Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
Wel beschouwd Home | Profile | Archives | Friends

Onze eigen kleine Johannes19/12/2012

Alle media-aandacht van de afgelopen paar dagen over de aangespoelde bultrugwalvis, die – het moet niet gekker worden, wie verzint dat toch? – de naam Johannes had meegekregen, deed me terug denken aan het leed dat één van mijn vissen, of eigenlijk die van mijn kinderen,  een week eerder moest doorstaan.

Net als Johannes lag onze zilvervis een paar dagen in een vreemde houding op een plek waar hij niet hoort te liggen. Gelukkig was dat niet op een van de Waddeneilanden, want dat had tot behoorlijk wat onvoorziene kilometers geleid. Nee, die van ons was aangespoeld op een nepkikkertje in het aquarium. Hij lag als het ware over dat kikkertje gedrapeerd. Ik vond het maar een triest gezicht en meende zelfs, net als bij Johannes, af en toe een traantje waar te nemen. Maar het kan ook zijn dat de condens aan de buitenkant van het aquarium mijn blik vertroebelde.


Ik vermoedde dat het einde nabij was voor onze zilvervis en wilde hem waardig laten sterven, zonder pottenkijkende goudvissen. Ik verplaatste hem daarom van het aquarium naar een aparte kom, de mengkom die bij de mixer hoort. Ik legde een voedselschelpje vlak bij de vis zodat hij, als hij nog kracht genoeg had, iets te eten binnen kon krijgen. Ik probeerde in beeld te krijgen hoe ik het visje uit zijn lijden kon verlossen zonder dat ik daaraan zelf een schuldgevoel zou overhouden. Ik had geen spuiten bij de hand waarmee ik het visje zou kunnen euthanaseren. Bij mij zou het toch moeten neerkomen op door de wc spoelen, min of meer levend in de tuin begraven of in de gft-bak mikken. Misschien hadden ze dat met Johannes ook het liefst gedaan, maar vind maar eens een wc óf tuin zo groot om nog maar te zwijgen over het benodigde formaat gft-bak. Ik besloot van euthanasie af te zien en te wachten tot hij een op natuurlijke wijze zou sterven.


Net toen ik de noodverordening wilde laten ingaan om mijn kinderen de aanblik van het naderend onheil te besparen, begon het zilvervisje weer meer te spartelen en zelfs pogingen te ondernemen om te zwemmen. Zou het wonder geschieden? Zou ons visje zijn ogenschijnlijke doodstrijd winnen? Misschien moesten we een geultje onder hem maken zodat hij van die bodem weg kon komen? Een paar uur later zwom hij inderdaad, weliswaar enigszins uit het lood, door de mengkom. Naarmate de tijd vorderde, knapte ons visje zienderogen op. Ik vond het tijd om hem weer bij zijn maatjes in het aquarium terug te plaatsen. Dat kwam goed uit, want ik moest iets mixen.


Een paar dagen ging het goed en toen lag hij er weer bij alsof hij was aangespoeld, alleen dit maal op een zuurstofschelpje. Ik haalde de mengkom weer tevoorschijn, maar geloofde nu niet echt meer in een goede afloop. Navraag bij onze lokale Leen ’t Hart (werkzaam bij een dierenwinkel in Honselersdijk), die gespecialiseerd blijkt te zijn in vissen, leerde ons dat we nog niet alles hadden geprobeerd. Dus € 6,- armer (iets duurder dan een nieuwe vis) en een potje druppels rijker, deden we een laatste reddingspoging. Het mocht helaas niet baten. Na een paar dagen stierf ons zilvervisje in relatieve anonimiteit, zonder extreme media-aandacht. En gelukkig voor ons stonden er geen actiegroepen aan de deur, die ons kwamen inwrijven dat wij onze reddingspoging anders of eerder hadden moeten inzetten. Ik overweeg nog wel een stille tocht voor ons zilvervisje.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Moeilijk beroep?12/12/2012
Het is best lastig om aan mijn kinderen uit te leggen wat mijn beroep, communicatieadviseur, precies inhoudt. Publicaties in de vorm van brochures of krantenartikelen laten zich nog wel toelichten. “Kijk, dat heeft mama geschreven”.  Maar als mij bij thuiskomst na een werkdag wordt gevraagd “En, wat heb je allemaal gedaan vandaag?” kom ik soms niet verder dan “Wat gekletst met mensen, wat getelefoneerd en wat geschreven.”

Toen ik pas geleden met mijn jongste van zeven langs een toekomstige bouwlocatie reed, waar een reclamebord stond waarvoor ik opdracht had gegeven, zag ik mijn kans schoon om eens een ander functiebestanddeel te belichten. “Kijk”, zei ik tegen mijn dochter, “dat bord daar, dat heeft mama geregeld. Dat doet mama ook op haar werk.”

Ik zag aan mijn dochters gezicht  dat zij onder de indruk was. “Heb jij dat bord zelf gemaakt”, vroeg zij vol ontzag. “Nee, ik heb het niet zelf gemaakt. Daar zijn speciale bedrijven voor”, antwoordde ik. “Heb jij het dan zelf neergezet daar?”, vroeg ze vervolgens terwijl ze nog eens een blik wierp op de gigantische afmeting van het bord. “Nee, dat doet het ‘bordenbedrijf’ ook. Dat kan mama niet.”

“Maar wat heb jij dan wel gedaan?”, vroeg ze vervolgens terwijl ik al enige scepsis in haar stem waarnam. “Nou”, begon ik dapper, “ik heb ervoor gezorgd dat de tekst en de plaatjes op dat bord staan en dat het bord is gemaakt en daar neergezet.” “Maar hoe heb je dat dan gedaan”, vroeg mijn dochter in een ultieme poging te achterhalen waar mijn bijdrage aan dat reclamebord nou feitelijk uit had bestaan. “Eigenlijk vooral veel bellen met de bordenmakers”, verduidelijkte ik.

Er ontsnapte een zucht bij mijn dochter en ze riep: “Oh, maar dan is jouw werk helemaal niet  moeilijk. Ik kan dat ook. Voor mij is het een beetje moeilijk, maar alleen omdat  ik niet weet  welk telefoonnummer ik moet bellen. Maar als jij voor mij dat telefoonnummer opschrijft dan kan ik jouw werk makkelijk ook doen.”

Mocht ik ooit de importantie van mijn werk gaan overschatten dan hoef ik slechts terug te denken aan deze conversatie om alles weer in het juiste perspectief te zien.
0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Spraakverwarring9/11/2012
Onlangs bladerde ik samen met mijn koters in hun babyboeken. Daarin zat ook een fonetisch woordenlijstje met door de dames op jonge leeftijd gebezigde woorden inclusief wat ze er mee bedoelden. Zo was ‘de op’ het deksel, betekende ‘pits ticht’ jas dicht doen en hadden tantes, ooms, nichten en neven allemaal namen die ‘klonken als’, maar toch net even anders werden uitgesproken dan de naam die zij van hun ouders hadden meegekregen.
Naarmate mijn dames ouder werden, verdween die bijzondere woordenschat met de vaak zeer vindingrijke synoniemen voor heel gewone woorden.

Heel af en toe wordt er nog wel eens een eigen invulling gegeven aan een woord.  Vorige week was het ook weer raak. Er was iemand aan de deur die kwam collecteren voor het diabetesfonds. Nou is dat best een moeilijk woord en helemaal als je het voor het eerst hoort. Mijn jongste dochter gilde dan ook door de gang nadat ze de deur had open gedaan: “Mam, iemand van het diarrete fonds.” Zowel de dame met de collectebus als ik zelf konden deze verbastering zeer waarderen. Het gesprek dat daarna tussen mijn beide dochters volgde was zo mogelijk nog leuker. “Je hebt het verkeerd verstaan, volgens mij heet het gewoon diarreefonds”, zei mijn ene dochter. “Nee,” beantwoordde de ander overtuigend, “het is voor mensen die diarree aan hun reet hebben.” Toen ze zelf beseften waarover ze het hadden, gingen de remmen pas echt los. Ik zal u de details besparen.

Nog bonter was het enkele weken eerder. Wij hadden toen een bijzonder gesprek tijdens het avondeten. Het ging over voetbal, over teams en over spelers. Plotseling riep mijn oudste: “Je hebt toch ook die ene voetballer met die sekspik?” Ik kon alleen maar zachtjes herhalen wat zij zei. Waar was zij al mee bezig? Ze is pas 10 jaar. En wat bedoelt ze er überhaupt mee? En wie? Ik vroeg zo neutraal mogelijk wat ze daarmee bedoelde. “Nou, je weet wel, die ene beroemde voetballer, die heeft een sekspik.” Ik probeerde maar wat “Je bedoelt dat hij sexy is?” Nu keek zij mij vreemd aan. Hoe ik ook poogde te achterhalen wie zij bedoelde en waar zijn ‘sekspik’ voor stond, zij bleef erbij “Hij heeft een sekspik”. Ze riep de hulp van haar zus in. “Jij weet wie ik bedoel. Jij vind hem namelijk eng.” “Oh ja, viel mijn jongste haar zus bij. Je bedoelt die met die enge bobbel.” Nu was ik helemaal in shock. Waar praten mijn meisjes van 7 en 10 over? Over sekspikken en bobbels. Daar zijn ze toch nog te jong voor. En waar zien ze dat? En waarom heb ik daarvan niets gemerkt. Toen mijn jongste verduidelijkte dat ‘die enge bobbel’ ergens in zijn keel zat, slaakte ik een zucht van verlichting. Aha, ze bedoelden Christiano Ronaldo. Die heeft namelijk een behoorlijk opvallende adamsappel en mijn jongste heeft mij meer dan eens verteld dat ze dat maar een eng gezicht vindt. Mijn oudste viel direct bij “Ja, en hij heeft zo’n sekspik” en ze streek met haar handen over haar buik. Wederom een aha, want ook dat kwartje viel. Een sixpack. “Ja, ja”, zei ik nu helemaal opgelucht, “hij heeft een behoorlijke sixpack.”
0 Comments | Post Comment | Permanent Link

De vrouw van de groene auto31/10/2012

In de straat in Den Haag waar ik als kind ben opgegroeid heerste, net als in zoveel andere straten en wijken destijds, een echt buurtgevoel. Iedereen kende elkaar en de sociale controle was groot. Bij menig bewoner hing een touwtje uit de brievenbus of stond de voordeur helemaal open. Het was heel gewoon dat je als kind in- en uitliep bij vriendjes en vriendinnetjes.
Ook hadden de meeste bewoners van de straat bijnamen zodat je onder elkaar wist wie er werd bedoeld. Een bewoonster van de straat met twee kleine hondjes was – inderdaad – ‘de buurvrouw met de hondjes’. En een dame in ons portiek die een loper had (dat is een sleutel die op meerdere deursloten paste, zo ook op het slot van onze voordeur) was – u raadt het al – ‘de buurvrouw van de loper’.


In mijn herinnering konden mijn speelkameraadjes en ik het met alle mensen in de straat goed vinden, met uitzondering van één mevrouw: ‘de vrouw van de groene auto’. Zij stond altijd voor het raam te spioneren. Zodra wij al spelend met een bal te dichtbij haar auto kwamen – zij had, net als ik nu, een groene Ford - dan tikte zij tegen haar raam of in het ergste geval, kwam zij naar buiten om ons te waarschuwen. Als wij op het onder haar balkon gelegen binnenterrein speelden, dat behoorde bij de tapijtwinkel in onze straat en waar altijd veel tapijtrollen lagen waarop wij heerlijk konden ravotten, dan stuurde ‘de vrouw van de groene auto’ ons steevast weg. En als wij ons niets aantrokken van haar waarschuwingen dan ging zij ons ‘verklikken’ bij de tapijthandelaar.
In mijn gedachten was zij een soort feeks die niet van kinderen hield. Ik ben haar nooit vergeten. Daarmee werd ik onlangs pijnlijk geconfronteerd.


In de straat waar ik nu met mijn gezin woon, staat tegenover onze woning al geruime tijd een bouwkeet van de aannemer die in onze en de ons omringende straten aan het riool werkt. Rondom en bovenop die bouwkeet liggen kleinere bouwmaterialen en de keet staat vaak onbeheerd open. Dat werd al snel ontdekt door een groepje jongens tussen de 8 en 12 jaar oud uit de bij ons achter gelegen straat. Vanuit mijn keukenraam zag ik dat zij aan het struinen waren in de bouwkeet en er met kitpistolen vandoor gingen waarmee zij vrolijk in het rond spoten. Ik keek lijdzaam toe hoe zij, toen alle spuiten leeg waren, zich weer in de keet vervoegden en er weer iets anders uit meenamen waaraan ze – zo kon ik wel horen – groot plezier beleefden. Ik stond voor een dilemma. Moest ik nu iets zeggen of waren het mijn zaken niet? En wat zou er in die keet liggen? Misschien materialen waarmee die kinderen zich konden bezeren. De kinderen vertrokken en ik liet het los.


De volgende ochtend zag ik dat de struiken, het trottoir en het hekwerk in de buurt van de bouwkeet helemaal wit waren van de kit. Ik voelde een lichte ergernis. Diezelfde middag kwamen er nog meer jongens in en om de bouwkeet spelen. Ik kon me niet bedwingen en opende mijn voordeur waarna ik de jongens toeriep dat ze daar beter niet konden spelen omdat het misschien gevaarlijk is. Daarna posteerde ik me voor mijn keukenraam zodat ik zicht op de jongens hield. Ik zag hoe ze naar mij keken en toch stiekem probeerde materialen mee te nemen uit de keet. De uitdaging was nu waarschijnlijk nog groter voor ze geworden. Ook zag ik ze met elkaar smoezen en met hun hoofden mijn kant op knikken. Dat was het moment dat ik mij opeens pijnlijk bewust werd van wie ik in hun ogen was: ‘de vrouw van de groene auto’.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Waspoeder15/10/2012

Vorige week was het coming out-dag of iets van die strekking. In ieder geval werden homoseksuelen gestimuleerd vooral uit de kast te komen. Zelfs op het voetbalveld, zo leert ons een Postbus 51-spotje. Het gevolg was dat op tv, in de krant en op de radio met grote regelmaat het woord ‘homo’ werd gebezigd. Op zich niets mis mee, zeker in dit verband, maar ik zag mijn jongste dochter zo heel af en toe opkijken. Hoorde zij daar een woord dat zij van mama niet mag zeggen? Mijn gedachten gingen terug naar ruim vijf jaar geleden.

Mijn jongste was nog geen twee jaar oud en mijn oudste was bijna vijf. Thuis hoorde ik het voor het eerst. De jongste riep te pas en te onpas ‘omo’. Het duurde even voordat ik besefte dat zij ‘homo’ bedoelde. Ik weet niet waar ze het had opgevangen. Ik wist wel dat zij een speciaal sensortje had voor woorden die je als ouder je kind niet wil horen uitspreken. Liepen wij op straat langs een groepje jongeren en riep er eentje ‘eikel’ dan riep de kleine meid binnen no time ‘eikel’ tegen iedereen die het maar horen wilde en vooral tegen iedereen die het niet horen wilde.
Zo gebeurde ook met ‘omo’. Ik was aan het winkelen met mijn jongste en plots hoor ik haar vragen aan de winkelmedewerkster “jij omo?”. De medewerkster verstond of begreep haar (gelukkig) niet en bukte voorover naar dat kleine, schattige, witblonde meisje met die roze wangetjes en helblauwe ogen vol verwondering. Aha, dacht mijn jongste blijkbaar, ze heeft me niet verstaan. Dan vraag ik het toch nog een keer. Toen begreep de medewerkster het wel en ik begon een beetje te stamelen dat ik ook niet wist hoe ze aan die woorden kwam. Ondertussen rende mijn jongste een rondje door de winkel ‘omo, omo’ scanderend. Zucht, de grond onder mijn voeten ging helaas niet open.

Ik dacht, ik ga er niet teveel aandacht aan schenken. Dat schijnt het beste te zijn, heb ik van horen zeggen, als je ongewenst gedrag niet te lang wilt laten voortduren. Het gevolg was dat mijn oudste het woord ging overnemen. Nu liepen er twee schattige blonde meisjes door mijn huis ‘omo’ te roepen. Toch maar ingrijpen, dacht ik. Ik had het lumineuze idee opgevat om te zeggen dat ik me afvroeg waarom ze het de hele tijd over waspoeder hadden. Als bewijs liet ik ze het pak Omo dat in de kast stond zien. En vanaf dat moment riep ik als ik de was ging doen, ook steeds hardop dat ik even de Omo moest pakken. Bij mijn oudste begon het wel een beetje te beklijven. Inderdaad vond zij het ook raar om steeds over waspoeder te praten, vertrouwde ze mij toe, iedere keer als haar jongste zus het O-woord uitsprak. Tot die keer dat we samen in de auto zaten en ik achter het stuur sputterde over iemand die voor mij reed en iets ondoordachts deed waardoor ik hard op de rem moest trappen. Ik riep zelf hardop en enigszins geïrriteerd “lekker handig van die ui’ waarop mijn oudste dochter met een gezicht vol afgrijzen riep: “nou, wat een waspoeder!”

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Bezuinigingen8/10/2012

Vorige week druppelden alle nieuwe bezuinigingsmaatregelen binnen via de media. Het zogenoemde herfstakkoord leidde tot enkele wijzigingen ten opzichte van het voorjaarsakkoord. Die akkoorden beginnen overigens verdacht veel naar Vivaldi’s Vier Jaargetijden te neigen. Maar goed. Ik moet zeggen dat ik blij ben dat een aantal maatregelen door de papierversnipperaar is gehaald. Zo vond ik liggeld betalen als je moet worden opgenomen in het ziekenhuis echt niet kunnen. En waar had dit in de toekomst verder toe geleid? Zitgeld betalen voor als je gebruik maakt van een wachtkamer van de huisarts of de tandarts? En uiteindelijk ook stageld als je gebruik maakt van een bushalte? Maar gelukkig, dit is voorlopig van de baan.


De forensentaks vond ik ook zo’n bizarre heffing. De belastingdienst, de staat dus, maakt het eerst mogelijk om reiskosten af te trekken. Dat is dus eigenlijk een soort kilometervergoeding. En over dat wat de staat jou schenkt moet je dan vervolgens weer belasting betalen. Dat klinkt als ik geef mijn kinderen zakgeld zodat ze mij kostgeld kunnen betalen. Hoezo efficiëntere overheid?


Maar er zijn ook een aantal nieuwe maatregelen in de plaats gekomen waarbij ik mijn vraagtekens zet. Zo worden de administratiekosten van verkeersboetes verhoogd. Een raar fenomeen. Ik vraag niet om die boete. Jullie willen zo nodig. En dan moet ik ook nog betalen voor de verwerking van die boete. Maar minstens net zo raar - al heeft dat niets met bezuinigingen te maken - zijn de transactiekosten die je moet betalen als je een vlucht boekt of de boekingskosten als je een bungalow wilt huren. Als wij geen producten zouden afnemen van jullie dan zouden jullie niet eens bestaansrecht hebben. Stel je toch eens voor. Je bestelt een heel brood bij de bakker van pakweg € 2,50 en dan zegt de bakker “Dat is dan € 3,50, mevrouw zijnde de kosten van het brood en € 1,- administratie- en afhandelingskosten.” Tja, als je iets wilt verkopen of – in het geval van de verkeersboetes – uitdelen dan moet je er wel iets voor doen. Dat kan je toch niet verhalen op de consument of – in het geval van de verkeersboetes – de pechvogel?


Ik zal nooit begrijpen dat wij dit met z’n allen maar gewoon accepteren. Ik wil wel als eerste op de barricaden gaan staan, hoor. Maar dat kan pas als ik genoeg tijd heb dus eigenlijk pas als ik met pensioen ben. En als die pensioenleeftijd in dit tempo verhoogd blijft worden dan zal dat waarschijnlijk op mijn 82e zijn.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Techniek op basisschoolniveau1/10/2012

Vorige week mocht ik als 'hulpmoeder' mee met een groep basisschoolkinderen, die in het kader van de Westlandse Techniekdag een bezoek brachten aan twee bedrijven. Doel daarvan was om kinderen die straks hun opleidingsrichting moeten kiezen, warm te maken voor een technische opleiding zodat er ook in de toekomst genoeg technische mensen beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt.


Wij begonnen bij kwekerij Zeurniet, een bedrijf dat geïnvesteerd heeft in een systeem van duurzame energie. De man die ons ontving vertelde een interessant verhaal over het pompen naar water van 85°C op 3 km diepte dat via een gesloten systeem in totaal vijf warenhuizen van warmte voorziet. Bij het oppompen is ook nog gas mee omhoog gekomen dat ook wordt gebruikt voor het nodige bijstoken. Conclusie van het verhaal: het gebruik van duurzame energie is goed voor het milieu en levert ook nog eens een enorme besparing op de energiekosten op. Daarna gingen we nog even bij de pompen kijken en kregen we een blik in de techniekkast.


Ik verbaasde me erover dat de kinderen keurig luisterden naar dit technische en best ingewikkelde verhaal. Een aantal kinderen stelde zelfs intelligente vragen (nee, de mijne niet...). Die hadden er echt iets van begrepen. Ikzelf werd vooral aangenaam getroffen door de vragen van kinderen over de hond die in de kas vrij rondliep en over waar toch die naam Zeurniet vandaan kwam. Ik kon het me zo goed voorstellen. Het zou bij mij vroeger waarschijnlijk hetzelfde hebben gewerkt. “Hmm, boeiend verhaal meneer, maar loopt die hond hier altijd rond?” “En van wie is hij dan?” “Enne, ja, ja, heet water, warmte, pompen, aarde, maar uh, Zeurniet, dat is een bijzondere naam. Waarom heet het bedrijf zo?”


Bij het volgende bedrijf werden de kinderen in een bioscoopopstelling neergezet en kregen een PowerPoint over de bedrijfsactiviteiten voorgeschoteld. Eerst kwamen er plaatjes over kassen in Kenia met zonnepanelen. Ik verbond er de conclusie aan dat ze iets met die zonnepanelen te maken hadden. Toen ging de presentatie inzoomen op elektriciteit, de werking van een dynamo, het opwekken van elektriciteit via windmolens en via elektriciteitscentrales. Aha, dacht ik, ze doen iets met elektriciteit dus. Terwijl ik nog met volop vraagtekens zat begon ik aan de rondleiding. Als mij al niet duidelijk was wat het bedrijf deed, zou het dan wel duidelijk zijn voor de kinderen? De rondleiding maakte alles ineens inzichtelijk. Er lagen namelijk gigantische hoeveelheden onderdelen van kassen in de bedrijfshal. Toen de dame van het bedrijf vertelde dat ze niet alleen leverden, maar ook de volledige bouw van de kassen op zich namen, was het kwartje bij mij definitief gevallen. Het bedrijf levert en bouwt kassen over de gehele wereld. En dan niet alleen het geraamte, maar tot en met de energievoorzieningen. Nou, dat was nog een hele puzzel geweest om te achterhalen.


Thuis vroeg ik aan mijn dochter of ze het verhaal van bedrijf 1 had begrepen. Ze had flarden onthouden, maar koppelde deze niet helemaal goed aan elkaar. Ze vond het wel heel erg saai, zei ze. Van het tweede bedrijf was haar, zoals ik had verwacht, niet helemaal duidelijk wat ze deden. Omdat ze daar het spiraalspel mochten doen en een lasmasker voor mochten, vond ze dat net iets leuker.


Ik maak me namens de gehele technieksector zorgen over de toekomst. Technisch geschoolde arbeidskrachten worden steeds schaarser. In Westland is ook nog eens behoefte aan hoogopgeleid technisch personeel. Maar ja, als de bedrijven zich op deze manier presenteren aan 10- tot 12-jarigen dan verwacht ik niet dat kinderen massaal kiezen voor een technische opleiding. Over de toekomst van mijn dochter maak ik me minder zorgen. Toen zij namelijk, zoals ze had beloofd, een verhaaltje over de bedrijfsbezoeken voor school aan het schrijven was, riep ze als slotzin “Het was best heel saai” en zei er vervolgens achteraan “maar dat kan ik natuurlijk niet zo schrijven want dat is niet leuk voor die bedrijven. Ik maak er wel ‘best wel leuk’ van.” Met haar gevoel voor pr kan zij in de toekomst zo in de voetsporen van haar moeder treden.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Nepgoud27/9/2012

Sinds een jaar of vier hebben wij vissen. Dat was het compromis toen mijn kinderen vroegen om een hond of een kat. "Ja, natuurlijk zijn huisdieren leuk. En ja hoor, moesten wij ook maar eens doen..." Goed, vissen dus.

We begonnen met twee goudvissen en twee sluierstaarten. Die sluierstaarten kregen na verloop van tijd steeds coördinatieproblemen. Dan zwommen ze ineens achterstevoren of rechtop. In mijn ogen waren het vissen met een identiteitscrisis, die zich na verloop van tijd niet meer als vis gedroegen (het leek alsof ze zich wilden evolueren tot 'pisces sapiens'). Na zo'n periode van merkwaardig gedrag belandden ze steevast in een luciferdoosje in onze tuin.
Later las ik op internet dat sluierstaarten anders moeten eten dan goudvissen omdat ze anders teveel lucht binnen konden krijgen, waardoor ze met een extreem opgeblazen gevoel moesten zwemmen. Tja, ik zou het ook lastig vinden om met een skippybal in mijn maag normaal te blijven doen.

Na vier begrafenissen en inmiddels voorzien van sluierstaartkennis besloten we vorig jaar deze vissoort niet meer te nemen. De kids kozen ditmaal voor een zilvervis, zeg maar een iets goedkopere goudvis. Eerst één om te zien of die het wel zou overleven, wantrouwig als wij waren geworden. Het ging hartstikke goed. Ze aten goed, zwommen goed en leken het met elkaar te kunnen vinden. Hè, hè, eindelijk rust in het aquarium.

Deze zomer zagen we echter ineens iets vreemds gebeuren. Een van de goudvissen verloor steeds meer kleur. Eerst een beetje op z'n buik, toen ook op z'n vinnen totdat er geen spatje goud meer te vinden was. Ik voelde mij bekocht. Een nepgoudvis! Eigenlijk is het gewoon een witte vis. Ik weet dat je met goudhandelaren altijd op je hoede moet zijn, maar dat dit ook voor goudvishandelaren geldt....

Nu begint ook de zilveren vis van kleur te veranderen. Het zilver wordt steeds zwarter. Nou heb je dat wel eens met zilver, dat het zwart wordt dus misschien moet deze gewoon even in de zilverpoets. Ik hoop het maar want als ook het zilver nep blijkt te zijn dan zijn we goed in de aap gelogeerd (of in de vis).
Er is nu nog maar één vis origineel van kleur. Mijn hoop is erop gevestigd dat dit een echte goudvis is en dat die niet ook van bladgoud blijkt te zijn. En waar kweken ze dit soort nepedelmetaalvissen? Vast in de buurt van Tsjernobyl of Fukushima. Daar komt immers veel vreemde vis vandaan. Ik kan niet anders zeggen; de vis wordt duur betaald.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Ik wil naar Albert Heijn!21/9/2012

Gisteren wilde ik even snel boodschappen doen met de auto. Ik verlaat mijn woning via de achterkant van het huis (omdat de stoep open ligt voor aanleg van de glasvezelkabel en de weg nog wordt bestraat nadat het riool is gerenoveerd).

De dichtsbijzijnde Albert Heijn is in Honselersdijk. Dat betekent vanaf het parkeerterreintje achter mijn woning, de auto rechts de Verburghlaan op draaien. Oeps, kan niet. De kruising met mijn eigen straat is dicht, zo ook de daarop volgende kruising met de Jan Barendselaan. Even denken hoe ik dan naar Honselersdijk kan rijden?
Eerst maar weer terug richting parkeerterrein. Via de Jan Olierookstraat - het woonerf parallel aan onze straat - rijd ik linksaf de Dijkpolderlaan op, dan naar rechts Dr Weitjenslaan op en aan het einde links de Nieuweweg op. Bij de kruising met de Monsterseweg en Voorstraat ga ik linksaf en dan direct rechts de Rijsenburgerweg op. Via de Jan Barendselaan heeft geen zin. Dan kom ik weer bij de afgesloten kruising met de Voorstraat/Verburghlaan. Aan het einde van de Rijsenburgerweg ga ik vervolgens rechtsaf het Poeldijksepad op. Ha, ha, het was even omrijden, maar ik laat mij niet afstoppen. Oh nee, het Poeldijksepad wordt heringericht dus ik kan niet doorrijden naar Honselersdijk. Dat wordt keren en terugrijden om via een omtrekkende beweging via de Ockenburghstraat, Vogelaer en de Mariëndijk eindelijk bij de supermarkt uit te komen.

Hm, had ik misschien beter vanaf huis linksaf via de Verburghlaan en bij ABC rechts via de Arckelweg..... Nee, toch niet. Op de Arckelweg zijn ze ook aan het werk en staat het verkeer lang vast omdat er maar één rijbaan gebruikt kan worden. Honselersdijk was dus geen goed plan. Ik had beter naar Albert Heijn in Naaldwijk kunnen gaan. Oh nee, ook op de Nieuweweg (N213) zijn ze aan het werk en is, jawel, slechts één rijstrook beschikbaar. Wateringen dan? Wordt lastig want kan niet over Verburghlaan en Arckelweg is als gezegd ook niet makkelijk.
Albert Heijn in Loosduinen dan misschien? Nee, kan ook niet zonder oponthoud want de bushalte aan de Nieuweweg (N211) richting Den Haag wordt verplaatst en, u raadt het al, het verkeer moet ook hier om en om over één weghelft. Waarom mag ik niet gewoon even snel naar de Appie Heijn om mijn boodschappen te doen?

Dan maar boodschappen doen bij Hoogvliet in Monster, maar dat kan alleen makkelijk tot en met dit weekend. Daarna, van 24 t/m 29 september moeten verkeersdeelnemers rekening houden met hinder en oponthoud rond de kruising Voorstraat/Monsterseweg (N211). Zucht, was de SRV-wagen er nog maar.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Derving woongenot18/9/2012

Voor de wekker gaat word ik voor de zoveelste keer bruut gewekt door kiepwagens die volgestort worden met stenen en langs rollende graafmachines die het huis doen trillen. Bijna een half jaar al ligt de straat open in verband met de renovatie van het riool. Eerst verderop in de straat en nu al weer een tijd voor onze deur. Er zijn dagen dat de stank bezit van je neemt.  En om verzakking van onze huizen tegen te gaan moeten er liters grondwater heen en weer gepompt worden wat voor een grote blubberbende zorgt. Ze graven nu sleuven in onze voortuinen om de aansluiting op de regenpijp te realiseren.

Dat is niet de eerste keer dat onze voortuin wordt leeg geschept. Eerder dit jaar werd de waterleiding vervangen inclusief de huisaansluiting. Ook toen lagen straat, stoep en voortuin  lange tijd open. Daarnaast werd het water toen meerdere keren afgesloten. Om onze weerbaarheid te testen vermoed ik, deed het waterbedrijf dat deze week nog eens “i.v.m. noodzakelijke werkzaamheden”.

Eind vorig jaar was de straat al open geweest voor nieuwe gasleidingen en moesten we het op momenten zonder cv en gasfornuis stellen. Zo wonen we al meer dan een jaar op een soort bouwlocatie met alle ongemakken van dien. In de voortuin zullen onze voorjaarsbloemen waarschijnlijk nooit meer terugkomen al is er wel een kans dat ze langs de stoeprand en bij de lantaarnpaal zullen groeien. Van de voordeur maken we nog amper gebruik omdat je dan een zandbak inloopt. De auto parkeren is na 16.00 uur een schier onmogelijke opgave omdat veel parkeerplaatsen tijdelijk zijn opgeheven en er nu nóg meer auto’s dan parkeerplekken zijn. Daarnaast worden er in en om het dorp ook nog talrijke andere werkzaamheden verricht waardoor de bereikbaarheid soms zwaar onder druk staat. Dat geldt voor de auto, maar ook met de fiets valt het niet mee zo nu en dan.
En ik vrees het moment dat er brand uitbreekt in één van de woningen in de straat want voordat de brandweer het betreffende huis kan bereiken is waarschijnlijk het gehele rijtje al afgebrand. 

Als klap op de vuurpijl krijgen we ook nog glasvezelkabel waardoor ogenschijnlijk lukraak in het dorp straten en stoepen open en weer dicht gaan. Ik wentel mij in de onzalige gedachte dat mijn stoep, zodra die dicht is omdat het riool klaar is, weer open gaat voor de glasvezelkabel. En de huisaansluiting moet ongetwijfeld via de voortuin gerealiseerd worden. Ik besef dat onderhoud en vernieuwing van kabels en leidingen noodzakelijk zijn, maar mijn woongenot is na een jaar bouwactiviteiten tot het nulpunt gedaald. Ik vraag me af of deze woongenot-derving gecompenseerd wordt, bijvoorbeeld via de OZB. Als ik of mijn buren woongenotverhogende maatregelen treffen zie je dat immers ook daarin terug.

Tot slot nog een bericht aan de nutsbedrijven: jullie zien een aanleiding om de straat of de stoep nogmaals open te gooien over het hoofd, volgens mij. De elektriciteitskabels zijn namelijk nog niet vervangen…..

0 Comments | Post Comment | Permanent Link

Zorg op straat17/9/2012

Vorige week zag ik een jongen uit ons dorp gewond op straat liggen omdat hij met zijn fiets was gevallen. Gelukkig was zijn moeder aan zijn zijde. Een naderende ambulance met zwaailicht en sirene sterkte mijn vermoeden dat het niet goed ging met de jongen. Omdat de jongen veel pijn leed moesten de broeders lachgas toedienen om hem te kalmeren. Naar ik later hoorde had hij een scheurtje in zijn elleboog opgelopen.
De jongen lag op hooguit vijf  meter van waar zijn huisarts is gevestigd. De moeder van de jongen had die dan ook als eerste gebeld. Hij kon immers snel bij hem zijn. De huisarts antwoordde echter “ik behandel niet op straat”.
In de hele discussie over de uit de pan rijzende zorgkosten blijkt dat deze huisarts in ieder geval de kosten niet zal helpen drukken. Hij laat liever een dure ambulance komen dan dat hij zelf  polshoogte komt nemen. En hoe zit dat toch met die eed die artsen afleggen?
Ik hoop ik dat ik nooit op straat in ons dorp een hartaanval krijg, waarbij elke seconde telt, want dan hoef ik op de huisarts blijkbaar niet te rekenen en zal ik toch 5 à 10 minuten moeten wachten op de ambulance of moeten rekenen op een welwillende dorpsgenoot die mij kan reanimeren.

0 Comments | Post Comment | Permanent Link
Hosting door HQ ICT Systeembeheer