Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
gedwongen-voorwaardelijk2010 Home | Profile | Archives | Friends

toets inleiding Casemanagement8/2/2010
 

Het gezin ten Kate

 

De familie ten Kate bestaat uit

·                    Vader Henk. Hij is van huis uit religieus opgevoed (Vrijzinnig Hervormd). De laatste jaren doet hij hier niet zo veel meer aan, zegt hij zelf. ‘Al die regels en steeds op zondag naar de kerk is niets voor mij’. Henk is 42 jaar. Na zijn basisschool heeft hij een LTS opleiding gedaan als elektromonteur. Vele jaren heeft hij hierin goed werk gehad, tot het moment dat hij na een ongelukkige val ernstige rugklachten kreeg. Volgens zijn huisarts zijn deze klachten ook een gevolg van zijn overgewicht, maar dat laatste accepteert hij niet. “Ik ben al jaren stevig, maar dat zijn allemaal spieren die je krijgt van hard werken. Die kwakzalver moet zich maar eens met andere dingen bezig gaan houden als mij op een dieet te willen zetten.” Door de rugproblemen kon hij zijn normale baan bij een installatiebedrijf niet meer uitoefenen, dus is hij zes jaar geleden gedeeltelijk afgekeurd. Hierdoor heeft hij de drie jaar lang op een sociale werkplaats gewerkt, waar hij zich onder meer bezig hield met de assemblage van elektronische apparatuur. Ongeveer een jaar geleden kreeg hij een ernstig conflict met zijn chef over gereedschappen die verdwenen zouden zijn. Henk zegt zelf dat hij niets heeft meegenomen, maar volgens de chef zou dit wel het geval zijn geweest. Deze kon dit echter niet bewijzen. In een woordenwisseling die over deze zaak ontstond heeft Henk zijn chef bedreigd met een hete soldeerbout en hem hier ook mee gebrand. “Zijn eigen schuld, had hij maar niet zulke gekke dingen moeten zeggen over me”. Uiteindelijk is de politie hierbij gehaald die Henk van het werk hebben verwijderd. Hierop werd hij ook ontslagen.

·        Moeder Larissa. Zij is van traditioneel Hindoestaans-Surinaamse afkomst. Vanwege een complicatie bij de geboorte is er bij haar sprake van een lichte verstandelijke handicap. Normaal gesproken valt daar niet altijd veel van te merken, wel reageert ze vaak wat traag. Verder stelt ze zich vaak afhankelijk op van haar echtgenoot. Larissa en Henk zijn getrouwd in 1985, omdat Larissa zwanger was. Ze is naar Nederland gekomen toen ze 14 was, nu is ze 39. Vanwege haar handicap heeft ze enige jaren begeleiding gekregen van de stichting Mee (vroeger SPD). Deze begeleiding bestond uit wekelijks een gesprek waarin vooral het werken aan zelfstandigheid centraal staat. Dit heeft  aardig resultaat gehad. Haar zelfstandigheid is behoorlijk vergroot. Ongeveer twee jaar terug is deze begeleiding gestopt.

·        Dochter Angelique. Zij is twintig jaar. In de aanloop naar de ruzie in de oude buurt in Den Haag is zij een paar keer ernstig bedreigd en mishandeld door een groep jongeren uit de straat. Hierdoor is ze erg angstig geworden om de straat op te gaan. “Straks staan ze hier ook voor de deur”. Haar angsten uiten zich verder door hevige migraineaanvallen. Ze heeft sinds drie jaar een relatie met Jean-Paul. Door haar angsten staat deze relatie de laatste tijd onder druk. Jean-Paul kan niet begrijpen dat ze niet meer mee uit wil. Door haar angst zit ze al meer dan een jaar in de ziektewet. Daarvoor werkte ze als caissière op de broodafdeling van de Hema.

·        Jean-Paul is de verloofde van Angelique. Hij is 29 jaar. Na een heftige ruzie met zijn ouders is hij een jaar geleden bij Angelique en haar ouders ingetrokken. Hij heeft het niet zo op Turken en Marokkanen. “Laten al die opvreters en criminelen naar hun eigen land opdonderen”. Dit soort opmerkingen zijn ook mede de aanleiding geweest voor de ruzie in hun oude buurtje in Den Haag. Hij heeft wat los-vast baantjes gehad in de bouw, maar hield het daar over het algemeen niet lang uit. Bij zijn laatste baas is hij ontslagen omdat hij regelmatig te laat of zelfs helemaal niet op zijn werk kwam. Jean-Paul kan het prima vinden met zijn schoonvader, met wie hij regelmatig gaat vissen.

·        Dochter Manja is 13 jaar. Sinds drie jaar heeft zij een OTS (Onder Toezicht Stelling) Hierdoor heeft het gezin contact met een gezinsvoogd van de stichting Jeugdzorg. De OTS is indertijd uitgesproken doordat zij ernstige gedragsproblemen vertoonde. Ze was onhandelbaar, zowel voor haar ouders (vooral moeder) als op school. Ook was ze in die tijd een paar keer betrapt op een winkeldiefstal. Dit was ook de reden dat de Raad voor de Kinderbescherming indertijd werd ingeschakeld, die via de kinderrechter de OTS heeft geregeld. Eigenlijk is er niet echt veel verbeterd in al die jaren. Dit komt omdat moeder Larissa, geen overwicht op haar heeft en vader Henk vindt dat het opvoeden van kinderen, zeker meisjes, geen taak voor hem is. Hij bemoeit zich dus nauwelijks met zijn dochter. De gezinsvoogd heeft al eens aangegeven dat ze een plaatsing in een speciaal kindertehuis voor Manja overweegt, maar tot op heden is het daar nog niet van gekomen. Manja zit op een speciale VMBO school, waar ze regelmatig wordt gepest door haar klasgenoten. Dit reageert ze dan vervolgens weer af door met haar klasgenoten te gaan vechten. Al meerdere keren is ze voor een paar dagen hierdoor van school gestuurd en de directie van school heeft gezegd dat ze een volgende keer definitief wordt verwijderd.

·        Zoon Shakti is 9 jaar en zit in groep 5 van de basisschool. Hij is een stil en teruggetrokken kind dat veel op zijn kamer zit te spelen met zijn spelcomputer. Hij heeft niet altijd zin om naar school te gaan en wordt dan door zijn moeder thuisgehouden. Zij verwent haar zoontje. “Het is echt mijn kind, mijn lieveling”, zegt ze regelmatig. Het ventje weet daar dankbaar gebruik van te maken. Als hij naar school toe moet zegt hij misselijk te zijn, waardoor zijn moeder hem ziek meldt. Vervolgens kan hij weer de hele dag achter de computer zitten en verwend worden door zijn moeder die allerlei eten en drinken achter hem aanbrengt.

 

 

De familie ten Kate woonde in Den Haag in de Schilderswijk. Dit is een achterstandswijk waar relatief veel allochtonen wonen. Henk had het hier niet echt op, maar tot problemen kwam dat niet of nauwelijks. Dat veranderde echter toen Jean-Paul een relatie kreeg met Angelique en zeker toen hij bij de familie introk. Regelmatig maakte hij hardop in de straat racistische opmerkingen, wat tot verbale onenigheden leidde met de buurt. Driekwart jaar geleden werd in een Turks theehuis aan het eind van hun straat een brand gesticht. Jean-Paul werd op dat moment in de buurt van het theehuis gesignaleerd en werd verdacht van de brandstichting. Hiervoor heeft hij ook een paar weken in voorlopige hechtenis gezeten. Op dat moment heeft de toenmalige verhuurder van de woning besloten het gezin, via tussenkomst van de rechter, uit de woning te zetten. Toen duidelijk werd dat Jean-Paul niets met de brandstichting te maken had, was de uitzetting al een feit. Henk ten Kate heeft vervolgens een procedure bij de rechtbank aangespannen. Deze werd door hem gewonnen. De verhuurder wilde het gezin de oude woning weer aanbieden, maar op dat moment kwam de buurt in opstand. Niet alleen de allochtone bevolking protesteerde, ook vanuit de zijde van de kraakbeweging kwamen er protesten. Ruim een jaar eerder had Henk namelijk enige tips aan de politie gegeven waardoor een tweetal kraakpanden konden worden ontruimd. De kraakbeweging heeft, voordat de familie weer terug in het huis kon, samen met een paar buurtbewoners het huis vakkundig ‘verbouwd’ waardoor het totaal onbewoonbaar waas geworden. Vervolgens heeft de rechter een schadevergoeding van € 8500 plus alle onkosten voor de tijdelijke huisvesting aan de familie toegewezen. De zaak leverde indertijd aardig wat publiciteit op. In twee kranten werd de zaak breed uitgemeten en ze haalden er zelfs het tv programma “Vier in het land” mee.

Mede door deze aandacht kregen ze van de deelgemeente Delfshaven een nieuwe woning in de Spanjaardstraat 68 aangeboden. Lid van de deelgemeenteraad de Vries (Groen links) heeft zich de situatie van de familie ten Kate bijzonder aangetrokken. Hij wil dat alles voor het gezin goed gaat. Dus niet alleen de huisvesting, maar ook het welzijn van alle gezinsleden. Op kosten van de oude verhuurder verblijven ze nu tijdelijk in een hotel aan de Mathenesserlaan. Het gezin zal nog een week of zes in het hotel moeten blijven, omdat de woning die ze aangeboden hebben gekregen nog verbouwd wordt.

Mevrouw Jelgersma, een wat oudere vrouw van 56, woont onder de woning die voor de familie ten Kate wordt opgeknapt. Ze is hevig verontwaardigd als ze hoort voor wie alle werkzaamheden boven haar hoofd plaatsvinden. Ze heeft in de straat al bij diverse buren haar ongenoegen geuit, de woningbouwcorporatie gedreigd een proces aan te doen en heeft intussen ook de redactie van het huis-aan-huis blad benaderd. Deze hebben een stukje aan de zaak gewijd in de editie van vorige week. Ook heeft ze een brief geschreven aan de deelgemeente en de fractie van Leefbaar Rotterdam in de gemeenteraad. In een eerste reactie heeft deelraadslid de Vries aan haar gemeld dat hij wil dat alles goed gaat verlopen, zowel voor de buurt als voor de kinderen van de familie. Hij heeft daarom al contact opgenomen, zo zegt hij, met Bureau Jeugdzorg. Ook wil hij nog andere hulpverleners inschakelen, zoals de stichting Mee. Voor vader ten Kate zou een baan gezocht kunnen worden bij bijvoorbeeld Multibedrijven (sociale werkvoorziening).

Dit laatste vindt Henk wel goed. Hij wil wel weer echt werk, dat ten minste weer goed betaald. Dan kan hij ten minste ook weer eens een paar goede vishengels gaan kopen en lekker langs de waterkant  met Jean-Paul gaan snoeken en een biertje drinken.

 

Met de leden van het gezin zijn individuele gesprekken gevoerd door een medewerker van de stichting Welzijn Delfshaven. Hier volgt een korte samenvatting van ieder gesprek.

·                    Henk: ziet eigenlijk weinig problemen in zijn gezin. Hij kan het al jaren goed vinden met zijn vrouw Larissa. “Ik hou nog steeds veel van dat wijfie”. Problemen bij zijn kinderen ziet hij niet echt. Bij Manja ziet hij weinig gekke dingen. Zo nu en dan vechten hoort bij die leeftijd is zijn mening. Hij snapt dan ook niet echt waarom er door Jeugdzorg een OTS is aangevraagd. Overigens begrijpt hij Manja niet echt. Dit laatste geldt voor hem ook bij Shakti. “Het ventje lijkt veel op zijn moeder, ook stil, maar wel heel aardig.” Alleen bij Angelique ziet hij een probleem. Hij kan niet begrijpen dat iemand niet meer de deur uit durft. In zijn ogen is het vooral aanstellerij. Hij zou haar gewoon wel willen meenemen naar buiten, stukken lopen, boodschappen doen, maar weet niet hoe hij dit aan moet pakken. Hij weet ook niet hoe hij hierover met zijn schoonzoon Jean-Paul moet praten. Soms probeert hij dit wel, maar dan komen ze er allebei achter dat ze niet weten hoe dit moet worden aangepakt.
Voor zichzelf ziet hij een groot probleem in het nog niet hebben van werk. Ze moeten nu rondkomen van een klein inkomen (bijstand) en Henk vindt dit duidelijk te weinig.
Over de toestand die hij bij zijn oude werkgever had wil hij niet veel kwijt. “Als je onrecht wordt aangedaan, moet je voor jezelf opkomen”, is zijn standpunt. “Desnoods door voor je zaak te vechten”. Hij heeft dan ook geen spijt van wat er is gebeurd, al had hij liever gezien dat het op een andere manier was opgelost indertijd. Wat hij wel mist is het werk op zich. “Een man moet zijn gezin onderhouden. Iedereen heeft een duidelijke rol, de man zorgt voor het geld, de vrouw voor het huis en de kinderen”.
Bij de ontruiming van de oude woning in Den Haag zijn veel spullen kapot gegaan en zoekgeraakt. Daardoor mist hij een aantal voor hem belangrijke zaken, zoals zijn vishengels. Vissen is namelijk zijn lust en zijn leven. Vroeger zat hij minstens twee keer per week aan de waterkant, vaak met zijn schoonzoon Jean-Paul. Daarbij zaten ze vaak over van alles en nog wat te kletsen. “Mannenpraat, over voetbal, vrouwen en dat soort zaken. Eigenlijk is dat vissen wat het leven altijd moet zijn. Lekker rustig, kletsen over van alles en nog wat en helemaal geen gezeur en zorgen aan je hoofd.” Dit is dan ook de houding die hij uitstraalt. Hij vindt alle problemen gezeur. Toen hierop werd doorgevraagd, kwam daaruit naar voren dat hij niet goed weet hoe met de problemen die in zijn gezin spelen weet om te gaan en zich daarom maar een houding aanmeet van onverschilligheid en onbezorgdheid.

·              Larissa. Ondanks haar verstandelijke beperking wist ze in Den Haag op veel terreinen het gezin aardig draaiende te houden. Het huis was altijd opgeruimd en netjes en er kwam ook iedere dag goed eten op tafel. Ze wist in haar oude buurtje precies de weg en kende de juiste adresjes voor van alles en nog wat. Nu ze hier in Rotterdam is, mist ze dat heel erg. Ze kent de weg niet en voelt zich dan ook regelmatig verloren als ze buiten loopt. Daarbij komt dat ze nu ook een aantal van haar oude taken niet kan uitvoeren en ze zich daardoor nutteloos voelt. Schoonmaken en koken wordt immers door het hotelpersoneel gedaan. De maaltijden zijn ook niet naar haar smaak. Ze zou wel weer zelf willen koken, maar weet absoluut niet hoe ze dat aan zou moeten pakken. Ze heeft immers geen eigen keuken en ook haar eigen kookspullen heeft ze niet. Daarnaast kent ze de buurt ook niet, weet niet waar de winkels zijn voor haar boodschappen. Eigenlijk mist ze vooral de zekerheid en vertrouwdheid waar ze jaren in heeft verbleven.
Met haar kinderen heeft ze een redelijk contact, al weet ze eigenlijk absoluut niet hoe ze hen aan moet pakken. Zorgen voor hun eten, kleding en al dat soort zaken meer lukte haar al die jaren wel, maar als ze in de problemen zaten, kon ze daar niet mee om gaan. In de praktijk kreeg ze daarom ook regelmatig hulp van haar oudere zus Jane, die regelmatig bij het gezin langs kwam. Deze was eigenlijk een soort vertrouwensfiguur, die hielp om de verschillende oneffenheden binnen het gezin glad te strijken. Jane is echter ruim een jaar geleden naar Suriname verhuisd. Hierdoor is deze belangrijke steunpilaar voor Larissa weggevallen. Ze merkt de laatste maanden dat ze de greep op haar kinderen begint te verliezen. Dat de kinderen gebruik van haar beginnen te maken. Tegelijk wil ze het goed voor haar kinderen maken, dus probeert ze hen, voor zover als dat mogelijk is te verwennen.

·                    Angelique. Tot voor ruim een jaar vond ze zichzelf een vrolijke jonge vrouw, die met plezier naar haar werk ging en een goede relatie had met haar vriend Jean-Paul. Ze hoorde hem wel eens wat zeggen over al die buitenlanders, maar naar haar idee viel dat allemaal wel mee. Ze hoorde er in ieder geval niet zo veel over als ze over straat liep. Maar toen die brand in dat koffiehuis had plaatsgevonden en Jean-Paul was opgepakt, is ze veranderd, zegt ze zelf. Iedereen in haar oude wijk wist iedereen dat ze een relatie had met Jean-Paul en ze was bang dat ze daardoor ook op de brandstichting zou worden aangekeken. Dat werd nog erger toen haar vriend niet langer meer werd verdacht door de politie. De buurt keek hem er namelijk nog wel op aan en dus haar ook. Ze voelde, zo zei ze, letterlijk de blikken van iedereen in haar rug en hoorde ook de nodige verkapte bedreigingen aan haar adres. Daardoor durfde ze eigenlijk steeds minder de straat op. Dat werd vervolgens nog erger, toen zij ook buurtgenoten tegenkwam op haar werk bij de HEMA. De laatste maanden is ze dan ook nauwelijks meer de deur uitgeweest. Ze zit veel in huis en van haar vrolijkheid is weinig meer over. Uitgaan heeft ze al meer dan een half jaar niet meer gedaan, terwijl ze anderhalf jaar terug minstens eens in de twee weken een feest bezocht.
Ze houdt nog steeds van Jean-Paul, al verwacht ze meer begrip van hem dan ze nu krijgt voor haar sombere buien. Zo nu en dan wil ze wel eens een gesprek met hem over haar situatie aangaan, maar dat komt nooit echt van de grond. Juist doordat ze niet goed met hem kan praten over haar problemen, voelt ze dat ze zo somber blijft. Wat ze echt zou willen is dat zowel zijzelf als ook Jean-Paul (en eigenlijk ook haar ouders) hierover goede gesprekken kunnen hebben. Zelf weet ze echter niet hoe ze dit moet aanpakken en ook bij haar vriend en ouders merkt ze dat ze dit niet kunnen. Daarnaast wil ze van haar sombere buien af. Weer gewoon aan het werk kunnen gaan, weer eens lekker uitgaan. Maar ze komt maar niet over de drempel om dat te kunnen.

·                    Manja. Ze voelt zich door bijna niemand begrepen. Thuis niet en op school niet. Al jaren wordt ze gepest op school. Dat was zowel op de basisschool (speciaal onderwijs voor kinderen met leerproblemen) als nu op het (aangepast) VMBO. Een tweetal van haar klasgenoten van de basisschool zit nu hier in Rotterdam hetzelfde VMBO, dus het pestgedrag verhuisde gewoon mee. Vanwege het pesten is ze regelmatig in gevecht geweest met klasgenoten. Door de diverse leerkrachten is ze daar regelmatig op aangesproken, maar ze vindt zelf dat ze niet anders kan. Als ze niet terugvecht, wordt het pesten alleen nog maar erger, vindt ze zelf. Een andere manier van reageren, naast het vechten, kent ze niet. Heeft niemand haar ooit geleerd. Integendeel juist, van haar vader heeft ze altijd meegekregen dat je moet vechten voor je plek. En dat doet ze dan ook. Op school kan ze er eigenlijk nu alleen maar met haar mentor over praten. “Meneer de Boer begrijpt me. Daarom vond ik het ook zo jammer dat hij het afgelopen drie maanden ziek thuis is geweest.” Hij is sinds twee weken weer voorzichtig aan het werk, maar heeft nog niet echt uitgebreid met Manja kunnen praten.
Als sinds drie jaar heeft Manja een OTS (onder toezicht stelling). Deze is uitgesproken omdat er bij Manja gedragsproblemen werden geconstateerd. Wat deze problemen precies zijn weet ze zelf eigenlijk niet echt. Alleen de vechtpartijen op school, daar heeft ze wel eens iets over gehoord van een van de vorige gezinsvoogden. Ze snapt ook niet waarom ze de OTS heeft. Ze heeft wel eens in de maand een gesprekje met haar huidige voogd, mevrouw de Winter, maar voor de rest merkt ze er niet zo veel van. Ze vindt het ook wel best zo. Ze begrijpt wel dat al dat vechten niet goed is, “maar wat moet je dan. Als iemand me dat kan vertellen!” Verder zou ze wel eens wat leuke dingen willen doen met haar oudere zus, lekker gaan shoppen of zo. Maar ze snapt niet dat Angelique dat nu niet wil. En ze wil wel een paar goede vriendinnen. “Die heb ik nooit gehad. Ik voel me eigenlijk vreselijk alleen”.

·                    Met Shakti is geen apart gesprek gevoerd. De gezinsvoogd van Manja, mevrouw de Winter, noemt zijn situatie wel zorgelijk. Ze vraagt zich af of ook voor hem een OTS moet worden aangevraagd, zeker vanwege de huidige situatie waarin het gezin verblijft.

·                    Jean-Paul. De verloofde van Angelique woont nu ruim een jaar bij de familie ten Kate in. Voor die tijd woonde hij nog bij zijn ouders, maar na een knallende ruzie is hij daar weggegaan en heeft zijn intrek bij de familie ten Kate genomen. Hij werd daartoe zelf uitgenodigd door vader Henk. De relatie die hij heeft met Angelique bestaat intussen drie jaar. Over het leeftijdverschil tussen hem en Angelique (negen jaar) maakt hij zich niet druk. “Het gaat er niet om hoe oud je bent, maar wie je bent en hoe je met elkaar op kunt schieten”. In de beginjaren van hun relatie waren ze vrijwel altijd bij elkaar te vinden als daartoe de mogelijkheid was. Het laatste jaar is dat echter allemaal wat minder geworden. Dat komt volgens Jean-Paul zelf eigenlijk allemaal door de toestand in Den Haag. Hij heeft toen een paar weken vastgezeten en in die periode is Angelique in zijn ogen behoorlijk veranderd. Van een vrolijke vrouw in een stille en teruggetrokken grijze muis. Daar ergert hij zich soms wel eens aan. Hij wil weer uit kunnen gaan, met haar naar een feest, of zo maar ergens in een café wat gaan drinken. Hij snapt ook niet wat er aan de hand is. Eigenlijk zou hij degene moeten zijn die een probleem heeft, want hij is immers verdacht van die brandstichting en hij heeft gevangen gezeten daarvoor, zo is zijn mening. En het ergste daarvan vindt hij nog dat het allemaal niet terecht was, want hij had het niet gedaan. Hij heeft er zelfs nooit excuses voor gekregen van de politie en dat steekt hem. En nu is zijn vriendin ook nog eens veranderd en wil daar met hem over praten. “Alsof ik dat kan helpen, ik weet niet wat ik dan moet zeggen. Zij moet mij eigenlijk steunen, want ik heb er het meeste onder geleden.” Op deze manier verlopen de gesprekken tussen beiden over dit onderwerp en meestal zijn ze dan ook snel uitgesproken hierover. Vaak eindigen deze gesprekken in een wat ruzieachtige sfeer en zeggen ze de rest van de dag weinig meer tegen elkaar. Ook de seks is niet meer wat het geweest is. “Vroeger konden we, bij wijze van spreken, wel drie of vier keer op een dag, nu is het amper een keer in de maand”. Hij merkt dat de relatie achteruitgaat en vraagt zich heel nadrukkelijk af of het zo nog wel verder kan. Hij wil wel met Angelique verder, “maar dan de Angelique van vroeger, niet die van nu”. Hij is wel bereid om daar iets voor te willen doen, maar weet niet wat.
De relatie met zijn schoonvader noemt hij zelf prima. “Ik kan heel goed met Henk overweg. We zijn ook echt vrienden, niet alleen maar schoonvader en schoonzoon”. Toen ze nog in Den Haag woonden ging hij met enige regelmaat met Henk een paar uur vissen. Dat zou hij nu weer willen, als ze er maar de spullen voor zouden hebben.
De toekomst ziet er voor hem als volgt uit. Angelique is weer de oude, met wie hij indertijd leuke dingen deed. Ze zijn getrouwd, hebben een paar leuke kinderen en een eigen huis. Liefst niet te ver bij haar familie vandaan. Dan kan Angelique regelmatig bij haar moeder langs en kan hij gewoon als ze daar zin in hebben met Henk bijkletsen met een hengel in de hand. Daarnaast zou hij wel een opleiding willen gaan volgen. Hij heeft zo nu en dan wel wat los vaste baantjes in de bouw, “maar dat stelt niet echt wat voor. Ik wil een goede baan, met een goed salaris, zodat ik ook goed voor mijn vrouw en kinderen kan zorgen”.

 

 

 

 

Vragen n.a.v. de bovenstaande casus.

1.                  Beschrijf de hulpvragen en daaruit afgeleid de behoeftes van de hierboven genoemde personen. Benoem daarbij van iedere behoefte waar deze zich bevindt in de lijst van Maslow. Motiveer je antwoord door te verwijzen naar de hierboven beschreven tekst en leg daarbij uit waarom jij vind dat het gegeven stuk tekst over die persoon deze hulpvraag en behoefte gaat.

2.                  Zijn er ook gezamenlijke hulpvragen en behoeftes (dus aanwezig bij meer dan een persoon in het gezin) te vinden in deze casus. Zo ja, benoem deze op dezelfde manier als beschreven bij vraag 1.

3.                  Geef aan welke deskundigen (soort instelling en functie) je bij deze casus zou willen betrekken en voor welk onderdeel.

4.                  Vanuit welk gezamenlijk thema zou jij alle betrokken hulpverleners willen laten beginnen. Motiveer dit antwoord

5.                  Welke individuele aandachtspunten zou jij de diverse hulpverleners voor hun specifieke werkterrein mee willen geven vanuit deze casus. Let daarbij onder meer op de afstemming die er moet zijn naar de overige betrokkenen.

6.                  Op welke manier wil je de verschillende gezinsleden betrekken bij het geheel.

7.                  Is er in jouw aanpak sprake van casemanagement of van zorgcoördinatie (zoals beschreven in de theorie). Motiveer dit antwoord. Indien er sprake is van casemanagement, op welke manier zou jij dan de betrokken hulpverleners motiveren akkoord te gaan met jouw aanpak. Indien er sprake is van zorgcoördinatie, op welke manier zou jij er dan voor zorgen dat de cliënten gemotiveerd zijn en blijven voor jouw aanpak.

8.                  In deze casus is in ieder geval Bureau Jeugdzorg betrokken. Zij hebben een door de rechter opgelegde taak en vandaar uit dus ook bevoegdheden. Op welke manier zou je de betrokken gezinsvoogd er van overtuigen dat het niet goed is om Manja uit huis te plaatsen als deze dit van plan is.


Permanent Link
Hosting door HQ ICT Systeembeheer