28/12/2006 - Zaterdag, 16 december 2006.
Ik neem afscheid van Momo, zijn twee halftamme ringstaartlemuren, de
Bergense moeder en dochter en ga hoopvol zitten wachten langs de kant
van de weg. Er moest maar eens een taxi-brousse
voorbijkomen. Wat na twee uur nog altijd niet het geval is.
Enkele taxi-chauffeurs hebben de prijs voor een rit naar Ilakaka (25
km) al laten zakken van 20.000 naar 10.000 Ar. Deze aanvaardbare
prijs en het eeuwige wachten onder een zinderende zon, doen mij niet
langer twijfelen. Ik betaal en stap in.
Een half uurtje later doemt Ilakaka op. Het ligt in the middle of
nowhere en het is er brandend heet. Zo een beetje als Las Vegas
in Dead Valley, maar verder gaat de vergelijking natuurlijk niet
meer op.
Ilakaka was slechts een nederzetting, tot er een tiental jaar geleden
saffier werd gevonden. Nu is het een stadje van ongeveer 10.000
inwoners waar avonturiers en prostituees elkaar voor de voeten lopen.
Ik heb niet goed geslapen, ben wat verkouden, heb al uren in de zon
gezeten en ook hier zal ik weer uren moeten wachten. Ik heb een
begin van hoofdpijn en trek mij terug in het verkoophokje van de
taxi-brousse.
La gare des routières heeft meer van een stort met errond een
verzameling van krotten die restaurantjes, verkooppunten van bustickets
en woningen moeten voorstellen. Het is er verschrikkelijk heet en
vies. Op het plein zelf is het een komen en gaan van voertuigen, te
klasseren in de categorie oldtimer of zéér, zéér oud. Ook
allemaal zeer versleten tot rijp voor de schroothoop.
Na enkele uren is er eentje dat mij meeneemt voor de resterende 200 km.
naar Tuléar. Ik krijg een ongemakkelijk zitje tussen de chauffeur
en een andere passagier. Een cassettespeler produceert Afrikaanse
rommel, volume op maximum, en achter mij zit een ambetant jong de
hele tijd onbedaarlijk te janken. Af en tot wordt er halt
gehouden, meestal voor weeral politiecontroles, maar ik krijg geen kans
om eens uit te stappen. Mijn zitspieren beginnen stilaan te
begeven, een lijdensweg.
Alle ongemakken verdwijnen echter als sneeuw voor de zon, wanneer er
uiteindelijk toch een korte plaspauze wordt gevraagd. Achterin
zit een jonge vader die ik nog niet had opgemerkt. Hij heeft zijn
zoontje op de arm en de man is duidelijk overmand door verdriet.
Het jongetje waarvan ik de leeftijd schat tussen vijf en tien jaar
(nauwkeuriger lukt mij niet) vertoont alle symptomen van
ondervoeding. Het is op sterven na dood. Grote matte ogen,
tong uit de mond, uitgemergeld. Het wordt telkens stil waar de
vader langskomt en mensen buigen ootmoedig het hoofd.
Bij aankomst in Tuléar wordt hij onmiddellijk naar een taxi geleid en verdwijnt. Dit grijpt je naar de keel.
Ikzelf ben te moe en te lusteloos om met mijn rugzak ver te lopen en
kom een prijs overeen met een pousse-pousse. Onderweg begint de
man te zeuren dat het toch wel ver is en heet en nog veel vieren en
vijven, en de prijs verandert van Fmg in Ariary (= x5).
Aan het hotel stel ik hem voor de keuze: de afgesproken prijs of
niets. Het duurt nog even, maar hij gebruikt uiteindelijk zijn
beetje verstand.
|
|
Post A Comment!
|
|
About Me
Friends
|