlees eet en een goede woning hebt. Dat bereik je door veel en hard te werken. Dus door veel eenheden te produceren (massaproductie) en te consumeren (massaconsumptie). Wat weer een negatief effect heeft op het milieu. Nederland kent geen beleid dat gericht is op consuminderen. Alleen een economische crisis leidt via bezuiniging en lagere inkomens tot minder consumptie.

In de westerse landen zal het aantal inwoners op termijn minder worden en daarna stabiliseren. Dit kan gunstige effecten hebben op het milieu en klimaat. Bovendien zal de westerse bevolking vergrijzen. Nieuwe technologie gericht op cleantech, efficiëntie en duurzaamheid kan voor minder uitstoot en een gezonder klimaat zorgen. De grootste dreiging voor het klimaat en het milieu wordt veroorzaakt door bevolkingsgroei van de ontwikkelingslanden. Aan de ene kant zorgt bevolkingsgroei voor lage lonen (toename aanbod arbeid). Lage lonen landen trekken vervuilende industrie aan (China, India, Bangladesh), maar zorgen ook voor een bedreiging op termijn. Binnen de lage lonen landen stijgt ook de welvaart. Meer mensen krijgen toegang tot consumptiegoederen. Meer consumptie en meer productie betekent wel meer welvaart, maar ook meer uitstoot en vervuiling van het milieu.

Die rat race: locatie van arbeidsintensieve bedrijven (vaak grote productiehallen met eentonig, eenvoudig productiewerk) is meestal gevestigd in landen met een toenemende bevolkingsomvang en zijn de landen met meestal de laagste lonen. Dit betekent ook dat geografisch de aard van arbeid verschilt. In de ontwikkelde landen zal meer hooggekwalificeerd arbeid aanwezig zijn. In de ontwikkelingslanden zal arbeid meer gericht zijn op slecht betaald productiewerk. Aan de ene kant zijn de lage lonen daar verantwoordelijk voor. Aan de andere kant is de wet en regelgeving in lage lonen vaak afwezig, bureaucratisch of corrupt. Hierdoor kan men makkelijk indirecte kosten afwentelen op mensen met weinig bescherming of waar elke arbeider simpel vervangen kan worden voor een andere goedkope arbeider.

Varianten van staatsvorming na de industriële revolutie en modernisering

Individueel kent elke staat zijn eigen geschiedenis na de industriële revolutie. Toch kun je de vorming van staten in verschillende categorieën indelen waarlangs een bepaalde mate van modernisering is verlopen.

  1. Vroeg kapitalistische ontwikkelingen en burgerlijke revoluties
  2. Autoritaire hervormingen van bovenaf
  3. Revoluties van boeren en arbeiders in overwegend agrarische samenlevingen.

In de twintigste eeuw zijn er in het noorden en het westen van Europa en Noord-Amerika tamelijk stabiele democratieën ontstaan. In het midden en zuiden van Europa, Japan en Zuid-Amerika zijn er nationaal-socialistische en fascistische regimes aan de macht geweest. Tot de jaren ’80 in en onder invloed van Rusland, het oosten van Europa en China door middel van revoluties communistische staten gevestigd. Vind je in de voormalige Portugese en Spaanse koloniën in Latijns Amerika voornamelijk zwakke democratieën en militaire dictaturen en zijn in veel nieuw gevormde staten in Afrika en Azië na korte experimenten met democratisch georiënteerde regeringsvormen autoritaire regimes gevestigd, waaronder een groot aantal militaire dictaturen.

In Engeland, Frankrijk, de VS en eerder nog in de Noordelijke Nederlanden ontstond in een vroeg stadium een kapitalistisch economische ontwikkeling, waaronder commercialisering van de landbouw en de groei van een enigszins pluralistisch politiek bestel een geleidelijk liberaler wordende politieke orde, die in de 20e eeuw resulteerde in een parlementaire democratie (B. Moore). Burgerlijke revoluties van onderaf waren de beslissende factoren voor deze economische en politieke ontwikkelingen (Engelse en Amerikaanse Burgeroorlogen, Franse Revolutie, afscheiding van de Noordelijke Nederlanden van Spanje door de edelen). Revoluties van onderaf leidden tot een snellere modernisering en betere democratische maatschappelijke verhoudingen.

De autoritaire hervormingen van bovenaf vonden vooral plaats in Duitsland en Japan onder invloed van de traditionele elites met een stevige greep op de macht. Moore spreekt van revoluties van bovenaf die zowel anti-democratisch als anti-liberaal waren en ten slotte uitmondde in fascisme. Commercialisering en industrialisering kwamen later opgang, maar een burgerlijke revolutie bleef uit of mislukte.

In Rusland en China zagen de beide keizerlijke regimes zich gedwongen tot ingrijpende politieke en economische staatshervormingen. Het politieke gezag voelde de druk van opstandige bewegingen van boeren en arbeiders. Oorlogen met andere landen verzwakte eveneens het gezag en de macht van de staat (Rusland in oorlog met Duitsland en China in oorlog met Japan). In beide gevallen slaagden de communistische partijen erin om de staatsmacht in handen te krijgen. Vervolgens streefden de communistische regimes onder zware dwang grote delen van de bevolking naar een snelle economische ontwikkeling te leidden (Moore).

De nieuwe Afrikaanse en Aziatische staten zijn grotendeels tussen 1945 en 1970 ontstaan. Deze staten zijn voortgekomen uit een voorgaande fase van koloniale overheersing en werden door de concurrerende westerse geïndustrialiseerde landen vooral gezien als wingewesten. De kolonies werden bestuurd vanuit de kolonisatoren (rechtstreeks bestuur Europese ambtenaren) of door traditionele hoofden en leiders als tussenpersoon.

Binnen de kolonies kwamen nationale bewegingen op die zich afzetten tegen het imperialisme van de westerse landen. Deze bewegingen werden sterker na de Tweede Wereldoorlog door de verzwakte Europese staten. Bovendien schaarde de VS zich achter de strijd voor politieke zelfstandigheid (historisch gevoel van vrijheid en zelfstandigheid). De meeste voormalige kolonies/nieuwe nationalistische (communistische) staten konden alleen niet voldoen aan het hoge verwachtingspatroon van snelle economische ontwikkelingen. De meeste koloniën zaten nog in een agrarische samenleving en waren sterk afhankelijk van de kolonisator. Een zwak staatsbestel viel vaak samen met overbureaucratisering, corruptie, inefficiëntie en financiële tekorten (Myrdal, 1971). De nieuwgevormde staten waren bovendien sterk etnisch en religieus verdeeld waardoor er geen eenheid en een sterke binding met de staat en het gezag ontstond.

Het ontstaan van de verschillende stromingen na de Franse Revolutie (1789 tot nu).

Na de Franse Revolutie ontstonden verschillende emancipatiebewegingen. Er kwam een einde aan de absolute alleen macht van de koning en burgers kregen meer rechten en vrijheden. Dat ging via verschillende stromingen (bewegingen). Het liberalisme, het marxisme dat het meest overeenkomt met het socialisme en het communisme en de samensmelting van de confessionele bewegingen.

Marxisme

De ideologie in

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Nieuwe wereldwijde machtsverhoudingen en de vorming van nationale staten

Nieuwe wereldwijde machtsverhoudingen en de vorming van nationale staten

De industriële revolutie begon in Groot Brittannië met de aanleg van grote infrastructurele projecten (het spoor), een uitgebreide vloot (stoomschepen), grote fabrieken en grote industriesteden. Wel bleef de Britse industriële ontwikkeling achter bij het net opgerichte nieuwe Duitse Rijk (1871) dat ontstond uit de grootste (deel)staat Pruisen.

Aan het eind van de 19de eeuw werkten nieuwe machtsblokken met elkaar samen. Frankrijk had een verbond met Rusland en uiteindelijk ook een verbond met Groot-Brittannië gevormd (triple entente, 1907). De Driebond of Drievoudige Alliantie was een verdrag tussen Duitsland (oorspronkelijke Pruisen met de overige Duitse Staten van Bismarck), Oostenrijk-Hongarije (Donau Monarchie van Frans Josef) en Italië, ook wel de Centralen genoemd in de Eerste Wereldoorlog. De nieuwe machtsblokken ontstonden door de vrees voor de opkomst van het nieuwe Duitse industriële machtsblok. Het Ruhrgebied, het Saargebied en Silezië vormden de basis voor de industriële opleving in Duitsland, gericht op kolen en staal.

De overzeese Britse dominantie werd bedreigd door de Duitse industriële productie van militaire schepen. De Franse dominantie op het vaste land werd bedreigd door Pruisen, onder leiding van Otto van Bismarck. Door de Pruisische overwinning (Frans-Duitse Oorlog) op Frankrijk (Elzas-Lotharingen) werden de Duitse staten herenigd en ontstond de Duitse eenheidsstaat in 1871. Het betekende ook het einde van de napoleontische overheersing en het einde van de Franse overheersing in Europa.

Deze Frans-Duitse oorlog (1870-1871) staat aan de basis voor vele conflicten in Europa waaronder de Eerste en Tweede Wereldoorlog, het verdrag van Versailles in 1919: herstelbetalingen Duitsland aan Frankrijk, gebiedsinperkingen (Elzas-Lotharingen), verlies van alle koloniën en ontwapeningen tot 100.000 militairen in Duitsland.

Na het verlies van Duitsland (en de Donaumonarchie) in de Eerste Wereldoorlog (1919-1933) werd het Duitse Keizerrijk ontmanteld en de Weimarrepubliek opgericht. De Weimarrepubliek volgde onder Paul von Hindenberg het Duitse Keizerrijk van Wilhelm I, II en Kanselier Bismarck op (1871-1918). De Duitse republiek werd zwaar belast door het vredesverdrag van Versailles en leidde intern tot grote conflicten, extremisme (communisten en nationaalsocialisten) en de opkomst van het nationaalsocialisme onder leiding van Adolf Hitler.

Bovendien verkeerde de wereldeconomie in een wereldwijde Grote Depressie (1929), waardoor het extremisme zowel een politieke als economische lading kreeg. De interne conflicten tussen communisten en nationaalsocialisten, de zware herstelbetalingen, de wereldwijde economische crisis, hyperinflatie, armoede, de grote interne onrusten en de externe conflicten met Frankrijk leidde uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog in. De Weimarrepubliek kende na de crisisjaren ook een periode van relatieve welvaart, stabiliteit en goede verhoudingen (1923-1929). In 1926 werd Duitsland opgenomen door de Volkenbond (in 1919 opgericht om wereldwijde conflicten te voorkomen), kon Duitsland voldoen aan de herstelbetalingen en kwam de economie op gang met behulp van Amerikaanse leningen.

In 1929 waaide de grote depressie over uit de VS waardoor Duitsland afgesloten werd van Amerikaanse leningen, de economie stagneerde en de werkloosheid steeg. Deze depressie leidde de opkomst van het nationaalsocialisme (NSDAP) en het communisme in. In 1933 trad het kabinet Hitler aan en schafte met de machtigingswet de democratie en de republiek af, waarbij alle andere partijen verboden werden en Hitler als Kanselier het absolute bevoegd gezag had over Duitsland. Na het overlijden van president Hindenburg in 1934 nam Hitler ook de rechten van de Rijkspresident over.

Grote Depressie ‘29

Na de hoogconjunctuur periode in de jaren ’20 crashte de beurs in New York (Grote Depressie '29). De onderliggende (reële) economie steeg veel minder hard dan de effecten en aandelen op de beurs.

Markten waren verzadigd, mensen werden ontslagen, bedrijven gingen failliet en de koopkracht daalde, waardoor ook de aandelen minder waard werden en beleggers niet meer gingen investeren, mensen geen schulden meer terug konden betalen en banken failliet gingen. Wereldwijd kwam de economie in een depressie terecht. De Grote Depressie is een van de oorzaken van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Duitsland kon niet meer voldoen aan de herstelbetalingen, geld werd niks meer waard (hyperinflatie) en het nationalisme bloeide op.

Wereldoorlogen

De Eerste Wereldoorlog brak uit na de moord op Frans Ferdinand (Troonopvolger Oostenrijkse Rijk) door Gavrilo Princip gesteund door de Servische separatistische black hand beweging. Rusland steunde Servië militair en Duitsland steunde uiteindelijk Oostenrijk.

De Eerste Wereldoorlog (Great War) monde uit in een totale wereldoorlog. Groot Brittannië nam deel aan de oorlog met vele verschillende overzeese koloniën en het Ottomaanse Rijk sloot zich aan bij de Centralen waardoor het Midden-Oosten, de Balkan en Rusland ook een strijdtoneel werd. De VS werd in 1915 betrokken bij de Eerste Wereldoorlog nadat de Duitsers het Engels-Amerikaanse vrachtschip (munitie) Lusitania torpedeerde. Daarvoor was de VS altijd neutraal gebleven (isolationisme). Het Ottomaanse Rijk (zieke broeder) steunde de centralen vanwege de voorgaande spanningen met Rusland (11 Ottomaans-Russische oorlogen) en Engeland (in beslag nemen twee grote slagschepen). Daarnaast voelde het gebrek aan koloniën van Duitsland als een achterstand ten opzichte van de Engelsen en Fransen. Grondstoffen uit koloniën waren cruciaal voor de opkomende industrialisatie.

Naast wereldwijde en regionale conflicten (Frans-Duitse oorlog, Elzas Lotharingen) aan het eind van de 19de en het begin van de 20ste eeuw ontstonden er ook nationalistische gevoelens, antisemitisme, pan-Germanische en pan-slavische bewegingen. Ook werd oorlog sterk geromantiseerd door nationaal socialistische bewegingen. Oorlog zou veel problemen oplossen, jongens werden mannen, de werkloosheid zou verdwijnen, oorlog zuivert de maatschappij van gevaarlijke groepen zoals het socialisme, feminisme, homoseksualiteit en zorgde voor de groei van de (oorlogs)economie. Duitsland had bovendien het sterkste landleger en het zou zonde zijn om hier niks mee te doen. Men verwachte dat een oorlog ook snel in het voordeel van een bepaalde partij beslecht zou worden. Het omgekeerde was waar.

De Eerste Wereldoorlog werd een omslachtige, nutteloze en zeer bloedige oorlog waar veel soldaten onnodig lang op het front verbleven en waarbij nauwelijks overwinningen of terrein geboekt werd op de tegenstander. De oorlog veranderde in een zeer langdurige gruwelijke loopgravenoorlog. Door de industrialisatie waren de legers wel gemoderniseerd, maar de tactieken waren gebaseerd op verkeerde veronderstellingen en inschattingen. Uitputting, oorlogsmoeheid, het uiteenvallen van de Oostenrijk-Hongaarse monarchie (onafhankelijkheid Slavische minderheden), de verdeeldheid van het Ottomaanse rijk en de opstand van Arabieren maakte een einde aan de Eerste Wereldoorlog.

Het Ottomaanse Rijk koos partij voor de Centralen maar brokkelde af tijdens de eerste wereldoorlog. Toch wist het Ottomaanse Rijk zich kranig te verzetten tegen de Geallieerden waardoor de Geallieerden ondersteuning kregen van Arabische en Armeense opstandelingen. Het Ottomaanse Rijk (zieke man). brokkelde al voor de eerste Wereldoorlog af met het verlies van grond in de Oost-Europese gebieden (balkanoorlogen), Britse overname van Egypte en de strijd om de Krim (olie gebieden in de Kaukasus, aanval Duitsland op Odessa en Sebastopol). De strijd in de eerste wereld oorlog werd nu op 3 fronten gevoerd (West-Europa, Oost-Europa en het Ottomaanse Rijk). Uiteindelijk viel het Ottomaanse Rijk definitief uit elkaar waardoor het Midden-Oosten opnieuw op de kaart gezet kon worden. Na de Eerste Wereldoorlog veranderde het Ottomaanse Rijk in de Republiek Turkije (onder leiding van de eerste president Kemal Ataturk). De Arabische provincies werden landen: Syrië, Irak, Libanon, Israël, Jemen Saudi-Arabië. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd door met name Frankrijk en Engeland deze grenzen vastgelegd via geheime verklaringen en onderlinge correspondentie. Het Sykes-Picotverdrag is een van de belangrijkste verdragen voor het vastleggen van de huidige grenzen van de Arabische staten momenteel. Het veroorzaakt nog steeds veel strijd op dit moment tussen allerlei verschillende geloofsopvattingen en stammentwisten. De Balfourverklaring (het toezeggen van een Joods thuis door de Britten) verergert de haat tussen politiek zionisten en de politieke islam in het Midden-Oosten. De Balfourverklaring wordt gezien als verraad op de Hoessein-McMahoncorrespondentie waarbij juist de Arabische opstandelingen grond werd beloofd in Palestina. Later kwamen de Britten hier op terug door de zionistische joden een thuis te geven (als schuldgevoel voor de joden vervolging in de Tweede Wereldoorlog. De reden dat gevaarlijke terreurbewegingen als ISIS (IS), Taliban, Al Qaida ten strijde trekken heeft te maken met de ontwikkelingen uit vooral de Eerste Wereldoorlog. De nieuw opgelegde grenzen door Frankrijk en Engeland ging gepaard met veel bloedvergieten, chaos en slachtpartijen.  Een voedingsbodem voor religieus terrorisme.

Rusland (in 1917 de Sovjet Unie na de Russische revolutie van de Bolsjewieken) sloot het vredes verdrag met Duitsland (Brest-Litovsk). Het uiteenvallen van het Habsburgse Rijk betekende ook de overgave van Duitsland aan de Geallieerden. Na de vlucht van Keizer (Wilhelm II) naar Nederland veranderde Duitsland in de Weimarrepubliek. In 1919 werd de vrede getekend in het verdrag van Versailles.

De Tweede Wereldoorlog ontstond grotendeels door de grote onrusten binnen de Weimarrepubliek (1918-1933) over de zware herstelbetalingen, inperking van het leger, hyperinflatie en het verlies van grondgebied waaronder Elzas-Lotharingen en een onafhankelijk Polen. De Grote depressie in 1929 versterkte de nationalistische gevoelens, waardoor de aanhang van nationaalsocialistische en fascistische bewegingen (Hitler, 1933 en Mussolini, 1922) sterk toenam. Binnen Europa braken bovendien verschillende revoluties uit in Rusland (1917) waardoor extreme bewegingen het tegen elkaar opnamen (extreem links en extreem rechts). Deze bewegingen ontstonden door de angst voor elkaar, voor minderheden en voor verschillende stromingen zoals het communisme, fascisme, socialisten, republikeinen etc.

In 1939 viel Adolf Hitler de leider van de NSDAP Polen binnen. Hitler had in 1938 Oostenrijk en een deel van Tsjechië-Slowakije (Sudetenland) al geannexeerd. De aanval op Polen was een stap te ver voor het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk waardoor ze Duitsland officieel de oorlog verklaarde. In 1941 viel Duitsland Rusland (Stalin) binnen (Operatie Barbarossa, drang naar het Oosten), waardoor Duitsland een tweefronten oorlog aan ging.

De Verenigde Staten werden in de oorlog betrokken door de aanval van de Japanners op Pearl Harbor. Duitsland verklaarde formeel de VS de oorlog omdat Duitsland een pact gesloten had met Japan (anti-Kominternpact). Feitelijk verleende de VS veel steun aan de Britten, waar Hitler al mee in oorlog was. In Afrika werd de strijd gevoerd om het Suezkanaal (toegang tot olie) tussen de Italianen en Britten (Montgomery) in Egypte. De Duitsers (Rommel) ondersteunden de Italianen. De Amerikanen ondersteunden de Britten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het onderscheid in bruutheid tussen burgers en militairen kleiner. De Tweede Wereldoorlog werd daarmee een totale oorlog waar iedereen bij betrokken werd.

Bovendien onderdrukte het Nazi- en Sovjet regime op grote schaal de eigen bevolking en werden internationale afspraken (Conventie van Geneve) grotendeels geschonden. Twee derde van de doden viel dan ook onder de burgerbevolking en minderheden werden massaal vervolgd (Joden, zigeuners, homoseksuelen, intellectuelen etc.).

Met de Duitse blitzkrieg strategie veroverde Hitler aanvankelijk veel grondgebied. Oostenrijk en Sudetenland (Tjecho-Slowakije) werden zonder slag of stoot geannexeerd (1938). Polen werd binnen vier weken veroverd (Poolse Campagne, 1939) door Duitsland en Rusland (Molotov-Ribbentroppact). In 1940 werd Scandinavië veroverd vanwege de belangrijke grondstoffen (ijzererts). Nederland, België en Luxemburg werden bezet en onder de voet gelopen door de Duitse legers.

De Duitsers stormden in Frankrijk door de Maginotlinie en de ondoordringbaar geachte Ardennen (precisie aanvallen Luftwaffe en oprukkende Pantserdivisie). De Franse en Engelse bondgenoten werden bij de kanaalkust afgesneden door de Duitse verkenningseenheden waardoor de Britten over het kanaal moesten vluchten (Duinkerke) naar Engeland. Op 14 juni 1940 werd Parijs veroverd door de Duitsers en kwam een groot deel (60%) van Frankrijk onder Duits gezag. Het overige deel (Vichy-Frankrijk) kwam onder gezag van veldmaarschalk Petain, maar was eigenlijk een marionettenstaat onder Duits bewind.

In juli 1941 viel Hitler de Sovjet-Unie aan (operatie Barbarossa). Het oostfront bleek een beslissende strijd te worden in de gehele Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk verliep de oorlog voor Hitler zeer voorspoedig met snelle overwinningen van grote stukken grond op het verouderde immobiele Rode leger. De Duitse troepen drongen diep in Rusland door tot Stalingrad (Noordelijke troepen naar Leningrad, de middelste troepen naar Moskou en de zuidelijke troepen naar de Kaukasus voor de olievelden). De Duitsers werden echter gestopt door de enorme afstanden en lange aanvoerlijnen in de Sovjet-Unie, de modder en de intredende kou van de winter waardoor alles vast vroor. Napoleon had ook al met deze situatie te maken. Stalingrad werd het keerpunt van de oorlog. De Russen konden zich langzamerhand herstellen en dreven de Duitsers terug naar het Westen. In 1943 wonnen de Duitsers een laatste grote slag bij Koersk. Daarna konden de Duitsers niet meer het initiatief nemen. In 1944 lanceerde de Russen operatie Bagration waarbij de Duitse legers definitief van het moederland werden afgesloten. De strijd werd definitief beslist door de verovering van Wenen en Praag waardoor Berlijn (laatste grote slag om Berlijn) uiteindelijk veroverd kon wonnen en Duitsland moest capituleren in 1945.

Het Westelijke front bood in 1943 echt weerstand door de aanval op Mussolini op Sicilië. Rome werd bevrijd en de Italianen kozen de kant voor de geallieerden. In Normandië kwam de echte grote invasie van Amerikanen, Canadezen en Britten op het Europese vasteland. Op 6 juni 1944 (D-day) werden de Duitsers geconfronteerd met de grootste gecombineerde amfibische en luchtlandingsoperatie in de geschiedenis (operatie Overlord).

Op 25 augustus werd Parijs bevrijd door de geallieerden. De Geallieerden probeerden via Nederland Duitsland verder binnen te vallen, maar die poging mislukte (Operatie Market Garden bij Arnhem) door een ongekende felle tegenstrijd van de Duitsers. In 1944 voerden de Duitsers zelfs nog een offensief in de Ardennen om de haven van Antwerpen terug te veroveren. Dit leidde tot een vertraging van de oorlog. Uiteindelijk konden de geallieerden de Rijn oversteken en vrij eenvoudig de uitgeputte Duitse legers verslaan. Bovendien gaven de Duitsers zich liever over aan de westelijke geallieerden dan aan het harde genadeloze Rode Leger. Op 25 april 1945 schudden de Amerikanen en Russen elkaar de hand bij de Elbe. Hitler pleegde op 30 april 'zelfmoord' en Duitsland gaf zich op 7 mei officieel over.

De capitulatie van Duitsland was niet het definitieve einde van de Tweede Wereldoorlog. Japan (Hirohito) gaf zich pas op 2 september 1945 over na de twee atoombommen op Hiroshima (little boy) en Nagasaki (fat man). De Amerikanen domineerden Japan al op zee tijdens de slag bij Midway. Maar de atoombommen versnelde het einde van de Oorlog. Officieel werden de vijandigheden op 31 december 1946 door president Truman beëindigd.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - wederopbouw, welvaart en polarisering

De jaren ’50 en ’60: wederopbouw, welvaart en de polarisering tussen westerse landen en de communistische landen.

Na de Tweede Wereldoorlog lagen grote delen van de wereld in puin. De jaren ’50 en ’60 staan dan ook in teken van wederopbouw, Marshallsteun aan de niet-communistische landen en twee nieuw gevormde wereldmachten: De verenigde Staten en de Sovjet-Unie. West Europa en Japan kregen steun vanuit het Marshallplan van de Verenigde Staten. De (Midden) Oost Europese landen werden satellietstaten van de Sovjet-Unie en kregen een communistisch economisch model opgelegd (COMECON).

Na de Tweede Wereldoorlog waren veel landen volstrekt ontwricht door de oorlog. De Marshall hulp aan West Duitsland en Europa was noodzakelijk om de economie in de omringende westerse landen een boost te geven. Daarnaast verstevigde de Marshall hulp de westerse banden en vergrootte het de tegenstelling met de communistische landen. Door het verlies van Nederlands Indië (Indonesië) was de Marshall hulp van levensbelang voor de Nederlandse economie. Wel draaiden de westerse economieën voor het Marhallplan alweer redelijk goed.

In Nederland werd in deze periode ook de verzorgingsstaat ingericht door Willem Drees (1948-1958) tijdens de Rooms-Rode coalitie (KVP, PvdA). Kenmerkend voor de wederopbouw was hard werken en zuinig leven. Dat viel samen met degelijkheid en fatsoen en paste zeer goed in de calvinistische opvattingen in Nederland. Er werd bovendien een strak geleide loonpolitiek opgelegd waarbij men hard moest werken tegen weinig loon. Het gevoel om allemaal samen te werken aan de wederopbouw vergrootte het saamhorigheidsgevoel in deze periode.

Ook daalde de werkloosheid en herstelde de economie in Nederland. Op de betalingsbalans kwam een overschot door de lage bestedingen in het binnenland (lage loonkosten) en een toename in export naar het buitenland.

De jaren ‘50

Afbeeldingsresultaat voor jaren '50 loonpolitiek

In de jaren ’50 streefde Nederland naar een kapitalistisch model (vergelijkbaar met de VS) met een geleide loonpolitiek en een sterke industrialisatie (gas, olie, infrastructuur, scheepsbouw, havens) van de economie via het harmoniemodel (geen strijd tussen werkgevers en werknemers onder het mom van wederopbouw).

De SER (sociaal-economische raad) werd in 1951 opgericht, er ontstonden  meer grote bedrijven door fusies en overnames (multinationals) en de werkgelegenheid in de industrie en de dienstensector steeg snel. De verkregen welvaart leek niet meer te stoppen zijn.

Er heerste een algehele positieve sfeer van vooruitgang, welvaart, maakbaarheidsgedachten en rationalisme (het modernisme). Ook werden er meer sociale wetten ingevoerd zoals de Algemene Ouderdomswet (1957) en de Algemene Bijstandswet (1963). De overheidsbemoeienis werd ook opgevoerd in samenval met het Top-down denken (vadertje staat) en de wens om maatschappelijk onaangepasten opnieuw op te voeden. Veel jongeren zagen deze bemoeienis als zeer betuttelend. De zeer lage loonontwikkeling leverde daarnaast onvrede en veel wilde stakingen op.

https://www.thesilvermountain.nl/img/overheid.jpg

Na de Tweede Wereldoorlog steeg het aantal geboren kinderen sterk (babyboom). Waardoor er meer vraag naar woningen kwamen die er niet waren door de stopzetting van de woningbouw in de oorlog en de kapot geschoten huizen door de bombardementen. In de tijd van de wederopbouw werden daarom ook veel sobere (sociale huur) woningen bijgebouwd om de grootste woningnood op te lossen. In de jaren ’60 bereikte de woningnood haar hoogtepunt, waardoor de kwantitatieve woningbouwproductie enorm toenam. In de jaren ’70 werden deze sobere woningen vaak weer gesloopt in het kader van stadsvernieuwing waarin de nadruk meer lag op kwalitatieve woonwensen.

In de jaren ’50 en daarvoor speelde het leven zich af binnen de zuilen. Men organiseerde zich langs levensbeschouwelijke en sociale klassen die verdeeld waren in een katholieke klasse, sociaaldemocratische klasse, liberale klasse, communistische klasse en de protestantse klasse. De verzuiling eindigde eind jaren 60 toen de welvaart meer steeg en ruimte kwam voor individuele ontplooiing. Binnen de zuilen had iedereen zijn eigen vakbond, politieke partij, school, ziekenhuis, omroep en vereniging. Wel kreeg de massamedia meer invloed doordat iedereen naar de radio luisterde en de eerste televisie-uitzendingen van start gingen. Ook de eerste vormen van jeugd-cultuur kregen gestalte zoals de opkomst van rock and roll (Elvis Presley en Bill Haley)

https://lh4.googleusercontent.com/-9CP1aQ3GxFU/UVg61kAJxUI/AAAAAAAAAO0/8QcFwJGzQ3I/s400/Verzuiling.jpg

In (West) Duitsland en Japan verliep het economisch herstel nog sneller dan in Nederland (Wirtschaftwunder). Het Wirtschaftwunder kwam voornamelijk tot stand door de invoering van de Duitse Mark in 1948 en de vraag naar nieuwe producten waaronder de vraag naar oorlogsproducten voor de Koreaanse Oorlog (1950-1953). Maar ook de automobielindustrie kwam opgang. Scooters en brommers werden wereldwijd een groot succes. Duitsland had bovendien veel goedkope goedopgeleide arbeidskrachten. Hierdoor kon Duitsland zijn export verdubbelen en werd het een van de sterkste economieën van de wereld.

De Koreaanse Oorlog (communistische noorden en westerse zuiden) was het eerste militaire conflict van de koude oorlog na de Tweede Wereldoorlog. Het was een conflict tussen de Verenigde Staten onder de vlag van de Verenigde Naties aan de ene kant en China en de Sovjet-Unie aan de andere kant.

De jaren ’50 staan ook aan het begin van een koude oorlog tussen de opkomende machten Sovjet-Unie (communisme) en de Verenigde Staten (kapitalisme). Duitsland werd gesplitst in een oostelijke en westelijke macht. De wapenwedloop leidde aan de ene kant tot een opleving van de economie in het Westen, maar ook tot grote angsten voor elkaar. De oostelijke landen (satellietstaten) vormden onder druk van de Sovjet Unie het Warschaupact in 1955. De westelijke landen vormden de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie) in 1949.

De NAVO is gebaseerd op het kapitalistische economisch systeem (blok) waarbij de rol van de vrije markt een belangrijke rol speelt (1e wereldlanden). Het communistische blok (Comecon) is gebaseerd op een staatsgeleide planeconomie van vaak 5 jaar (2de wereldlanden). De overige (neutrale) landen zaten vaak in Afrika en vielen onder de 3de wereldlanden (ontwikkelingslanden). Buiten Europa sloot Rusland via de Comecon een economisch en militair pact met Cuba, Vietnam en Mongolië als reactie op het Marshallplan.

In de jaren ’50 werden ook de eerste kerncentrales gebouwd die naast elektriciteit ook de grondstoffen voor nucleaire wapens leverden (uranium en plutonium). Door de ontwikkeling van de technologie van splijting (uranium en plutonium) of fusie (waterstofbom) steeg de dreiging van een wereldwijde kernoorlog enorm (de koude oorlog). De angst voor een totale destructieve derde wereldoorlog leek steeds dichterbij te komen.

Er zijn drie verschillende opvattingen over het ontstaan van de koude Oorlog:

De traditionalisten betogen een agressiedrift vanuit de Sovjet-Unie waarbij de Oost Europese staten onder het gezag kwamen van Stalin. De Verenigde Staten voerden een vredelievend beleid uit die geblokkeerd werd door de Sovjet-Unie o.a. bij de Berlijnse Blokkades, de aanval van Noord-Korea op Zuid-Korea en de communistische overname van Tjecho-Slowakije. De expansiedrift drong de VS tot tegenwicht en het begin van de koude oorlog.

De revisionistische visie (jaren 60/70): wijzen de Amerikaanse expansiedrift aan als oorzaak voor de koude oorlog. De Verenigde Staten waren welvarend en bezaten het monopolie op de atoombom, terwijl de Sovjet-Unie zwaar verzwakt was. De revisionisten zien het kapitalisme als aanleiding voor het kwaad. De VS zou slechts op zoek zijn naar nieuwe markten om er rijker van te worden. De invloedssfeer in Oost Europa moest bescherming bieden tegen de kapitalistische expansie.

De post revisionistische visie (jaren 70/80): de koude oorlog wordt gezien als iets onvermijdelijks. Een botsing tussen twee verschillende ideologieën. Na de WOII ontstond een machtsvacuüm en een bipolaire situatie met twee machtige landen door het wegvallen van Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië. Het was onacceptabel om Europa volledig door een van de partijen te laten domineren waardoor de balans verstoort zou raken.

Opdeling Duitsland (BDR en DDR)

In 1945 werd Duitsland opgedeeld in vier verschillende delen: een Frans (De Gaulle), Amerikaans (Truman), Engels (Churchill) (westers) en een Russisch gedeelte (Stalin) (communistisch). In 1949 werden de westelijke delen samengevoegd tot de Bundesrepublik Deutschland (West-Duitsland), de Sovjet-zone werd de Deutsche Demokratische Republik (Oost-Duitsland). Ook Berlijn werd in vier zones verdeeld. In 1961 sloten de DDR en de BDR de grenzen voor elkaar met de bouw van de Berlijnse Muur.

Binnen de DDR werd de socialistische Einheitspartei Deutschlands (communistische partij) de enige machtsdrager en alle grote fabrieken kwamen in handen van de overheid, oppositieleden werden vervolgd en burgers werden streng gecontroleerd door de Stasi (staatssicherheitsdienst). De DDR kreeg veel kritiek op het gebrek aan goederen en de slechte kwaliteit daarvan. Veel Oost-Duitsers vluchten naar West-Duitsland waar de economie veel sterker was en om terug te keren naar familie. Door een communicatiefout in 1989 liepen er zoveel Oost-Duitsers over na West-Duitsland dat er geen houden meer aan was en de DDR zo goed als failliet verklaard werd.

Pas in 1990 werden de beide Republieken herenigd na de val van de muur in Berlijn en de val van de Sovjet-Unie. Het bleek ook het definitieve einde te zijn van het communisme in de Sovjet-Unie dat weer Rusland werd en de Oost-Europese Satellietstaten. Momenteel zie je nog duidelijke verschillen tussen het Oosten en Westen. Ondanks de vele investeringen van West-Duitsland in Oost-Duitsland is de economie en de werkgelegenheid niet heel hard toegenomen. Ook vanwege de verouderde fabrieken en staatsbedrijven die niet meer voldeden aan de liberale marktwerking. Bovendien is de ecologie ernstige schade toegedaan, moest de DDR herstelbetalingen doen in plaats van het ontvangen van Marshallhulp en vond er een massale collectivisatie plaats. Het idee van een achtergesteld onvrij gebied met veel werkloosheid is nog steeds waarneembaar. Het leidt bovendien tot zeer linkse of rechtse extremistische opvattingen in het Oost-Duitse gebied.

De bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland) beleefde in tegenstelling tot de DDR juist een wirtschaftswunder, waarmee het veel andere Westerse landen zelfs overtrof. De bloeiende economie trok veel mensen uit de DDR weg (Republiksflucht). Daarom werd er in 1961 een ijzeren gordijn opgetrokken (De Berlijnse Muur). De invoering van D-mark, de aansluiting bij de NAVO droeg aan de ene kant bij aan de economische groei in West-Duitsland, maar benadrukte de tegenstellingen van de koude oorlog met de Sovjet-Unie aan de andere kant. Tot 1969 verbrak de BDR de diplomatieke relaties met de DDR. Daarna kwam er onder leiding van Willy Brandt een meer ontspanningspolitiek naar het Oostblok (Neue Ostpolitik). In 1973 werden de DDR en de BDR samen lid van de VN.

De jaren ‘60

In de jaren ’60 wordt de wederopbouw afgesloten en begint men echt te werken aan de welvaart staat Nederland. Er komen meer consumentenproducten op de markt zoals de koelkast, wasmachine, telefoon, televisie en auto.

De kleurentelevisie neemt een belangrijke rol in het huishouden.         De televisie droeg ook bij aan het einde van de verzuilde samenleving. Banden werden tevens losser door de toenemende secularisering, maar men kon ook informatie buiten de eigen zuil ontvangen door massamedia die nu voor meer mensen toegankelijk werd. Ook trad er een zekere vorm van informalisering op. Het politiek autoritair-regenteske leiderschap van voorheen werd minder mogelijk en in het dagelijkse leven sprak men minder met u en meer met je aan.

In Azië ontstaat een groot conflict tussen het Westen en China om Vietnam. De Amerikanen sturen militaire adviseurs om de pro-westerse dictatorische Ngo Dinh Diem (Zuid-Vietnam) te ondersteunen tegen de linkse guerrilla beweging Vietcong in het noorden. Noord-Vietnam wordt gesteund door China (Mao).

De groene revolutie is een succesvol voedselprogramma van irrigatie, bemesting en veredeling om de rijstproductie te vergroten en het wind uit de zeilen van het communisme te houden. In Afrika worden veel oude koloniën onafhankelijk. Door een machtsvacuüm veranderen wel de meeste landen in dictaturen waardoor veel rijkdommen in handen vallen van dictatoriale legerleiders.

De strijd tussen het communisme en het westerse blok wordt ook binnen de Afrikaanse landen gevoerd. Het hoogtepunt van de koude oorlog is de Cubacrisis in 1963 en leidt bijna tot een derde wereldoorlog. De bouw van een Russische basis voor kernraketten op Cuba (Fidel Castro) werd ingeluid met een mislukte inval op de Varkensbaai door de CIA (Amerikaanse geheime inlichtingendienst). De Russische en Amerikaanse vloot komen tegenover elkaar te staan. Uiteindelijk trekken de Russische schepen met kernkoppen weer terug. Ook worstelen meer Satellietenstaten met de communistische overheersing. Hongarije maakt meer ruimte voor een liberale regering.

In Amerika komt meer ruimte vrij voor burgerrechten voor zwarte jongeren (black panther party). In 1968 wordt Martin Luther King vermoord die opkomt voor de zwarte bevolking en burgerrechten.

Ook groeide de weerstand tegen de oorlog in Vietnam en de dominotheorie (als 1 land communistisch werd zouden er al snel meer volgen). De weerstand werd zo groot dat president Johnson zich niet meer verkiesbaar stelde en werd opgevolgd door Nixon (republikein) die de oorlog alleen maar intensiveerde.

Door de koude oorlog ontwikkelde de ruimtevaart technologie zich wel sneller. Er werd een wapen en technologie wedloop (ruimterace) gevoerd naar de eerste man in de ruimte (Sovjet-Unie, Youri Gagarin) en de eerste man op de maan (VS, Neil Armstrong).

In 1967 breekt de zesdaagse oorlog uit tussen Israël en de omringende Arabische landen. Israël voelt zich bedreigd en voert een 'preventieve aanval' uit. Binnen 6 dagen vergroot Israël het grondgebied met de Golan Hoogte, Sinai woestijn, Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever.

In 1962 werd in Nederland de anticonceptiepil ingevoerd waardoor gezinsplanning beter mogelijk werd. Grote gezinnen waren minder aan de orde. Er kwam meer seksuele vrijheid door de seksuele revolutie. De seksuele revolutie is een reactie op het preutse victoriaanse tijdperk en het idee dat seks alleen bedoeld was voor de voortplanting. Seks werd ook meer als genotsmiddel gezien.

De provo en hippie bewegingen hebben flink bijgedragen aan de seksuele revolutie met een veel vrijere seksuele moraal. De vrijere seksuele moraal werd ook gestimuleerd door progressieve politieke partijen, de tweede feministische golf (emancipatie vrouw), de secularisering en de mogelijkheid van de pil, waardoor je niet zwanger werd van seks. De rooms katholieke kerk verzette zich wel nadrukkelijk tegen de vrijere seksuele moraal en anticonceptie (op een progressieve kardinaal, Beckers na).

Ook kwam de popmuziek in zwang door de opkomst van rock-‘n-roll (Cliff Richards, Rolling Stones), folkmuziek (Simon en Garfunkel), de beatmuziek (The Beatles), protestzangers (Bob Dylan) en de bloei van de underground muziek (Jimmy Hendrix, The Doors, Deep Purple).

Economisch groeide de welvaart snel. Japan als westers land na de WOII werd economisch steeds belangrijker. Binnen Nederland werd de armenzorg omgebouwd tot de sociale bijstand. Wel kwamen jongeren meer in opstand tegen de starre (ouderwetse) verhoudingen in de maatschappij met studentenrevoltes en bezettingen van universiteiten. Jongeren kreeg steeds meer een afkeer van de verzuilde maatschappij die nog volop aanwezig was binnen de samenleving.

In Nederland werd al in 1948 door de NAM gas gevonden in de kleinere velden nabij Coevorden. In 1959 werd op grote schaal gas gevonden in Kolham (Slochteren) waardoor Nederland landelijk op gas aangesloten werd en de kolenkit het huis uit kon.

De gasbel van 2700 miljard kubieke meter staat aan de basis van onze verzorgingsstaat. Met de opbrengsten konden uitkeringen, subsidies en grote infrastructurele projecten betaald worden, de bestedingen hadden daarnaast ook een grote consumptieve aard. In tegenstelling tot de Noorse aardgasbaten die grotendeels geïnvesteerd zijn in een investeringsfonds waar politici niet aan kunnen komen.

Momenteel raken de aardgasbaten op in Nederland en wordt er discussie gevoerd over nieuwe economische activiteiten. Deze discussie speelt nu vooral in Noord-Nederland een belangrijke rol omdat de negatieve effecten van aardgaswinning nauwelijks afwegen tegen de grote opbrengsten van aardgas die niet ten goede komen aan het gebied zelf.

Noord-Nederland wordt gezien als wingewest maar kent daarentegen wel veel problemen met de veiligheid van aardgaswinning, een hoge werkloosheid, weinig investeringen in de infrastructuur en weinig nieuwe economische activiteiten (schokken, bodemdaling, dijkdoorbraken, waardedaling woningen, weinig innovatie en compensatie)

Modernisme (jaren ’50) en postmodernisme (jaren ’60 tot heden)

De jaren ’60 kenmerkt zich ook als de periode van het begin van het postmodernisme dat de absolute waarheid in twijfel trekt van het christendom, rationalisme (absolute geloof in vooruitgang van de verlichting en de jaren ’50) en het marxisme. Postmodernisme zet zich af tegen het modernisme via het existentialisme (de afwezigheid van een transcendente God) en de ironie. Existentialisten positioneren zich tegenover rationalisme, idealisme en het positivisme. Belangrijke filosofen binnen deze stromingen zijn Sartre (onafhankelijkheid van het bewustzijn) en Nietzche (nihilisme).

Kwadrantencirkel Klaas van Egmond

Binnen het postmodernisme is alles mogelijk, bestaan verschillende stromingen naast elkaar. Het postmodernisme gaat uit van het gebrek aan kennis in tegenstelling tot het modernisme waarbij kennis de oorsprong van vooruitgang is. De mens is een irrationeel wezen. Consensus bestaat niet omdat het fundament ‘de taal’ te gebrekkig is. Hierdoor ontstaat een pluraliteit van denken, relativisme en waarden pluralisme. Binnen het postmodernisme wordt de mogelijkheden van maakbaarheid door het stellen van doelen op basis van rationaliteit beperkt. De realiteit is te complex om bijvoorbeeld een maakbare samenleving te maken. De mogelijkheden van vooruitgang zijn te beperkt en om wie zijn vooruitgang gaat het eigenlijk? Globalisering en nieuwe informatieprocessing zoals internet geven ook meer inzicht in dat de vooruitgang wereldwijd niet gerealiseerd werd door een maakbare samenleving en rationalisering. Ook wijst de postmoderne tijd naar de laat-kapitalistische consumptiemaatschappij vanaf de jaren ’60 waar de informatietechnologie, globalisering, flexibilisering, individualisering, zelfontplooiing, hedonisme en ontzuiling centraal staan. Tv en internet vervagen de grenzen tussen hoge en lage cultuur waarbij beelden dominanter worden dan teksten. In het moderne tijdperk was kunst, cultuur en de filosofie nog gericht op originaliteit, vernieuwing en maatschappijkritiek. De postmoderne cultuur is veel meer gericht op commercie, dubbelzinnigheid, ironie en het grote geld. Het postmodernisme is verdeeld over verschillende opvattingen over het superioriteitsgevoel van de westerse cultuur. Juist deze verdeeldheid en diversiteit is kenmerkend voor het postmodernisme.

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - De jaren 70 en 80 einde aan ongelimiteerde welvaart en bipolaire verhoudingen

De jaren ‘70

De oliecrisis in 1973 volgt uit een conflict tussen de Arabische wereld en de westerse landen over o.a. de steun aan Israël tijdens de Jom Kipoeroorlog. Bovendien vindt de Organisatie van Olieproducerende landen (OPEC) dat de westerse landen te weinig betalen voor de olie. De prijs wordt met 70% verhoogd, de productie wordt beperkt en tegen de Verenigde Staten en Nederland wordt een boycot ingevoerd vanwege de steun aan Israël. In Nederland leidt dit tot de autoloze zondag en rantsoenen op benzine.

De hoogte van de olieprijzen veroorzaakt inflatie en stagnatie van de economie (stagflatie). In 1979 veroorzaakt een tweede oliecrisis een wereldwijde economische crisis waar de olieproducerende landen zelf ook onder lijden, waardoor ze minder makkelijk de prijzen van olie zullen verhogen.

VietnamMural.jpg

Na dertig jaar komt er een einde aan de oorlog in Indo-China (Frans Indo-chinese oorlog). In 1975 vallen Zuid-Vietnam, Cambodja en Laos in handen van de communistische regimes. Na de dood van Mao Zedong in 1976 komt er ruimte voor meer economische hervormingen in China onder leiding van Deng Xiaoping in 1979. In dat jaar wordt ook de islamitische republiek in Iran uitgeroepen onder leiding van Ayatollah Khomeini (1979) na het vertrek van de Sjah naar Egypte. Het vertrek van de Sjah leidt de tweede oliecrisis in. De stijgende prijzen zet de Nederlandse economie onder druk. Waardoor het Kabinet-Van Agt I moest bezuinigen op lonen en uitkeringen.

In Europa vinden de eerste toenadering plaats tussen de BDR en de DDR onder het beleid van Willy Brandt (Oostpolitiek). Ook de Helsinki-akkoorden verminderen de spanningen tussen de NAVO en het Warschaupact.

In Nederland maar ook in veel andere Noordwest Europese landen slaat de secularisering en deconfessionalisering toe. Vooral de Katholieke volkspartij (KVP) lijdt daar onder. Politiek polariseren linkse en rechtse partijen. Aan de ene kant is spreiding van de macht, kennis en inkomen het motto (kabinet Den Uyl, 1973-1977). Iedereen moet kunnen studeren (kennis) en nivellering (inkomen) waren linkse standpunten. Aan de andere kant werden ethiek en moraal gepredikt tijdens de kabinetten Van Agt (1977-1982). Van Agt pleitte voor de sluiting van abortusklinieken en beperking erotische films. Van Agt werd de eerste leider van het Christelijk Democratisch Appel. Het CDA was een fusie partij van de confessionele partijen (KVP, ARP en CHU).

Het hoogtepunt van de seksuele revolutie bevond zich in de jaren ’70 waarin geëxperimenteerd werd met partnerruil, homoseksualiteit en alle vormen van seks. Ook werd het huwelijk minder belangrijk en lag de nadruk op de individuele vrijheid. Dat betekende ook een einde aan de verzuiling en de preutsheid uit de jaren ’50. In de jaren ’70 namen meer vrouwen deel aan de economie. Er kwamen steeds meer tweeverdieners waardoor het gezamenlijke gezinsinkomen nog enigszins op peil bleef en men niet op grote schaal hoeft te lenen om je levensstandaard op peil te houden. Na de eerste feministische golf voor het vrouwenkiesrecht volgde de tweede feministische golf met de dolle mina’s. De dolle mina’s streden voor gelijke rechten tussen man en vrouw en voor abortus met de leus ‘baas in eigen buik’.

In 1975 wordt Suriname officieel gedekoloniseerd. Indonesië was in 1949 officieel al onafhankelijk verklaard van Nederland de Molukken in 1950. Wel kwamen er in Nederland veel mensen uit Indonesië, de Molukken en Suriname om in Nederland een beter bestaan op te bouwen.

Het vertrouwen in Amerika werd door de verloren oorlogen (Korea en Vietnam) en de watergate affaire (Nixon) ernstig geschaad. Het schandaal leidde in 1974 tot het aftreden van president Nixon. In de Latijns-Amerikaanse landen pakken veel rechtse dictaturen (Pinochet en Videla) de macht die het opnemen tegen de linkse guerrilla bewegingen. De rechtse dictatoren werken samen in de operatie Condor om de linksen uit te roeien.

Wereldwijd maar ook in Nederland worden de jaren ’70 aan de ene kant gekenmerkt door de pacifistische hippiecultuur (make love, not war) waarbij veel subculturen (provo’s, en hippies zich afzetten tegen de mislukte oorlog (Vietnam, 1975). Aan de andere kant worden de jaren ’70 gekenmerkt door de polarisering tussen linkse en rechtse bewegingen.

Naast de flower power bewegingen kwam er ook meer aandacht voor het milieu. In 1972 brengt de Club van Rome in navolging van the Population Bomb het rapport ‘De Grenzen aan de Groei’ uit. Hierin werd een relatie gelegd tussen sterke bevolkingsgroei, de vraag naar voedseltekorten en de relatie tussen economische groei en de gevolgen op het milieu. De mondiale voetafdruk. De inhoud van het rapport werd versterkt door de oliecrisis in 1973 en de eindigheid van (fossiele) bronnen en de toename van de wereldbevolking (Malthusianisme).

Ook het gat in de Ozonlaag kwam aan de orde door de uitstoot van chloorfluorkoolwaterstoffen in de atmosfeer vanuit koelkasten en spuitbussen. De rechtse bewegingen o.a. de rechtse krant de Telegraaf, de RAI en de BOVAG kwamen tegen het rapport in opstand met acties als ‘blij dat ik rij’.

De jaren ‘80

De jaren ‘80 worden ingeluid door de tweede oliecrisis (1979) en grote wereldwijde spanningen. In de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en de Bondsrepubliek komen conservatieve rechtse partijen aan de macht (Reagan, Thatcher en Kohl). Op wetenschappelijk economisch gebied staat de Chicago school onder leiding van Milton Friedman centraal.

De economie wordt bepaald via de aanbodkant (producenten) en de overheidsbemoeienis moet beperkt worden (Reaganomics). Vakbonden en werknemers kregen minder macht en invloed wat leidde tot grootscheepse stakingen. De economie moet een impuls krijgen via trickle down effecten. Investeren in de sterke economische sectoren leidt tot algemene economische groei waarvan ook zwakkere economische sectoren profiteren. Uit het rapport van de OESO blijkt dat trickle down effecten de laatste 30 jaar niet tot economische groei heeft geleid en de ongelijkheid van inkomens en vermogens vooral hebben laten toenemen mondiaal, nationaal, regionaal, lokaal maar ook vooral op de werkvloer (verschil tussen bestuurders, leiding en werknemers is enorm gestegen).

Michail Gorbatsjov ziet de Sovjet-Unie op een bankroet afstevenen door de grootschalige wapenwedloop met de Verenigde Staten en het verlies van moreel gezag binnen de communistische partij. Gorbatsjov was genoodzaakt om in 1985 perestrojka en glasnost toe te laten: radicale hervormingen en openheid. Bovendien zou de Sovjet-Unie niet meer ingrijpen in andere communistische landen in Europa. In Polen valt de regering en wordt gevolgd door de val van andere communistische regeringen in de Oost-Europese landen (Hongarije, Tsjecho-Slowakije, de DDR, Bulgarije en Roemenië). De jaren 80 leiden het einde van de Sovjet-Unie in.

Het kapitalisme komt als overwinnaar uit de bus. Volgens Fukuyama betekent de val van de Sovjet-Unie het einde van de geschiedenis en het einde van de koude oorlog. Een einde van een wereld verdeeld in bipolaire machtsverhoudingen (Verenigde Staten versus Sovjet-Unie). De val van de Sovjet-Unie leidde ook een ander economisch wereldmodel in. De opkomst van het internationale kapitalisme (multinationals). Het beheren en verwerven van plaatselijke ondernemingen door overnames en het domineren van de verbruikersmarkt. Dit proces werd gestimuleerd door toenemende liberalisering, privatisering, deregulering en een afname van de democratische controle.

Het wereldsysteem model (vanaf 1974) van Wallerstein  kent drie fasen: kolonialisme (exploiteren grondstoffen uit perifere landen), imperialisme en globalisering. Het is geen systeem van gelijkwaardigheid, maar juist een systeem van wederzijdse afhankelijkheid en uitbuiting bestaande uit drie gebieden: de kern (westerse landen) hebben behoefte aan goedkope grondstoffen, de periferie (derde wereld landen) ruilt deze grondstoffen en voedsel voor hoogwaardige industriële goederen en semi-perifere landen, landen die of mislukte kerngebieden waren (Sovjet Unie) of perifere gebieden in ontwikkeling zijn.

Volgens Wallerstein zijn individuele staten nooit meer voor een hele lange periode ultiem dominant. Staten bloeien op en komen weer in vervalt terecht door o.a. nieuwe technologie, de op- en neergaande bewegingen van de Kondratieff-golven (30-80 jaar). De bloei van de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog en de terugval in de jaren '70 tot op dit moment (enorme staatsschuld) is daar een voorbeeld van.

In China wordt de Oostkust hervormd tot een markteconomie waardoor er twee stromingen ontstaan: een communistische geleide economie in het westen van China en een markteconomie in het oosten van China.

Tussen Irak en Iran breekt oorlog uit (1980). Het regime van Saddam Hoessein (Soennieten) in Irak wordt nog gesteund door de Verenigde Staten en kon gebruik maken van de chaos in Iran  (na de Iraanse revolutie, Sjiieten) dat tevens een tweede wereldwijde oliecrisis veroorzaakte. Irak was een relatief stabiel land dat profiteerde van de olie opbrengsten en op de internationale markt veel wapens kon kopen.

Ook in deze oorlog werd al een heilige oorlog gevoerd tussen Soennieten (Baath partij, Irak) en (puriteinse) Sjiieten (Iran). Irak viel Iran binnen, maar Iran kon zich door het geografisch lastig in te nemen land goed verzetten en dreef Saddam het land uit. Iran eiste daarna de Sjiitische steden Najaf en Karbala op en stroomde door naar Basra. In deze oorlog zette Saddam alles in om bevolkingsgroepen en militairen uit te roeien o.m. door de inzet van gifgas, graven van loopgraven, mijnenvelden, onder stroom zetten van meren en met olie brandende moerassen. De seculiere westerse landen en koninkrijken verzette zich tegen de puriteinse sjiitische Iraanse opmars en toenemende invloed van Khomeini in het golfgebied. Khomeini zette zich af tegen de Arabische koninkrijken en de westerse seculiere cultuur die in zijn ogen anti islamitisch waren.

Later zette beide landen veelvuldig Scud-raketten in en bestookten ze de belangrijke steden (Bagdad, Teheran, Basra). In 1985 werden Amerikaanse schepen aangevallen in de Perzische Golf. De Amerikaanse militairen schoten een Iraans lijnvliegtuig neer. Iran werd gesteund door de Koerden (die al jaren onderdrukt worden in Irak) en de Talabani. Irak reageerde na de verovering van de Koerden van Halabja met een gifgas bombardement. Irak gebruikte mosterdgas, sarin en tabun. De meeste grondstoffen voor gifgas werden geleverd door de westerse landen (Frankrijk, Nederland, Duitsland en de Verenigde Staten). De Nederlander Frans van Anraat werd bijvoorbeeld veroordeeld voor de levering van verboden stoffen aan Irak.

Rusland valt Afghanistan binnen om het communisme te versterken. De Russen stuiten op zwaar verzet van fundamentalistische islamitische groepering (Moedjahedien, later de Taliban) gesteund door Amerikaanse Stinger luchtdoelraketten. In 1989 moest het Rode Leger zich zelfs terugtrekken uit Afghanistan.

Amerika ondervindt een nieuwe opleving van het zelfvertrouwen door o.a. de Moral Majority. Na het verlies in Vietnam en Korea werden nieuwe christelijke waarden de norm: familiewaarden, aids als straf van god voor homoseksualiteit en campagne voor Bijbelse scholen. In Colombia kwamen grootschalige drugskartels (cocaïne) op onder leiding van Pablo Escobar.

In Nederland werd onder leiding van de kabinetten Lubbers (CDA-VVD) vanaf 1982 tot 1994 strikte bezuinigingspolitiek gevoerd (akkoord van Wassenaar, 1982). De werkloosheid werd bestreden door arbeidsverkorting en vervroegde uittreding in ruil voor loonbeperking. Zo kregen jongeren meer kansen op de arbeidsmarkt en werd de concurrentiepositie verbeterd door de lagere lonen.

Nederland gaat over op kabeltelevisie en in 1989 kreeg Nederland de eerste commerciële zender: RTL-Veronique. De droogte in Afrika leidt tot achtereenvolgende hongersnood in verschillende Afrikaanse landen.

In 1981 werd de hoge snelheidslijn tussen Parijs en Lyon geïntroduceerd. Ook verbeterde de IC-techniek waardoor steeds snellere en goedkopere computers werden geproduceerd voor de consumentenmarkt: Atari, Amiga en de Commadore 64. MS-DOS werd het serieuzere besturingssysteem voor IBM Personal Computer, later ondersteund door Windows (Bill Gates, Microsoft). Apple Macintosh werd de grote concurrent voor de PC (Steve Jobs). Ook ontstaan de eerste intranetten. In de filmwereld braken grote blockbusters door. Films met grote filmsterren als Harrison Ford (Indiana Jones) die grote kassuccessen genereren.

In de jaren ’80 werd de veroorzaker van de ziekte aids ontdekt: het hiv, een snel muterend virus dat het menselijke immuunsysteem aantast. Heroïne groeide wereldwijd enorm. In Nederland werden de eerste coffeeshops voor cannabis opgericht.

Ook leefde de kraakbewegingen in de jaren 80 op. Die ging vaak gepaard met hanenkammen en de punkers cultuur die zich afzetten tegen de maatschappij. Door de wereldwijde economische crisis hebben veel jongeren weinig kans op de arbeidsmarkt: de verloren generatie.

De koude oorlog maakte daarbij veel jongeren bang voor een kernoorlog waardoor er een algemeen pessimisme en doemdenken ontstond. Hierdoor trok een deel van de jeugd zich naar het escapisme, waaronder het snobisme, hyperconsumptie, commerciële popcultuur waarin alles kan en mag zolang je het maar kan betalen (Miami Vice, de film Wall Street, ‘greed is good’). De Yup (young urban professional) is hier een uiting van. Mensen met de hogere inkomens die hun pasverworven rijkdom willen uitdrukken met dure sportauto’s en dure merkkleding.

De suburbanisatie zet door, maar tegelijkertijd komt er meer ruimte voor economische kerngebieden (vierde nota ruimtelijke ordening, 1988). Almere wordt het toevluchtsoord voor arbeiders. De volkswijken worden steeds meer bewoond door grote islamitische gezinnen die steeds minder gastarbeider zijn en steeds meer werkloze immigranten worden. Als reactie hierop ontstaat het Vlaams Blok in België en de Centrum Democraten onder Janmaat in Nederland. De Centrum Democraten worden binnen de politiek en de maatschappij niet serieus genomen en weggezet als een racistische xenofobe partij.

In de jaren ’80 krijgt de New Age beweging meer ruimte. De New Age beweging kijkt uit naar een nieuwe periode van licht en liefde en aanhangers werken aan hun eigen individuele spirituele groei met een overkoepelend holistisch mensbeeld en persoonlijke groei, maar is ook een reactie op materialisme, rationalisme en individualisme.

Na de club van Rome (grenzen aan de groei) pleit het Brundtland rapport in 1987 ook voor eerlijke en duurzame ontwikkeling van welvaart en een schonere leefomgeving. In 1988 publiceerde het RIVM het rapport ‘zorgen voor morgen’ en legt het de basis voor het nationaal milieubeleidsplan (1989) waarin milieudoelstellingen voor 2010 werden geformuleerd.

De jaren ‘90

De jaren ’90 beginnen met het einde aan de koude oorlog tussen de Sovjet-Unie en de westerse landen. Het boek van Francis Fukuyama: het einde van de geschiedenis en de laatste mens stelt zelfs dat de liberale vredesdemocratie als enige winnaar is overgebleven. Ook werden de kernproeven beëindigd met het kernstopverdrag.

In Den Haag wordt het internationaal strafhof geïnstalleerd na de gruweldaden in Rwanda en Joegoslavië (uiteenvallen socialistische federale staat Joegoslavië in Slovenië, Kroatië en Macedonië, Montenegro, Servië, Bosnië en Herzegovina in 1991). Misdadigers van de mensenrechten moesten zich nu verantwoorden voor een internationaal tribunaal van de Verenigde Naties.

Boris Jeltsin voert een democratische grondwet in met persvrijheid, maar de Russische federatie is volledig ontwricht en alleen de grote oligarchen verrijken zich schaamteloos aan de uit elkaar vallende maatschappij. De roebelcrisis veroorzaakt een wereldwijde daling van de beurskoersen. De Russische democratie wordt voortdurend bedreigd door extreem nationalisten en de invloedrijke communistische partij. De Russische staat wordt daarnaast bedreigd door separatisten en volken die onafhankelijk willen worden.

In Duitsland staat de hereniging van de BDR en de DDR centraal. Door de hereniging loopt de Duitse economie vast vanwege de zeer verouderde Oost Duitse staatseconomie. Helmut Kohl verliest de verkiezingen en wordt opgevolgd door Gerhard Schroder die een rood-groene coalitie leidt.

In Italië richt Berlusconi de centrumrechtse Forza Italia op. Ook wordt de separatistische Lega Nord leven ingeblazen.

In Europa schuiven de sociaaldemocraten naar het midden. In Nederland werkt de PvdA samen met de VVD in een paars kabinet onder leiding van het kabinet Kok I en II.

In Zuid-Afrika werd met de vrijlating van Nelson Mandela en het presidentschap vanuit het ANC de apartheid afgeschaft waardoor er juridisch niet meer gediscrimineerd kon worden op ras en huidskleur. In Afrika ontstaat een democratiseringsgolf doordat landen minder makkelijk tegen elkaar uitgespeeld worden door het einde van de koude oorlog. Wel verschijnen er uitermate gruwelijke burgeroorlog tussen de regeringen (vaak gesteund door de westerse elite) en islamitische bewegingen en verschillende stammen oorlogen.

In het Midden Oosten worden de jaren '90 gekenmerkt door de Golfoorlog waarbij Irak (Saddam Hoessein) in 1990 Koeweit binnenvalt. De coalitie van 34 landen onder leiding van de Verenigde Staten (George Bush sr.) bombardeerde (Operation desert storm) als reactie daarop Bagdad en viel met grondtroepen Irak binnen. Het Irakeze leger werd binnen 7 weken verslagen door de bombardementen, te zwakke Iraakse grondtroepen en de interne rebellie. Koeweit werd bevrijd en Irak bleef zwaar verzwakt achter. Wel bleef Saddam Hoessein zitten. De Amerikanen waren te bang voor anarchie en chaos in Irak door Saddam Hoessein af te zetten.

Hierdoor kon Saddam Hoessein (Soenniet, Baath partij) de rebellen (Koerden en Sjiieten) onderdrukken. In 2003 vielen de Amerikanen en de coalitie of the willing onder leiding van Bush jr. Irak nogmaals aan, omdat Irak vermeende massavernietigingswapens had, het olie voor voedsel programma misbruikte en moslim terroristen toeliet. Het doel was het verdrijven van het regime in Irak. Saddam Hoessein werd dit keer wel opgepakt en opgehangen. Naast het verdrijven van Saddam Hoessein stond nation-building centraal. Deze fase werd echter belemmerd door grootschalige opstanden en ware burgeroorlogen tussen verschillende religieuze groeperingen, aanhangers van de Baath Partij en terroristen die vooral gelieerd waren aan Al-Qaida. In 2011 trokken de Amerikanen de troepen officieel terug uit Irak.

In 1993 worden de Oslo-akkoorden opgesteld onder aanwezigheid van Bill Clinton. Waarbij de eerste voorwaarden voor een oplossing voor het Israël-Palestijnse conflict worden opgesteld waaronder Palestijnse zelfbestuur en de terugtrekking van het Israëlisch leger uit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Met de oprichting van de joodse staat Israël in 1948 na de Tweede Wereldoorlog en de verovering van de Palestijnse gebieden (onafhankelijkheidsoorlog) ontstonden er veel conflicten tussen Israël en de omliggende staten in het Midden-Oosten.

De claim van het Joodse volk (zionisten) op het heilige ‘beloofde’ land (Hebreeuwse Bijbel, Thora) zette aan tot vele oorlogen tussen Israël, Palestijnen, Syrië, Egypte en Jordanië, maar ontwrichte eigenlijk het hele gebied in het Midden-Oosten waarbij westerse oliebelangen, de schuldvraag van de Jodenvervolging en de Britse toekenning van het mandaatgebied Palestina aan de Joden een grote rol spelen (Balfour verklaring). Israël wordt veelvuldig gesteund door de westerse landen, met name door de Verenigde Staten. De Palestijnse inwoners (Palestina), Syrië, Egypte en Jordanië worden gesteund door de Arabische landen (Arabische Liga).

In 1964 wordt de Palestina Liberation Organization opgericht (PLO) onder leiding van Yasser Arafat, met als doel het bevrijden van de Palestijnse Staat. Het conflict heeft een lange voorgeschiedenis van strijd op religieuze gronden tussen moslims aan de ene kant en joden en christenen aan de andere kant.

Daarnaast moet de rol van oliebelangen (OPEC) en de westerse landen niet onderschat worden. Grote delen van het Midden Oosten kwamen na de eerste wereldoorlog (Sykes-Picotverdrag)  in handen van de Fransen (Noord-Syrië en Libanon, Beiroet, Damascus en Aleppo) de Britten (kop van de Perzische Golf, Basra) en internationaal bestuur (Palestina). In 1917 veroverden de Britten Jeruzalem in Palestina gesteund door de Zionisten (o.a. Lord Rothschild, joodse bankier). De Arabische nationalisten verzetten zich vol tegen de Franse en Britse overheersing van Syrië, Jordanië, Palestina, Libanon en Irak (Mosul, Bagdad en Basra). Israël werd gezien als de grootste vijand met een zeer dominante westerse enclave in Arabisch gebied.

Het leidt tot structureel verzet van islamitisch-arabische groeperingen tegen het westen. Hamas (vuur, fanatisme) is een Palestijnse islamitische politieke organisatie en een afscheiding van de Egyptische moslimbroederschap die zich fel keert tegen de Israëlische staat.

Hamas wordt door het westen gezien als een terroristische organisatie, maar wordt gesteund door de islamitische omringende landen. In Libanon werd Hezbollah (partij van God) opgericht. Hezbollah is een militante politieke partij die anti-Israel en anti-Amerikaanse sentimenten heeft en bestaat uit sjiitische moslims. Fatah (overwinning) is een Palestijnse politieke beweging met een 'terroristische tak' (martelbrigades) en is ontstaan uit een guerrilla beweging. Fatah is in tegenstelling tot Hamas een meer gematigde socialistische beweging. Fatah streeft naar geweldloze onderhandelingen met Israel. Fatah is bereid om Israel te erkennen in ruil voor de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever en een compensatieregeling voor Palestijnse vluchtelingen.

In Irak werd in 2003 de Islamitische Staat (ISIS, nu IS) opgericht. Een aan Al-Qaida gerelateerde jihadistische organisatie bestaande uit soennitische Irakezen met een zelfbenoemde islamitische staat (Kalifaat).

Egypte is het eerste land dat de staat Israël in 1979 erkent. Ook bemiddelt de VS tussen de verschillende landen (Camp David akkoorden, Jimmy Carter). Tot op heden worden de Oslo akkoorden aan beide kanten geschonden. Israël blijft nederzettingen bouwen en militair ingrijpen in de Palestijnse gebieden (Gazastrook en Westelijke Jordaanoever) en de Palestijnen blijven bommen gooien en zelfmoordaanslagen plegen op burgerdoelen in Israël. In 2014 breekt de pleuris uit en wordt het strijdgebied van de fundamenteel islamitische milities uitgebreid van Syrië naar Irak. Met niet alleen terreur acties en moorden op westelijke doelen, maar ook andere moslims, andere gelovigen of etnische minderheden onder het mom van de oprichting van 1 islamitische Staat met de invoering van de Sharia (islamitische wetgeving, wet van God).

https://www.youtube.com/watch?v=ewT9yUqR088

Momenteel leven we in een clash of civilizations tussen fundamentele moslims in vaak bezette gebieden (Palestina als kerngebied van het conflict) en de westerse wereld. Joris Luyendijk beschrijft goed hoe de media en journalistiek hierin een grote rol heeft. Moslims die elkaar vermoorden heeft bijvoorbeeld nauwelijks nieuws waarde, joden die moslims vermoorden of moslims die joden vermoorden of aanslagen plegen op westerse doelen staan volop in het nieuws. We leven niet alleen meer in tijden waar het slechts gaat om een fysieke oorlog, maar ook in een periode waarin de media een grote rol speelt: de media oorlog. Daarnaast leven we in een proxy oorlog. Het fysieke strijdtoneel wordt gespeeld door kleine spelers gesteund door de grote machten achter deze kleine spelers (Hamas wordt gefinancierd door Iran en de Arabische Liga, Israël door de VS en de AIPAC en grote joodse bankiers, de pro-Russische separatisten worden gesteund door Poetin).

De Amerikaanse regering (Clinton, democraten) loopt na 2 jaar vast op een Republikeinse meerderheid in het Congres. Wel groeide tijdens het beleid van Clinton de welvaart, steeg de economische groei, werd de begroting op orde gebracht en daalde de werkloosheid. In zijn tweede termijn stond Clinton vooral bekend vanwege de vermeende seksuele relatie met Monica Lewinsky.

Wereldwijd verovert microsoft (Bill Gates) met zijn besturingsprogramma windows (3.0, 3.1 en 95) een monopoliepositie op de Personal Computer. In de meeste westerse huishoudens kon men nu over een toegankelijke computer beschikken waarop men kon tekstverwerken (word), internetten op het world wide web (internet explorer) en gamen. Voor veel mensen werden afstanden overbrugbaar doordat mensen, bedrijven en organisaties wereldwijd direct contact met elkaar hadden (globalisering).

In de jaren ’90 steeg de economische groei door nieuwe mogelijkheden van internet (informatietechnologie), maar ook door het open gaan van nieuwe markten in Oost-Europa na de val van het communisme.

De westerse bedrijven profiteerden van de lage lonen en de nieuwe kapitalistische markten in Oost-Europa (nieuwe afzetgebieden). Uitbreiding van de handelsrelaties en het open gooien van nieuwe markten was ook de reden tot uitbreiding van de Europese Unie (interne Europese markt) en de toetreding van nieuwe lidstaten. Naast de ketenverplaatsing naar Oost Europa vertrekken ook veel bedrijven naar het snel ontwikkelde Azië met de toen nog zeer lage lonen en sterk groeiende markten. Niet alleen de economie in Nederland steeg in de jaren ’90 steeds harder (hoogconjunctuur), wereldwijd overtrof de economische groei alle verwachtingen. Ook duurde de economische groei langer dan men verwachte op basis van economische conjunctuurgolven (stijgingen en dalingen). Economen vermoedden zelfs een langlopende nieuw economisch tijdperk van alleen maar economische groei: ‘de nieuwe economie’.

het poldermodel

Begin van de jaren ’90 was de werkloosheid nog erg hoog waardoor er meer afgestapt werd van de stroperige overlegeconomie en meer gestuurd werd op een poldereconomie/poldermodel. De stroperigheid zorgde voor lange besluitvorming en zorgde voor een rem op de sociaal-economische ontwikkelingen en lange slappe compromissen tussen werkgevers en werknemers (VNO, FNV, SER). Daarnaast kwam de overlegeconomie onder druk te staan door het slecht functioneren van arbeidsbureaus, het algemeen bindend verklaren van cao’s en de representativiteit van vakbonden. De corporatistische overlegeconomie moest op de schop en het primaat van de democratisch verkozen politici moesten een groter mandaat krijgen. De invloed van de liberalen werd groter door de inbreng van de VVD en D66 in het eerste kabinet Kok. Het kabinet verkleinde het begrotingstekort en verlichte de lasten (zalmnorm), er kwam meer ruimte voor deregulering, geen verplichte advisering van de Sociaal Economische Raad (SER), verbod op kartels en het aantal adviesraden werd beperkt. De economie groeide onder meer door de combinatie van lastenverlichting en loonmatiging en de rol van flexibele arbeid (Flexakkoord). Kritiek op het poldermodel is dat het eigenlijk net zo stroperig is als het oudere overlegmodel en dat veel prominente vertegenwoordigers veel voor de eigen parochie preken en de echte problemen niet oplossen.

Door een groeiende economie, het stijgende aantal tweeverdieners werden woningen steeds meer waard. Met deze stijgende overwaarde stegen niet alleen de investeringen in de woningen maar konden bewoners van koopwoningen ook hogere hypotheken krijgen en meer consumptieve bestedingen doen. Door deze bestedingsimpuls steeg het Bruto Binnenland Product hard in de jaren ’90 en had men het gevoel dat de economie alleen nog maar beter zou worden.

Achteraf bleek dit samen met de internet luchtbel een huizenmarkt zeepbel geweest te zijn die grote invloed heeft gehad op de economische crisis van 2001, maar vooral in 2008 tot uiting kwam vanuit de Verenigde Staten. In Nederland stegen de prijzen van woningen nog extra door aanbod schaarste en een tekort aan woningen en vrij gegeven bouwgronden, waardoor er niet voor een toenemende vraag woningen bijgebouwd konden worden.

Door de stijgende inkomens (vaak tweeverdieners) konden bewoners van koopwoningen bijna onbeperkt krediet lenen bij banken, waardoor de financiële economie heel erg hard groeide, maar de reële economie (toename woningen) stagneerde. De nieuwe financiële producten versterkten dit effect nog extra. In de jaren ’90 was het gebruikelijk om meer dan 100% van de aanschafwaarde te financieren met geleend geld (hypotheken en financiële producten/kredieten). Hierdoor steeg de lucratieve financieel dienstverlenende sector enorm en ontstond ook de bonuscultuur.

Voor elk afgesloten financieel product stond een vergoeding. Voor de verkoper van financiële producten loont het om zoveel mogelijk kredieten en hypotheken te verstrekken. Deze bonuscultuur ontstond doordat er weinig toezicht was op de financiële markten. Het maakte niet zoveel uit of iemand een schuld had. Met stijgende lonen en overwaarde kon men deze schulden op termijn toch wel terug betalen. Dacht men. De controle of dat ook echt zo was ontbrak.

Wat dat betreft heerste het gedachtegoed ‘geen gezeik allemaal rijk wel’ van de tegenpartij van Jacobse en Van Es (Kees van Kooten en Wim de Bie). Niet zeuren zolang het goed gaat en vooral niet vooruit kijken en kijken naar de consequenties van het beleid. De huizenmarkt bubbel is een van de uitlopers van de toenemende deregulering, zo weinig mogelijk overheidsinmenging en een steeds sterkere focus op de vrije markt in de jaren ’90. In Amerika zou je zelfs kunnen spreken van marktfundamentalisme. Een heilig geloof in het succes van de markt. Ook de linkerkant van de politiek: Tony Blair, Wim Kok en Bill Clinton namen het principe van meer liberalisering, privatisering en deregulering over in hun beleid. Ze lieten steeds meer marktmechanisme toe binnen de sociaaldemocratie.

Klimaat, economie en samenleving in de jaren ’90: van klimaat gidsland naar economisch distributieland: de evaluatie van de eerste klimaatgolf.

In 1990 verschijnt het eerste IPCC rapport (Intergovernmental Panel on Climate Change) van de Verenigde Naties over de mogelijke effecten van broeikassen op het klimaat. Het Panel toetst vooral onderzoek van experts over de hele wereld. Vanaf 1990 tot nu (2014) heeft het IPCC 5 rapporten uitgebracht waarbij de menselijke factor een steeds meer nadrukkelijke invloed heeft op het klimaat door de uitstoot van broeikassen vanuit de industrie, landbouw, huishoudens en het verkeer. Het rapport beveelt aan om broeikasgassen sterk in te perken om de temperatuurstijging in de lopende eeuw niet boven de 2 graden uit te laten stijgen, waardoor het broeikaseffect onomkeerbaar kan worden.

In 1991 waarschuwt de nota klimaatverandering dat al in 2025 de concentratie van CO2 in de atmosfeer op een niveau kan komen dat in 160.000 jaar niet is voorgekomen. Deze nota doet aanbevelingen om de CO2 uitstoot te beperken door inkrimping van de aluminiumindustrie, beperking autoverkeer, einde maken aan het wegwerpplastic en reclamedrukwerk en er moet meer gebruik gemaakt worden van duurzame energie, zonneboilers en aardwarmte. In het milieubeleid worden doelstellingen opgenomen om de CO2 uitstoot met 2% per jaar in te perken vanaf 1990. In de jaren ‘90 zijn de maatregelen voor deze doelstellingen vooral gebaseerd op energiebesparing en bosaanplant.

Ook werden er reductiedoelstellingen opgenomen voor methaan en CFK’s. Alleen voor energiebelasting kreeg men geen politiek draagvlak. Terwijl je met energiebelasting een grote stap kunt zetten om energie te besparen (een hoge prijs leidt tot minder of alternatief gebruik van energie).

Over een energiebelasting/heffing moet je internationale afspraken maken vanwege het free-riders effect. Als 1 land niet mee doet ondervinden de overige landen daar negatieve gevolgen van. In Europa haken Groot Brittannië en de zuidelijke staten af waardoor men het niet eens kan worden over een Europese energiebelasting. In Nederland werken de werkgeversbonden VNO en CNW en het bedrijfsleven (Akzo, DSM, Hoechst, Hoogovens, KPN en Shell) structureel tegen. Nederland verloor zijn positie als gidsland (eind jaren 80, begin jaren 90) voor het Europese klimaatbeleid door het bedrijfsleven (dreigen met vertrek naar het buitenland). De CO2 reductie doelstellingen hebben verder te lijden onder een zeer lage olieprijs. Een energieheffing voor kleinverbruikers komt er wel. Grote en middelgrote bedrijven werden hiervan vrijgesteld. De industrie werd ontzien terwijl de industrie juist de grootste gebruiker en vervuiler was.

In Paars-II kwam in 1996 de Regulering Energiebelasting op het gebruik van aardgas en elektriciteit opgevolgd door de Ministeriële regeling Milieukwaliteit Energieproductie (MEP) in 2004. Ook bij deze regelingen betalen de grootverbruikers fors minder energiebelasting. De regeling is een vorm van subsidie op fossiele brandstoffen, omdat de grootverbruikers massaal gebruik van goedkope kolen maken en daarover dus veel minder belasting betalen. In 2008 werd deze regeling opgevolgd door de SDE(+) regeling (Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie).

De maatregelen om klimaatverandering te beperken worden verder tenietgedaan door de uitbreidingsplannen van de Rotterdamse haven en Schiphol en boeren die hun groeiambities kunnen waar maken. Ook een remmende economische groei verzwakt de economische minister van VROM om voldoende draagvlak te krijgen voor het klimaatbeleid. De angst voor economische neergang en economische schade door een ver doorgevoerd klimaatbeleid is groot. Nederland is een distributieland en de agrarische economische sector is zeer groot. Verkeer, handel en landbouw kunnen Nederland er economisch juist bovenop helpen. Het optimisme over het klimaatbeleid is verdwenen en koopkracht en economische ontwikkelingen domineren het beleid. Sterke charismatische koplopers in het milieubeleid zijn verdwenen en hebben plaats gemaakt voor een sterk economisch beleid met meer afval, meer auto’s, grotere havens en meer startbanen. Van jaarlijkse CO2-reductie komt weinig terecht. De CO2-uitstoot stijgt per jaar zelfs door o.m. economische groei en de lage energieprijzen.

Nederland kent op Portugal en Spanje na (landen met een economische inhaalrace) de grootste toename in CO2-uitstoot. Grote industriële bedrijven als Aldel worden niet extra belast maar worden jaarlijks met miljoenen gesubsidieerd. Broeikasgassen en energieverbruik konden ook niet alleen beperkt worden met maatregelen op grondstoffen en het invoeren van belastingen. CO2-reductie en milieuaanpak ging veel meer samen met lifestyle en economische groei (autorijden en vlees eten). Bovendien zouden milieuproblemen in het neoliberale paradigma niet door de overheid opgelost moeten worden, maar door de vrije markt, bedrijven, burgers of maatschappelijke organisaties. Het Wereld Natuur Fonds is de grote aanjager van het maatschappelijk debat over klimaatverandering in de jaren ’90. Het WNF onder leiding van dezelfde Ed Nijpels uit zich voor het eerst zeer kritisch op het klimaatbeleid. De mensen kregen veel te weinig de externe kosten van autorijden en de groeiende veestapel op de rekening gepresenteerd. Het WNF legt de relatie tussen broeikaseffecten en het verdwijnen van diersoorten en de toename van bedreigde diersoorten.

Daarnaast gaat volgens het WNF de aanpak van het broeikaseffect gepaard met de groei van het aantal banen wat goed is voor de economie. Te veel en te hard beleid van de overheid werd ook als betuttelend ervaren. Het mocht sowieso niet te veel geld kosten. Ook was het klimaatprobleem lastig aan de man te brengen omdat het niet om direct zichtbare effecten ging zoals zure regen of gifbelten. Het gaat om een mondiaal probleem waar mensen zich nietig bij voelen. Dit gevoel maakt mensen passief. Wat kan een individu bijdragen aan een totaal mondiaal probleem? Dat is hetzelfde wat sommige mensen hebben bij verkiezingen: wat is het zin van mijn ene stem op de politieke besluitvorming? Het klimaatprobleem is ook een toekomstig probleem dat invloed heeft op de volgende generaties. Maar mensen zijn geneigd om beslissingen over een lange termijn voor zich uit te schuiven. Dat maakt het klimaatprobleem weinig concreet en tastbaar. Mensen zijn niet goed in staat om de langlopende effecten over een periode van 20-50 jaar te overzien. Zowel economisch als ecologisch kiezen mensen voor de korte termijn. Evolutionair gezien ben je ook eerder geneigd om te reageren op gevaar dat jou of je naaste omgeving direct treft.

Begin jaren ’90 worden wel flinke stappen gezet in het mondiale beleid op klimaatverandering. De koude oorlog was voorbij en in deze periode ging het meer om armoedebestrijding en het behoud van de aarde. In 1992 werd de eerste mondiale klimaattop gehouden in Rio de Janeiro. Er was veel goede wil van regeringsleiders en er heerste een positief gevoel over de mogelijke oplossingen. In Kyoto kwam in 1997 een nieuw klimaatverdrag tot stand dat meer gebaseerd was op onderhandelingen en een minder vrijwillige karakter had. Er werd afgesproken dat er scherpe reductiedoelen kwamen voor de industriële landen en dat ontwikkelingslanden grotendeels werden ontzien.

In het Kyoto-verdrag is Nederland betrokken via de Europese Unie onderhandelingen. Europa bepaalt de Europese ambities per individueel land. De totstandkoming ging van het verdrag verliep uiterst moeizaam met vele tegenstellingen tussen Noord-Zuid, landen die profiteren van reductie en landen die economisch nadeel ondervinden van verscherpte reductiedoelen. Vooral Japan en de Verenigde Staten hadden veel bezwaren. De doorbraak kwam onder meer door de inbreng van Al Gore als vice-president van de VS. Kyoto bood een nieuw platform voor internationale technologische samenwerking en er werd een begin gemaakt met het handelen in internationale CO2-rechten: emissierechten (EUETS), een markt waar je emissierechten kunt verhandelen (free market environmentalism versus command and control environmentalism).

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Milleniumwisseling, moslimterrorisme, toenemende polarisering, financiele en economische crises

Millenniumwisseling ‘00

Na de economische groeispurt in de jaren ’90 met groeicijfers boven de 4% nam de groei af. De internetzeepbel van onder meer World Online (Nina Brink/Storms) in Nederland, de huizenmarkt bubbel en de terroristische aanslagen in de Verenigde Staten op 11 september 2001 hebben grotendeels bijgedragen aan deze economische neergang.

De 9/11 aanslagen op het World Trade Center (Twin Towers) in New York en het Pentagon in Washington uitgevoerd en opgeëist door jonge Moslim terroristen (Osama Bin Laden, Taliban de oprichter van Al Qaida) gaf wereldwijd aanleiding tot de strijd tegen het (Moslim) terrorisme.

Volgens Al Qaida, de Taliban en andere fundamentalistische terroristische moslim groeperingen worden moslims onderdrukt door het Westen en verklaart Israël en het Westen daarmee de oorlog aan Allah en alle moslims. Het is daarom geoorloofd om aanslagen te plegen op iemand anders zijn grondgebied ter bescherming van je eigen geloof. De gewapende strijd tegen degene die de Islam bedreigen wordt ook wel Jihad genoemd. De aanslagen stonden aan het begin van de grote botsing tussen beschavingen  (C(l)ash of civilizations): de westerse democratische kapitalistische beschavingen tegen de fundamentalistische moslims. Het is de vraag in welke mate deze clash of civilizations ook daadwerkelijk een wereldwijde clash is. In welke mate wordt dit beeld in de media geframed en hoe ziet de realiteit er echt uit?

Na de koude oorlog vormt de culturele en religieuze identiteit de belangrijkste bron voor wereldwijde conflicten, aldus Samuel Huntington. De vrije markt economie van democratie en hyperconsumptie en een min of meer seculiere overtuiging stond pal tegen over de waarden van orthodoxe zeer gelovige moslims die niets moesten hebben van de waarden uit de verlichting (vrijheid, democratie en gelijkheid). Huntington ging daarmee diametraal in tegen de theorie van Fukuyama (einde van de geschiedenis van de mens) waarbij de westerse beschaving van kapitalisme en democratie als enige beschaving overbleef na het einde van de koude oorlog.

De strijd tegen een relatief nieuw ontdekte vijand beheerst wereldwijd grotendeels het tijdperk na de millenniumwisseling. Ook omdat deze ‘nieuwe vijand’ nu aanslagen pleegde op het westerse territorium. Voorheen speelde het strijdveld vooral af in het Midden-Oosten en het Afrikaanse continent. Na de 9/11 aanslagen vonden de terroristische aanslagen plaats in Bali (2002) Madrid (2004) en London (2005). In Nederland werd Theo van Gogh (2004) vermoord door Mohammed Bouyeri. Een groep radicaal islamitische jongeren worden aangehouden en veroordeeld voor het voorbereiden van terroristische aanslagen. Mohammed B. maakte deel uit van deze Hofstadgroep. Na de 9/11 aanslagen en de moord op Theo van Gogh verhevigde het debat rondom integratie en allochtonen. Het politieke en maatschappelijke debat werd heftiger en verdeelde de samenleving. Pim Fortuyn verzette zich als eerste tegen de 'doorgeslagen islamisering' in Nederland. De oververtegenwoordiging van 'islamitische' autochtone bevolking in de criminaliteitscijfers en de toename van allochtonen in bepaalde achterstandswijken van grote steden. Pim Fortuyn bekritiseerde de tolerantie en taboes van Paars (puinhopen) tegenover de fundamentalistische islam en de asociale 'kut' Marokkanen. Vooral de PVV (Wilders) profiteerde van de polarisatie en het gevoel van angst voor allochtonen en moslims.

De oorlog in Afghanistan (2001) tegen de Taliban is het directe gevolg van de 9/11 aanslagen. Daarnaast was het ook een strijd tussen de westerse beschavingen en fundamentalistische moslim bewegingen. In 2003 trok het Amerikaans-Engelse leger (Bush jr. en Blair) zonder steun van de VN, Irak binnen op verdenking van massavernietigingswapens, samenwerking met Al Qaida en om het terreurbewind (Baath partij) van Sadam Hoessein om ver te werpen.

De massavernietigingswapens en de relaties met Al Qaida zijn nooit gevonden. Naast economische (olie)belangen was het een strijd tussen de westerse (coalition of the willing) culturele waarden (vrijheid, democratie en welvaart) en de orthodox islamitische waarden (theocratie, overgave aan God, afkeer consumptiemaatschappij). Saddam Hoessein werd opgepakt en opgehangen, maar het land verkeerde nog in totale chaos met veel interne conflicten tussen het nieuwe Iraakse bestuur en verschillende islamitische terroristische groeperingen. De oorlogen in Irak en Afghanistan hebben vele slachtoffers en miljarden dollars gekost met maar zeer beperkte resultaten. Zowel Blair als Bush jr. hebben veel kritiek gekregen op de invasie in Afghanistan en Irak.

Na de millenniumwisseling breiden de conflicten tussen Israël, Libanon en de Palestijnen (PLO) uit. De Palestijnen riepen in de periode 2000-2005 de tweede intifida uit vanwege de uitbreiding van Joodse nederzetting, het mislukken van de vredes overleggen op Camp David en het niet nakomen van de Oslo-akkoorden. Daarnaast provoceerde Ariel Sharon de Palestijnen en moslims door de tempelberg te bezoeken. Later verliest de PLO zowel de verkiezingen als de opvolgende burgeroorlog van de meer extremere islamitische Hamas in de Palestijnse gebieden. Dit leidt tevens tot een voortdurende rakettenstroom vanuit de Gazastrook op Israël door Hamas.

In Iran komt in 2005 de radicale president Ahmadinejad aan de macht gesteund door de revolutionaire garde. Hij vormt samen met Noord-Korea (Kim Jong-Il) en Venezuela (Hugo Chavez) een anti-westers front. Met zijn atoomprogramma en afkeer van internationale toezichthouders vormt hij een grote bedreiging voor het westen.

De volksrepubliek China treedt toe tot de Wereldhandelsorganisatie en ontwikkelt zich tot economische reus. Wel blijft het westen van China erg achter. De welvaart in de oostelijke regio’s stijgt tot de westerse standaarden. Het agrarische binnenland blijft achter in de ontwikkeling. Ook nemen de spanningen toe aan de grensvolkeren. De boeddhistische Tibetanen en islamitische Oeigoeren verzetten zich tegen de Chinese dominantie.

In Europa wordt de Euromunt ingevoerd in 12 landen. In plaats van een Europese grondwet komt het verdrag van Lissabon met minder hoge ambities. In Italië en Frankrijk komen meer rechtse politici aan de macht respectievelijk Berlusconi en Chirac (in 2007 opgevolgd door Sarkozy). Het ‘immigrantenprobleem’ en de vraagstukken over globalisering staan in de meeste landen hoog op de agenda.

Rusland wordt onder leiding van Poetin in 2000 weer een autocratie. Poetin (voormalig KGB agent (luitenant-kolonel)) beperkt de vrijheid van meningsuiting en legt de macht van de media aan banden. Voor de ‘gewone’ Rus brengt Poetin wel stabiliteit en rust na de roerige jaren ’90 onder Jeltsin en Gorbatsjov. In de eerste regeer periode van Poetin (1999-2008) stegen de Russische lonen, halveerde de werkloosheid en steeg het welvaartsniveau van de Russen (door o.a. fiscale politiek en hoge wereldwijde olieprijzen). Rusland werd de grootste energie leverancier van de wereld door de nationalisatie van olie en gas (Gazprom) , maar ook enorm afhankelijk van deze energieleveranties (gas en olie).

De Russische Federatie ontwikkelt zich onder Poetin steeds meer tot het staatskapitalisme. De rijkste mensen die kritiek hebben op Poetin worden gearresteerd (president Yukos) voor belastingfraude. De oligarchen moesten na de privatiseringen (1995) steeds meer in de pas lopen van Poetin. Yukos werd geleid door Khodorkovsky, een pro-democratische hervormer die streefde naar corporate-transparancy, internationale samenwerking en zich keerde tegen corruptie. Na zijn arrestatie kwamen de aandelen van de voormalig rijkste man van Rusland in handen van Jacob Rothschild. Poetin heeft sterke banden met de grote oligarchen. Kritiek op Poetin wordt hard aangepakt.

Tegenstanders worden gearresteerd of 'koud' gemaakt (onafhankelijke media, oppositie partijen zoals 'The other Russia, onder leiding van Kasparov). Ondanks de economische crisis in 2008 kon Poetin zich als premier (2008-2012), economisch redelijk herstellen door o.a. de grote oliereserves en sterke fiscale maatregelen. Medvedev werd in 2008 president van Rusland (in een tandemocratie) maar het gezag bleef in handen van Poetin (eerste minister). Deze 'mogelijke frauduleuze' tandemocratie constructie kon rekenen op veel weerstand bij de oppositie waardoor de oranje revolutie in o.a. de Oekraïne uitbrak. In 2012 won Poetin wederom de verkiezingen met zijn partij (Verenigd Rusland). Rusland veranderde langzamerhand in een orthodoxe zeer nationalistische masculiene anti homo staat.

Op 2 maart 2014 valt Rusland de Krim (Oekraïne) binnen en steunt openlijk de pro Russische bevolking in de Krim. Rusland ziet de Krim als onderdeel van het eigen grondgebied (en  Sebastopol is een belangrijke strategische havenstad aan de Zwarte Zee). Binnen de Oekraïne breekt een oorlog uit tussen de Russische separatisten (vooral Oost-Oekraïne gesteund door voormalige president Viktor Yanukovych) en de huidige regering van Oekraïne (oranje beweging en voorstanders van een onafhankelijke Oekraïne, meestal westers georiënteerd, geregeerd door Petro Porosjenko). De strijd in de Oekraïne is een voorbeeld van een proxy oorlog. Grote machten die hun strijd bevechten (koude oorlog) door kleinere groepering (regering onafhankelijke Oekraïne versus de pro-Russische separatisten) op een ander gebied (Oekraïne/Krim). De inval van Russische troepen op de Krim leidt tot wereldwijde economische sancties tegen Rusland. De oorlog in de Krim en Oekraïne wakkeren een nieuwe koude oorlog aan tussen de traditionele westelijke en oostelijke machten. Rusland voelt zich bedreigt en vernederd na de val van de muur en de toetreding van voormalige oost-bloklanden tot de NATO. Het westen tolereert de expansiedrift en dreigende taal van Poetin niet. Daarnaast is de economie van Poetin zeer eenzijdig en sterk afhankelijk van de energie politiek. Het westen krabbelt moeizaam uit een van de grootste economische crises van de laatste 100 jaar. Met name de EU krijgt veel kritiek van diverse nationalistische bewegingen binnen de EU. De EU stelt zich aan de ene kant niet sterk genoeg op (is altijd verdeeld), erg bureaucratisch en is aan de andere kant juist weer erg dominant en top-down georganiseerd (dictaten uit Brussel). Althans dat is de kritiek op de EU van deze nationalistische Eurosceptische bewegingen (Ukip, PVV, Front National, Vlaams belang, Lega Nord, FPO). Nederland wordt opgeschrikt door het 'neerschieten' van de MH17 vlucht met veel Nederlandse en Maleisische passagiers boven het oorlogsgebied in Oekraïne. Vermoedelijk hebben Russische separatisten 'per ongeluk' een lijnvlucht van Schiphol naar Kuala Lumpur boven het Oekrainse luchtruim neergeschoten met een buck-rakket.

Poetin kan makkelijk gebruik maken van een zwakke  en vaak verdeelde opstelling van de EU. Een zwakke EU, een energiepolitiek gebaseerd op gasleidingen o.a. in Europa (Nordstream) en China en een sterk daadkrachtige Russische politiek van verdeel en heers maakt Rusland en Poetin schijnbaar groter dan het werkelijk is. Namelijk een vrij zwakke eenzijdige economie, zeer afhankelijk van de energieprijs van olie en gas en afnemers van fossiele energie.

In Ijsland breekt de bankencrisis uit doordat de Landsbanki’s failliet gaat. In Ijsland is jarenlang de economie enorm gegroeid door durfkapitalisten, stijgende luchtvaart, toerisme, bouwsector en een enorm stijgende financiële sector. Naast de vele faillissementen door de crises (val Lehman Bros) komen er ook vele bedrijfsfraude gevallen aan het licht (Enron, Ahold en Shell).

Om te voorkomen dat grote banken verder omvallen koopt de Nederlandse staat de ABN AMRO en later de SNS Bank op. Ook pompt de staat vele miljarden in de grote banken (ING). Alleen de Rabo Bank blijft vrij van overheidsingrijpen. Later komt de Rabobank wel in de problemen door de manipulatie met de Libor tarieven. In 2009 tekent de DSB Bank voor het faillissement. Duizenden klanten komen in betalingsproblemen en blijken ondoorzichtige financiële producten hebben gekocht waar ze jarenlang aan vast zitten.

Nieuwe technologische ontwikkelingen richten zich steeds meer op gen- en nanotechnologie. Internet, google en Wikipedia zijn niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven. Handelingen zoals het betalingsverkeer worden steeds meer gedigitaliseerd. De PC en computerspelletjes maken een steeds groter deel uit van de dagelijkse routine. De platte beeldschermen en smartphones worden vervangen steeds meer de oude beeldbuizen en de mobieltjes waar je alleen maar mee kunt bellen en sms’en.

In 2000 wordt het plan ruimte voor de rivier gepubliceerd om de toekomstige stijging van de zeespiegel beter te kunnen opvangen. In 2006 komt de documentaire ‘An inconvenient truth’ van Al Gore uit. Ook organiseert Al Gore Live earth waardoor er veel meer bekendheid komt over de opwarming van de aarde. De stijging van de olieprijs en het einde van de makkelijke winbare fossiele bronnen stimuleert de zoektocht naar alternatieve bronnen en besparingstechnologie.

De tweede klimaatgolf vanaf 2006/2007: vanuit een negatieve connotatie naar een positief discours over milieu, nieuwe klimaatpolitiek en nieuwe economische kansen.
Al Gore presenteert in 2006 in het Amsterdamse Tuschinski Theater: an inconvenient Truth. Ook presenteren het IPCC en het KNMI steeds meer wetenschappelijke artikelen over mondiale opwarming van de aarde. De wetenschap komt steeds meer met zekere uitspraken/claims over de stijgende opwarming van de aarde als gevolg van menselijke uitstoot van broeikasgassen. De interesse kwam meer te leggen op klimaat en iets minder op milieuvraagstukken.

De tweede klimaatgolf wordt gekenmerkt door meer bottom-up initiatieven, duurzame start-ups en meer beweging en klimaatbewustzijn van grote multinationals als KLM, Unilever, grote NGO’s als het WNF, nieuwe milieuorganisaties, ontwikkelingsorganisaties (kosten van klimaatverandering zijn het eerst merkbaar in ontwikkelingslanden) en grootschalige duurzame initiatieven van bijv. Urgenda (Urgente Agenda) en de opkomst van lokale energie coöperaties.

De overheid speelt een steeds minder belangrijke rol en van de overheid wordt ook steeds minder verwacht. Duurzaamheid wordt daarnaast in verband gebracht met nieuwe economische kansen, maatschappelijk verantwoord ondernemen en groene marketing (consumenten voelen zich goed bij groene duurzame producten en diensten). De hoeveelheid schone technologie en het aantal duurzame-doe-het-zelfers stijgt enorm en wordt gezien als grote economische kans in tijden van economische crises.

De link tussen consumentisme (economische groei) en het afnemen van biodiversiteit, de toename van vervuiling en het opsouperen van grondstoffen wordt steeds minder gelegd. Het is een periode waarin een groen optimisme de bovenhand kreeg en vooral gericht is op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Alleen VNO-NCW (werkgeversorganisatie van vooral grote energie-intensieve multinationals) onder leiding van Bernard Wientjes blijft zich fel verzetten tegen milieu- en klimaatmaatregelen.

Andere geluiden die juist wel streven naar duurzaam ondernemerschap zijn te horen in de vereniging ‘De Groene Zaak’. De tweede klimaatgolf bestaat grotendeels uit ecologische modernisering gesteund door een bredere groep, maar met een nog verder terugtrekkende overheid, gericht op oplossingen en minder op het communiceren van problemen.

De periode van de tweede klimaatgolf kent ook een ander verhaal. Een verhaal van polarisering tussen klimaatsceptici (op zich zijn wetenschappers altijd sceptici, maar zijn sceptici niet altijd wetenschappers) en klimaat alarmisten. Er komt kritiek op een aantal kleine foutjes uit het IPCC. Wetenschappelijke publicaties worden aangekaart als gefraudeerde stukken die er alleen op uit zijn om zoveel mogelijk geld binnen te slepen. De PVV stijgt in de peilingen na de dood van Pim Fortuyn en Theo van Gogh en ageert tegen alles wat met klimaatopwarming te maken heeft. Podia en media als climategate, de groene rekenkamer, de dagelijkse standaard, Elsevier, geen stijl en de Telegraaf krijgen in het publieke debat en de publieke opinie meer voet aan de grond.

Deze media zijn niet alleen sceptisch tegenover klimaatonderzoek maar ook sceptisch ten opzichte van wetenschap (maken vaak gebruik van pseudowetenschappelijke uitspraken) in het algemeen. Met de opkomst van de PVV polariseert ook het links-rechts debat langs klimaatsceptici en klimaat alarmisten. Waar voorheen klimaatpolitiek minder uitgesproken links of rechts was (Ed Nijpels, Winsemius) verscherpt het debat steeds meer in voor en tegenstanders van klimaatpolitiek.

Liberalen en conservatieven keren zich steeds meer tegen klimaatpolitiek omdat de eigen individuele levensstijl daarmee in het geding komt. Liberalen en conservatieven waren al tegen staatsingrijpen en een totalitaire staat. Maar zien klimaatpolitiek en ingrijpen ook als een bedreiging voor het kapitalisme en het neoliberale paradigma (de vrijheid om zoveel mogelijk te produceren en consumeren). Bovendien lost de markt alles op en is overheidsingrijpen betuttelend en vooral heel duur. Veel parallellen zijn te vinden in de strijd tegen wetenschap van creationisten (vaak ook conservatieven). Waarbij wetenschap en evolutiebiologie structureel in twijfel getrokken wordt. Darwinistische evolutionistische wetenschap gebaseerd op gemeenschappelijke afstamming past niet binnen de christelijke ideologie dat God alles ontworpen heeft en dient dus bestreden te worden.

De periode 2000-2010 kan worden gekenmerkt als een periode van groeiende polarisatie tussen links en rechts. Een verschuiving van vrij tolerante en liberale opvattingen uit de jaren ‘90 naar een toenemende angst voor moslims o.a. door de aanslagen op 9/11 in New York en Washington.

Een tweede grote wereldwijde economische en financiële kredietcrisis na de Beurskrach in 1929. Toenemende populisme zowel in de media als in de politiek (LPF, PVV, SP). Zichtbare negatieve effecten van deregulering en liberalisering in de maatschappij (zelfverrijking in de zorg, het onderwijs en de woningbouwcorporaties), de economie en vooral de financiële markten (bonuscultuur).
Na ‘10

De financiële, economische en kredietcrisis kun je goed terugvinden in de maatschappij. Aan de ene kant merken de mensen met vaste contracten op lagere lonen of bevriezing van de lonen na nog niet zoveel van de crises. Aan de andere kant vallen er veel ontslagen, gaan er veel bedrijven failliet, kunnen veel mensen moeilijk of niet rondkomen en staan veel hypotheken onder water.

Veel topmanagers in hoge managementlagen (Amarantis, Vestia, SNS Bank, Rabo Bank) liggen onder vuur door het uitkeren van hoge bonussen en zelfverrijking (Maserati's dure huizen op eilanden etc.) terwijl veel andere burgers nauwelijks het hoofd boven water kunnen houden. Bovendien gaat er veel Europees geld naar Cyprus, Griekenland en de zuidelijke Europese landen om banken te redden die op omvallen staan. Veel geld is internationaal verbonden door uitstaande internationale leningen onder grote internationale banken.

Deze banken hebben weinig eigen vermogen en lenen veel geld tegen hoge rentes waardoor men niet in staat is om de schulden meer af te lossen. In Griekenland (2010) en Cyprus (2013) is de economische crisis het beste waarneembaar. De Grieken hebben een economie die grotendeels gebaseerd is op corruptie (vervalsing nationale cijfers, belastingontwijking, omkoping ambtenaren etc.), afhankelijk is van een enorm staatsapparaat en een vrij eenzijdige economie hebben gericht op toerisme. Cyprus heeft een enorme financiële sector waarbij veel geld binnenkomt vanuit dubieuze Russische beleggers. Beide landen moeten op aanwijzingen van de Europese Commissie, IMF en de Europese Centrale Bank (Dijsselbloem) de economie hervormen (Trojka). Als tegenprestatie ontvangen beide landen miljarden aan leningen om de economie te hervormen. In Griekenland breken grote rellen uit onder meer aangevoerd door de extreem rechtse neonazistische partij de Gouden Dageraad die zich fel keert tegen immigranten en etnische minderheden. In veel landen neemt de afkeer van Europa en de Europese Unie toe. Europa wordt als log, bureaucratisch, bemoeizuchtig en verspilling van geld gezien. De afstand tussen het Europese bestuur en de Europese burger neemt toe.

De Europese regelgeving wordt veelal als hinderlijk en betuttelend gezien, maar de Europese burger weet ook niet wat er nu precies in de Europese Unie gebeurd en hoe het bestuur werkt. Binnen de Europese Unie (Commissie) vindt ook een strijd plaats tussen de federalisten (1 groot Europa), con-federalisten (een samenwerkend Europees continent met het behoud van eigen staten met eigen regelgeving) en afscheidingsbewegingen (non-federalisten/anti-Europa bewegingen). De non-federalisten worden vooral gekenmerkt door de rechts-populistische nationalistische partijen waarbij het belang van het eigen land voorop staat (Front-National, FPO, Vlaams Belang, Lega Nord, Ukip, Deense Volkspartij etc.). Naast deze rechtse partijen bestaat er ook Euroscepsis aan de linkerflank. De Europese Unie wordt door deze linkse partijen gezien als een neoliberaal project waarin vooral de markt een belangrijke rol moet spelen. In het neoliberale paradigma moet de Europese Unie zich vooral bemoeien met een groeiende interne markt en zich minder bemoeien met de samenleving in verschillende staten. Dat betekent dat vooral ondernemers en kapitalisten een kans krijgen en dat kwetsbare burgers het nog moeilijker krijgen. De linkerflank vreest een nog grotere tweedeling in de samenleving die ook zichtbaar is in landen als de Verenigde Staten.

In 2013 schrijft Thomas Piketty ‘het kapitaal in 21ste eeuw’. Een economische verslaglegging over de ongelijkheid van inkomsten en vermogen op dit moment. Het boek beschrijft de toenemende economische ongelijkheid in de economie en de samenleving en wordt wereldwijd een bestseller. Het boek beschrijft hoe rijkdom geconcentreerd wordt bij het allerrijkste gedeelte van de bevolking als het rendement op vermogen groter is dan het tempo van de economische groei.

Dit is het kenmerk van kapitalisme waarbij het opstapelen van vermogen op termijn leidt tot instabiliteit van de economie (Marxistische tweedeling). Inkomen uit  arbeid levert structureel minder op dan inkomen uit vermogen, waardoor een bovenklasse en een onderklasse ontstaat.

Wereldwijd zie je protesten tegen deze sociale en economische ongelijkheid groeien. Vanaf 2011 protesteren de occupy bewegingen met bezettingen van tentenkampen op beurspleinen en protesten tegen het grote ‘ondemocratische’ snelle geld van machtige multinationals en de toenemende financiële ongelijkheid in de samenleving (Occupy Wall Street). In alle landen verdwijnen deze occupybewegingen na ongeveer een jaar ‘bezetting’ weer van de straten en pleinen. Wel gaan ze vaak online verder.

Buiten Europa komen er na 2010 verschillende onderliggende groepen in de Arabische landen in opstand. Deze opstand wordt de Arabische Lente genoemd. De Arabische Lente wordt gekenmerkt door bottom-up bewegingen die zich keren tegen corruptie, onderdrukking, oneerlijk verlopen verkiezingen, prijsstijgingen, werkloosheid en gebrek aan politieke vrijheid. In vier landen worden de staatshoofden ten val gebracht (Egypte, Tunesië, Libië en Jemen). In Tunesië en Marokko krijgt het volk meer inspraak in de besluitvorming. In veel andere landen breken flinke rellen op het Tahrirplein (Egypte) of zelfs burgeroorlogen uit (Syrië). Maar in de meeste Arabische landen veranderde er nog niet echt heel veel. De Arabische Lente begon in Tunesië met een zelfverbranding van een Tunesische protestant. Maar het kruit voor het hele Midden Oosten en de Arabische landen ontstond door het opheffen van het Libische wapenembargo aan Kadhafi.
In een van de wapendepots in Libië, september 2011. Foto: Moises Saman/Hollandse HoogteIn de periode 2004 - 2007 kon Libië het verouderde wapenarsenaal vernieuwen met bijvoorbeeld 1.1 miljard euro aan wapens uit Europa (straaljagers, Italië, Helikopters, Frankrijk, kleine wapen, België, Communicatiesystemen, Groot-Brittannië, clusterbommen, Spanje, zwaar en klein militair apparatuur, Rusland). In elke Libische stad lagen tientallen wapendepots gefinancierd met oliedollars en verkregen via Europese wapenleveranties. Na de val van Kadhafi zijn deze wapens massaal geplunderd door jihaditische en niet-jihadistische rebellen. Door het ontbreken van een centraal gezag zijn al deze wapens verspreidt in de regio. Zo konden de Toearegs vrij onverwachts het Malinese leger verschalken.
Bron: Moncef Kartas
Wapensmokkel werd makkelijker dan ooit. Libië werd de wapenleverancier voor allerlei rebellen of ze nu ideologische waren of niet. In Syrië trof men vooral wapens uit Libië aan. De burgeroorlog is dankzij de Libische wapendepots en smokkel zo omvangrijk geworden. Door de slechte controle op wapendepots en leveranties werd Libië de hofleverancier voor grote rebellen opstanden en proxy-oorlogen in bijvoorbeeld de Oekraïne (leveranties aan de Russische separatisten in de Oekraïne). Momenteel herhaalt de geschiedenis zich in Jemen. Groot-Brittannie en de VS zijn de grootste leveranciers van wapens aan Saoedi-Arabie (Arabische Alliantie). Maar steunden ook de Houthi-rebellen (kregen ook steun van de Emirati's en de Saoedische bevolking). Het Pentagon bericht een half miljard dollar kwijt te zijn aan wapens in Jemen. De kans is groot dat het materiaal terecht is gekomen bij de rebellen of Al-Qaida. Deze geschiedenis is niet alleen vergelijkbaar met Libië, maar ook Afghanistan.

Westerse landen die terrorisme vrezen zouden eerst eens moeten kijken hoe deze terreur gefinancierd wordt. Met welk geld en met welke wapenleveranties. Momenteel zien we uit het Midden Oosten en Noord-Afrika duizenden vluchtelingen oversteken naar Europa. Iedereen heeft het over hoe verschrikkelijk dat is, maar bijna niemand kijkt naar de financiële achtergronden. Rechts heeft het over het aanpakken van mensen smokkerlaars en meer repressie, links heeft het over ruimere opvang. Beiden zijn het geen oplossingen voor de oorzaak van het probleem. Iets met boter en het hoofd.
Het tijdperk Obama. Change or not? Yes we can(not)

In 2008 won de democraat Barack Obama de verkiezingen van de republikeinse kandidaat John McCain. Obama stelde de American recovery and Reinvestment act op in 2009 om de economie in Amerika te herstellen. Ook stelt de Amerikaanse regering een fonds in om riskante financiële producten op te kopen. Met overheidssteun helpt Obama de autoproducenten Chrysler en General Motors overeind. Met Obama care krijgt iedere Amerikaanse staatsburger een verplichte basisverzekering voor ziektekosten. Zieke Amerikanen mogen niet meer afgewezen worden door verzekeringsmaatschappijen. Obama krijgt felle kritiek op Obama care van de Pro-life-organisaties en religieus rechts die tegen bijna alle vormen van staatsinvloed zijn. Na de periode Bush jr. heeft de VS te kampen met een enorm overheidstekort en een enorme staatsschuld. In 2010 bedroeg het overheidstekort 10,6 % van het BBP en loopt de staatsschuld op tot 8,53 biljoen dollar (80% van het BBP). Tot 2009 steeg de werkloosheid naar 10,1%. In zijn eerste ambtstermijn daalde het overheidstekort en de werkloosheid. In zijn tweede termijn verliest hij de meerderheid in de Senaat (eerste kamer) en het congres waardoor Obama besluiten moeilijker als wet er door heen krijgt. Ook grijpt Obama minder openbaar in op het internationale toneel. Bij de Arabische Lente houdt Obama zich afzijdig. Obama kiest minder eenduidig voor Israël en stelt zich meer pragmatisch op dan zijn voorganger Bush. Obama irriteert zich openlijk aan Netanjahu, die op een republikeinse conferentie waarschuwt voor de Atoomonderhandelingen tussen Amerika en Iran. Obama trekt een groot deel van de Amerikaanse militairen terug uit Irak. Een definitieve oplossing voor Guantanamo Bay komt er niet. Geen enkel land wil potentiële onberechte en niet veroordeelde moslim gevangenen opnemen. Gedurende zijn hele periode wordt Obama vooral tegen gewerkt door de republikeinen die resoluut tegen elk voorstel van de president en de democraten stemmen. Hierdoor verkeert het land enige tijd in crisis. Met name als het gaat over de oplossing van de schuldencrisis. De Amerikaanse schuldenberg overschrijdt keer op keer het maximale plafond. Hierdoor krijgt Obama de mogelijke investeringen en hervormingen moeilijk rond. Ideologisch gezien zijn de republikeinen tegen overheidsinvesteringen en voor bezuinigingen. De Democraten willen dat lage en middeninkomens ook recht krijgen op basisvoorzieningen, onderwijs, werk; de republikeinen steunen vooral de rijken waardoor de armen via het trickle down effect profiteren. De kloof tussen rijk en arm wordt ook onder Obama nauwelijks kleiner. Veel mensen leven nog op voedselbonnen en er breken ook veel racistische rellen uit onder de eerste zwarte president.

Het land wordt verscheurd in vele opzichten verscheurd door twee rivaliserende politieke partijen die nauwelijks met elkaar kunnen samenwerken (wapenbezit, kloof rijk en arm, energie en milieu, investeren of bezuinigen, centraal gezag versus individuele vrijheid etc.).
Op 7 januari 2015 wordt het satirische weekblad Charlie Hebdo in Parijs aangevallen door twee gemaskerde mannen. Wereldwijde protesten onder het motto: je suis Charlie ondersteunen de vrijheid van meningsuiting. Ook keert de wereld zich massaal tegen het terrorisme. Als protest beeld Charlie Hebdo de profeet Mohammed af op de eerst volgende uitgave. Solidariteit voor de vrije meningsuiting kantelt al vlot naar strengere veiligheidseisen en polarisatie tussen links en rechts. Na de aanslag op Charlie Hebdo werd een joodse supermarkt in Parijs aangevallen (gijzeling supermarkt) en een aanslag in Kopenhagen gepleegd op de grote synagoge in de Deense hoofdstad.
Schaalvergroting en neo-liberalisering in de landbouwsector

De schaalvergroting, de neoliberalisering en de globalisering leidde in de jaren ’90, ’00 en ‘10 in de agrarische sector ook tot grote epidemische dierziekten (vooral virussen) door onder meer de toenemende concentratie en internationale handel van dieren.

In 1997 trof men in Hong Kong het H5-virus onder vogels aan. In 2003 werden in Nederland zowel varkens en vogels besmet door de vogelpest op gemengde bedrijven. Dit virus muteerde tot het H5N1 virus waardoor andere diersoorten ook werden besmet. In 2012 werden er in totaal 535 miljoen dieren geslacht. Dit betekent vele dieren die zeer geconcentreerd op elkaar leven in een relatief klein land. Naast vogelgriep kende bijna elke diersoort verschillende epidemische dierziekten: BSE (1994): gekkenkoeienziekte, varkenspest (1997), mond-en-klauwzeer (2001): virusziekte bij eenhoevigen, Q-koorts (2007): koorts onder geiten en besmettelijk voor mensen.

De toename van concentratie van veel dieren (megastallen) en transport (Nederland is de op een na grootste exporteur van landbouw en veeteelt op de wereld) levert een verhoogd risico op voor besmettelijke dierziekten. Bovendien bezorgt een grote veestapel Nederland een enorm mestprobleem. Bovendien worden dieren vooral gezien als economisch product dat op de prijs moet concurreren tegen lage lonen landen.
http://www.npo.nl/zembla/27-05-2015/VARA_101374317

De globalisering en liberalisering van de vleesindustrie wereldwijd leidt tot megastallen, kiloknallers, ondoorzichtige controles, vleesschandalen (paardenvleesaffaire, salmonella-kip, vleesfraudeurs, illegale slacht, E.coli uitbraak, antibiotica-resistentie). De toename van dierziekten vindt mede zijn oorzaak in de toename van antibiotica (snellere mutatiegraad), concentratie van veel dieren bij elkaar in bepaalde regio’s (veel varkens in Noord-Brabant, kippen in Barneveld etc.), meer wereldwijde transport van dieren, nieuwe exportgebieden en meer liberalisering.

De vleesproductie zorgt voor een enorme hoeveelheid uitstoot van methaan. Methaan is een broeikasgas dat 25 keer sterker is dan Koolstofdioxide. De uitstoot van een koe per jaar is vergelijkbaar met de uitstoot van een middenklasse auto in een jaar. Vooral de Amerikanen eten veel vlees per hoofd van de bevolking (120kg) t.o.v. de Europeanen (80kg).

Het probleem zit vooral in de opkomende ontwikkelingslanden die bij een hoger welvaartsniveau meer vlees gaan consumeren, waardoor meer soja en landbouwgrond nodig is voor voedsel voor veeteelt wat ten koste gaat van bossen die CO2 vasthouden. De consumptie en productie van vlees via soja, toename van landbouwgrond en afname van bossen en biodiversiteit heeft een enorm negatief effect op de mondiale voetprint  en is behoorlijk inefficiënt. Voor elke kilo vlees heb je minstens 4 kilo graan of soja nodig (afhankelijk van het vlees: rund, schaap, varken, kip). Aan de andere kant kan schaalvergroting ook voordelen bieden voor de verduurzaming van de productie van vlees. Zoals efficiënt gebruik van grondstoffen per kg vlees.
---------------------------------------------------------------------------------------------------
De toenemende neoliberalisering brengt aan de ene kant mondiaal meer welvaart. Mensen uit ontwikkelingslanden en semi perifere landen hebben meer toegang tot luxe producten (mobieltjes, internet, tv). Ook verbeteren industriële en agrarische industrieën hun technologie (schaalvergroting, efficiëntie) waardoor er meer consumptie mogelijk is. Wel is deze consumptie en welvaart ongelijkmatig verdeeld. De rijken worden rijker en de middenklasse en de armen worden armer, de verschillen nemen toe. De mensen met veel vermogen worden zonder grote tegenprestaties in de reële economie (beleggers van vermogen) veel rijker en de inkomsten van de werkende middenklasse, mensen met tijdelijke contracten  en werklozen nemen af (ook omdat de kosten van levensonderhoud en belastingen toenemen).

Vermogen loont (wordt nauwelijks belast), arbeid niet tot nauwelijks (Piketty). Dit komt mede doordat de externe kosten van consumptie niet direct mee genomen worden in de prijs. Wereldwijd worden deze externe kosten afgeschoven op de sociaaleconomische zwakkeren en de toekomstige generaties. Grote multinationals betalen niet voor de externe kosten omdat ze gericht zijn op winstmaximalisatie. Ze zijn gericht op minimalisatie van kosten en belastingen en leggen deze neer bij de maatschappij. Hierdoor ontstaan de voedselschandalen, menselijke opwarming van de aarde (broeikasgassen), grote mondiale conflicten door het neokolonialisme (olie oorlogen), grote schandalen in de bankenwereld (liborrente, subprimes, bonuscultuur), zelfverrijking (Amarantis, Vestia).

Daarnaast neemt de arbeidsproductiviteit per persoon wel toe. Maar dit komt ook doordat veel arbeid vervangen wordt door de automatisering, digitalisering en efficiënte productieprocessen (o.m. door schaalvergroting). Arbeid wordt weggeconcurreerd door goedkopere machines. Dit leidt weer tot een grotere kloof tussen arm (werknemers in een lastige positie) en rijk (kapitaalkrachtige ondernemers). Dit proces zet de arbeidsmarkt en de maatschappij onder druk. De laatste 30 jaar heeft het beleid van Thatcher/Reagan gefaald (trickle down economics). De tweedeling in de maatschappij is juist toegenomen, zowel mondiaal, nationaal, regionaal en lokaal.

Burgers en werknemers zijn deze schandalen meer dan zat, maar kunnen zich maar deels verzetten tegen deze neoliberale misstanden (occupy beweging, Arabische Lente). Burgers zijn ook niet goed op de hoogte van wat er precies speelt. Aan de ene kant hebben burgers het te druk met hun individuele leven of gezin en het hectische bestaan. Om rond te komen moet je tegenwoordig meestal twee inkomens hebben om een gezin te onderhouden.  Het aantal burn outs en depressies neemt per jaar toe per werknemer.  Aan de andere kant is de wereld steeds complexer geworden en leven we in een onoverzichtelijke postmodernistische maatschappij waar DE waarheid niet bestaat. Iedereen heeft zijn eigen waarheid.

Bovendien is onze maatschappij steeds meer aan het polariseren tussen links en rechts, tussen kosmopolieten en nationalisten, tussen klimaat alarmisten en klimaat (menselijke opwarming) ontkenners, tussen hedonisten en anti-hedonisten, tussen rijk en arm, hoog opgeleid en laag opgeleid etc. De beleidsmedewerker ziet vaak de schoonmaker van hetzelfde kantoor niet meer. Mensen leven via bepaalde groepen steeds meer langs elkaar heen. Naast een ontwrichtende maatschappij legt de neoliberalisering een grote druk op de eindige uitputtende natuurlijke bronnen en zorgt de hyperconsumptie en massaproductie voor vervuiling, uitstoot van broeikasgassen en aantasting van het milieu en verandering van het klimaat.

De media, het onderwijs, onderzoek, je ouders, werkgevers en je sociale omgeving speelt een belangrijke rol in hoe een individu of groep acteert, het leven ervaart of tot een bepaalde opvatting komt. De sociale omgeving is door de globalisering, snelle sociale media (twitter, nieuwe media, email, facebook, google, wikipedia, online nieuws) drastisch veranderd.

Het leven van vooral jongeren is veel sneller en meer hectisch geworden. Sociale contacten, uitstraling, extrovert gedrag wordt steeds belangrijker. Je moet jezelf goed kunnen verkopen en presenteren. Mensen worden steeds meer een verkoopbaar product en onderlinge concurrentie neemt toe (X-factor, Idols en de honderden talentenshows daarna). We leven in een prestatiecultuur. De afgelopen jaren zijn de talentenjachtprogramma's niet van de buis weg te slaan. Het gaat om het talent van het individu. Introvert gedrag wordt bijna als ziekte gezien, extrovert gedrag wordt buitengewoon hoog gewaardeerd in een consumptiemaatschappij. Het presenteren van je talent gaat daarnaast gepaard met status. Mannen concurreren op basis van status en talent, vrouwen concurreren onderling met elkaar op uiterlijk. Bij jonge mannen ligt de nadruk op concurrentie, status en jezelf bewijzen na en vooral tijdens de pubertijd. Vrouwen zijn vooral bezig met uiterlijk, shoppen en verzorging. Commercieel darwinistische factoren spelen in op deze biologische factoren. Er zijn buitengewoon veel mode en beauty blogs en artikelen voor vrouwen. Op bijna alle A-locaties van grote steden puilt het uit van de mode, beauty en verzorgingswinkels. Specifieke tv-zenders zijn speciaal gericht op of mannen (RTL7) of vrouwen (NET5, TLC). Individualisme, maar tegelijkertijd groepsdruk (mode) speelt een belangrijke rol binnen het neoliberalisme. Vooral jonge vrouwen zijn extreem gevoelig voor groepsdruk. Als je niet voldoet aan een bepaald modeverschijnsel lig je buiten de groep en kun je een vriendje wel helemaal vergeten. Je voldoet dan niet meer aan het enige biologische doel: de mogelijkheid jezelf te kunnen voortplanten via je genen. Vrouwen voelen deze druk meer en eerder door de biologische klok. Je hebt minder tijd om je voort te planten dus je moet sneller geslachtsrijp en beschikbaar zijn voor de relatiemarkt. Vrouwen vallen daarom ook meestal op oudere mannen en niet op jongere mannen. Die zijn nog niet in staat om vermogen en status op te bouwen, daarnaast zijn vrouwen ook eerder fysiek en mentaal volwassen. Typische vrouwelijke onderwerpen, maar ook mannen onderwerpen zijn niets anders dan vormen van biologische evolutie. Hoe je in een bepaalde groep of per individu jezelf zo aantrekkel
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Hoe nu verder? op naar een resource-based-circulaire economie en samenleving

Graduele omvorming (transitie) van de economie of radicale verandering (revolutie)
Het verloop van de geschiedenis  laat zien dat de harmonie tussen economie en samenleving weggevallen is. Het lijkt erop dat de samenleving meer in dienst staat voor de economie dan dat economie een hulpmiddel is voor een tevreden en duurzame samenleving. Een duurzame samenleving waar onze volgende generaties ook nog beschikken over een gelijke verdeling van voldoende grondstoffen, water, voedsel en energie. Een tijdperk dat banken weer gaan werken voor een duurzame samenleving en niet waarin een samenleving werkt voor de bank. Een systeem waarin onhoudbare schulden van de baan zijn en geldcreatie alleen mogelijk is als er ook daadwerkelijk een reële waarde tegenover staat die waarde toevoegt aan de samenleving. Vanaf de jaren '80, maar vooral de jaren '90 zijn banken zich steeds meer bezig gaan houden met bonussen, vastgoedbeheer en ondoorzichtige financiële producten die meer ten goede komen aan de banken zelf en het personeel dan aan de maatschappij. Zolang iedereen gelooft in een systeem van huizenbubbels, internetbubbels en een alleen maar groeiende economie (nieuwe economie) werkt het even. Maar ook deze bubbels worden uiteindelijk doorgeprikt. Daarnaast holt de reële economie achter de financiële economie aan. Geldcreatie zou niet de drijvende kracht van onze economie moeten zijn. Het zou niet zo moeten zijn dat we eerst geld in de economie pompen en daarna gaan kijken hoe we dat gaan terugverdienen. Banken zouden dienstverlenend aan de samenleving moeten zijn. Geld is een schuld(bekentenis) dat in balans moet zijn met een reële tegenwaarde als kapitaal, arbeid en natuur en eventueel ondernemerschap. Maar je moet hierin terughoudend zijn anders leg je de claim op kapitaal (ongelijke verdeling vermogens), arbeid (slavernij, ongelijke verdeling inkomens) en natuur (exploitatie, erosie, uitputting) en ondernemerschap (te hoge risico's) te hoog. Een bank zou dus bij uitstek moeten kijken naar de mate waarin geld en dus een schuld invloed heeft op de duurzaamheid van de samenleving. Moet een bank  wel willen investeren in olie, oorlogsindustrie, kinderarbeid, of een zeer risicovolle ondernemer met weinig oog voor wetgeving en regelgeving. Moet een bank alleen kijken naar risico/rendementsverhoudingen of naar echte reële tegenprestaties die goed zijn voor de samenleving in zijn geheel?
De reële economie en de financiële economie kennen twee wetmatigheden: De reële economie is een eindige economie met eindige grondstoffen, hoe meer je produceert hoe sneller de grondstoffen opraken en hoe harder of hoe meer mensen arbeid moeten leveren. Een toenemende reële economie verbruikt dus grondstoffen en arbeid en na consumptie zijn de grondstoffen op. Grondstoffen zijn eindig en arbeid wordt steeds meer vervangen door robots en ander machines. De reële economie kent dus een aflopend verloop. Meer economie betekent minder basisgrondstoffen. De financiële economie is gebaseerd op exponentiële oneindige groei. Rente op rente + schuld. Banken doen niks anders dan zoveel mogelijk schulden uitzetten. Als het kan laten ze deze schulden nog sterker stijgen via geldcreatie. Het creëren van geld (fiatvaluta) uit lucht. De financiële economie kent dus een zeer sterke exponentiële groei gebaseerd op grote vreemde vermogens (zeer lage fractional reserve requirements). Banken zijn ook altijd bang dat deze requirements verhoogd worden. Het zou ten koste gaan van de reële economie. Maar eigenlijk gaat het ten koste van het eigen verdienmodel van banken: geld verdienen door geld uit te lenen en rente innen. Banken gebruiken de reële economie als reserve/buffer voor de financiële economie. Tegenover de exponentieel toenemende schulden moet een reële productie staan. Op deze wijze jaagt de financiële sector de reële economie op. Schulden en rentes dienen terugbetaald worden met winsten uit de reële economie. De productie in de reële economie moet dus zo hoog mogelijk zijn om de oplopende schulden terug te betalen. Grote schulden van bedrijven en banken kunnen alleen tenietgedaan worden door een verhoging van de productie in de reële economie.

De reële economie ≠ financiële economie: de reële economie is eindig en de financiële economie is exponentieel oneindig. Rest ons niets anders dan een circulaire reële economie = circulaire financiële economie. Voor elke financiële waarde staat een reële waarde. Schuld = waarde.

Op dit moment zijn de verhoudingen tussen solvabiliteit en eigen vermogen van banken al zoek. Banken houden een reserve aan die gemiddeld tussen de 3 en 5 procent ligt. Dat betekent dat banken 20 tot 33 keer hun aangetrokken financiële middelen kunnen uitlenen. Hoe meer je kunt uitlenen hoe meer winst je kunt maken als bank (verschillen in rentemarges in bijvoorbeeld hypotheekrente en spaarrente). Voor elke verstrekte lening staat ook nog een bonus. Want dat levert de bank winst op. De crisis van 2008 ontstond doordat er helemaal geen tegenwaarde tegenover een lening stond. Met in de VS de meest extreme vormen van deregulering, waarbij mensen ongelimiteerd krediet (creditcards) konden opnemen, hypotheekverstrekkers niet keken naar de kredietwaardigheid van klanten en in welke mate ze over een langere periode in staat zijn schulden af te lossen: de subprimes oftewel de rommelhypotheken. Daarnaast kunnen we afvragen wat geldcreatie ons nu eigenlijk gebracht heeft? Wat staat er nu tegenover geldcreatie. De natuur, biodiversiteit, grondstoffen en hulpbronnen nemen af, ondernemerschap in risicovolle tijden neemt af bij kleine ondernemers, arbeid is steeds ongelijker verdeeld in vaste contracten, flexibele contracten en vrijwilligerswerk,  het aantal kapitaalgoederen door automatisering en robotisering is toegenomen. We vervangen dus arbeid en natuur voor kapitaalgoederen en kleine ondernemers worden vervangen door multinationals omdat multinationals eerder toegang hebben tot grote leningen en de kosten van nieuwe technologie (automatisering, digitalisering en robotisering) beter kunnen spreiden.
Aan de ene kant is een deel van onze samenleving er enorm op vooruit gegaan door innovatie en technologie. We consumeren en produceren steeds meer producten en diensten tegen een steeds lagere kostprijs.   ''Een 'gezonde' samenleving is een samenleving met economische groei. ''.  Een gemiddeld huishouden heeft nu op zijn minst een eigen woning, auto, vaatwasser, televisie, computer, mobieltje en gaat een paar keer per jaar op reis.  Nieuwe technologie is niet alleen voor veel meer mensen toegankelijk geworden, nieuwe technologie maakt het ook mogelijk dat nieuwe consumptie voor een grotere groep mensen tegen relatief lage kosten bereikbaar wordt. Tot zover lijkt er niks mis te zijn met een groeiende economie op basis van technologie en innovatie. Het is  belangrijk om ook de andere kant van de medaille te belichten. Gaat de hele maatschappij er nu echt wel op vooruit (Trickle down effects) of profiteert maar een klein gedeelte van 'onze' samenleving van innovatie en technologische vooruitgang (klassenmaatschappij)?
In welke mate worden banen bedreigd door robots, digitalisering en automatisering. Wat moeten we straks doen als de meeste banen verdrongen zijn door robots? Houden we tijd over voor dingen die we echt interessant vinden? Kunnen we saai werk de wereld uit helpen? En worden we allemaal meer welvarender en gelukkiger. Profiteren de werkgevers, multinationals, programmeurs en technici vooral van robotisering of profiteren ook de werkzoekenden, werknemers en kleine ondernemers die concurreren met robots, digitalisering en automatisering?
Een economie waarbij schaarste niet meer het centrale uitgangspunt is en waarbij arbeid volledig vervangen is door kapitaal vraagt om een andere verdeling van inkomen. Om te voorkomen dat al het inkomen en welvaart vlucht naar de bezitters van de kapitaalbezitters (robotica) of beheerders van elektronica is een (fiscaal of monetair) basisinkomen voor iedereen nodig.
https://www.youtube.com/watch?v=aIL_Y9g7Tg0
Een fiscaal basisinkomen is theoretisch mogelijk als je het minimuminkomen verlaagt, alle toeslagen en aftrekposten weg streept en vanuit die uitgaven en lagere kosten arbeid een basisinkomen financiert. Werken loont dan ook echt en iedereen heeft een bestaansminimum. Vanuit een monetair basisinkomen voorzien banken mensen van een bestaansinkomen op basis van geldcreatie. Geldcreatie wordt dan direct ingezet in de reële economie (consumptie bestaansmiddelen).
http://www.ftm.nl/column/basisinkomen-het-alternatief-voor-de-rondpompmachine/
https://www.youtube.com/watch?v=ggN8wCWSIx4
Met een toenemende groei en welvaart zou je verwachten dat we nu op paradijs aarde leefden. Stelt u zich maar de vraag of we dat nu wereldwijd doen. Leven we in een wereld waar er geen sociale, politieke conflicten meer zijn, waar geweld en criminaliteit niet nodig is, waar genoeg voedsel, water, grondstoffen en energie is voor iedereen?
Nee, momenteel leven we in een wereld waar schulden toenemen en mensen een groot deel van hun leven bezig zijn om deze schulden af te betalen (hypotheken, consumptief krediet, studielening of bankkredieten). Veel mensen zitten vast in hun baan. Niet omdat ze die baan nu heel leuk vinden, maar omdat er 'brood' op de plank moet komen. Zou u hetzelfde werk ook doen als u er geen geld voor kreeg? Andere mensen hebben niet of nauwelijks een baan meer omdat arbeid steeds goedkoper is geworden of weggeconcurreerd wordt door lage lonen landen, robots, stagiaires, participatiebanen of vrijwilligers. Hoewel de criminaliteit in Nederland minder wordt (mede door de vergrijzing) zijn de wereldwijde politieke conflicten bijlange na niet opgelost. Waar we na de val van het communisme en de Berlijnse muur nog dachten dat de westerse samenleving overal voor vrede, veiligheid en welvaart zou zorgen (End of History, Fukuyama), zien we juist toenemende complexe brandhaarden. Waar we voorheen vooral bang waren voor het communisme, wordt de onveiligheid nu vooral gevoeld door het opkomende moslimterrorisme. Na de jaren '80 zien we juist toenemende verschillen in vooral inkomens en vermogen, maar na de jaren '90 ook grote botsende verschillen in opvattingen en ideologieën (clash of civilizations, Huntington).
Met de komst van nieuwe media en ICT wordt deze angst nog extra gevoed. Het nieuws bestaat vooral uit een opstapeling van negatieve berichtgeving. Dat versterkt de beleefde individuele en collectieve angst in de maatschappij. Deze angst voor o.a. moslimterrorisme verbloemt grotendeels de echte problematiek: hebben we straks nog voldoende grondstoffen, voldoende drinkbaar zoet water, energie, schone lucht en voedsel voor onze opkomende generaties? Zijn we niet bang voor de verkeerde problemen geworden? De westerse wereld ziet deze problemen minder snel omdat we hier ook een enorm hoge welvaart kennen en de negatieve effecten daarvan afschuiven naar de niet westerse landen en de toekomstige generaties. Zijn wij in staat om dezelfde westerse welvaart te garanderen voor onze kinderen, kleinkinderen en bewoners in Afrika, Azië en Zuid-Amerika? Lukt dat met het huidige systeem en wat is het effect van een toenemende mondiale voetafdruk op onze bestaansmiddelen en is moslimterrorisme niet een effect van de clash of civilizations, uitputting van bronnen en religie een middel om deze onvrede uit te drukken?
Gaan onze kleinkinderen bijvoorbeeld het piekolie moment meemaken. Een periode waarin de maximale oliereserves definitief bereikt zijn en we alleen nog maar beschikken over perioden van dalende oliereserves en stijgende olieprijzen Of hebben we in de jaren '70 al het piekolie meegemaakt (moment van maximale productie van olie in de makkelijk winbare bronnen). Zijn regio's dan zelf in staat om zich te voorzien van energie en basisgrondstoffen voor een blijvende toenemende vraag aan producten. Kun je olie voor energie voldoende vervangen door meer duurzame onuitputtelijke bronnen en kun je petrochemische grondstoffen vervangen door biobased-biochemische producten? Waar kunnen we producten nog hergebruiken, zodat we ze niet extra hoeven te winnen/delven. Wat is het effect op verschillende brandhaarden als regio's zelfvoorzienend zijn en niet hoeven te concurreren om voedsel, energie, grondstoffen en schoon drinkwater. Worden de negatieve effecten dan niet meer gelegd op de sociaal economische zwakke groepen en toekomstige generaties. Leven groepen met verschillende opvattingen dan meer in harmonie met elkaar? Of zullen ze elkaar nog steeds bestrijden?
Kunnen we ongelimiteerd bossen kappen en verbranden om soja te produceren voor de vleesindustrie of palmolie voor allerlei andere producten. Of kunnen we een meer circulaire systeem bouwen waarin landbouwareaal gebruikt wordt voor een meer efficiënte voedselvoorziening. Een proces waar grote hoeveelheden oerbos (in bijvoorbeeld Brazilië) niet omgezet wordt in eiwitten en vet (vlees) via soja, mais of graan (koolhydraten en suiker). Maar waarin het gebruikte landbouwareaal nu al voldoende is voor de te voeden monden wereldwijd. Dat vergt een radicale andere visie over de voedselindustrie. Een industrie waarbij we niet al het voedsel halen uit lage lonen landen met weinig beschermende wetgeving. Maar ook een verandering van leefstijl en eetgewoonten. Minder snel doorgefokt vlees met veel antibiotica en hormonen en meer rechtstreekse landbouwproducten (graan, soja, groente en fruit). Maar ook een voedselindustrie die enigszins regionaal zelfvoorzienend is. Op dit moment zijn veel landen afhankelijk van de mondiale voedselprijs. Bij mislukte oogsten stijgen de prijzen, waardoor armere landen niet voldoende middelen hebben om voedsel te kopen. Terwijl daar vaak door grote multinationals wel goedkoop voedsel grootschalig verbouwd wordt. Dat voedsel is alleen niet bestemd voor de regionale voedselmarkt, maar wordt verkocht op de mondiale voedselmarkt.
https://www.youtube.com/watch?v=KphWsnhZ4Ag
Momenteel doen we al aan Urban Mining. Stedelijke mijnbouw die plaatsvindt uit afval en recycling van waardevolle grondstoffen uit vooral elektronica (E-Waste). Umicore bedrijft momenteel al Urban Mining in Antwerpen.
http://www.npo.nl/vpro-tegenlicht/29-03-2015/VPWON_1232879
Voorheen maar nu nog steeds hebben we jarenlang ons afval gedumpt in ontwikkelingslanden waar kinderen op giftige afvalbergen de waardevolle grondstoffen uit de elektronica halen. Het gaat dan om zware metalen en giftige dampen die terecht komen in longen, voedsel en water en de volksgezondheid ernstige schaden berokkenen. Er zijn nu ook organisaties die een schone en duurzame kringloop stimuleren zoals closing the loop. De elektronica in ontwikkelingslanden wordt opgekocht en de recycling van waardevolle grondstoffen wordt dan in Antwerpen gedaan en niet door kinderen uit ontwikkelingslanden. Met de stijgende grondstofprijzen van grondstoffen door toenemende schaarste en uitputting zal Urban Mining financieel steeds aantrekkelijker worden. Bovendien voorkom je er wereldwijde verontreiniging mee (verbranding van plastics en andere giftige materialen). Grondstoffen krijgen nu een tweede leven. In Afrika worden nu nog steeds 1 miljard telefoons gedumpt vanwege de slechte kwaliteit van telefoons en de hoge omloopsnelheid van fabricage, koop en dumping. Het recycleren van grondstoffen wordt nu ook steeds meer inzet van geopolitieke factoren. China heeft bijvoorbeeld al een importverbod ingesteld op grondstoffen. Daarnaast kun je door Urban Mining afvalbergen voorkomen en opruimen. Het levert energie (methaan) en grondstoffen op in plaats van dat het geld kost. Recycling en urban mining lijkt de oplossing te zijn voor onze consumptiemaatschappij (komst computers, plastics, mobieltjes etc.) vanaf de jaren '70 en '80. Het is het principe van landfill mining. Afval uit stortplaatsen wordt nu bijvoorbeeld omgezet in groene energie (synthese gas, biomethaan, biowaterstof), warmte en hoogwaardige bouwmateriaal (slugs). Gasplasma-installaties kunnen zelfs lokaal ingezet worden, zodat het ook een wereldwijde toepassing heeft op elke plek.


Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Complottheorien of eenzijdige westerse berichtgeving, wel ke kaant van de (C)lash kiezen we?

Samenzweringstheorieën of eenzijdige westerse berichtgeving: vanuit welk perspectief bekijken wij (het westen) belangrijke historische gebeurtenissen?
"History is written by the victors." Winston S. Churchill, 1930 (overigens niet alleen een quote van Churchill, maar ook van Goring, Napoleon Bonaparte en waarschijnlijk nog vele andere historische figuren).


Op dit moment leven wij in een tijdperk waarin de westerse samenleving dominant is en de media financieel bepaald wordt door enkele grote spelers (Reuters, Murdoch, Thomson) onder invloed van enkele zeer vermogende aandeelhouders zoals de Rothschild en Mohm (Bertelmann) familie. Nu bepalen deze vermogende families niet direct het nieuws bij u thuis en hebben de verschillende persgroepen wel een bepaalde journalistieke vrijheid of een zekere onafhankelijkheid. Wel wordt deze journalistieke vrijheid beperkt door wat in de mainstream gangbaar is. Kritische alternatieve media wordt nauwelijks gefinancierd. Besluitvorming van de financiële elite vindt plaats in besloten kringen. De massamedia publiceren daar niet tot nauwelijks over of geven een zeer eenzijdig beeld van de werkelijkheid. Tunnelvisie of angst voor het verliezen van je baan spelen daarbij een grote rol, als mainstream journalist dien je in de pas te lopen met de eindredactie. Een journalist pleegt zelfcensuur als hij buiten de gebaande paden van de eindredactie wil schrijven. Je zult dan ook niet snel kritische stukken over onszelf lezen in de mainstream media. De massamedia zal ook niet snel iets buiten hun eigen ideologie schrijven: het westen als goede herder en beschermheer van de wereld tegen Rusland met corrupte oorlogszuchtige handlangers.
De koude oorlog tussen Putin en het Westen is daar een goed voorbeeld van. Het westen wijst snel naar de Russische propaganda machine (Russian Today), maar het westen maakt zelf ook gebruik van propaganda. Alleen willen we dat zelf niet meer zien. Onze westerse propaganda machine is ook iets geraffineerder dan de Russische propaganda machine.
https://www.youtube.com/watch?v=OZiiqiw4COI

Het Nederlandse ANP haalt/koopt het nieuws rechtstreeks van Reuters (een van de grootste persbureaus van de wereld opgericht door een joods Duitse migrant in Londen). Het ANP levert (met uitzondering van de Groene Amsterdam en De Correspondent) aan alle grote Nederlandse persbureaus/media het internationale nieuws.

Vanaf 2004 is het ANP geen stichting meer, maar een naamloze vennootschap (NPM Capital, onderdeel van de SHV Holding: Steenkool en handelsvereniging; eigenaar Fentener van Vlissingen, Annemiek Fentener van Vlissingen is vice-voorzitter raad commissarissen DNB). In 2010 kwam het ANP volledig in handen van V-Ventures, de investeringstak van de Vereniging Veronica.

De RTL-group is in handen van de Duitse mediacorporatie Bertelsmann, privé bezit van de familie Mohm en tevens eigenaar van Random House, de grootste uitgever in de Verenigde Staten en Sony en is de grootste mediagigant in Europa en  maakt uit van de twee grootste mediabedrijven in de wereld. Zowel ANP en Bertelsmann publiceerden in de Tweede Wereldoorlog voor de Nazi's. Ze maken zich afhankelijk van het actuele machtssysteem. Ook hier blijkt dat politiek, media en de corporate sector nauwe banden met elkaar hebben. Net 5, SBS6 en Veronica vielen tot 2011 onder de Prosiebensat.1 Media.AG, na de RTL-group de tweede mediagigant in Europa. Prosieben is grotendeels in handen van Permira/KKR (private equity corporaties). Momenteel is SBS6 (Scandinavian Broadcast System 6) in handen van Sanoma (Fins mediabedrijf).

De eigenaren van deze mediagroepen zijn veelvuldige bezoekers van de Bilderberg conferenties, zitten in de Council of Foreign Relations, zijn lid van Jerusalem Foundation Germany of hebben commissariaten in de Rockefeller Universteit en het Mount Sinai hospital. De Nederlandse 'kwaliteits-' kranten (Volkskrant, Parool, AD, Trouw, NRC) zijn in handen van 1 schatrijke Belgische familie en worden nu gerund door Christian van Thillo (de Berlusconi van de lage lanen).

De familie heeft een discutabel koloniaal verleden in de rubberhandel in Congo. Thillo heeft de kranten van verschillende signatuur geharmoniseerd en werknemers met een te specifieke kleur ontslagen. De kranten vertolken nu vaak een middentoon. Alhoewel de opinie stukken in de kranten nog wel een duidelijke eigen inbreng van verschillende meningen laat zien. Ook speelt de Telegraaf Media Groep een belangrijke rol (Telegraaf als grootste krant van Nederland) in de algemene publieke opinie in Nederland.

De TMG is voor meer dan 30% in handen van de Van Puijenbroek familie, dat ook nog een derde aan belangen heeft in ANP. Deze familie ondersteunt vooral het rechts-autoritaire corporate gedachtegoed. Ook de Telegraaf had banden met de nazi's in de Tweede Wereldoorlog en kreeg voor een vrij lange periode een verschijningsverbod. De Telegraaf is met name bedreven in het zoeken van zondebokken en het negeren van echte problemen, maar staat ook bekend om het afdrukken van chocoladeletters en one-liners. De Telegraaf is voor de VVD heel lang de campagnekrant geweest.

Het opkopen en privatiseren van mediabedrijven door internationale corporaties is onder druk van de Wereldbank en het IMF begonnen en gaat nog steeds door. De vijf grootste mediabedrijven zijn: Bertelsmann (Sony), Warner, Disney, Viacom en Rupert Murdoch's News corporation. Een mondiaal mediaal wereldsysteem gedomineerd door een aantal ultra machtige kleine families die pleiten voor zoveel mogelijk commercie en vrije handel. De economische depressie heeft dit proces versnelt. Waarbij commerciële belangen nog meer de bovenhand voeren. Zelfs bij vermeende journalistieke programma's als buitenhof zijn kijkcijfers belangrijker dan journalistieke objectiviteit.
https://www.youtube.com/watch?v=21Ke9F62cvc
De westerse media wijzen snel naar het belang van westerse waarden (vrijheid van meningsuiting en vrijhandel), maar kijken weg van westerse daden (kapitalisme, olie-inkomsten, bankensysteem, neo-kolonialisme). Er is weinig aandacht voor zelfreflectie. Dat zie je overigens niet alleen in de media. Ons juridisch systeem is ook gebaseerd op een bepaalde autoriteit. Wij geloofden voor het tijdperk van de geconstateerde gerechtelijke dwalingen ook nog heilig in ons rechtssysteem. Na de gerechtelijke dwalingen zijn wij als maatschappij daar toch sceptischer over (Cees. B. Lucie de B., Putterse Moordzaak etc.). Wij zijn bepaalde autoriteiten minder gaan geloven op de blauwe ogen. Toch nemen we vaak nog klakkeloos over van wat de media schrijven over belangrijke gebeurtenissen. Waarom  zijn we nu wel kritischer geworden op ons juridisch systeem en de politiek, maar niet op de mainstream media?

http://www.novini.nl/omgekochte-journalisten/
De legitimiteit van het nieuws wordt gedefinieerd door het gezag van de autoriteiten: het blindelings vertrouwen op de officiële nieuwsbronnen door het publiek. Door de toenemende midden toon van het officiële nieuws en de media ontbreekt het aan alternatieve denkbeelden die misschien minder politiek correct zijn. De politieke correctheid is na de jaren 90 in de politiek en in het strafrecht afgenomen. We durven nu zaken te benoemen over migratie, moslims en ons rechtssysteem (al schieten we dan ook meteen weer heel erg door). Alleen zie je dat in de media nog nauwelijks terug. Misschien is de vierde macht (de media) nog wel krachtiger dan de politiek en het strafrecht. Voorheen werd je in het strafrecht en in de politiek ook weggezet als complottheorist als je andere alternatieve theorieën opperde. Nu we weten dat de politiek en het strafrecht vaak via tunnelvisie tot conclusies kwam en binnen het strafrecht (OM) verdachten en getuigen dwong tot valse verklaringen, zie je dat minder. Alleen in de media word je nog wel direct weggezet als gekkie als je met alternatieve theorieën komt. Wat dat betreft zijn de mainstream media nog erg machtig en bepalen de MSM grotendeels de opinie van een land. Er zijn wel media die zich los hebben gemaakt van de mainstream media.

De correspondent (Rob Wijnberg) is hier bijvoorbeeld een uitzondering op. De correspondent heeft zich juist los gemaakt van de bestaande corporate media groep (NRC next) en streeft naar een meer onafhankelijke objectieve nieuwsvoorziening en duiding (eerst in samenwerking met de Groene Amsterdam, later zelfstandig). De Correspondent wordt dan ook gefinancierd door donateurs en leden en niet door grote multinationals, adverteerders of equity groups.

Welke rol spelen de hedendaagse media. Gaan we op naar een corporatocratie waar de macht, berichtgeving en de invloed in handen is van een paar ultra machtige families en de media in een razend tempo wisselen van eigenaar (Talpa, Sanoma) of wensen we een medialandschap op basis van een vrije pers en alternatieve ideeën? Is de corporatocratie een uitholling van de democratie en een rem op nieuwe ideeën en denkbeelden en een pleidooi voor commercie, onverschilligheid en selectieve berichtgeving vanuit een westerse subjectieve bril?
http://www.anarchiel.com/display/wie_bepalen_het_nieuws_in_nederland

Het is de vraag of de westerse samenleving daadwerkelijk dominant is of dat de beleving van de westerse samenleving als dominant wordt ervaren. De (snelle) media spelen hierin een belangrijke rol. De westerse wereld bekijkt de wereld vanuit een westerse bril die beïnvloed wordt door de westerse media. Maar is de westerse wereld dan nog wel in staat om met een helikopter view de gehele wereld te zien zonder deze westerse blik. Zijn belangrijke gebeurtenissen nog wel objectief te observeren en te duiden vanuit een ander perspectief, vanuit een niet joods-christelijke neoliberaal perspectief bijvoorbeeld. Kunnen wij de media en de overheid nog wel op haar objectiviteit vertrouwen?
https://www.youtube.com/watch?v=yMiVg9rAEGs
https://www.youtube.com/watch?v=wSbk2cI3ONc
In maart 2015 was Arjen Lubach met het TTIPalarm (verdrag tussen Amerika en de EU voor minder regelgeving, minder macht burgers en meer macht multinationals) 3 dagen lang nr 1 trending topic geweest op twitter. De TTIP (Transatlantic Trade and Investment Partnership) is het belangrijkste verdrag in de afgelopen 50 jaar en wordt gesloten tussen de twee grootste  economische wereldmachten (EU en VS). Sterker nog Europese democratische wetten en regels kunnen overruled worden door Amerikaanse wetgeving via de ISDS (Investor State Dispute Settlement). Dat zijn drie advocaten achter gesloten deuren (advocaat van het bedrijf, advocaat van het land dat zijn regels wil houden en een gekozen advocaat). De  media en de rechtse politiek inclusief de PvdA is bereid onze democratische rechtstaat aan de Amerikaanse multinationals te verkopen met het dogma: meer economische groei is meer werkgelegenheid, dus goed voor iedereen. Momenteel zie je na stevige kritiek wel dat de PvdA meer kritisch is geworden het TTIP verdrag. Was dat ook gebeurd als Lubach het onderwerp niet had behandeld?
https://www.youtube.com/watch?v=hLP0CzpP1XQ
Onlangs sprak ikzelf met Diederik Samsom over zijn bezoeken aan de Bilderberg conferenties. Volgens Samsom gebeuren er geen geheimzinnige dingen en is er geen sprake van rare complotvorming. Toch wordt de pers niet uitgenodigd, blijft het een besloten feestje van belangrijke invloedrijke personen, waarin vooral joods christelijke deelnemers de wereldagenda bespreken en een bepaald doel nastreven waarin volledige vrijhandel van multinationals en de financiële sector wordt bepleit. Deze activiteiten voldoen precies aan de definitie van een complot. Met name een complot dat pleit voor de New World Order en het behoud van elitaire machtsposities. De westerse media houden zich hier afzijdig van. Iedereen die maar een beetje denkt aan een complot (een besloten groep mensen die in het geheim een bepaald doel nastreven) wordt weggezet met alu hoedjes of weggezet als gekkie. Iedereen die maar een een beetje kritisch is wordt zo uitgeschakeld. Aan de andere kant zijn er ook complottheoristen die nooit het officiële geloven en direct zoeken naar alternatieve verklaringen. Het belang van kritisch en sceptisch nadenken gaat dus van twee kanten uit. Sceptisch zijn over complottheoristen en complottheorieën en sceptisch zijn over de officiële berichtgeving en de massamedia. Het is soms lastig om daar tussen in een genuanceerd debat te voeren over feiten en waarschijnlijke theorieën, omdat het debat snel op vooroordelen tot polarisatie leidt. Je bent bij voorbaat of voor of tegen een complottheorie. Dat is niet goed voor de objectiviteit en betrouwbaarheid van de media. Maar het vertroebeld ook feiten, theorieen en oprechte nieuwsoverdracht van media producenten naar de nieuwsconsument.
http://topdocumentaryfilms.com/conspiracy-theory/

Hoe objectief zijn de westerse media eigenlijk. Zijn deze media nog wel betrouwbaar of passen we een bepaalde tunnelvisie toe die past binnen ons eigen denkkader? Nemen journalisten te makkelijk verhalen over van spindoctors zonder deze echt goed te checken? Bekende voorbeelden zijn de kunstmatige reconstructie van het vallen van het beeld van Saddam Hoessein, de vermeende massavernietigingswapens in Irak, de olie besmeurde vogels in de Golfoorlog uit Alaska en het 'dramatische' verhaal van Iraakse soldaten, die 52 baby's uit couveuses haalden en ze op de koude grond lieten sterven.

Officieel had het ziekenhuis 2 couveuses en was het verhaal door een actrice (Nayirah bekentenis) in scene gezet. De baby's waren dood gegaan omdat de verpleegsters en doktoren stopten met werken of het land uit gevlucht waren. Maar ook onze eigen gerechtelijke dwalingen zijn voorbeelden van tunnelvisie, vooropgezette plannen om iemand onterecht te beschuldigen en het zoeken naar daders die niks te maken hebben met criminele delicten. De MSM (mainstream media) hebben een taak om hier objectief over te berichten. We kunnen constateren dat dit jarenlang niet gedaan is. Momenteel worden andere theorieën voor de 9/11 aanslagen nog steeds door Phillipe Remarque (eindredacteur Volkskrant) weggezet als complottheorieën voor gekkies.
http://www.universiteitvannederland.nl/college/waarom-moet-je-niet-geloven-wat-in-de-krant-staat/

Andere verklaringen voor de 9/11 aanslagen worden snel weggezet als complottheorieën. Maar hebben onderzoekers en journalisten dan ook goede argumenten en feiten om deze complottheorieën te weerleggen of nemen we ze gewoon direct aan als complottheorie. Moeten wij vragen  over de houdbaarheid van het fractional reserve banking systeem niet gewoon gaan onderzoeken in plaats van negeren of als vanzelfsprekend aannemen. In welke mate onderzoeken de westerse media wat er gebeurd tijdens de Bilderberg conferenties?
Picture
Als we terug kijken op de geschiedenis dan zijn er zeer merkwaardige maar ook machtige families betrokken tijdens belangrijke gebeurtenissen. Is het niet een beetje vreemd dat je de beschrijving van deze gebeurtenissen wel terug vindt in de open media als Youtube, maar de westerse 'officiële' media zich opvallend stil houden? Wat is de rol van het zionisme, de VN (Europees olie imperialisme), skull and bones, CIA (Operation Mocking bird, Maffia, Opium oorlogen, Operation Paperclip, Operation Northwoods, Prins Bernard, Illuminati, anonymous, vrije metselaars, The New World Order, Trilateral Commission, Council of Foreign Relations, de moord op J.F. Kennedy, vermeende zelfmoord Adolf Hitler, 'uitschakelen' Osama Bin Laden, link (Prescott) Bush en Hitler, Ufo's, rol van dubieuze multinationals (Hugo Boss, Coca Cola met Fanta, Ford, I.G. Farben, IT&T, IBM etc.) en de 9/11 aanslagen?
Worden grote wereldomvattende beslissingen gemaakt door een kleine elitaire groep van zeer machtige families (de New World Order, Illuminati, vrijmetselaars) of ontstaan grote gebeurtenissen en mondiale afspraken vanuit bottom up overleggen? Kortom: zitten er machtige invloedrijke personen achter de complotten of zijn deze complottheorieën stuk voor stuk bedacht door mensen met waanideeën?

Zijn het allemaal complottheorieën of schuilt er een kern van waarheid in. Vergt het niet ten minste de moeite om onderzoek te doen naar deze machtige families (Rothschild, Warburg, Schiff, Rockefeller, Morgans, Bush) in relatie met het westerse wereldsysteem waarin wij leven? Of blijven wij onverschillig de dingen accepteren van de westerse media. Een verdere uitdieping van mogelijke complottheorieën levert in ieder geval een ander perspectief  op de wereldgeschiedenis.

Of het de volledige feitelijke weergave is weet ik niet, maar vragen stellen is altijd beter dan kwesties negeren of meteen wegzetten als complottheorie. Al zijn vele complottheorieën  zeker wel nader onderzocht en is de ene theorie meer waarschijnlijk dan de andere theorie. Maar nu nemen we vaak belangrijke gebeurtenissen aan als ultieme westerse waarheid terwijl er nog veel onduidelijkheid is over hoe zo'n gebeurtenis tot stand is gekomen. We zijn bang voor de dogmatische ultieme waarheid propaganda van extreme moslim fundamentalisten. Maar de westerse media kijken zelf ook zeer selectief naar belangrijke wereldgebeurtenissen. We kijken vooral naar de gevolgen, de oorzaken en de geschiedenis doet er vaak niet zo toe. Wat dat betreft hebben de westerse media ook wel wat boter op het hoofd. We vinden ons zelf erg verlicht en het westen kent ook wel degelijke een periode van verlichting, debat, onderzoek, kritische benadering, maar dat neemt niet weg dat wij ook heel gekleurd reageren op actualiteiten en ernstige gebeurtenissen. Op dit moment worden mensen die complottheorieën aanhangen bijna direct gezien als 'verward', geestesziek of psychotisch zonder dat er ook maar 1 psycholoog of psychiater onderzoek gedaan heeft naar de individuele casus. Zullen we eerst onderzoek doen naar de feiten, argumenten en mogelijke relaties die een complottheorie bevestigen of weerspreken of gaan we van te voren alle complottheorieën wegzetten als waanideeën? Complottheorieën worden vaak weggezet als duistere waanzinnige ideeën van bepaalde gekkies, die mensen willen vermoorden of streven naar werelddominantie. Maar een complottheorie is eigenlijk niks meer dan een geheime bijeenkomst van ogenschijnlijke invloedrijke personen die streven naar een collectief doel. Daar hoeft niet perse een kwaadaardig doel achter te zitten. Al lijkt dat vaak wel zo omdat deze invloedrijke personen in het geheim opereren. Waarom zou je anders in het geheim iets willen bespreken? Complottheorieën zijn van alle tijden.

In januari (2015) drong Tarik Z. (19 jaar) het NOS gebouw binnen en probeerde 10 minuten uitzendtijd af te dwingen voor waarschijnlijk een Anonymous oproep aan de Nederlandse bevolking. Nu is het sowieso niet handig om met een nep pistool een gebouw binnen te dringen. Het is ook niet goed te praten. Maar de gehele journalistiek zet de jongen meteen weg als verward of gestoord. Terwijl de psychiatrie hier over gaat en niet de journalistiek. De journalistiek zou moeten gaan over de motieven, maar die zijn meteen in de doofpot gestopt. De journalistiek verzaakt haar onderzoekende taak door iemand meteen verward te noemen. De politiek en media richtten zich daarna voltallig op de veiligheid van het gebouw in plaats van de motieven van Tarik Z. Wetten om de veiligheid op te schroeven en de burgerrechten tijdelijk op te heffen worden vaker ingevoerd na complottheorieën of vermeend dreigend gevaar.

Tarik Z. probeerde op een niet legitieme wijze de bevolking te waarschuwen voor het manipuleren van de media door de NOS/Ericsson door middel van catching en fiber. Het vertragen en bufferen van data waardoor 'live' uitzendingen gemanipuleerd kunnen worden. De NOS zou zich voordoen als belangrijkste en betrouwbaarste presentator van het nieuws. Maar het regisseren en monteren werd gedaan door het Amerikaanse Fox, zo'n beetje de meest eenzijdige en minst betrouwbare 'nieuws' zender. Volgens Tarik werkt de NOS als een inlichtingendienst die het eerste beschikking heeft over het nieuws en door middel van vertragingen en fibers het nieuws kan manipuleren en via afgetapte internetverbindingen en streaming diensten belangrijke vergaderingen zoals in de Tweede Kamer afluisteren. Daarmee beschikt de NOS over een zeer machtig wapen: manipulatie van de massa en de media.
http://achterdesamenleving.nl/toespraak-tarik-z-gijzeling-nos-vrijgegeven-door-de-advocaat/#.Vc3-YDYVjmQ
De massa neemt achteloos aan dat de mainstream media kritisch en objectief zijn. Dat valt behoorlijk tegen als je echt naar de feiten kijkt. Het is überhaupt de vraag of media objectief kunnen zijn.
http://achterdesamenleving.nl/10-grote-leugens-van-de-mainstream-media/#.Vc4CcjYVjmQ
Daarnaast wijst Tarik Z. op de werking van ons geldsysteem dat volstrekt buiten alle media gehouden wordt. Met name het systeem van fractioneel bankieren waarbij de elite via rente profiteert van de massa.
Marinus van der Lubbe, een Nederlandse zwakbegaafde jongen werd opgepakt en vermoord door de Nazi's vanwege de brand in de Reichstag. Na de brand en het oppakken van de 'communistische' Marinus werd de Reichstagsverordnung ingevoerd. Een 'tijdelijke' noodwet die Hitler de volmacht gaf over Duitsland. Hitler kon hierdoor de parlementaire democratie afschaffen en een dictatoriaal regime opzetten. Na de aanslagen van 11 september voerde Bush jr. de patriotact in. Via Prism en Tempora kon Bush/Cheney vergaande 'veiligheidsmaatregelen' nemen en alle gegevens van burgers screenen. Op vliegvelden werden alle burgers uitgebreid gescreend. De macht van de regering op de persoonlijke vrijheden van burgers werd hierdoor enorm groot. De rechterlijke macht werd gedeeltelijk buitenspel gezet. Op dit moment (juni 2015) heeft de Amerikaanse Senaat een aangepaste binnenlandse veiligheidswet aangenomen. De USA Freedom act. Inlichtingendiensten mogen nu niet meer willekeurig mensen afluisteren in Amerika (wel in de rest van de wereld). Om gegevens van telecombedrijven in te zien heb je nu eerst toestemming van de rechter nodig. Afluisteren blijft nog wel steeds mogen, maar de gegevens blijven bij de Telecombedrijven en gaan niet rechtstreeks maar naar de NSA. Naderend gevaar voor de natie is een goed 'instrument' om de controle op burgers te vergroten. Er is veel draagvlak voor het aanscherpen van de veiligheidsmaatregelen en het inleveren van persoonlijke privacy. De patriotact en 9/11 is daar misschien wel het bekendste voorbeeld van.
Fahrenheit 9/11
https://www.youtube.com/watch?v=cY0OCdHICCo

De aanslagen op 11 november 2001 in de VS omvatten een viertal 'terroristische' aanslagen in noordoost Amerika (New York , Pennsylvania en Washington), uitgevoerd met gekaapte passagiersvliegtuigen. Althans dat is de officiële westerse berichtgeving. Osama Bin Laden en zijn terroristische Al Qaida beweging worden voor deze aanslagen verantwoordelijk gehouden. Twee vliegtuigen boorden zich in de Twin Towers (het World Trade Center, opgericht en bestuurd door David Rockefeller), een vliegtuig vloog recht het Pentagon in (Washington) en een vierde vliegtuig stortte neer in Shankshville (Pennsylvania).

Er is veel onduidelijkheid over de aanslagen. Vooral over de manier hoe de Twin Towers in een vrije val loodrecht naar beneden storten (officiële pancake theory) en de manier waarop een vliegtuig met hoge snelheid  het Pentagon in kon duiken. Er zijn alternatieve verklaringen, meer waarschijnlijke theorieën (die snel afgedaan worden als complottheorie) en opvallende dwarsverbanden die nader belicht hadden kunnen worden in de westerse officiële media. Kritiek op de officiële berichtgeving wordt vaak als anti-patriottistisch, anti-westers en anti-Amerikaans gezien.

De bekendste alternatieve theorie staat bekend als een complot waarin Amerika zelf een belangrijke rol speelt in de aanslagen op 9/11. De Amerikanen hadden een schuldige nodig om het 'moslim terrorisme' in Irak en Afghanistan te kunnen aanpakken en een oorlog te voeren tegen bepaalde Arabische landen. Door de invoering van de patriot act kon de Amerikaanse regering ook meer grip en invloed uitoefenen op de Amerikaanse samenleving en een grotere internationale rol spelen. Hitler kon in een vergelijkbare situatie (de brand in de Reichstag) de parlementaire democratie deels afschaffen via een noodwet (Reichstagsbrandverordnung) en het communisme (Marinus van der Lubbe) als vermeende brandstichter) de schuld geven. De Reichstagsbrandverordnung is vergelijkbaar met de patriot act. Beide wetten zijn inperkingen op de individuele vrijheid en meer macht voor de Amerikaanse overheid. Beide wetten zijn voortgekomen uit angst. Politiek van angst voor het communisme (Hitler) en angst voor terrorisme (Bush).
https://www.youtube.com/watch?v=eqU1Jmo0q14

In de geschiedenis zien we dat valse vlaggen vaak gebruikt worden om een oorlog te veroorzaken of uit te lokken. In 1997 werd na 35 jaar Operation Northwoods  openbaar gemaakt. De 9/11 'aanslagen' vertonen vergelijkbare parallellen met Operation Northwoods. Het verschil is dat Kennedy het vooropgezette plan van de CIA (department of defence) verwierp. Bush zou het plan misschien wel overgenomen kunnen hebben. Het past ook binnen zijn 'republikeinse' ideologie.
Operation Northwoods

Operation Northwoods is een samenzweringsplan uit 1962 van de Amerikaanse overheid (Department of Defence) tot terroristische operaties onder valse vlaggen. In het plan stond het doden van onschuldige Amerikaanse burgers in Amerikaanse steden centraal door de CIA om het publiek warm te maken voor een oorlog tegen Fidel Castro. Er werd een terroristisch plan gesmeed in onder andere verschillende steden in de Staat Florida en Washington D.C. Het plan behelst diverse vliegtuigkapingen, bomaanslagen, incidenten rondom Guantanamo en vals bewijsmateriaal waar de schuld gelegd werd bij buitenlandse mogendheden (communisme). Het plan werd door de Kennedy regering verworpen. Het officiële rapport (plan) werd pas in 1997 officieel bekend gemaakt. Het plan was puur bedoeld om een oorlog tegen Cuba (Fidel Castro) en het communisme uit te lokken. Het valt onder een preemptive war met false flags. Een vooropgezet plan om de tegenstander uit te dagen voor een oorlog onder een valse aanleiding om een directe invasie of direct gevaar te voorkomen.
Financiële belangen elite 9/11.
Er is veel onduidelijkheid over de rol van verschillende (financiële) belanghebbenden en de oorzakelijke 'feiten' die gepresenteerd zijn. De rol van Morgan Stanly  en Merill Lynch (Amerikaanse zakenbanken) is op zijn minst dubieus te noemen. Op 10 september, de dag voor de aanslagen nam de verkoop van put opties op securities (aandelen verzekeringen) toe met 1200 procent.
https://www.youtube.com/watch?v=YsRm8M-qOjQ
Ook steeg de verkoop naar call opties op aandelen in de wapenindustrie sterk. Tussen 6 en en 10 september was er een ongebruikelijk hoog aantal transacties in opties t.o.v. het gemiddelde aantal transacties bij o.a. Morgan Stanley en Merill Lynch.

Het opzeggen van de verzekeringspolis van de Twin Towers een dag voor de aanslagen door Marvin Bush (inderdaad de broer van George Bush) is ook opmerkelijk. Onduidelijkheid over de ware identiteit van de kapers (Mohammed Atta), of ze nog wel of niet in leven zijn.  Net opgeleide kapers die via een vliegcursus waarbij ze nauwelijks een klein vliegtuig konden besturen een enorm moeilijke, bijna onmogelijke vliegmanoeuvre moesten uitvoeren om deze aanslagen te plegen.

Brandende kerosine kon niet de oorzaak zijn voor het instorten van een wolkenkrabber dat bestaat uit een  stalen constructie wat niet smelt door de maximale temperatuur van brandende kerosine. Wereldwijd is er nog nooit een vergelijkbaar gebouw op deze wijze loodrecht ingestort door vuur en brandende kerosine.

Een vergelijkbare wolkenkrabber zou langdurig uitbranden en de stalen constructies zouden blijven staan. Mogelijke nucleaire bommen onder in het gebouw verklaren de loodrechte val van de Twin Towers beter. Of een loodrechte vrije val door zeer explosieve kleine bommen met een enorme hitteversneller met (nano) thermieten stofjes. Vergelijkbaar met het opblazen van een gebouw dat geen functie meer heeft met dynamiet (controlled demolition). Architects and Engineers for 911 Truth stellen ook academische vragen over welke theorie nu het meest waarschijnlijk is. Ze eisen onafhankelijk reeel en onafhankelijk onderzoek over de 9/11 gebeurtenissen, speciaal met betrekking tot de instorting van gebouw WTC 7.
https://www.youtube.com/watch?v=YwT34V3eGv8

De stalen constructies zijn ook allemaal op dezelfde plek in het gebouw 'doorgezaagd' of geknapt. Dat is wel heel bijzonder bij een vliegtuig inslag. Daardoor storten alle getroffen gebouwen loodrecht naar beneden, ook de gebouwen die niet getroffen werden door vliegtuigen (WTC gebouw 7). Bovendien vatten omliggende auto's vlam tijdens de aanslagen na een aantal explosies door een mogelijke elektronische shockwave. Dat klinkt heel futuristisch, maar bij een andere oorzaak zou ook de rest van de omgeving verbrand zijn, maar de bomen, rondslingerend papier vatten geen vlam. Tijdens de aanslagen zijn er explosies gehoord en kun je witte rook zien onder in het gebouw. Op verschillende live opnames zie je explosies lager in het gebouw.

https://www.youtube.com/watch?v=LrjcXOJIWw0
Ook de pyroclastische rookvorming is opmerkelijk te noemen. De vorming van een witte stoflaag en rookvorming zie je alleen bij vulkaanuitbarstingen en gecontroleerde ontploffingen van gebouwen en juist niet bij de pancake theorie. Uit het vrijgekomen stof na de ineenstorting van het WTC is ook nano thermiet teruggevonden in de vorm van rood/oranje chips (onderzoek van Niels Harrit, 2009).
https://www.youtube.com/watch?v=Whli3O9M7Jw

Van het vliegtuig (flight 77) dat het Pentagon in vloog is niks van dat type vliegtuig teruggevonden. Bovendien had de explosie een vreemde kleur en vorm wat niet hoort bij een vliegtuig inslag maar meer bij een raket of bominslag. Voor het Pentagon zijn ook nauwelijks sporen gevonden van een vliegtuig dat over de grond is geschoven en het relatief lage gebouw ingestort is. Een aanval met een vliegtuig (flight 77) op het Pentagon is ook bijzonder in de meest beveiligde omgeving van de wereld. Een vliegtuig in de binnenste cirkel van het Pentagon zou binnen 12 seconden neergeschoten worden door de Amerikaanse luchtdefensie of iemand moet opdracht geven van bovenaf om niet te schieten.

Er zijn verschillende Jihad filmpjes van Osama Bin Laden gepubliceerd waarbij Bin Laden er heel anders uitziet. Een grotere neus, een voller gezicht, geen grijze baard meer, waaronder een filmpje met gouden ring dragende Bin Laden. moslims dragen geen goud. Ook zijn er volledige paspoorten van de daders teruggevonden in een gebouw dat totaal verpulverd is. Incorrect ingevulde visa van de kapers. Banden tussen de CIA en de kapers (training in Joegoslavië en de VS betaald door het Pentagon en de CIA). Halfslachtig onderzoek van de 9/11 commissie. Geen onderzoek naar waargenomen explosies. Verwijderen en recyclen van belangrijk bewijs van het plaats delict (zoals de stalen constructies). Geen onderzoek naar belangrijke getuigen of personen die overduidelijk banden hebben met de financiële sector (vaak verzekeringsmaatschappijen) en de interne veiligheid (CIA, United defense, AIG, Department of defence, Department of commerce, etc.).

Het officiële rapport van de 9/11 commissie komt met geheel andere resultaten en conclusies. Het plaatsen van explosieven (controlled demolition) wordt onwaarschijnlijk geacht. The National Institute of Standards and Technology (NIST) acht het instorten door vuur (kerosine) en zwaartekracht (pancake theory) waarschijnlijk. Het plaatsen van explosieven (thermiet) is bovendien tijdrovend, te zichtbaar, kost veel mankracht en snijdt de stalen balken niet door.
https://www.youtube.com/watch?v=DXRDq9nKJ0U

Ook is er geen thermiet aangetroffen in de stalen constructies of de rest van de omgeving, waardoor het ontbrandingsproces vertraagd zou worden. De commissie vond geen verdere aanwijzingen voor controlled demolition. Thermieten explosieven kunnen ook de stalen constructies niet 'doorzagen'. Al zou nano-thermiet of super thermiet dat sneller zijn energie kan afgeven binnen een kleine ruimte dat wel kunnen. De waargenomen explosies in het gebouw ontstonden door het wegvallen van luchtdruk (air puffs) in o.a. liftschachten. De bevindingen van de Commissie over gebouw WTC 7 lieten 7 jaar op zich wachten. In 2008 kwam de Commissie tot de conclusie dat het gebouw was ingestort door de 7 uur durende brand, de afsluiting van het watersysteem en de ineenstorting van de 13de verdieping wat leidde tot de ineenstorting van het gehele gebouw.
https://www.youtube.com/watch?v=dWUzfJGmt5U

Het is lastig te achterhalen wat nu de meest waarschijnlijke theorie is. Misschien wordt er nog een alternatieve theorie over het hoofd gezien. Duidelijk is dat beide partijen vanaf het begin af aan al een duidelijk standpunt hebben ingenomen. Controlled demolition door nano-thermieten explosieven tegenover de theorie van langdurige verhitting door vuur en het ineenstorten van verdiepingen op basis van de pancake theorie. In het totale onderzoek zijn wel veel zaken verzwegen of genegeerd. Zoals de getuigenissen van brandweermannen over zeer zware explosies voordat het WTC-1 gebouw instortte. Je kunt je afvragen waarom de NIST dit soort getuigenissen niet onderzoekt of publiceert. Het lijkt er bovendien op dat wetenschap en politiek met elkaar vermengd worden. Een waarschijnlijke controlled demolition theorie zou zeer slecht uitkomen voor de Bush-Cheney regering.

https://www.youtube.com/watch?v=kcd6PQAKmj4

De banden die de voormalige Amerikaanse regering tijdens, voor en na de aanslagen zijn op zijn minst opmerkelijk te noemen. Familie relaties tussen Bush en de Bin Laden familie via  James R. Bath. Bath was directeur van de bank of Credit and Commerce International, belangenbehartiger van Salem Bin Laden en partner van Abusto Energy met George Bush en heeft zakelijke belangen in de Texas Air national guard, vastgoed en de luchtvaartindustrie.  De Carlyle Group (Amerikaans vermogensbeheerder) en de relatie met Bush en de Saudi's met grote investeringen en beleggingen in de veiligheidsindustrie (united defense industries, 1997).
https://www.youtube.com/watch?v=x3Sb6rvVRJo
Op december 2001 verkochten ze een groot gedeelte van deze belangen met flinke winsten. Rumsfeld gaf aan dat een bedrag van 2,3 triljoen 2300 miljard) dollar niet meer te traceren was (8000 dollar per Amerikaan). Op de dag van de aanslag vergaderen de belangrijkste spelers waaronder de half broer van Osama Bin Laden in Washington D.C. De Taliban onderhoudt contacten via vice president Dick Cheney (Halliburton) over een pijpleiding voor natural gas door Afghanistan.

Rumsfeld werd aangesteld als minister van defensie in januari 2001 en moest een antwoord geven op het terrorisme na de aanslagen op 11 september. Donald Rumsfeld en Paul Wolfowitz (viceminister Defensie) leidden Amerika met de coalition of the willing de oorlog in (Irak en Afghanistan). In 1997 kwamen deze rechts conservatieve ideeën bij elkaar in de Project for the New American Century. De PNAC heeft totale Amerikaanse werelddominantie/leiderschap als hoofddoel. In 2008 werd de website van de PNAC gesloten. De PNAC hanteerde de volgende kernpunten: leiderschap van Amerika is goed voor iedereen, leiderschap vereist militaire kracht en overtuiging aan morele principes, bescherming van het thuisland, tegelijkertijd meerdere belangrijke oorlogen overtuigend winnen, politietaken uitvoeren, hervorming van de krijgsmacht. De wereldwijde Amerikaanse dominantie is gebaseerd op de Pax Americana. Oprichters: Jeb Bush, Dick Cheney, Steve Forbes, Francis Fukuyama, Donald Rumsfeld, Paul Wolfowitz. Kern van het monetaire beleid is het bewaken van een sterke dollar en het behoud van de dollar als enige wereldmunt: de petrodollar. De afhankelijkheid van olie voor een sterke munt is van enorm nationaal en persoonlijk belang voor de neoconservatieven (zijn vaak grote olieboeren). Het verklaart ook de oorlogen in het Midden-Oosten, Rusland, Venezuela, Libië etc. De val van de dollar betekent een einde aan de Amerikaanse hegemonie.

In 2006 trad Rumsfeld af vanwege de lange duur van de oorlogen en het verlies van politieke steun (o.a. door de misstanden in de Abu Graib gevangenis). De voormalige CIA directeur Robert Gates volgde Rumsfeld op. Paul Wolfowitz is een joods-Amerikaanse pro-israel neoconservatieve politicus. Samen met Rumsfeld plannen ze de oorlog tegen Irak op basis van vermeende massavernietigingswapens. Van 2005 tot 2007 was Wolfowitz president van de Wereldbank
https://www.youtube.com/watch?v=5H2wr0khnJA
Kennen wij in Europa een vergelijkbaar voorbeeld? Een Europese Pearl Harbor of een Lusitania van nu. Misschien wel? In 2014 werd het  passagiervliegtuig met het vluchtnummer MH17 neergeschoten door een vermeende BUK raket van de pro Russische seperatisten. Ondanks dat het onderzoek nog steeds loopt zijn de Pro Russische seperatisten a priori de daders. Het is maar de vraag of dat werkelijk zo is. Klopt het wel wat de westerse media zeggen, zijn we nog wel kritisch genoeg. Wat zijn de feiten en spelen er misschien ook geopolitieke en financiele belangen (NAVO, EU lidmaatschap, schaliegasvelden etc.). De onderstaande link geeft iig een kijk op de situatie die je niet snel in de westerse media terug zult vinden. Het is daarbij belangrijk om te kijken hoe de geopolitieke en financiele belangen liggen. Wie profiteren van het neerschieten van een burgerluchtvaarttoestel. De NAVO? De VS? Royal Dutch Shell? Waarom vinden we kogelgaten in de restanten van het vliegtuig? Waarom zijn er geen ooggetuigen van het afvuren van een BUK raket en waarom zijn daar geen sporen van teruggevonden? Waarom is een BUK raket niet te zien op een radar van bijvoorbeeld een Amerikaans Awac vliegtuig?
Het neerschieten van MH17 door wie dan ook is een goed voorbeeld van een proxy oorlog en een preemptive oorlog of een false flag, waarbij vooral de media een hele grote rol speelt. Schuldigen worden al bijna bij voorbaat aangewezen. Deze oorlog win je ook vooral in de media.
https://eriktoonen.wordpress.com/2015/07/18/mh17-een-jaar-later/
https://www.youtube.com/watch?v=gWlAARb0fN4
https://www.youtube.com/watch?v=fzWalKrSIYE
https://www.youtube.com/watch?v=PxJqeOzwKaI
http://www.globalresearch.ca/the-mh17-crash-washington-wants-a-tribunal-without-an-independent-investigation/5466363
Het is dan ook niet een eenduidig verhaal waarbij er gekozen wordt voor een bepaalde partij. Zowel Rusland als de VS maken gebruiken van deze uitlokkingstechnieken. Dat is niet zo vreemd want veel presidenten hebben een achtergrond bij de geheime dienst. Putin heeft een duidelijk KGB verleden, Saddam Hoessein klom op tot de hoogste positie binnen de geheime dienst. In Amerika hebben presidenten vaak hoge functies bekleed bij de inlichtingsdiensten zoals de FBI (Hoover), CIA (Bush). Of hebben connecties gehad met de Maffia (omkoping, kopen stemmen vakbonden etc.), onderwereld, dubieuze financiers, grote multinationals etc. Presidenten van grote belangrijke landen kunnen bijna alleen maar aan de macht komen door vuile handen te maken. Inlichtingsdiensten en presidenten zijn dus bekend met deze tactieken. Het grootste gedeelte van het land weet dat alleen niet. De Kennedy's, Clintons en de Bush familie hebben allemaal dubieuze relaties met de maffia, olie-industrie, seksschandalen (waardoor ze chantabel worden). Hoover, Nixon, Reagan schuwden ook zeker niet het inhuren van onderwereldfiguren. Bovendien was de CIA en FBI allerminst betrouwbaar in de berichtgeving. Ze werken aan de ene kant samen met de Maffia, aan de andere kant pakken ze grote Maffia bazen op. De VS werkte bijvoorbeeld nauw samen met de Maffia om Castro uit te schakelen, het leidt uiteindelijk tot vele schandalen waar de inlichtingsdiensten er eerder zwakker uit komen dan sterker: Operation Mongoose, Operation Northwoods (false flags), Operation Mockingbird (beinvloeden de media, met valse berichten) en vele afluisterschandalen (Watergate affaire). Edward Snowden (PRISM), Wikileaks (Julian Assange) etc.
Dit gaat niet alleen op voor de VS. In Rusland is deze vorm van corruptie misschien nog wel veel erger aanwezig. Wij het westen zien die propaganda machine in Rusland ook wel (Russia Today), maar omdat we Rusland meer als vijand zien, hebben we het vooral over het Russische corrupte nepotistische systeem van oligarchen. Zo kent Rusland vergelijkbare 9/11 operaties. De bombardementen op appartementen in Moskou, Buynaksk en Volgodonsk in 1999 (september) door vermeende Tsjetsjenische terroristen bijvoorbeeld. De Russen beschuldigden de rebellen uit de Noord Kaukussaanse regio (Dagestan/Tsjetjenie) van terroristische Tsjetsjeense aanslagen op de Russische appartementen om een militaire oorlog in die Tsjetsjenië te rechtvaardigen. Het is een voorbeeld dat zich goed laat vergelijken met de 9/11 aanslagen, maar dan op een kleiner wereld toneel. Verschil is dat door deze aanslagen Putin aan de macht kon komen in 2000. Bush was al aan de macht, maar kon zijn machtspositie en controle versterken door de 9/11 aanslagen. Beide presidenten speelden in op angsten en het vergroten van de nationalistische/patriotistische gevoelens van 1 groot Rusland en 1 grote wereldmacht (de VS). Door de overdracht van macht aan Putin, bleef Boris Jetlsin ook vrij van vervolging. Op deze wijze kon Putin geleidelijk de oligarchen naar zich toe trekken. De oorlog tegen Tstjetsjenie en de appartement aanslagen versterkte het nationale gevoel. Hierdoor steeg Putin in populariteit en kon Putin uiteindelijk president worden.

https://en.wikipedia.org/wiki/Explanation_attempts_for_the_Russian_apartment_bombings
De onderstaande site beschrijft een aantal goed gedocumenteerde valse vlaggen uit de geschiedenis (o.a. de inval in Polen in de WOII). Wij het westen doen net of die valse vlag tactiek niet bestaat. Maar ze komen toch regelmatig voor en zijn bovendien goed gedocumenteerd. Het probleem is dat er daarna een hele duidelijke geopolitieke laag overheen komt, waardoor 'de waarheid' wordt vertroebeld.
https://www.youtube.com/watch?v=y9cRoXgawVA
http://www.911review.com/articles/anon/false_flag_perations.html
http://www.global-change-awareness.com/education/shocking-list-official-proven-false-flag-attacks/
http://www.prisonplanet.com/nations-all-over-the-world-confess-to-carrying-out-false-flag-terrorism.html
Het politiek Neoconservatisme:  Strauss-Schmitt filosofie.
De neoconservatieve beweging ontstond in de tijden van het anti-Stalinisme en keerde zich af tegen alles wat links was. In de loop van tijd schoof de beweging op naar meer Amerikaanse conservatisme waarbij vooral Amerikaanse normen en waarden, internationaal militair ingrijpen, promotie van democratie en de Amerikaanse belangen belangrijk werden. Volgens de neoconservatieven heeft het liberalisme gefaald.

Vanaf 1980 wordt de term neoconservatisme gebruikt om zich af te zetten tegen het Amerikaans moderne liberalisme. Tijdens het presidentschap van George Bush wordt neoconservatisme in verband gebracht met de Bush-doctrine, met name op het buitenlands beleid. Neoconservatieven verzetten zich tegen de coalitie politiek van links, raciale integratie, anti-uncle Tomisme, anti anticommunisme tijdens de Vietnam oorlog. Veel Neoconservatieven wa
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Oorzaken commercieel darwinisme: strijd om schoonheid (vrouw) en status en spierkracht (man)

Herbert Spencer (filosoof, socioloog) is de bedenker van de term: survival of the fittest. In 1864  introduceerde Herbert voor het eerst de term in de principles of biology. Later werd de term binnen de klassieke economie en sociologie gebruikt.

Op aandringen van Alfred Russel Wallace verving Darwin zijn term 'natural selection' in survival of the fittest. Spencer is een van de pioniers van het sociaal-darwinisme. Herbert schreef veel toepassingen van de evolutietheorie op de maatschappij. Hij maakte daarbij veel gebruik van het Lamarckisme (genetisch doorgeven individuele menselijke karakteristieken) in plaats van het darwinisme. Hij wordt dan ook beschouwd als tweede grondlegger van de sociologie. Herbert wordt gezien als een van de meest toonaangevende liberale denkers van de 19de eeuw.
Het sociaal-darwinisme past de begrippen vanuit de evolutiebiologie toe op het domein van de sociale wetenschappen. Aan het eind van de 19de eeuw scheidde de groepen in o.a. aanhangers van het vrijemarktkapitalisme, waarbij de klasse die beschikte over het grootkapitaal een grotere dominantie hadden en een groep aanhangers die de evolutietheorie gebruikte om mensen onder te verdelen in rassen en etnische groepen. De nazi's streefden o.a. naar het creëren van een ubermensch (eugenetica) en het uit laat sterven van de untermensch.
In deze uiteenzetting vraag ik mij af in welke mate biologisch darwinistische factoren doorspelen in onze huidige 'neoliberale' maatschappij. Zijn we als mens wel zo anders als dieren of zien we ons dierlijk gedrag terug in onszelf en in onze maatschappij? In welke mate speelt sociaal-darwinisme een rol en hoe zien we dit terug in de financiële sector, de reële economie, de politiek, opvoeding en in de ontwikkeling van onze maatschappij. Speelt Ethiek nog een rol of gaat het grotendeels nog om winstmaximalisatie, concurrentie op uiterlijk (vooral vrouwen) en status (vooral mannen) en wat zijn eigenlijk die verschillen tussen mannen en vrouwen?
Waarom ontwikkelen menselijke mannetjes zich nog steeds als sterk concurrerende alfa-mannetjes die strijden om de top van de apenrots en waarom vinden veel vrouwen dat eigenlijk zo aantrekkelijk? Hoe zien we dit biologische mechanisme terug in onze eigen maatschappij en in welke mate speelt de commercie hierop in? Wordt het leven aan de ene kant bepaald door groepsdruk (de sociaal-culturele context waarin men zich begeeft met de bij behorende normen en waarden en conformisme) of moet je je individueel juist afzetten tegen je naaste (non-conformisme) en de concurrentie aan gaan om uiteindelijk je genen door te kunnen geven?
Verschil man en vrouw, cultureel bepaald of biologische verschillen?
In onze westerse samenleving hoor je steeds meer de discussie over de gelijke behandeling tussen man en vrouw. Oftewel zijn we wel geëmancipeerd genoeg als samenleving? Persoonlijk zie ik de voordelen van een meer gelijkwaardige cultuur tussen man en vrouw vooral in de Scandinavische landen met name Zweden. Een meer feminiene cultuur of een betere mix tussen man en vrouw in het bedrijfsleven zorgt voor minder risicovolle beslissingen (crisis in 2008 kwam o.a. door de hoge risico's van kredietverstrekking). Een betere mix tussen man en vrouw zorgt ook voor nieuwe ideeën en inzichten, andere omgangsvormen en een betere vertegenwoordiging van de samenleving in een bedrijf of organisatie. Helaas zien we dat vrouwen over de hele wereld met uitzondering van Zweden zwaar ondervertegenwoordigd zijn in de bestuurslagen, de topfuncties en de hooggekwalificeerde beroepen. Er zijn vrouwenquota's nodig om deze verschillen enigszins iets te beperken. De vraag is hoe deze verschillen nu ontstaan zijn. Worden de verschillen al vergroot bij de opvoeding (cultuur) of zijn het biologische verschillen (verschil in XX en XY chromosoom). Speelt testosteron en oestrogeen een grote rol. Testosteron zorgt voor competitie, strijd, status, je zelf willen bewijzen (de competitie om het beste zaadje af te leveren bij de eicel) en oestrogeen gaat gepaard met de softe kanten. Knuffelen, zorg, uiterlijk, binding met kinderen, het beste voor je kind willen, dingen verzamelen (shoppen). Met andere woorden de man is biologisch vooral gericht op zaken als seks en competitie om zijn zaad zo snel mogelijk door te geven. Biologisch kan de man dat ook. Dit verklaart ook grotendeels zijn gedrag en waarom mannen meer predators dan prooi zijn en eerder actief dan passief zijn. Mannen moeten initiatief tonen (de meeste vrouwen wachten af tot de man initiatief neemt), vrouwen moeten vooral passief zijn (anders ben je een slet). Deze dubbele moraal (Sunny Bergman) is nog sterk aanwezig in onze cultuur. Bij mannen wordt veel zin in seks hebben gezien als oerinstinct, vrouwen doen daar heel heel erg moeilijk over, want je zult maar gezien worden als slet (in het stiekem heeft de vrouw vaak meer seks met meer verschillende partners dan de man, maar dat vertellen vrouwen publiekelijk niet). Terwijl vrouwen net zoveel zin in seks hebben. Is het verschil tussen man en vrouw een nurture (opvoeding/cultuur) of een nature (biologisch) verschil? Seks is daarnaast ook een uiting van macht. Het boek 50 tinten grijs laat zien dat vrouwen vaak geilen op een zeer onderdanige positie, de meeste vrouwen vinden het fijn als de man de touwtjes in handen nemen en zich onderdanig kunnen opstellen. 50% procent van de vrouwen heeft erotische dromen om verkracht te worden. Dit heeft ook te maken met vertrouwen. Kan ik in een relatie de controle weggeven en me helemaal laten gaan. Misschien is vertrouwen voor een vrouw in een relatie nog belangrijker dan seks. Want op basis van vertrouwen kun je je kind beter opvoeden en je genen uiteindelijk beter doorgeven. De rol van gender verschillen is de westerse maar ook andere samenlevingen is dus erg gericht op uiteindelijk het doorgeven van je genen. Het verklaart waarom vrouwen meestal niet op de apenrots zitten. Het doel van de vrouw is toch vooral om kinderen te baren en kinderen op te voeden. Vrouwen zijn dan ook wel veel bezig met seks en uiterlijk (anders heb je niks om op te voeden), maar vrouwen kijken ook vooral naar de wat langere termijn, na de seks. Wat voor partner heb ik nodig om samen met mij een kind op te voeden? In het algemeen zijn vrouwen ook veel kritischer op de man dan andersom. Vrouwen stellen enorm hoge eisenpakketten, bij mannen moeten vrouwen vooral aantrekkelijk zijn. Dit verklaart ook enigszins de terughoudendheid en passiviteit van vrouwen. Je investeert in toch je eigen genen, dat kost wat meer tijd. Bijna elke vrouw zegt geen seks te willen hebben op de eerste date, terwijl dat voor een man meestal totaal geen probleem is. Dit heeft evolutionair vooral te maken met de relatieve lange opvoedtijd van de mens.  De nurture periode van de mens is velen malen langer dan het gemiddelde dier dat meteen voor zichzelf moet zorgen omdat het anders opgegeten wordt. De mens heeft de intelligentie om zich in een relatieve veilige omgeving te wanen en kan dus meer investeren in intelligentie. Baby's hebben een steeds grotere schedel gekregen omdat de herseninhoud toegenomen is, daarom hebben baby's ook fontanellen en gaan menselijke bevallingen relatief moeizaam (schedel past niet goed door de vagina). Vrouwen voeden kinderen doorgaans op en mannen kijken vooral toe (in meer feminiene culturen is dit verschil minder groot). Vrouwen zijn daardoor logischerwijs meer kritisch op lange termijn karaktereigenschappen van de man.
De bovenstaande uiteenzetting is uiteraard zeer sterk gegeneraliseerd en polariserend op man aan de ene kant en vrouw aan de andere kant. Het gaat om de genen (chromosomenparen) die mannelijkheid of vrouwelijkheid bepalen. Een mens/persoon kan of heel veel mannelijk of heel vrouwelijk zijn of daar tussen in zitten. Personen met meer testosteron (hormoon) zullen eerder neigen naar sterk mannelijke eigenschappen. Mensen met meer oestrogeen zullen meer neigen naar vrouwelijke eigenschappen. Er zijn bijvoorbeeld genoeg vrouwen die ook direct seks willen op de eerste date. Vooral na alcohol want dan gaan de emotionele en fysieke remmen eraf en zeggen en doen vrouwen (en mannen overigens ook) wat ze echt vinden. Met de remmen erop houden ze vast aan de culturele normen van de maatschappij (de dubbele moraal). Veel kinderen worden dan ook verwekt na een nacht goed stappen. Dat heeft ook te maken met de eisprong (ovulatie) van de vrouw. Vrouwen zijn eerder geil (ontvankelijk voor seks) na de tweede week van de menstruatie wanneer het eitje maximaal klaar is om bevrucht te worden. Vrouwen en vrouwelijke gevoelens gaan dan ook meer gepaard met maandelijkse cycli. Mannen hebben meer een dagelijkse cycli (ochtenderecties).
Daarnaast speelt anticonceptie een belangrijke rol. Vrouwen kunnen meer over hun eigen lot beschikken en zich onafhankelijker opstellen door het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Biologisch kun je je eigen lot dus beter bepalen. Cultureel zijn we alleen nog niet zo ver. In onze cultuur zitten de verschillen tussen man en vrouw nog diep in onze gewoontes. In Nederland hebben we bovendien ook de luxe dat vrouwen in deeltijd kunnen werken, shoppen hobby nr. 1 is en vrouwen vooral voor kinderen kunnen zorgen. Kinderen zijn voor vrouwen vaak ook een statussymbool. Kinderen betekent vruchtbaarheid, een man met een goed inkomen en het is voor veel vrouwen het levensdoel (biologisch klopt dat ook). Een huisvader die op de kinderen past is ook nog niet bepaald een statussymbool in Nederland.  De meeste vrouwen geilen op een man met grote ambities, die meer verdiend dan de vrouw zelf en zelfstandig voor eigen inkomen zorgt. Dat is dan ook de reden dat veel hoogopgeleide vrouwen steeds kritischer zijn en moeilijk aan de man komt, want bijna geen enkele man voldoet aan het totaalbeeld en de lat wordt steeds hoger gelegd. Daar hebben de meeste mannen ook helemaal geen zin in. De grootste ergernis van een man is een zeurende vrouw waarbij hij bij voorbaat al vaak niks goed kan doen.
In Zweden wordt cultureel en economisch veel minder nadruk gelegd op gender verschillen. Je wordt opgevoed als mens. Vind je als jongetje poppen leuk dan is het goed, vind je als meisje technisch lego leuk dan is het ook goed. Mannen en vrouwen krijgen ook naar eigen inzicht veel langer zwangerschapsverlof en kunnen zelf bepalen of de man of de vrouw hier gebruik van kan maken. Wat dat betreft is Zweden het voorbeeld van een geëmancipeerd gelijkwaardig land.
Hoe anders is dat in bijvoorbeeld Nederland. In Nederland wordt je bewust en onbewust opgevoed met duidelijke gender patronen. Jongetjes moeten vooral jongetjes dingen doen, meisjes moeten vooral meisjes dingen doen. Jongetjes en meisjes krijgen dat al vroeg mee. Dat lijkt heel onbetekenend, maar heeft wel degelijk invloed over hoe we onze maatschappij inrichten en beleven. Het heeft vooral invloed op het werk dat wij later willen doen. Vrouwen willen vooral heel erg vrouwen beroepen doen: zorg, onderwijs, schoonmaak, communicatie, administratie/secretarieel en mannen doen vooral heel erg mannen beroepen: management, bouw, distributie, logistiek, bestuur, ICT  financieel en technische beroepen. Vrouwen schikken zich vaak in ondergeschikte rollen waarin taal en communicatie belangrijke factoren zijn. Mannen eisen beroepen op waarin ambitie, status, concurrentie en de mannelijke identiteit een belangrijke rol speelt. Je ziet wel een kentering in het hoger onderwijs. Vrouwen studeren steeds meer door in het hoger onderwijs. Toch wordt de ambitie in het hoger onderwijs vaak niet omgezet in een topfunctie. Het krijgen van kinderen, deeltijd werk dat niet past in een topfunctie speelt daarin een belangrijke rol. Maar vrouwen worden vaak ook niet meer als vrouw gezien in topfuncties. De meeste vrouwen in topfuncties gedragen zich als mannen. Mannelijke kenmerken als dominantie, competitie, rendementsdenken spelen nog steeds een belangrijke rol in het bedrijfsleven. Op zich een gemiste kans want communicatie, luisteren naar de klant, zorg besteden aan de klant zijn ook belangrijke kenmerken. Wat dat betreft is een mix tussen man en vrouw goed voor een bedrijf of organisatie. Helaas is Nederland kampioen deeltijd werken. Vrouwen zitten wat dat betreft in een enorme luxepositie. Ze kunnen alles doen wat aansluit bij de vrouwelijke kenmerken. Een baan heb je dan ook niet om hoofdinkomen te werven, maar omdat een baan leuk en afwisselend moet zijn of vanwege het contact met de samenleving. Daarnaast houden vrouwen veel tijd over om te moederen, shoppen, boodschappen doen, op bezoek gaan bij vriendinnen. Het is dus best begrijpelijk dat vrouwen ook helemaal geen vrouwenquotum of meer voltijdse banen ambiëren.  Dat gaat geheel in tegen de enorme luxepositie waarin vrouwen zitten. Bovendien matched het niet met de biologische ambities van vrouwen. Als vrouwen dan al voltijdse banen hebben vallen die meestal in beroepen waar die biologische voorkeuren al in zitten. Het basisonderwijs bestaat niet voor niets grotendeels uit juffen. De zorg bestaat grotendeels uit vrouwen.
Deze van oudsher traditionele rolpatronen tussen man en vrouw versterken het neoliberale paradigma. Zolang de vrouw nog op status valt zullen mannen met elkaar concurreren op status, macht en kapitaal. Waarbij kapitaal het middel en is om status en macht te verkrijgen. Kapitaal is dan de belichting of uitstraling van macht en status (mensen verbazen zich wel eens over hoe hele aantrekkelijke vrouwen vallen op hele lelijke mannen). Het is ook niet zo verwonderlijk dat vrouwen vallen op macht, status en kapitaal want dat geeft vrouwen een bepaalde zekerheid om hun genen door te geven (soms is het ook gewoon wachten op de erfenis van een man, zodat de vrouw zelfstandig kan zijn). In de meeste gevallen is dit  wel een schijnbare zekerheid, want mannen die handig zijn in het vergaren van macht en status zijn ook eerder geneigd tot vreemdgaan. Macht legitimeert tot op zekere hoogte een zekere promiscuïteit. De bancaire sector laat dit fenomeen goed zien. Moraliteit heeft plaats gemaakt voor macht, status, seks, drugs en drank. De vrouw ruilt haar uiterlijk (aanbod) voor een man met macht (vraag) en status. Er vindt een soort van transactie plaats. Omgekeerd gebruikt de man met macht en status (aanbod) de vrouw voor seks, iemand die eventueel voor de kinderen kan passen (heeft de man geen tijd voor) en als schijnbare relatiepartner. In een zeer sterk  gegeneraliseerde neoliberale context worden menselijke relaties en interacties vereenvoudigd tot zakelijke amorele transacties tussen vraag en aanbod. Dat lijkt misschien buitengewoon zakelijk, maar het is wel de corebusiness van duizenden relatiebureaus, miljoenen pornosites, reclamebureaus, uitzendbureaus etc. De nadruk op commercie en transacties wordt steeds groter. Een relatiebureau verkoopt wel echte liefde, maar uiteindelijk draait het om zoveel mogelijk betaalde leden. Een uitzendbureau verkoopt wel de mooiste baan, maar uiteindelijk draait het om het binnen halen van zoveel mogelijk werknemers aan werkgevers (omzet). In het neoliberale paradigma is moraliteit het product. Er wordt marketing bedreven op gevoel, moraal en irrationeel gedrag, maar uiteindelijk gaat het om amorele financieringsconstructies om zoveel mogelijk omzet binnen te halen. Moraliteit is een product geworden en dat werkt beter in traditionele rolpatronen. Je kunt makkelijker marketing bedrijven als vrouwen zich aangesproken voelen worden op zeer duidelijke vrouwelijke kenmerken (uiterlijk) en mannen op zeer duidelijke mannelijke kenmerken. De identiteit met het product is dan sterker. Mannen: bier, worst, auto's en veel neuken. Vrouwen (uiterlijk, make up, verzorging, schattig, baby's, pony's etc.). Target marketing kan dus een stuk efficiënter zijn dan mass marketing (RTL7 als mannenzender, RTL4 als familiezender) NPO 2 hoogopgeleide geïnformeerde Nederlander), Net9 als duidelijke vrouwenzender, NPO3 als kinderzender.
Andersom versterkt het neoliberale paradigma ook de verschillen tussen mannen en vrouwen en houdt het neoliberale paradigma emancipatie erg tegen. Vrouwen en mannen die pleiten voor een vrouwenquotum kunnen beter eerst kijken naar de culturele oorzaken waarom vrouwen specifiek kiezen voor vrouwelijke rolpatronen en mannen specifiek kiezen voor mannelijke rolpatronen. Zolang geld verdienen nog de belangrijkste mannelijke component is bij mannelijke rolpatronen, zullen mannen zich blijven focussen op zoveel mogelijk geld verdienen: zoveel mogelijk sales, productie, zelfverrijking en status en zolang vrouwen zich zoveel mogelijk identificeren met uiterlijk, schoonheid en fysieke aantrekkingskracht, zullen vrouwen zich al heel vroeg focussen op deze 'vrouwelijke' rolpatronen.
Zolang vrouwen nog vallen op status, macht, geld, lengte van mannen en mannen vallen op uiterlijk van vrouwen zullen we cultureel-biologisch moeilijk uit het neoliberale paradigma komen. Want concurrentie op uiterlijk  en status zijn sociaal-cultureel darwinistische biologische processen die je niet makkelijk kunt veranderen. De concurrentie daarop zal niet meteen minder worden. Welke vrouw valt er niet op macht, geld, lengte, status en welke man valt er niet op uiterlijk van vrouwen? Nu is het ook niet zo dat elke man en vrouw op deze elementen vallen. Op de lange termijn spelen juist zachte karakteristieken eigenschappen een belangrijke rol. Maar die spelen in de snelle gehypte marketing media nauwelijks een rol. Je verkoopt niet meer make up als je een vriendelijke lelijke vrouw op een billboard plaatst. Je verkoopt ook niet meer auto's als je een aardige betrouwbare nerd in een autoreclame stopt.


Tegenlicht over risk taking, testosteron, status, traders, bankers, perverse prikkels, het winnaarseffect.
https://www.youtube.com/watch?v=htIbwvKt8cE
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - neoliberalisme en vrije markt: het nieuwe geloof in de meritocratie en de heilige vrije markt

Fukuyama: End of history, de utopie van een meritocratie en het heilige geloof in marktwerking.


Na de val van de Berlijnse muur eind jaren '80 bleef er volgens Fukuyama 1 dominante ideologie over: het geloof in de vrije markt, het geloof in de macht van het individu en het geloof dat het individu alles kan worden en bereiken wat het wil.  De  mogelijkheden zijn grenzeloos als je maar wil. Het individu en het leven is maakbaar als je maar wil. Niet god bepaalt jouw levenspad, maar jijzelf bepaalt jouw eigen levenspad. Lukt het niet, dan is het uiteraard wel volkomen je eigen schuld, want ja, dan had je maar meer je best moeten doen. Je bent wel verplicht om mee te geloven in de meritocratie. Doe je niet mee aan dit geloof dan kun je flinke sancties verwachten. Je wordt gekort op je uitkering of je moet je bestaansmiddelen inleveren.  De overheid is ultiem wantrouwend geworden tegen mensen die niet mee gaan in het geloof van het beste uit jezelf halen. Je moet jezelf zo goed mogelijk in de markt verkopen, 4x per week solliciteren op banen die er niet zijn, aan allerlei trainingen meedoen die nergens toe leiden en meedoen aan alles wat de overheid je vertelt te doen om maar die ene baan te bemachtigen. Lukt dat niet dan ben je een loser, uitgerangeerd en dan heb je het echt wel aan jezelf te danken. Nu al zien we dat bepaalde gemeenten (Apeldoorn) met nota bene een PvdA wethouder onder het motto re-integratie, bijstandsgerechtigden zoveel mogelijk vernederen met onzinnig inpak- en knutselwerk. Werk je niet mee dan moet je het maar zelf uitzoeken. Dan kun je een uitkering vergeten en ben je aangewezen op voedselbanken of de straat. Je kunt fluiten naar je basisvoorzieningen en dwangarbeid wordt wel degelijk ingevoerd in Nederland.
https://www.youtube.com/watch?v=qiZxvf9bCmk
Met re-integratie heeft dit beleid allang niks meer te maken. Het ironische is dat het ook nog eens heel erg anti-liberaal is met een enorme verspilling van middelen (controle, ambtenaren apparaat, arbeidsconsulenten, beleidsmedewerkers, Wmo-consulenten). Geld dat allemaal weggegooid wordt om maar een heel klein deel van de welwillende doelgroep (die anders waarschijnlijk ook al aan het werk zouden komen) aan het werk te krijgen. Geld dat je veel beter kan investeren in innovatie, duurzaamheid, scholing en technologie. Geld stoppen in betutteling is de slechtst denkbare investering die je ooit kan doen. Toch doen we het momenteel op grote schaal. Je kunt misschien je geld nog beter door het toilet spoelen. Dan heb je de negatieve effecten in ieder geval niet. Hoogstens een verstopt toilet. Daarnaast pak je burgers die al in een zwakke positie zitten de keuzevrijheid af door  onzinnig werk verplicht te stellen. Laat burgers die bijna allemaal willen participeren zelf kiezen waarin dat is. Veel burgers zitten zonder eigen toedoen thuis vanwege de crisis (ontslag of faillissement). Burgers die dolgraag iets willen betekenen voor de maatschappij, maar haast geen activiteiten mogen ontplooien van de overheid. Het moet namelijk meteen economische waarde opleveren, anders heeft het geen nut (althans dat is het dogma). Het wantrouwen van de overheid leidt tot bizarre situaties als het niet meer mogen zorgen voor je kleinkinderen (moeder Lange Frans, uitzending monitor) of oppassen met het leveren van zorg aan je medemens (want ja dat kan ook betaald). Het is een heel eenzijdige kortzichtige blik op waarde en waardigheid van mensen. Je wordt eigenlijk buitenspel of onder druk gezet als je niet voldoende economische waarde kan produceren. Terwijl je op een andere wijze voor de maatschappij ook waarde kan creëren (zorg, boodschappen, kennis, iemand gelukkig maken, maatjesprogramma's, koffie schenken, een luisterend oor aanbieden, iemand helpen bij het regelen van financiële zaken of de computer etc.). Sterker nog het op korte termijn snel creëren van economische waarde zorgt wellicht eerder voor het afbreken van maatschappelijke waarden. De bankensector is daar een goed voorbeeld van. Maar de meeste mensen die heel snel rijk willen worden dragen vaak het minst bij aan de maatschappij zelf. De vraag is of de overheid die kant op wil.
Afbeeldingsresultaat voor bankiers maatschappelijke waarde
De overheid pakt eigenlijk al je keuzemogelijkheden af. Verplicht dom werk doen of je bestaansmiddelen inleveren lijkt mij dan ook geen keuze. Het is moderne slavernij, levert vooral heel veel stress op en is enorm paternalistisch. Je werkt niet meer voor loon, maar voor je bestaansmiddelen.

Met re-integratie en zelfontplooiing heeft het in ieder geval niks te maken. Het zal eerder de weerstand op arbeid vergroten. Zeker onder middelbaar en hogeropgeleiden. Je zult je diploma of bul gehaald hebben en daarna direct verplicht gesteld worden om paperclips in te pakken. Wat voor signaal geef je dan af over de arbeidsmarkt en overheid? Is dat een maatschappij waar we naar toe willen? We tuigen een heel duur, controlerend systeem op om maar te voldoen aan het neoliberale paradigma (dogma) dat we allemaal moeten presteren en directe economische waarde moeten leveren in de maatschappij. Je bent al snel een profiteur of nietsnut als je geen economische waarde levert.
http://www.volkskrant.nl/opinie/met-gratis-geld-loont-werken~a4036089/
De economische situatie van een land (crisis) speelt daarin geen rol. Je zult en moet arbeid leveren al is de werkloosheid nog zo hoog en de de crisis nog zo diep. Of een baan enigszins een beetje bij een persoon past doet er niet toe. We hebben een enorme obsessie gekregen voor het dogma 'hard' werken. Wat dit verder voor betekenis heeft doet er verder niet zo toe. Zolang jij maar 'hard' werkt kan het niet zijn dat iemand gewoon maar een uitkering ontvangt. We hebben niet meer zo goed door dat in tijden met een beperkt aantal banen hard werken alleen maar leidt tot meer werkloosheid. Je maakt namelijk het totaal aantal banen op met harder en langer doorwerken. Binnen het neoliberale dogma denkt men dat er meer banen komen als men maar hard genoeg werkt. We moeten de koek 'gewoon' groter maken en een grotere koek levert meer banen op.
https://www.youtube.com/watch?v=5fbvquHSPJU
In het neoliberale paradigma gelden blijkbaar andere regels. Neoliberalisme is dan ook een geloof, misschien een utopie: een droomwereld waar de maximale welvaart gerealiseerd wordt wanneer iedereen 'hard' werkt. We worden maximaal gelukkig in een wereld van onbegrensde groei, materialisme en kansen voor iedereen als je maar wil. Een wereld waar hard werken de moraal is. Een utopie waarin burn outs en depressies niet bestaan. Of waar je als individu daar zelf verantwoordelijk voor bent. Een utopie waar een eigen huis, auto, mobieltje je status bepaalt. Het is een wereld waarin de negatieve effecten van marktwerking opgelost worden door meer marktwerking (meer pillen voor depressies, je koopt je zorgen weg). Een utopie waarin je dat als individueel allemaal zelf kan regelen. Een wereld waar het draait om rendement, winstmaximalisatie en aandeelhouderswaarde. Het is tevens een wereld waar veel mensen zich niet in thuis voelen. Een harde sociaal-darwinistische wereld waar het niet meer gaat om mensen, geluk en bewondering. Een wereld die zeer gericht is op de ik-figuur: wat zit er in voor mij? Een wereld waar het algemene belang en hogere doelen niet meer centraal staan. Een wereld waarin het ik figuur narcistische trekjes krijgt ten koste van de maatschappij. Belastingontwijking door multinationals een kunst is geworden en je  een koning bent als je je jarenlang verrijkt hebt aan woekerpolissen, onduidelijke financiële producten of het uitbuiten van huurders, scholen en nutsbedrijven.
Het begrip neoliberalisme kent verschillende definities uit verschillende perioden. Vanaf de jaren 80 wordt het begrip gekenmerkt door een sterke mate van privatiseringen, een sterke westerse kapitalistische stroming, deregulering, vrijhandel, toenemende private sector en bezuinigingen. Tussen de jaren 30 en 60 was neoliberalisme een filosofische stroming dat gepaard ging met een gereguleerde markt waarin marktinvloeden gecombineerd werden met overheidsbeleid. Het lag veel meer in tussen het klassiek liberalisme en het socialisme. Het huidige neoliberalisme vanaf de jaren 80 heeft zijn oorsprong in de Chicago School of economics (Milton Friedman en Friedrich Hayek), waarbij het Keynesiaanse model verworpen werd voor het neoklassieke model ten gunste van het monetarisme en staat symbool voor het beleid van Thatcher, Reagan en Pinochet. Daarnaast speelt het individualisme binnen deze stroming een sterke rol. Competitie tussen individuele werknemers, individuele bedrijven haalt het beste in je naar boven. Wat dat betreft kent het een sterk sociaal darwinistische invalshoek. Het recht van de sterkste (best aangepaste). In de jaren 90 is het neoliberalisme en het individualisme nog veel sterker toegenomen. Door deregulering en verruiming van de kredietverlening kon elk individu zijn of haar droom bereiken. De bomen leken tot in de hemel door te groeien. Er was sprake van een oneindig groeiende economie. Iedereen was gelukkig, iedereen had welvaart. Het was alleen welvaart gebaseerd op schuld en krediet. Veroorzaakt door bankiers, bonussen, onbeperkte kredietverleningen en het geloof in de heilige marktwerking.

Na de crisis van 2008 is de argwaan tegen bankiers, managers en de bonuscultuur wel sterk toegenomen. De samenleving pikt dit gedrag van zelfverrijking niet meer. De vraag is of de samenleving ook politiek stemt tegen dit gedrag. Dat lijkt in Nederland nog niet echt het geval te zijn. Het is makkelijk om anderen de schuld te geven, maar het is veel moeilijker om je eigen gewoontes en gedrag aan te passen. De bancaire sector is gewoon weer op de oude voet doorgegaan. Er worden weer ruimschootse bonussen uitgedeeld en zelfverrijking houdt niet op bij het instellen van nieuwe regeltjes. Een cultuur van zelfverrijking en egocentrisme verander je niet zomaar. Zeker niet als de achterbank generatie opgevoed wordt tot prinsjes en prinsessen waarin alles vanzelfsprekend is en alles voor je gedaan wordt en je zelf niks meer hoeft te doen. Deze generatie werd van huis tot school vervoerd op de achterbank van de auto. Is heel beschermd opgevoed en kreeg alles wat het wenste. Niks is te gek, alles draait om het prins of prinsesje en alles wordt gedaan voor het prins of prinsesje. Gezag en hiërarchie bestaat niet meer. Ouderlijk gezag en de strenge vader en moeder werden vervangen door vader als vriend en moeder de vriendin. In een wereld waar geen gezag, regels en orde meer bestaat worden kinderen opgevoed tot narcistische verwende kinderen. Deze kinderen kunnen nauwelijks meer omgaan met tegenslag. Op dit moment zie je dat deze kinderen nauwelijks ontwikkelen. Ze blijven verwende kinderen tot dat ze in de echte wereld terecht komen. Dan lopen ze tegen depressies en burn outs aan.
http://www.trouw.nl/tr/nl/4516/Gezondheid/article/detail/4034677/2015/05/20/Meeste-uitval-arbeidsmarkt-door-psychische-kwaal.dhtml?cw_agreed=1
Ze hebben nooit geleerd hoe de echte wereld werkt en hebben nooit geleerd hoe om te gaan met tegenslag, gezag, autoriteit, verlies en andere waarden. Binnen hun egocentrische wereld stonden zij zelf op de eerste plaats. In de echte wereld is dat heel anders. De egocentrische waarden worden doorbroken en dat kan hard aankomen. Hoge verwachtingen botsen dan met de realiteit van de echte wereld. Dat kan leiden tot depressies en burn outs. Zeker als je overal te horen krijgt dat je het als individu altijd maar kan maken als je maar wil of als je maar hard genoeg werkt.
http://zembla.vara.nl/seizoenen/2015/afleveringen/29-04-2015

In de jaren '60 '70 en '80 hebben veel mensen afscheid genomen van het christelijke geloof en het geloof in de letterlijke waarheid van een christelijke god.  De letterlijke waarheid van de bijbel kreeg een andere invulling. In Europa accepteren steeds meer mensen de evolutietheorie en in Amerika wordt geloof steeds meer verbonden met individuele ontplooiing en keuzevrijheid voor een bepaald christelijk geloof binnen een bepaalde gemeenschap. In Amerika is geloof steeds meer een bedrijf of commerciële activiteit geworden, een commerciële vorm van levensstijl (televisie dominees die miljonair worden, die boeken, cd's verkopen etc.). De jaren '60 en '70 zijn kenmerkend voor een overgang van het modernisme naar het postmodernisme waar de ultieme waarheid niet meer bestaat. Vanuit de wetenschap werd religie bekritiseerd en steeds minder gezien als de ultieme waarheid (Sartre). Het existentialisme (individualisme, verantwoordelijkheid en subjectiviteit) kwam op. Niet de groep, de religie, de staat stond centraal (samen het land weer op bouwen na de oorlog), maar het individu. Het individu had zich ook steeds meer ontplooit tot zelfdenkend kritisch mens (de mondige burger) en door de toenemende welvaart van onder meer de babyboomers kon men zich meer richten op individuele vrijheden, vrije tijdsbesteding, kunst en cultuur. Met de technologische vooruitgang (tv, radio, auto, brommer) was de babyboomer ook niet meer afhankelijk van de groep binnen de eigen zuil. Babyboomers gingen zich steeds meer los maken van de zuil en vonden de bemoeienis van vadertje staat betuttelend. De maakbare samenleving van de staat en de top down planning (de staat weet wat goed is voor u) veranderde in een maakbare individu. Door zelf kritisch na te denken komt u tot de hoogst mogelijke individuele welvaart en vrijheid, los van kerk, staat en samenleving.

Na de Tweede Wereldoorlog droegen de oorlogen van Amerika met Korea en Vietnam bij aan de overgang van het modernisme naar het postmodernisme. Het geloof in bipolaire verhoudingen tussen het westen (kapitalisme) en oosten (communisme) verdween bij een grote groep vooral 'linkse' jongeren. De jaren '70 kunnen ook gezien worden als het einde van de Amerikaanse hegemonie. Economisch stortte het Bretton Wood systeem in (Nixon), militaire verloor Amerika de containment oorlogen met Noord-Korea en Vietnam. In het Midden-Oosten was Amerika afhankelijk en verslaafd geworden aan olie. De OPEC-landen bepaalden nu het aanbod van olie en dus energie in de wereld. Amerika als wereldmacht en mondiale politiemacht brokkelde af. Ook het wereldbeeld van Amerika en Israël goed en Iran, Irak, Korea slecht werd iets minder eenduidig. In de jaren '60 en '70 ontstond een pacifistische hippie cultuur die zich zeer sterk tegen wat voor vorm van militaire ingrijpen verzette.

In Amerika vormde de meerderheid van de vaak blanke middelbare gezinnen nog wel de christelijke moral majority. In Amerika geloven de meeste mensen nog steeds in het creationisme, is de evolutietheorie nog lang niet geaccepteerd en speelt geloof in de samenleving nog een hele belangrijke rol. Een atheïstische president is ondenkbaar. Dat komt omdat geloof in Amerika altijd een grassroot beweging is geweest. Het is niet zoals het katholieke geloof van bovenaf gestuurd, maar het wordt overgedragen binnen kleine gemeenschappen. De meer puriteinse republikeinen hebben van oudsher dan ook meer aanhang in dorpen en kleine steden dan de democraten. De meer liberale democraten geloven ook wel in God, maar hebben meestal iets minder orthodoxe opvattingen en zijn meer vertegenwoordigd in grote steden. Dorpen herbergen gemiddeld sowieso meer religieus georiënteerde mensen dan de steden. De traditionele aanhang van het CDA bevindt zich op het platteland. Dat heeft onder meer te maken dat boeren zich afhankelijk voelen van de wil van god over weer, klimaat en land. Rentmeesterschap is dan ook 'echt' een CDA onderdeel in het partijprogramma (maar als het er op aan komt in de praktijk valt het wel mee hoe het CDA omgaat met natuur, klimaat en omgeving, paradox tussen economisch gewin boeren en houdbaarheid natuur). De afname van het aantal boeren en de migratie van platteland naar de stad is een van de oorzaken van deconfessionalisering. De kleiner wordende christelijke partijen moesten zich noodgedwongen fuseren tot het CDA. In Amerika blijft het platteland nog steeds erg belangrijk. Er vindt wel degelijk migratie naar de grote steden plaats, maar de invloed en het Amerikaanse kiesstelsel zorgt nog steeds voor invloedrijke dorpen en religieuze opvattingen in de politieke besluitvorming. Al Gore had tijdens de verkiezingen van 2000 in totaal wel meer stemmen, maar verloor door het kiesstelsel toch de verkiezingen van George W. Bush. De winner takes it all. De staat (kiesdistrict) met de meeste stemmen wint het totaal aantal kiesmannen. In Groot-Brittannie (de Angel-Saksische cultuur) werkt dat precies hetzelfde. Cameron veroverde veel meer zetels dan absolute stemmen.

Amerika is het land waar men meer dan waar dan ook gelooft in de de meritocratie: The American Dream. Het is ook het land waar de American Dream meer dan waar dan ook niet uitkomt. In ontwikkelingslanden geloven de meeste mensen niet dat je van een dubbeltje een kwartje kan worden als je maar 'hard' genoeg werkt. In Amerika gelooft bijna iedereen dat je door middel van 'hard' werken de absolute top kan bereiken. Er is een enorm positief gevoel over hard werken en de top bereiken. Als je ten koste van alles miljarden binnen hebt gesleept zal dat wel komen door hard werken. Boven het maaiveld uitsteken wordt in Amerika als een verdienste beschouwd, het is een echt statussymbool (is na de crisis van 2008 wel enigszins afgenomen). In Nederland leef je meer in een cultuur van 'doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg'. Nederland kent meer een calvinistische inslag. Amerika is het land van de onbegrensde mogelijkheden met een pioniersgeest en kolonistenachtergrond: the land of the free. Geloof speelt dus niet alleen maar een rol in het religieuze leven van Amerikanen, maar is ook heel duidelijk aanwezig binnen de economie en het gevoel dat je het echt kan maken in Amerika, als je maar wil. Het geloof dat Amerika de beste staat en natie van de wereld is, is dan ook heel erg sterk. Dit geloof wordt versterkt door het patriottistische  karakter van Amerika. Amerika is een relatief jonge staat (250 jaar), met een korte culturele geschiedenis. Voor natiebinding kan de Amerikaanse staat slechts teren op de Amerikaanse vlag, Onafhankelijkheidsdag (4 juli), de dollar (als wereldmunt en symbool van hegemonie), het wilde westen (symbool voor de vrije pioniersgeest) en het militaire apparaat in de Tweede Wereldoorlog (veteranen, bevrijden van de vrije westerse wereld). Freedom of speech, eigen verantwoordelijkheid zijn dan ook belangrijke Amerikaanse/westerse waarden. Daar heeft de westerse wereld bloed voor laten vloeien (veteranen Tweede Wereldoorlog, onafhankelijkheidsoorlog, burgeroorlog) en deze waarden zijn ook internationaal vastgelegd in de universele verklaring van de rechten van de mens, tijdens de Algemene vergadering van de Verenigde Naties (1948) onder invloed van de Amerikaanse hegemonie. Naast religieuze en gezinswaarden, patriottisme zijn individuele waarden in Amerika en de rest van de westerse wereld steeds belangrijker geworden.

Vanaf de jaren '80 is het streven naar eigen individuele zelfontplooiing enorm toegenomen. In de grote steden (Londen, New York) kon je meer dan ooit te voren 'het' maken. Status en materialisme gingen steeds meer hand in hand. Stedelijke stadstaten vertegenwoordigen het uiterlijk vertoon van macht, cultuur, status en bezit. Vanaf de jaren '80 werd het ene kantoor na het andere kantoor in het centrum gebouwd. De financiële sector in het centrum van de stad staat centraal voor de macht van de stad. De plek waar het grote geld verdiend wordt.

City marketing is voor steden steeds belangrijker geworden. Waar voorheen het gezin en de buitenwijk nog belangrijke Amerikaanse en westerse statussymbolen waren, herleefde de invloed van de stad en het centrum als uiting van macht en succes. Nieuwe kantoren, cafés, kroegen, pubs, dancings, bioscopen vestigde zich in de steden (gentrifications). De belangstelling en herwaardering van het stadscentrum kreeg een nieuwe impuls van de vaak rijke Yuppen of studenten die dichtbij of in het centrum studeren of werken. In de VS bleef deze ontwikkeling wel enigszins uit door de enorme verpaupering van de binnensteden (donut cities), de grote shoppingmalls buiten de stad, de auto als belangrijk statussymbool en de family values in de suburbane wijken of randsteden. Daarnaast investeert de Amerikaanse overheid minder in het centrum, waardoor het centrum vooral bestaat uit een central business district waar verder weinig te beleven is. In Londen zie je dit ook enigszins. Amsterdam en Utrecht, maar ook Groningen zijn voorbeelden van succesvolle stadstaten. Deze steden trekken de omringende dorpen leeg (Groningen) of trekken zelfs studenten en Yuppen aan uit de rest van Nederland (Amsterdam en Utrecht). De levendigheid van de stad, de voorzieningen trekken vooral hoogopgeleide mensen aan. Overal ter wereld zie je dan ook dat de grondprijzen in de grote steden enorm stijgen. Koopwoningen en huurprijzen blijven stijgen in de grote steden. Hierdoor ontstaat een klassenmaatschappij. Alleen hoger en middelbaar opgeleiden met hoge inkomens hebben toegang tot woningen. Dit effect wordt versterkt door de verkoop van sociale huurwoningen. Met de verkoop van deze huurwoningen kunnen gemeenten weer meer voorzieningen realiseren voor de vaak hoger opgeleiden (kunst, cultuur, horeca, toerisme).

Daarnaast versterkt de opkomst van de stadstaat het elitaire idee dat je alles kunt krijgen zolang je maar naar de elitaire stad trekt. Zolang je de huur en de voorzieningen kunt betalen heb je toegang tot alles. Je kunt dus je eigen klasse kopen zolang je maar financieel kapitaalkrachtig bent of rijke ouders hebt. Hierdoor ontstaat ook een strijd tussen de metropool (randstad) en het platteland. Je ziet dit ook enigszins terug in het voetbal. Twente fans hebben een ontzettende hekel aan de arrogante Ajacieden uit de metropool Amsterdam. Almelo fans hebben dan weer een hekel aan de stadse Twente fans. PSV fans identificeren zich met boeren en hebben een gruwelijke hekel aan de stadse Ajacieden. Ajax en Feijenoord vechten om wie het meest stads is. Ajax is de elitaire egocentrische cultuur stad gericht op het individu en Feijenoord versterkt het 'wij' gevoel en verbindt zich als stad van de harde werkers (havenarbeiders). Heerenveen en Groningen vechten een strijd om wie het meest ruraal is. Heerenveen en Cambuur vechten een strijd uit tussen de Friese boeren (Heerenveen) en de niet Friese identiteit met de stad Cambuur als typisch niet Friese stad.

Sociaal collectieve waarden op het platteland (onze cultuur) vecht een strijd uit met de neoliberale individuele waarden in de stadstaten (ik ben de beste). Op het platteland is de sociale cohesie onder elkaar veel sterker dan in de stad. De stad bestaat veel meer uit de optelsom van individuen (atomistische gehalte stad). Terwijl het platteland veelal gekenmerkt wordt door het geheel van sociale interacties tussen bewoners, vrijwilligers, voetbalclubs, de buurtsuper, buurthuis, dorpscafé en de overige sociale voorzieningen (gemeinschaft versus gesellschaft, Tonnies). Deze voorzieningen staan door de trek naar de stad en krimp van dorpen wel onder druk. Hierdoor wordt het totale neoliberale karakter van individuele activiteiten en individuele zelfontplooiing versterkt. De individuele ondernemer heeft meer aanzien dan de boer die zorgt voor onze voedselvoorziening. Het platteland als geheel verliest ook aanzien. De hoog opgeleide mensen trekken weg naar de steden (braindrain) en de mensen die niet in staat zijn om te vertrekken blijven. De krimpende dorpen verliezen de concurrentie met de steden waar de voorzieningen dicht in de buurt zijn en meer aanwezig zijn. In Groningen kampen de bewoners in de dorpen met aardbevingen door gaswinning. De bewoners zijn jarenlang misleid door de overheid over de ware oorzaak. Ze zijn niet serieus genomen want het zijn toch maar domme boertjes. En hoe erg zijn die aardbevingen in een dunbevolkt gebied. Als deze aardbevingen in de Randstad hadden plaats gevonden was het een nationale ramp geweest. Nu wordt het weggezet als een regionaal probleem. De regio Groningen moet zich maar ondergeschikt maken aan het grote nationale belang: het spekken van de staatskas en aandeelhouderswaarde Shell. De dorpen worden opgezadeld met de problemen: krimp, wegtrekken voorzieningen, overlast multinationals en de steden krijgen de voordelen: hoog opgeleide mensen, voorzieningen, de lusten van de gasbaten (nationale voorzieningen). Het is dan ook niet zo vreemd dat van nature uit zeer terughoudende Groningse dorpen zich nu massaal verzetten tegen meer gaswinning van de NAM (Shell/Staat).

Op een ander niveau zie je ook een strijd tussen grote winkelketens en kleine eenmanszaken en digitale winkels op internet versus fysieke winkels in de stad. Op het platteland zijn bijna alle winkels al verdwenen (hoogstens een paar buurtsupers of srv wagens). Niet alleen in detailhandel zie je de strijd tussen het neoliberalisme en kleine bedrijven. In de landbouw verdwijnen ook steeds meer kleine boeren omdat ze niet kunnen concurreren tegen de grote fabrieksmatige agrarische industrie (megastallen en grote agrarische concerns). In de jaren '80 werd de financiële sector door de deregulering steeds groter. Bankiers en financiële dienstverleners stegen enorm in aanzien. Je kon enorm veel geld verdienen in de commerciële en financiële 'dienstverlening'. Macht en aanzien werd steeds belangrijker gevonden en direct in verband gebracht met materialisme, geld verdienen, dure huizen en woningen. De lager betaalde functies in de reële economie daalden in aanzien. Je moet wel iets goed fout gedaan hebben als je vuilnisman bent geworden. Terwijl een vuilnisman of schoonmaker een groter maatschappelijk nut heeft dan een zelf verrijkende bankier, broker of riskmanagers die met zijn ondoorzichtige financiële producten en woekerpolissen alleen maar parasiteert op de maatschappij. De uniciteit (uniek talent) en de potentiële verdiensten van een baan bepaalt grotendeels je economische meerwaarde. Bankiers konden wegkomen met enorme bonussen omdat ze een bepaald uniek talent vertegenwoordigen. Voetballers, acteurs, zangers, schrijvers in het hoogste segment vertegenwoordigen een bepaalde uniciteit. Tegenover dit unieke talent staat een enorm salaris/bonus. Een bepaalde X-factor bepaalt grotendeels jouw marktwaarde. Jezelf onderscheiden en jouw unieke ik-persoon speelt daarin een grote rol. Wat is jouw meerwaarde ten opzichte van anderen. Hoe verkoop jij je jezelf?

Vanaf de jaren '80 en '90 is de entertainmentindustrie steeds groter geworden op de commerciële televisie (RTL4, RTL5, Veronica, SBS6, NET5, FOX). In Nederland begon het eerst met talkshows, soaps (medisch centrum west, GTST, Goudkust, Onderweg naar morgen), kookprogramma's en vaak veel Amerikaanse series (A-Team, Al Bundy, Baywatch, Miami Vice,  Nightrider, Mcgiver, etc.). Vanuit Amerika hebben we de Amerikaanse cultuur naar Nederland geïmporteerd. Een Amerikaanse cultuur waarbij materialisme, snelle auto's, mooie vrouwen (uiterlijk), fastfood, kwantiteit centraal staat. Het moet veel, snel en goedkoop zijn. Voor de Nederlander kwamen al deze luxe consumentenproducten bereikbaar. Kon je ze niet betalen dan kon je met krediet (creditcards) of de overwaarde van de woning de consumentenproducten toch betalen. Zo kon ook de Nederlander participeren in  de American Dream. Veel bestedingen waren bovendien goed voor de economie. Zolang je een goed verkopend product had en bleef presteren kon er weinig misgaan. Mensen kochten je producten wel. De economie draaide in de jaren '90 dan ook op volle toeren. Geld lenen was ook geen enkel probleem. Na de jaren '90 lag de focus op de entertainment sector steeds meer op het individualisme en concurrentie. Big Brother begon een reality serie waarin de individuele personen uitgelicht werden en met elkaar moesten concurreren om in het huis te blijven. Uiteindelijk bleef er 1 winnaar over. Na Big Brother volgde vele vele vele talentenshows (Idols, Popstars, X-factor, Holland got talent, Voice of Holland, So you think you can dance, etc. etc.). Bijna elke serie of tv-show kreeg een concurrentiefactor of werd het verhaal achter het individu of de strijd tussen individuen uitgelicht. Expeditie Robinson, Expeditie Poolcirkel, Heel Holland bakt, veel kookprogramma's kregen een concurrentie element: over de kook, topchef, hell's kitchen, ready steady cook, masterchef etc. Succesvolle programma's kregen steeds vaker een spin off. Het is blijkbaar goedkoop en nog steeds winstgevend om een format zo vaak te kopiëren en uit te melken tot dat mensen er echt klaar mee zijn. Zolang de kijkcijfers en de advertentie inkomsten hoog zijn blijven we deze programma's maken. Het veel verkopen en tonen van producten (marketing) speelt een belangrijke rol binnen onze westerse samenleving.  De vraag is of veel spullen verkopen voor winst nu onze belangrijkste westerse waarde is geworden?
Laten wij ons kapen door winstmaximalisatie en is onze westerse maatschappij vooral gericht op het verkopen van zoveel mogelijk spullen of diensten en competitie? Of geven wij richting aan een andere utopie. Een samenleving die gericht is op samenleven, delen van bepaalde normen en waarden en het creeren van basisvoorzieningen voor iedereen: een harmonieuze samenleving waarbij gezond leven en eerste levensbehoeften voor iedereen gegarandeerd zijn.
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Westerse mythes, dogma s en mantra s ontkracht. Tijd voor nieuwe ideen die wel werken.

In het westen doen wij net of we heel erg verlicht zijn en het veel beter weten dan niet westerse opvattingen. Dat we alles binnen de wetenschap oplossen met de laatste wetenschappelijke bevindingen. De westerse realiteit blijkt heel anders uit te pakken. De laatste 100 jaar zijn we meer dan ooit gaan geloven in westerse dogma's, geloven in de heilige graal van economische groei, vrijheid beleven we heel selectief: het westen weet wat goed voor u is, namelijk het mantra van vrijhandel en individualisme. Vanaf de jaren '80 heeft het neoliberale mantra de westerse samenleving volledig gedomineerd. Markt, kapitaal en winstmaximalisatie hebben de verzuilde samenleving en het heilige geloof in de waarheid van religies vervangen. We leven in het westen in een kapitalistische postmodernistische samenleving gebaseerd op oneindige economische groei, massaconsumptie en massa productie. Schaalvergroting en kostenreductie zijn jarenlang de norm geweest. Alles wordt gereduceerd tot een economisch product (economisme). Mensen zijn consumenten of clinten. Waarden zijn vervangen door marketing. Je bent wat je koopt. Status gaat gepaard met jouw merkvoorkeur. Personal branding is de norm. Als individu ben je een merk en geen persoon of mens. Bedrijven worden gewaardeerd op omzet en winst. Het BNP geeft de status en de kwaliteit van je land weer.

Het is een schijnwereld gebaseerd op dogma's. In de jaren '90 en '00 zijn deze dogma's op allerlei terreinen gecultiveerd. Het geloof in oneindige economische groei zag je terug in de nieuwe economie, de internetbubbel, de huizenbubbel. Oneindige economische groei was voor iedereen toegankelijk. Iedereen kon onbeperkt geld en krediet lenen, ook als je dat nimmer terug kon betalen. Huizen werden toch altijd wel meer waard, dus je kon onbeperkt bijlenen. Goed voor de economie, goed voor de consument, goed voor de kredietverlener. Er waren geen verliezers. Tot dat de luchtbubbel doorgeprikt werd. In de rele wereld werden woningen meer waard. Mensen gingen wel meer geld uitgeven, maar niet op basis van een stijging van de rele economie, maar op basis van de financile economie. De arbeidsproductiviteit en de rele waarde stegen in de realiteit niet zo extreem, alleen de bubbels en het het geloof in een stijgende economie. In de realiteit bleven hypotheekhouders en houders van kredieten over met enorme schulden.

In deze uiteenzetting gaat het over dogma's, mantra's, opvattingen waarin hele culturen 'heilig' in geloven. Dogma's vind je wereldwijd terug in alle samenlevingen, niet alleen in de westerse economie en samenleving. Binnen de islamitische en andere samenlevingen zullen deze dogma's ongetwijfeld nog veel sterker aanwezig zijn, met name in de orthodoxe samenlevingen. Een kritische blik en zelfreflectie op de westerse samenleving betekent dan ook niet dat andere culturen niet geloven in dogma's. Alleen weten de meeste mensen wel dat die dogma's in islamitische culturen heel sterk aanwezig zijn. We hebben alleen niet zo door dat we dat in westerse culturen ook hebben. Dogma's en het geloof in mantra's zijn dan ook zeer menselijke eigenschappen. Het is moeilijk om buiten je eigen mantra's en opvattingen te denken. Want wij zijn dat zo aangeleerd onze hele westerse cultuur wordt van geboorte tot dood benvloed door westerse opvattingen.. Opvoeding en de sociaal-culturele omgeving speelt daarin dan ook een grote rol. Mensen vinden het vaak ook best lastig om naar hun zelf of naar de eigen cultuur te kijken. Het is makkelijker om naar anderen te wijzen. Het blijven hangen in dogma's leidt vaak tot een angstige cultuur en conservatisme. Mensen zijn van nature uit conservatief. Nieuwe dingen zijn onzeker en we blijven vasthouden aan wat we gewend zijn. Vanaf de jaren '90 zijn we van een vrij liberaal progressieve sfeer overgegaan naar een conservatieve behouden sfeer. De ineenstorting van de economie, het doorprikken van de bubbels en de 9/11 aanslagen hebben daaraan sterk bijgedragen. In Nederland kwam er meer kritiek op Paars (puinhopen van Paars) en kwamen de nationalistische anti-islam bewegingen op (LPF, LN en PVV). Wereldwijd werden de progressief liberale partijen vervangen voor de meer conservatieve partijen (George Bush, Merkel, Cameron). Neoconservatieven kregen steeds meer macht en controle over het politieke en economische systeem. Veiligheidscriteria werden aangescherpt, burgers werden meer gecontroleerd en de economie werd steeds meer geprivatiseerd. Deze privatisering, deregulering en schaalvergroting veranderde van een progressieve vrijheidsovertuiging in de jaren '90 naar een conservatieve, vrijheidsbeperkende angstpolitieke cultuur in de jaren '00.

Momenteel zien we nu wel een minderheidsbeweging die ageert tegen deze doorgeschoten privatisering, schaalvergroting en economisme van de maatschappij. Deze onderstroom vindt vooral plaats na de vele zelfverrijkingsschandalen van managers van grote semi-publieke (Vestia, Amarantis, SS Rotterdam) instellingen en de schandalen in de bankensector (Liborrente RABOBANK, bonuscultuur ABN AMRO, vastgoedtak SNS Reaal, nationalisering van bijna alle banken). Ook in de grootschalige voedselindustrie zien we steeds meer mensen die klaar zijn met grote voedselschandalen. Het zijn stuk voor stuk sectoren die heilig geloven in het belang van economische groei ten koste van de maatschappij.

Het heilige geloof in het mantra economisme en economische groei ten koste van alles zorgt voor een tunnelvisie. Alternatieve ideeen en opvattingen krijgen geen kans. Met deze tunnelvisie los je nooit echte problemen op. Je blijft denken binnen je eigen denkkader. De problemen van marktwerking worden opgelost met marktwerking. Op deze wijze pak je de oorzaken van het probleem niet aan: marktwerking, maar doe je keer op keer aan symptoombestrijding. De negatieve externe effecten van het verkopen van zoveel mogelijk producten los je niet op met het bedenken van zoveel mogelijke nieuwe producten. Je lost ze op door minder producten op de markt te brengen. China werkt aan schonere nieuwe elektriciteitscentrales, maar bouwt elk jaar nog volop nieuwe centrales bij waardoor de CO2 uitstoot onverminderd hoog blijft omdat de economische groei niet mag dalen. Er zijn nauwelijks landen, politieke partijen, bewegingen die pleiten voor minder economische groei. Dat past niet in het westerse mantra. Economische groei blijft de heilige graal. Het dogma: economische groei is goed voor iedereen blijft het ultieme mantra. Met economische groei gaan we ook alle problemen oplossen. Maar is dat ook echt zo? En kunnen we onze problemen nog wel oplossen met traditionele links/rechts blokken of ideeen die traditioneel conservatief of progressief zijn? Moeten we niet nu kijken naar oplossingen die de problemen oplossen in plaats van kijken naar problemen vanuit een bepaalde ideologie of dogma. De volgende problemen staan los van linkse of rechtse idealen. Maar lossen de problemen eenvoudig weg op. Daarvoor moeten we wel buiten ons denkkader kunnen denken. Als we dat doen zijn er zeker goede oplossingen te vinden voor onze huidige problemen.

https://www.youtube.com/watch?v=4fpKW_ijfqI

- vluchtelingenprobleem: realiseer een vrijstaat op elk continent.

- onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen

- realiseer een circulaire economie ipv een lineaire rele economie en een exponentile financile economie.

- Creer een bank en een financile sector die maatschappelijke doelen behartigd en niet parasiteert op de maatschappij. Geld en financile middelen zijn bedoeld om de maatschappij te dienen en niet andersom.

- Stuur aan op een echte kenniseconomie. Nu selecteren we kandidaten voor banen aan op een ervaringseconomie. Werkervaring is een belangrijke competentie dan kennis. Zeker als het gaat om nieuwe kennis. Hierdoor selecteer je nieuwe inzichten weg en houd je de oude cultuur in stand. Momenteel worden de grote adviesbureaus en ingenieursbureaus (Grontmij) in Nederland overgenomen of ze staan op omvallen (Ballast Nedam). Dat heeft grotendeels te maken, met complexe projecten die aangestuurd worden door dure managers met oude gewoonten, oude werkervaring en gewoonten in een zeer competitieve markt. Het leidt tot een enorme overhead. Projecten die vele malen duurder worden en aansturen op negatieve resultaten uit het verleden. Nieuwe kennis wordt weg geselecteerd en men blijft vasthouden aan dezelfde cultuur en fouten. Wij blijven doorgaan op de oude voet omdat we zo in dogma's zijn gaan geloven. P&O managers blijven selecteren op werkervaring omdat werkgevers dat blijven vragen. Het is een vorm van symptoombestrijding dat niet de oorzaken van het probleem oplost. Je hebt nl. niet meer werkervaring nodig, maar nieuwe kennis, nieuwe inzichten in een nieuwe markt die wel verandert.

- wij doen of we mannen en vrouwen gelijk behandelen. Maar in de realiteit leven we nog in volstrekt gescheiden werelden, met name op de arbeidsmarkt. We voeden onze kinderen op via zeer gescheiden rolpatronen. Meisjes worden opgevoed met zorgtaken, poppen en moeten zich zeer behoudend, conservatief opstellen. Voor meisjes is de hele buitenwereld extreem gevaarlijk en dienen meisjes beschermd opgevoed te worden. Jongetjes worden juist vrij opgevoed, met technisch taken gericht op de arbeidsmarkt dat zij later het geld moeten gaan verdienen. Voor jongetjes is oorlog spelen, status en macht belangrijk. Want dat heb je straks nodig om je te onderscheiden op de arbeidsmarkt. Meisjes worden opgevoed met beauty, verzorging, schoonheid en shoppen, want dat is nodig om na je studie je kind op te voeden en jezelf aantrekkelijk te maken op de 'huwelijks' markt.

- achterbank generatie houdt de ontwikkeling van kinderen tegen: Tegen deze achtergrond worden kinderen wel steeds beschermend opgevoed. Kinderen worden vaak als prinsjes en prinsesjes opgevoed. Opgroeiende kinderen mogen aan de ene kant geen fouten meer maken, wat leidt tot faalangst. Aan de andere kant worden kinderen zo beschermd opgevoed dat opgroeiende kinderen niet meer leren om fouten te maken. Alle zelf verantwoordelijkheid wordt door de ouders weggenomen. Ouders nemen de leercurve van kinderen hierdoor weg. Zo ontstaat er een achterbank generatie waar kinderen nooit meer iets leren. Alles wordt voor deze kinderen gedaan zodat kinderen heel verwend en narcistisch opgevoed worden. Ouders kunnen geen nee meer zeggen. De hierarchie tussen ouder en kind verdwijnt. Kinderen staan op een voetstuk en denken al dat ze de prins of prinses te zijn, terwijl de realiteit totaal anders werkt. In de realiteit wordt deze kinderen of depressief (de werkelijke wereld is anders dan dat ze jarenlang voorgeschoteld hebben gekregen) of ze krijgen een burn out (kinderen kunnen de eigen verantwoordelijkheid niet aan, ze zijn jarenlang opgevoed met het idee dat ze alles kregen en alles voor hun gedaan werd). Kinderen ontwikkelen hun prefrontale cortex tot dat ze ongeveer 25 jaar oud zijn. Meisjes ontwikkelen de prefrontale cortex iets eerder dan jongetjes, omdat vrouwen sneller vruchtbaar en volwassen zijn. De ontwikkeling van de prefrontale cortex is heel erg afhankelijk van leermomenten. Maar als ouders keer op keer deze leercurve belemmeren door kinderen te verwennen en nergens meer verantwoordelijk voor te stellen ontwikkelt de prefrontale cortex van deze kinderen niet en blijven deze kinderen voor altijd kinderen. Vooral rijke studerende kinderen op studentenverenigingen hebben een onderontwikkelde prefrontale cortex. Deze kinderen zijn jarenlang door de ouders op de achterbank gepamperd, waardoor de ontwikkeling van de prefrontale cortex stil is blijven staan. Je krijgt daardoor verwende, narcistische kinderen die eigenlijk heel onzeker zijn en dat willen verbloemen met zich zelf overschreeuwen bij andere corpsballen. Het massa groepseffect draagt hier ook sterk aan bij. Je wilt je niet onder doen voor de andere. Bovendien leer je makkelijk nieuwe contacten, heb je toegang tot een beter netwerk op de latere arbeidsmarkt en leer hoe je het nepotistisch systeem werkt. Heel handig als je later carrire wilt maken, zonder dat je nu heel goed hoeft te studeren. Ook hier speelt het netwerk, bestuurservaring een belangrijke rol. Kennis is niet belangrijk. Wel hoe je jezelf het best kan profileren in een groep.

- Marktwerking en concurrentie gericht op schaarste als basis voor een lineaire rele economie met een exponentile financile sector zorgt juist voor internationale conflicten. Een circulaire economie met gegarandeerde basisvoorzieningen lost internationale conflicten op. Je pakt het onevenredige distributiesysteem aan. Het is een gospe dat de ene kant van de wereld op termijn overlijd aan obesitas, terwijl een ander deel van de wereld overlijd aan ondervoeding of een zeer slechte kwalitatieve voedselvoorziening. Wij leven in een wereld van onbeperkte welvaart, gooien 40% procent van onze voedsel weg, omdat het niet marktconform is of dat er een 'veilige' houdbaarheidsdatum op staat. We hebben niet meer zo door dat er een heel werelddeel is dat erg afhankelijk is van voedsel, waarbij het onvoorstelbaar is dat voedsel weggegooid wordt of verdwijnt als biomassa voor elektriciteitsproductie. Dat systeem is nog extra wrang omdat wij ons voedsel grotendeels tegen zeer lage bodemprijzen met hoge invoerheffingen halen uit ontwikkelingslanden.

- Een ander beloningsysteem. Wat belonen we nu eigenlijk met salarissen en bonussen, maatschappelijk nuttig werk of juist niet maatschappelijk nut werk? Waarom betalen we de vuilnisman velen malen minder dan de bankier en waarom doen we dat?

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

• 2/10/2015 - Iconologie, religie, cultuur en politiek: van ondergang wereldrijk naar goddelijke verering en religievorming


De volgende uiteenzetting beschrijft hoe de westerse cultuur al eeuwen gebaseerd is op verzinsels, foutieve vertalingen, dogmatici, verdraaiingen en onjuiste interpretaties. Tot op heden is de westerse cultuur gefundeerd op de joods-christelijke hellenistische overdracht waarbij de christelijke cultuur dominant is geworden. Met name in de Verenigde Staten. Je kunt ook zeggen dat onze westerse cultuur gebaseerd is op een politiek religieuze leugen. De christelijke cultuur is nl. gebaseerd op de bijbel. Het oude testament is grotendeels gebaseerd op de joodse traditie (ontstaan aarde, Abraham,  Mozes, en de joodse wetten (Thora), Genesis, Exodus, Pentateuch, Richteren, Koningen, Profeten, Pentateuch,  etc). Het Oude Testament is weer grotendeels gebaseerd op historische gebeurtenissen en personages uit Egypte en naburige regio's. Isis en Horus zijn later via Maria en Jezus weer terug te vinden in het nieuwe testament. Religie is wat dat betreft een opeenstapeling van plagiaat. Later putten de vrijmetselaars ook hun symbolen uit de Egyptische mythologie (alziende oog, apotheose, licht/ster, obelisk, piramide etc.).

https://www.youtube.com/watch?v=eM9-8qj_Js8
Het Nieuwe Testament is gebaseerd op het evangelie van Jezus Christus en de overdracht van de apostelen aangevuld met apocriefen die niet opgenomen zijn in de christelijke canon of het Nieuwe Testament. Maar van beide boeken is er heel weinig tot geen historisch bewijsmateriaal en zijn er nauwelijks primaire bronnen. Het is dus veel waarschijnlijker dat deze verhalen gebaseerd zijn op waargebeurde historische bronnen uit andere rijken, maar dat er een mythologische draai aangegeven is voor politiek religieuze doeleinden.

Jezus Christus vertoont veel parallellen met de ondergang van Iulius Caesar. Dat zie je vaker bij grote rijken die ineenstorten en de grotendeels fictieve verhalen uit het Oude Testament zijn gebaseerd en lopen parallel met historische bronnen uit het Oude Egyptische Rijk. Dat rijken voortbouwen op de restanten van ondergaande rijken is ook niet iets nieuws. Overal ter wereld zie je letterlijk fysieke tempels die gebouwd zijn op tempels uit vorige rijken die ten onder gegaan zijn (of ook nog bestaan). Het is een teken van macht en status. Niet alleen fysieke macht en status maar ook religieuze goddelijke status.
Turkey-3019 - Hagia Sophia (2216460729).jpg
De ondergang van de grote rijken gaat gepaard met een goddelijke cultus status (apotheose) van de grote veroveraar (Iulius Caesar, Alexander de Grote, Attaturk, Dzjengis Khan) van het rijk. De iconografie en iconologie beschrijven de diepere betekenis van beelden van kunstenaars van belangrijk politieke of historische gebeurtenissen. Symboliek en interpretatie spelen een belangrijke rol bij de betekenis van beelden en de duiding van de geschiedenis. In het algemeen is religie de vorm waarin het rijk zijn eigen ondergang overleeft (Carotta).
Zo is onze westerse geschiedenis grotendeels gebaseerd op de Hellenistische Grieks-Latijnse cultuur. Daarnaast is onze westerse cultuur grotendeels gefundeerd op de overlevering van de christelijke religie. De iconografie beschrijft o.a. de overgang en het opnemen van christelijk religieuze symbolen uit de voorheen atheïstische Latijns (roomse) cultuur. Was het evangelie van Jezus  Christus bijvoorbeeld gebaseerd op de dood van Julius Caesar en ging de ondergang van het Atheïstische Latijnse Rijk gepaard met de overgang naar een groot christelijk Rijk gebaseerd op een Goddelijke status van een heroïsche leider? Het leven, lijden, verering en de dood van de historische Julius Caesar (Divus Iulius) vertoont opvallend veel overeenkomsten met de dood, het leven en de verheerlijking van Jezus Christus. De concentratie van de macht van de Katholieke leer en het Romeinse Rijk ligt niet voor niets nog steeds in Rome (Vaticaanstad). De goddelijke verheerlijking van de historische Julius Caesar (Divi Iulius) maakte plaats voor een religieus goddelijke verering van de mythische Jezus Christus. De Paus is nu de pontifex maximus en heerser van het Vaticaan en eerste leider van het Katholieke geloof. Iulius Caesar was de eerste pontifex maximus, 63 BC (belangrijkste priester van het Romeinse Rijk) en eerste alleenheerser van het Romeinse Rijk. Vanaf het tijdperk Iulius Caesar was de hoogste priester ook de belangrijkste machthebber. Momenteel is de Paus ook de belangrijkste politiek machthebber in het Vaticaan en het Katholieke geloof.
Francesco Carotta vraagt zich af of de mythische Jezus Christus waarop onze westerse beschaving grotendeels gebaseerd is, niet eigenlijk Iulius Caesar was? Carotta beschrijft de iconografie van Iulius Christus dat later geprojecteerd is op de mythische Jezus Christos.
Het ontstaan van de christelijke religie, leer of evangelie is grotendeels gebaseerd op politiek en culturele gebeurtenissen in de Romeinse periode. Door vertaalfouten, andere interpretaties en ander gebruik van woorden uit het Grieks, Latijn, Aramees en de vele dialecten zijn de betekenis van wonderen, apocriefen en de Bijbelse evangeliën goed te verklaren vanuit de Romeinse historische geschiedschrijving. De religieuze canoniek is dan ook vooral een politieke kwestie. Datgene wat opgenomen wordt binnen de religieuze leer bepaalt grotendeels de cultuur, ook in Atheïstische culturen. Het betekent ook dat onze westerse cultuur grotendeels op leugens, vervalsingen, vertaalfouten, bewuste politieke misvattingen is gebaseerd. Religie wordt dan een middel voor geschiedvervalsing en politiek. Zeker wanneer religie tot dogma verheven wordt en daarmee een politiek machtsmiddel is.
Deze historische helden verering en de overgang van een historische absolute dictatoriale leider naar een religieuze mythische god (apotheose) zie je terug in bijna alle grote culturen (oud Egyptische cultuur (Farao's, Osiris, Isis, Horus). In de christelijke evangeliën zijn alle mythische figuren gebaseerd op historische personages uit het Latijnse Rijk.  Deze mythische figuren kennen een vergelijkbare levensloop met de historische Romeinse personages. De vergoddelijking (apotheose) van Iulius Caesar ging bijvoorbeeld gepaard met het verschijnen van een komeet (een teken van goddelijkheid). Jezus Christus geboorte ving aan met het verschijnen van een zeer heldere ster. Vergoddelijking wordt in veel religieuze culturen vaak verbonden met astronomie en de vergelijking met hemellichamen (Apollo, Jupiter, Mercurius, Venus, Saturnus, Mars). Zo zijn de piramides (overgang tussen leven en dood Farao's) gebouwd op de richtlijnen van Orion. De Maya en Inca cultuur is volledig gericht op de zon. De hoogste religieuze goddelijke status heeft vaak een verbintenis met de astronomie en ook de astrologie. In heel veel religies, sektes en ondergrondse geheime genootschappen gaat het goddelijke gepaard met astronomie en astrologie. Soms worden buitenaardse wezens als mede goden gezien, soms worden ze verworpen omdat monotheïstische culturen maar 1 god kunnen hebben. Buitenaards leven wordt dan a priori verworpen omdat het niet in het beeld van 1 god en 1 aarde voor levende wezens past. Wanneer geloof een dogmatische leer (religie) wordt spelen politieke belangen een steeds belangrijke rol. De leer staat dan in dienst van de politieke machtshebber in plaats van andersom. Beschrijving van observaties en objectieve geschiedschrijving maken plaats voor mythologisering, vergoddelijking, religieuze regels en wetgeving. Informatie over de oorspronkelijk verwatert of verdwijnt sterk. Zo zijn er buiten de evangeliën om geen historische bronnen van Jezus Christus bekend. Via indirecte bronnen en kopie op kopie zijn er alleen verhalen over Jezus Christus bekend die 70 tot 100 jaar later zijn opgeschreven. Dat geldt niet alleen voor Jezus maar ook voor andere evangelische figuren in het Nieuwe Testament zoals: Maria, de drie koningen, Petrus, Lazarus, Judas, Barabas, Arimathia en Magdalena. Deze Bijbelse niet historische figuren vertonen opmerkelijke overeenkomsten met Romeinse historische figuren. De verhalen over de mythische Maria vallen samen met de historische Cleopatra. Er zijn duidelijke vergelijkingen te trekken tussen bepaalde mythische en historische gebieden en personages:
Caesar: Jezus
Pompeius: Johannes
Antonius: Simon (Petrus)
Curio: Andreas
Cleopatra: Maria Magdalena
Nicomedes: Nicomedus
(Decimus) Brutus: Judas
(Marcus) Brutus: Barabbas
Lepidus: Pilatus
Octavianus (Augustus): Johannes (de Apostel)
Marius (Iulius en Martha): Lazarus (Maria en Martha)
De Senaat: Synedrion/Sanhedrin
Gallie: Galilea
Rubicon: Jordaan
Corfinium: Kafarnaum
Rome: Jeruzalem
Italie/Ionie: Judea
https://www.youtube.com/watch?v=gvga-98x6Nk
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

About Me


«  December 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

Links

Home
View my profile
Archives
Friends
Email Me
My Blog's RSS

Friends

Page 1 of 1
Last Page | Next Page
Hosting door HQ ICT Systeembeheer