Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?

Literatuurgeschiedenis

17e eeuw: Beroemde dichters

{ 18:39, 13/6/2012 } { 0 comments } { Link }

Wanneer leefden Hooft, Vondel, Bredero en Visscher en wat voor soort literatuur schreven ze voornamelijk?

Hooft: Amsterdam, 15/16 maart 1581 - Den Haag, 21 mei 1647 Ook met zijn emblematiek, poëzie en liederen werd Hooft beroemd. Hij leek beeldspraak, metrum en rijm zo uit zijn mouw te schudden en combineerde elegant concrete voorbeelden met diepere gedachten. Vondel: Keulen, 17 november 1587 - Amsterdam, 5 februari 1679 heeft hij veel gebeurtenissen uit de Gouden Eeuw becommentarieerd. Politieke en godsdienstige onderwerpen komen regelmatig in zijn werk voor. Bredero: Amsterdam 16 maart 1585 - Amsterdam 23 augustus 1618 Bredero schrijft gedichten en op het eerste gezicht rijst het beeld op van een vrolijke Frans en een ongelukkige minnaar die nachtenlang door Amsterdam zwalkte. Hij schreef ook religieuze gedichten en daaruit werd geconcludeerd dat hij tegen het einde van zijn korte leven, onder invloed van ziekte, tot inkeer gekomen en diepgelovig geworden was. Visscher: Amsterdam 1583 - Alkmaar 1651 Anna Visscher graveerde prachtige letters op glas, musiceerde ze en schreef ze gedichten. Visscher laat met een lach zien dat ze heel wat techniek in huis heeft.

Wat wilde Hooft bereiken met zijn gedichten en toneelstukken? Leidinggevenden moeten het landsbelang boven eigenbelang stellen en hun ondergeschikten goed behandelen.

Waarom zijn de liefdesgedichten van Hooft zo beroemd geworden? Voor de liefde liet hij zich inspireren door het petrarkisme, waarin de onvoorwaardelijke trouw van de man voor de vrouw centraal stond.

Welke onderwerpen gebruikte Vondel graag in zijn toneelstukken? En welke in zijn gedichten? Bijbelverhalen, verhalen over de politiek, en verhalen over Amsterdam.

Hoe moest de toekomst van de Nederlandse literatuur er volgens Vondel uitzien? Vondel wilde een Nederlandse literatuur die niet onder deed voor de Latijnse of Griekse en waarin de christelijke waarden op de voorgrond stonden.

Hoe komt het dat over Bredero zoveel onjuiste verhalen bekend zijn? Doordat er weinig archiefgegevens over hem zijn, werden de veronderstellingen aanvankelijk nauwelijks weersproken.

Wat weten we over de volgorde waarin Bredero zijn gedichten heeft geschreven? We weten nu dat Bredero’s gedichten niet na elkaar, maar tegelijkertijd, door elkaar heen zijn geschreven.

Waarom is er geen dichtbundel op naam van Anna Visscher verschenen? Omdat de een keer had gedroomd dat haar tekst genadeloos afgekeurd zou wordt door vijandige critici. Ze beseft dat ze liever geen risico moet nemen op zulke onwelwillende reacties.

Wat weten we door het voorbeeld van Anna Visscher over de ideeën die er in de 17e eeuw waren over de taak van vrouwen? Dat vrouwen in gezelschap best deel mogen nemen aan vrolijk vermaak, maar dat ze ook diepgang moeten tonen. Een verstandig man wil immers geen al te lichtzinnige echtgenote. Zijn dochter verzwaarde de les. De echtgenote moet eerst het huishouden doen en mag daarna haar man opvrolijken. Afleiding is nuttig, maar met mate: bij de dood zal er immers niets van overblijven. Vondel, Bredero en Anna Visscher waren bevriend met Hooft.

Hebben ze ook dezelfde ideeën over het schrijven van gedichten en toneelstukken? Nee, dat hebben ze niet. Ze hebben allemaal hun eigen ideeën daarover.

Zijn er moderne schrijvers die net als Hooft, Vondel en Bredero gedichten én toneelstukken schrijven? Of anders romans en toneelstukken/ romans en gedichten?

Ja die zijn er zoals: Judith Herzberg Martinus Nijhoff schrijven ook toneelstukken en gedichten.



Karel en de Elegast

{ 09:23, 13/6/2012 } { 0 comments } { Link }
Op een dag ligt de koning in bed, en hoort van een engel dat hij moet gaan stelen. Hij gelooft het niet maar wordt er toe aangezet. Hij vraagt zich af waarom God dit bevel gaf, hij kan zich er eigenlijk weinig bij voorstellen. Maar de koning wil niet ontrouw zijn aan z'n superieur. Dit brengt hem in grote twee strijd. Van al dit denken wordt Karel moe en zo wil het dat de slaap hem weer overmant. De engel echter waarschuwt hem weer, tot drie keer toe. Dat is ook voor Karel een teken dat dit bericht van God moet komen, aangezien een duivel maar tot twee keer zou komen. Karel luistert dus naar de Engel en gaat stelen, ondanks de vreselijke schande. Karel ziet er wel enorm tegen op. Hij luistert wel naar God, maar hij had liever gehad dat God hem alles zou hebben afgenomen, dan dat hij dit moest doen. Maar Karel moest wel, anders zou hij God vervloeken. Karel mopperde en mopperde maar kleed zich dan om, om te gaan stelen. Toen hij helemaal was aangekleed, ging hij door het palijs. Geen één deur was op slot en iedereen sliep. Niemand zag hem vertrekken. Karel ging stiekem naar buiten, over de brug naar de stallen. Hij zadelde z'n goede paard en ging er vandoor, zelfs de wachters merkte niets. Karel bad nog tot God, waarbij hij allemaal wonderen van God noemt. [als u dat allemaal kunt, help me nu dan ook]. Karel reed een woud binnen en het was prachtig weer, heldere lucht en volle maan. Karel zegt bij zich zelf dat hij eigenlijk alle dieven haatte maar dat hij nu toch wel een beetje respect voor ze kreeg, omdat ze in grote angst moeten leven. Karel heeft toch eigenlijk ook wel bewondering voor Elegast, de vogel vrij verklaarde ridder. Karel heeft de mensen van en Elegast zelf onterft, ze leven in armoede en kunnen maar met moeite rondkomen. Elegast zelf, zou zulke mensen nooit bestelen. Maar de geestelijke van de rijke katholieke kerk die rondrijzen, daar steelt Elegast wel van. En daar is hij ook heel listig in. Karel had nu in dit bos, best maatjes willen zijn met Elegast, want het is best een goede roofridder. Karel zat daar zo over te denken en plotsklaps kwam er een zwart geklede ridder aan. Dwars door het bos. Karel werd er bang van, het leek wel de duivel die er aankwam. Karel was dus bang, maar hij nam zich voor niet te wijken voor die ridder, en hij rijd recht door hopend op Gods bescherming. De andere ridder merkt ook dat er iemand aan komt, hij denkt die is vast verdwaald. Maar het kan geen arm man zijn, zo een mooi paard en uitrusting. De twee rijden langs elkaar heen zonder te groeten. Ze kijken elkaar wel recht in de ogen. De zwarte ridder vraagt zich af wie de ander is en is bang dat die [Karel] iets kwaads wil, misschien wil die hem [de ridder] wel verraden. De zwarte ridder draait zich om en gaat achter Karel aan, en vraagt wat die hier doet en wat z'n naam is en de naam van z'n vader. Karel antwoordt dat hij teveel vraagt en dat hij niet zomaar zegt wie die is. "Daar ben ik te oud voor" zegt Karel. Karel wil er om vechten, de verliezer verteld wie hij is. [Karel had een doek over zijn schild hangen waar het koningswapen op stond, zodat hij niet herkend werd]. Ze gaan in vecht houding staan met hun paard, ze hadden ieder een speer en een zwaard. Ze vochten zo lang als de reisduur van één mijl. Karel helemaal bang, voor in zijn ogen de duivel sloeg de ridder z'n schild als een lindeblad doormidden. Ze vochten heel hevig. [uitvoerig beschreven] Karel is bang en hoopt dat God hem helpen zal, maar de ridder vecht ook hard, hij slaat z'n zwaard zelfs kapot op Karel z'n helm. Zonder zwaard kon de zwarte ridder niet verder vechten, maar Karel maakt hem niet af. Hij zegt: "Geef me je naam en ik laat je gaan". De zwarte ridder vind dit goed, maar wil ook weten wie hij voor zich heeft en wat die hier doet. De zwarte ridder verteld dat hij de Elegast is. Karel is heel blij dat hij Elegast ontmoet heeft, en vraagt hem hoe hij in z'n levensonderhoud voorziet. Hij belooft dat hij daarna wat over zich zelf vertellen zal. Elegast verteld dat hij een roofridder is en dat hij steelt van de rijken en dat twaalf mensen bij hem zijn. Elegast verteld dat hij alleen steelt van de geestelijke, en dat hij daarvan leeft met z'n mannen. Ook deze avond was hij er weer op uitgetrokken. Maar dit avontuur bevalt hem minder. Maar nu wil Elegast ook weten met wie hij van doen heeft. Karel denkt, God heeft m'n gebed verhoort ik heb Elegast ontmoet, maar z'n naam geeft Karel niet. Karel liegt over z'n leven en z'n naam, hij zegt dat hij Adelbrecht heet en dat hij steelt van arm en van rijk. Karel [=Adelbrecht] zegt dan tegen Elegast dat hij een hele grote schat weet te liggen, en hij vraagt of Elegast mee gaat om die buit te maken. "Al jatten we nog meer dan die schat, de eigenaar zal het niet benadelen" zegt Karel. Als Elegast mee gaat en ze stelen die schat dan verdeeld Karel en mag Elegast als eerste kiezen. Maar Elegast wil eerst weten waar die schat ligt. Zodra hij hoort dat die schat van de Koning is wil Elegast niet meer. [Karel wil dus zich zelf beroven]. Elegast wil niet, want hij wil niet zijn eigen heer beroven. Karel wist nu dat Elegast helemaal niet zo slecht was. Karel was hier blij van en neemt zich voor om Elegast later te helpen. Karel vraagt dan aan Elegast of hij misschien nog iemand weet om te beroven. En dat is het geval, ze gaan Eggheric bestelen. Ze rijden naar Eggheric toe en onderweg zien ze een landbouw ploeg staan. Karel neemt hier snel een stuk af, wat later dienst kon doen als breek ijzer. Elegast vraagt dan aan Karel hoe ze het, het beste aan konden pakken. Maar Karel laat dat liever aan Elegast over. Ze maken een gat in de muur waar door ze naar binnen kunnen glippen. Elegast vraagt nog lachend hoe Karel aan zo'n mooi breekijzer komt, maar Karel heeft gelijk z'n smoesje klaar en volgens hem kan het er best mee door. Toen het gat af was wilde Elegast liever alleen naar binnen omdat hij wel gemerkt had dat Karel niet zo'n handige dief was. Elegast die de toverkunst machtig was, slikt een of andere groente waardoor hij de hanen en de honden kaan verstaan. Hij hoort ze zeggen dat de Koning buiten staat, Elegast schrikt zich de blubber en kruipt terug door het gat naar Karel en vertelt het hem. Karel echter verklaart hem voor gek, wat zou de koning hier nou moeten zo midden in de nacht. Maar Elegast geeft Karel ook zo'n plantje. Karel begint te spotten en maakt Elegast uit voor schijterd. Elegast wil dan het plantje terug waar Karel op sabbelt. Maar Karel zegt dat hij het plantje kwijt is, wat ook klopt want Elegast had het al uit z'n mond gejat. Elegast lacht Karel hier hartelijk voor uit. Elegast de Hans Kazan van de ridders kan nog een tover kunstje. Hij kan mensen heel diep laten slapen, terwijl hij kan stelen. Elegast gaat dan weer naar binnen om het mooie zadel van Eggheric te stelen. Als Elegast het wil wegnemen merkt Eggheric het en wordt wakker van alle mooie belletjes die aan het zadel zitten. Eggheric wilde direct z'n zwaard pakken, maar z'n vrouw hield hem tegen. Ze vraagt wat hij toch heeft, van elk geluidje werd hij al zenuwachtig. Eggheric vertelt dan z'n vrouw dat hij een slecht geweten heeft omdat hij de Koning [Karel] gaat vermoorden samen met wat ridders. Elegast die dit hoort neemt zich dan voor om dit te voorkomen. Eggheric z'n vrouw [de zus van Karel] zegt dan tegen Eggheric dat zij nog liever hem dood zag dan haar eigen broeder. Eggheric slaat z'n eigen vrouw dan om die woorden. [Tot bloedens toe]. Elegast die daar nog steeds verborgen zat, vangt wat van dat bloed op, als bewijs. Elegast steelt snel het zadel en het zwaard en gaat naar buiten, waar hij een ongeduldige Karel aantreft. Elegast geeft het zadel aan Karel en wil terug naar binnen gaan om Eggheric z'n kop te splijten. Karel die dat niet begrijpt vraagt waarom hij zo moeilijk doet en wil weten waarom. Elegast verteld dan het hele verhaal en HIER wordt het Karel allemaal duidelijk. Dit is dus de reden dat hij moest gaan stelen. [de schrijver wist toen ook al goed spanning op te wekken door een onbeantwoorde vraag pas veel later te beantwoorden]. Karel heeft toch liever niet dat Elegast naar binnen gaat en Eggheric vermoordt. Slim als Karel is vraagt hij Eggheric waarom hij toch eigenlijk naar binnen wil, waarom heeft hij dat over voor de koning. Karel wilde weg hier, hij wist waarom hij hier was en wilde z'n maatregelen gaan treffen. Maar Elegast wil Eggheric uitschakelen en zo zijn koning dienen. Karel merkte dat Elegast toch wel een goede gast was. Karel die weg wilde zei tegen Elegast dat hij morgen maar naar de koning moest gaan en het hem vertellen van die komende aanslag. Hij zou dan vast en zeker goed beloond worden. Maar Elegast zag dat niet zo zitten, dan moest hij in het hol van de Leeuw komen. Karel komt dan met een ander plan, en stelt voor dat hij het zelf wel zeggen zou, dan hoefde Elegast dat niet te doen. Ze gaan dan uit elkaar, en Karel rijd droevig naar huis. Iedereen sliep nog en de poorten stonden nog open. Toen Karel net in bed lag, werd er op de horen geblazen en iedereen stond op en werd wakker. Karel stuurde een dienaar naar de geheime raad en liet die vertellen wat hij [Karel] wist over een komende aanslag. De bijna moordenaars worden uitgenodigd om in het voorbereide en goed bewapende slot te komen. Een heleboel mannen bewaakten de poorten. Alle oproerkraaiers werden toen gevangen genomen en geïdentificeerd. Ook Eggheric werd ontmaskerd. Maar die ontkende al z'n plannen. Eggheric die deze beschuldigingen helemaal niet leuk vond, werd daar kwaad van en daagt de koning uit voor een gevecht. [eer geschaad] Dat was exact wat Karel wilde, zo kon hij mooi Elegast in het verhaal betrekken. Hij laat Elegast komen om de eer van de Koning te komen verdelen in een twee gevecht met Eggheric. Elegast die dit wel een goed plan vind komt direct. Als hij binnen komt, groet hij de koning, maar Eggheric niet omdat die ontrouw is aan z'n meester. Hij heeft de Koning dood gezworen. De koning vraagt dan Elegast te vertellen wat hij die nacht heeft gehoord. Elegast verteld dan dat hij Eggheric heeft horen zeggen dat hij de koning ging vermoorden. Elegast zegt dat hij dat zal wreken! Maar Eggheric wil niet vechten tegen een verbande dief. Ja zegt gast dat ben ik, maar ik heb nog nooit gemoord en verraden. Karel beaamt dat en vindt het zelfs nog een eer voor Eggheric dat hij nog mag vechten, in plaats van dat hij direct verhangen zou worden. Karel zorgt hierna dat alles gereed wordt gemaakt voor het gevecht. De gene die de waarheid spreekt zal winnen, en door God geholpen worden zo denkt men. [oud germaans/ heidens gedachtengoed] Karel spreekt Elegast nog toe en belooft hem dqat zodra hij wint, hij de zus van Karel krijgt. [ex van Eggheric] [Voorhoofs: vrouw wordt niets gevraagd] Die middag tussen twaalf en vier uur begon het gevecht op een vast staand stuk grond. Elegast treed als eerste het strijdperk binnen en bid daar uitvoerig tot God. Hij belooft God niet meer te roven mocht hij dit overleven. Ook bid hij tot Maria, of die misschien een goed woordje voor hem zou kunnen doen bij God. [typisch middeleeuwen] Na al dat gebid, ging hij z'n lichaamsdelen zegenen die hij in de strijd nodig zou hebben. Eggerick komt pas op het laatst binnen en bid niet tot God [duidelijk de slechterik, zo zwart wit schetste men dat in die tijd]. De strijd begint en ze strijden als bezetenen, ze stormen woest op elkaar af en Eggheric wordt daarbij uit het zadel gewipt door Elegast. Eggheric die zo een stuk slechtere positie heeft lokt Elegast van z'n paard door te zeggen dat hij ook z'n paard zal vermoorden als hij er niet af komt. Elegast is wel wijzer, maar ridderlijk als die is laat hij Eggheric weer op z'n paard klimmen. Karel die de strijd graag kort wilde houwen vond dit maar niets. De strijd ging nu woester en heviger voort dan tevoren. Karel die zeven kleuren scheet dat Elegast niet zou winnen, bad tot God en met succes. Elegast pakt z'n zwaard en geeft Eggheric zo'n genade klap dat die dood uit z'n zadel dondert. [m.b.v. God] Eggheric werd hierna opgehangen en Elegast werd beloond en in ere hersteld en kreeg Karels zus op de koop toe.
Eind Goed Al Goed

19e eeuw Romantiek in Nederland

{ 09:02, 13/6/2012 } { 0 comments } { Link }

Aan welke kenmerken is de romantiek te herkennen?

In de eerste plaats is van belang originaliteit, In de tweede plaats werden de kunstenaars gefascineerd door de onverklaarbaarheden in het leven, Ondanks de breuk met de traditie is `geschiedenis’ het derde kernwoord van de Romantiek, Het vierde kernwoord is contrastwerking.

Wie zijn de belangrijkste schrijvers van de romantiek in Nederland? En wie daarbuiten?

In de eerste plaats kan Willem Bilderdijk genoemd worden, In Nederland is het vooral bekend geworden door Jacob van Lennep en Nicolaas Beets. Nicolaas Beets is de schrijver van het dichtverhaal Guy de Vlaming, Walter Scott was ook degene die het nieuwe genre van de historische roman tot een hype in Europa maakte.

 Welke genres horen bij de romantiek?

krankzinnigheid, wilde liefde,dronkenschap, destructie, contrastbewerking.

Waarom schrokken sommige Nederlandse lezers zo van de nieuwe romantische literatuur?

dat het heel anders was dan want ze gewent waren door dat viertal nieuwe begrippen.

Wat voor opvatting had Willem Bilderdijk over het dichten?

Hij dichtte omvangrijke werken over de oorsprong van de wereld, waanzinnige berijmingen van ziektebeelden, en grote leerdichten over het wezen van de poëzie. Contrastwerking was een belangrijk stijlmiddel voor hem, en hij probeerde nieuwe genres uit.

 

Door welke schrijvers liet Jacob van Lennep zich inspireren?

Walter Scott

 

Hoe was de verhouding tussen Bilderdijk en Van Lennep?

Bilderdijk had veel invloed op de jonge Van Lennep

 

Waarom is de historische roman zo typisch voor de romantische literatuur?

Bij hem gaat het erom dat het verleden in zijn eigenheid weergegeven wordt, door middel van nabootsing van de juiste details in kleding, voorwerpen, taal en gebruiken. De couleur locale moet in orde zijn. Want alleen dan kon de schrijver de botsing der mentaliteiten van verschillende groepen in de vroegere samenleving goed weergeven.

 

Welk doel hadden schrijvers met hun historische romans?

Het verleden moest waarheidsgetrouw weergegeven worden, zonder een geschiedenisboek te worden. Tegelijk was belangrijk dat de lezer meegesleept werd en dat bereikte de schrijver door veel `huiver’ in zijn verhaal te verwerken. De combinatie van schoonheid met misdrijf of verval leidde tot `het sublieme’.

 

Wat is de zwarte romantiek precies?

Een verhevigde vorm van Romantiek. De mens kijkt met wellust naar het graf waarin een half verteerd jong meisje ligt. Hij huivert, maar tegelijkertijd geniet hij ervan.

 

Kun je een modern voorbeeld noemen van een historische roman?

Publieke werken van Thomas Rosenboom. Het is verschenen in 1999. Rosenboom neemt de lezer aan de hand mee tot aan de grenzen van zijn of haar fantasie, en geeft ze dan de mogelijkheid een stadium verder te gaan, want ook daarna blijft er genoeg voor de verbeelding over waardoor het heerlijk ondergaan is.

Wat voor nieuwe ideeën ontstonden er in de achttiende eeuw over opvoeding en onderwijs?

De zogenaamde ‘filantropijnen’ in Duitsland, die rond 1775 als eersten experimenteerden met nieuwe vormen van onderwijs, wilden een opvoeding in het teken van harmonie. Onder invloed van deze moderne opvoedkundige idealen, die met elkaar gemeen hadden dat men het karakter van een kind als kneedbaar beschouwde, veranderde het onderwijssysteem in Nederland heel langzaam.

Waarom was het nodig om in de literatuur aandacht te besteden aan de opvoeding?

Leert hoe kinderen zich idealiter zouden moeten gedragen, zodat ze beschaafde, tolerante burgers worden.

 

Wat voor soort gedichten schreef van alphen voor kinderen?

Uit elk gedichtje konden kinderen iets leren, zoals: ze moeten zich vrolijk aan hun huiswerk zetten, ze moeten stommiteiten vermijden door eerst rustig na te denken, ze mogen geen fruit uit andermans bomen stelen en ze moeten eerlijk zijn.

Waarom waren de gedichtjes van Van Alphen zo succesvol?

Omdat er voor het eerst in eenvoudige kindertaal Nederlandse kinderen met Nederlandse problemen werden beschreven. Elk gedichtje gaat over herkenbare situaties in en om het huis en leert hoe kinderen zich idealiter zouden moeten gedragen, zodat ze beschaafde, tolerante burgers worden. Elk gedichtje eindigt daarom met een wijze les. In ‘De verkeerde Vrees’ leren achttiende-eeuwse kinderen op een speelse manier om te gaan met een multiculturele samenleving en respect te hebben voor immigranten.

Bespreek kort een van de de gedichten uit de klein gedigten voor kinderen ( niet het lijk). Het hele boek is te vinden op ww.dbnl.org, er staat een link onderaan de paragraaf over kinderliteratuur.

Gedicht de kinderliefde:

Dit gedicht gaat over de vaders in die tijd hoe ze voor hun kinderen zorgden en hoe veel ze van hen hielden. Het is vanuit een kind geschreven want hij zegt overzichzelf wel is dat hij ongehoorzaam is.

Welke belangrijke ideeën over opvoeding zijn terug te vinden in Sara Burgerhart?

het belang van een goede opvoeding. goede opvoeders nodig heeft om haar de weg te wijzen en waarschuwen.

Wat weten we over Betje Wolff en Aagje Deken die samen Sara Burgerhart schreven?

Betje Wolff:

Wolff was de jongste dochter van een koopman en groeide op in Vlissingen. In 1755 liet zij zichzelf schaken door een jonge vaandrig die haar achterliet met een gebroken hart. Als reactie trouwde Betje op haar eenentwintigste met de dertig jaar oudere dominee Adriaan Wolff. Met hem woonde ze jarenlang op een pastorie in de Beemster. Toen de dominee in 1777 stierf had Wolff wat dichtbundels op haar naam staan en veel satirische gedichten en pamfletten waarin ze ten strijde trok tegen streng gelovigen. Daardoor was ze bekend, maar niet bij iedereen geliefd.

 

Aagje Deken:

Aagje Deken was vanaf haar vierde wees en groeide op in het Amsterdamse weeshuis ‘De oranje appel’, waar ze een degelijke opvoeding kreeg. Daarna verdiende ze haar geld als gezelschapsdame, iemand die (meestal) oudere dames gezelschap houdt, en begon ze te dichten en te publiceren.

 

Hun samen:

Wolff en Deken ontmoetten elkaar in 1776. Betje Wolff en Aagje Deken schreven samen boeken. Ze hadden totaal verschillende karakters, maar hun blik op de wereld was ongeveer dezelfde: kritisch en als het moest sarcastisch. En nog belangrijker: ze hadden groot literair talent. Ze waren beiden genadeloze waarnemers, en beschikten over een puntige, trefzekere schrijfstijl. In een aantal meerdelige, succesvolle briefromans beschreven ze het Nederland van eind achttiende eeuw en portretteerden ze de Nederlandse burgerij. Wie wat schreef, valt niet meer te achterhalen, maar dat ze niet zonder elkaar konden, lijkt vast te staan. Nadat Betje Wolff op 5 november 1804 was overleden, stierf negen dagen later ook Aagje Deken.

 

Hoe is Sara Burgerhart opgebouwd? En wat is daarvan het effect op de lezer?

In de hele roman komt geen enkel jaartal voor. Evenmin bevatten de 175 brieven de bij Richardson normale dagaanduiding. Tweemaal, in br. 91 en 122, staat boven een passage de precieze kloktijd. Dat de geschiedenis zich in de tweede helft van de 18e eeuw afspeelt blijkt aanstonds uit de discussies over Voltaire, Bolingbroke en andere ‘filosofen’, de talrijke allusies op schrijvers, boeken, componisten (Jean-Jacques Rousseau), toneelspelers.
Opbouw:
Het verhaal is geschreven in briefvorm. Er staan 175 brieven in het boek waarvan er 44 aan Sara gericht zijn en er 35 door haar zijn geschreven bovendien zijn er 96 brieven die over Sara gaan.
Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld want je krijgt steeds de volgende brief te lezen. Wel is er veel herhaling.

 

wat voor ideeën over vrouwen zijn er in sara burgerhart te vinden ?

Als Sara Burgerhart op haar zestiende wees wordt, komt ze in huis bij een tante. Deze tante is een bekrompen vrouw die zich heeft aangesloten bij de zogenaamde ‘fijnen’, een achttiende-eeuwse, streng protestantse stroming met een zware kijk op het leven. Dat past helemaal niet bij Sara, die jong en vrolijk is. Na een ruzie vlucht Sara het huis uit. Ze neemt haar intrek in een pension voor ‘welopgevoede dames’ en geniet vanaf dat moment volop van haar vrijheid. Zo leert ze de sympathieke, maar weinig spannende Hendrik Edeling kennen en de gevaarlijke rokkenjager R. Met hem maakt ze een paar afspraken.

Hoe komt het dat het met Sara toch nog goed afloopt?

Ze krijgt nog net op tijd zelfinzicht door schade en schande. Daardoor wordt ze niet ontvoerd en verkracht.

 

 

Zijn er voorbeelden te bedenken van moderne literatuur waarin de opvoeding zo duidelijk ter sprake komt als in de gedichten van Van Alphen en Sara Burgerhart?

Echte mannen eten geen kaas, omdat het in dat boek gaat over loverboys en het meisje gaat in het begin contact zoeken met haar toekomstige loverboy en hij palmt haar helemaal in. Het betekend ook dat je niet blindelings iedereen kan gaan vertrouwen. Maria Mosterd, de schrijfster, schreef o.a. dit boek ook om andere meisjes te waarschuwen. Je denkt vaak dat het nooit bij jou gebeurt en als je dan een lieve jongen tegenkomt die je kadootjes geeft, ga je hem natuurlijk steeds leuker vinden en dan ga je alles voor hem doen omdat je hem niet kwijt wil en zo zit je in de handen van een loverboy.



About Me

Home
My Profile
Archives
Friends
My Photo Album

«  December 2017  »
MonTueWedThuFriSatSun
 123
45678910
11121314151617
18192021222324
25262728293031

Links


Categories


Recent Entries

17e eeuw: Beroemde dichters
Karel en de Elegast
19e eeuw Romantiek in Nederland
18e eeuw Kinderliteratuur

Friends

Hosting door HQ ICT Systeembeheer