10/2/2006 - Benkoelen
Op bezoek bij de gouverneur.
Woensdag 7 februari
Een uurtje vliegen was het naar Bengkulu. We vlogen met Sriwijaya air een binnenlandse maatschappij. In dit oude vliegtuig hadden Lodewijk en ik geen moeite om onze benen achter onze oren te leggen. Voordeel was weer wel dat veiligheidgordels niet echt nodig waren. Er was ook beveiliging aan bord maar je kon weer wel een messenset kopen en Lodewijk een asbak (Indonesisch:asbak). En trouwens de deur naar de piloot stond ook gewoon open: en daar werd dus druk gebruik van gemaakt.
Op het vliegveld werden we meteen naar de viproom geleid. Het nieuws van onze komst was al vooruitgesneld. De jonge gouverneur doet erg zijn best om het afgelegen gebied verder te ontwikkelen. We waren uitgenodigd voor een lunch in een goed Madurees restaurant. In een apart zaaltje zaten wij met onze begeleiders aan een tafel en mijnheer Lee uit Korea, aan de andere. Het derde tafeltje was voor de hoge omes die hem begeleidden. De gouv. nam eerst plaats bij ons (een hele eer). Hij vertelde hoe belangrijk het was dat wij in zijn provincie geďnteresseerd waren en zegde garanties bij alle investeringen toe! Verder hadden we van onze vrienden gehoord dat hij een voorkeur heeft voor Engelsen en Nederlanders.
De gouv. zat 10 minuten bij ons (en maar 4 bij mijnheer Lie!); Lodewijk had dus tijd om de gouverneur een mooi boek met Nederlandse natuurlandschappen aan te bieden; een slimme zet. Na de lunch werden we meteen uitgenodigd voor een tv interview. Lodewijk prees de gouverneur voor zijn ‘’entrepeneurship’’. En je hebt best kans dat deze jonge man over 10 jaar hoge ogen gooit in de landelijke politiek.
Horison en thee
Het mooiste hotel van Bengkulu met zwembad aan zee.
Maar we moesten meteen door naar de theeplantages van mijnheer Sadikin. Een krasse 70ger en nog opgeleid aan de Bosbouw Hogeschool in Bogor. Het Nederlands is hij niet echt verleerd. Het was 2 ˝ uur rijden. 70 kilometer landinwaarts de bergen en het oerwoud in, over een smalle slechte weg.
De theeplantage wordt beheerd door een stichting en er zijn onvoldoende liquide middelen om de plantage naar behoren te onderhouden. Zo zagen we een groot gedeelte van de plantage onbebouwd en nwas de fabriek niet in produktie. De enige value van deze plantage is dus de thee zelf. Onze eerste indruk op termijn een positief en potentieel project.
Naar de koffie: donderdag 9 februari.
Het was laat toen we terug waren in het hotel en de volgende dag zaten we al weer om 7 uur in de auto voor een rit van 4 ˝ uur (165 km!) de bergen in. Delen van de weg waren weggeslagen door hevige slagregens de nacht er voor.; banjir, banjir.
Sumatra is overweldigend. Het eiland is 8x Nederland en 4x zo groot als Java en sterk onderbevolkt. Het is rijk aan grondstoffen o.a. goud, zilver, tin olie en steenkool en landbouwproducten; koffie, thee rubber, tabak, peper, kaneel en nootmuskaat. 70% van de Indonesische export komt uit Sumatra. Toch is het land leeg en lijkt het ongerept.
Manguraja
Koffie wordt in de bergen verbouwd en heeft veel water nodig.
De eigenaren van de plantage waren met ons mee gereden: twee aardige Chinese Indonesiërs. Zij hebben de koffieplantage ook gesticht in 1994. Zij willen er van af omdat ze zich willen richten op andere activiteiten.
We hebben kennis kunnen maken met de langste en slechtste oprijlaan van heel Indonesië. De weg is 8 kilometer lang en zat vol met verschrikkelijke gaten; delen van de weg waren weggeslagen: achterstallig onderhoud!
De plantage is goed onderhouden. Arabica koffie is de beste koffie die er is en het is een niche product. De woningen zijn eenvoudig maar zien er goed uit. We zijn gezamenlijk naar de fabriek gelopen en hebben uitleg over het productieproces gekregen.
Lodewijk had speciaal voor de kinderen viltstiften meegenomen. De kindertjes van de plantage werden verzameld en kregen ieder twee stiften; ze waren dolblij. Papier had Lodewijk er niet bijgeleverd dus de moeders zullen ’s-avonds wel blij zijn! Johannes, de Molukse bedrijfsleider, kreeg van Lodewijk een verrekijker waar hij wel eerst mee moest leren omgaan.
Na de lunch zijn we teruggereden en in Benkoelen stonden de eigenaren er op om ons te eten uit te nodigen. Weer de Padangse keuken: lekker maar heet!
Vrijdag 10: rustdag.
We besloten om een rustdag in te lassen en morgen pas terug te vliegen. We gaan dan eerst terug naar Jakarta en dan weer naar de Lampung op Sumatra (cacao). Een directe vlucht is niet mogelijk.
We reden eerst naar fort Marlborough, de Engelsen zaten hier en hebben Bengkulu geruild voor Singapore.
Daarna hebben we het verbanningshuis van Sukarno bezocht (1938-1942) en daarna spontaan een traditionele trouwerij. We gaan het huis van Sukarno adopteren om de historische herinneringen beter te conserveren.
Thuis gekomen hadden we zin in een frisse duik maar dat was onmogelijk want al snel waren er tientallen kindertjes. Waarschijnlijk is het enige zwembad in town!.
|