Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Het leven van een sterke vrouw

Description

Mijn man is homo


«  December 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

My Links

* Home
* My Profile
* Weblog Archives
* Friends

De dag dat mijn leventje op z'n kop kwam te staan...

Vrijdag 6 maart 2009

Maarten ligt lekker te slapen. Even een momentje van rust, een kopje koffie en gtst kijken; heerlijk. Ik had wat spullen van Maarten z’n babykamer te koop staan op marktplaats, dus na gtst besloot ik om achter de pc te duiken. Even kijken of er nog een bod is gedaan.

Ja, die is er, snel reageren voordat ze weer iets anders zien. Ik krijg gelijk een reactie terug, of ze het kunnen komen ophalen. Hè hè, weer een ding verkocht. Oh jee, de pc doet raar, even checken of mijn mailtje met ons adres wel is weggegaan. Dat is ie gelukkig, maar mijn blik valt op een ander bericht in de Verzonden items. Even kijken wat dat is, ik klik het aan en begin te lezen. Hoe verder ik lees, hoe misselijker ik word. Het is een e-mail van mijn man aan een andere man, Harold heet ie. Ik kan uit de mail opmaken dat hij een relatie heeft met deze man en ook zeker niet van plan is daarmee te stoppen. Hij schrijft dat hij van niemand zoveel houdt als van hem en dat hij er alles voor over heeft om samen met hem te zijn. Je hebt geen idee wat je dan moet voelen, denken, doen. Het enige wat je voelt is misselijkheid en nervositeit. Wat moet ik doen?

 

Altijd heb ik het gevoel gehad, nee, ik heb het altijd wel geweten, maar ik heb altijd de andere kant opgekeken. Ik hield ook zoveel van hem.

 

Nooit heb ik bewijs gehad en nu had ik het in handen. Vaak heb ik mijn vermoedens geuit, maar altijd kreeg ik het antwoord dat het niet waar was. Toen Maarten er eenmaal was, kreeg ik te horen dat ik blij moest zijn dat hij altijd weer naar huis kwam en naast mij in bed lag. Ik moest mijn mond maar houden en dat heb ik ook gedaan. Ik heb er nooit met iemand over gesproken, omdat ik in mijn achterhoofd wel wist wat die zouden zeggen; je bent gek, dat je bij hem blijft! En dat was ik ook, gek, gek op hem en op het leven dat ik had; mijn zoon en een huisvriend, want een echtgenoot kon ik hem niet noemen.

 

Nu ging er van alles door mij heen, maar ik kreeg echt het idee dat dit mijn uitweg weleens kon zijn. Er zijn zoveel dingen waarvoor ik niet bij hem wegging. Op de eerste plaats natuurlijk Maarten, die heeft een vader en een moeder nodig. Op nummer twee de financiën, we zaten zwaar in de schulden omdat hij zijn eigen bedrijf heeft gehad. En last, but zeker not least, zijn ziekte; hij heeft hiv. Je verlaat toch niet iemand die ziek is?

 

Even terug in de tijd

2 januari 2009

Vandaag moeten we naar het ziekenhuis. Thijs krijgt vandaag de uitslag van een reeks aan onderzoeken. Vanaf begin december is hij al ziek, maar de doktoren weten niet wat het is. Hij zit onder de grote rode bulten en is zo verschrikkelijk ziek, hij ziet er ook echt niet uit. Het is tijd dat we erachter komen wat hij heeft. Ik ga met hem mee. Eenmaal daar in de wachtkamer, komt de dokter Thijs ophalen, ik sta ook op, maar ik mag niet mee. Wat is dit dan? Hij wil Thijs eerst even persoonlijk spreken, Thijs kijkt mij vreemd aan maar loopt toch mee en laat mij achter in de wachtkamer. Terwijl ik zit te wachten, gaat er van alles door mij heen; het is toch ook vreemd dat ik niet mee mag, heeft hij dan toch die ziekte die ik tijdens het googlen tegenkwam. Hoe heette het ook alweer, het was een soa; herpes volgens mij. De plaatjes kwamen aardig overeen met hoe hij eruit zag. Maar toen was weer zijn antwoord, hoe kon hij dat nou toch hebben.

 

Daar gaat de deur open. Oh jee, Thijs kijkt alsof hij een geest heeft gezien. Ik hoor Thijs tegen de dokter zeggen, wilt u het mijn vrouw ook vertellen, ze mag alles weten. Thijs wenkt mij, ik moet mee. Hij zegt tegen mij, Nou, bereid je maar voor op het ergste. Ik kreeg nu toch echt een naar gevoel, wat had ie nou?

Gaat u maar zitten, zegt de dokter. We hebben uw man onderzocht en het blijkt dat hetgeen waarvan hij zo ziek is, Herpes is.

Zie, ik wist het wel, hij heeft gewoon een soa! Maar de dokter was nog niet klaar met zijn verhaal, er was nog meer; dat is helaas niet het enige wat wij in zijn bloed hebben gevonden, uw man is tevens besmet met hiv.

Nou, ik dacht dat mijn ogen uit mijn kassen zouden vallen, mijn oren begonnen te suizen, mijn hart te bonken, ik begon te zweten en mijn vingers hevig te trillen.

De dokter praatte door, hij begon te vertellen dat er zometeen een hiv verpleegkundige zou komen die ons alles uit zou leggen over het traject waarin je terecht komt als je hiv besmet bent. Verder hoorde ik niet zoveel meer, totdat hij vroeg of we nog vragen hadden. De dokter keek mij erg bezorgd aan. Thijs vroeg of het ook zo kon zijn dat die Herpes besmetting via een koortslip gekomen kon zijn. De dokter antwoordde dat het mogelijk was, maar die kans wel zo verschrikkelijk klein was dat het eigenlijk niet kon. Nadat het gesprek is geweest met de hiv verpleegkundige, moet ik gelijk bloed gaan prikken. Controleren of ik niet besmet ben. Maarten moet zelfs binnenkort bloed laten prikken. Je weet even niet wat je moet denken of moet voelen, het enige wat ik wilde was naar huis. We liepen de deur uit bij de dokter en Thijs zei tegen mij, zullen we eerst even een sigaretje gaan roken voordat je bloed laat prikken? Dat is een goed idee, een beetje nicotine zou nu wel lekker zijn. Eenmaal buiten kijkt Thijs mij vragend aan met tranen in zijn ogen. Ik zeg tegen hem, nou vertel maar.

Hij raakt compleet overstuur en zegt dat het echt niet is wat ik denk. De Herpes komt vast en zeker omdat hij een keer iemand zijdelings gekust heeft die deze ziekte onder de leden had. De hiv daarentegen, dat moet van die keer geweest zijn dat er een klant in de winkel is gevallen. De vrouw bloedde en Thijs heeft toen eerste hulp verleend. Later hoorde hij dat deze vrouw aan Aids was overleden. Hij heeft zich toen laten testen, daar kwam toen niks uit maar waarschijnlijk was het te snel geweest na de besmetting. Hij zal wel een klein wondje hebben gehad. Ik begon te koken van binnen, maar wist toch rustig tegen hem te zeggen dat hij de waarheid moest vertellen, dit was zijn kans. Nee, het was echt niks anders, het moest dat zijn. Ik wist niet meer wat ik moest denken of moest voelen, het was gewoon te veel.

Terwijl we naar de afdeling liepen om bloed te laten afnemen, wist ik wel dat ik niet besmet kon zijn. Ik had al 6 jaar geen sex meer met hem gehad. De laatste keer was toen Maarten 3 maanden oud was. En zolang zou hij het toch niet al bij zich dragen?

Na het bloed prikken reden we naar huis, we zeiden niks tegen elkaar. Thuis gekomen zitten we op de bank, de ene sigaret na de ander op te steken. Zijn ouders komen, terwijl Thijs het zit te vertellen, kijkt zijn vader mij aan en zegt; wat ga jij doen nou je dit weet, want hij heeft deze ziektes echt niet opgelopen in de winkel. Dat weet jij net zo goed als ik. Ik zeg dat ik het echt niet weet, ik heb even tijd nodig om het te laten bezinken. Ik wil Thijs ook niet gelijk afvallen. Wat moet ik tegen de buitenwereld zeggen, je vertelt niet dat je man besmet is met hiv. En daarbij kan ik hem toch niet verlaten terwijl hij ziek is?

 

Dus ik hobbel gewoon weer door.

 

Na een aantal weken krijg ik te horen dat ik niet besmet ben, de week erna krijgen we te horen dat Maarten dat gelukkig ook niet is. Wat een opluchting, ondanks dat ik dacht het wel zeker te weten, blijf je er toch constant aan denken. Wat als…?

 

 

Terug naar vrijdag 6 maart 2009

Ik wist dat ik hem moest confronteren met de e-mail. Thijs was naar een feestje en ik wist niet hoe laat hij terug zou zijn, maar ik was vastbesloten te wachten. Zenuwachtig zat ik op de bank, naar de tv te staren, maar ik had geen idee waarnaar ik zat te kijken of waar het over ging. Van alles ging door mijn hoofd, maar hij zou het vast en zeker weer wegwimpelen onder het motto dat het niks te betekenen had.

Vier uur ’s nachts, ik hoor de sleutel in het slot. Oh jee, daar zal je hem hebben. Hij komt de kamer in en is natuurlijk verbaasd mij aan te treffen. Wat doe jij nog op? Je moet me iets uitleggen zei ik. Hij ging zitten, wat dan? Ik heb een e-mail gelezen die jij geschreven hebt aan ene Harold. Je zegt daarin dat je van hem houdt en met hem verder wil. Klopt dit? Hij lijkt verschrikt. Normaal als ik hem ergens op had betrapt, bleef hij altijd rustig kijken. Nu was het anders, hij keek anders. Ben je verliefd? Vroeg ik. Hij begon te huilen en zei dat hij het zo moeilijk vond, want hij had inderdaad het idee dat hij verliefd was. Maar hij kon Maarten toch niet in de steek laten? Verbazingwekkend genoeg, werd ik heel rustig. Ik zei tegen hem dat hij aan zijn eigen geluk moest denken. Je hebt nou eenmaal maar één leven. Hij moest Maarten daar even los van zien. Met Maarten komt het wel goed zei ik. En daarnaast wordt ik misschien ook wel gelukkiger als jij ons loslaat.

We hebben die nacht erg lang gepraat. Uiteindelijk heb ik hem gezegd dat hij moest kiezen; of Harold óf Maarten en mij, maar dan ook alléén Maarten en mij en geen dingen ernaast meer. Wanneer hij eruit was, kon hij naar me toe komen. Waarom ik dat toen gevraagd heb, weet ik nu ook niet meer. Achteraf gezien, was het onvermijdelijk dat we uit elkaar zouden gaan. De vraag was alleen wanneer.

 

In de dagen, weken daarna werd het al snel duidelijk. Zodra ik op bed lag en Thijs dacht dat ik sliep, wist hij niet hoe snel hij weg moest komen. Hij sliep daar en ’s morgens heel vroeg kwam hij weer binnen, voordat mijn wekker ging. Hij dacht dat ik dat niet zou merken. Aan de ene kant vond ik het wel prima zo, want naast hem in bed liggen wilde ik ook niet. Maar aan de andere kant, wist ik dat dit niet zo door kon blijven gaan. Dus drie weken na ons gesprek, zaten we op een avond tv te kijken, totdat ik opstond en de tv uitzette. Wat doe je nou? Ik zet de tv uit, want wij moeten eens met elkaar praten, vind je ook niet? Dat kan toch ook met de tv aan? Nee, dat kan niet met de tv aan. Het leek wel een klein kind, moet je hem nou zien zitten, boos, omdat ik de tv heb uitgezet. Wat is nou belangrijker?

Ik begon het gesprek. Ik zei tegen hem dat het mij in de afgelopen drie weken wel duidelijk was geworden waarvoor hij had gekozen. Ik vroeg me alleen af waarom hij dat nog niet aan mij verteld had. Toen ging hij mij verwijten dat ik volgens hem ook had gekozen. Hij had wel gezien dat ik op Internet had gekeken naar de mogelijkheden rondom een hypotheek. Ik zei tegen hem, dat ik toch ook moet weten waar ik aan toe ben als ik er alleen voor kom te staan. Na een aantal verwijten over en weer, werd het toch nog een normaal gesprek en die avond besloten we uit elkaar te gaan. Thijs zou kijken of hij een huisje ergens kon huren, al zou dit wel lastig zijn aangezien hij nu helemaal geen werk had en ook geen uitkering omdat hij op staande voet was ontslagen. Bij Harold wonen was volgens hem nog geen optie en bij zijn ouders al helemaal niet.

Ik zou samen met Maarten in ons huis blijven wonen, voornamelijk omdat we allebei wilden dat er voor Maarten niet al te veel zou veranderen.

 

Thijs wilde wachten met het aan onze ouders vertellen, in ieder geval tot na de Pasen. Dat vond ik goed. Mijn ouders waren het Paasweekend weg, dus we zouden naar Thijs’ ouders gaan. Mijn zwager en schoonzus zouden daar ook komen met hun zoontje Robbie. Gezellig met de hele familie paaseitjes eten. Ik wist niet of ik daar normaal op visite kon gaan, zonder dat ze iets aan mij zouden zien. Ik vroeg dan ook aan Thijs of hij niet iets kon verzinnen dat we er niet naartoe zouden hoeven te gaan. Maar hij wilde er naartoe, anders ga ik wel alleen zei hij. Ja, dat kan natuurlijk ook niet. Dus zijn we met de Pasen naar zijn ouders gegaan. Ik heb dus ook net gedaan of het goed met me ging, dikke laag make-up op gedaan, maar van binnen voelde ik me zo misselijk als wat. Daar zaten we dan, een toneelstukje op te voeren als gelukkig gezinnetje. Vreselijk!

Toen we thuis waren zei ik tegen Thijs dat ik dit niet meer vol ging houden. We moesten het toch een keer vertellen. Ik vroeg hem of we dat het weekend erna konden doen. Maarten zou dan ook niet thuis zijn, dus dat kwam mooi uit. Thijs wilde zelf eerst met zijn moeder praten, voordat we er samen naartoe zouden gaan. Dat vond ik prima, hij besloot dat hij vrijdag naar zijn moeder gaan. Thijs is altijd mama’s kindje geweest en het zou extra moeilijk voor hem zijn, aangezien hij wist wat een afkeer zijn moeder voor homo’s had. Verder was hij bang dat zijn vader zo kwaad zou worden, dat hij hem de deur zou wijzen. Daarom wilde hij het eerst met zijn moeder bespreken. Ik vond dat hij het op zijn manier moest vertellen, dat was ook niet aan mij. Eigenlijk was ik gewoon trots op hem dat hij er eindelijk voor uit durfde te komen.

 

 

Vrijdag 17 april 2009

Toen ik ’s morgens naar mijn werk ging, wenste ik Thijs succes. Ik zou het ’s avonds wel horen hoe het was gegaan als ik thuis kwam. Wanneer ik op mijn werk ben, wil ik liever niet met privé dingen geconfronteerd worden. Toen ik thuis kwam, was zijn moeder bij ons in huis. We zouden even voor Maarten schoenen gaan kopen. Tegenover Maarten moesten we proberen zo normaal mogelijk te doen, dus zouden we ’s avonds pas praatten als hij op bed lag. Ik zag aan zijn moeder dat ze veel verdriet had, zo zielig.

Maarten heeft mooie schoenen gekregen van oma, tevreden ging hij naar bed. Met lood in mijn schoenen liep ik de trap weer af, nu moest er gepraat worden. De moeder van Thijs vertelde dat die ochtend Thijs kwam om koffie te drinken, ze had al het idee dat er iets aan de hand was dat had ze aan zijn gezicht gezien. Toen ze terugkwam uit de keuken met de koffie, zat Thijs in de kamer te huilen. Ze vroeg wat er aan de hand was en hij overhandigde haar een brief. Hij vond het te moeilijk om het te vertellen, dus had hij het maar opgeschreven.

Ze had altijd het gevoel gehad, dat Thijs anders was. Maar ze was zo blij geweest dat hij mij had gevonden en helemaal toen hij ook nog met mij ging trouwen. Ze vroeg aan mij wat ik ging doen, want ik ging toch zeker wel het dorp uit? Ik vertelde haar dat wij wilden dat er zo min mogelijk zou veranderen voor Maarten, dus dat ik van plan ben om in het huis te blijven wonen. Ze begreep dat niet, ze zei tegen mij dat mensen over mij zouden praten dat ze mij met vreemde ogen aan zouden kijken. Ben je niet bang dat ze dat doen als je op Maarten bij school staat te wachten? Nee, dat was ik niet. Wat maakt dat nou uit, het is nou eenmaal zo. Dat hebben anderen ook maar te accepteren. Ja, er zal even geluld worden, maar dat gaat ook wel weer over.

Zij was er in ieder geval over uit; Harold zou er bij haar nooit binnen komen. Thijs werd hier ontzettend verdrietig van. Ik zei tegen haar, dat ze haar emotie liet praten. Zo dacht ze er nu over, maar dat zou nog wel veranderen. Dat wist ik zeker. Nee, zij wist het zeker, hij kwam er nooit in. Thijs werd boos; als hij niet welkom is, ben ik dat ook niet meer. Zo voelde hij het. Het werd een heftige discussie, waarin ik de rol had van susser. Alleen zijn ze beiden zo koppig, dat ze geen haar toe wilden geven. Ze ging helemaal overstuur bij ons het huis uit, ik wilde haar naar huis brengen, maar dat wilde ze niet. Ik vroeg haar mij dan in ieder geval te bellen als ze thuis was want ik vond het maar niks. Even later belde ze gelukkig, ze had er wel over nagedacht om met de auto tegen een boom te rijden maar dat heeft ze gelukkig niet gedaan. Het had het ook alleen nog maar veel erger gemaakt.

 

De volgende ochtend zei Thijs tegen mij dat hij niet met mij mee wilde om het aan mijn ouders te vertellen. Hij moest de avond ervoor nog verwerken. Hij was ook geenszins van plan om naar zijn ouders te gaan. Uiteindelijk dacht ik, misschien is het ook wel beter als ik eerst alleen met mijn ouders praat. Want mijn vader zou hem misschien wel aanvliegen, ik had gewoon geen idee hoe mijn ouders zouden reageren.

 

Onderweg naar mijn ouders, bedacht ik me dat ik eerst naar Thijs zijn ouders wilde gaan. Ik wilde kijken of ik zijn moeder misschien op andere gedachten kon krijgen. Toen ik daar naar de deur liep, ging de deur al open. Waar is Thijs, vroeg zijn moeder gelijk. Ik vertelde dat hij niet mee wilde. Ik liep de kamer in, daar zat zijn vader ook. Ook hij zag er verdrietig uit. Hij weet het al, zei zijn moeder. Ze was de avond ervoor eerst nog naar de buren geweest, ze moest even haar hart luchtten. Eenmaal thuis, kon ze de slaap niet vatten en wachtte tot de vader van Thijs thuis kwam – hij werkt aan de weg, dus moet ook vaak ’s nachts werken – toen die eenmaal thuis was, heeft ze het hem gelijk verteld. Begrijpelijk ook, Thijs had haar ook niet alleen die last moeten laten dragen. De vader van Thijs dacht er gelukkig anders over. Natuurlijk ziet hij zijn zoon ook liever met een vrouw dan met een man, maar het gelukkig zijn stond voorop. Hij had ook lang met zijn vrouw erover gesproken en zij zag nu ook wel in dat ze te hard had gereageerd. Maar hij moest haar wel even tijd geven. Dus van Harold komt er nooit in, werd “nooit” een “voorlopig niet”.

Ik vertelde dat ik naar mijn ouders ging. Alleen? werd er gevraagd. Ik zei dat Thijs niet mee wilde, daar had hij zijn hoofd niet naar staan. Verder legde ik uit dat het misschien wel beter was als ik alleen ging. Niks ervan, zei Thijs zijn vader, hij kan jou dat toch niet alleen laten doen. Hij hoort daar gewoon bij te zijn. Ze vroegen of ik het goed vond als we eerst gezamenlijk naar Thijs gingen, met hem zouden praten en dat ik daarna dan samen met Thijs naar mijn ouders kon.

Thuis aangekomen, werd het gelukkig een goed gesprek. Het homo zijn werd meer naar de achtergrond gedrukt, nu werd er voornamelijk over gepraat hoe erg het was dat wij uit elkaar gingen. De vader van Thijs meende dat alles zou veranderen, dat hij niet meer zomaar aan kon komen als hij dat wilde. Ik zei tegen hem, dat hij altijd welkom zou zijn. En daarbij bleef ik aardappels nodig hebben – die haalde hij altijd voor mij –, toen ik dat zei barstte hij in huilen uit. Ik was als een dochter voor hem en hij zag dat kapot gaan. Ikzelf had daar nog niet zo over nagedacht en was ook van mening dat dit niet hoefde te veranderen. Ja, het zou misschien minder worden, maar voor mij zouden het mijn lieve schoonouders blijven.

 

Samen gingen we naar mijn ouders. Mijn moeder was alleen thuis. Waar is pap? Die is op de fiets boodschappen doen, zei mijn moeder. Hoezo, hebben jullie soms wat te vertellen? Wellicht dacht ze dat ik zwanger was of zo, want ze keek zo vrolijk. Ik kon niet meer, ik had me de laatste tijd zo sterk gehouden. Huilen lukte me niet meer, maar daar kwamen ze dan toch. De tranen stroomden over mijn wangen en schokkend zei ik tegen mijn moeder dat we uit elkaar gingen. Ik zag mijn moeder schrikken. Ik probeerde te kalmeren en begon te vertellen dat Thijs verliefd was geworden, alleen niet op een vrouw, maar op een man. Vol verbazing hoorde ze me aan, maar ze gaf geen reactie. Ze vroeg aan Thijs of zijn ouders het al wisten. Ja dus. Wil je ze bellen om te vragen of ze hier komen, ik wil graag dat zij er ook bij zijn als jullie het aan pap vertellen. Dat deed Thijs, daarna belde mijn moeder naar mijn vader om te vragen of hij thuis wilde komen.

 

Daar zaten we dan aan de grote tafel. Thijs zijn ouders zaten tegenover mij, mijn moeder zat naast mij en Thijs stond achter mij met zijn handen op mijn schouders. Mijn vader komt binnen lopen, die werd al wit om de neus toen hij de hele delegatie zag zitten. Ga maar even zitten, zei mijn moeder tegen hem.

Hij dacht natuurlijk dat we nog meer geld nodig hadden, want voorheen als we iets moesten vertellen ging het altijd over de financiën, hoe diep we in de schulden zaten. Daar heeft hij ons toen enorm mee geholpen. Als mijn vader er niet was geweest, hadden we ons huis uit gemoeten.

Ik kon ondertussen niet meer stoppen met huilen, zoiets aan je ouders vertellen is toch wel het moeilijkste wat ik ooit had moeten doen. Dus niet ik, maar de rest vertelden het tegen mijn vader. Mijn vader werd nog witter en hij begon te zweten. Hij kon geen reactie uitbrengen, ik dacht dat hij zou bezwijken. Hij heeft het al aan zijn hart, dus het kon maar zo. Mijn vader was ook vol verbazing, dit had hij absoluut niet zien aankomen. Thijs was altijd zijn favoriete schoonzoon geweest en hij had gewoon altijd een dubbelleven gehad. Mijn vader moest het echt even op zich in laten werken.

 

De dag erna gingen we mijn zus en Thijs zijn broertje inlichten. Die gesprekken waren veel minder zwaar, zij zijn van een andere generatie en kunnen daar gewoon beter mee omgaan. Tuurlijk vinden zij het ook erg, maar zij kunnen het beter accepteren, er beter mee omgaan.

Het was dus een ontzettend zwaar weekend, maar ik was blij dat iedereen het nu wist. Alleen Maarten nog, maar daar wilden we nog even mee wachten tot Thijs echt het huis uit zou gaan.

 

De weken erna, gingen we steeds meer langs elkaar heen leven. Op een gegeven moment werd het zo erg, dat ik ’s avonds thuis kwam en hij mij –bij wijze van spreken- in de gang al stond op te wachten. Hij had zijn eigen auto verkocht toen hij zonder werk kwam te zitten, de enige auto die er nog was, was die van mij. Vlak voordat ik ’s morgens weg moest, kwam hij weer terug. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik het wel prima vond zo, je weet ook gewoon niet meer wat je tegen elkaar moet zeggen. En als hij al een avond thuis was, zat ik hem gewoon weg te kijken. Toen zijn vader een keer Maarten op kwam halen om met hem te gaan zwemmen, was hij verbaasd dat Thijs er niet was. Ik vertelde dat hij bijna nooit meer thuis was. Hij vond dat hij er in elk geval voor zijn zoon moest zijn en zei tegen mij; zet hem toch het huis uit!

 

1 juni 2009

Onze trouwdag. Het was stralend weer, net als toen, 7 jaar geleden. Ik was 5 maanden in verwachting van Maarten toen we gingen trouwen. Het was een prachtige dag en precies zoals ik het wilde, lekker klein en samen met familie. Nooit denk je terug aan je trouwdag, maar als je uit elkaar gaat, dan ineens wel. Ik voelde me erg rot en had het erg moeilijk die dag. Maarten was heerlijk buiten aan het spelen. Ik dacht, laat ik zo’n zenuwtabletje nemen – die had ik van de dokter gekregen, aangezien ik ’s nachts moeilijk sliep – en lekker in de tuin even mijn ogen dicht doen. Maar die tabletten hebben zo’n heftige uitwerking op mij, ondanks dat ik maar een halve nam, was ik gelijk knock-out. Ik ben buiten op een stoelkussen op de grond in slaap gevallen en ver weg, heel ver weg hoorde ik Maarten mij ineens roepen. Wat is er? Wil je even helpen want er zit iets vast in de boom. Ik mompelde iets van kan iemand anders dat niet even doen, want mama heeft de bikini aan. Weg was ie weer. Later hoorde ik hem terugkomen en zei hij; het hoeft al niet meer, want de vader van mijn vriendje heeft hem er al uitgehaald. Gelukkig zei ik. Zo slecht, daar lag ik, compleet van de wereld en ik kon er niet voor mijn zoontje zijn. Toen heb ik besloten die pillen nooit meer te nemen.

 

Een paar dagen later heb ik tegen Thijs gezegd, dat het tijd werd dat hij het huis uit ging. Hij was per slot van rekening toch al bijna niet meer thuis. Dat had toch nog wel wat voeten in aarde…


Posted: 11:56, 26/7/2012
Comments (0) | Add Comment | Link

Hosting door HQ ICT Systeembeheer