Weblog maken?


MaakEenWebsite.nl (tip)
Totaal slechts 10 euro per maand incl. domeinnaam en gratis overzetten van uw bestaande weblog bij Bloggers.nl 100 MB ruimte
emailadres
Lees meer..... en bestel
Gratis geld verdienen met e-mails lezen? Meld je aan bij
Zinngeld, Surfrace, Qassa en Euroclix !

Op zoek naar God?
zuidamerika

Home - Profile - Archives - Friends

Nabeschouwing

Posted on 2/9/2006 at 19:00 - 4 Comments - Post Comment - Link

De wereld is een boek,

wie niet reist, leest enkel ťťn bladzijde.

(Augustinus)

 

 

 

Reizen....

Een microbe?

 

Een paar stevige wandelschoenen, een aangepaste rugzak, een grote dosis naÔeve durf en de drang om een al lang sluimerende droom te realiseren... meer is er niet nodig om alles en iedereen vaarwel te zeggen en op stap te gaan.  Naar een andere wereld, andere mensen, het onbekende tegemoet.

Je begint aan een lange uitstap, een avontuur waarvan je het eindresultaat niet kent, niet durft vermoeden.

Waarom een veilig oord verlaten en reizen naar een gevaarlijk oord? De drang naar avontuur?

Je eigen grenzen verleggen, limieten overschrijden?

Voor mij waren dit allemaal motieven om te doen wat ik het gedaan. Het einddoel was UshuaÔa,  dat ik niet heb bereikt, maar belangrijker was de reis, het ondernemen, het gevaar trotseren.  Gevaren waarvan je je niet bewust bent, maar die dagelijks aanwezig waren.  Ik had het geluk aan mijn zijde, want aardbevingen, vliegtuigongelukken, overstromingen, dolle honden, cholera, overvallen -alledaagse dingen in dit deel van de wereld- ik ben er aan ontsnapt.  Op een kortstondige ziekte ten gevolge van waarschijnlijk een voedselvergiftiging na, heb ik alles kunnen ontwijken.  Dat is geen verdienste maar veel geluk.

 

Alleen reizen was een bewuste en weldoordachte keuze.  Het biedt veel bevredigingen naast de vele zorgen.  Het geeft je de mogelijkheid te doen wat je wordt ingegeven.  Waar, wanneer, voor hoelang, op welke manier, met wie en hoe.  Je wordt verplicht zelf initiatief te nemen, contacten te leggen, te durven.  Het verplicht je kracht te zoeken in jezelf en vertrouwen te geven aan doodvreemden.  Maar de risicofactor wordt groter.  Op eenzame trektochten kan je je been beter niet breken, avond- of nachtelijke uitstappen zijn te mijden, ziek worden doe je maar beter in de bewoonde wereld.

 

Ongewild was ik op slag, vanuit materieel oogpunt bekeken, even arm als de Costaricanen, de Ticos.  Ik werd twintig dagen op de proef gesteld en kreeg al van  bij de start een les in eenvoud en afstand doen van materieel bezit.  Op zich geen groot probleem, maar de overgang verliep nogal bruusk.

Costa Rica is een paradijs voor natuurliefhebbers.  Bijna 30% van de totale oppervlakte is beschermd en voorbehouden aan de natuur.  35.000 soorten insecten, 160 soorten amfibieŽn, 220 soorten reptielen, 850 verschillende soorten vogels, naast de talrijke zoogdieren vinden er hun biotoop.

Voor mij en andere eenzame trekkers een rustpunt en gedroomde omgeving om deze rijkdom te spotten.

 

Panama laat een wat wrange nasmaak achter.  Daar zit het land zelf voor niets tussen, maar wel de miserie en het tijdverlies tengevolge van het verlies of de diefstal van geld en andere noodzakelijke papieren.  Ik houd bijzondere goede herinneringen over aan de man die mij daar financieel over de meet heeft getrokken.  Zonder zijn hulp had mijn situatie wel zeer hachelijk kunnen worden.

 

Dan naar Ecuador met hoogtepunten zoals uiteraard de -weliswaar mislukte- beklimming van de vulkaan Chimborazu, de onwezenlijke marktjes met als uitschieter Otavalo, fantastische ontmoetingen met al even fantastische trekkers, heerlijk verblijf in Vilcabamba en Parque Podocarpus, een even onverwachte als schitterende driedaagse tocht door de jungle met de vermaarde gids Luis Garcia en last but not least acht dagen Galapagos.  Snorkelen en zwemmen met en tussen zeeleeuwen en haaien, van zeer dichtbij kennis maken met prachtige vogels en vreemde wezens, tussendoor interessante gesprekken voeren met mensen uit alle windstreken.  Schitterend.

Via Coca, in het noorden van Ecuador, de Rio Napo afvaren tot Iquitos in Peru.  Tien dagen pure jungle-ervaring per kano.  Onderweg eten en slapen bij families of in kleine Indiaanse nederzettingen, "lekkere" chicha drinken.   Puur avontuur en genieten, wel vermoeiend.

 

Nog vermoeiender was tien dagen trekken door de jungle aan de Braziliaanse grens.  Een uiterst zware tocht met beperkte voedselvoorraad, water uit de rivier om rijst te koken of thee te drinken, drinkwater onderweg werd van lianen afgetapt.  In verlaten indianenkampen vonden we maniok, een "welkome" afwisseling voor de massa's rijst.  Restanten van neergeschoten luiaards verraadden hun nog recente aanwezigheid.

Een tocht die onmenselijk hard werd gemaakt door de drukkende hitte, de aard van het parcours, de immer aanwezige muggen en bijen. Om nooit te vergeten, misschien wel om nooit meer te doen.

Andere herinneringen aan Peru zijn legio.  De vele mooie en zware bergtochten, de talrijke interessante inca-ruÔnes.  Avontuurlijke tochten langs wegen die toeristen niet kennen of links laten liggen. Huancayo, Huancavelica, Ayacucho, ooit de thuisbasis van de Sendero Luminoso.  Het zuiden van Peru met mooie steden als Arequipa en Cusco. Het wereldberoemde en onovertroffen Machu Picchu, maar ook de Valle Sagrado en het onlangs herontdekte Choquequirao, plaatsen om nooit te vergeten.  Ik zou de Islas Flotantes, de drijvende eilanden op het Titicacameer nog over het hoofd zien, en de armoedige toestanden op de andere eilanden.

Bijna drie maand Peru, het konden er net zo goed zes geweest zijn.  Een in alle opzichten verbluffend land.

 

Hoe zuidelijker, hoe armoediger.

BoliviŽ is een prachtig land.  Indrukwekkende natuur, grootse bergen, maar een arme bevolking.  50% is indiaans.  Zou dat de reden zijn?

Het is een land van verliezers.  Oorlog met Peru, Chili, BraziliŽ Paraguay, overal en altijd trokken zij aan het kortste eind. Zou er iets mis zijn met de mentaliteit?

Wanneer je er enige tijd rondtrekt, kan je je niet van de indruk ontdoen dat de mensen een wat verslagen, zelfs fatalistische indruk geven.  Je moet ze soms vooruit branden om iets gedaan te krijgen.  Ze bieden je wel hun koopwaar aan, maar ze verkopen het niet.  Het laat hen ogenschijnlijk onverschillig.  Een wereld van verschil met de Argentijnen bvb.

Nochtans hebben ze een hoop natuurlijke troeven uit te spelen.  Jungle en pampas in het noorden waar de wilde dieren je als het ware voor de voeten lopen.  Het Titicacameer en Copacabana.  De Salar de Uyuni, een prachtig zoutmeer waar we dagen in hebben rondgereden.  Eťn grote, witte vlakte die je de indruk geeft op een andere planeet te vertoeven.  Kleurrijke bergen, geisers, warmwaterbronnen.

Waar je ook rijdt wordt je getrakteerd op prachtige panorama's, vergezichten en afwisselende plantengroei.

De evenknie van Peru, dat dank zij de overgebleven resten van de inca-cultuur toch iets meer te bieden heeft.

 

Maar nu is de reis, het sprookje voorbij.

Het was mooi.  De fauna en flora, de mensen, de cultuur.  Wondermooi.

Het was hard en primitief.  Mijn keuze om comfort en luxetoestanden te ontwijken.  Af en toe moest ik er toch even uit, en ging dan op zoek naar een vertrouwde koffie van bij ons.  Wat heb ik een simpele boerenboterham gemist.

Het was een les in eenvoud en nederigheid.  Wat wij teveel hebben, en dat is zowat alles wat je kan bedenken, hebben zij te weinig.  Ik voelde mij soms een verwend jongetje in een arm, achtergebleven werelddeel.

Het zal wel even aanpassen worden nu ik terugben, maar mijn kijk op de wereld is bijgesteld, anders.  Niemand keert terug van een reis zoals hij vertrokken is.

Nu is het uitkijken naar een nieuwe uitdaging, andere horizonten verkennen.  Je verneemt het op tijd.

 

Rest mij iedereen te bedanken die langs deze weg en via e-mail het contact onderhield en voor de nodige morele steun heeft gezorgd.  Het heeft mij gesterkt in moeilijke momenten.

Bedankt en tot volgende onderneming.

 

Willy

 

 

 

Reizen is een manier om vragen te stellen die je thuis niet stelt.  Niet per se over het land in kwestie zelf, maar over jezelf.  (H. De Coninck)

 


Dag 256

Posted on 31/8/2006 at 19:45 - 0 Comments - Post Comment - Link

Zaterdag, 19 augustus 2006.

 

De tegenslagen en negatieve ervaringen van de voorbije week hebben sporen nagelaten.  Plots voel ik een zekere reismoeheid.  Ik zie de dingen niet meer, of anders, en voel de interesse afnemen.

Na weer een nachtelijke busrit van ongeveer 18 uur krijg ik in Tarija een minuskuul kamertje-zonder-douche toegewezen voor de schandalige prijs van 60 bolivianos (6 euro).  Door de vele slapeloze nachten ben ik moe en prikkelbaar geworden en de eigenaar moet het ontgelden.  Ofwel beter en meer, ofwel goedkoper.  Uiteindelijk krijg ik het stulpje voor 40 bolivianos, inclusief ontbijt.  Maar ik had beter andere oorden opgezocht, want burenlawaai, muggen en een ongemakkelijk bed houden mij uit mijn broodnodige slaap.  's Morgens ben ik een wrak en enkel nog geÔnteresseerd in inpakken en wegwezen, richting ArgentiniŽ.  Met veel tegenzin betaal ik de rekening en ga weer op stap.

Bermejo is een zeer klein dorpje aan de grens waar ik in de namiddag de bus verlaat en mijn paspoort laat afstempelen, exit BoliviŽ.

Een kilometer verder bereik ik een eerste Argentijns douanekantoor.

Het is duidelijk dat zij BoliviŽ en al wie dit land verlaat wantrouwen, want heel mijn hebben en houwen wordt grondig doorzocht.  Ze zijn zelfs niet vies van mijn vuile was.

Het eerstvolgende dorpje ligt een drie kwartier te voet verderop.  Onder een brandende zon loop ik door een soort niemandsland, maar dit is ArgentiniŽ, nochtans in weinig verschillend van BoliviŽ.  De wegberm ligt ook hier bezaaid met plastieken zakjes, papier, andere rotzooi.  Ik hoop dat het de wind is die hier grensoverschrijdend de boel heeft vervuild en niet de Argentijnen zelf.

Een behulpzame man neemt mij mee naar een mini busstation waar echter geen bussen vertrekken.  Taxi's verzorgen de verbinding met dit verkooppunt van ticketten en het eigenlijke vertrekpunt.  En onderweg is er eigenaardig genoeg nog een douanepost waar een al even nauwkeurige inspectie plaatsvindt.  Coca komt het land niet in, dat is duidelijk.

 

En dan loopt het mis.  De bus vertrekt om vijf uur (het is nu kwart voor vier) en mijn rugzak gaat in de bagageruimte.  Ikzelf zie de kans schoon om op een terrasje in de buurt nog rustig iets te drinken, ik zal nog lang genoeg op die bus moeten zitten.  Na een kwartier ga ik toch maar terug naar de bus, die ik echter niet meer terugvind, want....... vertrokken.

Vier uur in BoliviŽ is vijf uur in ArgentiniŽ, niet bij stilgestaan.

Gelukkig was ik niet de enige om deze fout te maken, en de mensen van de busmaatschappij zetten ons snel in een taxi, bellen de buschauffeur met de vraag om op ons te wachten, en zo wordt het euvel verholpen.  Na een half uur achtervolgen ben ik goed en wel op weg naar Cordoba.


Dag 260

Posted on 31/8/2006 at 19:28 - 0 Comments - Post Comment - Link

Woensdag, 23 augustus 2006.

 

Aankomst in de vroege morgen in een mistig en druilerig Brussel. 


Dag 259

Posted on 31/8/2006 at 19:26 - 0 Comments - Post Comment - Link

Dinsdag, 22 augustus 2006.

 

Waar ik 's morgens aankom om weer 10 uur te wachten op de vlucht naar Brussel.


Dag 258

Posted on 31/8/2006 at 19:22 - 0 Comments - Post Comment - Link

Maandag, 21 augustus 2006.

 

Aankomst in Buenos Aires.  Een grootstad die ik links laat liggen want de eindbestemming ligt aan de andere kant van de oceaan.

Ik zoek en vind gepast vervoer naar de luchthaven die 35 km verderop ligt.  Het is nu 10 uur in de morgen en mijn vlucht naar Washington vertrekt pas om 21 uur. 

Een dag van wachten en verveling.


Dag 257

Posted on 31/8/2006 at 19:17 - 0 Comments - Post Comment - Link

Zondag, 20 augustus 2006.

 

Bij aankomst in de vroege morgen koop ik onmiddellijk een ticket richting Buenos Aires.

Het is zondag en Cordoba lijkt dood.  Alsof de plaatselijke voetbalploeg gisteren verloren heeft.  Ja, voor fanatieke Argentijnse voetballiefhebbers (dat zijn ze allemaal) een goede reden om dood te vallen.

Om de tijd te doden -het wordt weer een nachtelijke busrit- loop ik naar de luchthaven en terug, 15 km enkel.  Ook een goede manier om wakker te blijven en de beenspieren actief te houden.


Dag 253, 254 en 255

Posted on 17/8/2006 at 20:42 - 2 Comments - Post Comment - Link

Woensdag, donderdag en vrijdag 16, 17 en 18 augustus 2006.

 

Gisterenavond, op weg naar het station, vroeg ik de weg. 

Ziehier hoe in Bolivie een gesprek met een lieve dame (kan ook een heer zijn natuurlijk, maar die kunnen nooit zo lief zijn) kan verlopen:

 

IK: "Waar is de nieuwe busterminal aub?"

DAME: "Dat is ver!"

IK: "Ja, maar is dit de juiste weg?"

DAME: "Je zult een micro moeten nemen"

IK: "Ik heb tijd, ik loop wel"

DAME: "De nieuwe of de oude terminal?"

IK: "De nieuwe, is dit de juiste weg?"

 

Ze toont me de weg en zegt zeer nadrukkelijk:

 

"Maar het is ver, je moet een micro nemen!"

"Nee", zeg ik, "ik loop wel, ik heb voldoende tijd"

"Ik loop even met je mee", zegt ze.

 

Resultaat:  bij het eerste kruispunt doet ze een micro stoppen en wijst er de chauffeur op dat

                hij mij aan de busterminal moet afzetten.

 

Grappige maar soms ook vervelende toestanden.

Zo is er mijn regelmatige vraag naar een kop thee.  Mijn Spaans is natuurlijk verre van perfect, maar het woordje "thee" kan ik inmiddels al vrij goed uitspreken, al zeg ik het zelf.  Maar in 60% van de gevallen staren ze mij dan aan en herhalen "thee??" alsof ze het in Keulen horen donderen.

Via voldoende herhaling geraak in dan wel aan het gevraagde, maar het werkt zo op de zenuwen dat ik na drie herhalingen al snel in een andere zaak mijn geluk beproef.

 

Dat was in de marge.

 

Ik zit nu in het oosten van Bolivie, enkele honderden kilometer ten noorden van Santa Cruz de la Sierra (volledige naam).  Dit is de provincie Chiquitos waar de Orde van de Jezuieten vanaf ongeveer het jaar 1600 haar missioneringswerk is begonnen.

Jaar na jaar stichtten zij meerdere gemeenschappen waarvan ik er nu enkele bezoek.

San Javier, Conception, San Ignacio,  Santa Ana, San Rafael.....het zijn enkele van de velen.

Allemaal afgelegen en rustige jungledorpjes.  Wat hebben ze gemeen?  De nog authentieke of deels gerestaureerde prachtige kerken die de Jezuieten hier gebouwd hebben.

Een zestal zijn door de Unesco uitgeroepen tot Cultureel Werelderfgoed.

 

Midden in de nacht, om 2 uur om precies te zijn, word ik gedropt in San Javier waar ik buiten alle verwachting nog vrij gemakkelijk een onderkomen vind.  Maar het bed is die naam niet waardig en hongerige muggen maken slapen onmogelijk.  Het wordt een vreselijke en vreselijk korte nacht.

Dus San Javier, het eerste van een reeks.  Hier staat ook het door de Jezuieten eerst opgerichte complex.  Alles dateert van 1691 en is nog voor 80% origineel.  Inderdaad een prachtige constructie omvattende de kerk, een kapel, grote vierkante binnenkoer, afzonderlijke klokkentoren en schoolgebouwen.

Een plaatselijke gids geeft tekst en uitleg bij de schilderingen op binnen- en buitenmuren (niets is ongeschilderd gebleven, een mix van gelovige en bijgelovige elementen), oude beelden, preekstoel, biechtstoelen, klokkentoren enz..  Interessante eerste kennismaking.

 

Een micro brengt mij tot het volgende dorpje, Conception.  De jungle wordt voelbaar, hier bestaan de wegen uit aangestampte rode aarde, behalve rond het centrale plein zijn alle andere huisjes niets meer dan simpele hutjes. Armoede, en ik stel vast dat "Plan" hier ook zijn werk doet.

De kerk en bijgebouwen zijn bijna identiek als die in San Javier, zij het hier bijna volledig gerestaureerd en daarom minder interessant.

 

Nu is het wachten tot zes uur 's avonds voor een volgende bus naar San Ignacio.  Het is pikdonker (acht uur) wanneer bij een tussenstop in Santa Rosa alle mensen uitstappen.  Ik ben nog de enige passagier voor San Ignacio. 

Het enige lichtpunt in deze hel is een benzinestation met annex restaurant net buiten het dorp.  En daar hebben ze niet de brandstof die de bus nodig heeft om zijn weg te vervolgen.  Ik krijg een deel van mijn geld terug met de laconieke mededeling dat er vannacht om twee uur een andere bus langskomt. 

Tot 23 uur kan ik blijven schuilen in het restaurant, maar dan gaan de deuren en alle lichten uit.

Omdat ik naar de jungle trok en mijn bagage zo klein mogelijk wou houden, zit ik nu in een lichte T-shirt kou te lijden.  Ik trek mij terug in een door de frisse wind enigzins vergeten hoekje en krijg zowaar het gezelschap van een reusachtige bruine vlinder die zich komt opwarmen aan de net gedoofde lichten.  Hij heeft een spanwijdte van zeker 15 cm. en hij lijkt zich aan het licht van mijn zaklamp helemaal niet te storen.

Rond half twee uur begeef ik mij naar de aangewezen plaats waar de bus zou langskomen.  Plots baad ik in een zee van licht. Een soldaat en de bediener van het pompstation zitten daar ook te zitten en hebben mij horen aankomen.  Wat zij daar doen is mij een raadsel.  Wat die soldaat betreft, vraag ik het mij eigenlijk helemaal niet af, want je vindt ze hier in BoliviŽ overal, dus waarom hier niet.  Maar wat die pompbediende hier nog doet is mij niet duidelijk.  Er is toch geen brandstof in dit station?

Later in de nacht, wanneer ik al lang niet meer weet waar kruipen van de kou, biedt deze jongeman mij zijn anorak aan.  Ik kan hem uiteindelijk kopen voor 40 bolivianos ipv de gevraagde 100.

De bus die om twee uur werd verwacht, komt tenslotte aan om 3u30.  Ik nestel mij naast een struise Indiaanse en val onmiddellijk in slaap.  En om vijf uur word ik gewekt door gerommel boven op de bus, we zijn aangekomen in San Ignacio.

Het is de moeite niet meer om een hostal op te zoeken en wandel wat rond tussen en met al even verlopen en hongerige honden. Rond zes uur gaan de eerste stalletjes rond de mercado open.  Deftig eten is er niet, maar thee kan wel. Eigenlijk ben ik doodop na twee nachten zonder slapen en dus is het vandaag een kwestie van wakker te blijven. 

Ik bezoek de plaatselijke Jezuietenkerk die er net uitziet als de twee vorige.  Navraag leert mij dat verbindingen tussen en naar de andere dorpjes quasi onbestaande zijn.  Het was ook mijn bedoeling om daarna naar het Nationaal Park Noel Kempff te gaan, enkele honderden kilometer verder noordwaarts, maar het is onbegonnen werk.  Bussen rijden er niet naartoe, en met agentschappen wens ik het niet te doen.  Trouwens, dit dorp zou de poort moeten zijn naar het Park, maar in het enige reisagenschap zit een dame die er niets van kent, en de persoon die het wel zou weten kan zij niet bereiken.  Deze dame kent het telefoonnummer van haar collega niet.  Zo simpel is dat allemaal.

Al deze elementen doen mij besluiten om terug te keren naar Santa Cruz.  Ik koop een ticket voor de enige bus die om 18 uur vertrekt.  Ik zal dan wel weer midden in de nacht toekomen (de rit duurt ongeveer zes uur), maar dat vind ik geen probleem.

Het wordt echter een nachtmerrie.  De bus vertrekt pas om zeven uur en krijgt het ene defect na het andere.  Wanneer we op een uur rijden van Santa Cruz weer tot stilstand komen -het is nu al acht uur vrijdagmorgen- en ik zie niemand iets repareren, ga ik vragen wat er scheelt.  Ik zie en verneem dat we vastzitten in een lange file en moeten wachten voor een gesloten brug.  Onze bus wordt overvallen door tientallen verkoopsters van alles wat mij braakneigingen bezorgd.  Gebraden varkens- en kippevlees, empanadas met vulling van alle soort, melk en koffie uit vieze potten geschonken...  Tot twaalf uur duurt deze miserie. 

Dan schuiven we mee de brug over en komen vlak erna weer tot stilstand, nu met een platte band. 

Uiteindelijk komen we om twee uur in de namiddag aan in Santa Cruz. De conducteur komt onze ticketten opvragen, maar ik ben het mijne kwijt.  Dat moet hij in het kantoortje toch even melden, maar ik wacht niet op de te verwachten discussie en maak mij uit de voeten.  Het was genoeg. We zijn zomaar eventjes 17 uur onderweg geweest. 

Ik haast mij naar de busterminal en koop een ticket naar Tarija.  Vertrek vanavond om zes uur., dat kan er nog wel bij. 

Tarija ligt kort bij de grens met ArgentiniŽ.  Andere lucht zal mij goed doen, denk ik.


Dag 251 en 252

Posted on 15/8/2006 at 00:29 - 0 Comments - Post Comment - Link

Maandag en dinsdag, 14 en 15 augustus 2006.

 

Santa Cruz is een gezellige stad, maar heeft de toerist niet veel te bieden.  Op de "Plaza 24 de Septiembre" is het zalig zonnen en op de heetste momenten van de dag bieden talrijke palm- en andere tropische bomen voldoende schaduw.

Voor totale afkoeling kan je nog terecht in de reusachtige kathedraal in de onmiddellijke nabijheid.  En dat is het.  Natuurlijk heeft de stad ook nog talrijke mercado's, winkeltjes, stalletjes, restaurants enz...  maar een mens kan toch niet constant eten en drinken.

 

Ik koop een busticket met de bedoeling om met openbaar vervoer verschillende dorpjes ten noorden van Santa Cruz te bezoeken.  Niet zomaar wat dorpjes, maar een reeks van missionarisposten die in de 17e eeuw door Jezuieten zijn gesticht.

Mijn vraag moet niet duidelijk geweest zijn, want als ik mij 's morgens om 8 uur aanmeldt, blijken er geen bussen te zijn.  Die rijden enkel 's avonds om 8 uur, met als gevolg een dag verveling. 

Ik moet dringend Spaans gaan leren.


Dag 250

Posted on 13/8/2006 at 16:43 - 0 Comments - Post Comment - Link

Zondag, 13 augustus 2006.

 

De nachtelijke reis naar Santa Cruz verloopt vlekkeloos, zij het slapeloos.

We worden gegijzeld.   Men zou het moeten verbieden dat verkopers zich kunnen opdringen op een bus.  Je kan geen kant uit en hun eindeloze uiteenzettingen vervelen en werken uiteindelijk op de zenuwen.

De bus is nog maar amper vertrokken of een pseudo-reiziger  staat op.  Een onderwijzerstype nog wel die begint met de meest onnozele vragen te stellen.  De hoofdstad van BoliviŽ?   De hoogste berg van BoliviŽ?  Hoeveel inwoners telt BoliviŽ...en La Paz?  Hij had ook nog kunnen vragen waar we naartoe reden.  En hij wacht de antwoorden niet af, mar geeft ze zelf, alsof hij het vanzelfsprekend vindt dat zijn landgenoten of een eenzame toerist het toch niet weten, dommer zi°n. 

Maar hij heeft alle wijsheid gebundeld in een minuskuul driedelig werkje dat hij nu "in promotie" kan aanbieden, maar waar niemand voor geÔnteresseerd is.  "Arme man", denk ik, een lange uiteenzetting en nog een langere verplaatsing, allemaal voor niets. 

Daarna een jong "zangtalent" die een soort gitaar en onze oren begint te teisteren en zijn getokkel begeleidt met afschuwelijke keelgeluiden.  Zijn inspanning levert zowaar enkele bolivianos op.

Als de rust enigzins is teruggekeerd, moeten de onvermijdelijke geweldfilms het brave publiek wakker houden. Zoveel moeite hadden ze wat mij betreft niet moeten doen, want de kerel naast mij heeft een grote zak "krackers" bovengehaald...als er iets is waar ik gek van word, en ik kan geen kant uit.

Wie toch de slaap heeft kunnen vatten, wordt op tijd gewekt.  Om twaalf uur voor een narcoticacontrole, om twee uur (het is nog altijd nacht) door Immigracion, om vijf uur door een tweede ploeg drugshonden.  En ik zou het kunnen appreciŽren als ze naar iets zochten, maar de plagerijen bestaan uit een wandeling door de bus, het wekken van alle reizigers en een vluchtige blik op je paspoort.

Misschien moet het hier zo, maar ik zal het nooit helemaal begrijpen.

Rond zeven uur vindt nog iemand anders het nodig om de relatieve rust te verstoren.  In eerste instantie had ik verstaan dat het over "natuurbescherming" ging (nogal naÔef, want Zuid-Amerikanen en .......) en ik spits de oren.  Tot het tot mij doordringt dat hij een product komt verkopen tegen parasieten, wormen en ander ongedierte waar kinderen op jonge leeftijd last van kunnen krijgen als ze niet hygiŽnisch worden opgevoed.  In Zuid-Amerika??  Vindt die man zich grappig ? of is het toch een lovenswaardig initiatief in een land waar hygiŽne meer dan ver te zoeken is?   De niets aan de verbeelding overlatende prentkaarten en foto's die hier in onze nuchtere maag gespiesd worden zijn er te veel aan.  Slechte verkoop alweer en hij druipt af.

 

Het is zondagmorgen en Santa Cruz is een doodse stad.  Ik zoek een hotelletje, een laat ontbijt en hou mij rustig.  De jungle is weer zeer nabij en de vochtige warmte maakt mij loom.

Vanavond op tijd in bed om van de inmiddels afgezwakte verkoudheid en voorbije slapeloze nacht te recupereren.


Dag 249

Posted on 12/8/2006 at 19:41 - 0 Comments - Post Comment - Link

Zaterdag, 12 augustus 2006.

 

Met de gezondheid gaat het een ietsje beter.  Ik koop een busticket voor Santa Cruz.  Vertrek is voorzien om 17 uur en de reis zal ongeveer 18 uur duren.  Santa Cruz belooft meer warmte en meer zeeniveau, wat goed uitkomt, want mijn verkoudheid  bemoeilijkt de ademhaling en het is hier zowaar beginnen regenen en weer kouder geworden.

Adieu La Paz.     


Dag 248

Posted on 12/8/2006 at 19:32 - 0 Comments - Post Comment - Link

Vrijdag, 11 augustus 2006.

 

Christa's vlucht is om 6u45 en het personeel van American Airlines heeft ons aangeraden om ten laatste om 4u30 in de luchthaven te zijn. 

Dit lijkt ons toch wat vroeg en 5u30 lijkt ons meer geschikt.  Maar o wee, er staat al een ellenlange file en het wordt bijna een vol uur aanschuiven. 

Ik keer terug naar mijn hotel en verzamel de nodige ingredienten voor een eenzaam ontbijt.

Ik voel me helemaal niet goed.  Het is net of al het vuil en alle stof van La Paz  in mijn hoofd zit.   De middenstand doet gouden zaken met de verkoop van papieren zakdoekjes.  Op deze dag verbruik ik waar ik in normale omstandigheden bijna een jaar mee doe.  Verschrikkelijk.  En iedere straat bergop (en er zijn er wat in La Paz) is er teveel aan.  Buiten adem en zonder kracht.  Ik zoek dan ook zeer vroeg mijn bed op waar ik nog uren lig te snotteren.

Hopelijk morgen beter.


Dag 247

Posted on 12/8/2006 at 19:30 - 0 Comments - Post Comment - Link

Donderdag, 10 augustus 2006.

 

Een dag van rugzakken herschikken en voorbereiding op de terugreis van Christa. 

We lopen nog even langs de mercado's, de winkelstraatjes, schuilen voor de koude wind in koffieshops en wachten tot morgen.


Dag 246

Posted on 12/8/2006 at 19:22 - 0 Comments - Post Comment - Link

Woensdag, 9 augustus 2006.

 

Wij hebben zowat alles gezien, enkel de zoo blijft nog over.  Wij zijn natuurlijk op alle vlakken verwend, en met Antwerpen en Planckendael voor ogen verwachten wij niet te veel.  Maar wat blijkt,  in tegenstelling tot andere dierentuinen die ik van Costa Rica tot Peru heb gezien, heeft men hier de nodige eerbied betoond voor zowel de dieren als de bezoekers.  Een groot park, ruime hokken voor de dieren, gezellige wandelpaden.  En dieren van hier die je in de natuur (gelukkig) zelden ontmoet.  Condors, tapirs, jaguars, poema's, ocelot, beren, vossen.

Als tussendoortje mocht het er zijn.   


Dag 243

Posted on 12/8/2006 at 16:53 - 0 Comments - Post Comment - Link

Zondag, 6 augustus 2006

 

In de buurt van Sucre ligt een vindplaats van dinosaurussen.  Wij er naartoe maar zoals het wel meer gebeurt in Zuid-Amerika is het park om duistere redenen gesloten.  We maken van de nood een deugd en blijven in de buurt wat rondwandelen en onder een zacht zonnetje wat lezen en de natuur bewonderen.

In de buurt ligt ook het vliegveld en aangezien we een vlucht willen boeken naar La Paz (Christa ziet 20 uur bus niet zitten), lopen we daar ook even langs.  Ook al tevergeefs, want in de voormiddag is er geen enkel loket geopend.  Dit is Bolivie op zijn best.  We zitten toch een redelijk aantal kilometers van de stad, dus wachten we tot openingstijd. 

In de namiddag worden we aangenaam verrast.  Een kilometerslange stoet trekt door Sucre.

Folkloristische groepen uit alle delen van het land, fanfare's, militaire delegatie's, muziekkapellen, een bijzonder kleurrijk schouwspel.  Er komt geen eind aan, maar wij moeten vertrekken. Onze vlucht is om 17u30 en na drie kwartier vliegen zijn we terug in La Paz. 


Dag 245

Posted on 12/8/2006 at 16:09 - 0 Comments - Post Comment - Link

Dinsdag, 8 augustus 2006.

 

In afwachting van de terugvlucht die Christa op 11 augustus moet nemen, willen graag nog wat natuur zien. 

We sluiten ons aan bij een groepje en laten ons rondvoeren.  Eerst naar Chacaltaya, een berg in de onmiddellijke omgeving van La Paz. 

De laatste paar honderd meter leggen we te voet af.   Een ijzige wind maakt het bitter koud, de hoogte maakt de lucht ijl en het voettochtje redelijk zwaar.  Maar vanop de top, op een hoogte van 5345 meter hebben we een mooi uitzicht op de omringende bergen.

Sajama, aan de grens met Chili 6580 meter, Illiampu 6400 meter,  Illimani 6442 meter.  Allemaal besneeuwde toppen.  Ook in de verre buurt maar duidelijk zichtbaar zien we ook nog het Titicacameer. Onder ons ligt het hoogst gelegen skigebied ter wereld.  Je moet wel fanatiek zijn om hier je favoriete sport te komen beoefenen, want er zijn geen liften.  En duizend meter naar beneden glijden is plezant, maar dan weer te voet omhoog is wel wat anders.  Er is dan ook geen enkele skier te bespeuren. 

Na de lunch in de berghut  (eenvoudige maar lekkere quinua-soep), gaat het verder naar de "Valle de la Luna" aan de andere kant van de stad.  Deze streek is zo genoemd naar de grillige vormen die het landschap heeft aangenomen.  Zanderige rotsen zijn door water en wind uitgesleten en vormen nu een  geheel van diepe kloven en steile pieken. 

's Avonds eten we tapas in het restaurantje van een jonge Nederlander.  "Vaca Loca", heet de inrichting.  Hij heeft zijn afkomst niet helemaal kunnen verloochenen.

 

 

 


Dag 244

Posted on 12/8/2006 at 16:02 - 0 Comments - Post Comment - Link

Maandag, 7 augustus 2006.

 

Terug in La Paz.

We moeten ons bezig zien te houden, want alles is gesloten.  De nationale feestdag van gisteren, vandaag omgezet in verlof. 

Enkel het Museo de Arte Contemporaneo is toegankelijk en dat is genieten.  Prachtige schilderijen van Boliviaanse kunstenaars.  Van klassiek tot surrealistisch.  Che Chuevara, Fidel Castro, zij krijgen veel aandacht en worden op bijzonder originele manier voorgesteld.

 

Maar ons huis is te klein om dit alles op te hangen.  Nog een koffie of thee en weer wandelen, dat is La Paz op een gesloten maandag. 

 


Dag 242

Posted on 12/8/2006 at 15:39 - 0 Comments - Post Comment - Link

Zaterdag, 5 augustus 2006.

 

Sucre stroomt vol met Indianen. 

Van de aanwezigheid van hooggeplaatsten en president Morales himself  maken allerlei organisatie's gebruik om op een of andere manier hun ongenoegen of feestelijk gevoel kenbaar te maken.  Talrijke betogers komen in afzonderlijke groepen naar de Plaza, waar dan weer folkloristische groepjes dansen en zingen.  Het is uiteindelijk niet meer duidelijk wie betoogt en wie feest. 

In ieder geval is het een kleurrijk spektakel. 

Tegen vijf uur in de namiddag wordt de president verwacht.  Wij willen ook wel een glimp van deze sympathieke figuur opvangen, maar we wachten tevergeefs.  Hij houdt een toespraak vanuit de Casa de la Libertad maar hij laat zich niet zien.  De organisatie heeft voorzien in grote luidsprekers rond de Plaza, maar die vallen om de haverklap uit zodat er van zijn uiteenzetting weinig verstaanbaars overblijft (met een goede installatie zou het eigenlijk niet anders geweest zijn).  En de kleurrijke Bolivianen hebben er ook geen oor naar, de talrijke groepjes spelen er in een grote kakafonie duchtig op los.   Heel vermakelijk.

 

 


Dag 241

Posted on 5/8/2006 at 16:08 - 0 Comments - Post Comment - Link

Vrijdag, 4 augustus 2006.

 

In onze aanloop naar Sucre hebben we al afspraken gemaakt met de mensen van Plan International.  Hier in Sucre is een gewestelijk kantoor en op een tweetal uur rijden, woont een meisje waarvan we al heel lang (financieel) pleegouders zijn.  We hebben het kunnen regelen om een bezoek te brengen aan het meisje en haar familie.

We krijgen een eerste koude douche wanneer blijkt dat Loisa, zo heet het meisje, al meer dan een half jaar uit het dorp is vertrokken om in Santa Cruz te gaan werken.  De organisatie was hier blijkbaar niet van op de hoogte. 

Een medewerker rijdt met ons per jeep naar de familie waar we de tweede koude douche te verduren krijgen.  We worden keihard getroffen door de onmenselijke leefomstandigheden.  Ik herhaal, echt mensonwaardig.  De mensen hebben een klein boerderijtje, eigenlijk niets meer dan enkele wankele optrekjes rond een vierkant binnenkoertje.  Eentje dient als keuken, maar staat eigenlijk op het invallen.  De rook van het brandende haardvuur zoekt zich een weg door de muren van modder en stro.  Het is een donker hol. In een ander vertrek ligt rommel, kleren, wat werktuigen, kriskras door elkaar.  De ouders van Loisa kunnen ons geen stoel aanbieden, geen tafel om aan te zitten.  Het is er gewoon niet,  we nemen plaats op een deken op de grond.  Gastvrij als ze zijn bieden ze ons gekookte aardappelen met hardgekookte eieren aan. We kunnen enkel converseren via onze begeleider-tolk want de mensen spreken enkel Quechua. 

Wanneer de moeder, verteerd door miserie en verdriet, haar verhaal doet zitten we er stil en verlegen bij.  We kunnen ons deze toestanden moeilijk voorstellen alhoewel we er nu middenin zitten. 

We hadden graag iets gekocht voor Loisa, maar zelfs de ouders weten niet waar ze nu precies is en contact is er al lang niet meer.  Ze is bezorgd en weet niet wat te doen.  Haar gaan zoeken kunnen ze niet, want ze kunnen de verplaatsing naar Santa Cruz niet betalen. 

Reeds enkele maanden zorgen ze nu voor een stiefkind van een van hun zoons.  Een jongetje van negen waarvan wij nu het pleegouderschap gaan opnemen.  Voor Loisa mogen we geen bijdragen meer betalen, dus ons "contract" met Plan zou nu ontbonden worden. 

We gaan het jongetje opzoeken in de school, in het centrum van het dorpje.  De nodige papieren worden ingevuld, wat foto's genomen en tussendoor zijn wij "de" bezienswaardigheid van de dag.  Jongens en meisjes staan ons in drommen aan te staren, enkelen hebben wat vragen en wanneer ik enkele foto's neem is het hek van de dam, word ik besprongen en in het tumult gaat mijn bril eraan. 

Ergens lijkt het triest dat nu een jongetje wordt uitverkoren, maar uiteindelijk worden onze en alle andere bijdragen in die zin goed besteed dat de hele gemeenschap ervan geniet.  Zo zijn we verschillende gemeenschappen gepasseerd, waar Plan scholen heeft gebouwd, waterleiding heeft binnengebracht, onderwijsstructuren opzet en voor medische bijstand zorgt. 

Alleen al rond Sucre worden talrijke gemeenschappen geholpen en zijn er dagelijks een tachtig mensen, waarvan veel vrijwilligers, ingezet. 

Het was goed om eens ter plaatse te zien en te voelen hoe het er allemaal aan toe gaat. 

 

Later op de dag bezoeken we nog het "Museo de Arte Indigena", een museum en tevens atelier waar de geschiedenis van de weefkunst wordt verteld en waar deze technieken worden toegepast en gepromoot.  Grote kunst door eenvoudige mensen.

 

's Avonds is er op de Plaza een gesmaakt optreden van de muziekkapel van het Boliviaans leger.  Alles staat hier in het teken van de feestelijkheden van komend weekend.  Zowat alle presidenten van Zuid-Amerika zijn uitgenodigd in Sucre ter gelegenheid van de onafhankelijkheidsherdenking.

Wil er iemand handtekeningen?


Dag 240

Posted on 5/8/2006 at 15:29 - 0 Comments - Post Comment - Link

Donderdag, 3 augustus 2006.

 

Sucre is een stad met ongeveer 200.000 inwoners.  De stad werd door de Spanjaarden gesticht in 1538 en kreeg de naam "La Plata".  Het was de hoofdstad van een gebied dat zich uitstrekte van het zuiden van Peru tot de Rio de la Plata in het huidige ArgentiniŽ.  In 1776,  bij de herindeling van de Spaanse kolonies, kreeg de stad de naam Chuquisaca, naar de provincie waarvan het nu de hoofdstad is.

In 1825 werd hier de onafhankelijkheid van BoliviŽ getekend. BoliviŽ is genoemd naar haar bevrijder, Simon Bolivar en de naam van de stad werd nogmaals veranderd in Sucre, dit ter ere van generaal Sucre die de onafhankelijkheidsbeweging oprichtte en leidde.

Alhoewel La Paz de hoofdstad is, is Sucre nog altijd een belangrijk administratief en gouvernementeel centrum.  Op de Plaza de Armas staat een prachtig regeringsgebouw, het "Palacio Prefectoral" waar de regeringsleiders de belangrijkste vergaderingen beleggen.  In de stad staan talrijke prachtige koloniale gebouwen die van de rijkdom van weleer  getuigen.

 

Bezienswaardigheden bezoeken is geen sinecure.  Ongeveer alles is gesloten en we moeten ons beperken tot enkele kerken.  De Mercado daarentegen is, zoals in elke stad, een druk centrum waar de gewone man zijn gading vindt aan eetstalletjes, oogverblindende fruitbergen, kleurrijke standjes met kruiden en nog veel meer inlandse producten.

 

In de late namiddag krijgen we wel de kans om de mooie "Convento de San Felipe Neri" en de kathedraal met aangrenzend museum te bezoeken.

's Avonds zijn er optredens van verschillende folkloristische groepen die in prachtige klederdracht dit keer wel te smaken Boliviaanse muziek brengen.  De windinstrumenten zijn duidelijk van betere kwaliteit dan diegene die we eerder in  kleine dorpjes te verduren kregen.  En de muzikanten zijn duidelijk beter opgeleid. 


Dag 239

Posted on 5/8/2006 at 15:13 - 0 Comments - Post Comment - Link

Woensdag, 2 augustus 2006.

 

Een bus nemen kan heel moeilijk gemaakt worden.

Ons ticket is van maatschappij A, de bus van maatschappij B, en dat is voldoende om een mens gek te maken.  Ik word van het kastje naar de muur gestuurd, tot ik het echt beu word en twee verdacht-onwillige personen met mekaar confronteer.  Op slag is het probleem opgelost. We mogen de bus op maar onze plaatsen (7 en 8) zijn al ingenomen.  Opnieuw trammelant.  Uiteindelijk komt alles in orde, maar ze kunnen hier gemakkelijke zaken zo moeilijk maken, dat je er je kalmte bij verliest.

 

We zijn acht uur onderweg.  Morgen eerste verkenning.


ę Last Page :: Next Page Ľ
Hosting door HQ ICT Systeembeheer