11/1/2007 - Vrijdag, zaterdag en zondag, 5, 6 en 7 januari 2007.
Daniël krijgt geen garanties dat een vliegtuig of boot hem tijdig
kan terugbrengen naar Antananarivo en ziet zich genoodzaakt onze
gezamenlijke reis hier te beëindigen. Ik neem afscheid van een
super-sympathieke reisgenoot. Volgend jaar komt hij terug om meer
van Madagascar te zien....met de fiets ...én met één arm. Een
sterke kerel die Daniël die ik zeker nog wel eens zal ontmoeten. Dag één: vrijdag Ik
ga nu alleen verder voor de resterende 120 km. naar Maroantsetra.
De RN5 is nu niet meer dan een nog smallere veldweg door de brousse en
langs de kust van de Indische Oceaan. Het is acht uur en drukkend
warm. Van 10 tot 15 uur is de moeilijkste tijd van de
dag want heet. Maar nu reeds loopt het zweet in beekjes van mijn
hoofd tot in mijn schoenen. Ik heb een paraplu gekocht maar zoals
het er naar uitziet, zal ik die moeten omturnen tot parasol.
Ik heb nog maar net twee mensen ingehaald, wanneer zij plots, hevig
geschrokken, halt houden en één van de twee mijn arm vastneemt.
Op amper drie meter ligt een volwassen boa constrictor op en vooral in
onze weg. In haar volle lengte van ongeveer 1,80 meter en met
haar kop omhoog is dit een zeer bedreigende ontmoeting. Boa's
zijn niet giftig maar ze kunnen naar het schijnt lelijk bijten.
Nog voor ik bang kan worden en besef wat er gebeurt, heeft een van de
mannen haar verjaagd door een stok in haar richting te werpen. Ik
had dat beest helemaal niet gezien, want was zoals naar (goede?)
gewoonte in beslag genomen door de omgeving op schouderhoogte en hoger,
op zoek naar vogels en andere kameleons. Vanaf dit moment is het
pad voor mijn voeten zeer belangrijk geworden.
De voedselvoorziening is niet meer wat het eergisteren was en ik leef
op een dieet van droge koekjes en af en toe een banaan. En vooral
water dat ik in bijna elk redelijk dorpje kan kopen. LITERS gaan
erdoor. Omdat ik vrij laat vertrokken ben, kan ik mij niet
veroorloven veel of lange rustpauzes in te lassen. Er moet
dagelijks minimum 40 km. afgelegd worden en vandaag moet ik een dorpje
zien te bereiken waar een vrouw woont die mij een slaapgelegenheid kan
bezorgen (gekregen in Mananara). Ik kom er net te laat aan om de
regen voor te zijn en krijg er een koude douche bovenop. Niemand
schijnt die vrouw, die Monique heet, te kennen en op de vraag of ik wel
in het juiste dorpje ben, wijzen hun armen naar alle richtingen,
behalve naar de plaats waar wij ons bevinden. Ik begrijp er
geen barst van, want niemand spreekt behoorlijk Frans. Het halve
dorp blijft maar discussiëren en gesticuleren, tot er uiteindelijk toch
een vrouw bij het gezelschap komt, die de oplossing heeft, en een
beetje Frans spreekt. Het is niet Monique, maar haar zus
Veronique en die heeft een klein huisje waar mensen soms
overnachten. Er wordt een jongen weggestuurd en jawel, mijn
reddende engel komt te voorschijn. Oef! Maar geen eten, il n'y a pas de provision! Dat zal mij nu geen zorg wezen. Ik ben onderdak. Dag twee: zaterdag Ik
vertrek nu vroeger, om zes uur, want ik besef dat ik het tempo van
gisteren niet kan aanhouden. Na vijf km. loop ik ineens door het
dorpje dat ik gisteren had moeten bereiken, het dorpje waar Monique
woont. Nu besef ik ook dat ik vijf km. meer zal moeten presteren
dan gisteren. Maar het wordt weer geweldig warm en moet ook meer kunnen rusten.
Tegen 's middags moet ik van schoeisel veranderen. Bottinen uit,
sandalen aan, want mijn voeten raken oververhit. Uiteindelijk
bereik ik rond 16 uur mijn bestemming. Tien uur gestapt, ongeveer
45 km afgelegd. In slaap wiegen hoeft niet echt. Dag drie: zondag Nog
ongeveer 40 km en weer die brandende zon reeds vroeg in de
voormiddag. Geen zuchtje wind, geen schaduw en de parasol gaat al
snel open. Het is vooral die hitte die deze tocht zo zwaar
maakt. Er is nu ook nogal wat niveauverschil, maar gelukkig nooit
meer dan 100 meter. Met nog ongeveer 15 km te gaan, gaat het tempo
zienderogen omlaag. En wanneer ik aan het vliegveldje van
Maroantsetra kom, dien ik mezelf een geweldige morele klap toe, door te
denken dat ik er ben. Ik loop nu op een asfaltweg waar echter
geen eind aan komt. Ik zie heel veel mensen, maar geen stad, geen
gebouwen, niets (afstand vliegveld tot stad was nog 10 km).
Alleen asfalt onder de voeten en een loodzware zon boven mijn
hoofd. Mijn schoenen zijn plots twee maten te klein.
Alles begint pijn te doen en lastig te worden. En tot overmaat
van ramp ligt het hotel waar ik wil gaan slapen aan de andere kant van
de stad. En als ik daar dan aankom, is het nog gesloten
ook. Ik sleep mij naar het volgende: gesloten. Een
ander: gesloten. Hier zijn geen toeristen meer en hotels
sluiten. Een vijfde hotel geeft de oplossing. De
vermoeidheid is groot, ik heb vijf frisse douches nodig om af te
koelen, maar ik kan moe en tevreden terugblikken op drie mooie dagen
door de natuur en kleine nederzettingen en dorpjes. In elke plaats waar mensen woonden, werd ik begroet als was ik de koning. Salut vaza!
Vooral de kinderen laten een onvergetelijke indruk achter. Op
sommige plaatsen kwamen ze met tientallen van achter de hutjes kijken
en roepen: "Salut vaza!", maar als ik ze wilde benaderen, stoven ze als
mussen in alle richtingen uiteen. Net alsof het de eerste blanke
was die ze zagen. Volwassenen keken geamuseerd toe. Hartelijke mensen, mooie natuur, een goede afloop, wat wil ik nog meer.
|
|
Comments (2) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
11/1/2007 - Dinsdag, 9 januari 2007
Lui zijn en uitkijken naar een oplossing om hier weg te raken.
Ik probeer aan te monsteren op een kleine cargo die richting zuiden
gaat en krijg te horen dat ik deze namiddag om vier uur mee kan
vertrekken naar Ile Ste Marie.
Later blijkt dat bericht onjuist of zijn de plannen gewijzigd want het vertrek wordt uitgesteld tot morgenvroeg zes uur.
De rest van de dag de zon mijden en afwachten.
Waar blijft dat regenseizoen eigenlijk?
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
11/1/2007 - Woensdag en donderdag, 3 en 4 januari 2007.
Om vier uur uit de veren voor een vroege boot, terug naar Ivongo.
Vandaar willen we naar Mananara (100 km) om dan te voet door te trekken naar Maroantsetra. Het is echter onduidelijk of we wel vervoer zullen vinden tot Mananara en zijn mentaal voorbereid om ook dat stuk te voet af te leggen.
Er moeten ongeveer zes brede rivieren overgestoken worden, waarvan al onmiddellijk één in Ivongo. Bij iedere oversteek ligt een ponton waar twee tot vier wagens mee kunnen overgezet worden.
Ponton 1 brengt ons al geluk want er komt een camion opgereden waar we achterin mogen meerijden.
We zitten nu op de RN5. Route Nationale 5.
Stel je er eigenlijk maar niets van voor, want het is niets meer dan een zanderige veldweg zoals je er bij ons nog zelden een vindt.
Bij elke overzet zijn er stalletjes waar we kunnen bijkomen en bijtanken. Vis, rivierkreeft, koffie, thee, soorten beignets, maar vooral fruit zoals lychees, bananen en overheerlijke, sappige en zoete ananas.
Waar onze camion zijn reis stopt, kunnen we overstappen op een soort taxi-brousse (oude Peugeot 404 met overdekte bak).
De eerste tien km. hang ik er met nog twee andere personen gewoon van achter aan. Een marteling voor de vinger- en armspieren. Vanaf de overstap op deze Peugeot is onze lijdensweg begonnen.
De eerstvolgende overzet kost twee uur wachttijd. De motor waarmee hij normaal wordt aangedreven is kapot en de ponton moet nu met mankracht (met stokken) voortgeduwd worden. Gewoon onvoorstelbaar.
Bovendien wordt de weg alsmaar slechter. Diepe putten, kloven, rotsen, door kleinere rivierbeddingen.....De chauffeur vertelde me dat we rond 20 uur zouden kunnen aankomen in Mananara, maar ik geloof er al lang niets meer van.
In de bak van de Peugeot zijn geen zitbanken. Er is enkel de vloerplaat met in het midden een losliggend reservewiel. Het is krampachtig vastgrijpen wat je op het moment best uitkomt om enigszins stabiel (?) te blijven. En de laatste 50 km. zijn we nog met z'n twee. We zijn ook al lang K.O. geslagen. Alles doet pijn.
Onder een volle maan is het nooit helemaal donker geworden en wij hebben geen benul van uur of tijd. Tot we dan bij de laatste ponton komen. Ah! Eindelijk, nu kunnen we weer even op onze positieven komen. Maar de teleurstelling is groot. Deze ligt stil, steekt niet meer over. Nogal logisch, want het is inmiddels 1u30 geworden. Er zit niets anders op dan wat te proberen slapen in onze bak en dat kost mij niet te minste moeite. Wij hebben ons muskietennet geïnstalleerd en blijven redelijk beschermd tegen muggen en andere insecten.
Om vijf uur kunnen we terug verder om tegen negen uur aan te komen in Mananara. Onze chauffeur zat er maar één uurtje naast......plus de nacht.
We proberen ons wakker te houden, maar hebben alletwee nood aan enkele uren slaap. Zee- of wagenziekte (reisziekte) zijn mij onbekend, maar nu loop ik er stomdronken bij. Net of ik pas ben bevrijd uit een draaiende betonmolen. Nog nooit zoiets meegemaakt.
100 km Route Nationale 5.
's Avonds gaan we nog op zoek naar de aye-aye, een bedreigde lemuur en eigenaardig diertje dat 's nachts actief wordt. Maar het wordt een maat voor niets. Een lange tropische regenbui houdt de dieren binnen en stuurt ons druipnat terug naar ons onverlicht hotel. Mananara, een redelijke stad met 32.000 inwoners zit al de ganse dag en volgende nacht zonder electriciteit. Moet kunnen.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
11/1/2007 - Dinsdag, 2 januari 2007.
Ook deze morgen geen mogelijkheid om te vertrekken. Madagascar is echt niet het eenvoudigste land om te reizen en zeker niet om reizen te plannen. Niets loopt zoals je het zou willen.
In de namiddag wordt de zee iets kalmer en samen met Bert, de Nederlander, krijg ik de kans om een namiddagje te gaan vissen. Een Franse sportvisser is enkel om die reden tot hier gekomen en in het bootje van Albert, en met zwaar materieel, kiezen we het ruime sop. Ik begrijp nu waarom er geen boten uitvaren vandaag.
Maar ondanks de slechte omstandigheden, vangen we vier mooie vissen van rond de zeven kilo elk. Bonito, noemen ze die maar ik ken er niets van. Ze hebben wat weg van tonijn, een stevige vis die vecht voor zijn leven. Bert en ik vangen er elk een, de Franse prof twee. Zal wel met het materiaal te maken hebben zeker.
Na twee uur, drijfnat en goed dooreengeschud gaan we terug aan wal. Interessant.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
11/1/2007 - Maandag, 1 januari 2007.
Ook een zeer gelukkig en voorspoedig nieuw jaar aan iedereen op het thuisfront. Ook dank voor de ontvangen wensen.
Wij willen nu graag vertrekken, maar een ruwe zee laat dit niet toe en houdt alle boten aan wal.
Afwachten.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
11/1/2007 - Zaterdag en zondag, 30 en 31 december 2006.
Mijn rugzak herschikken (ik ga hier het grootste deel achterlaten) kost mij liters zweet. De frisse douche van deze morgen is al lang verdampt. Mensen, wat is dat hier toch lastig, die vochtige hitte.
Na twee uur overzetboot (een langzame) nemen we onze intrek bij Albert, uitbater van een goedkoop en eenvoudig bungalowparkje. Nog twee Nederlanders komen ons gezelschap aanvullen.
Ile Ste Marie is een klein eilandje (+\- 60 km. lang, max. 5 km breed) aan de oostkust van Madagascar. Het is een toeristische trekpleister en lijkt mij een goede optie om rustig de overgang naar het nieuwe jaar te maken.
Belangrijkste activiteiten: snorkelen boven koraalrif en tussen mooie vissen, fietsen met Daniel de Fransman op mountain-bikes die halverwege het traject de geest geven (ik zak door de zadelstang, Daniels versnelling blokkeert), lange wandeling naar klein eilandje in het zuiden (Ile aux Nattes of Nosy Nato, een mini-paradijs), zwemmen, nietsdoen, dus de toerist uithangen. En samen wat praten waarbij ik als tolk mag optreden, want Nederlanders en Frans is een onmogelijke combinatie. En na een tijdje aan die mensen duidelijk maken dat Freek nu op reis is en niet optreedt.
Op oudejaarsavond heeft Albert alle mensen van het dorpje uitgenodigd, de beste manier om een feestje te bouwen. En feest vieren, dansen en drinken moet je deze mensen niet leren. Rum arrangé en bier vloeien rijkelijk en de danspartij loopt uit tot vier uur in de morgen. Tegen dan zijn er al redelijk wat mensen stomdronken afgevoerd.
De zondagmorgen heb ik de gelegenheid de zondagsmis bij te wonen in een klein kerkje. Het enige moment waarop ik het in Madagascar koud krijg. Mensen zitten samen alsof ze thuis zijn, zingen en dansen samen alsof hun leven er van afhangt. Ik ervaar dit als een hoogtepunt van mijn reis. Prachtig is dit.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
11/1/2007 - Vrijdag, 29 december 2006
Taxi Brousse is als de loterij.
Ik moet een keuze maken uit één van de maatschappijen en dan uit één van de busjes. Totaal verkeerde keuze natuurlijk. Mijn busje raakt niet gevuld tot er eindelijk een familie opdaagt. Zij lijken wel te verhuizen. Er moet o.a. een volledig salon mee waardoor de reeds gestapelde bagage volledig moet herschikt worden.
Op dat moment dat ik mij al lang overgegeven aan het noodlot. Ben aangekomen om zes uur en heb er al vier uur wachttijd opzitten. Na goed één kilometer schijnt de chauffeur een probleem te ondervinden met de versnellingsbak en er wordt een ander busje opgeroepen. Weer een uur verlies. Hopeloos!
Na een rit van vier uur en ontelbare wegcontroles, komen we eindelijk aan in Soanierana-Ivongo, waar ik morgen de overzet neem naar Ile Ste Marie.
In Ivongo maak ik kennis met een sympathieke, eenarmige Fransman die mij de volgende weken gezelschap gaat houden.
Nà Ile Ste Marie trekken we samen te voet van Mananara naar Maroantsetra, een 120 km. lange tocht, verder richting noorden. Afhankelijk van de omstandigheden zullen we drie à vier dagen nodig hebben. 's Morgens is het hier meestal heet en zonnig met in de namiddag ongenadige regenbuien. Die laatste moeten we zien te vermijden.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Donderdag, 28 december 2006.
Gisteren goed aangekomen in Tamatave waar enkele straten blank
staan. Maar inmiddels schijnt de zon en is het weer
snikheet.
Mijn eerste zorg is mij eens goed te kunnen wassen. Dat is al
twee of drie dagen geleden en ik ruik mezelf van op grote
afstand. Mijn wandelschoenen hebben er nog meer last van en zijn
volledig doorweekt. Hier moet dringend iets aan gedaan worden.
Ik zoek een beetje mijn weg in deze havenstad en zoek een internetcafé
op. Het resultaat van mijn noeste arbeid kan je vanaf nu lezen.
De stad krioelt van Europeanen (lees Fransen) met gezelschapsdame (lees
Malgash prostituee). Eigenlijk is het een fenomeen dat ik overal
gezien heb, maar hier is het toch wel zeer uitgesproken.
Morgen trek ik verder naar boven, richting Ile Ste Marie.terwijl ik
vrees dat mijn verslaggeving er weer zal onder te lijden hebben.
Ik kom dan later ook terug op mijn vanille probleem, waarop inmiddels
toch al een paar antwoorden gekomen zijn.
Zo te zien kan het een interessant handeltje worden. Gelieve je
bestellingen per kerende door te geven (met een minimum van 500 gram).
tot later
|
|
Comments (4) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Woensdag, 27 december 2006.
We nemen vroeg in de morgen afscheid en ik trek weer verder, eerst naar
Moramanga. Met 18 in de open laadbak van een peugeot 504 of 404
uit de jaren....
Vandaar naar Tamatave (in Malgash Toamasina) aan de Indische Oceaan.
Dan zie ik wel.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Dinsdag, 26 december 2006
Om 5u30 zit ik weeral in het station te wachten op taxi-brousse die om
acht uur vertrekt omdat er pas dan voldoende passagiers zijn.
Naast mij zit een jonge man die eerst een gesprekje aanknoopt, mij
daarna een gouden (?) ring wil aansmeren en daarna een gsm. Als
ik op niets wil ingaan, wordt hij een beetje intiem. Je moet me
10.000 Ariary geven, zegt hij. Als ik vraag waarom, zegt hij dat
hij problemen heeft. Iedereen heeft hier problemen, antwoord
ik Ja, dat klopt, maar ik moet hem
geld geven. Omdat hij zo beleefd is geef ik hem niets. In
het week-end is hij DJ en in de week doet hij niets; Hij vond dat
dat al meer dan genoeg was. Vind ik eigenlijk ook.
Het park Mantadia ligt twintig km. van park Andasibe. We zouden
een privé-voertuig (4x4) moeten huren en de gids zijn verplaatsing
betalen, waar we helemaal geen zin in hebben. Niemand die ons dat
uitgelegd heeft.
In het park zelf zijn geen gidsen, dus ze moeten van hier gehuurd
worden. We stellen voor dat hij dan gewoon met ons meestapt, maar
dat ziet hij niet zitten. Ook per fiets is te lastig.
Terug naar het dorp waar een jonge gast ons uit de nood komt
helpen. Ons gidsen, een fiets verhuren..... Bij de vraag of
hij gids is, zegt hij ja. Erkend gids? Ja, eigenlijk nog
niet, maar hij heeft zo een embleem van het park op zijn jas en dat is
ook goed. Hij wil op alle mogelijke manieren onze tiketten in
handen krijgen, maar we betrouwen hem van geen haar. Uiteindelijk
sturen we hem wandelen.
En inmiddels is het al zo laat geworden dat een bezoek aan dat park mag vergeten worden.
We vertrekken dan maar voor een tien kilometer lange wandeling naar een prive-park dat ons een goed alternatief lijkt.
Wat het ook is, met de bamboo lemur, wit-zwarte exemplaren waarvan ik
de juiste naam niet ken en vooral de Sifaka die hier allen in halve
vrijheid leven, dwz men heeft ze op een eiland gezet, en aangezien het
geen echte waterliefhebbers zijn, blijven ze waar ze zijn.
Uiteindelijk een zeer natte maar succesvolle dag.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Maandag, 25 december 2006.
Zalige kerst iedereen. Hier is niet veel van feestdag te merken,
het is alleen wat rustiger in de straten. Ik sta om zes uur aan
het taxi-brousse station waar nog enkele pousse-pousse jongens
liggen te slapen in hun vehikel. Een slecht geklede vrouw met
kindje en een meisje van onbepaalde leeftijd lopen bedelend heen en
weer. De kerstkalkoen is hier overgevlogen en de zorgen van alle
dag zijn gebleven.
Marie is uit Diego in het uiterste noorden gevlucht na de aankondiging van een naderende cycloon.
Helemaal is ze er niet vanaf geraakt, want wij krijgen er een beetje
van in de vorm van wind en veel regen. Het houdt ons echter niet
tegen om naar Andasibe (30 km) te trekken naar het gelijknamige
park. De indri opzoeken, een wit-zwart gevlekte lemur en de
grootste onder de lemuren.
We kopen een ticket voor twee dagen zodat we morgen ook Mantadia-park binnenkunnen.
De gids wijst ons op een gekko, een kameleon-achtig diertje dat ik pas
na enkele minuten en op een afstand van nauwelijks een halve meter, kan
onderscheiden van de tak waarop hij/zij zit.
Wonderbaarlijk. Na enkele uren vinden we een indri-familie.
Eigenlijk is het indri-indri.
We hadden hun luide, sirene-achtige geschreeuw al lang gehoord,
maar ze bevonden zich kilometers verder. Een prachtig dier dat de
koude en regen doet vergeten.
Mijn probleem is het niet, maar Marie wordt constant belaagd door
bloedzuigers die haar ontblote onderbenen bespringen. De gids
heeft handenvol werk om ze deskundig te verwijderen.
Tegen 's avonds ben ik, ondanks regenkledij, door en door nat en
verkleumd, en zie mij verplicht om terug te keren naar mijn
hotel. Marie blijft in Andasibe.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Zaterdag en zondag, 23 en 24 december 2006.
Ik pak mijn rugzak, poets mijn tanden (omgekeerd), neem een overdadig
stortbad (ik moet zelf de kuip over mij uitkappen) en ben klaar om met
een prauw terug naar Tuléar te varen. Ik heb dus noodgedwongen
mijn plannen moeten omgooien, en probeer nu deze kust naar het noorden
te volgen tot Morondava.
Tot Tuléar is dus geen probleem. Er wordt gewacht tot 11
uur wanneer de wind begint op te steken. We varen maximaal
ongeveer zeven km. uit de kust op een matig rustige zee. Er zijn
nog drie eilanders bij waarvan een meisje van ongeveer 16 jaar het
laatste uur "de ziekte" krijgt en het hoofd overboord moet houden.
Bij aankomst, en dat is bij laagtij, moet ik nog zeker vijfhonderd
meter naar het strand waden, het water op kniehoogte. Ik haast
mij naar het taxi-brousse station, want ik heb helemaal geen zin om in
deze vervelende stad nog eens te overnachten.
Er vertrekt binnen het half uur een taxi-brousse naar Tana, en via een
overstap in Antsirabe kan ik vandaar rechtstreeks naar Morondava.
In Antsirabe weet men mij te vertellen dat de weg naar Morondava
is weggezakt en het zal wel enkele dagen duren vooraleer......... Ik
kan dus al mijn plannen voor de westkust opbergen en er zit niets
anders op dan naar Tana te gaan en een oplossing te zoeken.
Het vervelende is dat ik op een busje naar Tana zat, maar dat is nu al lang weg natuurlijk.
Ik moet te voet naar een ander station en hopen op een korte
wachttijd. Ik heb geluk want ik word opgepikt door een
taxi-brousse die klanten voor Tana aan het recruteren is.
Het busje rijdt nog een uurtje rond op zoek naar nog meer en vliegt
daarna naar Antananarivo. Die chauffeur is gek. Ik heb nu
tijd om een nieuwe weg uit te stippelen en neem het besluit om via de
oostkust noordwaarts te trekken.
Bij aankomst in Tana moet ik naar een andere gare. De Gare du Sud
waar ik nu ben is een ware heksenketel waar bijna letterlijk gevochten
wordt om een klant in te palmen.
Eerst na veel getrek en daarna na veel gepingel waarbij de prijs van
duizelingwekkend hoog tot abnormaal laag duikt, wip ik in een 2-pk'tje
waar ik al bijna onmiddellijk doorzak. De chauffeur stopt bij het
eerste benzinestation en tankt bij: welgeteld 1,31 liter.
Deze plas benzine zal hij wel op de terugweg verbruiken, want het gaat
nu meestal bergaf met de motor op af.
Ik kan bijna onmiddellijk naar Moramanga waar ik om 17 uur aankom.
Daarmee was ik dertig uur ononderbroken onderweg en heb het overleefd
op één sterke koffie en één hardgekookt (kalkoen)ei.
Het is dit jaar meer één keer kerstavond en ik trakteer bij de Chinees op zoet-zure eend. Dank u wel.
Ik ontmoet er een vrouw die zich ook komt laten verwennen. Marie,
53, Française en onderwijzeres die haar laatste jaren uitdoet op
Mayotte, een eilandje en Frans grondgebied op de Comoren. We
spreken af voor morgen.
In mijn hotel is er geen water, amper electriciteit. Op een
tafeltje liggen twee bijbels, één in Malgash, een andere drietalig
Frans-Engels-Duits. Als ik het nu nog niet ga begrijpen!
Ernaast ligt een pakje ballonnen. Even de gebruiksaanwijzing
lezen. Verdorie, dat zijn geen ballonnen, het zijn
condooms. Eens kijken wat de bijbel ervan zegt.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Vrijdag, 22 december 2006.
De twee Amerikanen hebben een dagje uit geboekt naar een nationaal park in de buurt en ik sluit mij aan.
Met 4x4 door de duinen komen we na twee uur, en via Beheloka in het
park aan. Zo heb ik meteen ook Beheloka gezien. Twee dure
hotels en verder niets. Goed om weten.
Vanaf hier loopt de zandweg verder tot Fort Dauphin, maar deze is
absoluut onbruikbaar deze tijd van het jaar. Geen enkel voertuig
waagt zich nog in het binnenland. Idem vanuit Itampolo.
Deze piste kan ik dus vergeten.
Het park zelf staat vol speciale begroeiing, geneeskundige planten en
bomen, met als blikvanger een 3.000 jaar oude baobab met een omtrek van
twaalf meter.
Nog een grot met kristalhelder water waar kleine, witte, blinde visjes
in zwemmen. Zoiets vangen is geen kunst natuurlijk, dus ik schep
er een op en bij nader toezien zijn het net mini (5cm) albino
dolfijntjes.
In het algemeen is de natuur er prachtig, maar het is er ook snikheet,
wat het zaakje redelijk vermoeiend maakt. Een prachtige kameleon
en een kleurrijke, grote sprinkhaan die we beiden op de terugweg
verrassen (of zij ons) zijn de kers op de taart.
's Avonds zit ik op mijn terrasje oneindig lang de tientallen kleine
hagedisjes te bestuderen en de manier waarop ze insecten en motten
vangen die voor hun laatste keer werden aangetrokken door mijn
buitenverlichting.
En ik heb een oplossing voor morgen.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Donderdag, 21 december 2006.
Het strand is heet en wit, de zee schitterend en de omgeving een en al
rust. Veel toeristen zijn er dus niet en de zee is niet echt mijn
ding. Ik houd het voor bekeken maar geraak niet meer weg.
Ik wil gewoon verder naar het zuiden de kust volgen. Er is nog
Beheloka en verder Itampolo vanwaar ik dan door het binnenland Fort
Dauphin aan de Indische Oceaan wil bereiken.
Een Fransman die in Itampolo een hotel runt gaat het oplossen, maar
samen met zijn kompaan die het zaakje leidt waar ik nu verblijf, hangt
van 's morgens zes tot na zonsondergang aan de bar ladderzat te
worden. Mijn andere zatte gastvrouw nog in het achterhoofd vraag
ik mij af wat er scheelt aan die Europese gelukzoekers die hier het
"paradijs" hebben gevonden (als je hen bezighoort!).
Ik wandel door de duinen, langs het strand, naar het dorpje, en terug,
en opnieuw. Ik ontmoet een man in het dorp die mij uitnodigt om
bij hem thuis te komen avondmalen, tegen betaling welteverstaan.
De prijs, de locatie en het menu, doen mij geen seconde
twijfelen. En dus eet ik, net voor de zon ondergaat, langouste à
volonté. Gekookt en gegrild. Voor herhaling vatbaar.
Nadien is het een klein uurtje terug naar mijn slaapplaats, maar in het
pikdonker, langs de waterlijn en onder een overweldigende sterrenhemel
met flarden melkweg, is dat niet echt onoverkomenlijk. Het is
enkel uitkijken voor zwarten die plots uit het niets voor je
opdoemen. In deze omstandigheden zie je ze nooit aankomen.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Woensdag, 20 december 2006.
De man waarmee ik gisteren een uitstapje heb gemaakt, brengt mij vandaag, om zes uur 's morgens, naar Anakao, 22 km zuidwaarts.
Met de prauw, waarop nu een zeil is gespannen. Een prauw ziet er
als volgt uit: deze is +/- vier meter lang, bovenkant op z'n
breedst 50 cm voor en achter uitlopend op nul, 60 cm diep en de bodem
is nog 10 cm breed. Er is een vierkant kader van dunne stammen
opgebonden met aan één kant een stuk hout in de vorm van een kleine
prauw (maar niet uitgehold) dat mee in het water drijft en voor
stabiliteit zorgt. En natuurlijk een mast met het nodige touwwerk
om "in de wind" te blijven. Eigenlijk een primitieve versie van
de catamaran. Dit zijn de bootjes waarmee ze kilometers of mijlen ver
op zee gaan vissen.
Ongeveer twee uur gaat onze tocht duren. Maar het worden er vijf
wegens geen wind. Het zeil blijft er lusteloos bijhangen en 80%
is peddelwerk. Voor de overeengekomen prijs van 5.000 Ariary of
ong. twee euro scheurt hij nu misschien wel zijn reeds gescheurde
broek. Ik wil hem graag aan werk helpen voor het vervolg van mijn
trip, maar nu vraagt hij ineens het tienvoudige, en "cadeau"
bovenop. Ik bedank en zoek onderkomen.
Anakao is weer een klein vissersdorpje aan het Kanaal v. Mozambique
(tussen Mada en Afrika), maar zeer toeristisch. Geen
wonder. De stranden zijn onmetelijk lang, het water kleurt groen
en blauw en in de achterliggende duinen loop je gewoon verloren.
Bungalowtjes staan op twintig meter van het water en de eeuwige zon
doet de rest. Het is hier dan ook peperduur, factor 4 ivg met bvb
Ste-Augustin.
Deze tijd van het jaar zijn er bijna geen toeristen. Ik maak wel
kennis met een Amerikaanse moeder en dochter en onze gesprekken
doen de tijd snel voorbij gaan.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Dinsdag, 19 december 2006.
In dit niemandsland is weinig te doen en ik laat mij in een prauw
meedrijven naar een "piscine naturelle" zoals ze dat hier noemen.
Het is een uurtje peddelen op een riviertje waarvan het water, naarmate
we meer landinwaarts varen, alsmaar helderder wordt. De rivier wordt
hier breder en dieper en we nemen een frisse duik. Ik word
namelijk begeleid door een man uit het dorp en zijn twee zoontjes van
respectievelijk 11 en 12 jaar. Zij dringen aan op een partijtje
"championnat" dat ik keer op keer glansrijk verlies.
In de late namiddag, wanneer de temperatuur wat milder is, maak ik
lange wandelingen langs het strand en het dorpje. Het
sleutelwoord uit de mannenmonden is "cigarette" en vrouwen en kinderen
zijn enkel vertrouwd met (=uit op) "cadeau!" (gebiedende
wijze). Verder reikt hun kennis niet.
De moedertaal is Malgash. Frans is de tweede taal en wordt
gedurende vijf jaar à rato van zes uur per week onderwezen aan kinderen
die het basisonderwijs volgen, plus nog vier jaar die wij middelbaar
zouden noemen. Maar, zoals ik reeds vroeger kon horen en nu
bevestigd krijg, is het onderwijssysteem een ramp.
Onderwijspersoneel krijgt klassen voorgeschoteld van tussen de vijftig
en honderd kinderen! Zij moeten werken met omzeggens geen
programma's, moeten improviseren en worden slecht betaald, dwz 20 euro
per maand. En dikwijls nog niet betaald. In dit dorpje is
een school waar 600 kinderen les volgen...... als de onderwijzer
opdaagt. Meestal "brost" hij enkele halve of volledige dagen per
week om te gaan vissen, kwestie van in zijn levensonderhoud te kunnen
voorzien. Het niveau is dus beneden alle peil en op het
platteland houdt men het meestal voor bekeken wanneer de kinderen 10 à
12 jaar zijn. Dan is het tijd om mee te werken.
En "cadeau" wordt de standaard.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Maandag, 18 december 2006.
Ik mag de verloren interneturen van gisteren gratis hergebruiken en na
een vroeg ontbijt, zit ik om acht uur terug zwetend achter een
computer. Mensen, wat is het hier heet. Nee, dit is geen
leedvermaak met achtergebleven Belgen, want er is niemand in België die
zich zo in het zweet zit te werken als ik nu.
Ik moet nog wel een half uurtje wachten, want er is weer wat mis met de
electriciteitsvoorziening. En dan na nog eens anderhalf uur hoor
ik weer de fluitende toon van gisteren waarvan ik nu wel de betekenis
ken. Maar dan is het al te laat. Weer alles kwijt. Je
mag je er echt niet druk over maken. Wat gebeurt, gebeurt.
Een zakenman ziet het wel even anders maar het haalt niets uit.
Ik reken dan maar af met mijn ongelukkige gastvrouw en trek naar de
gare taxi-brousse. Gisteren heb ik al een plaats gereserveerd en
werd verzocht één uur voor vertrek ter plaatse te
zijn. Naiëf als ik ben, moet ik nu in totaal weer drie uur zitten
wachten.
Nu op een camion-brousse. Een camion die is omgebouwd tot wat je
nu een bus zou kunnen noemen. De zijkanten zijn opengemaakt en er
zijn langs beide kanten banken gelast.
Je zit ze bij ons wel al eens voorbijrijden, die camions bestemd voor
het vervoer van levende varkens. Wel, dat is
het. Hier zijn zitplaatsen voor 60 varkens.
Eerst wordt de bagage van de passagiers op het dak gestapeld. Dan
worden zakken met rijst, meel, maniok en andere niet te definiëren
waren onder de zetels geschoven. Daarna wordt de middengang
volgestouwd en uiteindelijk is er naamafroeping en mogen we één voor
één instappen langs de (enige) achterdeur.
Ik klauter naar een nog vrije plaats (het zijn banken voor twee maar
moeten door drie mensen gedeeld worden) en schuif naast een oude man
die aan het venster zit. Dit wordt een regelrechte ramp want de
afstand tussen twee banken is veel te kort, en mijn voeten onder de
bank voor ons schuiven kan niet want daar liggen die zakken. Nog
voor we vertrekken doet alles pijn. Mijn rug zit gedraaid, mijn
benen in alle richtingen. Het meisje links van mij gebruikt mijn
dijbeen om er een draagtas en haar hoofddeksel kwijt te raken.
Over een zandweg door de duinen volgen we de kustlijn met bestemming
Ste-Augustin, slechts 35 km. onder Tuléar. Voorbij een
politiecontrolepost wordt halt gehouden en een groot aantal mensen
stapt uit. En het laden van zakken rijst herbegint. In de
middengang wordt gestapeld tot er nog slechts anderhalve meter ruimte
overblijft tot het plafond. Wij zitten allemaal "gecoinceerd". En
de mensen die eruit moesten, mogen nu op handen en knieën terug hun
plaats opzoeken in dezelfde middengan. Dit is echt onwaarschijnlijk, en
het is nog onwaarschijnlijker dat er niemand klaagt. ik heb dit
nog nooit gezien, maar het zal wel gebruikelijk zijn.
Halverwege het traject moet zowat drievierde van de passagiers
uitstappen, want we staan voor een strook bergop waar deze "surcharge"
te veel aan is. Ik laat mij opgelucht en zeer gedwee
buitendrijven, blij dat ik mijn dwangbuis mag verlaten. Na 500
meter spieren loswerken laat ik iedereen voorgaan en plak mij gewoon
tegen de achterste wand. Hier kan ik blijven rechtstaan en heb ik
wat meer ruimte.
Ste-Augustin, een piepklein dorpje ligt aan een grote baai en wordt
omringd door witte kliffen. Een niemandsland waar lekker kan uitgerust
worden bij Longo Mamy, een Frans echtpaar.
De paar bungalowtjes van Longo Mamy liggen vlak aan de baai. Er
is af en toe electriciteit (niet vandaag) en met water uit een put moet
zeer zuinig worden omgesprongen.
En nu kom ik ook te weten wat de reden is van de regelmatige
stroomuitval. Tuléar, en het zuiden in het algemeen, heeft
"verkeerd gestemd" en dat wordt nu afgestraft. De installaties
stammen nog uit de Franse koloniale tijd, zijn slecht onderhouden, maar
het noorden krijgt prioriteit.
De keuken is echter prima met vanavond "salade de crevettes" en daarna een geweldige "crabe".
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Zondag 17 december 2006.
Ik houd het op rusten en wat kleren wassen.
Mijn gastvrouw runt hier een klein hotelletje en doet niets dan zagen
over hoe duur alles wel is, over de bevolking, haar vriend-partner, het
personeel kleineren, roken en drinken.
Tegen 's avonds loopt ze halfdronken rond en nog steeds in een soort
grote handdoek waarin ze zich 's morgens gewikkeld heeft. Een
ongezellig mens van 61 dat liever (en beter) met pensioen zou gaan maar
niet kan, want met niets in orde.
Ik vind een internetcafé, maar na anderhalf uur valt de electriciteit
uit. Dit probleem blijft zich de verdere namiddag herhalen.
's Avonds is er diner bij kaarslicht.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
28/12/2006 - Zaterdag, 16 december 2006.
Ik neem afscheid van Momo, zijn twee halftamme ringstaartlemuren, de
Bergense moeder en dochter en ga hoopvol zitten wachten langs de kant
van de weg. Er moest maar eens een taxi-brousse
voorbijkomen. Wat na twee uur nog altijd niet het geval is.
Enkele taxi-chauffeurs hebben de prijs voor een rit naar Ilakaka (25
km) al laten zakken van 20.000 naar 10.000 Ar. Deze aanvaardbare
prijs en het eeuwige wachten onder een zinderende zon, doen mij niet
langer twijfelen. Ik betaal en stap in.
Een half uurtje later doemt Ilakaka op. Het ligt in the middle of
nowhere en het is er brandend heet. Zo een beetje als Las Vegas
in Dead Valley, maar verder gaat de vergelijking natuurlijk niet
meer op.
Ilakaka was slechts een nederzetting, tot er een tiental jaar geleden
saffier werd gevonden. Nu is het een stadje van ongeveer 10.000
inwoners waar avonturiers en prostituees elkaar voor de voeten lopen.
Ik heb niet goed geslapen, ben wat verkouden, heb al uren in de zon
gezeten en ook hier zal ik weer uren moeten wachten. Ik heb een
begin van hoofdpijn en trek mij terug in het verkoophokje van de
taxi-brousse.
La gare des routières heeft meer van een stort met errond een
verzameling van krotten die restaurantjes, verkooppunten van bustickets
en woningen moeten voorstellen. Het is er verschrikkelijk heet en
vies. Op het plein zelf is het een komen en gaan van voertuigen, te
klasseren in de categorie oldtimer of zéér, zéér oud. Ook
allemaal zeer versleten tot rijp voor de schroothoop.
Na enkele uren is er eentje dat mij meeneemt voor de resterende 200 km.
naar Tuléar. Ik krijg een ongemakkelijk zitje tussen de chauffeur
en een andere passagier. Een cassettespeler produceert Afrikaanse
rommel, volume op maximum, en achter mij zit een ambetant jong de
hele tijd onbedaarlijk te janken. Af en tot wordt er halt
gehouden, meestal voor weeral politiecontroles, maar ik krijg geen kans
om eens uit te stappen. Mijn zitspieren beginnen stilaan te
begeven, een lijdensweg.
Alle ongemakken verdwijnen echter als sneeuw voor de zon, wanneer er
uiteindelijk toch een korte plaspauze wordt gevraagd. Achterin
zit een jonge vader die ik nog niet had opgemerkt. Hij heeft zijn
zoontje op de arm en de man is duidelijk overmand door verdriet.
Het jongetje waarvan ik de leeftijd schat tussen vijf en tien jaar
(nauwkeuriger lukt mij niet) vertoont alle symptomen van
ondervoeding. Het is op sterven na dood. Grote matte ogen,
tong uit de mond, uitgemergeld. Het wordt telkens stil waar de
vader langskomt en mensen buigen ootmoedig het hoofd.
Bij aankomst in Tuléar wordt hij onmiddellijk naar een taxi geleid en verdwijnt. Dit grijpt je naar de keel.
Ikzelf ben te moe en te lusteloos om met mijn rugzak ver te lopen en
kom een prijs overeen met een pousse-pousse. Onderweg begint de
man te zeuren dat het toch wel ver is en heet en nog veel vieren en
vijven, en de prijs verandert van Fmg in Ariary (= x5).
Aan het hotel stel ik hem voor de keuze: de afgesproken prijs of
niets. Het duurt nog even, maar hij gebruikt uiteindelijk zijn
beetje verstand.
|
|
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link
|
|
About Me
Friends
|