13 september
Jambol – Kesan (Europese deel van Turkije)
Van Jambol knallen we rechtstreeks naar de grens tussen Bulgarije en Turkije. Aan het eind van een strakke asfaltweg die volgens een infobord is aangelegd met financiering van de Postbank (!) ligt een gloednieuwe grensovergang. Er is politie en er is douane, en ze willen alles zien en registreren. Bovendien moeten we een visum kopen. Het paspoort moet maar liefst 6 keer getoond worden, soms in combinatie met het kentekenbewijs en soms in combinatie met de groene kaart. Langzaam maar zeker komen we aan het eind van de controlestraat als het mis gaat. Jan Hulzink kan namelijk geen groene kaart laten zien (“vake bu’j te bange”) en zonder komt hij Turkije niet binnen. Gelukkig is er internet en zo’n papier kan ook in het buitenland worden afgedrukt. Maar dan moet de printer het natuurlijk wel doen….Uiteindelijk zetten we na een paar uur grensformaliteiten voet op Turkse bodem en is Jan H. min of meer Turks staatsburger geworden volgens Fons. Als we ’s-avonds aankomen in Kesan blijkt overigens dat in de tas van Jan wel degelijk een groene kaart zat opgeborgen. Nu heeft hij er twee, als dat maar goed gaat als we straks Turkije uitwillen….

we worden verwelkomd door een Turkse sprinkhaan
Bij de Turkse plaats Edirne willen we off road langs de grensrivier tussen Turkije en Griekenland maar de zoektocht eindigt voor een slagboom waarachter gewapende militairen de wacht houden. Voor de bewoners van het grensdorpje vormen we een attractie van jewelste. Het hele dorp is uitgelopen als we terugkeren.
Via vele kilometers zandweg en hier en daar ook een stukje wei- en bouwland komen we in een grote plaats aan waar kennelijk een feest of manifestatie aan de gang is. Fons schiet daarom rechtsaf en passeert een obstakel op de weg. We denken dat het obstakel bedoeld is om auto’s te weren maar het ligt toch wat anders. Militairen schieten de weg op met de Kalashnikov AK 47 in de aanslag en beginnen hysterisch te gillen en te gebaren dat we weg moeten. Bouke beduidt dat Fons om de hoek verdwenen is en zegt even te willen wachten omdat Fons bij de groep hoort. Maar dat was geen optie. Met een goed hoorbare klik-klak wordt de buks op scherp gezet en een paar priemende en rollende ogen laten geen ruimte voor twijfel. Gelukkig komt Fons snel retour en we maken ons snel uit de voeten. Een eind verderop is een kazerne waar we langskomen. De vele zwaarbewapende wachtposten gebaren ons om het tempo niet te laten zakken, we moeten doorrijden. Ze houden duidelijk niet van individuen die met een rugzakje op te dicht in hun omgeving komen. Het Turkse leger is in opperste staat van paraatheid, zoveel is ons deze eerste dag al wel duidelijk geworden. Nationale politieke spanningen, internationale strijd tegen het terrorisme, aanslagen, oorzaken zijn er in overvloed te bedenken.
Om de bij de grens verloren tijd in te halen nemen we de grote weg. Maar hier hebben we weer geluk want de weg wordt onder handen genomen, het grondwerk voor extra rijstroken ligt al klaar. Zo gebeurt het dat een lint motorrijders over de zandbaan het gewone verkeer voorbij knalt, tot groot enthousiasme van met name de vrachtwagenchauffeurs. We krijgen regelmatig een claxonconcert te horen een aanmoedigende gebaren te zien.
Een taxichauffeur brengt ons naar het Capsi Prestige Hotel in het hartje van Kesan, een stad met een bruisend straatleven.
Omdat het al laat is besluiten we om in het hotel te eten. Tijdens het eten schenkt Hans H. zich een glas vol met een smakelijk uitziende ranja. Het is echter olijfolie om de sla mee aan te maken. Zo leert onze Hans de Turkse keuken kennen.
Wordt vervolgd…
Bouke |