28/12/2006 - Maandag, 18 december 2006.
Ik mag de verloren interneturen van gisteren gratis hergebruiken en na
een vroeg ontbijt, zit ik om acht uur terug zwetend achter een
computer. Mensen, wat is het hier heet. Nee, dit is geen
leedvermaak met achtergebleven Belgen, want er is niemand in België die
zich zo in het zweet zit te werken als ik nu.
Ik moet nog wel een half uurtje wachten, want er is weer wat mis met de
electriciteitsvoorziening. En dan na nog eens anderhalf uur hoor
ik weer de fluitende toon van gisteren waarvan ik nu wel de betekenis
ken. Maar dan is het al te laat. Weer alles kwijt. Je
mag je er echt niet druk over maken. Wat gebeurt, gebeurt.
Een zakenman ziet het wel even anders maar het haalt niets uit.
Ik reken dan maar af met mijn ongelukkige gastvrouw en trek naar de
gare taxi-brousse. Gisteren heb ik al een plaats gereserveerd en
werd verzocht één uur voor vertrek ter plaatse te
zijn. Naiëf als ik ben, moet ik nu in totaal weer drie uur zitten
wachten.
Nu op een camion-brousse. Een camion die is omgebouwd tot wat je
nu een bus zou kunnen noemen. De zijkanten zijn opengemaakt en er
zijn langs beide kanten banken gelast.
Je zit ze bij ons wel al eens voorbijrijden, die camions bestemd voor
het vervoer van levende varkens. Wel, dat is
het. Hier zijn zitplaatsen voor 60 varkens.
Eerst wordt de bagage van de passagiers op het dak gestapeld. Dan
worden zakken met rijst, meel, maniok en andere niet te definiëren
waren onder de zetels geschoven. Daarna wordt de middengang
volgestouwd en uiteindelijk is er naamafroeping en mogen we één voor
één instappen langs de (enige) achterdeur.
Ik klauter naar een nog vrije plaats (het zijn banken voor twee maar
moeten door drie mensen gedeeld worden) en schuif naast een oude man
die aan het venster zit. Dit wordt een regelrechte ramp want de
afstand tussen twee banken is veel te kort, en mijn voeten onder de
bank voor ons schuiven kan niet want daar liggen die zakken. Nog
voor we vertrekken doet alles pijn. Mijn rug zit gedraaid, mijn
benen in alle richtingen. Het meisje links van mij gebruikt mijn
dijbeen om er een draagtas en haar hoofddeksel kwijt te raken.
Over een zandweg door de duinen volgen we de kustlijn met bestemming
Ste-Augustin, slechts 35 km. onder Tuléar. Voorbij een
politiecontrolepost wordt halt gehouden en een groot aantal mensen
stapt uit. En het laden van zakken rijst herbegint. In de
middengang wordt gestapeld tot er nog slechts anderhalve meter ruimte
overblijft tot het plafond. Wij zitten allemaal "gecoinceerd". En
de mensen die eruit moesten, mogen nu op handen en knieën terug hun
plaats opzoeken in dezelfde middengan. Dit is echt onwaarschijnlijk, en
het is nog onwaarschijnlijker dat er niemand klaagt. ik heb dit
nog nooit gezien, maar het zal wel gebruikelijk zijn.
Halverwege het traject moet zowat drievierde van de passagiers
uitstappen, want we staan voor een strook bergop waar deze "surcharge"
te veel aan is. Ik laat mij opgelucht en zeer gedwee
buitendrijven, blij dat ik mijn dwangbuis mag verlaten. Na 500
meter spieren loswerken laat ik iedereen voorgaan en plak mij gewoon
tegen de achterste wand. Hier kan ik blijven rechtstaan en heb ik
wat meer ruimte.
Ste-Augustin, een piepklein dorpje ligt aan een grote baai en wordt
omringd door witte kliffen. Een niemandsland waar lekker kan uitgerust
worden bij Longo Mamy, een Frans echtpaar.
De paar bungalowtjes van Longo Mamy liggen vlak aan de baai. Er
is af en toe electriciteit (niet vandaag) en met water uit een put moet
zeer zuinig worden omgesprongen.
En nu kom ik ook te weten wat de reden is van de regelmatige
stroomuitval. Tuléar, en het zuiden in het algemeen, heeft
"verkeerd gestemd" en dat wordt nu afgestraft. De installaties
stammen nog uit de Franse koloniale tijd, zijn slecht onderhouden, maar
het noorden krijgt prioriteit.
De keuken is echter prima met vanavond "salade de crevettes" en daarna een geweldige "crabe".
|
|
Post A Comment!
|
|
About Me
Friends
|