26/7/2008 - Dinsdag 22/7/2008
We hebben een zeer koude nacht achter de rug.
We nemen met de nodige egards afscheid van de chef en laten onze financiële bijdrage (steun) voor het dorp achter. Het weer is ook wat beter wat ons al gelukkig stemt.
In het volgende dorp is gisteren een man gestorven. We mogen deelnemen aan een soort van wake.
Het lijk ligt in het midden van zijn woning onder een wit laken. De hut loopt al snel vol mensen (een 50-tal). Er wordt gezongen en gebeden. Onze gids Landry geeft onze bijdragen aan het hoofd van de familie die ons uitvoerig bedankt. Stilletjes verlaten we de plaats van onheil.
Buiten zien we uit alle windstreken groepjes mensen komen afzakken om een laatste groet te brengen. Vanavond zal er een zebu of een varken(s) geslacht worden en wordt er samen gerouwd. Morgenavond wordt het lichaam van de dode bijgezet in het familiegraf.
In een volgende dorp stappen we weer binnen bij een familie die ons trakteert op gekookte maïs. Als je dit lust is het nog lekker ook. Of met heel veel honger.
In een soort alkoof ligt een jonge vrouw met naast haar een één week oude baby. De natuur heeft zich blijkbaar al herstelt en het leven herbegint.
Maar wat voor een leven. De mensen hebben hier omzeggens niets, we zijn 100 jaar terug in de tijd. Maar we zijn dan ook in de buik van Madagascar binnengedrongen. Eerst 15 km RN7, dan 25 km piste door de brousse en nu na twee dagen trekking in dit dorp waarvan ik u de naam bespaar (Amtetezandrotra).
Families leven in stevige uit pallisanderhout opgetrokken huisjes van 15 à 20 m2 groot (klein).
Op die oppervlakte wordt geleefd, gekookt, gegeten, geslapen en gewerkt. In een open haardvuur dat deels in de grond is gewerkt, wordt hout gestookt waardoor de volledige ruimte gevuld is met rook. De wanden en plafond van de hut zijn zwartgeblakerd. Dat is ook het lot van de maïskolven die boven de haard zijn opgehangen. Voor alles is er een uitleg, maar dit zou een afdoend middel zijn tegen insecten en houtworm. De vloer is bedekt met rieten matten en houten tabouretjes van nauwelijks 10 cm hoog teisteren onze rug en knieën.
Hier zijn ook geen kleerkasten of tafels of stoelen of wat naar onze normen levensnoodzakelijk is. Dus ook geen electriciteit, gas, waterleiding, afwasmiddel, bad,..........NIETS.
Buiten is het koud en vochtig. Kleine kinderen, oude mensen, iedereen loopt in lompen en op blote voeten door het slijk..... en iedereen lacht. En overal worden we hartelijk ontvangen. We moeten foto's nemen...en nog...en nog..... en wanneer zij ophet scherm van het fototoestel hun evenbeeld zien, worden ze wildenthousiast.
Dit zijn nog hechte families, met groothouders, kinderen en kleinkinderen onder één dak. Ook al de dorpelingen samen vormen een hecht blok. Op onze vraag (via de gids) beginnen enkele kinderen muziekinstrumenten te bespelen en nog geen drie minuten later zijn we omringd door tientallen mensen.
Dit zijn zéér, zéér arme, maar o zo warme en vriendelijke mensen. Wat wij teveel hebben, hebben zij te weinig, en VICE VERSA.
Wij beseffen dat wij veel van deze eenvoudige mensen kunnen leren.
Ook deze avond slapen we samen in éé bed in een eenvoudige kamer. Het is koud, vochtig en ongezellig en brengen een onrustige nacht door.
|
|
Post A Comment!
|
|
About Me
Friends
|