Zeldzame porseleinhoen laat van zich horen in Zwanenwater
CALLANTSOOG – In natuurgebied het Zwanenwater is deze maand de roep van het Porseleinhoen gehoord. Dat is bijzonder, aangezien de vogel tot een kwetsbare vogelsoort behoort en op de Nederlandse Rode Lijst voor vogels staat. De komst van deze broedvogel is te danken aan het hoge waterpeil van het Zwanenwater.
Het Porseleinhoen mag graag met beide poten in het water staan. De leefomgeving van deze schuwe vogel is moeras en ondergelopen grasland. Echter, door het verdwijnen van veel vochtige gebieden is de populatie Porseleinhoentjes in Nederland sterk achteruit gegaan.
Vanwege de enorme regenval van afgelopen najaar en winter, staat het waterpeil in het Zwanenwater momenteel nog steeds erg hoog. Enkele weken geleden waren sommige paden alleen met laarzenbegaanbaar. Lastig voor de wandelaars maar ideaal voor het Porseleinhoen. Ook de Waterral - die veel op het Porseleinhoen lijkt – profiteert van de hoge waterstand; er zijn ongeveer vijftien roepende mannetjes gehoord. Vorig jaar waren dat er maar zeven.
In het Zwanenwater heeft nooit waterwinning plaatsgevonden. In de Uitlandse polder, ten noorden van het Zwanenwater, beheert Natuurmonumenten 44 hectare voormalig agrarisch land en oude zogenaamde nollen (lage duintjes). Door instelling van een hoog waterpeil fungeert dit gebied als buffer en voorkomt verdroging van het Zwanenwater.
In maart kwamen de eerste Lepelaars in Nederland aan.
Nadat ze zich enkele weken aan Stekelbaarsjes tegoed hebben gedaan beginnen ze
nu in het Zwanenwater met nestmateriaal te slepen.
Tot verbazing van de boswachters niet op het veilige Bokkeneiland in het Tweede Water
maar in de rietkraag aan de westkant van het meer.
De laatste jaren hadden de Lepelaars het op het Bokkeneiland niet naar de zin.
De luie Aalscholvers trokken takken uit de Lepelaarsnesten om hun eigen nesten te bouwen. Veel Lepelaars vlogen daarom door naar de Waddeneilanden.
Nu dus een poging uit de buurt van de Aalscholvers. Gelukkig beschermt een elektrisch raster de Lepelaars tegen aanvallen van vossen.
Na overwintering in Afrika is de Blauwborst terug in het Zwanenwater.
De Blauwborst heeft een uitbundige zang en een mooie blauwe borst.
Deze soort broedde hier voor het eerst in 1985 en vertoonde een spectaculaire toename, die stabiliseerde op 70-75 paar.
De toename van de Blauwborst is moeilijk te verklaren.
Vegetaties van riet en struiken waren namelijk altijd al aanwezig in het Zwanenwater. De Blauwborst leeft vooral van insecten en broedt op de grond in dicht struikgewas.
foto afkomstig van http://www.birdingfaqs.com van Dan Bastaja
1 februari zijn de eerste tekenen van het voorjaar alweer zichtbaar, madeliefje en paardebloem staan hier en daar weer in bloei en koolmees, winterkoning en merel beginnen met een voorzichtig liedje.
Ook de blauwe reigers in het Zwanenwater staan alweer op de uitkijk bij de kolonie, mooi zingen zit er niet in, hun lied klinkt meer als een soort jurasic achtige kreet (luister op http://www.ivnvechtplassen.org/ivn_vogels_plas_moeras/Blauwe_Reiger_Ardea-cinerea.html ) die een pterodactylus niet zou misstaan (vogels stammen trouwens direct af van dinosauriers!).
Van alle kanten slepen ze nu takken aan en bouwen een meganest boven in een zwarte els of grauwe wilg, 50 jaar geleden broedde ze ook wel op de grond tussen het riet en kruipwilg maar dat is met de aanwezigheid van vossen niet meer mogelijk.
De kolonie zat eerst veel zuidelijker maar heeft zich verplaatst toen een havik zijn nest ging bouwen in een els die uitkeek op de reigerkolonie, havikken lusten wel een jonge reiger!
Nog een paar weken en de eerste eieren worden gelegd, als de kuikens er zijn gaan de ouders op jacht naar (goud-)vis, kikkers, knaagdieren en eendenpullen.
Op 24 november zaten er maar liefst 5 Velduilen in
het hoge helmgras te slapen. We hopen dat het blijvers zijn maar mogelijk zijn
het zwervers die op zoek zijn naar muizenrijke plekken zoals de duinen van het
Zwanenwater. In Nederland broeden maar enkele tientallen velduilen,
voornamelijk op de Waddeneilanden. foto en tekst van Fred Koning
De Klapekster is zo’n soort die soms in het Zwanenwater bij Callantsoog overwintert.
Klapekster zijn helemaal geen eksters maar behoort tot de familie van de klauwieren.
Ze leven van insecten, kikkers, hagedissen, muizen en kleine vogels. Vorig jaar verbleef er eentje van 8 oktober tot 26 april. Daarna vertrok hij vermoedelijk naar zijn broedgebied ergens in Zweden of Noorwegen. Dit jaar werd hij voor het eerst gezien op 24 november en is nog steeds aanwezig. Het is dezelfde vogel, hetgeen we aan zijn ring konden zien: L 229706. Het Zwanenwater is kennelijk een goed plekje om de winter door te brengen.
In het Zwanenwater slapen in het riet van het noordelijke meer elke avond wel een paar blauwe kiekendieven, in sommige jaren wel 10 kiekendieven te gelijk.
Overdag zweven ze over de weilanden en bollengronden opzoek naar muizen, mollen, verzwakte vogels en verdwaalde bruine kikkers, maar s'avonds zoeken ze de rustige plekjes op om samen te gaan slapen.
Als broedvogel is de blauwe kiekendief al lang verdwenen door de toenemende recreatie en het verschijnen van de vos, ook houdt deze grote roofvogel niet van de grote grazers die zijn nest tussen de heide komen bekijken.
Op de waddeneilanden en de landen rond de baltische zee komt ze gelukkig nog voor.
het mannetje is niet te missen of te verwarren door zijn blauw-grijze voorkomen, het vrouwtje is bruin maar met een duidelijke witte streep over haar stuit.
Andere kiekendieven in het Zwanenwater zijn de zeldzame gast de grauwe kiekendief en de nog in het Zwanenwater broedende bruine kiekendief
De bruine kiekendief trekt in de winter naar het zuiden.
Blauwe kiekendieven die op Texel broeden komen vaak al in de zomer op foerageertocht naar het Zwanenwater en wordt soms stiekem gehoopt dat dit een broedgeval gaat opleveren.