Bijverdienen? Zinngeld (tip!)
Surfrace (tip!)
MoneyMiljonair Euroclix
Gratis Korting
Zorgpremie goedkoper?

Madagascar0607

28/12/2006 - Vrijdag, 15 december 2006.

De zeer grote tuin van Momo staat vol bomen waarop heerlijk geurende bloemen allerlei insecten aantrekken.  Tijdens een vroege ochtendwandeling ontdek ik een viertal kameleons die zich tussen de bloemen schuilhouden en wachten op prooi.  Voor alle duidelijkheid, het waren vier verschillende.
Verplicht begeleid door een jonge gids trekken we Isalo in.  Isalo is een 81.000 hectaren groot park van geërodeerde zandsteen.  De grillig gevormde rotsen geven het landschap een onwezenlijke aanblik, terwijl de talrijke canyons vochtig gehouden worden door klaterende watervallen.  De plantengroei is er overvloedig.
Behalve een enorme wandelende tak (20 cm lang, een pink dik), de onvermijdelijke en alomtegenwoordige vliegen, muggen en sprinkhanen is er verder geen levend wezen te bespeuren.
Alles en iedereen lijkt siësta te houden om te ontsnappen aan de drukkende hitte.  Dit is een heet, vochtig land.  Ik zou bijna durven stellen dat "sauna" het verkleinwoord is van Madagascar.  Droog of vochtig, maar altijd heet.
Ook mijn jonge gids was blijkbaar liever thuis gebleven.  Om de haverklap gaat hij rusten, wat mij absoluut niet bevalt.  En zijn bijdrage is zeer minimaal. 
Terug bij Momo kan ik ht niet laten uitgebreid mijn beklag te doen.  De jongeman zit erbij en doet alsof het hem niet betreft, in ieder geval is het aan hem niet besteed.  Een hopeloos geval als je 't mij vraagt.  Hij draagt er wel onmiddellijk de gevolgen van, want ik raad hem af aan twee vrouwen die morgen hetzelfde willen doen.  Momo kan een andere gids gaan zoeken.
De twee dames komen uit Mons (Bergen), de dochter die hier in Mada werkt, en de moeder die haar komt bezoeken.  Na enkele uren gezellig praten en eten is België terug herenigd.
En hebben wij ook een andere kijk op Madagascar en zijn politiek. 
Een journaliste is ons gezelschap komen houden.  Zij blijft enige tijd uit de actualiteit, zelfs voor enkele maanden ondergedoken na kritiek aan het adres van de president en het weigeren van een opdracht van een of ander ministerie.
Wat zij vertelt slaat ons met verstomming.  Ik heb al verteld dat hier enkele weken geleden (6/12) verkiezingen zijn gehouden en ik slechts één man, de huidige president Ravalomanana, campagne heb zien voeren.  Er waren nog 13 andere kandidaten, waarvan twee of drie ernstige, die door de president, tot enkele dagen voor de verkiezingen, monddood werden gemaakt.  Op welke manier werd ons echter niet zo duidelijk gemaakt.
De president heeft een melkimperium en alle handel in dit product en aanverwante moet langs zijn bedrijf passeren. Idem wat cement betreft.   Wie wil bouwen, passeert langs zijn kassa.
In de hoofdstad Antananarivo moesten op een bepaald moment alle taxi's in het geel gespoten worden.  Verplicht bij zijn bedrijf (niet de melkfabriek natuurlijk).  Wie geen "passende" factuur kon voorleggen werd beboet en/of opgesloten.  De gevangenissen schijnen hier trouwens barstensvol te zitten (maar is dat bij ons ook niet?).
In het zuiden, aan de Oostkust bij Fort Dauphin, mogen Canadese bedrijven starten met de ontginning van cilicium, ten koste van veel natuur en in ruil voor veel aandelen: voor de president.
Er zouden in Mada proefboringen gedaan zijn naar olie, met gunstig resultaat maar tegen de zin van de president.  Hij wil van Mada geen tweede Koeweit maken (geen inmenging) en de bevolking moet het zo maar zien te rooien.
Eén euro is ongeveer 13.000 Fmg.  Een schip, geladen met voor de president of een van zijn bedrijven bestemde goederen loopt de haven binnen.  Hij slaagt erin om de dedouanering te laten gebeuren aan een (voor enkele uren) gedevalueerde Fmg die tov de euro nog slechts 7.000 waard was.
Even onthutsend was het verhaal dat hij naar de zetel van Coca Cola (Atlanta-USA) zou zijn gevlogen om aandelen op te eisen in ruil voor de verdere verkoop van hun dranken in Mada.  Zou op een sisser zijn uitgelopen, they are not stupid.
Hij zou een privé-leger op de been gebracht hebben, dat alle mogelijke tegenstanders of "gevaarlijke" intellectuelen moet opsporen en uitschakelen.
Hij zou meer belang hechten aan het, via zijn bedrijven, importeren en verkopen van goederen en grondstoffen, dan ze in eigen land voort te brengen.  Denk nog maar aan het basisproduct rijst dat nog niet zolang geleden kon geëxporteerd worden, en nu "via" wordt ingevoerd.

Als al die "zou's" kloppen, dan loop ik nu inderdaad rond in een dictatuur die niet veel goeds voorspelt.  Kritiek op het Westen dient natuurlijk tot niets als dergelijke individuen hier de plak kunnen/mogen zwaaien.

Zo eindigt de avond een beetje in mineur en wij laten de reusachtige insecten, kevers en varianten van vliegende kakkerlakken het zaakje overnemen.
Ik vind net op tijd mijn bed terug voor de electriciteit om 21 uur uitvalt en alles pikdonker wordt.
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

18/12/2006 - Donderdag, 14 december 2006.

Verhouding prijs/kwaliteit, iets wat je best altijd afweegt vooraleer te beslissen.  Deze keer niet dus.
Het kamertje heeft geen verster, het is er verstikkend heet.  De deur voor even openlaten is geen optie want de muggen stromen zo binnen.  Een muskietennet is er niet en mijn exemplaar gebruiken is ook al niet mogelijk.  Een gebarricadeerde zijdeur aan de straatkant geeft uit op een stopplaats voor busjes.  De stank van olie en uitlaatgassen hangt binnen en het is lange tijd op de tanden bijten om te kunnen blijven waar ik ben. 
Om 4u30 wordt er op de deur gebonsd. "Vaza, taxi-brousse est là".  Een man, die mij vorige avond al in een taxi-brousse wou stoppen om  wat commissie op te strijken, wil er blijkbaar als eerste bij zijn.  Ik heb echter niets besteld en stuur hem wandelen.  Nog geen kwartier later is hij daar opnieuw.  Ik zou de deur moeten openen en mijn bagage afgeven want taxi-brousse gaat vertrekken.  Ik maak niets open, brul hem toe dat het nu gedaan moet zijn en weg is hij. Evenals mijn rust. 
Om zes uur neem ik plaats in een (andere) taxi-brousse wat geen garantie is voor een vroeg vertrek.  Om negen uur staan we nog altijd op dezelfde plaats.  Zoals ik al zei, geduld is een mooie deugd.  Ik hou me bezig met mensjes-kijken.  Hier is iemand langsgekomen van "café-feestzaal Half-Af" uit Appels, ook iemand van de chiro van Beveren-Leie, verder nog een lid van VTB-VAB.  Zij hebben allemaal een stuk textiel achtergelaten. 
En dan gebeurt er iets dat ik pas later zal begrijpen.  Het busje is uiteindelijk barstensvol gelopen maar nu worden enkele mensen verzocht terug uit te stappen terwijl hun bagage mag achterblijven.
We vertrekken uiteindelijk om 9u30 en worden net buiten het dorp gecontroleerd door een groep politiemannen.  Nog geen vijf km. later hetzelfde.  De derde stop, weer twee km. verder maakt alles duidelijk.  Onze ex-passagiers staan ons langs de weg op te wachten en worden terug in onze taxi-brousse gepropt.  Zo omzeilen corrupte chauffeurs corrupte politiemannen.
De techniek van de boemerang.
We rijden tweer uur lang door afwisselend dorre en vruchtbare weiden die begraasd worden door talrijke kuddes zebus.  Wij stoppen op een plaats waar een eenzame oude vrouw gekookte eieren verkoopt, en onze chauffeur heeft trek.  Naast de enkele eieren probeert zij ook een pasgevangen, 60 cm. lange en goed doorvoede paling te versjacheren.  Er is in de verste verte geen water te bekennen.  Zij blijft achter met haar paling en ik met een vraag.

Zebu, de koe van Madagascar.  Zij onderscheidt zich van onze koe door een vetbult op de schouders, doorhangend huid onder de hals en veel langere hoorns.  Zij is ook veel magerder, maar dat heeft waarschijnlijk enkel te maken met de voeding.  In Madagascar betekent het bezit van zebus rijkdom en status.  In het zuiden van Madagascar is polygamie nog steeds in gebruik.  Hoe meer zebus, hoe meer vrouwen men zich kan permitteren, terwijl het aantal vrouwen ondergeschikt blijft aan het aantal zebus.  Enkel status.
Jonge Bara stamleden moeten zich volgens de traditie bewijzen als valabele huwelijkskandidaten door het stelen van zebus.  Betrapt en gevangen genomen worden maakt hen alleen nog begeerlijker voor de bruid in spe.  Zo zie je maar.
Ik Ranohira neem mijn intrek bij Momo die kleine, eenvoudige bungalows verhuurt vlakbij het Nationaal Park Isalo, dat ik morgen wil leren kennen.
Comments (4) :: Post A Comment! :: Permanent Link

17/12/2006 - Woensdag, 13 december 2006.

Even is er twijfel of ik met mijn mini-griepje wel zal vertrekken, maar uiteindelijk waag ik het er op.  Ik trek nu langzaam zuidwest via kleine dorpjes als Ihosy, Ranohira, Ilakaka en Sakaraha naar Tuléar (Toliara in Malgash, meestal wordt de Franse benaming gebruikt) aan de westkust.
Het is o.a. de bedoeling om een trekking te doen, misschien van enkele dagen, in het Nat. Park Isalo. 
In het busstation word ik weer twee uur lang aan de mouw getrokken door jong en oud.  Een man van 37  komt met het vreemde verhaal dat zijn vrouw er vandoor is met zijn vijf kinderen, maar wat erger is, ook met al zijn papieren.  En zonder papieren geen werk.  En om aan nieuwe papieren te geraken, moet hij helemaal terug naar zijn geboortedorp, ergens in de buurt van Ambrosita.  Daar heeft hij 5.000 Ariary voor nodig en die heeft hij niet.  Hij is er blijkbaar van overtuigd dat ik die wel heb en een vol uur probeert hij mij ervan te overtuigen dat ik hem die moet geven.  Ik zeg hem dat hij zijn plan moet trekken, naar de politie moet gaan of naar een andere administratie, of misschien wel te voet naar zijn dorp. Dat het probleem met zijn vrouw niet het mijne is, dat ik hier niet iedereen kan helpen, én kleren én eten én werk kan geven.  Uiteindelijk begeeft hij, wenst mij nog een goede reis, zegt dat ik bedankt ben voor de goede raad en gaat er vandoor.
Maar nog geen vijf minuten later is hij al terug.  Opnieuw dezelfde klaagrede.  Nu geen goede raad meer, mijn taxi-brousse gaat gelukkig vertrekken.
In een aantal andere Afrikaanse landen zal de miserie nog wel erger zijn, maar de toestanden hier, en vooral in de steden, tempert toch iedere keer opnieuw mijn enthousiasme en reisgenot.  De tegenstelling met het westen is groot.  Wij ons maar afvragen wat we morgen zullen aantrekken, of we morgen of overmorgen uit eten gaan, welk cadeautje we nog wel kunnen kopen, of we ons 's morgens én 's avonds zullen douchen..... De mensen hier zullen wel beseffen dat die toeristen rijk zijn,  maar hoe rijk.. best dat ze dat niet weten.
Fianarantsoa is één groot plein vol met arme, in lompen geklede mensen die achter hun stapeltje houtskool of bosje lychees zitten om de dag van vandaag te overleven.
En de westerse landen prutsen nul komma zoveel procent van hun BNP bijeen om de armen     "te helpen".  Te helpen sterven?   Hier is veel werk aan de winkel, niet voor een individu, maar voor het grote kapitaal waar wij allemaal deel van uitmaken.
Laat mij maar eens wat stoom aflaten, dat heb ik nu wel nodig, maar ik vrees dat de ene wereld de andere gewoon niet wil helpen.  Vandaag kan ik hier wel iemand een brood geven, maar morgen is de honger terug, of een proper t-shirt dat binnen de kortste keren ook weer vuil en gescheurd zal zijn.  Het zijn structuren, scholing, opleiding, samenwerking en geld die kunnen helpen, dus eigenlijk alleen maar goede wil. Ik laat het voorlopig maar even over aan onze "grote bekwame leiders".
Eens onderweg, op het platteland en in de wijdse omgeving wordt alles wat milder en lijkt het alsof alle miserie wordt toegedekt door de mooie natuur.
De smekende ogen worden bloemen en de vuile kleren mooie groene planten.  Je ziet iets anders maar eigenlijk is er niets veranderd.

Het busje werkt zich moeizaam door berglandschap met in de omgeving van Ambalavao het op één na hoogste punt van Madagascar met 2.658 meter (Pic Imarivalanitra).  Hier geen bossen maar dun verspreide kleinere bomen, eigenlijk maar flink uit de kluiten gewassen bonsai.
In Ambalavao wordt tien minuutjes uitgetrokken om te eten.  Voor iets minder dan omgerekend een halve euro, krijg ik een kom rijst, een heel vettige cotelet, incluis een potje nog veel vettiger saus.  De vettige saus komt mij goed uit.  Zo kan ik tenminste de kurkdroge rijst binnenkrijgen.  En halverwege de maaltijd komt de onvermijdelijke kom heet rijstwater die ik lekker laat staan.  Het moet niet alle dagen feest zijn.

Na acht uur wachten en rijden bereik ik Ihosy en trek daar in in een smerig hotelletje.  Er is beter, maar dat heb ik te laat ontdekt. Alhoewel, mijn onderkomen voor 7.000 Ariary of ongeveer 2,5 euro kost vijf maal minder dan die betere kamer.
Ik hou het, zeker na vandaag, liever eenvoudig.
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

13/12/2006 - Dinsdag, 12 december 2006.

Van Ranomafana terug naar Fianarantsoa.
Ditmaal in een hoog beladen busje dat ons onderweg oppikt.  Wanneer de achterdeur wordt geopend en ik binnenkijk, kan ik mij absoluut niet voorstellen waar ze ons nog gaan tussenwringen.  Maar het lukt wonderwel en wat verder proppen ze er nog een toeriste bij.  We zitten nu als haringen in een ton.  Ik tel 14 reguliere zitplaatsen, we zijn met 23 personen, plus nog wat bagage.  Drie zogende moeders moeten hun kroost nu wel erg dicht tegen de borst drukken.
Zo tsjokken we moeizaam naar onze bestemming, onderweg enkele politieposten "sussend".  Overgewicht is nu al van op verre afstand vast te stellen.
In Fianarantsoa neem ik afscheid van Jean Claude, mijn sympathieke eenarmige gids.  Hij had dit afscheid natuurlijk graag nog enkele weken uitgesteld, maar ik denk dat hij al zijn kennis heeft gedeeld, want hij valt al een paar dagen in herhaling.  Toch bedankt.
Ik kan nu wat administratie bijbenen en ga op tijd slapen, licht gegriepeerd als ik ben.

André (welke aub?) gaf een reactie op het onderwerp "vanille".  Hij weet wel dat het duur is (of was) maar prijzen, neen.  Gaat de zoektocht nog even verder.  Bedankt André.

Comments (3) :: Post A Comment! :: Permanent Link

12/12/2006 - Maandag, 11 december 2006.

Vandaag verjaart mijn moeder, ware het niet dat zij al een tijdje is heengegaan.
Maar eigenlijk reizen mijn overleden ouders al van de eerste dag een beetje mee.  Bij iedere check-in moet ik een fiche invullen met opgave van een aantal persoonlijke gegevens, waarbij steevast de namen van vader en moeder dienen vermeld te worden.  Ik heb deze items al een paar keer oningevuld gelaten, maar dat wordt niet in dank aanvaard.  Zij moeten erop. 
En dus beschouw ik ze vanaf nu als mijn immer meereizende gezellen.

Klokvast als ze zijn, word ik inderdaad stipt om vier uur opgepikt aan mijn hotel.  Nog wat passagiers ronselen op dit vroege uur en na een half uur gaan we de weg op, richting Ranomafana. Aankomst aldaar om negen uur en het bos in om vooral lemuren te gaan opzoeken.  En we vinden inderdaad een viertal soorten, waarvan eentje dat nog maar twintig jaar geleden werd ontdekt.  Kleine slangen wriemelen zich uit de voeten wanneer wij wat te dicht naderen. 
Het is een vijf uur durende lange en enigzins moeizame zoektocht door dicht oerwoud dat op steile hellingen de ideale habitat vormt voor deze mooie schepsels.
's Avonds probeer ik het avondmaal te gebruiken op een terrasje aan de ingang van het park, maar van zodra het zaakje verlicht wordt, word ik overvallen door miljoenen kleine en grotere insecten en binnen de kortste keren verdwijn ik in mijn slaapplaats.  Wanneer ik mij na een uur
nog even buiten waag, zijn de tafels  en stoelen volledig bedekt met insecten.   Onwezenlijk.
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

12/12/2006 - Zondag, 10 december 2006.

Lekker uitgeslapen tot zes uur met een twee uur lange wandeling naar een gemengde plantage van peper, vanille en kaneel voor de boeg.
Het wordt een maat voor niets, want de uitbater verlaat net zijn domein(tje) waar we toch even mogen rondlopen.  Het stelt allemaal niet veel voor, maar ik ben toch  in beweging.

Vanaf twaalf uur is het wachten bij busjes die vertrekken naar Antananarivo, in de hoop dat we tot ongeveer halverwege het traject meemogen.  Ik wil graag het Nationaal Park Ranomafana bezoeken.
Na zeer lang wachten komt er schot in de zaak.  Een man komt triomfantelijk verkondigen dat we vertrekken "à quinze heures, oui, oui".  De manier en het tijdstip waarop hij het zegt werkt danig op mijn lachspieren.  Het is namelijk al 15u30, oui, oui.  Het wachten wordt verzacht door gospelmuziek en het gezang van de mensen die in een kerkje aan de andere kant van de straat de mis bijwonen. 
Het laden begint en onze bagage gaat als laatste op de taxi-brousse.  Er terug af, wat later er terug op, maar finaal en dan definitief er terug af.  Het busje zit vol met reizigers naar Tana die uiteraard meer opbrengen en wij kunnen niet mee.  Discussiëren heeft geen zin.  Zes uur wachten is voor niets geweest.
Morgenvroeg om vier uur (!) kunnen we wel de baan op, beloofd.  Het zij zo.  In dit land is wachten en geduld hebben een schone deugd en een must.

Ik vind een zeer, zeer eenvoudig en goedkoop hotelletje bij een oude chinees.  Hij loopt rond in korte broek en ontbloot bovenlijf en ik zie enkel een perkamenten vel dat in grote plooien over een nietig geraamte is gedrapeerd.  Een vriendelijke man die constant een eenzame (boven)tand blootlacht.
Hij trakteert mij zowaar op een grote schaal fruit.  Lychees, papaya en mango, alles nog maar pas geplukt.  Wij doden al pratend de tijd tot zeven uur wanneer zijn grote tuin al een tijdje in duisternis is gehuld en muggen het buitenleven onmogelijk maken.
Van armoede kruip ik maar in het mij toegewezen "hol", met de vraag hoe ik hier de muggen moet buiten- of afhouden.
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

12/12/2006 - Zaterdag, 9 december 2006.

Om acht uur stipt neem ik afscheid van Lionel, de Franse hotelhouder en tevens ere-consul die zijn zaakjes hier blijkbaar goed geregeld heeft en een eenvoudig, goedkoop maar zeer proper hotelletje runt dat ik nu met enige spijt verlaat. 
We hopen een taxi-brousse te pakken te krijgen naar Mananjany, een kustdorpje 130 km. ten noorden van Manakara.  We hebben geluk want na enkele honderden meter komt een taxi-brousse uit de andere richting die passagiers ronselt.  In plaats van onmiddellijk te vertrekken, blijft de chauffeur het dorp afschuimen naar nog meer. 
Uiteindelijk worden we gedropt op een kruispunt met de vraag hier even te willen wachten.  Het is een onverwachte en uitstekende gelegenheid om even een kijkje te nemen in een bedrijfje waar vanille gekweekt en behandeld wordt.  De vanilleplant is een soort klimplant.  Na één tot anderhalf jaar kunnen de vanillestokjes geoogst worden.  Ze worden gedroogd en daarna, gedurende gemiddeld zes maand, ontelbare keren betast door honderden vrouwenhanden (mannen zijn taboe) tot wanneer vastgesteld wordt dat de stokjes hun optimale kwaliteit bereikt hebben.  Rode vanillestokjes zijn van mindere kwaliteit, de zwarte zijn de beste.  De volledige opbrengst van dit bedrijfje beloopt 20 ton bij de pluk, waarvan netto, na het hele proces nog 5 ton overblijft.  Alles is bestemd voor uitvoer, want te duur voor de interne markt. 
Nu ben ik eigenlijk nieuwsgierig naar de kleinhandelsprijs in België van dit natuurlijke, niet geparfumeerde luxe-product.  Laat het mij weten aub, daarna verklap ik de verkoopprijs in Madagascar.

Na twee uur kunnen we eindelijk vertrekken.  Het busje ziet er echt niet uit.  De voorruit is compleet aan diggelen en meer sterren kunnen er absoluut niet bij.  De achterruit is weg en vervangen door plastiek dat al na enkele km. aan flarden is gewaaid.  Er zijn twee schuifdeuren waarvan de linkse deskundig gebarriceerd is om nooit meer geopend te worden.  De rechtse moet met veel gevoel behandeld worden, tenminste om ze open te krijgen.  Enkel de chauffeur
heeft de bevoegdheid of de gave, zodat hij telkens in en uit het voertuig moet om passagiers te laden en/of te lossen.  De deur terug sluiten gebeurt met een harde, welgemikte klap, dat is eenvoudig.  En de begeleider klimt in en uit het busje door een raampje waar vroeger ook glas heeft gezeten. 
Vooraleer de motor wordt stilgelegd, wordt eerst uitgekeken naar een strategische plaats, meestal en noodgedwongen het hoogste niveau van de weg, vanwaar naar beneden kan gebold worden, want starten vanuit stilstand is onmogelijk.  Binnen stinkt het naar olie, diesel, en smeermiddel en wanneer het ook nog begint te regenen, moet ik op zoek naar drogere oorden.  Langs de zijkant van het plafond en door de ramen spoelt het water binnen. 
Gelukkig verdringt de zon al snel de wolken en nog gelukkiger moeten/mogen we na een klein uurtje overstappen in een betere versie taxi-brousse.  De radiator is lek geslagen.

De rit op zich is prachtig.  Van Manakara tot Mananjary over een piste die pas de laatste 20 km. overgaat in een weg in aanleg.  Door oerwoud, langs cocos-, ananas- en bananenplantages, langs kleine dorpjes of gewoon enkele huisjes waar mensen dit soort fruit en de onvermijdelijke lychees verkopen.  Tonnen en tonnen lychees worden in zelfgevlochten manden naar verzamelplaatsen gebracht, waar camions ze komen opladen. 
Madagascar is niet alleen rood omwille van de kleur van de aarde, maar in deze streek ook dank zij de ontelbare lychees die de omgeving rood kleuren.

Bij ongeveer iedere nederzetting wordt er even gestopt, iets uitgewisseld, in- en uitgeladen.  De sfeer is bijzonder relax met mensen die overal alleen maar liggen, hangen, samenzitten en lychees eten.
Zelfs bij de wegenwerken zie je de tientallen arbeiders alleen maar zitten.  Waarschijnlijk zich af te vragen hoe, wanneer, of of ze hier aan moeten beginnen.  't Maakt eigenlijk niet veel uit, de weg is nu ook al berijdbaar.
Mananjary is een nietig dorpje waar we enkel de nacht moeten doorbrengen, wat ik dan ook zal doen op het kampeerterrein van een hotel waar ik, quasi met mijn voeten in de Indische Oceaan, een bungalowtje huur.
Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

12/12/2006 - Vrijdag, 8 december 2006.

Oordopjes neem je niet zomaar mee.  Om drie uur dertig word ik gewekt door enkele hanen en één enkele hond die ik na een half uur geblaf wat graag een kogel door zijn kop wil jagen.
Ondanks de ter hulp gesnelde oordoppen raak ik niet meer in slaap.
Vanaf zes uur geniet ik dan maar van de relatief koele ochtend bij een door de hotelhouder zelfgebrande robusta-koffie (het worden er een aantal), in afwachting van mijn vertrek voor een dagje kano-roeien op het Pangalanes Kanaal.  Dit kanaal loopt over zijn volledige lengte van ongeveer 600 km van Toamasina tot Farafangana evenwijdig met de Indische Oceaan.  Eigenlijk is het kanaal een combinatie en samenvoeging van natuurlijke rivieren en kunstmatig aangelegde meren.  Waar het nog enige economische betekenis had tijdens de koloniale periode, is het nu verwaarloosd, ongeschikt voor zeeschepen en zie je er enkel nog de inboorlingen die in prouwen over en weer varen, geladen met fruit, en vissers die er onbenullige visjes vangen.  Ik zie enkele vissers in hun nederzetting  langs het kanaal de buit binnenhalen en verdelen.  Alles bijeen niet meer dan een drietal kilo.   Het zal hun dagje (één van de vele?) niet geweest zijn.
Halverwege de namiddag verken ik het dorp Manakara en loop een internetcafé binnen voor wat schrijfwerk.  Maar het is hopeloos en ik geef het na een half uur op.  Of er is geen connectie, of er zijn constant problemen. 
's Avonds hebben we (mijn Franse makkers en ik) wat meer tijd nodig om ons hotel binnen te stappen.  Jonge meisjes van 14, 15 jaar willen ons graag verleiden tot een massage of wat meer.  Blijkt dat deze meisjes door hun ouders op het prostitutiepad worden gestuurd om de familie wat meer financiële armslag te geven.  Dit is pas "honteux".
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

12/12/2006 - Donderdag, 7 december 2006.

4u30.  Een heerlijk moment om je nog eens om te draaien.  Maar ik moet er uit want de trein van zeven uur gaat stipt vertrekken en er wordt een massa volk verwacht.
Niets is minder waar.  De trein geraakt maar voor 75% gevuld en vertrekt bovendien met anderhalf uur vertraging.  De dag is al vier uur oud wanneer de oude diesel zich langzaam op gang trekt.
Als ontbijt neem ik een koffie en een baguette.  Moeder en dochter van ongeveer 17 jaar hebben een toog geïmproviseerd voor het stationsgebouw en voorzien vertrekkende/wachtende reizigers van deze ochtendlijke lekkernij.  Ik raak in gesprek met het  meisje.  Zij is nog studente maar helpt eerst haar moeder.  Ze staat om 3u30 op om brood en koffie te verkopen, gaat naar school die om zeven uur begint en pas om 18 uur eindigt (lessen van 7-12 en van 14-18).  Hallo?

Een jongetje komt bedelen.  Ik koop hem een baguette en geef hem de rest van mijn koffie.
Hij brengt de lege tas terug, ik kijk hem na en zeg tegen een oudere man: "Joli garçon".  Hij beziet mij en zegt minachtend: "Joli? non, c'est honteux!".  Daar sta ik dan.  Ik krijg hem nog moeilijk aan het praten maar hij is duidelijk niet gesteld op al dat gebedel.  Ze weigeren te werken, beweert hij.  Het ventje is ocharme misschien zeven.  Ik heb het er toch moeilijk mee om deze miserie in de juiste context te zien.

Het traject is 170 km. lang en telt 14 haltes.  Voorziene aankomst in Manakara: 17 uur.
In landen als Madagascar op de trein stappen geeft reizen een extra dimensie.  Ineens ben je, zonder zelf de soms moeilijke stap te moeten zetten, ondergedompeld in deze vreemde cultuur.
En ik ontmoet er, sinds mijn aankomst, de eerste toeristen, waardoor het ook iets minder vreemd en eenzaam wordt.  Een Canadese, een Duitse, een Hollander en nog enkele Fransen.
Let wel, een halte is nog geen stationnetje.  De trein stopt in elk dorpje, die naam soms onwaardig, waar mensen op- of afstappen, of waar "marchandise" geladen of gelost wordt.  Alle mensen komen aandraven met eten of drank (waar wij gevoelige westerlingen beter afblijven) en kinderen vechten zich een ongeluk voor een lege plastieken fles die uit de trein gekieperd wordt.  Een fles of bidon is een waardevol en nuttig item in een streek waar mensen soms kilometers ver drinkbaar water moeten ophalen.
Hoe verder wij oostwaarts rijden (Manakara ligt aan de Oostkust, ongeveer 400 km boven Fort Dauphin, de meest zuidelijke stad), hoe gevarieerder het aanbod voedsel wordt.  En zo wordt dit letterlijk de meest gesmaakte dag sinds mijn aankomst.
Eigenlijk is het één lang fruitdessert met lychees, kleine banaantjes, rode bananen, ananas, mango, papaya, nog enkele mij totaal onbekende vruchten, hier en daar aangevuld met een grote soort rivierkreeft.  Er zijn ook kleine worstjes in het aanbod en waar ik dacht dat deze gevuld zijn met vlees, word ik blij verrast met een mix van groenten en het vlees van dezelfde rivierkreeft.  Een lekkernij.
Hoe oostelijker hoe warmer, want we dalen van ongeveer 1.000 meter naar zeeniveau.  De omgeving en de temperatuur wordt tropisch.  De mensen dragen nog nauwelijks kleren, en wat zij kleren zullen noemen, zijn voor ons lompen.  Maar iedereen lacht en kijkt zich de ogen uit op de trein en op zijn passagiers waar het de blanken betreft.  En wij beantwoorden hun nieuwsgierige blikken met al even grote ogen, want ook wij kunnen dit niet geloven. 
Wie kijkt hier naar wie en wie ziet wat?  Een confrontatie van twee onbekende werelden.  Twee werelden die samensmelten wanneer we uitstappen, handjes drukken en op hun vraag foto's maken.  Zij zijn dol op poseren en lachen zich daarna te pletter bij het zien van hun zelfportret.
In ons compartiment zit ook een oude politieagent.  Bij iedere halte begeeft hij zich onder de menigte en na elke stop is hij wat zwaarder beladen.  Hij heeft zich een ruimte tussen twee banken toegeëigend en op het eind van de rit komt een kruier alles opladen.  Zakken met fruit en groenten, een mand waar een kip de plaats moet delen met een kalkoen.  Die man heeft zich onopgemerkt een rijke dag bijeen"gewerkt".
De spoorweglijn biedt afwisselend tropisch woud, kale heuvels waar het woud door de inboorlingen volledig is verwoest (afgebrand), rijstvelden en wilde fruitbomen.  Overal groeien bananen en nog onrijpe appelsienen, de andere soorten waarvan we geproefd hebben en  ontelbare grote bomen die met moeite hun grote trossen lychees torsen.  Zij kleuren de omgeving hevig rood.
Na welgeteld 10 uur stopt de trein in het eindstation van Manakara.  Daar worden we overgelaten aan tientallen roepende pousse-pousse lopers die vechtend een klant willen inpikken.  Het zijn stuk voor stuk tengere maar taaie, pezige atleten die in looppas, bergop en bergaf, de twee kilometer tot mijn hotel afhaspelen.
Manakara heeft alles van een jungle-dorp.  Onverharde rode wegen, de geur van het oerwoud, drukkend warm en vochtig.  Een rustig dorpje aan de Indische Oceaan waar geen taxi's worden toegelaten en waar andere auto's nauwelijks te bespeuren zijn.
Een verademing na Fiarantsoa.
's Avonds dineer ik met twee bejaarde Franse trekkers (ze zijn respectievelijk één en twee jaar ouder dan ondergetekende), die pas gepensionneerd zijn en hun eerste van veel geplande reizen zijn begonnen.  Jongens naar mijn hart.
Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

6/12/2006 - woensdag, 6 december 2006.

Voor dag en dauw opstaan is hier wat te veel gevraagd, maar om vijf uur is toch vroeg uit de veren.  De ondervinding leert dat je je hier beter zeer vroeg kunt verplaatsen om lange wachttijden te vermijden.

We begeven ons naar Ambalavao, een onbeduidend stadje dat wel typische architectuur herbergt.  Er heerst een gezellige marktdrukte maar we brengen eerst een bezoek aan een artisanaal papierfabriekje.  Ik krijg een demonstratie van hoe de binnenkant van de boomschors van een bepaalde boom tot papier wordt verwerkt.  Het is monnikenwerk met inclusief de verwerking van echte bloemen in behangpapier.  Kunstig.

 

We nemen een taxi-brousse naar een natuurpark dat beheerd wordt door de plaatselijke dorpsbewoners.  Daar vindt mijn eerste ontmoeting met lemuren plaats.  Het zijn de ringstaartlemuren die hier leven in groepjes van 10 tot 20 leden.  Inclusief de lange geringde staart zijn zij ongeveer 1,20 lang.  Hun vacht is afwisselend wit en bruin gekleurd met nogal wat zwart op hun aangezicht.  Mooie exemplaren.

 

Een grote kameleon is ook van de partij.  Ongeveer 40 cm. lang en quasi onzichtbaar op de donkere tak waarop hij uitrust.  Er liggen ook enkele slangetjes op de grond met een lengte van 80 cm. die zich blijkbaar nog niet te veel storen aan onze passage en voor mensen vrijwel ongevaarlijk zijn.

Maar vrij indrukwekkend zijn de bomen waaronder we lopen.  Iedereen zal wel de namen herkennen als Buddleia, Ficus, Euphorbia, Rubia (familie van de koffieplant), Aster, Mimosa.

Geen enkele boom die het zich permitteert om minder dan 10 meter hoogte te halen. 

Een mooi park is dit, dat we bezoeken om even uit de stadsdrukte weg te zijn.  We hadden gepland vandaag de trein te nemen naar Manakara, maar hij reed niet uit.  Morgen dus.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

6/12/2006 - Dinsdag, 5 december 2006.

Salaam, bonjour, ook een goeiedag.

Je loopt door de stad, in dorpjes, in het veld, maar een wederzijudse goeiedag, daar ontsnap je niet aan.  Kinderen spreken mij meestal aan met "vaza".  Ik vermoed dat dat betekent "oude grijze man" of zoiets.

Enkele, al oudere meisjes noemden mij "papa".  Zij vergissen zich natuurlijk en ik vergeef hen hun onwetendheid, maar ik vermoed dat zij die andere besnorde Vlaming bedoelen die hier gedurende enkele jaren zijn best heeft lopen doen.  Het waren nochtans mooie kinderen.

 

Ik rijd nu verder naar Fianarantsoa, de tweede of derde belangrijkste stad van Madagascar.  Onderweg worden we geregeld opgehouden door herders die grote kuddes van wel meer dan honderd zebu's over de hoofdweg naar Antananarivo loodsen voor verkoop.  De mannen zijn, zoals mijn gids reeds verteld heeft, gewapend om rovers op afstand te houden.

De bus-, beter gezegd taxi-brousse-rit duurt dik vier uur en het is al ver in de namiddag wanneer we in Fianarantsoa aankomen.

Of ik nu in Basse-Ville, Haute-Ville of Nouvelle-Ville, de drie stadsdelen rondloop, overal word ik geconfronteerd met schrijnende, schokkende armoede.  Ik heb het er zeer moeilijk

mee en wordt voortdurend aangeklampt.  Ergens aan een pleintje zitten tientallen vrouwen met kleine kinderen, en na lang aandringen, kan ik het toch niet laten een vrouw wat geld toe te stoppen.  Zij vervoegt haar gezelschap en binnen de kortste keren staan er een paar andere vrouwen om geld te smeken.  Mijn gids had mij nochtans verwittigd. 

En hij voegt er aan toe dat deze mensen echt wel zo arm zijn en van de bedelstaf moeten leven.  Het gaat voor 80% om alleenstaande vrouwen, die, nadat zij zwanger zijn geworden na een vluchtige ontmoeting, in de steek gelaten worden door de vader. 

 

Dit is een intrieste stad.

 

 

 

vaza = vreemdeling

papa = een nog beleefdere vorm dan  monsieur.

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

6/12/2006 - Zondag, 3 december 2006

Een vrij onrustige nacht doorgebracht met in de kamers links en rechts van  de mijne fel gestoei, gelach en opgewonden kreten. De dunne wanden isoleren nauwelijks en ik waan mij in een bordeel, wat het eigenlijk ook wel is.  Het zijn geen toeristen, maar locals die hier voor enkele uren een meisje meebrengen.  Volgens mijn gids schijnt prostitutie big business te zijn in Madagascar en als uitsmijter, na ons bezoek van gisteren aan verschillende interessante plaatsen en bezienswaardigheden, zou hij voor mij ook wel iets kunnen arrangeren.  Toen ik beleefd weigerde, gaf hij mij snel gelijk, want zei hij, alle toeristen worden daarna snel ziek.  Fijne raadgever.

 

Van Antsirabe naar Ambrosita, verder zuidwaarts.

We, mijn gids en ik, nemen om 8u30 een busje dat nog 2,5 uur wacht op meer passagiers.  Het is zondag, de kerken lopen vol en het is verkiezingsdag.  Het is zeer rustig in het stationnetje en het wachten duurt lang.  Ik zie enkele busjes uitrijden die stuk voor stuk in gang moeten geduwd worden.

Wat de verkiezing betreft, er zouden 14 kandidaten zijn, nochtans heb ik nog maar één kandidaat campagne zien voeren.  Het is de huidige president Ravalomanana die zijn zevenjarige termijn ongetwijfeld zal verlengen.  Gisteren trok er een lange stoet auto's en camions volgeladen met uitbundige aanhangers door de stad.  Zij werden gevolgd door honderden fietsers en allen droegen zij een nieuwe t-shirt met de naam van de president.

Reden genoeg voor deze mensen om voor hem te stemmen.

 

De rit naar Ambositra duurt 2,5 uur.  In een zeer ongemakkelijke houding kan ik toch genieten van de zeer mooie omgeving met rijstvelden, terrassen, mooi begroeide heuvels.  Enkele zware regenbuien zijn geen belemmering voor de chauffeur om zijn wilde rit wat te temperen.

We komen nu in het leefgebied van de Betsileo, een etnische bevolkingsgroep die ongeveer 12% van de totale bevolking uitmaakt (is daarmee de vraag van supporter B beantwoord?).  De Merina groep, die net als de Betsileo de hoogvlaktes bevolken, vormen met 27% de grootste groep.  De andere 16 bevolkingsgroepen worden geklasseerd onder de "côtiers", de kustbewoners.  En de Fransen die hier toch nog nadrukkelijk aanwezig zijn, tenminste hun stempel drukken, worden wel eens aangeduid als de "19e stam".

 

Madagascar werd in 1896 officieel een Franse kolonie.  Zij zuiverden het land van Engelse invloeden en verklaarden de  Franse taal de officiële.  In 1960 werd Madagascar onafhankelijk maar de Fransen hielden het land op economisch en financieel vlak onder controle.  Pas in de jaren'70, een turbulente politieke periode, trokken de Fransen zich geleidelijk terug, maar vergaten daarbij niet ook hun know-how, kapitaal en technologie mee te nemen.  Het land kwam zwaar in de problemen, en heden ten dage is daar mijn inziens nog niet veel aan veranderd.

Tot zover enige achtergrond.

 

We wandelen nog wat rond en door Ambrosita, maar rond vier uur wordt de dag brutaal beëindigd en moeten we vluchten voor hevige onweders.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

6/12/2006 - Maandag, 4 december 2006.

Ik veronderstel dat het natuurlijke uur hier nog wel gerespecteerd wordt.  Dit betekent dat de zon opkomt rond 4u30 en ondergaat rond 18u30.  We gaan hier dus op tijd slapen en kunnen de dag ook maar beter op tijd beginnen.

We staan op om 6 uur en nemen om 7 uur een taxi-met-chauffeur en begeven ons naar enkele afgelegen dorpjes op een veertigtal  km. van de stad.

We stappen twee uur door prachtige natuur op ongeveer 2.000 meter hoogte.  Het is drukkend warm met temperaturen rond de dertig graden.  Het zweet gutst van mijn gezicht, ik waan mij zowaar terug in de Peruaanse jungle.  Maar het is heerlijk om weer de natuur te voelen.  En ik word blij verrast en sta oog in oog met enkele kardinaalvogels.  Kleine, schitterend rode juweeltjes met grijze vleugels.

Ik ben ook een klein beetje fier op mezelf als ik tussen honderden gelijkaardige struiken en tussen tienduizenden  groene blaadjes, een petieterig klein groen boomkikkertje ontdek.  Het is niet groter dan de top van mijn pink.  Een foto mag niet ontbreken, maar of ik daarop iets zal zien is nog maar de vraag.

Op de weg terug kruist de eerste kameleon ons pad.  Hij is ongeveer 10 cm. lang en heeft schitterend rode, gele en lichtblauwe vlekken.  Zij zijn meesters in camouflage wat ik later kan vaststellen wanneer mijn gids mij wijst op nog een exemplaar dat zich vermomt in verwelkte varen en het perfecte verlengde ervan wordt.

 

In het dorpje dat we zopas bezocht hebben, wonen de Zafimaniry, een subgroep van de Betsileo.  Zij wonen in houten huisjes waarop kunstige, geometrische figuren zijn gekerfd.  We brengen eerst een beleefdheidsbezoek aan de chef en overhandigen hem onze bijdrage voor het dorp.  In dit dorp wonen 420 mensen, waarvan er 180 kiesgerechtigd zijn (de verkiezingen werden gisteren gehouden).  Mensen zijn vanaf 18 jaar stemgerechtigd.  Dat betekent dat hier 240 jongeren zijn, jonger dan 18.  En dat zal ik onmiddellijk geweten hebben.  Ik heb hele zakken snoepjes meegebracht en alle kinderen verzamelen op een klein pleintje.  Mijn gids zegt hen dat ze op één rij moeten gaan staan,  en gediciplineerd als ze zijn is dat geen enkel probleem.  Maar de rij wordt zo lang dat we er een driedubbele van moeten maken.  Het is een onthutsend spektakel.  Ik tel ongeveer 110 kinderen in de leeftijd van enkele maanden tot ongeveer 13 jaar.  110 kinderen die lachen en roepen, in blijde verwachting de zakken snoep volgend.

Zij ontvangen hun snoepje en lopen er opgewonden mee rond.  Zij stralen en wij smelten weg.

Prachtig, deze baby-boom.

Ik vraag aan een meisje naast mij hoe oud zij is en hoeveel kinderen ze heeft.  Ik schat haar leeftijd op 16 jaar maar zij zegt dat ze 18 is en drie kinderen heeft.  Toekomst bezegeld, denk ik dan.

Maar je moet je indenken:  420 mensen, waarvan ongeveer 100 kleine kinderen en nog een hoop tieners tot 17 jaar.

Het zijn mooie mensen, de Malagasy.  Niet zoals wij de zwarte Afrikanen kennen met dikke lippen en kroeshaar.  Neen, zij variëren van zeer licht- tot donkerbruin en hebben allemaal (de vrouwen) lang zwart sluik haar.  Zij vertonen veel Oosterse invloeden, het gevolg van hun echte oorsprong.  Hier leeft een mix van Indonesiërs en Maleisiërs die als eersten zowat 2.000 jar geleden, het eiland kwamen bevolken, later aangevuld met Afrikaanse slaven, Arabieren en Europeanen.

 

De taxi, een versleten R5'je, staat vertrekkensklaar.  De voorruit is kapot, de achterklep gaat niet dicht, twee zijdeuren (het is een vijfdeurs!) worden met draad dichtgehouden, er zijn ruitenwissers maar die werken niet, uiteraard zijn alle zetels meer dan kapot, maar het rijdt.

Om de haverklap, dwz wanneer de weg enigzins naar beneden helt, legt de chauffeur de motor stil om benzine te sparen.  Het is ongeveer een uur rijden tot de hoofdweg.  Net voor we die kunnen oprijden, is het gedaan.  We vallen zonder remmen.  Een eerste inspectie toont aan dat de remvloeistof op is.  We beginnen met vereende krachten te sleutelen -mijn bijdrage beperkt zich tot het vasthouden van een fles met vloeistof, zo wijs ben ik wel- en na een uur is het euvel verholpen.  Maar de resterende 20 km wordt afgelegd aan het matige tempo van 30km/uur.  Mijn gids verzekert mij dat we zeker goed thuis zullen komen, want onze chauffeur is ook een goede technieker.  Moet wel met deze wrakken.  Wie deze twee beroepen, chauffeur en technieker, niet in zich verenigd, kan hier op de weg niets komen doen.  Weer een gemiste kans, wat mij betreft.

 

We worden twee keer halt toegeroepen door politie die de weg verspert met nagels op latten.

Toen we vertrokken, zag ik de chauffeur een biljet van 2.000 Ariary wegmoffelen tussen de autopapieren.  Nu wordt duidelijk waarom.  Politieagent krijgt de kaft met papieren, doet een korte inspectie van het voertuig en je kan vertrekken....zonder "de gift".  Op de terugweg moeten er ook nog enkele bananen die we gekocht hadden als extraatje afkunnen.  Lekkere bijverdienste.

 

Ik sluit een lange dag af met dit geschrijf.  Het is 18 uur, ik zit buiten en het wordt donker.  Toch nog even genieten van een krekelorkest en het lichtspektakel van hevige bliksemschichten.

Morgen verder zuidwaarts.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

2/12/2006 - Zaterdag, 2 december 2006.

Het was eerlijk gezegd mijn bedoeling om hier vierklauwens te vertrekken, maar een goed gesprek met een "lokale" Fransman brengt mij tot inkeer.  De mensen zijn bij nader inzien inderdaad niet zo vervelend als je wel zou denken en in de omgeving moet wel een en ander te zien zijn.

Ik heb nu beslist om een gids onder de arm te nemen en we bezoeken eerst een reusachtige markt waar ik alleen onvermijdelijk verlopen zou lopen en daarna een afgelegen plaats waar zebu's (de inlandse koeien) worden verhandeld.

Sommige dieren, in kuddes die variëren van 50 tot 200, worden van soms honderden km. ver naar deze immense markt geleid.  De hoeders van deze kudden worden betaald met zebu's à rato van één zebu per vijftig die ze veilig ter bestemming brengen.  Ze zijn gewapend met geweren en kalasnikovs om dieven op afstand te houden.   Dixit mijn gids.

 

In een atelier zien we meisjes aan het werk die zich concentreren op moeilijk broderiewerk.  Vogels, bloemen, lemuren, vlinders, prachtige en kleurrijke kunstwerkjes op tafelkleden, nappen, hemden en ander textiel.

Hun inspanningen worden maar karig beloond.  Zij worden betaald per stuk of per dag, maar gemiddeld ontvangen zij PER DAG niet meer dan omgerekend BEF 15.  De patron voegt er glorieus aan toe dat hij wel de grondstof levert, ocharme.

 

Ik word ook naar een atelier gebracht waar een creatieve dame mij het geheim van de zijdedraad onthult.  De motten, de draden, de kleuren, de machines, de meisjes, alles is aanwezig om het productieproces van A tot Z te verklappen.  De dame heeft er geen moeite mee en is apetrots op haar eigen creaties die inderdaad mogen gezien worden.  Alleen zou zij nog wat contacten in Europa kunnen gebruiken, kwestie van de afzet (en de prijs?) te kunnen verhogen.  Toch een zeer interessant intermezzo.

 

 

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

2/12/2006 - Vrijdag, 1 december 2006

Na een klein uurtje stappen -ik was eerst de verkeerde kant opgestuurd- bereik ik nat van het zweet het stationnetje waar busjes (taxi-brousse) met bestemming Antsirabe hun passagiers opwachten.  Het is 8u30 en ik vraag naar het uur van vertrek. "A dix heures", zegt de chauffeur en hij krijgt nog de bevestiging van een tweede persoon met een overtuigende "Oui, Oui!".  Ik begrijp niet zo goed waarom ze nog anderhalf uur wachten terwijl het busje zo goed als vol zit.  Maar het is wat het is en terwijl ik overweeg om in afwachting wat rond te kuieren, roept dezelfde chauffeur mij ter orde en maant mij aan tot spoed want hij gaat vertrekken.

Ze zijn een beetje onvoorspelbaar en wat mij betreft kan ik maar beter bij mijn spullen blijven.

 

Zoals ik tot nu toe steeds heb moeten vaststellen, moet er eerst getankt worden, in dit geval exact 7,65 liter.  Waarschijnlijk is dit niet de hoeveelheid die in de tank kan, maar wat er nodig is om tot hun bestemming te raken.  Ik vermoed dat zij eerst moeten ontvangen alvorens te kunnen vertrekken.  Het moet gezegd dat in verhouding tot andere producten, benzine en diesel zeer duur zijn, met name ongeveer 2.000 Ariary, hetzij +/- 70 eurocent per liter.

 

Het busje is volgestouwd met 18 volwassenen en 3 kleine kinderen.  In Europa is dit busje goed voor 8 personen + chauffeur, en de mensen in Madagascar zijn niet veel kleiner of smaller dan bij ons. 

Als haringen in een ton zweten we ons op pad.  De reukjes zijn niet te evenaren, ik houd zoveel als mogelijk mijn hand voor de mond.  De man naast mij is lichtjes verkouden en na een uur is zijn "sjaal" volgesnoten.    Bij een halte koopt een man, eentje die nog allemaal zijn tanden heeft en dat is hier ook een rariteit, een kippebil.  Ik kan mijn ogen niet geloven, maar nadat hij netjes al het vlees heeft opgepeuzeld, gaat ook het been eraan. NIETS blijft er over.

Moet je thuis maar eens proberen (doe wel eerst je valse tanden uit).

 

Onderweg niets dan rijstvelden.  Ik verneem dat rijst hier een basisproduct is, en dat de binnenlandse productie niet volstaat om in de eigen behoeften voorzien.  Een hectare brengt hier 12 ton rijst voort, terwijl in Azië een oogst 20 ton oplevert.  Kunnen economisten of  agrariërs van bij ons dat bevestigen?  In de marge, één kilo rijst in de winkel kost hier omgerekend ongeveer 40 eurocent.

 

In het station in Antsirabe wordt ons busje, terwijl het een parkeerplaats zoekt, als naar goede gewoonte overvallen, en alle aandacht gaat uit naar die ene toerist.  De moed zakt zowaar in mijn schoenen.  Een paar (pseudo?)stadsgidsen proberen mij of mijn geld in te palmen, pousse-pousse lopers en verkopers allerhande hebben dezelfde intentie.

Ik laat mij verleiden om een pousse-pousse naar het centrum te gebruiken (moet ik eens geprobeerd hebben), maar het wordt een allesbehalve confortabele ervaring.

 

Wanneer ik wat later mijn hotel verlaat voor een wandeling door de stad, staat er weer een horde gieren voor de deur.  Bedelende kinderen en volwassenen, pouss-pousse, noem maar op.  Ik schud alles en iedereen af,  maar de wandeling houdt niets anders in dan afwimpelen en afwijzen, en na enkele uren geef ik het op.  Ik stap nog een internetcafé binnen en haast mij daarna naar mijn hotelkamer.

Het zal uiteindelijk allemaal niet zo erg zijn als het vandaag lijkt, maar ik ben duidelijk nog niet in de Afrikaanse mood.

 

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

1/12/2006 - Donderdag, 30 november 2006.

Taxi naar het station waar zich het ritueel van gisteren herhaalt.  Iedereen wil helpen, ttz wat drinkgeld verdienen.  De horde wordt steeds groter, niets aan te doen.

Maar wonder boven wonder, zelfs met mijn (gebrek aan)  visueel geheugen, herken ik de man die mij een ticket verkocht heeft, en ik laat mij naar een busje brengen.  Het is nog leeg maar ziet er ontzettend belabberd uit.  De man ziet mijn aarzeling en vraagt of ik gehaast ben.  Als naar gewoonte zeg ik ja en we lopen naar een ander vehikel.  Voor het feit dat ik, op mijn uitdrukkelijke vraag, naast de bestuurder mag plaatsnemen, is een extraatje onvermijdelijk.  Ik moet de passagierszetel wel delen met wat hij noemt "une belle femme Malgasche".  Ik heb daar zo een ander gedacht over, dit ruikt sterk naar chauvinisme, maar ik heb weinig te kiezen.  Ook dit busje is volledig afgeleefd, de zetels volledig doorgezeten en we zitten er beiden zeer ongemakkelijk bij.

Zolang we daar maar staan te staan, lopen verkopers af en aan.  Er is er zelfs eentje bij die mij absoluut een antenne wil aansmeren.  Te gek om los te lopen.

De weg naar Ambatolampy (slechts 67 km verder) is de RN7, de Route Nationale die verder nog langs enkele grotere steden zoals Antsirabe en  Fiaranantsoa naar het zuiden loopt.

Het landschap is licht glooiend.  De hellingen zijn begroeid met een soort den en hele bossen eucalyptus.  Op lager gelegen gronden wordt rijst verbouwd.  Tientallen vrouwen planten rijst terwijl mannen andere percelen omploegen of eggen met ossenspannen.  Ik word er zowaar rustig bij na de vreselijke stads- en vooral stationsdrukte.

Rode huisjes liggen verspreid in de brede vallei en gaan volledig op in hun omgeving.  Zij zijn opgetrokken in rode baksteen die hier ter plaatse wordt gemaakt.  Op tientallen plaatsen zie ik mensen klei (?) steken, vormen maken en bakken.  Alles is rood.  Het is niet verwonderlijk dat Marco Polo, die hier als eerste Europeaan voet aan wal zette, Madagascar "Het Rode Eiland" doopte.

In Ambatolampy neem ik mijn intrek in hotel-restaurant "Au Rendez-Vous des Pêcheurs", dat mij door verschillende mensen werd aangeraden.  En terecht zal achteraf blijken.

Ambatolampy zelf heeft weinig te bieden.  Vervallen herenhuizen tussen armoedige huisjes.  Ik verzeil ongewild op een markt (een vuile straat die wordt ingenomen) waar ik absoluut niets wens te kopen.  Op de grond, tussen en in vuil en modder, zitten verkopers aphatisch te wachten.  Schokkend!

Ik zoek mijn weg naar het "Musée des Insectes" dat echter gesloten is wegens "grippée".  Ik loop wat rond op het terrein maar word op een besliste manier halt toegeroepen door twee honden die dreigend naar mij toe spurten.  Ik heb inentingen gekregen tegen ongeveer alle denkbare tropische ziektes, maar een beet van een mogelijk hondsdolle hond kan ik missen als kiespijn, die voorziening heb ik net niet genomen.  Ik steek mijn handen in mijn zakken, blijf stokstijf staan tot wanneer dit nare gezelschap wordt afgeleid door een stem en er vierklauwens vandoor gaat.  En ik ook.

Hier is ook nog een fabriek (sojamelk werd er geproduceerd) waar mijn vriend Rudi zijn internationale carrière is begonnen.  Na veel rondvragen kom ik ter bestemming maar er blijft niet veel van over.  Al tien jaar gesloten en volledig verkommerd.  Energie verspild of uitgemolken?

 

Dit was Ambatolampy.  Mooi gelegen maar niets te beleven.  's Avonds laat ik mij gaan in kikkerbillen en rivierkreeft, lekker.  Deze namiddag was ik getuige van de levering van deze rivierkreeften.  Ik dacht eerst dat er balen gras werden neergelegd, maar deze balen zaten vol met, ja inderdaad gras.  Allemaal kleine dotjes netjes toegebonden.  En in iedere dot, die een na een werden opengesneden, zat een kreeft.  Je zou het nooit geraden hebben. 

Comments (1) :: Post A Comment! :: Permanent Link

1/12/2006 - Woensdag, 29 november 2006

Meer tijd in Tana rondhangen is geen optie.  Ik ga op zoek naar "La Gare Routière du Sud" om uit te vissen hoe ik naar de volgende bestemming geraak.  Het wordt een lange wandeling van twee uur.  Tana lijkt één grote markt.  Mensen zitten gehurkt tussen al wat ze in aanbieding hebben.  Het aan bod is soms niet meer dan enkele bananen of lychees.  De af te leggen afstand wordt dubbel, want ik moet zigzaggen tussen het drukke, quasi stilstaande verkeer, op en af het voetpad dat ingenomen wordt door allerlei ambachtslui die zich bezighouden met het lassen van ijzeren constructies of het ineen timmeren van kleinmeubel.  Verkopers nemen blijkbaar ook maar een loopje met de hun toegewezen ruimte, want pluimvee, potten en pannen, uitlaten, bloemen en planten, alles ligt uitgestald tot ver over het voetpad.  En natuurlijk wordt er gekookt en gebraden, maar ik vraag nog enig respijt vooraleer mij hier aan te wagen.

En dan, ver buiten de stad, bereik ik het station.  What's in a name!  Met mijn Westerse ogen en opvattingen ben ik beland op een autokerkhof.  Gammele busjes staan kriskras door elkaar en ik word omsingeld door tientallen "bemiddelaars".  Ik lieg hen voor dat ik al gereserveerd heb, maar het mag niet baten.  Nog steeds omstuwd door al mijn "amis" vind ik het kantoortje waar ik een kaartje koop met bestemming Ambatolampy, het eerstvolgende stadje ten zuiden van Tana.

Aangezien ik er geen flauw idee van heb waar en of ik in kleinere steden in het binnenland aan geld kan geraken, ga ik nu op zoek naar een geldautomaat.  Zelfs in een grote stad als Tana loop ik enkele uren rond zonder resultaat te boeken.  Uiteindelijk beland ik in het Hilton Hotel waar ik na enkele pogingen aan de nodige fondsen geraak.

Tegen 's avonds ben ik redelijk moe, meer van al de drukte, het lawaai, en van de mensen af te houden dan van de lange wandelingen.

Ik trek mij terug in mijn kamer in afwachting van het avondeten.

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

29/11/2006 - Madagascar 26 - 27 - 28 november 2006

Na een zeer lange aarzeling is alles plots in een stroomversnelling geraakt. 

Binnen de week zijn mijn vliegtuig- en busticketten geregeld. Een Eurolines bus brengt mij met een half uur vertraging van Antwerpen naar Parijs Charles de Gaulle.  Na een niet voorziene overnachting in de lichtstad gaat het met Air Mauritius via Mauritius naar de eindbestemming:

Madagascar.

Ik arriveer om 13u30 plaatselijke tijd in Antananarivo, de hoofdstad (plaatselijke tijd = Belgische tijd + 2).

Deze keer heb ik het geluk aan mijn zijde, want mijn rugzak is mij trouw gevolgd.  In Antananarivo, Tana in het kort, is het drukkend warm.  Het regenseizoen is hier net begonnen en in de late namiddag ben ik getuige van de eerste warme stortbui.  Ik blijf droog want heb mij tijdig teruggetrokken in mijn zeer eenvoudig hotelletje waar ik omgerekend twee euro per nacht betaal, ontbijt niet inbegrepen.

Tot voor kort was de franc Malgash (FMg) de enige munt.  Deze is inmiddels vervangen door de Ariary maar beiden zijn nog in gebruik.  Eén euro is gelijk aan ongeveer 12.960 FMg of 2.600 Ariary.  In winkels en restaurants is het wel opletten geblazen, want alhoewel producten worden geprijsd in Ariary, vragen de lepe verkopers steeds de prijs in FMg.

 

Tijdens een eerste verkennende wandeling stel ik vast dat Tana allesbehalve een aantrekkelijke stad is.  Geen architecturale hoogstandjes en voor 80% aftandse, vuile gebouwen.  De bevolking is zeer arm.  Om de haverklap, dwz onophoudend, word ik aangeklampt om te kopen.  Vanillestokjes, fruit, zonnebrillen, souvenirs, rommel...  Alles komt aan bod en wanneer je blijft weigeren (ze blijven tientallen meters meelopen) draait het onvermijdelijk uit op bedelen.  Ik moet van mijn hart een steen maken want je krijgt de hele stad over je heen.

Dit is in niets te vergelijken met de armste toestanden die ik gezien heb in Zuid-Amerika.

 

's Avonds neem ik het avondmaal in mijn hotel in het gezelschap van een tiental Fransen die in Madagascar een nieuwe thuis hebben gevonden. Van hen verneem ik dat rondtrekken in deze tijd van het jaar niet evident is.  Maar dat zijn zorgen voor later.

 

Comments (0) :: Post A Comment! :: Permanent Link

<- Last Page :: Next Page ->

About Me

Links

Home
View my profile
Archives
Friends
Email Me

Friends

Geld verdienen met je website ? - Meer bezoekers via Autosurf - Zelf ook een weblog maken? - Cursus verhalen schrijven - Statistieken gratis proberen