12e dag: woensdag 19 september Kusadasi – Ayvalik
De Engelse dames deden nog wel even enthousiast mee met een “work-out” als onderdeel van het optreden van een alleraardigst buikdanseresje, maar daarna was het al snel bedtijd. Op eentje na dan, deze dame in een rood topje wenste “conversation” met een nette heer. Wij vonden dat één van ons daarvoor de aangewezen persoon was en dat was zij met ons eens, zeker nadat we haar hadden uitgelegd dat de man in kwestie sinds kort specialist is in pappen en (vooral) nathouden. Het enige dat we weten over de afloop is dat het een latertje werd.
Al snel reden we off road, afgewisseld met stukken mooie asfalt-slingerwegen door een schitterend landschap. Ook kwamen we een paar mooie brandgangen tegen die we zowel stijgend als dalend bedwongen.

Frans, bezig aan de heuvelklim.
Dat hoort bij Turkije.

Gert, brand (gang) naar boven.
Verder raakten we verzeild in een losgeploegd stenenland. Hier vond Hans H. zijn waterloo, hij ging roemloos onderuit, en was zo sportief om het gebeurde toe te geven. Hij was namelijk de fotograferende paparazzi te snel af, aantoonbaar bewijs ontbrak zodoende.

Nergens zie je prikkeldraad om de landerijen, doch het nauwelijks aanwezige prikkeldraad kwam in Gerries wiel.
Vanuit de heuvels hadden we op een gegeven moment zicht op Izmir, althans de luchtvervuiling die uit deze stad opstijgt. Een vaalgele wolk bedekt de stad en de directe omgeving, een beetje zoals de Duitse Kolenpot in zijn beruchte hoogtijdagen. Fons nam het enige juiste besluit: via de snelweg zo snel als mogelijk Izmir achter ons laten.
In een dorpje tussen Izmir en Manisa genoten we onze lunch bestaande uit kip, rijst, een soort monatoetje, en zurige melk met soepgroenten erin. De eigenaar en zijn helpers waren zichtbaar vereerd met ons bezoek en fotografeerden zichzelf, poserend tussen ons in en zo trots als een hond met zeven lullen. Het eten smaakte trouwens prima.

Ook trots als een pauw, plaatste een jongetje zijn fietsje bij onze motoren.
Het vervolg van onze reis voerde ons over een industrieterrein met alleen maar staalbewerkers. Het werk gebeurt voor een groot deel in de buitenlucht op de onverharde grond buiten de gammele bebouwing. Alles oogt smerig, vet en rommelig maar het zorgt voor veel werkgelegenheid zo te zien. Iedereen kijkt op als wij passeren.
Na de middag gaan we opnieuw over de mooiste asfaltweg van Turkije: egaal asfalt, allemaal bochten, duidelijk belijnd. De meeste reisgenoten rijden er hun eigen wedstrijd, en in de dorpen vinden ze het prachtig.

veel belangstelling in soms afgelegen dorpjes
Het is half zes als we Avaylik bereiken. We gaan opnieuw genieten van het voortreffelijke appartementenhotel Billurcu.
Wordt vervolgd…
Bouke
|