Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Schrijfselen Home | Profile | Archives | Friends
Schrijfselen

Stroom14/5/2008
Ik zet een muziekje op en tik een blogje.
Zodra ik op "add new entry" heb geklikt valt mijn versterker uit.
De ketel slaat met een zucht uit en de koelkast stopt met brommen.

Ik probeer de schakelaar in de meterkast uit en aan te zetten.
Geen reactie.

Ik zal toch wel mijn rekening betaald hebben?
Ik kijk naar de ongeordende hoop papier in mijn boekenkast.
Ik had mijn administratie ook moeten uitzoeken, in plaats van dagenlang in het park te hangen.
Maar de NUON doe ik toch automatisch?

De telefoon gaat.
Het is de buurvrouw met de vraag of ik ook geen stroom heb.
Te eerlijk antwoord ik dat ik al dacht dat het aan mijn achterstallige betaalgewoonte lag.
" Wat zeg je?", brult ze.
Eigenaardig; ik hoor haar dubbel; door het open raam en door de telefoon.
Ik loop naar het raam en herhaal mijn opmerking.
Ze hoort me nog steeds niet.

Op de stoep heeft de buurjongen die aan zijn bootje aan het klussen is me wel gehoord.
Hij moet er om grinniken.
" Het is op de hele gracht", stelt hij me gerust.
Mijn buurvrouw steekt nu het hoofd uit het raam onder mij.
" Ik hoop maar dat het niet te lang duurt, zo ontdooit mijn vriezer", kijft ze.
Boven mij verschijnt nu ook de bovenbuurjongen uit het raam.
"Heb jij ook geen energie?", vraagt hij.
Heus wel, denk ik, maar besluit dat dat te flauw is om hardop uit te spreken.
" Het is op de hele gracht", papegaai ik de bootbuurjongen maar na.
" Wat moet ik nu dan doen?", vraagt de bovenbuurjongen, "Nu kan ik helemaal niets meer."
" Juist wel", vind ik. " Lezen, schrijven, of speel wat op je piano".
De bovenbuurjongen moet ook al om me grinniken en trekt hoofdschuddend zijn hoofd weer naar binnen.

Ook aan de overkant hangen er mensen uit het raam.
We zitten nog geen twee minuten zonder stroom en een lichte paniek maakt zich van de mensen meester. Ik vind het, nu ik weet dat we het allemaal hebben, wel wat hebben.
Iets gezelligs gezamenlijks.

Maar ik heb makkelijk praten, ik heb plannen buiten de deur.
Ik heb eigenlijk de neiging om even af te wachten wat er gaat gebeuren.
Maar dan kom ik te laat; ik moet maar gaan.

Ik loop de donkere trap af en bevrijd mijn fiets van de brugleuning.
Ook om de hoek hebben de mensen het over het gebrek aan stroom.
De eigenaar van het Thaise restaurant staat te bellen.
" Het is overal", vertel ik hem behulpzaam.
Zal ik opperen dat er nu een groot kaarslicht-koelkast-leeghaal-buurtfeest op touw kunnen zetten?
Ik bel mijn concert er anders wel voor af.
" Ik weet het", antwoordt hij, "Maar het moet niet te lang duren."
Dan fiets ik maar door.

Het hele plein waar ik langsfiets heeft zo te zien geen stroom.
De cafe-eigenaren kijken hulpeloos naar de hemel, alsof ze op superman of de messias wachten voor de redding.
De hele gracht daarna kan zo te zien ook geen tv kijken.
Achter de ramen steekt een een meisje met een bedrukt gezicht een kaars aan.
Zelfs de Dam doet het niet. De neonlichten zijn uit.
En: de zoem die je normaal al niet meer hoort, is nu hoorbaar verdwenen.
Sereen is het.
Bevrijd voelt het.

Ik hoop dat het Leidseplein en vooral mijn bestemming, de Melkweg, het vanavond ook zonder electriciteit moeten stellen.
Dan mag de band zonder versterking en bij kaarslicht spelen.
Of dan kan ik met M. de radeloze mens gaan observeren.
Of terugfietsen en alsnog mijn buren overtuigen.

Helaas.

Op de terugweg liggen de grachten er dankzij lichtjes mooi bij.
Of ondanks de lichtjes, dat is nu niet meer zekerheid te zeggen.
Toch maar eens die hoofdschakelaar zoeken...




1 Comments | Post Comment | Permanent Link

Slippers13/5/2008
Alles ademt vakantie, al is de verlate werkweek weer begonnen.
Het weer, de blaren aan mijn voeten van te lang niet gedragen pumps, maar vooral de rust in mijn hoofd.

Op het terras, op steenworp afstand van kantoor, bedenk ik daarom met gemak wat ik wil eten; een broodje kaas.
Vakantievoer.
Een lekker knapperig wit broodje, een vleugje boter en een plakje kaas.
Het mooist is een stokbroodje met de plaatselijke kaasvariant.
Universeel is zo'n broodje; van Brazilie tot Lesbos vier ik er mijn vakantiegevoel mee.

Ik ben dan ook even teleurgesteld als mijn broodje arriveert.
Een maistriangel met ei, tomaat, komkommer en vier plakken kaas.
Opsmuk.
Overdaad.

Plato beschrijft in zijn Ideeenleer prototypes of blauwdrukken, die we in het dagelijks leven slechts als schaduwen kunnen ervaren. Vage weerspiegelingen van de oorspronkelijke Idee.
Anno 2008 lijken de Ideeen verstopt te moeten gaan onder een garnituurtje van het een, op een bedje van het ander. Het is een hele kunst om door de blaadjes sla en onder de pijnboompitten de simpele kern te ontdekken. Plato zou me nu onmiddelijk op de vingers tikken, aangezien mijn broodje kaas geen objectief Idee is, maar mijn interpretatie van hoe een broodje kaas eruit moet zien. Hij heeft gelijk.

En uiteindelijk dondert zo'n broodje niets.
Vakantie is ook vrede hebben met wat er op dat moment is en weer die rust dat het niet anders hoeft.
Het is goed zoals het is.

Samen met J. maak ik na het terras een heuse vakantiewandeling.
Midden in de Bijlmer, tussen de flatgebouwen met schotelantennes en de propjesprikkende taakstrafjunks.
Het had net zo goed een weiland of een strand kunnen zijn.
Ik voel me vrij; we kletsen wat, we zwijgen wat en we lopen nog een blokje om.
Totaal vergeten dat het een werkdag is.
Dat het een dag is, dat hiervoor ook iets was en hierna ook iets komt.

Morgen trek ik mijn slippers aan.
1 Comments | Post Comment | Permanent Link

Het ultieme boek4/5/2008
Er zijn van die boeken die je gelezen moet hebben.
Also sprach Zarathustra van Nietzsche schijnt er zo een te zijn, een meesterwerk.
Ik heb het toen ik studeerde eens gekocht, ambitieus als ik was koos ik toen zelfs voor de oorspronkelijke Duitstalige versie.
Het bleef ongelezen liggen, omdat de kleine lettertjes, de gekunstelde zinnen en het Duits me afschrikten.
Onlangs werd het me weer aangeraden en besloot ik het toch eens te lezen.

Ik ruimde mijn boekenkast er zelfs opnieuw voor in, maar het boek bleek verdwenen.
Nergens te vinden.
Misschien was ik het bij een van mijn elf verhuizingen kwijtgeraakt, of had ik het eens op een verjaardag weggegeven bij gebrek aan een voor de jarige in kwestie uitgezocht cadeau.
Ik moest het opnieuw aanschaffen, wat nog een hele opgave bleek te zijn.
Nietzsches magnus opus lag in geen van de boekhandels die ik binnenliep.

Onderweg naar het park, op de eerste lentedag waarop het warm genoeg was om met een rustig gemoed slippers te dragen, fietste ik langs mijn buurtboekwinkel.
Ik had al een Volkskrant Magazine bij me om iets te lezen te hebben, maar besloot toch even af te stappen om te zien of Zarathustra al de hele tijd om de hoek op me lag te wachten.
Het was druk in de winkel.
Ik beklom het trappetje naar de eerste verdieping, waar de filosofiesectie zich bevond. Nietzsche was al snel gevonden en tussen zijn werken pronkte Zarathustra me tegemoet.
Een mooie uitgave; op de donkergroene kaft was een zwartwit foto van de wijsgeer gedrukt. Zijn hoofd, met karakteristieke borstelsnor, rustte op zijn rechterhand en hij keek wat bozig voor zich uit.
Ik kon niet anders dan het kopen, nu ik het gevonden had.

Aan de kassa reken ik het boek af. Veertien euro negentig.
Het is niet de vriendelijke oude dame die me vandaag helpt, maar een jong meisje.
Ze draagt een wit t-shirt met schreeuwerige grote letters, die ik toch niet kan lezen.
De vriendelijke oude dame vertelt bij het afrekenen vaak een wetenswaardigheid over het boek of de schrijver.
Dit meisje verpakte mijn nieuwe eigendom zwijgend in een papiertje.

"Kunnen wij u helpen aan het ultieme boek?", hoorde ik de oude dame vragen.
Ze was er dus toch en deed daar iemand een niet te weigeren aanbod.
Ik vond het meteen jammer dat ze de vraag niet aan mij stelde, maar aan een mevrouw die duidelijk verdwaald langs de planken liep.
De meeste mensen in een boekwinkel lopen er vrij verdwaald rond.
Hoeveel van hen zou thuiskomen met een boek dat ze nooit zouden lezen?
Ik had het ontelbare keren gedaan; dan moest en zou ik een boek kopen, niet lezen.
Allemaal boeken met gevangen woorden, wachtend totdat ze bevrijd zouden worden door het omslaan van de bladzijden.
Ik begon te vermoeden dat het met Nietzsche ditmaal niet anders zou gaan.
Terwijl ik mijn boek in mijn rugzak naast de schroefdopfles rosé schoof, hoorde ik de verdwaalde mevrouw het aanbod netjes afwijzen.
" Ik kijk even rond, dank u wel".

" Mag ik dan?" , vroeg ik.  Ik wilde het ultieme boek wel lezen.
" Maar natuurlijk", antwoordde de oude dame vriendelijk als altijd.
" Is het voor iedereen hetzelfde ultieme boek?", vroeg ik kinderlijk opgewonden.
" Nee, natuurlijk niet." zei de dame rustig. " Het is voor iedereen een ander boek. Normaal gesproken ga ik nu vragen stellen, maar bij jou weet ik het al."
 
Ik liep verwachtingsvol achter haar aan naar een van de kasten.
Ze pakte een klein wit boekje van een van de planken en bestudeerde het liefdevol alsof het om een foto van een van haar jeugdherinneringen ging.
Ik was verbaasd dat het zo'n klein ultiem boekje was.
Als ik het ultieme boek vooraf had moeten tekenen, had het er dikker en donkerder uitgezien.
" Je mag het voorwoord niet lezen. Daarin geven ze alles al weg", zei ze.
Dat er blijkbaar iets weg te geven was, wekte mijn nieuwsgierigheid op.
" Waarover gaat het dan?", viste ik.
De dame begon een verhandeling over Virginia Woolf, die eens geprobeerd had Shakespeare begrijpelijk te maken voor het plebs.
Ik luisterde maar half, omdat ik eigenlijk helemaal nog niet wilde weten waarover het ultieme boek ging.
Dat wilde ik zelf ontdekken en eventuele teleurstelling moest zo lang mogelijk worden uitgesteld.
Wat ik wel opving deed me vermoeden dat het boek een rijke geschiedenis vertegenwoordigde, waardoor het nog ultiemer en mysterieuzer werd.
" Ik zal er verder niet te veel over zeggen", besloot de dame, "Je moet er maar mee op een terras gaan zitten". 
Zorgzaam bond ze het voorwoord af met een postelastiek, zodat ik het echt niet zou lezen.
Ik reken nogmaals veertien euro negentig af. Alleen de verwachting is al vele malen meer waard.
Ik kon niet wachten om in het park aan het ultieme boek te mogen beginnen.
Nietzsche zou het vast begrijpen.


1 Comments | Post Comment | Permanent Link
Hosting door HQ ICT Systeembeheer