17/12/2006 - Woensdag, 13 december 2006.
Even is er twijfel of ik met mijn mini-griepje wel zal vertrekken, maar
uiteindelijk waag ik het er op. Ik trek nu langzaam zuidwest via
kleine dorpjes als Ihosy, Ranohira, Ilakaka en Sakaraha naar Tuléar
(Toliara in Malgash, meestal wordt de Franse benaming gebruikt) aan de
westkust.
Het is o.a. de bedoeling om een trekking te doen, misschien van enkele dagen, in het Nat. Park Isalo.
In het busstation word ik weer twee uur lang aan de mouw getrokken door
jong en oud. Een man van 37 komt met het vreemde verhaal
dat zijn vrouw er vandoor is met zijn vijf kinderen, maar wat erger is,
ook met al zijn papieren. En zonder papieren geen werk. En
om aan nieuwe papieren te geraken, moet hij helemaal terug naar zijn
geboortedorp, ergens in de buurt van Ambrosita. Daar heeft hij
5.000 Ariary voor nodig en die heeft hij niet. Hij is er
blijkbaar van overtuigd dat ik die wel heb en een vol uur probeert hij
mij ervan te overtuigen dat ik hem die moet geven. Ik zeg hem dat
hij zijn plan moet trekken, naar de politie moet gaan of naar een
andere administratie, of misschien wel te voet naar zijn dorp. Dat het
probleem met zijn vrouw niet het mijne is, dat ik hier niet iedereen
kan helpen, én kleren én eten én werk kan geven. Uiteindelijk
begeeft hij, wenst mij nog een goede reis, zegt dat ik bedankt ben voor
de goede raad en gaat er vandoor.
Maar nog geen vijf minuten later is hij al terug. Opnieuw
dezelfde klaagrede. Nu geen goede raad meer, mijn taxi-brousse
gaat gelukkig vertrekken.
In een aantal andere Afrikaanse landen zal de miserie nog wel erger
zijn, maar de toestanden hier, en vooral in de steden, tempert toch
iedere keer opnieuw mijn enthousiasme en reisgenot. De
tegenstelling met het westen is groot. Wij ons maar afvragen wat
we morgen zullen aantrekken, of we morgen of overmorgen uit eten gaan,
welk cadeautje we nog wel kunnen kopen, of we ons 's morgens én 's
avonds zullen douchen..... De mensen hier zullen wel beseffen dat die
toeristen rijk zijn, maar hoe rijk.. best dat ze dat niet weten.
Fianarantsoa is één groot plein vol met arme, in lompen geklede mensen
die achter hun stapeltje houtskool of bosje lychees zitten om de dag
van vandaag te overleven.
En de westerse landen prutsen nul komma zoveel procent van hun BNP
bijeen om de armen "te helpen". Te helpen
sterven? Hier is veel werk aan de winkel, niet voor een
individu, maar voor het grote kapitaal waar wij allemaal deel van
uitmaken.
Laat mij maar eens wat stoom aflaten, dat heb ik nu wel nodig, maar ik
vrees dat de ene wereld de andere gewoon niet wil helpen. Vandaag
kan ik hier wel iemand een brood geven, maar morgen is de honger terug,
of een proper t-shirt dat binnen de kortste keren ook weer vuil en
gescheurd zal zijn. Het zijn structuren, scholing, opleiding,
samenwerking en geld die kunnen helpen, dus eigenlijk alleen maar goede
wil. Ik laat het voorlopig maar even over aan onze "grote bekwame
leiders".
Eens onderweg, op het platteland en in de wijdse omgeving wordt alles
wat milder en lijkt het alsof alle miserie wordt toegedekt door de
mooie natuur.
De smekende ogen worden bloemen en de vuile kleren mooie groene
planten. Je ziet iets anders maar eigenlijk is er niets veranderd.
Het busje werkt zich moeizaam door berglandschap met in de omgeving van
Ambalavao het op één na hoogste punt van Madagascar met 2.658 meter
(Pic Imarivalanitra). Hier geen bossen maar dun verspreide
kleinere bomen, eigenlijk maar flink uit de kluiten gewassen bonsai.
In Ambalavao wordt tien minuutjes uitgetrokken om te eten. Voor
iets minder dan omgerekend een halve euro, krijg ik een kom rijst, een
heel vettige cotelet, incluis een potje nog veel vettiger saus.
De vettige saus komt mij goed uit. Zo kan ik tenminste de
kurkdroge rijst binnenkrijgen. En halverwege de maaltijd komt de
onvermijdelijke kom heet rijstwater die ik lekker laat staan. Het
moet niet alle dagen feest zijn.
Na acht uur wachten en rijden bereik ik Ihosy en trek daar in in een
smerig hotelletje. Er is beter, maar dat heb ik te laat ontdekt.
Alhoewel, mijn onderkomen voor 7.000 Ariary of ongeveer 2,5 euro kost
vijf maal minder dan die betere kamer.
Ik hou het, zeker na vandaag, liever eenvoudig.
|
|
Post A Comment!
|
|
About Me
Friends
|