Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
In Jezus een blijvende schuilplaats gezocht Ún gevonden.

Home - Profile - Archives - Friends

tekst preek van zondag 20 mei 2007

Posted on 28/5/2007 at 22:32 - 0 Comments - Post Comment - Link

Overdenking voor zondagmorgen 20 mei 2007,  Dorpskerk te Moordrecht.

 

Thema: “Ons wordt een blijvende schuilplaats beloofd.”

 

 

De oude vrouw was de leeftijd van 90 jaar al gepasseerd en keek me met grote ogen aan. Haar vraag werd indringend gesteld: “Mag ik God ook mijn vader noemen?” Ze keek ook minutenlang naar buiten, alsof ze wilde zeggen: waar ben ik, in welke wereld leef ik. In het kamertje van vier bij vier meter stond een kastje met daarop een foto. “Zijn dat uw ouders?” vroeg ik. Ze veerde op en antwoordde: “nee, mijn pleegouders.” In de kamer hing een schilderij van een kerk, er stak ook een ansichtkaart in de rand van het schilderij. Omdat het gesprek niet zo wilde vlotten stond ik op uit mijn stoel en liep er heen. Toen stond ik daar met grote ogen. Op de ansichtkaart zag ik een oud weeshuis afgebeeld, met kleine lettertjes las ik onderop de kaart:  “Drost IJserman, weeshuishuis te Moordrecht anno 1920” en het schilderij bleek de Dorpskerk van Moordrecht te zijn. We zijn dan in het verzorgingshuis van Rhoon, vlak onder Rotterdam, waar ik als pastor de ouderen bezoek namens de hervormde gemeente van Rhoon.

 

Vandaag is het “Wezen-Zondag.” Alweer ruim 40 dagen na Pasen, verlaten na Jezus Hemelvaart kijken we uit naar de Pinkstergeest, een tussentijd. Het wijst ook symbolisch naar een tijd wanneer twijfels een greep krijgen op ons, naar verlatenheid, geloofstwijfel, angst, het gevoel dat we in een bodemloze put terecht zijn gekomen. Waar is mijn geloof?  Ben ik wel goed, wel rechtvaardig in de ogen des Heren? Vragen die ons overvallen wanneer we iets meemaken, een ziekte, een naaste die ons zo teleurstelt. Soms keren we zelfs de kerk de rug toe: “Ik kom er nooit meer” hoor je dan… Kerkelijk verweesd.

 

Zo eerst lazen we met elkaar een gedeelte van Psalm 31, Psalm 31:1-9. De oude mens uit het Oude Testament was, zoals wij, omringd met gevaren. Misschien anders in vorm of toestand maar onze ondergang dreigt als we ons eraan blootstellen of overgeven. “Wie armzalige goden vereert, Ik haat ze.” zo lezen we. Psalmwoorden kunnen hard en direct overkomen maar dat moet ook want het gevaar komt met een enorme kracht van de donkere zijde in deze wereld en lijkt al het goede teniet doen gaan. Vijanden, alle vormen van het kwaad, de verleidingen hebben het op ons gemunt. Afgoderij in de vorm van een Boeddhabeeldje is hierbij nog onschuldig maar toch… Er bestaan vele vormen en beproevingen. Hoe nodig zijn en blijven schuilplaatsen als het vrouwenopvanghuis “Blijf van mijn lijf.” We denken niet in de eerste plaats aan een klooster bij het begrip opvanghuis, toch was dit al sinds de middeleeuwen een waar toevluchtsoord voor gestrande vrouwen. Het is van alle tijden. De mens die zwak is grijpt vaak naar fysiek geweld, er vindt lichamelijke mishandeling plaats. Onmacht van vader, kinderen die zich schuil houden, verstoppen uit angst en het hazenpad kiezen door al op 16 jarige leeftijd het huis te verlaten. Het zijn weeskinderen van deze tijd. Maar door geestelijke onderdrukking kan een mens net zo goed kapot gaan. Binnen huwelijken komt dat maar al te vaak voor.

 

Schuilen in de bijbel, zoals het in Psalm 31 voorkomt, heeft ook vaak een letterlijke betekenis. Het Joodse volk kon zich na de uittocht uit Egypte terugtrekken op het terrein van de tabernakel, een verplaatsbare omheining van wel 50 bij 25 meter. Men kon toen schuilen op het voorhof en later te Jeruzalem op het tempelplein. Een schuilplaats is er om te koesteren en de 10 geboden te bewaren welke Mozes geopenbaard had gekregen. De twee stenen tafelen werden in het Heilige der Heilige ondergebracht. Psalmen in de bijbel verwoorden ook de menselijke gevoelens daarbij. Psalm 31 lijkt op een gebed gevolgd door een begeerte en eindigt in een belijdenis. Met elkaar zullen we vanmorgen daarbij stilstaan: een gebed, een begeerte en een belijdenis. Het zal blijken dat ze elkaar wonderbaarlijk zullen opvolgen. Eerst iets over het gebed. Psalm 31 is openhartig en eerlijk maar tegelijk ook ontroerend. We lezen:  “hoor mij… verlos mij… bevrijd mij… haast U…” Zin na zin is daar het gebed van de kwetsbare kleine mens tegenover die onverslaanbaar lijkende reus, het is als bij David tegenover Goliath. Herkennen we hierin onze eigen kwetsbaarheid? Ons angstig roepen? Gods rechtvaardigheid is zo anders en deze mogen we verstaan in de tekenen die God zelf zal doen. Het gaat om een God die vasthoudt aan Zijn plan en die niet loslaat wat Hij eens begon. Zouden we meer vanuit die belofte van God bidden dan beginnen onze zinnen heel anders, met veel meer vertrouwen.

 

Op deze manier bidden valt dan helemaal niet mee. Het gaat nu om de volgorde. Vragend bidden wordt al snel een verlanglijstje opstellen, onze begeerten bekend maken bij de Heer. Lezen we aandachtig de Psalmen, bijvoorbeeld Psalm 23: “De Heer is mij Herder”, dan valt op dat in de meeste zinnen God zelf als eerste het woord krijgt, het woord neemt. Het gaat uit van Godswege. “De Heer is mijn Herder… Hij doet mij… Hij voert mij… Hij leidt mij… richt mij… zalft mij…” en ga zo maar door. Dat is het pastorale aan deze Psalm. Het klinkt misschien wat ouderwets maar bij een brief opstellen, zo leerde ik althans, begin je de eerste zin niet met “ik.” De moderne mens lijkt deze stelregel vergeten en valt al snel in valkuilen als: ik heb recht op geluk, ik bepaal zelf wel… Om bij ons tweede woord “begeren” stil te staan: de bijbel wil ons dan wat leren. Begeren is in de bijbel meer een opdracht. Een opdracht om proberen te verstaan wat God van mij vraagt bij alles wat mij overkomt. Dat is nog wat anders dan hoe wij de dingen zelf voor elkaar willen krijgen. Wat zou Zijn weg zijn, is dan meer de vraag. Om kort te zijn: wat is nu de Koninklijke weg? Begeerte en gebed vullen elkaar dan aan, het is niet zo grijpbaar en los verkrijgbaar. De meeste van ons hebben internet. Hoe gemakkelijk verschijnen al onze antwoorden op al onze vragen niet op het scherm. Type maar iets in, duizenden pagina’s verschijnen in 0,5 seconden. Maar hoe is dat met onze persoonlijke “begeerten”. Dat levert nog eens een andere zoekopdracht op, via een andere “Google.” Misschien een leuke opdracht voor de zondag: nu niet op de computer maar typt u bij uzelf in gedachten eens de zoekopdracht: ´begeerte´ in. Wat zal er op uw scherm in uw gedachten verschijnen?

 

De oude mens leerde te offeren in de tabernakel. De voorschriften staan uitgebreid beschreven in Exodus. Altaar na altaar werd opgericht, het voorhof stond er vol mee: een plengoffer, een brandoffer, een reukoffer en ga zo maar door. Men bedacht zelfs een uitweg voor al het overige: de zondebok. Overdekt met schuld wilde deze mens toch in Zijn schuilplaats blijven overnachten en men bracht offer na offer. Eigenlijk gebeurt dat in andere religies momenteel nog steeds, maar dit terzijde. In een ommuurde vesting en door toevlucht te nemen op offer na offer trok deze mens zich terug, maar…op de Paasmorgen blijkt deze beschuttende rots leeg. We vinden het rotsgraf verlaten, God greep toen opnieuw in, bracht in Zijn geschiedenis met de mens het volmaakte offer. ook met de laatste vijand, de dood, nam God geen genoegen.

 

De volgende woorden uit Psalm 31 spreken duidelijk van verlossing en kunnen we dan ook nieuw testamentisch lezen: “Gij zult mijn gids zijn, mij losmaken uit het net dat voor mij gespannen is.” Dat is het bijbelse antwoord op ons gebed en begeerte. Zeggen we dit vanmorgen na dan komen we aan bij ons derde woord: belijdenis. De tekst uit Johannes, Johannes 14:15-21, doet ons stilstaan bij de nieuwe geboden die de Here Jezus bedoelt. Eigenlijk zegt de Here Jezus heel eenvoudig: “Wanneer gij Mij liefhebt, zult gij mijn geboden bewaren.” Het sleutelwoord bij de Here Jezus is dus liefhebben. “Mijn liefde geef Ik u” en hierin is Hij ons grootste voorbeeld. “Alzo heeft God de wereld liefgehad…” Heeft u even gelegenheid, kijk dan eens in Rotterdam bij de Pauluskerk. Binnenkort wordt deze afgebroken en Dominee Hans Visser is er met pensioen. In metershoge letters kunt u op de buitengevel lezen: “Overwin het kwade door het goede.” Als we het over een schuilplaats hebben van deze tijd dan is de Pauluskerk in Rotterdam nog een aardig voorbeeld. Hoeveel verslaafden vonden daar wel niet onderdak? Waar de oude mens niet aan de wet kon voldoen schenkt de Here Jezus ons een andere Trooster. De Geest der waarheid.

 

Maar wat is nu die Geest der waarheid? We kunnen er snel mee klaar zijn als we zeggen; dat is Christus zelf. Dan heeft u gelijk: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” zegt Jezus zelf. Hij heeft het voor ons volbracht. Maar zo gemakkelijk wil ik het u niet maken. De Geest die Jezus bedoelt wil onze ogen openen, “ons een nieuw hartje geven” zei men vroeger op de Zondagsschool. Een nieuwe levensweg inluiden, een dagelijks bekeren. Het vraagt om standvastig volgen, het duldt geen leugens en vindt in de Here Jezus zijn toetsteen. Dit alles kunnen we alleen vanuit de aanbidding, vanuit de geschonken liefde. De geest brengt ons dit alles te binnen. “Geest van hierboven, leer ons geloven, hopen, liefhebben door Uw kracht” zodadelijk gaan we het zingen. Met de foto van haar pleegouders op de kast denken we nog aan de vraag; “Heer, mag ik U vader noemen?” Dit kan alleen gezegd worden als we de man des smarten eens hebben leren kennen in ons leven. Het was hét moment van omkeren, van bekeren. Al zeggen we dit stamelend na, in bidden en in smeken: wat is dat een belijdenis! Ons hart gaat daarnaar uit, we komen er steeds op uit, we kunnen niet zonder. Jezus beloofd ons een blijvende schuilplaats, het thema vanmorgen in deze dienst. Mijn geloof is dan als een relatie, een geestelijke relatie waarbij het weeskind liefde ontvangt en hieruit zelf liefde mag uitdelen.

 

Moeilijk is het beeld te verstaan in de bijbel als de Here Jezus zegt: “Wordt als de kinderen, want voor zodanige is het Koninkrijk Gods.” Wat bedoelt Hij hier echt? Toch niet hun onbevangenheid want die krijgen we niet meer terug. Toch ook niet hun oprechtheid want kinderen kunnen net zo vals spelen als de volwassenen. Ik denk meer aan hun afhankelijkheid: wie houdt de ogen droog en de snoeptrommel gesloten als een kind zijn handje ophoudt? Met zijn lengte komt hij nog niet boven een meter uit, kijkt het met vragende ogen omhoog, kijkt je smekend aan. Zo leren we het woordje genade begrijpen. Onverdiende goedheid. Houdt u nog wel eens de handen op? Willen we wel de minste zijn? We zijn afhankelijke wezens. Een kind kan niet zonder aanraking en zo is het met ons nu nog. Op internet onder Drost IJserman staan wel honderden pagina’s van zoekende mensen. Inmiddels zijn het zelf “oude van dagen”, het zijn verweesden geworden. De wereld wordt afgezocht naar onze biologische ouders en programmamakers van de T.V. krijgen er maar geen genoeg van. De moderne mens zoekt en zoekt maar waarnaar? En hoe? “Rust en vrede”, het zijn woorden uit een vreemd woordenboek geworden, maar zo belangrijk in ons leven en bij sterven. We kijken vanmorgen uit naar de aanraking van de Geest Gods, over het dode punt heen. “Want Ik leef en ook jullie zullen leven” zegt de Here Jezus in onze tekst. Het gaat voorbij de Paasnacht en de Hemelvaart. Het is een belofte. De beschuttende rots verlieten wij al wenende toen we Zijn lichaam daar niet meer vonden totdat Hij zelf onze ogen opent.

 

We denken terug aan het verhaal van de Emmaüsgangers, de afgelopen tijd vaak aangehaald. Het lege graf gevonden maar verdwaasd en verweesd gingen zij weer op weg. Vol van wat er gebeurt maar de ware betekenis ervan kunnen we niet vanuit ons zelf vinden. Men verwachtte in de tijd van de Here Jezus een andere Messias, een andere Verlosser en soms is dat nu nog zo. Verstaan wij wel Zijn boodschap? Jezus doet ons verschillende beloftes, zo ook in de tekst van Johannes. De zes versregels staan er vol van. Maar het zijn ook beloftes met een opdracht, “Zult gij Mijn geboden onderhouden?” vraagt de Here Jezus. “Klopt en er wordt opengedaan” horen we vaak, maar dan moeten we wel kloppen, anders wordt het niets! “Zoekt en vindt” deze kennen we ook, maar dan moeten we wel zoeken. We kunnen niet anders uitkomen dan bij een gelukzalige belijdenis. Daar is wel gebed voor nodig. Onze Here God laat geen bidders staan. Het zijn Jezus eigen woorden: “Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere trooster geven, de Geest der waarheid.” Zo nodig is gebed wel. Here Jezus gaat ons hierin voor, Hij leert het ons.

 

Ons gebed kan dan via de begeerte over gaan in een belijdenis omdat Hij het waar heeft gemaakt: “Hij is waarlijk opgestaan!” Uiteindelijk komen we in een cirkel terecht, de cirkel van de Alfa en de Omega. Onze komst vanmorgen naar deze kerk getuigt daarvan. Ziet uw kerkgang vanmorgen dan ook eerder als een getuigenis, een belijdenis. U hoort bij het volk wat niet meer in duisternis wandelt. Tot een afronding wil ik komen bij die zin: “Totdat Hij zelf onze ogen opent.” Het is onze verwachting en onze hoop dat we als verblijde Christenen vanmorgen weer naar huis gaan, ook al zou het vandaag de meest trieste dag van het jaar zijn: “Wezen-Zondag.” Evangelie blijft ten volle betekenen: blijde boodschap. De bijbelteksten, de gezangen, ons gebed, getuigen daarvan, troosten ons, maar dit alles vraagt ook om vertrouwen. Ons wordt niet een behouden vaart beloofd maar wel een behouden aankomst en daarom: pas op met het woordje troost. Al snel wordt het een schrale troost. Al te gemakkelijk vliegen bijbelteksten soms door de lucht, maar aan een ziekbed worden we er snel verlegen mee. Soms hebben we niet eens meer de kracht om onze handen te vouwen.

 

Eens vroeg iemand mij waarom we na Pasen zo lang moeten wachten op Hemelvaart. En dan weer wachten op Pinksteren. We zouden Pasen en Pinksteren wel op één dag willen, toch? Doorleven we wel de tijd, kunnen we ons afvragen. We voelen pijn en verdriet maar niet vanzelfsprekend is er gelijk troost of misschien weer vreugde. Alles moet maar sneller en sneller. We gaan van gebed in de Paasnacht naar de begeerte met Hemelvaart en dan naar onze belijdenis op de Pinksterdagmorgen. En dat kost tijd, daar is ook een wonder voor nodig. Soms gaat er wel een leven voorbij om op dat punt te komen. Soms komt het nooit. Ouders van kinderen kunnen het daar best moeilijk mee hebben. Maar de belofte, de blijde boodschap, is er vanmorgen wel: “Jullie kennen Hem wel, want Hij woont in jullie en zal in jullie blijven.” We mogen leven vanuit deze belofte: “Ik kom bij jullie terug.” Komt u volgende week zondag ook weer terug? Kom, kom, Immanuël,  in Christus Jezus naam.

 

 

 

 

©  J.M.M. Peters.


mei 07

Posted on 28/5/2007 at 22:08 - 0 Comments - Post Comment - Link

kijk ook op seniorennet.be;jezus
Hosting door HQ ICT Systeembeheer