Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

secret

stukje blog

20:40, 18/1/2013 .. 0 comments .. Link

even een stukje blog, ik weet dat jullie mijn identieteit niet weten maar dat betekent niet dat je niet wat van mijn leven mag weten

binnen kort staat er een grote reis voor de boeg, helemaal naar het westen elf uur lang, naar een plek waar ze een straat genaamd El Camino Real hebben. de ene helft lekker de toerist uithangen en de andere helft tot rust komen. ik bedenk me nu dat ik dit eigenlijk veel liever in het engels schrijf, een probleem daar is mijn engels niet goed genoeg voor. ik haal negens voor engels, maar om in zo'n mooie taal mijn verhaal te moeten vertellen, dat is wel heel erg moeilijk . je kent dat programma awkward wel op mtv, dat karakter maakt zoveel mee en schrijft zo mooi dat is gewoon gaaf om te lezen. dat kan ik niet  en zo'n grote engelse woordenschat heb ik ook niet.

nu ben ik zo lang bezig met schrijven over engels dat ik al weer weg moet. volgende keer verder!



een verhaal over: 2 wolven

12:54, 14/11/2012 .. 0 comments .. Link

Een oude indiaan nam zijn kleinkinderen op de schoot. Hij zei: “Er woedt een strijd diep in mezelf. Een strijd tussen twee wolven. Eén wolf staat voor vreugde, vrede, hoop, gulheid, nederigheid, vriendelijkheid, empathie, sereniteit en vriendschap. De andere wolf representeert afgunst, woede, verdriet, hebzucht, ego, zelfmedelijden, schuld, minderwaardigheid, arrogantie en angst. Die strijd tussen de twee wolven woedt ook bij jullie, elke dag weer.” De kinderen lieten dit even bezinken, tot uiteindelijk een van hen vroeg: “En wie van de twee wolven haalt het?” Antwoordde de oude indiaan: “De wolf die je het meeste voedt.”



een verhaal over: geluk

12:49, 14/11/2012 .. 0 comments .. Link

Er was eens een man die alle mogelijke vormen van rijkdom kende. Hij leefde een zeer confortabel leven, maar hij verveelde zich. Hij ging naar een wijze meester en vroeg hem: 'waar vind ik geluk?'. De meester zei: 'als je mij vertrouwt, breng dan vanavond al je bezittingen naar mij toe en ik zal je laten zien hoe je gelukkig wordt.' En zo gebeurde het: de man verkocht al zijn bezittingen voor diamanten, deed die in een zak en kwam daarmee naar de meester. Vol verwachting toonde hij zijn bezit... De meester dacht geen seconde na, griste de zak uit zijn handen en verdween. De man, die in zijn leven nog nooit had gerend, kon de meester niet achtervolgen en bleef alleen achter. Huilend. Op het moment dat hij echt ten einde raad was, stond de meester opeens weer met de zak voor zijn neus. De man, die nu tranen van vreugde huilde, kreeg terug wat hem die ochtend nog verveelde. 'En?' zei de meester. 'Ben je nu gelukkig?'



de drie sinaasappels

12:23, 14/11/2012 .. 0 comments .. Link
De koningin van een groot land was gestorven en haar dochtertje, prinses Marie, had nu geen moeder meer om voor haar te zorgen. Daarover was de koning zo bedroefd, dat hij op reis ging om een nieuwe moeder voor zijn dochtertje te zoeken.

Het duurde niet lang, of hij kwam terug met een mooie jonge prinses. Nu werd er een prachtige bruiloft gevierd en Marie had weer een moeder.

Ze was heel blij, het kleine prinsesje, en de nieuwe koningin was in het begin heel lief voor haar. Maar nadat ze na een poosje zelf ook een dochtertje had gekregen, begon ze al minder en minder van Marie te houden. En ach, toen nu de kleine prinses Marie al mooier en mooier en al liever en liever werd en haar eigen dochtertje al lelijker en lelijker en al stouter en stouter, toen werd de koningin heel jaloers en Marie mocht nooit meer in dat gedeelte van 't paleis komen, waar zij met haar dochtertje woonde.

En later, toen ze het moest aanzien dat Marie was opgegroeid tot een schone jonkvrouw en dat de prinsen uit alle landen kwamen aangereden om haar ten huwelijk te vragen, terwijl geen mens haar eigen dochter aankeek omdat ze altijd zo boos en ontevreden was, toen begon ze Marie te haten en ze vertelde de koning zulke lelijke dingen van zijn dochter, dat die woedend werd en het arme meisje wegjoeg uit het paleis.

Schreiend trok de jonge prinses nu de wijde wereld in. Ze liep zeven dagen en nachten door, zonder dat ze iets te eten of te drinken vond. Maar de achtste dag kwam ze bij een grote tuin met veel vruchtbomen. Vlak tegen de tuinmuur stond een oranjeboom en aan de overhangende takken van die boom groeiden drie sinaasappels. Marie kon er net bij en ze plukte ze alle drie; want ze had honger en dorst.

Ze ging in 't gras zitten en begon de eerste te pellen. Maar kijk - dit was geen gewone sinaasappel! Pas had ze er een groot stuk schil afgetrokken, of er sprong een piepklein meisje uit, dat voor haar ogen opgroeide tot een volwassen jonkvrouw.

Prinses Marie keek haar verbaasd aan, maar de jonkvrouw zei: "Geef me dadelijk te drinken, ik heb een vreselijke dorst!" Marie wou juist zeggen: "Hier is geen water in de buurt," maar opeens hoorde ze achter zich iets ruisen en toen ze zich omkeerde, stond ze voor een heldere, frisse bron. Graag had ze zelf eerst wat gedronken, maar ze deed het niet. Vlug schepte ze de beker, die ze bij zich had, vol water, en gaf dat aan de jonkvrouw.

Ach, wat had dat vreemde schepseltje een dorst! Ze vroeg telkens om nog een beker water en hield niet op met drinken, voordat de hele bron leeg was.

"Weet je geen ander water hier in de buurt?" vroeg ze toen, "ik heb nog net evenveel dorst als toen ik begon te drinken."

Nee, Marie kon heus geen ander water vinden, en toen besloot de jonkvrouw er zelf naar te gaan zoeken. Tot afscheid zei ze tegen Marie: "Ik zal je een goede raad geven, meisje, en dat is deze: pas op, dat je de twee andere sinaasappels niet openmaakt, als er niet genoeg water in de buurt is om de dorst te lessen van de twee wezens, die er in zijn opgesloten!"

Nadat ze dit gezegd had, was ze opeens verdwenen en Marie liep weer door, net zolang tot ze bij een groot meer kwam. "In dit meer zal tenminste wel genoeg water zijn om de dorst te lessen van het levende wezen, dat in deze sinaasappel zit," zei ze bij zichzelf, en, nadat ze zelf eerst gedronken had, ging ze in het gras zitten en begon de sinaasappel te pellen.

Evenals uit de vorige, sprong ook uit deze vrucht een klein schepseltje, dat voor Marie's ogen opgroeide tot een jonkvrouw, nog veel mooier dan de eerste. "Water… water… water!" jammerde ze. "Geef me dadelijk te drinken! Ik sterf van de dorst!"

"Drink maar uit dit meer, als je lust hebt," zei Marie, en de jonkvrouw knielde neer aan de oever, boog zich voorover en dronk… en dronk… net zolang, tot het meer helemaal leeg was! Toen stond ze op en smeekte Marie, haar nog meer water te brengen. Maar ach, er was nergens in de omtrek ander water te vinden. Nu ging ook deze jonkvrouw er op uit om zelf een ander meer te gaan zoeken, en Marie bleef weer alleen. 't Speet haar erg, ze had 't juist zo gezellig gevonden, zo'n aardig jong meisje bij zich te hebben!

"Ach," zuchtte ze bij zichzelf, "waar zal ik ooit genoeg water vinden voor de jonkvrouw uit de derde sinaasappel?" Maar na een poosje kwam ze aan een rivier, zo breed, zo breed, dat je de overkant haast niet kon zien.

Toen opende Marie de derde sinaasappel, en o, wat kwam daar een beeldschone jonkvrouw uit! Die riep ook alweer om water en Marie zei, dat ze maar uit de rivier moest drinken, als ze lust had. En de jonkvrouw liet zich op de knieën vallen, boog zich over het water en dronk - en dronk… en dronk… net zolang tot ze niet meer kon! Ze kon onmogelijk die hele rivier leegdrinken!

Toen keerde ze zich om naar Marie en zei: "Je hebt me overwonnen, prinses en nu mag je zelf kiezen, welke beloning je daarvoor verlangt. Want ik ben een tovergodin en kan al je wensen vervullen."

"Ik heb maar één wens," antwoordde Marie, "en dat is deze, dat je altijd bij me mag blijven - je hebt zo'n lief gezicht!"

De tovergodin moest lachen om deze wens, maar ze gaf Marie de hand en zei: "Kom maar mee naar mijn kasteel - ik zal je de weg wijzen."

Het duurde niet lang, of ze stonden voor een prachtig marmeren paleis. Daar woonde de tovergodin en Marie mocht bij haar blijven. Ze kreeg een heerlijk zacht bed, lekker eten en drinken en mooie kleren, en de goede tovergodin was altijd lief voor haar.

Marie voelde zich hier zo gelukkig, dat ze eens op een morgen, toen ze voor het open raam zat, begon te zingen. Ze had een mooie stem en haar lied klonk ver over de velden.

Juist was de prins van een naburig land in die streken aan het jagen en toen hij dat mooie gezang hoorde, liet hij zijn paard stilstaan, om beter te kunnen luisteren.

Marie zong maar door en de prins reed langzaam in de richting, waar die lieflijke muziek vandaan kwam. Hij werd er helemaal door betoverd, en toen hij eindelijk die mooie prinses daar voor 't raam zag zitten, dacht hij bij zichzelf: "Met deze jonkvrouw wil ik trouwen, en met geen andere."

En hij klopte aan de poort van het kasteel en vroeg aan de tovergodin of de schone jonkvrouw, die zo mooi kon zingen, zijn vrouw mocht worden?

De tovergodin vond het goed, want ze kende deze prins wel en Marie vond het ook goed; want ze was van hem gaan houden, zodra ze hem zag.

Toen reisden ze met hun drieën naar het paleis van zijn vader, en de prins zei tegen zijn ouders, dat deze jonkvrouw zijn bruid was.

De koning en de koningin keken Marie eens aan en ze vonden haar heel mooi en lief. "Maar… maar," zeiden ze tegen hun zoon, "je hebt immers aan de vader van prinses Carniolina beloofd, dat je met zijn dochter zou trouwen?"

"Ja," zei de prins, "dat heb ik wél beloofd, maar toen wist ik nog niet hoe slecht prinses Carniolina en haar moeder zijn en hoe ze de arme prinses Marie, die de oudste dochter van deze koning is, het huis hebben uitgedreven, door aan haar vader allerlei leugens te vertellen. Hier staat prinses Marie, en hier staat de tovergodin, die er alles van weet. Is 't niet waar, goede tovergodin?"

"Ja, het is waar," zei de tovergodin, "prinses Carniolina is een slecht meisje en haar moeder is nog erger. Ik trof de arme prinses Marie alleen in de woestijn en heb haar in mijn huis ontvangen als een lieve zuster."

Nu moesten de koning en de koningin het wel geloven, en ze gaven dadelijk hun toestemming. De bruiloft werd met grote pracht gevierd en toen Carniolina en haar moeder hoorden wat er gebeurd was, werden ze groen en geel van jaloersheid en de oude koning, die nu van de tovergodin alles vernam, joeg hen allebei het huis uit, net als hij vroeger de arme Marie had weggejaagd.

De tovergodin bleef altijd bij het jonge paar wonen en telkens, als zij een kindje kregen, gaf ze het allerlei goede gaven mee op de levensweg


een zeemeermin moet je nooit aankijken

12:23, 14/11/2012 .. 0 comments .. Link
Er was eens een jonge visser die Lutey heette, en op een dag stond hij oog in oog met een zeemeermin. Nou, dat is een zeldzaam iets wat maar weinig mensen overkomt. En het is nog zeldzamer als je het kunt navertellen. Maar bij Lutey gebeurde dat.

Lutey woonde in een huisje dat over de zee uitkeek, samen met zijn vrouw, drie flinke zonen en een lieve, grote, bruine lobbes van een hond die Towser heette. En op een ochtend ging Lutey een stukje wandelen op het strand, met Towser achter zich aan.

Het was laag water, en het geribbelde zand was nog nat. Het enige geluid was het gekabbel van de golfjes die op het strand rolden. Toen hoorde Lutey plotseling een vreemd, klaaglijk geroep: "Ooo-ooo!" Het kwam ergens achter een paar rotsen vandaan die op het strand uitstaken. Wat kon dat zijn?

Hij haastte zich erheen. Achter de rotsen was een ondiepe poel, omringd door nog meer rotsen en van de zee gescheiden door een brede strook zand. Lutey snakte naar adem. Hij kon zijn ogen niet geloven. Op een van de rotsen zat een zeemeermin. Ze was het mooiste schepsel dat hij ooit gezien had. Haar huid was blank en glad als marmer. Ze had lang, goudkleurig haar en een prachtige, buigzame, blauwgroene staart die zacht glansde in de ochtendzon.

Zodra ze hem zag riep ze: "Heb medelijden, goede man, help mij!"

Lutey wist dat zeemeerminnen schepsels waren die ongeluk brachten. Hij kende het gezegde van de vissers "kijk een zeemeermin nooit aan!" Maar ze was zo mooi, dat hij zijn ogen niet van haar af kon houden.

"Mijn naam is Lutey," zei hij, "maar wie ben jij? En hoe kan ik je helpen?"

"Ik heet Morvena," antwoordde ze. "En terwijl ik hier zat werd ik zo in beslag genomen door het kammen van mijn haar en het kijken naar mezelf in het water, dat ik niet in de gaten had dat het eb werd. Nu kan ik niet terug naar de zee tenzij... tenzij, Lutey, jij me over het zand draagt. Als je dat wilt doen, zal ik je goed betalen."

Lutey lachte. "Wat zou jij mij nu kunnen geven?"

"Ik kan je drie wensen geven," antwoordde ze.

"Drie wensen! Oh! Ik weet al wat ik wil! Daar heb ik dikwijls over nagedacht!" riep Lutey uit. "Geen geld, nee, dat niet."

"Denk goed na," zei de zeemeermin. "Denk heel goed na. En kies dan wat je wilt."

"Wat ik zou willen," zei Lutey kalm, "is het vermogen om mensen te genezen als ze ziek zijn en ze weer sterk en gezond te maken."

"Een genezer. Het geschenk is voor jou," zei ze. "En wat nog meer?"

"Ik zou willen," zei hij, "het vermogen om boze betoveringen te verbreken waar de mensen kwaadwillig van worden zodat ze ruzie gaan maken en elkaar pijn doen."

"Een vredestichter. Het geschenk is voor jou," zei ze. "En dan nog een?"

"Ik zou willen dat deze vermogens bewaard bleven als ik gestorven ben," zei Lutey. "Ik zou willen dat ze voor altijd in mijn familie werden doorgegeven."

"Het geschenk is voor jou," zei ze. "Draag me dan nu naar de zee."

Ze strekte haar blanke armen uit en sloeg ze om Lutey" s nek. Maar terwijl hij haar optilde begon Towser te janken. Het was een laag, langgerekt, akelig gejank.

Toen werd Lutey bang. "Hoe weet ik dat je mij geen kwaad zult doen?" vroeg hij.

Morvena haalde een gouden kam uit haar haar, met heel fijne versieringen erop en bezet met piepkleine pareltjes. "Neem dit als een teken," zei zij. En ze glimlachte naar hem en Lutey vergat zijn vrees.

"Dat is echt een prachtding!" zei hij en liet het in zijn broekzak glijden, waar hij ook andere dingen bewaarde -een eindje touw, een zakmes en dergelijke.

En toen begon Morvena te zingen. Ze zong over geheime grotten en betoverde paleizen onder de zee. Ze zong over een leven vrij van pijn, dood en verdriet. Als in een droom begon Lutey over het zand te lopen, en zijn hond Towser volgde, nog steeds jankend. Maar Lutey had alleen maar oren voor de zeemeermin en haar gezang.

Hij kwam bij de zee en waadde er in. Maar Towser volgde niet. Hij bleef aan de kant van het water staan, nog steeds jankend.

Lutey waadde verder, tot het water tot zijn liezen kwam. "Nu kun je wegzwemmen," zei hij.

"Dieper, dieper," zong Morvena. "Breng me dieper."

Hij waadde verder tot het water tot aan zijn borst kwam. "Nu moet je gaan zwemmen," zei hij.

Maar Morvena zong alleen maar: "Dieper, dieper... breng me dieper."

Hij waadde verder tot het water aan zijn schouders kwam. "Ik kan niet verder gaan," zei hij, en probeerde haar in het water te laten zakken. Maar ze klemde haar armen nog vaster om zijn hals, sloeg haar staart om zijn benen en zong in zijn oor.

"Kom, kom... kom met mij mee," zong ze. En ze zong en zong, tot het enige wat Lutey nog wilde was met haar meegaan.

En toen begon Towser te blaffen. Hij blafte en blafte, wild en hard, tot de kust weerkaatste van zijn geblaf. Ten slotte hoorde Lutey hem, hij keek om en zag zijn lieve, grote, bruine lobbes van een hond aan de rand van het water staan. Lutey keek langs hem heen en zag zijn drie levenslustige zoons en zijn eigen lieve vrouw staan bij de deur van zijn huisje.

"Laat me gaan!" riep hij. "Ik kan mijn gezin niet in de steek laten en met jou meekomen!"

Maar Morvena verstevigde haar greep en probeerde zijn hoofd onder water te trekken. Lutey stribbelde tegen, maar hoewel de zeemeermin licht was en heel tenger leek, was ze sterker dan hij.

Hij kon nog maar één ding doen. Hij tastte in zijn broekzak en haalde zijn mes eruit. Hij knipte het open en hield het boven het water. "Bij de macht van het ijzer," riep hij, "laat me gaan."

Onmiddellijk liet ze haar greep verslappen. "Ah, Lutey," zuchtte ze, "je bent slimmer dan ik dacht. Je wist dat de macht van het ijzer groter is dan alle betoveringen." Langzaam zwom ze om hem heen. "Vaarwel, mijn mooie man," zei ze. "Vaarwel voor negen lange jaren... en dan zullen we elkaar weer ontmoeten." En toen ze dat gezegd had verdween ze onder de golven.

Lutey beefde. Het leek alsof al zijn kracht uit hem gezogen was. Maar hij haalde diep adem, liet zijn zakmes weer terugglijden op zijn gewone plaats en waadde terug naar het land.

Toen hij het strand bereikte danste Towser met grote sprongen om hem heen en tegen hem op, likte hem overal en kwispelde als een dolle met zijn staart. Lutey beklopte hem liefdevol. "Beste hond!" zei hij. "Zonder jou was ik verloren geweest!"

Toen Lutey zijn huisje bereikte, doorweekt tot op zijn huid, was er natuurlijk wel het een en ander uit te leggen.

"Wat is er gebeurd?" vroeg zijn vrouw.

"Dat is een lang verhaal," antwoordde Lutey. "Wacht even tot ik weer warm en droog ben, dan zal ik het vertellen."

Wat later, toen hij bij het vuur zat en zich warmde, vertelde Lutey zijn vrouw en zijn kinderen, die met grote ogen zaten te luisteren, over de zeemeermin, en ten slotte haalde hij de kam uit zijn zak.

"Dus het verhaal is waar," fluisterde zijn vrouw. "Maar die drie wensen, ik vraag me af of die in vervulling zullen gaan?"

Dat deden ze. Lutey merkte dat als er iemand ziek was, hij op de een of andere manier wist welke kruiden en aftreksels en poeders hij moest mengen voor de juiste medicijn om die persoon te genezen. Zelfs zijn aanraking had genezende kracht.

Bovendien werd Lutey een vredestichter. Wanneer er ruzie of onenigheid was, of als er wat gestolen was, kwamen de mensen naar Lutey en op de een of andere manier kende hij de ware toedracht en stichtte vrede.

Wijd en zijd raakten zijn gaven bekend, en mannen, vrouwen en kinderen kwamen van heinde en ver om zijn hulp in te roepen. En Lutey gaf die met gulle hand. Dus rijk werd hij nooit. Hij bleef gewoon een visser die van de zee en van het vissen hield, en toen zijn zoons opgroeiden werden ook zij vissers.

Negen jaren gingen voorbij. Negen gelukkige jaren. Maar toen, op een late avond, ging Lutey in hun kleine boot uit vissen met Tom, zijn oudste zoon.

Er was geen wind. De zee was rustig en stil... tot er zonder enige waarschuwing een gigantische golf op hen af kwam rollen. Lutey en Tom klampten zich stevig vast toen de golf hun kleine boot opnam en weer omlaag wierp. En zodra de golf voorbij was, steeg er een zeemeermin op uit het water. Het was Morvena.

"De tijd is gekomen," zong ze. "Nu ben je de mijne, Lutey, mijn geliefde man."

Langzaam en zonder een woord kwam Lutey overeind, dook in het water en was verdwenen. En langzaam en zonder een woord liet de zeemeermin zich onder water zakken. Het laatste wat Tom van haar zag was haar lange, goudkleurige haar, dat zich over het water uitspreidde, en toen was ook dat verdwenen.

Lutey zelf werd nooit meer gezien. Maar van die tijd af had Tom, zijn oudste zoon, de gave van de genezing, en ook hij werd een vredestichter. En deze gaven werden in Lutey's nakomelingen doorgegeven tot de dag van vandaag.

Maar Morvena eist een hoge prijs voor haar gaven. Elke negen jaar en met de regelmaat van het getij wordt een van Lutey's afstammelingen op zee vermist en nooit weergezien. Misschien zijn ze naar Lutey en de zeemeermin gegaan, naar de betoverde wereld onder de zee. Niemand weet het zeker.



i just want you the know how i am

20:47, 4/11/2012 .. 0 comments .. Link

ik ben niet oud maar ook niet jong. mijn haar is lichter dan bruin en minder fel als rood. mijn ogen intens als de zee. mijn huid alsof ik al die jaren in een doodskist heb gelegen.avonturen zoek ik graag op. maar een gesprek met een leuke jongen aanknopen is een schepje teveel er boven op.

 



raad eens wie ik bedoel?

20:46, 4/11/2012 .. 0 comments .. Link

deze gene is er altijd voor je, in voor en tegenspoet. het maakt haar niet uit of je haar op dat moment haat, het gaat om het eindreseltaat. is je vriendin maar dan wat ouder. ze heeft je hele leven beleeft en zelfs nog beter als dat jij het hebt beleeft. ze zal altijd van je houden wat je ook doet.

ik denk dat ik niet meer hoef te vertellen wie dit is.....



winter

20:29, 4/11/2012 .. 0 comments .. Link
  • Waaien                                                                                                                                      Irritante kou 
  • Trechter vormige jassen
  • Echte boerenkool
  • Regen


hij

12:19, 4/11/2012 .. 0 comments .. Link

als je naar hem kijkt kun je verdrinken in zijn ogen, je vingers vasthaken in zijn blonde krullende haren. uren kijken naar zijn bewegingen. langzaam smelten in zijn ogen. stiekem naar hem kijken van achter mijn sluike haar. een prachtig sprookje wat, zoals je zou denken, niet beter kan. totdat hij zijn mond open doet, en de ene na de andere arrogante opmerking uit zijn mond kolkt. en zijn ogen je niet meer laten smelten maar je aldat geweldige gevoel het liefst wil uitkosten.

dus meiden luister goed als je ooit een leuke jongen ontmoet, zorg dan eerst dat je hem goed kent voordat je naar hem luistert. geen woorden maar daden!



About Me

Home
My Profile
Archives
Friends
My Photo Album

Links


Categories


Recent Entries

stukje blog
een verhaal over: 2 wolven
een verhaal over: geluk
de drie sinaasappels
een zeemeermin moet je nooit aankijken

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer